abonnementen ibood.com bol.com Gearbest
  zaterdag 5 juli 2014 @ 11:47:43 #1
84430 kanovinnie
Wie dit leest is gek!
pi_141924057
Omdat Rellende_Rotscholier ondanks zijn username toch een groot tourfan en kenner blijkt te zijn en daar geregeld flinke stukken over schrijft hebben wij besloten om deze in dit topic te plaatsen.

Zet deze dus in je myat, want hopelijk komt er elke dag een update!
Op dinsdag 25 augustus 2015 15:48 schreef Toekito het volgende:
de grootste schande van heel FOK! naast Fylax is Kano als mod.
  zaterdag 5 juli 2014 @ 11:49:08 #2
84430 kanovinnie
Wie dit leest is gek!
pi_141924089
TDF / Euskaltel-Euskadi - opdat wij niet vergeten
ob_87936f5023a2e1ff890dc4acd6f5617b_eus-eska-mad.jpg

Euskaltel-Euskadi, de Baskische trots, is sinds dit jaar niet meer. Meer dan 20 jaar bestond de ploeg en de laatste 13 jaar nam het iedere keer deel aan de Tour de France. Nooit de beste ploeg, wel altijd de leukste. De ploeg die altijd voor het spektakel moest zorgen.

Ploegentijdrit? Vul Euskaltel maar in als laatste.
Waaiers? Alle 9 in de laatste te vinden.
Valpartij? Ja hoor, daar liggen ze.
Kasseien? Iban. :'(

Dat was de ene kant van het vermaak, maar de andere kant van het vermaak was nog veel beter. Euskaltel ging altijd in de aanval. Vooral als de weg een beetje omhoog liep. In iedere kopgroep was wel een oranje man te vinden en zodra er een finish bergop was zag je tot het laatst wel ergens een oranje man tussen de belangrijkste renners fietsen.

Dat gaan we nu dus missen. Geen Euskaltel meer. Geen oranje mannen meer. Geen kansloze aanvallen. Geen volledig oranje gekleurde laatste waaier. Geen epische overwinningen in de bergen. Het is treurig.

Daarom dit topic. Om even terug te denken aan al het genot dat Euskaltel ons heeft geschonken. Het meest logische is dan om bij het begin te beginnen. De eerste deelname, in 2001.

vascoloco_27630_1.jpg

Die eerste deelname was meteen succesvol. Roberto Laiseka won de 14e rit, naar Luz Ardiden, door Jan Ullrich en Lance Armstrong meer dan een minuut voor te blijven. Daar horen natuurlijk beelden bij. Laiseka was eigenlijk de eerste kopman van de ploeg. Een pure klimmer, die voor zijn overwinning in de Tour al meerdere etappes in de Vuelta had gewonnen.


Al die mensen in het oranje die met een Baskische vlag staan te zwaaien. _O_

Goed, 2002 was een wat minder groot succes. Daarom snel door naar 2003, want dat was dus wel een groot succes. Kijkend naar het algemeen klassement zien we een vijfde plaats voor Haimar Zubeldia en een zesde voor Iban Mayo, maar zoals iemand Bauke Mollema eens zou moeten uitleggen heb je natuurlijk niets aan een zesde plaats zonder een legendarische overwinning. Een legendarische overwinning, die Iban Mayo in 2003 boekte. Winnen, op de Alpe d'Huez, door letterlijk weg te vliegen van Armstrong, Hamilton en co.

mayo.jpg

Met het truitje open vliegen naar de overwinning. Als Superman, zoals Hamilton het in z'n boekje mooi zou omschrijven. Heerlijk man. Sowieso een geniale beklimming van de Alpe d'Huez in 2003. US Postal dat de Alpe bestormt alsof het een massasprint betreft. GENOT. En dan Mayo die er nog meer dan een minuut van weg weet te fietsen. Zelden vertoond.


De jaren daarna wil het niet echt vlotten met Mayo in de Tour. In alle voorbereidingskoersen blaast hij iedereen weg, zelfs zo erg dat Armstrong er heel erg nerveus van wordt, maar zodra het dan moet gebeuren in de Tour, loopt hij vast. Of hij valt uit, of hij presteert ver onder zijn niveau. Het is altijd wat. In 2004 wint hij nog de klimtijdrit naar de Mont Ventoux in de Dauphiné, Lance Armstrong zet hij op bijna twee minuten. Nog altijd is de tijd die hij daar neerzette een record. Gaat - hopelijk - ook nooit meer verbroken worden, want dat zou een slecht teken zijn voor HET NIEUWE WIELRENNEN. De menselijke maat zou dan niet bepaald terug zijn.

In de Tour loopt het dus wat minder, want Laiseka loopt op z'n laatste benen, Mayo heeft problemen, Sanchez is nog jong en Zubeldia is fucking saai. In die jaren moet Euskaltel het dus vooral hebben van kansloze aanvallen. Maar dat is verder ook helemaal niet erg. Lekker in de aanval met een Iñigo Landaluze, een Iñaki Isasi, een Egoi Martínez, is ook mooi.

In 2007 krijgen we weer echt een mooi jaar. Amets Txurruka komt bij de ploeg. Wat ik mij van die Tour nog kan herinneren is dat Amets iedere dag in de aanval ging. Letterlijk iedere dag. Zelfs tijdens een tijdrit probeerde hij het nog. Het leverde hem de prijs van de strijdlust op. Dat bestond toen nog. Kreeg je gewoon een mooi shirtje. Niets mis mee.

amets.jpg

Ook in het klassement ging het goed. Mikel Astarloza brak ineens door als een klassementsrenner en werd 9e in het klassement. Haimar Zubeldia, de immer saaie Haimar, werd vijfde. Leuk.

In 2008 kregen we in de Tour weer hetzelfde te zien. Weer een Txurruka in de aanval en Rubén Pérez was ondertussen ook een vast onderdeel van de Tourploeg geworden. Rubén mogen we ook wel een cultheld worden, met zijn kansloze aanvallen en een stuk of 100 10e plaatsen in massasprints. Samuel Sanchez reed voor het eerst een goed klassement in de Tour, hij werd 7e.

2009 is het jaar van de derde etappeoverwinning. Ja, de derde pas. En dan nog een twijfelgeval ook. Euskaltel heeft nooit uitgeblonken in fantastisch tactisch inzicht. Gewoon aanvallen en dan zien waar het schip strandt. Dan win je niet zo gek veel.

mikel_astarloza_tour_et16_g_2009_sirotti.jpg

Hier zien we Mikel Astarloza de 16e etappe winnen, naar Bourg-Saint-Maurice. Hij werd dat jaar ook 11e in het klassement. Enige probleem, hij werd later betrapt op het gebruik van EPO. Een schorsing van twee jaar volgde en de overwinning in de Tour is eigenlijk wel een beetje verdwenen, maar goed, we hebben de beelden nog.


Oja, Amets ging ook weer veel in de aanval. Daar heeft deze fan een mooie compilatie van gemaakt.


2010 en 2011 zijn de jaren van Samuel Sanchez. In 2010 wordt hij derde in het algemeen klassement. Op het podium. GC-technisch het beste resultaat van Euskaltel in 13 jaar Tour de France. Een jaar later volgt eigenlijk een nog groter succes. Samuel wint een rit én de bergtrui. Zesde plaats in het algemeen klassement erbij.

samuel-sanchez-tour.jpg

10 jaar na de overwinning van Roberto Laiseka op Luz Ardiden, wint Samuel Sanchez ook op Luz Ardiden. Dan zou je kunnen zeggen dat het cirkeltje rond is. Dat zijn mooie dingen.


Uiteindelijk dus ook de bergtrui erbij.

SamuelSanchez-monta%C3%B1a.jpg

Nouja, 2012 en 2013 slaan we verder maar een beetje over. In 2012 viel Samuel samen met de halve ploeg geblesseerd uit. Lullige valpartij. Jorge Azanza die een man op een stoel raakt die te ver op de weg staat en daarmee de olympisch kampioen uitschakelt. Ook dat is Euskaltel.

1341769594_extras_mosaico_noticia_1_g_0.jpg

Goed, ja. In 2013 hadden we nog een mooie derde plaats van Mikel Nieve op de Mont Ventoux en heel hele hoop kansloze aanvallen. Lobato nog een dag in de bergtrui, maar dat was het verder wel. De ploeg was een beetje in het slop geraakt. Een einde zat er al een beetje aan te komen.

Dus, we kunnen concluderen dat Euskaltel in al die jaren niet veel heeft gewonnen, maar wel altijd de koers heeft geanimeerd. Zonder Euskaltel was het allemaal nog een stuk saaier geweest. Een van de weinige ploegen die altijd aanvallend heeft gekoerst. Een ploeg die alleen maar epische bergritten won. Ook dat is wat waard. Voor altijd mijn favoriete ploeg, in ieder geval.

Is er een ploeg die de rol van Euskaltel kan overnemen? En met rol bedoel ik de hele rol. Zowel het aanvallen in de bergen als het falen op alle andere gebieden. Ik denk niet dat we nog zo'n ploeg gaan krijgen.

Ik mis Euskaltel. ;(

969496_546624082039497_1493076904_n.jpg
Op dinsdag 25 augustus 2015 15:48 schreef Toekito het volgende:
de grootste schande van heel FOK! naast Fylax is Kano als mod.
  zaterdag 5 juli 2014 @ 11:51:39 #3
84430 kanovinnie
Wie dit leest is gek!
pi_141924143
Etappe 1: Leeds - Harrogate, 190 km

Ja, jongens! Het is zover. De Tour gaat weer beginnen. Allicht leeft het dit jaar wat minder, vanwege het WK, maar elkaar in de weg zit het ook weer niet. 's Middags koers kijken, 's avonds een potje voetbal. Lijkt mij gewoon genot.

Een Grand Départ in Engeland. Dat hadden we een paar jaar geleden ook. 2007, om precies te zijn. Toen in Londen, nu in Leeds. Wielrennen is in een paar jaar tijd enorm populair geworden in Engeland. Uiteraard, als je wint heb je vrienden. Dankzij Sky en met name Wiggins is wielrennen ineens een hele populaire sport. Daarom is het wel een beetje lullig dat Wiggins er nu niet bij is. Zonder hem was het misschien wel heel anders gelopen met het Engelse wielrennen. Hij is toch het boegbeeld. Bij Sky denken ze daar anders over en is de Keniaanse Brit, tevens konijnenkiller Chris Froome ineens de grote man. Dat doet ze in Engeland alleen een stuk minder, die hele Froome. Desondanks kunnen we alsnog heel veel publiek verwachten. Niet alleen veel publiek, ook een mooie omgeving om door te fietsen. We bevinden ons in een heuvelachtig deel van Engeland.

UtqG8t3.jpg
PROFIL.png

Leeds, dus. Grote stad, 750.000 inwoners. Vroeger vooral bekend vanwege de textielindustrie. Tegenwoordig nog steeds voornamelijk een arbeidersstad. Dat niet alleen, ook het financiële centrum van Noord-Engeland en een studentenstad. Genoeg te doen in Leeds.

Elland_Road_panarama.jpg

Leeds kennen we natuurlijk vooral vanwege de roemruchte club uit de stad, Leeds United. In een niet al te ver verleden nog een club om rekening mee te houden, tegenwoordig toch redelijk afgezakt. In 1992 nog kampioen geworden, in het laatste jaar voor de competitie de Premier League werd. Ook getroffen door financiële problemen en ver afgezakt. Tot de League One zelfs. Nu toch weer te vinden in de Championship, maar een promotie richting de PL is de laatste jaren geen optie geweest. Helaas ook in handen van buitenlandse investeerders. Een Italiaan heerst nu over Leeds, Massimo Cellino, die voorheen eigenaar was van Cagliari. Deze Italiaan heeft een beetje vreemde trekjes. Zo heeft hij de keeper weggestuurd omdat deze is geboren op de 17e van mei. 17 is voor hem een ongeluksgetal. De Championship is dus ook gewoon totaal verneukt. Watford in handen van Italianen, Leeds dus en Cardiff heeft natuurlijk oppermafkees Tan. Nee, prima, dat "Engelse" voetbal.

Leeds_Rathaus.jpg

De start is bij de town hall van Leeds. Prima gebouwtje, niets mis mee. Daar vinden dus alle officiële plichtplegingen plaats voor de Tour echt kan beginnen. Renners op een rijtje. Lintje ervoor. Prudhomme erbij die het lintje mag doorknippen. Applausje erbij en klaar om te vertrekken. Via The Headrow snel richting de grote weg om Leeds te verlaten voor het platteland.

Van West Yorkshire fietsen de renners richting North Yorkshire, over een glooiend parcours. Voor de eerste beklimming van de dag waar punten te verdienen zijn hebben de renners al een aantal heuveltjes gehad. Na 68 kilometer is het tijd voor de beklimming van de Kidstones Pass, of Côte de Cray, zoals de Fransen het noemen. Een korte beklimming van 1,6 kilometer, maar met een gemiddelde van 7,1% toch best pittig. Vierde categorie.

descent-great-view.jpg

Een enthousiaste wielerfan heeft alle klimmetjes bezocht en er een filmpje van gemaakt. Dus, voor de mensen die het graag al een keer willen beleven, een filmpje. Wel netjes even pauzeren als de eerste klim gedaan is he.


Daarna volgt een korte afdaling en fietsen de renners door richting de tussensprint van de dag. Deze is na 77 kilometer in het dorpje Newbiggin. Een klein dorpje waar verder niet veel te beleven is. Na deze tussensprint gaan de renners op weg richting de volgende klim. Een klim met een geweldige naam. Na 103 kilometer is het tijd voor de Buttertubs Pass. Of zoals de Fransen het voor de gelegenheid noemen, Côte de Buttertubs. Derde categorie. 4,5 kilometer, 6,8% gemiddeld. Dat is al best een behoorlijke uitdaging, zo tijdens de eerste etappe.

Butter-Tubs-Pass-1.jpg

Er zit nog best een leuk verhaal aan dit klimmetje vast. Buttertubs klinkt natuurlijk achterlijk, maar daar zit gewoon een logische gedachte achter. Kalkstenen rotsformaties zijn te vinden in de nabijheid van deze pas. Eigenlijk direct naast de weg. De overlevering leert ons dat de boeren, op weg naar de markt tijdens de beklimming van de Buttertubs Pass onderweg stopten. Deze boeren hadden vooral boter in manden bij. In de zomer, als het warm was, werd deze boter tussen de kalkstenen rotsformaties verstopt. Sommige kloven waren zo diep, tot wel 20 meter, dat de boter daar koel bleef. Derhalve, buttertubs.

1920px-Butttub1.JPG

Tussen de tweede en de derde beklimming van de dag zit niet veel tijd. Tussen deze twee klimmetjes passeren we het dorpje Gunnerside. Buiten dit dorp is een mooie vallei te vinden, die wel redelijk kenmerkend is voor dit gebied. Bij de Tour weten ze altijd wel hoe ze de omgeving goed in beeld moeten brengen, dus we kunnen ongetwijfeld op mooie plaatjes rekenen.

DSCF3854.JPG

Na 129 kilometer is het tijd voor de Côte de Grinton Moor, oftewel de Grinton Moor Climb. Wederom een beklimming van de derde categorie. 3 kilometer aan 6,6% gemiddeld. Allemaal toch heel behoorlijk voor een eerste etappe. In deze omgeving werd vroeger veel lood gemijnd. Lijkt mij goed om te weten.

BrEasDbCcAA6KFe.jpg:large

Na de afdaling van Grinton Moor zijn er 140 kilometers afgelegd en volgen er nog 50 tot de streep. Dat is uiteindelijk toch wel de doodsteek voor welke vlucht dan ook. In deze laatste 50 kilometer hebben de sprintploegen vrij spel om hard tempo te gaan rijden en iedereen terug te halen. De klimmetjes hebben we gehad en het is nu nog steeds veel draaien en keren over soms smalle wegen, maar de echte uitdagingen zijn al geweest.

P1220856.jpg

De laatste kilometers richting Harrogate spreken redelijk voor zich. Rechte, brede wegen voornamelijk. Na 190 kilometer komen de renners aan in Harrogate, een plaats met 73.000 inwoners. Een speciale stad voor Mark Cavendish. Zijn moeder komt hier vandaan en hij heeft er zelf ook gewoond. Harrogate is een prima stad om te vertoeven, het is een spa. Een enorm populaire bestemming voor toeristen. Harrogate is majestueus, zouden we wel kunnen zeggen.

Harrogate-England-2.jpg

De laatste kilometer is nog een vrij lastige. Volgens de organisatie zelf ziet het er ongeveer zo uit:

PROFILKMS.png

Ja, daar schieten we dus niet heel veel mee op. Een paar stukjes op en een paar stukjes af. Daarom bekijken we het ook nog maar even op deze manier.

tour-de-france-2014-stage-1-finish-harrogate-elevation-profile.png

Nog een stuk van 6% in de laatste kilometer. Je kan hier zomaar je treintje of jezelf opblazen. Het zou wel eens een chaotische, ongecontroleerde sprint kunnen worden. Een stuk afdaling helpt ook niet mee. Enkele valpartijen sluit ik niet uit. De streep ligt bij West Park in Harrogate, in de buurt van dit gebouwtje zo ongeveer. Brede weg, de laatste meters.

HarrogateCenotaph(DSPugh)Aug2005.jpg

Een extra factor om rekening mee te houden in de laatste kilometer is dat het oplopende stukje in de winkelstraat is, waar enkele wegversmallingen zijn aangebracht. Ook aan vluchtheuvels in Engeland geen gebrek. Als dat allemaal maar goed gaat.

Engeland. daar is het altijd slecht weer. Zo ook morgen. Jawel, regen! Om het allemaal nog wat gevaarlijker te maken. Er gaan gegarandeerd mensen vallen, daar is eigenlijk geen ontkomen aan. De temperatuur is verder wel prima. 20 graden, zo ongeveer. Weinig wind, dus waaiers hoeven we niet te verwachten.

Ik ga me wagen aan een voorspelling. Een beetje laten zien hoe weinig verstand je er eigenlijk van hebt, heel erg mooi.
1. Cavendish. Zoals gezegd, Cav heeft een bijzondere band met Harrogate. Hij is altijd gemotiveerd om te winnen, maar nu nog veel meer. Hij gaat ook gewoon winnen, want deze laatste kilometer is wel redelijk in zijn voordeel. Dat oplopende stukje kan hij prima aan en hij heeft een goede trein bij zich.
2. Greipel. André is in goede doen. Hij werd afgelopen week Duits kampioen, op een parcours met enkele hellingen. De hele dag zag je 'm niet, maar in de laatste kilometer van de laatste ronde werd hij door Sieberg naar voren gebracht en klopte hij Degenkolb.
3. Kittel. Iedereen gaat voor Kittel op 1, dus doe ik natuurlijk iets anders. Waar Greipel het Duitse kampioenschap won, haakte Kittel juist af. Enkele kilometers voor de streep was de tank leeg. Kramp. Hij kon geen meter meer fietsen. Kan een keer gebeuren. Hoeft niet direct iets te zeggen, maar voor morgen schrijf ik 'm niet gelijk op. Ik sluit ook niet eens uit dat Degenkolb zijn kans mag gaan, omdat dit toch niet helemaal de makkelijkste etappe is.
4. Sagan. In de echte massasprints is hij nog steeds niet de topfavoriet. Een vierde plaats is goed mogelijk, maar tegen die andere kleppers winnen is nog steeds teveel gevraagd.
5. Démare. Gaat voor het eerst zijn nieuwe trui laten zien. Afgelopen week Frans kampioen geworden. Kan wel aardig mee in de massasprints, maar ook voor hem is winnen erg moeilijk met alle toppers erbij.

Als Cav wint kan hij gelijk door naar de kroeg van z'n oom. Paar pints erin. Hoppa.
Brd1piUIgAEAsvv.jpg
Op dinsdag 25 augustus 2015 15:48 schreef Toekito het volgende:
de grootste schande van heel FOK! naast Fylax is Kano als mod.
pi_141963436
TDF / [Etappe 2] York-Sheffield #1 - Côte de Jenkin Road

Etappe 2: York - Sheffield, 201 km

Een gezapige etappe, met uiteindelijk toch nog een spannende laatste kilometers. Treintjes tegen elkaar, nog een aanval van Cancellara, de onvermijdelijke valpartij en de winst voor Kittel. Uiteindelijk viel het qua valpartijen nog mee, gelukkig. Cavendish schakelt zichzelf en mogelijk Gerrans uit, maar verder is er weinig gebeurd. Kittel wint, maar uiteindelijk viel zijn voorsprong op Navardauskas mij toch nog een beetje tegen, die moet hij normaal op grotere afstand zetten, maar de overwinning telt. Froome blijkt nog meer verborgen talenten te hebben, hij kan ook sprinten!

Morgen heeft het er alle schijn van dat het een spectaculaire etappe gaat worden. Negen gecatoriseerde beklimmingen. Drie van de vierde categorie, vijf van de derde categorie en eentje van de tweede categorie. Deze etappe zou je kunnen zien als een mini Luik-Bastenaken-Luik. Mini, want maar 200 kilometer en wel veel klimmen, maar uiteindelijk toch minder dan in een echte klassieker.

tour-de-france-2014-stage-2-route-map.png
PROFIL.png

De plaats van vertrek is dus York. Een stad met 200.000 inwoners, die bij mij vooral bekend is als studentenstad. Buiten dat is het een stad die enorm veel toeristen aantrekt. Meer dan 7 miljoen bezoekers per jaar. Is nogal wat. Het vertrek is bij de York Racecourse. Wel lekker, zijn de renners eens een keer niet de enige die paardenmiddelen krijgen.

lrg_15632_1200340274d51137a28799.jpg

York is verder een behoorlijk mooie stad. Eentje met veel verschillende invloeden. Van de Romeinse tijd tot nu. Dat levert een enorme variatie aan mooie gebouwen op, howeel de middeleeuwse gebouwen toch wel vrij overheersend aanwezig zijn. Stadspoortje, stadsmuur en de grootste gotische kathedraal in Noord-Europa. Alleen daarom al reden genoeg om deel uit te maken van het circus dat de Tour de France is.

york-1.jpg

York heeft nog meer bezienswaardigheden, zoals The Shambles, een enorm smal straatje met vakwerkhuisjes en Clifford's Tower, een overblijfsel van York Castle. Gebouwd door William I, ook wel William the Conquerer genoemd, om te heersten over de stad die toen nog Jorvik werd genoemd. In de handen van de Vikingen. Dat York heeft een boel meegemaakt.

cliffords-tower.jpg

Vanuit York fietsen de renners richting het westen. De finishplaats van vandaag, Harrogate, passeren we ook weer. Of nouja, bijna dan. Eigenlijk fietsen ze er meteen boog omheen. Na meer dan 40 kilometer fietsen is het tijd voor de eerste beklimming van de dag, Côte de Blubberhouses. Blubberhouses is een gehucht en de weg er naartoe loopt omhoog. Vierde categorie, 1,8 kilometer aan 6,1% gemiddeld. Een opwarmertje, zullen we maar zeggen.

blubberhouses.jpg

Al vrij vroeg in de etappe is het tijd voor de tussensprint. Na 68 kilometer, in de stad Keighley. Vanuit Keighley fietsen de renners richting het dorp Oxenhope. Buiten dit dorp begint de klim met de naam Côte d'Oxenhope Moor. 3,1 kilometer lang en een stijgingspercentage van 6,4%. Niet meteen heel schokkend, maar het gaat toch in de benen zitten.

image16.jpg

Na de Côte d'Oxenhope Moor volgt een afdaling en een nieuwe beklimming, die verder niet gecategoriseerd is. Dorpjes als Hebden Bridge, Mytholmroyd en Crag Vale worden gepasseerd. Deze klim start in Crag Vale en loopt door tot Blackstone Edge Reservoir. 8 kilometer, 3% gemiddeld. Zou dan eigenlijk toch wel vierde categorie mogen zijn, maar dat geheel terzijde.

Sign_for_Cragg_Vale_gradient_-_geograph.org.uk_-_1516646.jpg

Op de top slaan de renners linksaf, naar het oosten, richting de volgende klim van de dag, waar dan wel weer punten te verdienen zijn. De renners dalen af naar Rippondon, om te beginnen aan de Côte de Ripponden. 1,3 kilometer aan 8,6%, een flinke muur dus. Na deze muur volgt een korte afdaling om gelijk verder te gaan met de volgende muur, Côte de Greetland, 1,6 kilometer, 6,7%. Twee van zulke pukkels achter elkaar is toch tamelijk vervelend.

ripponden-2.jpg

Inmiddels hebben de renners 120 kilometer afgelegd en blijven er nog 80 over. Vier van de negen klimmetjes zijn gedaan. Van Greetland fietsen de renners richting Huddersfield. Een tamelijk grote stad, met 163.000 inwoners. Na Huddersfield maken de renners zich op voor een van de zwaarste klimmen van de dag, zeker qua categorie. De enige van de tweede categorie, Côte de Holme Moss. 4,7 kilometer en een gemiddeld stijgingspercentage van zeven procent. Er wordt hier heel veel publiek verwacht. Natuurlijk wordt er overal veel publiek verwacht, maar op deze pittige klim helemaal.

holme-moss-bridge-over-rake-dike.jpg

Als Holme Moss bedwongen is volgt een snelle afdaling, om daarna weer aan een klimmetje te beginnen. Ook weer eentje die niet officieel wordt erkend, maar je moet er alsnog over. Van het ene meertje naar het volgende. Van Woodhead Reservoir richting Langsett Reservoir. Toch ook weer een kilometer of 7 aan 3% gemiddeld.

Langsett_Reservoir_from_Hingcliff_Common.jpg

Na Langsett gepasseerd te hebben is het tijd voor de volgende beklimming, Côte de Midhopstones. Eentje van de derde categorie, 2,5 kilometer aan 6,4% gemiddeld. Dit is na 167 kilometer, er zijn nu nog maar een kilometer of 30 te fietsen en het blijft op en af gaan. Na Midhopstones is er een korte afdaling, is er weer een kort klimmetje, wederom een korte afdaling en dan komt de Côte de Bradfield, vierde categorie, 1 kilometer aan 7,4%.

Ewden-Bank-1.jpg

De volgende beklimming laat niet lang op zich wachten. Côte d'Oughtibrigde, ook wel bekend als Jawbone Hill. Boven in High Bradfield dalen de renners af naar Oughtibridge om daar weer naar boven te klimmen. Dit is de voorlaatste klim van de dag. Op deze top zijn er nog 19 kilometers te gaan tot de streep. De Jawbone Hill is er eentje van de derde categorie, 1,5 kilometer aan 9 procent! Tegen deze tijd moet het veld al aardig uit elkaar zijn geslagen, als er enkele ploegen zijn geweest die het aan hebben gedurfd om oorlog te maken.

Oughterbridge-Lane-Lower-Section.jpg

De renners komen boven in Grenoside en dalen weer kort af. Er volgt nog een pukkeltje en dan gaan de renners op weg naar Sheffield. Op 6 kilometer van de streep is het tijd voor de laatste helling van de dag. Eentje waar al veel over te doen is geweest, Jenkin Road. Een muur, van een kilometer lang, met percentages tot wel 33%, wordt gezegd. Of de 33% daadwerkelijk wordt gehaald is twijfelachtig, misschien net ergens een metertje, maar dat het enorm steil is mag geen twijfel lijden. 800 meter, 10,8% gemiddeld. Een flinke uitdaging, waar het veld nog een keer uit elkaar geslagen kan worden.

Wincobank-mid-section-bends-2.jpg

Na deze Jenkin Road volgt een korte afdaling en is het nog vier kilometer tot de streep. Vlakke kilometers. Nog best een aardig eind, dus als je eerder bent gelost heb je nog een kleine kans om terug te komen, maar een aanvaller die een flink gat krijgt op Jenkin Road zou dit, bij een gebrek aan organisatie daarachter, vol moeten kunnen houden.

PROFILKMS.png

De finish is dus in Sheffield. Een grote stad in het zuiden van Yorkshire met 550.000 inwoners. De snookerhoofdstad en plaats waar twee vrij bekende voetbalclubs zitten. Sheffield Wednesday en Sheffield United. Allebei actief in de marge van de Championship tegenwoordig. Vroeger was Sheffield het centrum van ijzer en staal. Een belangrijke Engelse arbeidersstad. De streep ligt op een brede straat in Sheffield. Totaal buiten het centrum, eigenlijk in the middle of nowhere. Helemaal niets te doen bij de streep. Ooit stond hier in de buurt een voetbalstadion, Don Vally Stadium, maar dat is niet al te lang geleden gesloopt.

DSC_0466_zpsab312e46.jpg

Sheffield is verder nog helemaal niet zo'n slechte stad, de finishplaats is naar mijn mening vrij raar gekozen. Het hele centrum van Sheffield wordt ontweken. Eigenlijk komt het peloton alleen door de buitenwijken. Veel bochten in de laatste kilometers, in principe vrij gevaarlijk, maar normaal gesproken ligt het hele peloton uit elkaar, dus in dit geval zal het gevaar vrij gering zijn. Wel allemaal brede wegen, de laatste kilometers, dus dat is geen probleem.

Sheffield_Square.JPG

Morgen weinig kans op regen. Hoewel dat niet altijd wat hoeft te zeggen, want vandaag was er juist weer veel kans op regen. Niets van gezien, uiteindelijk. We zien het vanzelf wel.

Een voorspelling voor morgen is vrij lastig. Het hangt er volledig vanaf hoe er gekoerst gaat worden. Nu is dat altijd zo, maar met een etappe met heel veel heuveltjes helemaal. Luik-Bastenaken-Luik werd dit jaar gewonnen door Gerrans. Een goede renner, maar als de koers hard wordt gemaakt kan hij dat parcours normaliter niet overleven. Nu kon hij wel overleven en hij was niet alleen. Een tamelijk grote groep bleef over. Als er morgen heel rustig wordt gekoerst, kan hij ook weer overleven. Als er morgen heel hard wordt gekoerst, wordt het een afvalrace en blijf je met heel weinig renners over. Het parcours is er naar om oorlog te maken, hopelijk doen de renners dat dan ook.
1. Lollerkowski. Gewoon in vorm hoor. Ben maar niet bang. Fietst van iedereen weg op Jenkin Road en wint met vijf minuten voorsprong. Een beetje zoals tijdens de Strade Bianche. Niets aan te doen.
2. Sagan. Kan net niet mee met z'n Loller en wint uiteindelijk het sprintje van het groepje overblijvers.
3. Valverde. Gaat aan op Jenkin Road, houdt na drie trappen de benen stil en maakt met z'n elleboog een gebaar dat de anderen moeten overnemen. Doen ze niet, dan gaat Kwiat er vandoor en blijft Valverde zitten. Wordt dan vervolgens tweede in de sprint. Lachen.
4. Slagter. Toch maar een Nederlander noemen. Heeft de laatste tijd niet echt laten zien over grootse vorm te beschikken, maar op papier is dit de perfecte etappe voor hem. Laten we hopen dat hij toch op tijd in vorm is.
5. Froome. Bleek vandaag te kunnen sprinten. Nou, dan kan dat morgen ook. Lekker man.

[ Bericht 4% gewijzigd door timmmmm op 06-07-2014 12:16:30 ]
pi_142001627
Etappe 3: Cambridge - London, 155 km

Op de tweede dag van een grote ronde al meteen de klassementsrenners aan het werk zien, dat is niet vaak. Zeker niet in de Tour. Een welkome afwisseling. Veel wijzer zijn we er alleen niet van geworden, want uiteindelijk was het toch net niet uitdagend genoeg om echte verschillen te creëren tussen de renners waarvan je verwacht dat ze mee gaan doen in het klassement. Positief is dat Nibali won, want nu hoeven we in ieder geval een aantal dagen niet meer naar die afzichtelijke trui van 'm te kijken.

Morgen wordt het een rit voor de sprinters. Kort, vlak. Een etappe waarvan je er meestal teveel hebt in de eerste week van de Tour.

125neb5.jpg
PROFIL.png
Cambridge. Studentenstad. Eigenlijk niet eens zo'n grote stad, met 126.000 inwoners. Van een stad die zo ontzettend bekend is verwacht je toch dat het allemaal wat groter is. De start is bij een park. Hoewel het eigenlijk niet eens de naam park mag hebben. Het is een uit de kluiten gewassen grasveld. Van dit punt fietsen de renners langs de universiteit. Zo'n beetje alle mooie gebouwen worden gepasseerd om vervolgens naar het zuiden te gaan, richting London.

kings-college-cambridge-cambrige.jpg

Cambrigdeshire wordt snel verruild voor Essex. Enkele hoogteverschillen zijn er nog wel in het begin van de etappe te vinden. Onder andere het pittoreske dorpje Saffron Walden is gesitueerd in enigszins geaccidenteerd terrein.

Saffron-Walden-001.jpg

Als echte wielervolger ben je het altijd uit principe oneens met het parcours. Er mist altijd wel wat aan. Deze Tour ook weer, een leuke bergetappe, maar dan de laatste 50 km vlak. Of überhaupt een overschot aan vlakke etappes. Is allemaal niets natuurlijk. Dat kun je zelf veel beter. Ik heb daarom voor de gein wel eens etappes in elkaar geflanst, met behulp van een site als tracks4bikers (RIP). Beetje op zoek naar mooie klimmetjes, of op een andere manier een uitdagend parcours. Soms probeerde je dan een hele grote ronde in elkaar te draaien en daar hoort natuurlijk ook wat werk op het vlakke bij. 21 keer een aankomst bergop kan ook niet, hoewel ze daar in Spanje anders over lijken te denken. Enfin, zo'n etappe op het vlakke is natuurlijk saai. Dan kies je een plek uit, klik je op het centrum, ga je naar de volgende plek en klik je daar op het centrum. De kortste weg tussen die twee plaatsen wordt voor je uitgerekend en je bent binnen een minuut klaar met je etappe. Dat is dus wat ze zo ongeveer bij deze etappe hebben gedaan. Het is bijna niet mogelijk om een snellere route tussen Cambridge en London te vinden. Ja, er is één mogelijkheid om nog een stuk af te snijden, maar dan is de rit niet lang genoeg. Dit is waarschijnlijk de etappe waar het minste werk in heeft gezeten. Deze is binnen drie minuten in elkaar gedraaid. Continu over de grote weg. Uiteindelijk passeer je dan enkele steden, zoals een Chelmsford. Daar staat een leuke kerk.

Chelmsfordcath.jpg

Na een hele tijd richting het zuiden te hebben gefietst gaan de renners nu richting het westen. Over het platteland richting de tussensprint van de dag, in Epping Forest. Hoewel de tussensprint gewoon midden in Epping is en dus helemaal niet in het bos. Verwarring alom. Na de tussensprint fietsen de renners nog wel door het bos, dus de natuurliefhebbers komen alsnog aan hun trekken. Wel een bijzonder bos, want Queen Elizabeth I zou hier nog gejaagd hebben! Althans, dat is het verhaal. Er is verder geen bewijs voor. Maakt niet uit, gewoon mooi. Jachthuis erbij, kan jou het schelen.

queenelizabethshuntinglodgeeppingforest2.jpg?m=1376345615

Na Epping Forest zijn we al bijna in London. De finale gaat dan al beginnen. Na 118 kilometer rijden we London binnen, er zijn dan nog 37 kilometer te gaan. Na 12 kilometer door de Londense buitenwijken gereden te hebben rijden we het olympische park in. De laatste kilometers kennen we eigenlijk allemaal al. De laatste jaren toch vrij vaak in London geweest. De Tour in 2007, Olympische Spelen in 2012 en dan is er sinds vorig jaar ook nog de Ride London Classic. De bekende trekpleisters worden allemaal weer gepasseerd. Daar hoef ik verder weinig woorden aan te besteden, kennen we allemaal we. Finish op The Mall, met Buckingham Palace op de achtergrond. Laatste rechte lijn is lang en breed, niets aan de hand.

Buckingham-Palace-Britain%E2%80%99s-Queen-Residence.jpg

Kleine kans op regen, graadje of 20, waarschijnlijk weinig wind. Nee, dit gaat gewoon een hele simpele sprintetappe worden. Het laatste uur gaat er waarschijnlijk belachelijk snel gekoerst worden. Het enige spektakel zal komen van de laatste kilometers en eventuele valpartijen. Verder vergeten we deze etappe waarschijnlijk snel weer.

Soms is een voorspelling moeilijk, maar nu spreekt het voor zich. De verhoudingen zijn vrij duidelijk. Kittel is niet eens meer buitencategorie, simpelweg van een andere planeet.
1. Kittel. Met vijf lengtes. Pakt eventueel nog een paar seconden ook.
2. Greipel. Met het wegvallen van Cavendish is hij de beste van de rest. Duidelijk beter dan de andere sprinters, maar helaas voor hem is er nog een andere Duitser.
3. Demare. Won de Ride London Classic in 2013. Kent de weg. Komt alleen wel flink tekort tegen Kittel en Greipel, dus meer dan een derde plaats zal het normaal gesproken niet worden.
4. Coquard. Is wel aardig rap, een vierde plaats dan maar.
5. Sagan. Het is breed en het is vlak, dus Sagan heeft hier eigenlijk helemaal niets te zoeken, maar hij gaat het wel proberen en dat kan dan een vijfde plaats opleveren. Of een zesde. Of een zestiende. Kan allemaal.

[ Bericht 0% gewijzigd door kanovinnie op 07-07-2014 12:57:10 ]
pi_142057333
b]Etappe 4: Le Touquet-Paris-Plage - Villeneuve-d'Ascq Lille Métropole, 163 km[/b]

Een demonstratie van Kittel en Giant verder gaan we op weg naar de volgende massasprint. Het enige verschil is dat we ondertussen in Frankrijk zijn aangekomen. Aan de kust, de Opaalkust. Dit zou een hele spannende etappe kunnen zijn als het hard zou waaien, maar dan moet ik jullie meteen teleurstellen. Men verwacht weinig wind. Helaas.

stage_04_map_670.jpg
PROFIL.png
Het zeer fraaie kustplaatsje Le Touquet-Paris-Plage is de vertrekplaats. Een dorpje eigenlijk, met maar 5600 inwoners. In de zomer is er wel veel volk, tot 250.000 bezoekers komen het strand hier bezoeken. We bevinden ons in de regio Nord-Pas-de-Calais, departement Pas-de-Calais. In Le Touquet is de Tour al enkele keren geweest. Lang, lang geleden. In 1971 bijvoorbeeld, toen Mauro Simonetti won. In 1976 was er een tijdrit naar Le Touquet, deze werd gewonnen door Freddy Maertens. D'n Freddy.

Typisch straatje in Le Touquet:
1704_l.jpg

Plage, daar waar de start van de etappe uiteraard is:
4229150.jpg

Bijzonder mooi stadhuisje:
642_l.jpg

Vanuit Le Touquet gaan de renners eerst naar het zuiden, om vervolgens toch maar snel naar het oosten te fietsen, wat wel nodig is als je in Lille wil uitkomen. Montreuil wordt aangedaan. Een dorp van helemaal niets, maar ze hebben er wel een oude vesting met een citadel, dus dit dorpje zullen we niet ongemerkt passeren. Staat ongetwijfeld in het kastelenboek van Herbert. In dit dorpje vinden we ook enkele straten met kasseien, die soms gemeen kunnen oplopen, maar dat slaan we dan wel weer over.

Montreuil-sur-mer24.jpg

Na Montreuil komt het eerste klimmetje van de dag er al bijna aan. Een simpel klimmetje van de vierde categorie, Côte de Campagnette. Eén kilometer aan een procent of 6, niet echt de moeite waard. De renners fietsen ondertussen richting het noorden. Enkele hoogteverschillen moeten overwonnen worden, maar eigenlijk mag het geen naam hebben. Na 71 kilometer komen de renners aan in Saint-Omer. Dit is nog redelijk noemenswaardig omdat hier enkele mooie gebouwen te vinden zijn, waaronder een ruïne van de abdij van Sint-Bertinus.

11495587.jpg

Het is nu nog twintig kilometer tot de tussensprint van de dag. Dit wordt alleen een wat vreemde tussensprint. De streep ligt namelijk boven op Mont Cassel. Hoewel misschien beter bekend als de Kasselberg. Een heuveltje in het Heuvelland, dat de afgelopen jaren deel heeft uitgemaakt van Gent-Wevelgem. Geen bijzonder zware klim, een kilometer of twee aan 5% gemiddeld. De top ligt net buiten het centrum van Cassel. In het centrum van Cassel liggen kasseien, wat in dit geval wil zeggen dat de renners over deze ondingen moeten afdalen. Ze liggen er verder wel redelijk bij, dus grote problemen hoeft dit niet op te leveren. Het stuk met kasseien is ook niet heel lang, de renners komen al snel weer op een geasfalteerde weg terecht.

Kassel-markt.jpg

Als de tussensprint geweest is fietsen de renners richting België. De grens wordt netjes gevolgd, maar België wordt niet echt betreden, dat bewaren we voor etappe 5. Hoewel we nu wel in Frans-Vlaanderen zijn, dit gebied heeft niet altijd deel uitgemaakt van Frankrijk. Vandaar ook de Nederlandse namen voor sommige plaatsen, zoals Rijsel. Na 117 kilometer is het tijd voor de laatste beklimming van de dag, de Zwarte Berg. Klinkt heel spectaculair, maar deze Mont Noir is maar 1,3 kilometer en nog geen 6% gemiddeld. Er zijn nu nog een kilometer of 45 te gaan en de verwachting is dat er een rugwind zal zijn. Niet bijzonder hard, maar wel aanwezig. Op de kant zal het waarschijnlijk niet gaan, maar de snelheid zal desondanks heel erg hoog liggen. Een snelle finale dus. Als het peloton de kopgroep teveel tijd geeft, of bijvoorbeeld eens een keer al het werk aan Giant laat, kan het er nog om spannen, maar normaal gesproken moet dit toch gewoon een massasprint worden. Bailleul wordt aangedaan, een stad met een Vlaams karakter. De Belgen noemen het ook Belle, niet Bailleul. Volledig verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog en opnieuw opgebouwd, waarbij de architecten goed keken naar, onder andere, woningen uit Brugge.

65028293.jpg

Na Belle fietsen de renners richting Armentiers, of Armentières, het is maar net van welke kant je het wil bekijken. Een industriestad, zoals je er in deze omgeving wel meer hebt. Ook eentje die last heeft gehad van de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog. Voor een groot deel verwoest, maar weer netjes opgebouwd. Centrumpje is wel het aanschouwen waard.

armentieres_hdv.jpg

Dan is de finale al in volle gang. 15 kilometer verder rijden de renners Rijsel al binnen. Op dat moment is de koers nog 14 kilometer lang. Zo ongeveer de hele metropool doorkruisen we, voor we in Villeneuve-d'Ascq aankomen. Villeneuve-d'Ascq is een voorstad van Lille en heeft ongeveer 65.000 inwoners. Lille zelf heeft 228.000 inwoners en de hele Métropole maar liefst 1.125.000. Voor we naar de finish rijden passeren we eerst nog een deel van Lille dat we moeilijk majestueus kunnen noemen.

DSC03928.jpg

Helaas is de finish niet veel beter. De streep ligt pal voor het Stade Pierre Mauroy. Dat is het nieuwe stadion van de voetbalclub OSC Lille. Een afschuwelijk modern stadion. Een van de afgrijselijkste stadions die men de laatste jaren heeft gebouwd, maar je zou kunnen zeggen dat het prima bij dit gebied past. Het oude stadion was ook al niet veel, dus het hoort blijkbaar bij de club. De ArenA noemt men wel eens een ufo, wat is dit dan?

grand_stade_mauroy.jpg

Overigens wordt dit stadion niet alleen voor voetbal gebruikt, ook voor rugby. Van de binnenkant gaat het nog wel, maar het is niet gelijk reclame voor je land om voor dit afzichtelijke ding te finishen. De verdere omgeving hier is niet veel beter. Troosteloos, zou je kunnen zeggen. Goed, in ieder geval wel nieuwe wegen, met goed asfalt. Een bocht, op ongeveer 400 meter van de streep. Het is geen hele scherpe bocht, meer een lopende. Toch is positionering hier belangrijk. De weg is op dit punt ook niet al te breed, dus als je hier niet bij de eersten bent kan je het beter meteen opgeven. Hier finishen ze zo ongeveer, eigenlijk net voorbij het stadion, bij dat andere lelijke gebouw voor de deur.

130128_bvd_tournai1.jpg

Lille is overigens wel gewoon een stad die ontzettend veel te bieden heeft. Helemaal zo lelijk nog niet. Daarom jammer dat daar weinig gebruik van wordt gemaakt. Hier in de buurt finishen was al een stuk beter geweest, laten we eerlijk zijn.

lille2.jpg

Waarschijnlijk niet genoeg wind om waaiers te creëren, daarentegen wel een grote kans op regen. Pas tegen de avond zal het in Lille en omstreken weer wat droger worden. Hebben de renners dus niets aan. De finale kent enkele serieuze bochten, dus er is een verhoogd risico op valpartijen.

Waarschijnlijk zal het weer een massasprint worden. De enige manier waarop dit niet gaat gebeuren is als de andere ploegen Giant-Shimano het werk laten opknappen. De trein van Giant is altijd indrukwekkend, maar het feit dat ze tijdens de rit zo ongeveer alleen hun Chinees op kop zetten helpt wel mee. Ze hebben vaak ook de meeste mensen over. Als andere ploegen nu niet gaan achtervolgen en het aan Giant laten, kunnen ze het nog wel eens moeilijk krijgen om alles te controleren. Dan moet je je vervolgens wel afvragen of Nibali zijn trui wil verliezen. Kan zijn van niet, dan halen ze alsnog alles terug. We zullen wel zien, waarschijnlijk zullen de Lotto's van deze wereld toch wel weer voor Greipel fietsen.
1. Kittel. Indrukwekkend, dat is deze beer uit Duitsland zeker. Gaat gewoon iedere massasprint winnen deze Tour. Niets aan te doen.
2. Greipel. Driemaal scheepsrecht. Het zal nu toch een keer moeten lukken. Winnen niet, maar een keer een fatsoenlijke sprint rijden wel.
3. Demare. Nog zo'n faalhaas. Komt er tot nu toe niet aan te pas, maar is in deze omgeving wel altijd goed.
4. Sagan. Deed dat vandaag toch beter dan ik had verwacht. Tuurlijk, Kittel kan hij niet kloppen, maar de rest liet hij toch een aardig eind achter zich.
5. Coquard. Ja, dit wordt een hele grote. Verdomd snel, nu alleen even wat minder je best doen bij de tussensprint en wat meer bij de streep.
pi_142067028
Etappe 5: Ieper - Arenberg-Porte du Hainaut, 155 km

Zelfs als zijn hele trein ontspoort wint Kittel nog. Daar is dus echt niets aan te doen. Het is maar goed dat we morgen een ander soort etappe krijgen. Dat gaat geen massasprint worden.

Dé etappe waar iedereen het al maanden over heeft. Kasseien! Negen stroken in de laatste 70 kilometer. Deze 9 stroken leveren 15,4 kilometer kasseien op. Na een mini Luik-Bastenaken-Luik nu een mini Parijs-Roubaix. Volgens mietjes als Jurgen van den Broeck hoort dit niet thuis in de Tour, maar voor de kijkers wordt het waarschijnlijk een fantastische etappe. Kasseien staan altijd garant voor spektakel, dus ook in de Tour. De laatste keer, in 2010, bleef er een groepje van zes man over. De geblokte Noor Hushovd won toen. Enkele favorieten verloren tijd, o.a. Contador en Van den Broeck, of vielen zelfs uit, zoals een Frank Schleck. Zoiets kan morgen ook zomaar gebeuren, zeker met het weerbericht in je achterhoofd. Enige nadeel is dat de rit ontzettend kort is. Dat maakt het toch minder een uitputtingsslag.

Tour-de-France-Stage-5-1400752469.png
PROFIL.png
BXQRmOVCcAA2-KD.jpg
De start is in Ieper. Een stad met 35.000 inwoners in West-Vlaanderen. Nog zo'n stad die totaal verwoest werd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vier slagen waren hier maar liefst, verspreid over vier jaar. Uiteindelijk bleef er niets over van Ieper, maar gelukkig werd de stad later weer in ere hersteld. De start is bij de niet onaardige Grote Markt.

ieper-01-contr1.jpg

Vanuit Ieper fietsen de renners richting Roeselare, over een vlak parcours. Eenmaal in Roeselare hebben we het noordelijkste punt van de dag bereikt en gaan de renners op weg naar Frankrijk. Voordat we Frankrijk weer binnenrijden doen we eerst nog Wevelgem aan, bekend van de de koers Gent-Wevelgem. Een belangrijke koers, die dit jaar werd gewonnen door John Degenkolb. Hij klopte Arnaud Demare heel nipt. Via Wevelgem gaan de renners richting Mouscron/Moeskroen, om dan na 60 kilometer weer in Frankrijk aan te komen. Daar passeren we een paar van die prachtige industriestadjes, zoals Tourcoing. Daar staat dan nog wel een mooi stadhuis.

Tourcoing_hotel_ville_3-4.JPG

Van Tourcoing rijden we naar een van de bekendste wielersteden van Frankrijk, Roubaix. We volgen in Roubaix gewoon de grote weg, het bekendste vélodrome van Frankrijk laten we links liggen, hoewel het ongetwijfeld wel in beeld zal worden genomen. Na Roubaix is het nog maar een kilometer of 20 tot de eerste kasseistrook van de dag. Gruson au Carrefour de l'Arbre wordt aangedaan. In Parijs-Roubaix wordt deze strook altijd in tegengestelde richting gereden, het is een strook van 1100 meter en krijgt twee sterren. Twee sterren is niet heel veel, want de zwaarste stroken krijgen altijd vijf sterren. Deze strook ligt er redelijk netjes bij. Dit is een opwarmertje, zou je kunnen zeggen.

33elqwy.png

10 kilometer na deze eerste secteur is het tijd voor de tussensprint, in Templeuve. Na deze tussensprint is het nog maar een paar kilometer tot de volgende sector van de dag. Nummertje 8, we tellen af. Een strook die vaak voorkomt in de finale van Parijs-Roubaix, de strook van Pont-Thibaut. 1400 meter lang en drie sterren, dus al wat zwaarder dan de vorige strook. Ligt er ook wat slechter bij, maar is nog lang niet de moeilijkste strook van de dag.

pont-t10.jpg

Na 110 kilometer, er zijn dan nog 45 kilometer te gaan, krijgen we een strook die een van de zwaarste van allemaal zou kunnen zijn, maar helaas rijden we alleen het eerste, relatief makkelijke, deel van deze strook. De eerste kilometer van Mons-en-Pévelè. Drie sterretjes, geven we deze.

Mons_pav%C3%A9_%281%29.JPG

De volgende strook volgt nu heel snel. Als de strook richting Mons-en-Pévelè wordt verlaten fietsen de renners richting Bersée. Hier ligt een strook van 1400 meter. Dit is een strook die richting Auchy-les-Orchies loopt. In Parijs-Roubaix loopt deze strook altijd van Auchy-les-Orchies richting Bersée en is hij een stuk langer, nu doen we alleen het zwaardere tweede deel van deze strook. Een vrij lastige strook, maar niet al te lang. We geven er maar drie sterren aan.

auchy_10.jpg

Nu zijn er dus al vier stroken geweest, de laatste drie heel kort achter elkaar. Het is nog 40 kilometer tot de streep. 10 kilometer tot de volgende strook. De kasseistrook van Orchies naar Beuvry-la-Forêt. 1400 meter lang. Tijdens Parijs-Roubaix rijden ze deze altijd andersom. 700 meter oude kasseien en 700 meter redelijk nieuwe kasseien. Voor de helft dus goed te doen en een helft waar je minder comfortabel op je fiets zit.

beuvry10.jpg

Amper vijf kilometer later volgt sector 4 al. Sars-et-Rosières à Tilloy-lez-Marchiennes. Ook deze strook komt voor in Parijs-Roubaix. Het is een lange strook, 2400 meter. Niet echt de slechtste strook van allemaal, maar de lengte zal er wel voor zorgen dat er hier wat kan gebeuren.

tilloy10.jpg

Nog drie stroken en 20 kilometer te gaan. Na Tilloy binnengereden te zijn is het nog maar vier kilometer tot Warlaing, waar de volgende strook ligt. Ook deze strook komt voor in Parijs-Roubaix, is dan alleen wel een kilometer langer, nu doen we de goede 1400 meter van Brillon naar Warlaing. In die andere kilometer zitten een paar slechte stuken met flinke gaten, dus dat wordt overgeslagen.

27926921.jpg

Nog twee stroken te gaan. Er kan nu al een hoop gebeurd zijn, maar als dat niet het geval is, wanhoop niet. De zwaarste strook komt er nog aan. Zwaarste, want langste. Bijna vier kilometer lang is deze strook. Op 15 kilometer van de streep is het tijd voor Wandignies-Hamage à Hornaing.

5599702581_e1b63be010_z.jpg

Dan is er dus nog één strook te gaan en nog maar enkele kilometers. De strook van Hélesmes naar Wallers. 1600 meter. Geen verschrikkelijk slechte strook, maar met 14 kilometer kasseien in de benen kan hier, als er dan nog steeds niets is gebeurd, alsnog wat gebeuren. Ik neem aan dat er voor deze tijd al een flinke afscheiding is geweest, maar anders kan het op het laatste moment nog. Na deze strook is het nog maar 6 kilometer tot de finish. Als je hier een gat hebt ben je waarschijnlijk wel weg, want het valt niet te verwachten dat er nu nog een grote groep bij elkaar zal zijn.

waller10.jpg

Vanuit Wallers fietsen de renners richting Arenberg. Arenberg, dat iedereen wel kent, want dit dorp wordt ieder jaar tijdens Parijs-Roubaix gepasseerd voor de verschrikkelijkste en mooiste strook van de hele koers, Het Bos van Wallers. Helaas gaan we nu het bos niet in. We finishen voor het bos. Zo dichtbij, maar toch ook weer zo ver weg. Heel veel maakt het ook niet uit, ook zonder het bos moet dit een hele goede koers kunnen worden.

Wallers_-_Fosse_Arenberg_des_mines_d'Anzin_(415).JPG

De afgelopen jaren was het iedere keer droog tijdens Parijs-Roubaix. Sommige mensen doen ieder jaar een regendans, in de hoop dat we dan een paar druppels krijgen, maar het wil maar niet lukken. Het heeft er alle schijn van dat we morgen wél regen krijgen. Er wordt in de omgeving van Wallers regen verwacht, veel regen. We gaan dus hoogstwaarschijnlijk natte kasseien krijgen. Vandaag heeft het in dit gebied ook al geregend, dus in plaats van stof krijgen we nu een keer modder. Dit voegt natuurlijk wel een extra dimensie aan het hele gebeuren toe. Bovendien krijgen we te maken met een flink windje in de rug. Afhankelijk van hoe de renners fietsen zal de wind in de rug of van de zijkant komen. Vandaag was het ongeveer 25 km/u, lang niet genoeg om waaiers te creëren, morgen krijgen we al snel 50 km/u, tegen het eind van de middag zelfs 60 km/u. Dat is windkracht 7. Harde wind. Om het af te maken zijn de temperaturen ook vrij laag, zo rond de 16 graden. Dus, regen, windkracht 7 en een redelijk lage temperatuur. Dit zou wel eens een hele bijzondere etappe kunnen worden.

Een combinatie van het weer en dit parcours gaat er voor zorgen dat we nooit met een hele grote groep aan gaan komen bij de finish. Het gaat een slijtageslag worden. Ik ga, ondanks de geringe afstand, uit van een klein groepje. Man of 10, misschien zelfs minder. Op een van de laatste kasseistroken gaan er waarschijnlijk nog wel jongens proberen weg te rijden en dan denk je natuurlijk meteen aan de mannen die ook altijd enorm sterk zijn in Parijs-Roubaix. De laatste twee edities werd deze koers eigenlijk gedomineerd door Vanmarcke en Cancellara. Terpstra won dit jaar wel, maar die twee waren op de kasseien toch net wat indrukwekkender. Een van die twee gaat morgen winnen, daar ben ik heilig van overtuigd. Cancellara hoeft dit jaar geen Andy Schleck op sleeptouw te nemen, zoals in 2010. Frankie staat al op achterstand en anders gaat ie wel op z'n plaat, hoeven ze ook geen rekening mee te houden. Vanmarcke heeft dan wel Mollema, maar volgens Nico 'hop hop hop' Verhoeven hoeft hij op niemand te wachten.
1. Vanmarcke. Al meerdere jaren indrukwekkend in de klassiekers, maar de echt grote overwinning wil nog niet lukken. Dat moet morgen dan maar een keer gebeuren. Hij lijkt goed in vorm te zijn, was sterk op het Belgisch kampioenschap en had zonder Cavendish mogelijk een goede sprint kunnen rijden in de eerste etappe. Ik denk dat hij weg gaat fietsen van de rest en solo aan gaat komen.
2. Cancellara. Fabian rijdt altijd goed als er kasseien zijn. Morgen ook. Zal alleen net even het wiel van Vanmarcke niet kunnen houden en uiteindelijk het sprintje van de kleine overblijvende groep winnen.
3. Degenkolb. Na een paar dagen gewerkt te moeten hebben voor Kittel komt nu zijn eerste kans. Hij was ontzettend goed in voorjaarsklassiekers. Dit werk kan hij aan. Het is op dit moment alleen nog wel veel volgen, weinig aanvallen. Gaat ook morgen niet aanvallen. En dan ga je waarschijnlijk niet winnen.
4. Sagan. Wordt ook steeds beter in dit werk. Komt uiteindelijk net mee met het bepalende groepje, als hij tenminste niet teveel last heeft van zijn accidentje vandaag.
5. Lollerkowski. De man die alles kan. Komt ook gewoon prima over de kasseien. Niets mis mee.
  donderdag 10 juli 2014 @ 07:53:42 #8
84430 kanovinnie
Wie dit leest is gek!
pi_142128520
Etappe 6: Arras - Reims, 194 km

Dit is ons jaar. We hebben weer gewonnen. Zoveel jaren van armoede, maar dit jaar komt alles er ineens uit. We fietsten al enige jaren goed mee, maar het afmaken wilde niet lukken. Dit jaar valt alles dan ineens op z'n plaats. Voor het eerst sinds 2001 een klassieker gewonnen, Terpstra in Parijs-Roubaix. Voor het eerst sinds 2011 weer een rit in de Giro, daar volgde Weening zichzelf op en nu voor het eerst sinds 2005 een rit in de Tour. Bovendien nog overwinningen in zowat iedere belangrijke rittenkoers. Drie stuks in Parijs-Nice, twee stuks in Catelonië, eentje in het Baskenland en eentje in de Dauphiné. Bovendien hebben we, met alle koersen bij elkaar, het meest gewonnen van alle landen. Deze overwinning is de 75e overwinning in een UCI-koers dit jaar. Het gaat ons voor de wind en daar mogen we best blij mee zijn.

52c11bde912318bdab1f821caff8633d_view.jpg

Morgen krijgen we dan weer een hele saaie, vlakke etappe. We krijgen dus ruimschoots de tijd om na te genieten van deze fantastische overwinning. Het is weer tijd voor d'n Kit.

PROFIL.png
De start is in Arras. Een stadje met 45.000 inwoners waar de Tour al twee keer eerder is geweest. We bevinden ons in het Pas-de-Calais, een eindje onder Lille. De exacte plek van vertrek was ook de plek van vertrek tijdens een etappe in 1991 en tijdens de ploegentijdrit in 2004. Dat is vrij logisch, want het is de trekpleister van Arras, de plaatselijke citadel, die terug te vinden is op de werelderfgoedlijst van Unesco. Hier liggen ook kasseien, dus het is niet te hopen dat deze start wordt geschrapt.

Arras_citadelle01.jpg

Van Arras is het richting het zuiden, zonder enige serieuze hoogteverschillen. De eerste 100 kilometer is het eigenlijk volledig rechtdoor over de grote weg. Dat wordt bijzonder spectaculair om naar te kijken. We rijden het departement Somme binnen en passeren daar dorpen als Bapaume en Péronne. Bapaume en Péronne zijn van die dorpen waar behoorlijk werd gevochten tijdens de Eerste Wereldoorlog. De Slag aan de Somme, waarbij meer dan één miljoen slachtoffers vielen, werd in deze omgeving uitgevochten. In de omgeving van de rivier de Somme probeerden de Britten en Fransen door de Duitse linies te breken. In Péronne is nog een museum te vinden over deze gebeurtenissen, Historial de la Grande Guerre.

Peronne_museum.jpg

Na Ham rijden we het departement Aisne binnen. Hier rijden we een hele tijd over het platteland, om na 107 kilometer de eerste beklimming van de dag te krijgen. Hoewel het eigenlijk niet eens het noemen waard is, één kilometer aan 6 procent. Nou, het is wat. Wel een prima naam, Côte de Coucy-le-Château-Auffrique. Coucy-le-Château-Auffrique is een klein dorpje, deels verstopt binnen de muren van de overblijfselen van het kasteel van Coucy.

31749.jpg

We zijn ondertussen een heuvelachtig terreintje binnengereden. Het gaat nu een paar keer op en af. Stelt allemaal niet veel voor, maar wel wat anders dan de eerste 100 vlakke kilometers. Na dit eerste klimmetje is het al bijna tijd voor de tussensprint van de dag, deze is in Pinon. Loopt een klein beetje omhoog, maar mag ook niet echt een naam hebben. Ook hier kwamen de Duitsers in 1914 langs. Bleef ook niet veel van over. Zelfs het bos in de omgeving moest eraan geloven.

cartes-postales-photos-La-Butte-PINON-2320-7212-20071017-5e4i4t2d7b8p8u7k3h2x.jpg-1-maxi.jpg

Boven in Pinon zijn we op een heuvelrug terecht gekomen. Over deze heuvelrug loopt een weg, Chemin des Dames. Hier rijden we over en met een reden, want ook hier is weer een link met de Eerste Wereldoorlog te vinden. Deze heuvelrug werd bezet door de Duitsers. Dat vonden de Fransen toch niet zo'n goed idee en ze probeerden de Duitsers weg te jagen, zelfs met gebruik van de eerste Franse tanks, maar dat werd niet echt een succes. Een jaar later durfde men pas weer een nieuwe poging te jagen en lukte het uiteindelijk om de Duitsers te verslaan. Een bijzondere weg om over te fietsen dus.

Plateau_du_Chemin_des_Dames.JPG

De renners passeren Cerny-en-Laonnois, waar een groot kerkhof is en vele slachtoffers van de gevechten op Chemin des Dames begraven liggen. Vervolgens rijden ze van deze heuvelrug af en gaan ze op weg naar het volgende heuveltje van de dag, weer eentje van de vierde categorie. Côte de Roucy. 1,5 kilometer aan 6,2%, stelt ook niet veel voor. Na dit pukkeltje volgt er nog een, die dan weer niet in de boeken staat, maar op basis van het probleem ongeveer hetzelfde zal zijn. Daarna is het gedaan met de heuveltjes. Nog 30 kilometer tot de streep. Na 180 kilometer rijden we door het dorpje Bourgogne. Dat dorpje ziet er een beetje raar uit.

Bourgogne_Vue_Avion_2_CL.jpg

Daarna is het rechtdoor richting Reims. Reims is een stad met 188.00 inwoners. Een stad ie al vaak deel heeft uitgemaakt van de Tour, 12 keer maar liefst. In het verleden wonnen hier onder andere Abdoujaparov, McEwen en Petacchi. Altijd een sprint hier. In de stad Reims volgen nog maar twee bochten. Twee. In enkele kilometers. Dit moet dus eigenlijk geen probleem zijn. De renners finishen op de Boulevard Victor Hugo, een ontzettend brede weg. Een normale vlakke etappe schreeuwt Kittel, dit is er gewoon om gillen. Hysterisch gillen.

cathedrale_de_reims.jpg

Geen onaardige plaats, dat Reims. Kun je volgens mij goed vertoeven. Zeker met de wetenschap in je achterhoofd dat dit de woonplaats is van een van de beste (en knapste) wielrensters van het moment, Pauline Ferrand-Prevot. Helaas voor de renners is zij morgen niet aanwezig, ze is momenteel aan het koersen in Italië, de Giro Rosa, waar ze Marianne Vos iedere dag mag helpen aan de overwinning, wat zoals wel vaker aardig lukt.

1497066_473598209413278_1589643127_n.jpg

Het weer gaat morgen weer een beetje de goede kant op. Kans op regen blijft aanwezig, maar het wordt in ieder geval wat warmer. Dik boven de 20 graden. Het blijft waaien, maar minder hard dan vandaag, dus of het dan morgen eindelijk tijd voor waaiers is valt te betwijfelen. Waarschijnlijk niet. Regen dus wel, maar een verschrikkelijk simpel parcours, zonder heel veel bochten in de finale. Zou dus moeten lukken.

Dit wordt waarschijnlijk een sprint. Tenzij ploegen nu eindelijk klaar zijn met die hele Kittel en niet gaan achtervolgen, maar Lotto zal vast wel weer gaan rijden, omdat het dan maar viermaal scheepsrecht moet zijn met Greipel.
1. Kittel. Vijfendertig lengtes.
2. Greipel. Nu gaat zijn sprint er dan eindelijk wel een keer van komen. Het is immers volledig recht, zonder moeilijk gedoe met bochten. Deze etappe zou zelfs Theo Bos nog mee kunnen doen joh.
3. Demare. Vorige sprint derde, nu wel weer.
4. Sagan. Was vandaag sterk, maar toch niet sterk genoeg. Het zal voorlopig nog bij ereplaatsen blijven, maar hij pakt er wel de groene trui mee. Ook leuk.
5. Coquard. Kevin Reza, ontzettend groot en ontzettend sterk, zet hem wel goed af en dan wordt hij vijfde. Is wel leuk voor zo'n jonge kerel.
Op dinsdag 25 augustus 2015 15:48 schreef Toekito het volgende:
de grootste schande van heel FOK! naast Fylax is Kano als mod.
pi_142166036
Etappe 7: Épernay - Nancy, 234 km

Nadat we de hele dag lekker werden gemaakt viel het uiteindelijke resultaat toch een beetje tegen. Iedereen was de hele dag aan het raaskallen over waaiers. Uiteindelijk hebben we dat dan toch een klein beetje gehad, maar als de eerste groep uit meer dan 70 renners bestaat, heb je toch niet meteen een voldaan gevoel.

Etappe 7 speelt zich af in de streek van de champagne. Het wordt een lange etappe, met 234 km. Er is deze ronde maar één etappe die langer is. Het is een overwegend vlakke etappe, met twee bultjes in de finale, dus in plaats van een grote massasprint krijgen we nu waarschijnlijk nog steeds een massasprint, maar dan met een kleiner groepje.

stage_07_map_670.jpg
PROFIL.png

Épernay is de plaats van vertrek. Komt voor de zesde keer voor in de Tour de France. In 2010 en 2012 ook een vertrekplaats geweest. 2012, dat kunnen we ons nog wel herinneren. Van Épernay naar Metz. Massale valpartij, met uiteindelijk de opgave van zo ongeveer iedere Nederlander als gevolg. Épernay is geen hele grote stad, met maar 25.000 inwoners. De start is, hoe kan het ook anders, bij de Avenue de Champagne. Épernay wordt gezien als de hoofdstad van de champagneproductie. Aan de Avenue de Champagne zijn vele champagnehuizen gevestigd. Onder deze huizen vind je een heel netwerk van tunnels, waar alle champagne wordt opgeslagen, om te rijpen.

511dfbb586a92.jpg

We crossen lekker een beetje door de Champagne-Ardennen, op weg naar een stad als Châlons-en-Champagne. Een stad met een mooi stadhuis, mooie kerk en vakwerkhuisjes, waardoor je je ineens ergens in de binnenstad van een oude Duitse stad waant. Ook de Eerste Wereldoorlog komt weer ruimschoots aan bod. Op de map staat bij kilometer 50 Auve. Dat is een gehucht met 200 inwoners, dus normaal gesproken niet het vermelden waard. De komende jaren echter wel, want dit is weer een plek waar gevochten werd. De renners volgen eigenlijk continu de grote weg, die ontzettend weinig bochten kent. Na 66 kilometer wordt Sainte-Menehould gepasserd en hier rijden we weer een wat heuvelachtiger gebied binnen. Na 82 kilometer is Clermont-en-Argonne de volgende plaats van betekenis. In 1915 werd dit plaatsje door de Duitsers met de grond gelijk gemaakt.

Clermont-en-Argonne-1915_(1).jpg

We zijn nu in de omgeving van Verdun. Als het over de Eerste Wereldoorlog gaat kun je deze omgeving niet overslaan. De Slag om Verdun was een van de bloedigste veldslagen van de Eerste Wereldoorlog. Verdun zelf doen we niet aan, daar fietsen we met een boogje omheen. We komen wel door Douaumont. We fietsen daar langs het enorme ossuarium. Hier liggen meer dan 130.000 ongeïdentificeerde Duitse en Franse soldaten. Iets verderop ligt het Fort Douaumont. In de omgeving van dit fort werd flink gevochten, zoals er in deze hele regio flink werd gevochten. Op de plek waar nu dit ossuarium is, stond eerst een houten schuur, waar alle ongeïdentificeerde lijken werden verzameld. Uiteindelijk heeft men geld verzameld, om een waardigere rustplaats te bouwen, voor al deze gevallenen. Het werd een enorm gebouw, van 137 meter lang. Met daarvoor ook nog een enorm kerkhof. Indrukwekkend.

ossuaire_de_douaumont_02_zoom.jpg

Fietsend door de oude slagvelden, passeren we onder andere nog Moulainville, waar ook nog een fort is. Dit fort werd tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar getroffen. De Duitsers met hun dikke Bertha's wisten er wel raad mee. Uiteindelijk wisten de Fransen dit fort te behouden, door hele diepe tunnels te graven, waardoor ze geen last hadden van de Duitse mortieren en de giftige gassen die daarbij vrijkwamen.

28382315.jpg

Daarna gaan de renners naar de tussensprint van de dag. Deze is na bijna 150 kilometer in Hannonville-sous-les-Côtes. Dorpje met 500 inwoners, verder weinig te beleven. Op een paar kleine heuveltjes na gebeurt er verder nog niet veel. Het duurt tot kilometer 200 voor de finale echt een beetje kan beginnen. Na een kilometer of 200 is er een klein heuveltje, om vervolgens na 214 kilometer de eerste echte heuvel van de dag te krijgen. Côte de Maron. Vierde categorie, 3 kilometer lang aan 5%. Daar moet normaal gesproken iedereen wel overheen kunnen komen. Na dit bultje zijn de renners al bijna in Nancy. We rijden door de buitenwijken van Nancy, maar in plaats van meteen naar het centrum te fietsen, moeten de renners eerst nog een klimmetje van de vierde categorie overleven. Na 228 kilometer koers wacht de Côte de Boufflers op de renners. 1,3 kilometer aan 7,3%. Dat zal waarschijnlijk net even te zwaar zijn voor de Kittels en Greipels van deze wereld. Na 229 kilometer komen de renners hier boven, het is dan nog vijf kilometer tot de finish. Weinig tijd om terug te komen, laat staan om je verder te organiseren.

3b-avenue-boufflers.jpg

Het is in dalende lijn richting de streep, met enkele scherpe bochten. Twee bochten van 90 graden en zelfs nog een die bijna 180 graden is. In het voordeel van iemand die durft aan te vallen. In het nadeel van geloste sprinters die terug willen komen. De streep ligt op de Cours Léopold, in de buurt van de obelisk van Nancy. Ook de Porte Désilles, de Arc de Triomphe van Nancy, passeren we nog. De laatste rechte lijn is redelijk breed en redelijk lang. Op een paar 100 meter van de streep zit nog wel een flauw bochtje.

56544533.jpg

Nancy is een stad met 108.000 inwoners. 16 keer eerder kwam de Tour hier. Tweemaal von een Nederlander in deze stad. In 1971 was Rini Wagtmans aan het feest en twee jaar later was het de beurt aan Joop Zoetemelk. Andere bekende namen die hier hebben gewonnen zijn Bernard Hinauld, Fausto Coppi en Rik van Looy. Niet meteen een stad waar altijd een sprinter wint, dus. Dat biedt hoop voor morgen. Nancy noemt men ook wel Ville aux Portes d'Or, de stad van de gouden deuren. Om de reden daarvoor te ontdekken moet je op Place Stanislas zijn.

Place_Stanislas_Neptune_2005-06-01.jpg

Het wordt morgen weer wat warmer. Temperaturen boven de 20 graden. 23, als het een beetje meezit. Het waait nog steeds, maar niet harder dan vandaag. Kans op waaiers lijkt mij klein, maar ik ben verder ook geen weerman, dus ik laat de verdere voorspelling graag over aan Zonneveld. Droog. Als het goed is. Wel bewolking. Tegen het eind van de dag kans op onweer, maar dan ligt iedereen al in het hotel, dus dat is prima verder.

Het kan wel eens een onvoorspelbare etappe worden. De twee klimmetjes op het eind, die niet verschrikkelijk zwaar zijn, maar wel kort voor de streep, kunnen voor opschudding zorgen. Gaan Kittel en Greipel eerst die ene van 3 kilometer overleven? Dat denk ik nog wel, maar de laatste, 1,3 kilometer aan 7%, dat is waarschijnlijk van het goede teveel. De zware jongens gaan afhaken en hebben dan niet genoeg tijd om terug te komen. Dan nog kunnen er twee verschillende dingen gebeuren. Een sprint van een uitgedunde groep, een solo van een aanvaller, of een klein groepje dat wegrijdt.
1. Sagan. Als Sagan deze ronde nog eens een etappe wil winnen zal hij het morgen toch moeten doen. Er komen ongetwijfeld nog andere kansen, maar dit is wel in zijn voordeel. Komt met gemak over die twee klimmetjes en kan als de mastodonten van de weg verdwenen zijn het best wel eens afmaken.
2. Lollerkowski. Die jongen kan best wel eens gaan aanvallen. Dan heeft hij kans op te winnen. Als hij niet aanvalt, maar gokt op de sprint, legt Sagan hem er toch wel op. Normaal gesproken dan.
3. Degenkolb. Die kan dit ook makkelijk aan, maar ik twijfel nog een beetje over zijn vorm. Ik verwacht niet gelijk een overwinning van hem, hoewel het ook niet uit te sluiten is.
4. Kristoff. Moet dit toch wel net kunnen overleven. Om dan vervolgens krachten te missen in de sprint.
5. Rojas. Perfecte dag voor deze Francoist om maar weer een vijfde plaats aan het palmares toe te voegen.
  dinsdag 15 juli 2014 @ 14:50:43 #10
84430 kanovinnie
Wie dit leest is gek!
pi_142324052
Etappe 8: Tomblaine - Gérardmer La Mauselaine, 161 km

Wat twee kleine klimmetjes na meer dan 200 kilometer al niet kunnen doen. Een heel klein groepje bleef over, kleiner dan ik had verwacht. Ontzettend knap dat er met zo'n klein groepje nog zoveel gevallen wordt. De schade is uiteindelijk groot, gebroken dijbeen hier, gebroken neus daar, allemaal niet best. Uiteindelijk wint Sagan weer niet. Dat begint onderhand pijnlijk te worden. Weer moest zijn ploeg de hele dag werken, maar weer kon hij het niet afmaken. De aanval was nog niet zo slecht bedacht, maar als je daardoor uiteindelijk van Trentin verliest in de sprint ben je alsnog de schlemiel van de dag.

Dan wordt het tijd om richting de echte bergen te gaan. Nog niet naar het hooggeberte, eerst maar eens de Vogezen in. Een gebied dat helaas vaak wordt overgeslagen. Je hebt niet altijd de Alpen of de Pyreneeën nodig om een harde koers te krijgen, in de Vogezen kun je ook gewoon een ontzettend interessant parcours uittekenen. Zoiets als we tijdens de achtste etappe krijgen.

stage_08_map_670.jpg
PROFIL.png

Tomblaine is de plaats van vertrek. Een voorstad van Nancy, waar we de vorige etappe aankwamen. Voor de tweede keer maakt dit stadje deel uit van de Tour, in 2012 voor het eerst. We bevinden ons in het departement Meurthe-et-Moselle. Lekker in de buurt van de Moezel dus. Tomblaine is waar we het stadion van de voetbalclub AS Nancy-Lorraine vinden. Stade Marcel Picot. Een stadion dat in 2006 bijna werd gesloopt door enkele "supporters" van Feyenoord. Al jaren ging het niet al te soepel met Feyenoord en uitwedstrijden in Europa, daarom was het ook niet de bedoeling dat fans naar Nancy af zouden reizen. Gebeurde toch. Beetje knokken in de stad, ruiten ingooien, proletarisch winkelen, je kent het wel. Daarna natuurlijk naar het stadion. Beetje met stoelen smijten, aanstekertjes koppen, door hekken proberen te breken. Allemaal erg onverstandig. De Franse ME wist er niet echt raad mee, dus begonnen ze maar met traangas te smijten. Wel effectief natuurlijk. Misschien een beetje te effectief, want dat traangas bereikte ook het veld. Vooral de keeper was de lul. Henkie Timmer ging naar de grond. Stond op en schold zijn verdedigers uit. Hoe kregen ze het in godsnaam voor elkaar om dat traangas niet tegen te houden? Sukkels! Met betraande ogen verliet hij het veld. Sindsdien is het eigenlijk nooit meer wat geworden met Feyenoord in Europa.

slopen_413433i.jpg

De start is echt in een enorme pauperwijk. Werkelijk waar een enorme achterstandsbuurt. Tussen de vervallen flats door fietsen de renners snel de stad uit, het platteland op. Na 20 kilometer wordt Lunéville gepasseerd. Een stad met 20.000 inwoners, maar veel belangrijker, een château! Jawel, eindelijk weer een goede toevoeging aan het kastelenboek van Herbert.

Chateau_de_Lun%C3%A9ville_-_2012-05-16.jpg

Op enkele kleine hoogteverschillen na kunnen we de eerste 130 kilometer met gemak vlak noemen. Er worden weinig noemenswaardige plaatsen aangedaan in de eerste 50 kilometer. Alleen Baccarat is het vermelden waard. Baccarat is de kristalstad van Frankrijk. Bovendien een kaartspel, maar dat is dan weer minder relevant. Na ongeveer 60 kilometer koers komen we aan in de Vogezen. Met Épinal passeren we de geboortestad van Nacer Bouhanni. De Frans-Marokkaanse sprinter van FDJ, die er in de Tour niet bij is. Hij had dat zelf wel graag gewild, maar de andere sprinter van de ploeg, Arnaud Démare, zag dat niet zo zitten. Bouhanni wilde wel voor Démare werken, maar andersom ging die vlieger niet op. De ploeg moest daarom een keuze maken en koos voor Démare. Bouhanni trok zijn conclusies en vertrekt daardoor volgend jaar naar Cofidis. Épinal is wel een aardige stad, met een mooie kasteelruïne. Kastelenboek, kom er maar in.

Epinal_chateau1.jpg

Dan zijn we alweer bijna bij de tussensprint van de dag, na exact 100 kilometer in Dinozé. Dinozé is een beetje een vreemde eend in de bijt, deze Tour. We doen een aantal plaatsen aan die een rol hebben gespeeld tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar buiten Dinozé is een militaire begraafplaats te vinden, met slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Dit Épinal American Cemetery and Memorial wordt gepasseerd tijdens de koers.

Epinal_Cemetery5.jpg

De komende 20 kilometer, tot Remiremont, volgen we de Moezel. Daarom is het ook zo vlak. Lekker cruisen door de vallei. In Remiremont steken we de Moezel over, naar Saint-Étienne-les-Remiremont. Dan volgen we de rivier nog even van de andere kant, tot het dorpje Vagney, waar we afslaan om aan de eerste klim van de dag te beginnen. Natuurlijk mooi, een rivier volgen, maar de bergen in deze omgeving zien er ook uitnodigend uit. Na een kilometer of 130 komen we hier aan. Dan zijn er nog 30 kilometer te fietsen en drie beklimmingen te gaan.

vagney-axe-nord-sud-6-aout-2008.jpg

De eerste beklimming van de dag is er een van de tweede categorie. Col de la Croix des Moinats. Het is meteen de langste van de dag, met 7,6 kilometer. Het gemiddelde is niet heel indrukwekkend met 6%, maar de moeilijkheid van vandaag zit hem natuurlijk in het feit dat de drie klimmetjes direct achter elkaar zitten. Het zwaarste gedeelte van de klim zit tussen kilometer 3 en 6. Nog steeds niet heel erg spannend, met een maximaal stijgingspercentage van een procent of 7,5, maar in ieder geval goed om het peloton alvast wat uit te dunnen.

PROFILCOLSCOTES_1.png

De renners dalen af richting La Bresse, om eigenlijk meteen aan de volgende klim te beginnen. Een hele korte afdaling, gevolgd door een korte klim. De Col de Grosse Pierre is er wederom een van de tweede categorie. Niet te verwarren met de Col de Grosse Pierre die in 2012 werd beklommen en ook nog later in deze Tour terug zal komen. Dit is een andere kant van de berg, de Traverse de la Roche. Een veel steilere kant, ontdekt via Google Maps. Ja, zo professioneel gaat dat. Drie kilometer aan 7,5%. Dan val je niet gelijk van je stoel, maar de eerste kilometer en de laatste kilomter moet je eigenlijk vergeten. De tweede kilometer is angstaanjagend, met een gemiddelde van 11% en een maximaal stijgingspercentage van 16%. Meer dan één kilometer aan 11%, dat gaat behoorlijk wat schade veroorzaken. Je kan er best wel vanuit gaan dat hier geen hele grote groep over gaat blijven. De weg is steil, slecht en smal. Dat zien we graag.

PROFILCOLSCOTES_2.png

14l6492.png

Eenmaal boven zit de koers er al bijna op. Nog maar 10 kilometer te gaan. De renners dalen af richting Gérardmer. Een plaats die we natuurlijk allemaal wel kennen. Hoef ik verder weinig woorden aan vuil te maken. 2005, Pieter Weening, Andreas Klöden, 0,0002 seconden, er is al genoeg over geschreven. In tegenstelling tot in 2005 is de finish niet beneden in Gérardmer. Neen, we moeten nog een stukje omhoog, naar La Mauselaine, een wintersportgebied boven Gérardmer. De Côte de la Mauselaine is een beklimming van de derde categorie. Het is een flinke muur, 1,8% kilometer aan 10% gemiddeld. Een maximaal stijgingspercentage van 13%. Vrij pittig. Er gaat hier een verdomd klein groepje sprinten om de dagzege. De opeenvolging van klimmetjes gaat ervoor zorgen dat het een afvalrace gaat worden. De beklimmingen zitten direct achter elkaar, dus terugkomen in de afdaling gaat lastig worden. Het is zo steil dat je in principe moeilijk kan inhouden, zeker op de laatste twee beklimmingen. Dit zou wel leuk moeten worden.

PROFILCOLSCOTES_3.png

De finish is hier zo ongeveer, net voor de grote parkeerplaats. Prima uitzichtje op Gérardmer, prima uitzichtje op het meer van Gérardmer en een prima watermerkje.

IMG_0635.JPGfichier_du_20111027.JPG

We krijgen waarschijnlijk wederom slecht weer, zoals eigenlijk al de hele Tour. Kans op regen en temperaturen rond de 17 graden. Dat is niet bijzonder veel voor de tijd van het jaar. Normaal hebben we tijdens de Tour altijd goed weer, maar dit jaar is het blijkbaar even anders. Het goede weer kan natuurlijk nog komen, maar we hebben er nu dan al een week opzitten met overwegend slecht weer. Komt niet vaak voor. In de finale zijn er enkele afdalingen, dus het zou wel fijn zijn als het droog blijft, maar de kans bestaat dus dat het gaat regenen.

Morgen zou het zomaar de eerste etappe kunnen zijn dat een kopgroep het haalt. Het zal voor een groot deel afhangen van Astana. Willen ze de trui houden of staan ze 'm liever een paar dagen af? Ik ga er toch maar vanuit dat de grote namen gaan vechten voor de etappe, het is immers de eerste echte kans voor de klimmers. Er staan al een aantal mannen op een behoorlijke achterstand door de kasseienrit, voor deze mannen is het zaak om tijd terug te pakken en hoewel er betere mogelijkheden komen om dit te doen, is dit er ook gewoon een. Nibali zal hier niet direct in de problemen komen, komt normaal prima over de steile korte klimmetjes. Deze etappe zou ook zomaar voor een outsider kunnen zijn.
1. Slagter. Een van die outsiders. Normaal zal hij moeten werken voor Talansky, maar dat zou tijdens deze etappe enorm jammer zijn. Dit is hem op het lijf geschreven. Laat de rest van de ploeg maar lekker voor Talansky zorgen en geeft Slagtertje de kans. Hoewel het maar afwachten is hoe het met zijn vorm is, heeft sinds de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik eigenlijk ook niet heel veel meer laten zien. Maakt niet uit, af en toe moet je lekker chauvinistisch zijn. Slagtertje gaat het doen!
2. Valverde. Als winnaar van de Waalse Pijl ben je eigenlijk de grote favoriet voor de rit van morgen, maar Alejandro zou Alejandro niet zijn als hij morgen weer per ongeluk op kop komt, dan in paniek raakt en zo druk begint te gebaren met zijn ellebogen dat hij bijna van de weg af stuurt. Daar gaat onze Groningse vriend van profiteren.
3. Rodriguez. Het is even afwachten hoe het met de vorm van Purito is. Heeft na de Giro, waar hij uitviel, helemaal niets gedaan. Rijdt deze Tour nog vaker in laatste positie dan Titi. Van de ene kant heeft hij nog geen trap teveel gedaan, van de andere kant zou je kunnen zeggen dat dit niet echt een teken is van goede vorm. Maakt allemaal niet heel veel uit verder, een Rodriguez zonder goede vorm komt op steile bultjes alsnog bovendrijven.
4. Lollerkowski. Daar is ie weer hoor. Komt bij iedere etappe in de voorspelling voor, dan ben je een hele grote hoor! Deze jongeman is ook altijd heel goed tijdens de Waalse Pijl, dus dan doe je morgen ook gewoon mee. Misschien wint ie zelfs wel, moet je niet uitsluiten.
5. Nibali. Kan dit best wel aan. Denk niet dat hij gaat winnen, maar gaat hier ook niet echt tijd verliezen.

P.S. Dit is te zwaar voor Sagan.
Op dinsdag 25 augustus 2015 15:48 schreef Toekito het volgende:
de grootste schande van heel FOK! naast Fylax is Kano als mod.
  dinsdag 15 juli 2014 @ 14:50:52 #11
84430 kanovinnie
Wie dit leest is gek!
pi_142324058
Etappe 9: Gérardmer - Mulhouse, 170 km

Dat bleek toch allemaal wel heel erg steil te zijn. Meer schade dan verwacht. Enkele namen zakten onverwacht door het ijs, zoals een Lollerkowski, een Fuglsang en een Van den Broeck. Al met al wel een leuke rit, zoals we al een aantal leuke ritten hebben gehad. Deze eerste week van de Tour is prima geweest, hopelijk blijft dat zo in de komende weken.

Op papier volgt nu een fantastisch etappe. Althans, fantastisch als je de laatste 40 kilometer wegdenkt. De helft van die 40 gaat naar beneden en de andere helft is vlak. Het is de hele dag op en af, zonder een kilometer vlak. Een etappe zoals je eigenlijk nooit in de Tour ziet. Geen verschrikkelijk zware bergen van de buitencategorie, maar zes beklimmingen, variërend van eerste tot derde categorie, zouden wel genoeg moeten zijn om een waar slagveld te creëren. Daarom is het wel heel teleurstellend dat er na de laatste afdaling nog 20 vlakke kilometers zijn. In plaats van een strijd tussen de favorieten, zouden we hier zomaar een redelijk grote groep kunnen krijgen die gaat strijden voor de dagzage.

Tour-de-France-Stage-9-1400753649.png
PROFIL.png
Dit zijn de vervelendste etappes voor de renners. In plaats van een vlakke aanloop, om even lekker in het ritme te komen, gaan we gelijk beginnen aan de eerste klim van de dag. Direct na de start in Gérardmer fietsen de renners vol de Vogezen in, op weg naar de Col de la Schlucht, tweede categorie. Meteen een beklimming van 8,4 kilometer. Met 4,5% gemiddeld een lopende klim, maar toch vervelend als je net wakker bent. De eerste kilometers, in de geneutralizeerde zone, lopen al licht omhoog, met 2%, zo ongeveer. Het départ réel is in Xonrupt-Longemer en daar begint de klim ook echt. Enkele kilometers met percentages van rond de 6%, om richting de top weer wat af te vlakken, naar 3%.

ob_ed3d7ee1c4df11b84514de8434cc1d67_dsc03419.jpg

Het is een beklimming die wel vaker is voorgekomen in de Tour. In 2009, tijdens de etappe van Vittel naar Colmar nog. Toen was cultheld Rubén Pérez hier als eerste boven. De etappe werd uiteindelijk gewonnen door Heinrich Haussler, die tegenwoordig vooral uitblinkt in het vallen van zijn fiets. We bevinden ons nog even in Lotharingen, maar fietsen richting de Elzas. Vandaar de vele Duitse namen van de plaatsen en beklimmingen die we nog gaan passeren. Schlucht is uiteraard ook Duits en staat voor bergkloof. Dat is nog eens nuttige informatie.

Blick_auf_Col_de_la_Schlucht_140707.JPG

Er volgt nu een redelijk lange afdaling, voor we beginnen aan de volgende klim van de dag, de Col du Wettstein. De klim van de derde categorie begint buiten het dorpje Orbey en is 7,7 kilometer lang en 4,1% gemiddeld. Niet echt een hele lastige klim, maar dat hoeft in het begin van deze etappe ook niet. De lastigere klimmen komen hierna. Op de top van deze beklimming is een begraafplaats te vinden, met Franse slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Cimetière des Chasseurs.

11_Sued_.jpg

In de afdaling komen we langs een andere begraafplaats. Deze is voor de Duitsers. In deze omgeving werd flink gevochten. Een lastig gebied om te vechten, tussen de bossen en rotswanden door. Meer dan 17.000 slachtoffers vielen hier.

FR68LING0001.jpg

De afdaling is een bochtige, over redelijks malle wegen. Pas na enkele kilometers komen de renners weer op een grotere weg terecht. Dit is een lange afdaling, want we rijden helemaal naar beneden. Naar het dal van de rivier La Fecht. Eenmaal beneden komen we uit in Turckheim. Een dorpje dat je laat denken dat je ineens in de reïncarnatie van de Deutschlandtour terecht bent gekomen. Jens Voigt gaat hier meteen heel hard van fietsen.

Turckheim_centre.jpg

In Turckheim passeren we La Fecht en maken we ons op voor de derde beklimming van de dag. Côte des Cinq Châteaux. Hier waren dus ooit vijf kastelen. Ondertussen zijn er alleen ruïnes over, te weten, Pflixbourg, Château du Hohlandsbourg, Château de Hagueneck en Les Trois Chateaux d'Eguisheim. Eigenlijk dus zelfs zes, als je het zo bekijkt, hoewel Hagueneck wel het buitenbeentje zal zijn. De lelijkste en het verst van de Route af. Les Trois Chateaux d'Eguisheim, ook wel de Drei Exen genoemd, zijn ook echt drie afzonderlijke kastelen geweest. De klim zelf is 4,5 kilometer lang, 6,1% gemiddeld. Nog steeds niet ontzettend zwaar, maar al zwaarder dan de eerste twee.

image05.jpg

Ondertussen zijn er al 70 kilometer afgelegd. Nog maar 100 kilometer te gaan. Een hele korte afdaling volgt, voor er begonnen wordt aan de volgende beklimming van de dag. Na de vorige van de derde categorie nu een van de tweede categorie. Côte de Gueberschwihr. Een klim waar weinig over bekend is. Zelfs niet eens een profiel van te vinden. In ieder geval, van het dorpje Gueberschwihr 4 kilometer omhoog aan bijna 8% gemiddeld. Dat is na de relatief makkelijke beklimmingen hiervoor ineens een hele lastige klim. Na 86 kilometer komen de renners boven, dan zijn er dus al vier beklimmingen geweest, met een kilometer of 25 omhoog.

Hundsplan_2.jpg

Het duurt niet lang voor we weer een klimmetje krijgen. Deze heeft echter geen categorie opgeplakt gekregen. Toch is het er een van 3,8 kilometer. Col du Bannstein. Toch meer dan 4% gemiddeld, dus eigenlijk wel gewoon vierde categorie waardig. Na deze beklimming is er weer een kleine afdaling en gaan de renners op weg naar de zwaarste klim van de dag, Le Markstein. Aan de voet van deze klim ligt de tussensprint van de dag, in Linthal. Deze kant van Le Markstein is bijna 11 kilometer lang en 5,4% gemiddeld. Eerste categorie. Eenmaal boven is er een klein stukje afdaling, om nog een stukje mee te pakken van Le Grand Ballon. Le Grand Ballon is een klim die vaker is voorgekomen in de Tour, maar nu pakken we alleen de laatste anderhalve kilometer mee, van de westkant. Deze anderhalve kilometer is wel een procent of 8,5 gemiddeld, dus redelijk zwaar.

m_grand_ballon_beide.jpg

Boven op Le Grand Ballon zijn er 127 kilometer gedaan. Nog meer dan 40 kilometer koers. Er volgt een afdaling, richting Col Amic, waar het nog even een klein beetje omhoog gaat. Daarna is het gedaan met het klimwerk. Een heleboel klimmetjes, maar of het uiteindelijk voor een hele spannende koers gaat zorgen valt nog te bezien. Na Col Amic is het naar beneden richting Cernay. 20 kilometer afdaling, daarna 20 kilometer richting Mulhouse.

Col_amic.jpg

Beneden in Cernay is het via Wittelsheim richting Mulhouse. 20 vlakke kilometers, de eerste vlakke kilometers van de dag. Alles wat gelost is krijg ruimschoots de kans om terug te komen. Denk dat we leukere taferelen hadden gekregen als de finish meteen beneden in Cernay was geweest. Een finish ná een berg is wel leuk, je moet het vlakke stuk alleen niet te lang maken. Hoe dan ook, in Mulhouse finishen we en dat is niet voor het eerst. Voor de 13e keer zelfs. Enkele grote namen wonnen hier: Hinault, Fignon, Maertens en Godefroot. Mulhouse is een stad tegen de grens met Duitsland. 113.000 inwoners. De stad met het grootste automuseum ter wereld, zeggen ze.

origin_gwuxis1q_mutuelle-mulhouse.jpg

De laatste keer dat we Mulhouse aandeden was in 2005. Toen won de volgespoten kip, Michael Rasmussen. Deze etappe en die van toen zijn aardig vergelijkbaar. Ook toen gingen we van Gérardmer naar Mulhouse en ook toen gingen we over Le Grand Ballon, om vervolgens een lang vlak stuk te hebben. Rasmussen reed op de laatste klim weg van Christophe Moreau en Jens Voigt. Iedereen had gedacht dat ze hem op het vlakke nog wel in zouden halen, maar hij liep alleen maar verder uit, om aan het eind met 3 minuten voorsprong te winnen. Toen vond ik het nog wel een knappe prestatie, met de kennis van nu ontzettend hilarisch.

le-danois-michael-rasmussen-s-etait-impose-a-mulhouse-lors-de-la-9e-etape-du-tour-de-france-2005-photo-d-archives-darek-szuster.jpg

Het weer gaat morgen de goede kant op. Het lijkt erop dat het morgen droog is in Mulhouse en omstreken. Bovendien een redelijke temperatuur, graad of 22. Waait vrij hard, wat misschien nog effect kan hebben op het laatste stuk. Vermoedelijk vooral wind mee en in de rug, niet direct tegen. Lijkt allemaal zo, kan morgen natuurlijk met gemak anders zijn.

Dit wordt de moeilijkste voorspelling tot nu toe. Ik heb geen flauw idee wat we morgen gaan krijgen. In 2005 werd het een etappe voor de vluchters. Nu kent de etappe meer hellingen en minder vlakke kilometers, dus helemaal hetzelfde is het niet. Het kan zijn dat een kopgroep morgen geen kans gaat krijgen omdat de ritzege vandaag al naar een vluchter ging. Van de andere kant krijgen we zondag La Planche des Belles Filles. Het is dus maar de vraag of de favorieten morgen tot het gaatje zullen gaan. En als ze tot het gaatje gaan, is het maar de vraag hoe groot de groep is die uiteindelijk aan de streep gaat komen. De eerste 120 kilometer gaat het op en af, met enkele makkelijke en enkele minder makkelijke beklimmingen. Als daar gas wordt gegeven gaat de groep niet heel groot zijn, maar dan is het weer de vraag hoeveel renners terug gaan komen in de laatste afdaling en vlakke kilometers daarna. Moeilijk om in te schatten. Bij mijn vijf namen ga ik toch maar voor een aantal jongens die goed kunnen klimmen, maar al op aardige achterstand staan en morgen gaan aanvallen.
1. Dumoulin. Onze Dumoulin. Heeft vandaag flink veel tijd verloren en een klassement is daarmee al verdwenen. Hield hij ook geen rekening mee. Hij ging liever voor een rit. Nou, dan lijkt mij morgen een uitstekende gelegenheid om het eens te proberen. 11 minuten achter Nibali, die krijgt wel wat ruimte. Liet in Nancy ook zien nog een redelijke sprint te hebben.
2. Navarro. Eindigde vorig jaar nog in de top 10, maar dat gaat dit jaar waarschijnlijk niet lukken. Heeft al drie kwartier aan z'n broek. Dan mag je ondertussen wel een keer aan gaan vallen.
3. Wyss. Die jongen van IAM. Was ineens heel goed aan het klimmen in de Ronde van Zwitserland. Daar moest hij werken voor Frank, die is nu weg, dus mag hij zijn eigen kans gaan. Een keertje aanvallen en als hij dan net zo goed klimt als in Zwitserland, kan hij een eind komen.
4. Voeckler. Titi in de aanval! Is toch heerlijk man. Laat gaan joh.
5. Spilak. Simon is altijd goed als het slecht weer is, daarom valt het me tegen dat we hem nog niet hebben gezien. Tijdens de Dauphiné liet hij zien dat hij ook kan winnen als de zon schijnt, dus misschien zien we hem morgen ineens wel verschijnen.

Volledig arbitraire namen. Ook een keer leuk.
Op dinsdag 25 augustus 2015 15:48 schreef Toekito het volgende:
de grootste schande van heel FOK! naast Fylax is Kano als mod.
  dinsdag 15 juli 2014 @ 14:51:11 #12
84430 kanovinnie
Wie dit leest is gek!
pi_142324069
Etappe 10: Mulhouse - La Planche des Belles Filles, 161 km

Ik zal nog eens een keer zeggen dat het een leuke Tour is. Krijg je meteen de saaiste etappe van allemaal. Wel een mooie winnaar, maar dat is alles ook meteen mee gezegd. Snel vergeten en door naar de volgende etappe, die hopelijk wat meer spektakel op zal leveren.

De eerste echte bergrit van de Tour. We hebben al wat bergjes gehad, maar dit is voor het eerst het echte werk. De favorieten hebben we al een beetje gezien, maar tijdens deze etappe gaat er voor het eerst echt veel duidelijk worden. Zeven beklimmingen, waaronder vier van de eerste categorie. Alles is aanwezig voor een goede strijd tussen de favorieten. Of dat ook echt gaat gebeuren weet je natuurlijk nooit, maar het is wel goed mogelijk.

stage_10_map_670.jpg
PROFIL.png

In de omgeving van Mulhouse is het behoorlijk vlak, dus voor we aan de eerste klim van de dag beginnen moeten er eerst nog een aantal vlakke kilometers overbrugd worden. Na 20 kilometer rijden we het dorpje Soultzmatt binnen, waar de voet van de eerste klim is. Col du Firstplan. Een klim die al vaker is voorgekomen in de Tour, voor het laatst in 2009. Een relatief makkelijke klim, meer dan 8 kilometer aan 5,4% gemiddeld. Een goede opwarmer.

col-du-firstplan-722m.jpg

Er wordt afgedaald, helemaal naar beneden. Bij de rivier La Fecht, die we gisteren ook al passeerden. Al vrij vroeg in de etappe krijgen we de tussensprint, in het dorpje Mühlele. Na 40 kilometer, om precies te zijn. We kunnen dus verwachten dat een Sagan in de aanval gaat, zoals Hushovd dat in zijn goede tijd deed. Een paar kilometer later passeren we het pittoreske dorpje Munster.

Munster_-_Alsace_-_France.jpg

We beginnen dan ook aan de tweede klim van de dag. Le Petit Ballon. Petit, want al snel een meter of 200 minder hoog dan de Grand Ballon, maar zeker geen makkelijke klim. 9,3 kilometer en 8,1% gemiddeld. Een regelmatige klim. Alleen de laatste kilometer is wat makkelijker, verder zijn de percentages heel stabiel tussen de 7 en 8%. Een lastige klim, maar dat is ook logisch, want het is er een van de eerste categorie. Mooie uitzichten hier, als het een beetje goed weer is.

Petit-Ballon-7_900_Pixel.jpg

Boven op de kleine Ballon zijn er 55 kilometer afgelegd. Er volgt nu een hele korte afdaling. Zonder ergens beneden te komen beginnen we meteen aan de volgende beklimming van de eerste categorie. Col du Platzerwasel. Zeven kilometer aan 8% gemiddeld. Toch niet echt vergelijkbaar met de Petit Ballon, want deze klim is veel onregelmatiger. Er is zelfs een kilometer aan 10,7%. Daarna nog een kilometer aan 9%, maar ook een aantal makkelijkere kilometers. Of nouja, wat je makkelijk noemt. Nog steeds 6%. De laatste kilometer is voor de gezelligheid nog even 10%. In een kort tijdsbestek dus twee hele pittige klimmen achter elkaar.

CIMG0605.jpg

Nu krijgen we alleen wel een redelijk vervelend tussenstuk in de etappe. Het duurt wel weer een tijdje voor er weer een echte uitdaging komt. Als er ergens al gaten vallen, zal alles nu wel weer redelijk snel bij elkaar komen. Na de top van de Platzerwasel is er eerst nog een plateau, daarna begint de afdaling pas. De afdaling is een lange, bijna 20 kilometer. Na 95 kilometer komen de renners aan in het dorpje Kruth, waar de volgende klim begint. De Col d'Oderen. Een beklimming van bijna zeven kilometer, aan 6% gemiddeld. Een klim met één zware kilometer aan 8%, de rest van de klim is aanzienlijk makkelijker, met zelfs kilometers die de vijf procent nog niet halen. Geen hele zware uitdaging, zeker niet na de vorige twee.

25981564.jpg

Twintig kilometer na de top van de Col d'Oderen bereiken we alweer de volgende top. Dit is de makkelijkste van de dag, de Col des Croix. Eentje van de derde categorie, drie kilometer aan 6% gemiddeld. Hoewel dat volgens de site van de Tour zelf is. Andere profielen tonen aan dat je eerder aan 5,5% gemiddeld moet denken. Niet dat het allemaal veel uitmaakt, hier gaat weinig gebeuren. Het is wachten op de laatste twee beklimmingen van de dag.

Col-des-Croix1-1.jpg

Nu kan de finale dan echt gaan beginnen, na meer dan 130 kilometer koers. Volgens de Tour is de volgende klim 3,5 kilometer, maar in werkelijkheid is deze klim veel langer. De klim heeft 3,5 hele lastige kilometers, maar daarvoor en daarna zijn er nog enkele kilometers te vinden waar het flink omhoog loopt. Een beetje misleidend is het volgende profiel dus wel.

PROFILCOLSCOTES_1.png

De Col de Chevrères, in totaal bijna 9 kilometer lang. 5,8% gemiddeld, maar voor de Tour telt alleen het middenstuk van 3,5 kilometer. Dit is wel een verschrikkelijk tussenstuk. Een kilometer aan zeven procent, daarna een aan tien en vervolgens de zwaarste, aan bijna vijftien procent, met zelfs een stukje van achttien procent. Dat is behoorlijk zwaar en een goede mogelijkheid om vast aan de finale te beginnen. Natuurlijk, we kennen de huidige generatie wielrenners, ze zullen wel wachten tot de laatste beklimming, maar dit is een uitstekende mogelijkheid om al eens flink aan de boom te schudden.

02_Chevreres_Steilstueck.jpg

Dan is het tijd voor de laatste beklimming van de dag. Nog even afdalen naar Plancher-les-Mines, om daarna aan de slotklim te beginnen. Een klim die voor de tweede keer in de Tour zal voorkomen. De eerste keer was in 2012. Toen won d'n Alien, Chris Froome. Toentertijd was hij nog het knechtje van Wiggins, maar de laatste steile meters lieten enige ploegentactiek niet toe, dat was ieder voor zich. Froome kon zich niet inhouden en viel aan. Hij maakte het af en won zo zijn eerste rit in de Tour.

PROFILCOLSCOTES_2.png

La Planche des Belles Filles heeft natuurlijk een mooi verhaal. Een legende zelfs. Tijdens de Dertigjarige Oorlog zouden Zweedse huurlingen dit gebied hebben geterroriseerd. Meisjes, die niet misbruikt wilden worden door deze wrede barbaren, vluchtten naar deze berg. Ze gingen nog liever dood dan dat ze misbruikt zouden worden. Daarom sprongen ze van het plateau naar beneden, hun dood tegemoet. Vaak kwamen ze dan in het ondergeleden meer terecht, dat de naam Étang des Belles Filles (vijver van de mooie meisjes) draagt. Of het klopt of niet, in ieder geval een bijzonder verhaal. Er is ook een beeld op de top, dat dit hele verhaal moet uitbeelden.

La-planche-des-belles-filles-03.jpg

De klim zelf mag je ook redelijk bijzonder noemen. Frankrijk staat toch niet echt bekend om de verschrikkelijk steile beklimmingen. Dit is wel een klim die je gerust steil mag noemen. 5,9 kilometer, 8,5% gemiddeld. Heel veel stukken boven de 10%, maar het venijn zit hem vooral in de staart. Het laatste stuk is aan 20%. Waarschijnlijk een van de steilste stukjes weg in Frankrijk. Kan voor spektakel zorgen, maar het kan er ook voor zorgen dat iederen liever wacht tot dat laatste stukje.

0TPBF_28.jpg

Deze Tour is er iedere dag wel kans op regen. Nu ook weer, hoewel het een relatief kleine kans is. Heel warm zal het wederom niet worden, 20 graden. Als ik naar de voorspelling voor de komende week kijk lijkt het er wel op dat het na de rustdag wat beter gaat worden, maar niets is zo veranderlijk als het weer.

Twee dagen achter elkaar heeft een vroege vluchter het gered, dan weet je het wel. Dit wordt een strijd tussen de favorieten. Het is alleen nog afwachten wat voor een strijd het zal worden. Gaat iemand iets proberen op Chevrères, of wachten we weer met z'n allen gezellig af tot de laatste klim? Het is de dag voor de rustdag, dus inhouden heeft geen zin. Ik hoop dat de renners er vroeg aan gaan beginnen. Met dit parcours is weinig mis, denk ik. Nu is het aan de renners.
1. Contador. Bertje gaat hier wel winnen, denk ik. Alleen de manier waarop is een vraagteken. Hij staat redelijk ver achter Nibali en kan dus eigenlijk geen mogelijkheid onbenut laten om Lo Squalo het vuur aan de schenen te leggen. Het kan zomaar zijn dat Bertje er redelijk vroeg aan gaat beginnen, wat ik toe zou juichen. Doet hij dat niet wint hij waarschijnlijk nog steeds, alleen dan met wat minder voorsprong.
2. Nibali. Of hij het drie weken vol gaat houden weet ik niet, maar voorlopig is Nibali in ieder geval in hele goede doen. Hij zal niet snel lossen. Uiteindelijk lijkt het me wel dat Contador de betere van de twee is. Zou ook moeten, als je naar dit seizoen kijkt.
3. Porte. Lollerporte. Wel prima bij dat Sky, als er een wegvalt staat de volgende gelijk op. Mooi man.
4. Valverde. Dit is wel wat voor Alejandro. Leek niet helemaal in goede doen, een paar dagen geleden, maar de nieuwe tactiek van Movistar is om rustig aan een ronde te beginnen, om vooral in de derde week te pieken. Zal nu ook wel weer het geval zijn, dus morgen nog geen heldendaden van Piti. Een beetje de rest proberen te volgen en de schade beperkt proberen te houden.
5. Pinot. Was goed in Gérardmer. Toch redelijk onverwacht, want hij heeft tot nu toe een best wel slecht seizoen achter de rug. Het lijkt er in ieder geval op dat hij weer durft te dalen. Klimmen kon hij altijd al. Goede kandidaat voor een top 5.
Op dinsdag 25 augustus 2015 15:48 schreef Toekito het volgende:
de grootste schande van heel FOK! naast Fylax is Kano als mod.
  donderdag 17 juli 2014 @ 09:20:16 #13
84430 kanovinnie
Wie dit leest is gek!
pi_142389581
Etappe 11: Besançon - Oyonnax, 187 km

Daags na de rustdag meteen een etappe die je moeilijk heel simpel kunt noemen. Redelijk lang, bijna 190 kilometer, en een stuk of zes beklimmingen. Een overgangsetappe, richting de Alpen, maar dan wel een met een interessant parcours. Dit wordt er waarschijnlijk een voor de vluchters, wat helemaal niet erg is, zulke etappes heb je ook nodig. Desondanks een etappe waar de mannen die hoog in het klassement staan toch volledig geconcentreerd moeten zijn, rustig naar de streep bollen zal er niet bij zijn.

stage_11_map_670.jpg
PROFIL.png

Het départ fictif is in Besançon, een stad met 123.000 inwoners in het departement Doubs. Een stad die met enige regelmaat deel uitmaakt van de Tour de France. Dit wordt de 17e keer dat de Tour hier vertrekt. Besançon is niet alleen een goede stad om vanuit te vertrekken, men komt hier ook vaak aan. In 2012 voor het laatst. Toen was er de tijdrit van Arc-et-Senans naar Besançon, die uiteraard werd gewonnen door Bradley Wiggins, voor Froome en Cancellara. Mooi stadje verder. Prima citadel, bijvoorbeeld.

citadelle-de-besancon-25_c.jpg

We bevinden ons in de uitlopers van de Jura. De eerste kilometers blijven we een beetje aan de rand van dit oude gebergte, daarom vallen de heuveltjes nog wel mee. Dit is een vrij prettige omgeving om te vertoeven. Kastelen, wijnvelden, pittoreske dorpjes en natuurlijk beboste heuvels. Na 50 kilometer komen de renners uit in Arbois. Arbois is een van die pittoreske dorpjes. Hier begint de eerste heuvel van de dag, waar overigens geen punten te verdienen zijn.

Pont_des_Capucins,_Arbois_01_10.jpg

Dit brengt ons naar Belvédère du Fer à Cheval. Een punt waar je een prima uitzicht hebt op de bijzondere omgeving. Tussen de bomen komen door de geërodeerde rotsen je tegemoet.

6045510180_d49f5aa98f_o.jpg

De renners komen nu op een soort van plateau terecht en het duurt nog wel even voor ze weer echt moeten klimmen. Na 89 kilometer is het tijd voor de tussensprint van de dag. Deze is in het gehucht Charcier. 121 inwoners. Ze hebben er een kerk, maar die ziet er nogal vervallen uit. Zal wel niet veel meer mee gedaan worden. Dit dorpje ligt net voorbij le Lac de Chalain, een toeristische trekpleister. Camping, strandje, bootje. Dat soort dingen. Ik sluit niet uit dat dit in beeld genomen gaat worden. Na de tussensprint is het tijd voor de volgende helling. Hoewel het eigenlijk meer een verschrikkelijk lang stuk vals plat is. Charcier ligt op 519 meter en daarna moet er een stuk afgedaald worden. Boven in Les Crozets leeft men op 814 meter boven zeespiegel. Net wat meer dan 20 kilometer om 300 hoogtemeters te overwinnen, dan kom je nog niet aan 2% gemiddeld, maar ik neem aan dat bepaalde renners toch liever een volledig vlakke weg hebben. Onderweg worden een aantal dorpjes gepasseerd, maar vooral een aantal meertjes.

Lac_d'Etival.jpg

Na het passeren van Les Crozets zijn er 114 kilometer gedaan en mogen de renners zich gaan opmaken voor het echte werk. Eerst even een afdaling naar Chassal, waar de renners na 131 kilometer aankomen. Net na Chassal begint de eerste echte klim van de dag, Côte de Rogna. 7,6 kilometer aan 5%. Wel redelijk lang, maar niet echt zwaar. Derde categorie. Na deze beklimming is er praktisch geen afdaling. Nee, een paar kilometer later volgt de volgende klim alweer. Côte de Choux, ook derde categorie. Korter, maar steiler. 1,7 kilometer aan 6,5%. Choux is kool, maar ook een klein dorpje in de Jura.

a759842d39bfc6baba2a40f14ca32db4.jpg

Het verwarrende is dat je in Choux niet boven bent. Nee, dan ben je nog niet op de helft. Er moet nu nog drie kilometer geklommen worden aan 5%, voor je echt op de top bent van de Côte de Désertin. Waarom ze deze twee klimmetjes gesplitst hebben is mij een raadsel. Het eerste deel is wel steiler, maar dat komt wel vaker voor. Hoe dan ook, uiteindelijk komen de renners boven en volgt er een korte afdaling naar Miribel, gemeente Échallon. Tijdens deze afdaling fietsen we de Ain binnen. Net na Miribel beginnen de renners aan de Côte d'Échallon. Drie kilometer aan 6,6%. Hier komen de renners boven na 168 kilometer. 20 kilometer en één klimmetje zijn er dan nog te gaan tot de streep. Na deze côte is er een klein stukje dalen, om vervolgens over een smal, redelijk steil weggetje nog een keer omhoog te moeten. Over dit klimmetje kan ik helaas vrij weinig vinden, het ziet er in ieder geval vrij pittig uit. Ook de afdaling is over een smalle weg, die bovendien niet echt in uitstekende staat lijkt te zijn.

httgef.png

De afdaling is vrij lang. Het grootste gedeelte over een smalle weg. Pas op enkele kilometers van de streep komen de renners terecht op een grotere weg, bij Grand Vallon, waar we terechtkomen in de afdaling van de Col du Sentier. Vlak wordt het niet meer, ook de laatste kilometers in Oyonnax zelf zijn in licht dalende lijn. Oyonnax is een stad met 23.000 inwoners en maakt voor het eerst deel uit van de Tour de France. Het is de hoofdstad van de Ain. In de Dauphiné kwam Oyonnax wel al een keer voor, in 2013. Toen won Viviani de toch vrij lastige etappe, voor Hushovd en Bouhanni. Ook in die finale zaten enkele beklimmingen, maar het werd desondanks een sprint van een vrij grote groep. De laatste rechte lijn is al snel een kilometer of twee lang, dus als het nu ook een massasprint wordt hebben de overblijvende sprinters in ieder geval geen last van bochten. Hoewel je zou kunnen zeggen dat ze voor die tijd al genoeg bochten hebben gehad.

12905773.jpg

Waarschijnlijk gaat de zon voor het eerst deze Tour schijnen. Prima temperaturen, 24 graden. Tegen het eind van de middag wel kans op regen en onweer, dat is dan weer wat minder. Blijft op die manier wel een beetje het verhaal van de Tour, kutweer. Zoals gezegd, de laatste afdaling is voor een deel ontzettend smal. Dan zou regen dus vrij onhandig zijn, zeker omdat de weg er niet helemaal florissant bijligt. Het zou voor iedereen wel het beste zijn als die regen achterwege blijft en de zon de hele dag blijft schijnen. Het is wel mogelijk dat we dit soort taferelen krijgen.

te_img_5034_retouch.jpg

Het zou een sprint kunnen worden van een uitgedunde groep, maar normaliter zou dit er een voor de vluchters moeten zijn. De klimmetjes zijn toch vrij kort achter elkaar en zeker de laatste twee lijken vrij vervelend. De laatste afdaling is dus smal en kent ook nog wel wat bochten, het blijft dalen tot de lijn, in principe ideaal voor een groep vluchters. Daar ga ik bij deze voorspelling dan maar vanuit. Als het een sprint van een uitgedund groepje wordt denk je natuurlijk aan namen als Sagan en Degenkolb, dat spreekt verder voor zich.
1. Rogers. Deze walgelijke man zie ik morgen wel in de aanval gaan. Nu Contador niet meer van de partij is gaat Tinkoff-Saxo natuurlijk massaal aanvallen en Rogers is wel iemand die weet hoe dat moet. Liet hij in de Giro ook nog zien.
2. Slagter. Zou mooi zijn als hij morgen meteen gaat aanvallen, nu hij een wat vrijere rol lijkt te krijgen. Zou het dan eigenlijk ook nog in de sprint moeten kunnen afmaken, maar laat vast wel iemand rijden. Zul je altijd zien.
3. Bakelants. Mag ook wel een keer gaan aanvallen. Heeft vorig jaar gezien dat zoiets wel kan werken.
4. Voeckler. Iedere dag is een dag voor Titi. De woensdag dus ook. Genoeg heuveltjes om een aantal gekke bekke te trekken.
5. Vachon. Wie? Vachon, van Bretagne. Een renner die goed over de heuveltjes komt, maar deze Tour nog geen seconde in beeld is geweest. Deze etappe lijkt mij een goede mogelijkheid voor hem om dat te veranderen. Komt niet alleen goed over de heuvels, is ook nog vrij rap. Prima outsider.
Op dinsdag 25 augustus 2015 15:48 schreef Toekito het volgende:
de grootste schande van heel FOK! naast Fylax is Kano als mod.
  donderdag 17 juli 2014 @ 09:20:56 #14
84430 kanovinnie
Wie dit leest is gek!
pi_142389591
Etappe 12: Bourg-en-Bresse - Saint-Étienne, 185 km

Etappe 11 bleek uiteindelijk toch wat pittiger dan gedacht. Een klein groepje bleef maar over, minder dan 40 man. Sagan kreeg het weer voor elkaar om niet te winnen, wat ondertussen razend knap begint te worden. Mooie overwinning voor Gallopin, die zijn aanvalslust beloond zag.

Etappe 12 wordt de tweede overgangsetappe. Weer een etappe met een aantal heuveltjes. Kittel zou ik geen vijf sterretjes geven. Voor de echte sprinters zal het waarschijnlijk weer te zwaar zijn. Voor de Sagans en Degenkolbs van deze wereld wel absoluut een nieuwe kans. Hoewel dit ook een etappe kan worden voor een kopgroep, als Sagan de handdoek in de ring gooit.

Map-12.jpg
PROFIL.png

De start is in Bourg-en-Bresse, een stad met 40.000 inwoners in de Ain. Komt voor de derde keer voor in de Tour. 12 jaar geleden was de Tour hier voor het eerst, Hushovd won in de straten van Bourg-en-Bresse zijn eerste etappe in de Tour. Vijf jaar later was Tom Boonen aan het feest. Nu, zeven jaar later, gaat er geen sprinter winnen in Bourg-en-Bresse, het is voor het eerst de plaats van vertrek. De start is voor de plaatselijke bioscoop, dus als een renner bij nader inzien niet zo'n zin heeft om te vertrekken kan hij altijd nog een filmpje pakken.

CIMG0883.JPG

Vanuit Bourg-en-Bresse zou je gelijk naar het oosten kunnen fietsen, de Alpen in, maar de Tour zou de Tour niet zijn als ze op zo'n moment niet naar het westen zouden gaan. De eerste kilometers zijn volledig vlak, pas na 40 kilometer, als we de Rhône binnenrijden gaan we de heuvels in. Na 40 kilometer is het ook altijd voor de tussensprint, in Romanèche-Thorins. Een klein dorpje, omgeven door wijnvelden.

17728912.jpg

Na 58 kilometer is het tijd voor het eerste klimmetje van de dag, Col de Brouilly. 1,7 kilometer aan 5% gemiddeld. Daar zal verder niemand wakker van liggen. Tussen de heuveltjes en de Franse gehuchten door gaan de renners dan op weg naar de tweede beklimming van de dag, na 83 kilometer. Côte du Saule d'Oingt. Bijna 4 kilometer aan bijna vier procent. Ook hier zal waarschijnlijk niemand in de problemen komen, dus hebben de renners waarschijnlijk tijd genoeg om ook even op de omgeving te letten.

P1040048.jpg

Na deze côte is er een redelijk lange afdaling en daarna een stukje vlak. Vervolgens weer een omhooglopend stuk, dat verder niet bij naam genoemd wordt. Dan zal het wel niet veel voorstellen. Na 120 kilometer komen de renners uit in Vaugneray. Dan is het zo ongeveer tijd voor het interessante gedeelte van de koers. Niet ver na Vaugneray beginnen de renners aan de langste beklimming van de dag.

VAUGNERAY.jpg

Col des Brosses, 15 kilometer. Dat is behoorlijk lang, maar als je vervolgens het gemiddelde percentage ziet valt het allemaal wel weer mee. 3,3%. Toch is dit gemiddelde redelijk misleidend. Dit is een ontzettend onregelmatige klim, met een aantal stukjes afdaling. De stukjes omhoog zijn toch wat lastiger dan 3%, er zijn gedeeltes aan 6% bij. Af en toe zelfs een beetje meer. Ontzettend bochtige klim ook. Niet meteen haarspeldbochten, maar wel bochten.

2624370490_9d99e9e59a_o.jpg

Boven op de Col des Brosses zijn er 138 kilometer gedaan. Het is dan nog minder dan 50 kilometer tot de streep. Na deze col is er een korte afdaling, een klein stukje omhoog en dan een langere afdaling. Na deze afdaling is het gelijk weer omhoog voor de volgende en laatste beklimming van de dag, Côte de Grammond. Bijna 10 kilometer lang maar nog geen 3% gemiddeld. Eigenlijk veredeld vals plat. Toch gaan enkele renners het hier vrij lastig krijgen als er hard wordt gekoerst. Hoewel de slechtste klimmers al zullen zijn afgehaakt op de vorige beklimming. Na de Côte de Grammond is het nog maar 20 kilometer tot Saint-Étienne. Een afdaling van meer dan 10 kilometer en daarna nog 10 bijna vlakke kilometers.

saint-etienne-01.jpg

Saint-Étienne is een stad met 180.000 inwoners die al ontzettend vaak is voorgekomen in de Tour. Meer dan 20 keer. Nu is het weer eens een plaats van aankomst. Het laatste gedeelte is vrij bochtig. De finish is in ruraal Saint-Étienne. Een redelijk brede weg, het laatste stuk is ook vrij breed. Niets aan de hand als het een pelotonsprint wordt.

Saint-etienne_cathedrale.JPG

Het wordt warm. Boven de dertig graden. Geen regen, wel een beetje wind. Prima weer om niets te doen, misschien een beetje te warm om te gaan fietsen. Hoe dan ook beter dan regen en 20 graden, lijkt me.

Waarschijnlijk voor de sprinters die goed over de heuveltjes komen. Of misschien voor wat vluchters, dat kan ook. Het kan deze Tour alle kanten op. Normaal was etappe 11 voor de vluchters, maar dat pakte anders uit. Misschien is dan juist etappe 12 voor de vluchters, terwijl die op papier voor de sprinters met klimmersbenen is. Ik denk toch dat het voor de sterke sprinters gaat worden.
1. Sagan. Eindelijk een etappe voor hem. Het moet eindelijk een keer lukken.
2. Degenkolb. Was sterk tijdens etappe 11, maar net niet sterk genoeg. Gaat tijdens etappe 12 ook net niet sterk genoeg zijn.
3. Van Avermaet. De eeuwige tweede of derde. Een overwinning zit er voor hem niet in.
4. Trentin. Snelle jongen, maar een sprint tegen de echte snelle gasten overleeft hij niet.
5. Rojas. De eeuwige vijfde.
Op dinsdag 25 augustus 2015 15:48 schreef Toekito het volgende:
de grootste schande van heel FOK! naast Fylax is Kano als mod.
  vrijdag 18 juli 2014 @ 07:13:08 #15
84430 kanovinnie
Wie dit leest is gek!
pi_142430115
Etappe 13: Saint-Étienne - Chamrousse, 197 km

Het begint ondertussen wel een beetje sneu te worden voor Sagan. De achtste keer deze ronde dat hij in de top 5 endigt, maar nog geen enkele keer gewonnen. Zijn vierde tweede plaats. Uiteindelijk was aan de nieuwe geblokte Noor, de opvolger van Hushovd, niets te doen. 65 per uur, of je een emmer leeggooit.

Om Sagan te troosten krijgen we nu twee etappes in de bergen. Hoeft hij zich een keer niet te laten zien, maar kan hij rustig in het busje gaan zitten. Etappe 15 is weer de volgende kans voor hem en de andere sprinters. Nu dus maar eens de Alpen in. Hoewel dat pas aan het eind van de etappe daadwerkelijk gebeurt, eerst nog even het stuk tussen Saint-Étienne en de Alpen overbruggen. Een etappe van bijna 200 kilometer, waarvan de laatste 70 kilometer in de Alpen en de overige 130 kilometer door een relatief vlak deel van Frankrijk.

Tour-de-France-Stage-13-1400753983.png
PROFIL.png

Saint-Étienne heeft het prima voor elkaar. Aankomstplaats en de volgende dag vertrekplaats. De eerste kilometers zijn in dalende lijn, maar na een kilometer of 10 moet er alweer geklommen worden. Een beklimming van de derde categorie, Col de la Croix de Montvieux. Bijna 8 kilometer aan 4%. Niet heel spannend, maar dat maakt verder ook niet veel uit, want in het begin van de etappe en met een kilometertje of 100 vlak voor de boeg zal hier ongetwijfeld niet veel gaan gebeuren. De col zal een muis baren.

alain_bellon_pilat_montivert_1_.jpg

Zoals gezegd, nu krijgen we 100 praktisch vlakke kilometers. We hebben de heuvels rond Saint-Étienne achter ons gelaten en gaan nu naar het oosten, richting de Alpen. Nog wel enkele hoogteverschillen, maar een naam mag het niet hebben. De tv hoef je hier niet echt voor aan te zetten, is mijn verwachting. Gewoon een beetje rustig koersen op weg naar de bergjes. Kopgroepje niet te ver weg laten rijden, beetje controleren. Genieten van de natuur, beetje kletsen. Niet echt heel interessant voor de kijker. Paar dorpjes passeren, La Côte-Saint-André is nog wel aardig. Is een château van Louis XI te vinden.

70299431.jpg

Voor de koers echt gaat beginnen moeten we wachten tot kilometer 134. In Saint-Égrève beginnen de renners aan een beklimming van de eerste categorie, Col de Palaquit. Dit is een tamelijk lange, onregelmatige klim. 14,1 kilometer, 6,1% gemiddeld. Zes procent, dat klinkt niet heel verschrikkelijk, maar de klim is dus onregelmatig. De klim begint zwaar, met een kilometer aan zeven procent, daarna twee kilometer boven de tien procent. Wat je daarna alleen krijgt is een stukje afdaling, van bijna twee kilometer. Vervolgens loopt het wat makkelijker omhoog, tot kilometer 8, waar het zwaarste stuk van de klim begint. Vier kilometer na elkaar, waar de percentages niet onder de acht procent komen. Zelfs een kilometer van bijna twaalf procent. De laatste twee kilometer van de beklimming zijn dan weer wat makkelijker, met zeven en vijf procent.

PROFILCOLSCOTES_1.png

Toch zal deze klim vooral dienen om vast wat ballast overboord te gooien. Hier gaan we waarschijnlijk weinig aanvallen zien. Dat heeft een logische reden, de laatste beklimming is nog veel zwaarder. Hier gaan we de treintjes aan het werk zien en alle niet-klimmers zullen gelost worden, maar verder verwacht ik er niet al te veel van. Dit ding is enorm vervelend, maar de laatste beklimming is nog een stuk lastiger.

ob_479181_col-de-palaquit-25-05-2014-2.jpg

Boven op de Palaquit zijn er 152 kilometers afgelegd. De afdaling is er een van 13 kilometer. Beneden rijden de renners Grenoble binnen en gaan ze op weg naar de tussensprint. Deze is in Saint-Martin-d'Hères. Een stad in het departement Isère met 35.000 inwoners. Ontzettend lelijk, maar wel een goed uitzicht op de bergen.

2721_1359561277_saint_martin_dheres.jpg

Dan is het tijd voor de eerste klim van de buitencategorie, deze Tour. De Chamrousse. Een ontzettend lange klim, 18 kilometer. 7,1% gemiddeld. Deze klim is regelmatiger dan de vorige. Echt verschrikkelijk steile stukken zitten er niet tussen, twee kilometers aan 11%, maar verder blijft het netjes onder de 10%. De eerste kilometers van deze klim zijn eigenlijk het zwaarste. Het begint met twee kilometer aan meer dan acht procent, dan een kilometertje aan elf procent, om een paar kilometer verder de tweede kilometer aan elf procent te hebben. Na zeven kilometer heb je dan het zwaarste gehad. De elf kilometer daarna is 8,7% het zwaarste wat je nog gaat tegenkomen. Ook enkele makkelijke stukken, aan 5%.

PROFILCOLSCOTES_2.png

Al met al een hele zware klim. Normaal gesproken is het zo dat een klim met het zwaarste gedeelte aan het eind ervoor zorgt dat alle renners wachten tot dat laatste gedeelte. Nu is het zwaarste gedeelte aan het begin van de klim, dus zou het kunnen dat renners dan al gaan aanvallen. Alleen loop je met de angsthazen van tegenwoordig het risico dat ze zo ver van de streep niet aan durven te vallen. Dan zorgen de zware kilometers dus alleen voor pijn in de benen, maar niet voor gaten. Tegen de tijd dat ze dan wel aan durven te vallen zijn de percentages misschien niet hoog genoeg om voor enorme verschillen te zorgen. Het kan zomaar zijn dat de hele klim in tempo wordt gereden en dat we pas op het laatste enkele aanvallen krijgen. Ik ben een beetje sceptisch. Toch zouden deze twee klimmen achter elkaar zeker voor verschillen moeten zorgen. Het is zeker niet makkelijk.

tcetew-707.jpg

Chamrousse is een skigebied, waar de Tour voor de tweede keer is. De eerste keer was in 2001, toen er een MTT was, een klimtijdrit. De winnaar van deze tijdrit wordt niet genoemd op de site van de Tour. Dat heeft een reden, die winnaar is ook eigenlijk helemaal de winnaar niet meer. Lance Armstrong. Hij won tijdrit, 32 kilometer lang, met een minuut voorsprong op Ullrich. De nummer drie, Beloki, werd op anderhalve minuut gereden en de nummer vier, Robert Laiseka, werd zelfs op twee minuten gezet. Vino werd twaalfde op bijna vier minuten. Hij kan Nibali dus uitleggen hoe het in ieder geval niet moet. Natuurlijk is een klimtijdrit anders, zeker in die tijd, maar de verschillen zijn wel dusdanig groot dat we morgen wel wat kunnen verwachten. Misschien niet verschrikkelijk veel aanvallen, maar wel gewoon renners die er zwaar doorheen zakken.

tour_2001_chamrousse.9.2.jpg

Het wordt echt gruwelijk warm. Na al dat kutweer krijgen we nu zon, maar dan ook meteen heel veel zon. 35 graden, midden op de dag. Dat is een hele omslag, na zoveel regen en andere ongein. Veel drinken, anders gaat het mis, maar dat zullen de renners vast wel weten. Wind krijgen we niet echt. Dat had het vlakke tussenstuk eventueel nog interessant kunnen maken, maar is dus vrij onwaarschijnlijk. Nee, warm, verder niets.

Aangezien etappe 14 de koninginnerit is, krijgen we morgen misschien een kopgroepje dat de kans gaat krijgen. De favorieten sparen zich voor de zwaarste rit, is vaker voorgekomen. Toch denk ik dat er wel enkele ploegen zullen zijn die willen werken. Dan gaan we alsnog een strijd tussen de favorieten krijgen. Nibali is dan ongenaakbaar, maar verder is het afwachten wat er gaat gebeuren op de echte lange Alpencols.
1. Nibali. Ja, ongenaakbaar dus. Heeft natuurlijk geluk dat Froome en Contador uitgevallen zijn, maar is wel een stuk beter dan alle andere renners in koers, zodra het bergop gaat.
2. Pinot. Valt alleszins mee. Heeft helemaal niet zo'n indrukwekkend jaar achter de rug, maar is nu wel ineens heel erg goed. Bleef nog redelijk dicht in de buurt van Nibali op La Planche des Belles Filles.
3. Porte. Nog net niet zo goed als Froome, maar komt toch aardig in de buurt. Kan uiteindelijk best op het podium eindigen, want echt zwakke kanten heeft hij niet.
4. Valverde. Nu nog even vierde, het is wachten op de Pyreneeën. Movistar kennende gaat Piti ineens vlammen in de derde week. Heel normaal, eerst twee weken redelijk en dan een week top. Logisch.
5. König. Leopold König van de NetApp-ploeg. Beetje pech gehad met blessures en valpartijen dit jaar en ook in deze Tour, maar gaat er nu eindelijk doorkomen. Met een beetje geluk kan hij zelfs winnen, zoals in de Vuelta vorig jaar. Prima klimmertje, niets mis mee.
Op dinsdag 25 augustus 2015 15:48 schreef Toekito het volgende:
de grootste schande van heel FOK! naast Fylax is Kano als mod.
pi_142509071
Etappe 15: Tallard - Nîmes, 222 km

Enorm goed rijden in de Giro, je richten op de Vuelta en dan ineens tegen je zin in moeten invallen in de Tour omdat Roman Kreuziger een paar jaar te laat aan de kant wordt gezet. Majka zag het niet zo zitten, liet hij in enkele interviews ook duidelijk merken. Werd natuurlijk meteen opgebeld door enkele mensen van zijn ploeg en een dag later was hij ontzettend enthousiast. Zo gaat dat. Uiteindelijk blijkt dan dat het nog niet eens zo'n slecht idee was. Het kan raar lopen. Leuk voor hem, in ieder geval. Achter hem werden de verhoudingen eens te meer duidelijk. Vinokourov zag dat het goed was.

Slechts twee dagen in de Alpen, dit jaar. Enorm weinig, maar dat komt dan weer omdat men in de Vogezen is geweest. Als je het mij vraagt is de verhouding nog steeds een beetje zoek. Nog een dagje Alpen erbij had prima gekund. Hoe dan ook, op weg naar het zuiden van Frankrijk, vast een beetje afstand richting de Pyreneeën overbruggen. Een lange, vlakke rit.

Tour-de-France-Stage-15-1400754189.png
PROFIL.png

Tallard, de plaats van vertrek. Eigenlijk gewoon een klein dorpje. Wel een dorpje met een kasteel, dat is altijd goed. Het koninkrijk van de luchtsporten, volgens de site van de Tour. Aerodrome in de buurt en parachutisten mogen graag landen in de omgeving van Tallard, of zelfs op het kasteel aldaar. Ondanks dat het zo'n kleine plaats is geen debutant in de Tour. In 2007 vertrok de Tour hier ook al eens. Toen ging de rit richting Marseille. Deze rit werd gewonnen door de oude vos Cedric Vasseur, in zijn laatste Tour.

Tallard-FranceA-1024x687.jpg

De etappe start nog wel in de Alpen en als je in Tallard bent zit je een paar kilometer onder Gap, dus zonder al te veel moeite te hoeven doen kun je zo aan enkele klimmen beginnen, maar daar kiest men dus niet voor. Lekker door de vallei richting Sisteron. Ook bepaald geen onbekende plaats in de Tour. Daar passeren we natuurlijk La Baume, de merkwaardige rotspartij die het gezicht van dit stadje toch wel in ernstige mate bepaald.

Sisteron__southern_France_by_kopfgeist79.jpg

Na Sisteron loopt het een beetje omhoog, maar echt veel problemen zal dit de renners niet opleveren. Nee, men wil zo snel mogelijk de Alpen uit en iedere fatsoenlijke heuvel wordt vakkundig ontweken. Alleen in Saint-Étienne-les-Orgues, na 71 kilometer, als we al uit de Alpen zijn gaan we nog een keer een uitlopertje opzoeken, richting Banon. Hoewel dit ook niet al te veel voor zal stellen, hoogteverschil is ook niet echt indrukwekkend, nog geen 200 meter. Banon is een schattig dorpje, met enorme lavendelvelden in de omgeving.

Provence-Lavender-fields-around-the-village-of-Banon-e1335231742569.jpg

Na Banon krijgen we dan nog een paar pukkeltjes, maar weinig om nog echt warm van te worden. Na 100 kilometer is het tijd om definitief af te dalen. Lekker fietsen door de Provence, pittoreske dorpjes aandoen. Het leven is goed na twee zware dagen in de Alpen.

le_village_de_saint_saturnin_les_apt_s_accroche_a_un_eperon_rocheux_jusqu_au_vieux_chateau_album_full.jpg

Na een kilometertje of 150 zijn we dan definitief beneden. Nog 70 kilometer over het vlakke Franse land, in de buurt van de kust. Na 175 kilometer is het tijd voor de tussensprint, laat in de etappe dus. De tussensprint is in La Galine, net voor Saint-Rémy-de-Provence. La Galine is niet zo interessant, Saint-Rémy-de-Provence daarentegen wel. Dat is de geboorteplaats van Nostradamus! Dat willen ze hier natuurlijk wel weten, daarom vind je genoeg verwijzingen naar Nostradamus in dit stadje. Bovendien vind je net buiten Saint-Rémy-de-Provence de overblijfselen van Glanum, een dorp gesticht door de Galliërs, maar vooral beïnvloed door de Grieken en Romeinen. Zo'n beetje de belangrijkste opgraving die ze in Frankrijk hebben gedaan. Het grootste gedeelte is uiteraard verwoest, maar een aantal gebouwen zijn nog in redelijke staat. De renners fietsen dwars door Saint-Rémy, maar er zal vast een helikoptertje richting Glanum worden gestuurd.

Glanum-ruins-big.jpg

Van Saint-Rémy-de-Provence is het een bijna rechtdoor richting Nîmes. Na 190 kilometer komen de renners aan in Tarascon, waar ze de Rhône moeten oversteken om in Beaucaire uit te komen. Beide steden hebben een kasteel, dus iedere kastelenliefhebber komt aan zijn trekken. Na de rivier overgestoken te zijn is het nog een slordige 30 kilometer tot de streep. Die streep ligt in Nîmes, een stad met 145.00 inwoners, waar de Tour al 16 keer eerder aankwam. Voor het laatst in 2008, toen Mark Cavendish won. Nîmes is een stad met enkele overblijfselen uit de tijd dat de Romeinen hier nog waren. Onder andere het Maison Carrée, een Romeinse tempel die nog in bijzonder goede staat is.

nimes-maison-carre-merle-ja-joonas.jpg

De finish is op de Boulevard de la Libération, net voorbij het amfitheater van Nîmes. De arena van Nîmes, gebasserd op het Colosseum. Ook erg goed bewaard gebleven. De renners zullen niet veel tijd hebben om te genieten van dit prachtige gebouw, want er zal hard gereden worden in de straten van Nîmes. Enkele rotondes en bochten maken de finale nog wat ingewikkelder, maar de laatste rechte lijn is tamelijk lang.

vueduciel_0.jpg?itok=9DMPpzIO

Het weer wordt morgen vrij interessant. We zitten natuurlijk in het gebied waar de Mistral lekker heerst, zal Maarten Ducrot je ook tien keer vertellen als je niet naar Sporza of Eurosport zapt. Tegen het eind van de middag kan het in de omgeving van Nîmes heel hard gaan waaien. Bovendien wordt er regen en onweer voorspeld. Heel wat ander weer dan de voorgaande dagen. Nog steeds warm, 25 graden. In ieder geval, kans op wind. Ik wil jullie niet te enthousiast maken, want die weersvoorspellingen zijn meestal aan de onbetrouwbare kant. Het definitieve oordeel krijgen we natuurlijk in de loop van de middag als Thijs Zonneveld op z'n fiets met zijwieltjes het laatste gedeelte van het parcours heeft gereden. Mocht het allemaal meevallen met die wind zal er wel vrij lafjes gekoerst worden. Dan heeft de helikopter nog wel even de tijd om richting Pont du Gard te vliegen. Als je toch in Nîmes zit moet je het even genoemd hebben. Ligt wel een eind van de route af, maar is wel onlosmakelijk verbonden aan Nîmes. Een prachtig aquaduct.

Pont_du_Gard_Oct_2007.jpg

Misschien een kans op waaiers. In ieder geval regen. Hoe dan ook zal het wel een sprint worden. Al die sprintersploegen hebben niet voor niets hun best gedaan om hun sprinters over de bergen te loodsen. Zal wel gewoon een etappe voor de sprinters worden.
1. Kittel. Kwam tijdens etappe 14 in ieder geval nog vrij soepel over de bergen. Tenminste, we zagen hem niet zo opzichtig lossen als Greipel. Is wel een mannetje kwijt, maar beschikt nog altijd over Ji Cheng. Weer een ritje erbij, kan jou het schelen.
2. Kristoff. Zodra Kittel wel van de partij is moet hij het toch afleggen. Zo werkt dat op dit moment.
3. Sagan. Weer een mooie plaats in de top 5 erbij, maar weer geen overwinning. Beetje zielig wel.
4. Greipel. Ja, het gaat regenen. Dan komt Greipel dus niet in de buurt van de overwinning. Lijkt ook niet helemaal fris te zijn, moest er toch een aantal keer zowat als eerste af. Normaal kan hij nog wel wat makkelijker overleven, lijkt het.
5. Coquard. Kleine Coquard komt ook vaak aardig in de buurt, maar veel meer dan plaats 4 is het uiteindelijk toch niet echt geworden. Dat komt nog wel, over enkele jaren.
pi_142587978
Etappe 16: Carcassonne - Bagnères-de-Luchon, 237 km

De dag na de rustdag de langste etappe van deze Tour. Daar zullen de renners vast ontzettend blij mee zijn. De eerste van drie etappes in de Pyreneeën. Eigenlijk de enige etappe deze Tour met de finish direct na een afdaling. Iets wat vaak lijkt te worden vergeten in alle grote rondes. Een etappe met enkele flinke beklimmingen met uiteindelijk een finish na een afdaling kan net zo goed voor spektakel zorgen. Soms kan het zelfs meer spektakel bieden dan een normale finish bergop. In ieder geval nog één zo'n etappe deze Tour, dat is al beter dan geen enkele. Pinot roept nu al om z'n moeder.

Tour-de-France-Stage-16-1400754275.png
PROFIL.png

De start is in Carcassone, een stad met 49.000 inwoners in het departement Aude. De stad is vooral bekend vanwege de volledig gerestaureerde citadel. Alleen al daarom een enorme toeristische trekpleister. Miljoenen bezoekers per jaar. Ook voor de Tour een populaire plaats om aan te doen, dit wordt de zestiende keer. In 2006 was de Tour voor het laatst in Carcassonne. Yaroslav Popovych won toen de etappe. In die tijd nog een groot talent en veelbelovend ronderenner. Is later ook niet echt veel meer van terechtgekomen. Fietst tegenwoordig nog steeds, maar anoniemer dan ooit.

Carcassonne_France2.jpg

Het départ réel is naast het vliegveld van Carcassonne. Al vroeg in de etappe moeten de renners een colletje op, Côte de Fanjeaux. 2,4 kilometer aan 5%. Geen enkel probleem. We fietsen nu al door een glooiend terrein, dus af en toe kom je een heuveltje tegen. De meeste echte heuveltjes worden overigens wel weer redelijk goed ontweken, dus het duurt even voor de volgende beklimming van de vierde categorie komt. Na 71 kilometer pas. Côte de Pamiers. 2,5 kilometer aan 5,4%. Dit heuveltje begint nadat de renners door Pamiers gereden zijn, een stad met 16.000 inwoners en een verleden in de Tour.

Pamiers_vu_des_coteaux.jpg

Het leuke is, vanaf Pamiers volgen we bijna exact de route van de vijftiende etappe in de Tour van 2010. Je moet het jezelf als parcoursbouwer natuurlijk niet te moeilijk maken. Deze etappe werd gewonnen door ieders favoriet Voeckler. Blijkbaar was er toen weinig boegeroep, stoppen deed hij niet. Er is nog wel een klein verschilletje, de Côte de Pamiers zat niet in die etappe. Daar werd omheen gereden. Na 85 kilometer, in Pailhès, komen we zo ongeveer op de route van 2010 terecht. Eigenlijk nog een stukje verder, bij Sabarat.

etp15.jpg

De weg loopt langzaam omhoog richting het gehuchtje Clermont, niet te verwarren met het grotere Clermont. Voor de renners in Clermont aankomen passeren ze eerst nog de tunnel nabij Les Mas-d'Azil. Hier reden de renners vier jaar geleden ook door. Werden toen lastiggevallen door mensen verkleed als leden van een stam die hier 18.000 jaar geleden zou moeten hebben geleefd. La Tribu de Magda.

15i.jpg

Na Clermont is er een stukje afdaling, op weg naar de tussensprint van de dag in Saint-Girons. Een dorp met 6000 inwoners. Komt ook wel vaker voor in de Tour de France, want het ligt aan de voet van de Col de Portet-d'Aspet. Een klim die iedereen wel kent.

761896.jpg

De Col de Portet-d'Aspet is een beklimming van de tweede categorie. 5,4 kilometer aan 6,9%. De eerste kilometers zijn redelijk makkelijk, maar vooral richting de top is het een ontzettend steile beklimming. De laatste twee kilometer van deze beklimming komt het eigenlijk niet onder de 9%. Een ontzettend populaire klim, komt ontzettend vaak voor in de Tour, vooral de laatste jaren. Zes keer in de afgelopen tien jaar, bijvoorbeeld. De beklimming is redelijk lastig, maar verder niet memorabel. Dit in tegenstelling tot de afdaling. 5 kilometer aan 9,2%, met stukken boven de 10%, zelfs een stuk aan 17%. Bovendien enorm bochtig, door een bos. Dit leverde vooral in 1995 enorm veel problemen op. Enkele renners kwamen toen ten val en braken ledematen, maar eentje was er helemaal slecht aan toe. Fabio Casartelli kwam met zijn hoofd tegen een betonblok aan en bezweek enkele uren later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. De olympisch kampioen van 1992 overleed op 24-jarige leeftijd. Nu, bijna 20 jaar later, staat iedere beklimming en afdaling van de Col de Portet-d'Aspet nog steeds in het teken van Casartelli.

3319248.jpg

Als de afdaling gedaan is, volgt er een klein pukkeltje, Col de Buret, voor de renners beginnen aan de Col des Ares, een beklimming van de derde categorie. Deze is zes kilometer aan 5,2%. Niet echt een hele lastige klim, je zou het een loper kunnen noemen. De percentages komen niet echt boven de vijf procent, dus hier hoeven we in ieder geval niet op spektakel te rekenen. Een klim die ook vaak voorkomt in de Tour, voor het laatst nog in 2012. Die bewuste etappe in 2012 bracht ons van Bagnères-de-Luchon naar Peyragudes. Valverde won toen. Zo ongeveer de eerste en enige keer dat hij een keer van ver durfde aan te vallen. Op de Col des Ares was Voeckler toen als eerste boven. Geen verrassing, dat jaar won hij de bolletjestrui.

6489_Col-des-Ares.JPG

De afdaling is te vergelijken met de klim, niet echt heel erg moeilijk dus. Na de afdaling volgt er nog een kort stukje vals plat voor er begonnen wordt aan de lastigste klim van de dag, de Port de Balès. Een beklimming van de buitencategorie, met recht. 11 kilometer aan 7,7% gemiddeld. Eigenlijk is de klim nog langer, bijna 20 kilometer aan 6% gemiddeld, maar om het indrukwekkender te laten lijken telt de organisatie de eerste kilometers van de Balès niet mee. In Mauléon-Barousse begint de klim eigenlijk al. Een lastige eerste kilometer aan zeven procent, maar de kilometers daarna zijn een stuk makkelijker. Paar stukjes aan 4%, maar ook vals plat. Na 8,5 kilometer klimmen begint het echte werk pas.

PROFILCOLSCOTES_1.png

Begint meteen lastig, met een paar kilometer aan zeven en acht procent. Gelukkig ook nog even een makkelijkere kilometer aan vijf procent, maar daarna juist weer een kilometer aan tien procent, met stukken tot 13%. Daarna de makkelijkste kilometer, 4%, maar dan is het gedaan met de pret. De laatste kilometers zijn vrij regelmatig. Regelmatig steil. Tussen kilometer acht en negen van de klim zit het zwaarste gedeelte, 10,2%. Daarna vlakt het wat af, naar acht procent, om af te sluiten met een kilometer aan 6,4%. De Port de Balès is een beklimming die betrekkelijk laat is ontdekt. Pas in 2007 kwam deze klim voor het eerst in de Tour voor. Kim Kirchen was toen als eerste boven. In 2010 kwam de beklimming dus ook voor en het verhaal van die etappe kennen we allemaal nog wel. Andy Schleck wil aanvallen, maar krijgt problemen met de ketting. Contador ziet het en profiteert. Niet helemaal netjes, maar achteraf is Contador daar wel in zekere zin voor gestraft, zou je kunnen zeggen. In de Tour van 2012 kwam deze klim ook nog voor, in de etappe naar Peyragudes. Dit wordt de vierde keer de Balès in de Ronde van Franrijk dus.

Voeckler_on_Bales1.jpg

De afdaling richting Bagnères-de-Luchon is ontzettend lang, maar niet echt moeilijk. Een afdaling van bijna 20 kilometer, praktisch tot de streep. De eerste kilometers van de afdaling zijn nog wel een beetje steil, maar na enkele kilometers is het bijna vals plat. Ook redelijk weinig bochten. In het dorpje Bencue, als de afdaling al bijna gedaan is, wordt het nog even steil met een stuk boven de 10%, maar een kilometer daarna is het al gedaan. De laatste kilometers richting de finish is de afdaling nog maar aan een procentje of vijf, om aan het eind natuurlijk helemaal af te vlakken. Dan komen de renners na 237 kilometer aan in Bagnères-de-Luchon.

tour.jpg

Een klein dorpje, met maar 3000 inwoners, op een paar kilometer van de grens met Spanje. Uiteindelijk bekend geworden vanwege de warmwaterbronnen in de buurt. In de tijd van de Romeinen stonden hier maar liefst drie badhuizen. Daarna een beetje in verval geraakt, zoals zoveel dingen na het vertrek van de Romeinen. Uiteindelijk toch weer herontdekt. Daarna een van de belangrijkste kuuroorden van de Pyreneeën geworden. Kuuroorden zijn altijd populaire plaatsen in iedere grote ronde. De Tour de France is hier al meer dan 50 keer geweest. Maar drie plaatsen werden vaker aangedaan. Parijs uiteraard, daarnaast Bordeaux en Pau. Wij Nederlanders hebben niet zo'n goede band met dit dorp. Geen enkele Nederlander heeft hier ooit weten te winnen. Iemand die wel een goede band heeft met Luchon is Thomas Voeckler. Twee keer wist hij hier te winnen. In 2010, dat is al aan bod gekomen. Toen won hij de etappe die praktisch gelijk is aan die van nu, alleen was die etappe een kilometer of 50 korter. Voor alle haters een foto van een juichende Voeckler in de straten van Bagnères-de-Luchon. Prudhomme zag dat het goed was.

2010_tour_de_france_stage15_thomas_voeckler_bbox_bouygues_wins1.jpg

Ook in 2012 won Voeckler in dit kuuroord. Hij rondde toen wederom een vroege vlucht succesvol af. De etappe in 2012 was nog wat pittiger dan die van 2010, met onder andere de beklimming van de Aubisque, Tourmalet, Aspin en Peyresourde. Thomas had er lak aan en ging er uiteindelijk weer solo vandoor, op weg naar zijn tweede overwinning in dit dorp en zijn vierde overwinning in de Tour.

voeckler1.jpg

Over het weer kunnen we kort zijn. Weinig wind, droog, redelijke temperaturen. Zo rond de 20 graden in de Pyreneeën. Buiten de Pyreneeën wel een paar graden warmer, maar zo warm als vorige week is het bepaald niet.

Voorspelling is makkelijk. In Bagnères-de-Luchon wint de laatste jaren bijna altijd een vluchter. We hebben net geleerd dat Thomas Voeckler de laatste twee aankomsten hier heeft gewonnen, dus lijkt het mij logisch dat hij voor zijn hattrick gaat. Hele Tour al matig, maar dat is natuurlijk met het oog op deze etappe. Gaat gewoon gebeuren.
1. Voeckler. Tong op de grond, bewegen alsof je een toeval krijgt. We krijgen het allemaal weer te zien. Na 237 kilometer gaan de armpjes in de lucht. JUICHEN.
2. Spilak. Het is een dag voor Spilak. Kan ontzettend slecht tegen het warme weer, dus zou de bescheiden 20 graden voor hem goed moeten uitkomen. Heeft verder ook nog helemaal niets laten zien. Is het wel aan zijn stand verplicht om ook eens een keer te presteren in een grote ronde.
3. Lollerkowski. Is natuurlijk helemaal opgebrand, maar daar hebben ze bij OPQS lak aan. Sturen 'm gewoon in de aanval. Kan je verwachten.
4. Dumoulin. Wel een etappe voor hem. Lastige klim op het laatst, net wat te lastig denk ik, maar kan dan misschien nog terugkomen in de afdaling. Mag in ieder geval wel een poging wagen als je het mij vraagt.
5. Chavanel. Doet IAM eigenlijk wel mee deze ronde? Op papier de beste ploeg van de wildcards, maar hebben bijzonder weinig laten zien. Ja, een tweede plaats in een sprint van Haussler. Fantastisch. Chavanel maar eens in de aanval sturen en kijken hoever hij komt.
pi_142627512
Etappe 17: Saint-Gaudens - Saint-Lary Pla d'Adet, 124 km

Na de langste etappe van de Tour nu de kortste. Slechts 124 kilometer. Meestal heeft het een reden, dat een etappe zo kort is. Nu ook, de etappe kent namelijk vier zware beklimmingen. Drie van de eerste categorie en de slotklim is van de buitencategorie. Het is dus maar goed ook dat de etappe zo kort is. De etappe begint op het vlakke, buiten de Pyreneeën en doet tijdens de eerste beklimming van de dag Spanje aan.

Map-17.jpg
PROFIL.png

Plaats van vertrek is Saint-Gaudens. Een stadje dat voor de 14e keer voorkomt in de Tour de France. 12,500 inwoners. Saint-Gaudens is vooral een goede plaats om te vertrekken, omdat het aan de voet van de Pyreneeën ligt. Vanuit dit dorp kan je snel aan verschillende beklimmingen beginnen. In 2011 was de Tour voor het laatst in Saint-Gaudens. Toen ging de etappe van deze plek richting Plateau de Beille. Deze rit werd gewonnen door de alien uit Neerpelt, Jelle Vanendert. Hij was in die Tour ineens een topklimmer. Hebben we naderhand ook niet veel meer van gezien, behalve in de Ardennenklassiekers. De laatste keer dat de Tour aankwam in Saint-Gaudens was in 1999, de Rus Konishev won toen. Andere renners die hebben gewonnen in Saint-Gaudens zijn onder andere Charly Gaul en Gino Bartali. Grote namen.

p62_d6af84c085c5561bd0529f0dc58fbd12st-goaerienne.jpg

Van Saint-Gaudens rijden we de Pyreneeën binnen, via een vallei. Als we deze weg de hele tijd zouden volgen zouden we weer bij Bagnères-de-Luchon uitkomen, maar net voor het dorpje Cierp-Gaud nemen de renners een weg naar links, die ze richting de tussensprint van de dag brengt, bij het gehuchtje Saint-Béat. De rivier La Garonne loopt door dit gehuchtje en dat weten de inwoners maar al te goed. Wil nog wel eens uit de oevers treden. Het is maar goed dat het nu een beetje fatsoenlijk weer is, anders hadden de renners niet door dit dorp kunnen fietsen. Vorig jaar rond deze tijd was het raak. Straten stonden blank, een heel deel was weggezakt, overal troep. François Hollande kwam zelfs nog langs om de schade op te meten.

201306202243-full.jpg

Na de tussensprint is het nog maar enkele kilometers fietsen tot de Spaanse grens. De weg richting Spanje loopt al lichtjes omhoog. Na een kilometer of 40 passeren we de grens. Een paar kilometer later komen we uit in Bossòst. Een klein dorpje in de provincie Lleida, regio Catalonië. Vlak na dit dorp beginnen we aan de Spaanse kant van de Col du Portillon.

PROFILCOLSCOTES_1.png

Een beklimming van 8,3 kilometer, 7,1% gemiddeld. Best een pittig dingetje. Behoorlijk regelmatig, het grootste gedeelte van de klim zit je toch tussen de zeven en acht procent. Zeker geen slechte klim om mee te beginnen. De klim is redelijk vaak voorgekomen in de Tour de France, toch al een keer of 18. Voor het laatst in 2006, toen was David de la Fuente hier als eerste boven. In dienst van het beruchte Saunier Duval gaf hij toen flink gas in de bergen. Beetje van David, beetje van Ibarguren. In die Tour won De la Fuente het strijdlustklassement en droeg hij enkele dagen de bollen. Fietst tegenwoordig nog steeds. Vormt samen met een andere held, Juanjo Cobo, een illuster duo bij Torku Seker Spor.

50565436.jpg

De afdaling van deze col brengt ons naar Bagnères-de-Luchon, waar we in de vorige etappe eindigden. Niet ver hierbuiten beginnen we al bijna meteen aan de volgende klim van de dag. Eentje met een goed klinkende naam, Col de Peyresourde. Een klim die onderhand ieder jaar wel voorkomt in de Tour. In tien jaar tijd zeven keer. Wel altijd als tussendoortje. Vorig jaar werd de Peyresourde nog beklommen in de etappe naar Bagnères-de-Bigorre. Thomas De Gendt was toen als eerste boven.

PROFILCOLSCOTES_2.png

Een beklimming van 13 kilometer, aan 7% gemiddeld. De eerste kilometers zijn nog redelijk goed te doen, maar na kilometer zes wordt het ineens heel regelmatig steil. De rest van de klim komt de hellingsgraad niet meer onder de zeven. Laatste kilometer van de klim nog aan 8,5%. Best een aardige col. Als je hier aardig doortrekt zullen er al een hoop mannen sneuvelen.

bicycletouringpyrenees24.jpg

Het leuke van vandaag is dat er maar weinig kilometers in de verschillende valleien hoeven te worden afgelegd. Het is continu op en af. Nu dus ook weer, de Peyresourde af richting Loudervielle, om een paar kilometer verder te beginnen aan de derde beklimming van de dag, Col de Val Louron Azet. Een enorm bochtige beklimming, die dit jaar pas voor de vijfde keer voorkomt in de Tour. Grote namen zijn hier al als eerste bovengekomen. Marco Pantani bijvoorbeeld, in 1997. Een paar jaar later was het grote voorbeeld van Bauke Mollema, Fernando Escartin, hier de beste. Vorig jaar kwam de Col d'Azet ook voor in de Tour, toen waren de punten op de top een prooi voor Simon Clarke.

PROFILCOLSCOTES_3.png

We hebben twee klimmen van gemiddeld 7% gehad, nu krijgen we twee klimmen van gemiddeld 8%. Deze is 7,4 kilometer lang aan 8,3% gemiddeld. Het zwaarste gedeelte zit meteen in het eerste gedeelte van de klim. De eerste kilometer gaat nog, maar daarna krijg je kilometers aan 9 en 10%. Naar de top toe zwakt het wat af, om vervolgens het laatste stukje nog even flink omhoog te gaan aan 11%. Een hele lastige klim, zeker als je bedenkt dat er enorm veel bochten in zitten. Misschien wat lastig om een goed ritme te krijgen, maar van de andere kant is het met 7 kilometer ook weer niet heel erg lang. Kan wel mooie plaatjes opleveren. De klim begint voorbij het meer van Génos-Loudenvielle en het uitzicht daarop wordt met iedere bocht mooier.

DSCF3584.JPG

Boven op deze col hebben de renners meer dan 100 kilometer gefietst. Nog maar een kilometer of 22 te gaan. De slotklim is 10 kilometer lang, dus eerst moet er nog 12 kilometer afgedaald worden, richting Saint-Lary-Soulan. Vanuit dit dorp beginnen we aan de laatste klim van de dag, Pla d'Adet. Een redelijk lange, steile slotklim. 10 kilometer aan 8,3% gemiddeld. De moeilijkheid zit 'm vooral in de eerste kilometers. Kilometer 2 en 3 zijn boven de 10%. Daarna zwakt het wat af richting 9 en 8%. Kilometer zeven is wat makkelijker, aan 5% en daarna wordt het niet echt moeilijk meer. De laatste twee kilometer van de klim zijn aan 7%, wat een heel verschil is met de 10% van het begin. De laatste hectometer is zo ongeveer vlak.

PROFILCOLSCOTES_4.png

De laatste keer dat we op Pla d'Adet aankwamen was in 2005. George Hincapie won toen. Hij profiteerde nogal van het werk van Oscar Pereiro. George hoefde niet zo gek veel te doen, hij had Armstrong achter zich. Even op het laatst demarreren en de overwinning pakken. Zo ging dat toen, zo ongeveer. Voor Hincapie zijn enige etappeoverwinning in de Tour. Andere renners die hier hebben gewonnen zijn o.a. Joop Zoetemelk en Raymond Poulidor. Poulidor was ooit een hele grote renner, maar zal over enkele jaren vooral bekend zijn als de grootvader van Mathieu van der Poel.

p1392.jpg

Het wordt niet verschrikkelijk warm. Een graad of 23. Waarschijnlijk droog, maar toch een kleine kans op regen. Misschien zelfs onweer, als het erg tegenzit. De wind zal vrij afwezig zijn. Waait niet erg hard, in de Pyreneeën.

Etappe 16 was voor de vluchters. Dan is de etappe daarna waarschijnlijk weer voor de klassementsmannen. Hoef niet, kan ook weer voor de vluchters zijn. Dat ligt volledig aan het peloton, als daar een beetje flink wordt gekoerst krijgt een groepje vluchters nooit veel voorsprong. Enkele ploegen, zoals FDJ, zullen hun kans ruiken. Bardet wat minder, Van Garderne wat minder. Nodigt uit om flink gas te geven.
1. Nibali. Als het peloton gas geeft en de kopgroep geen kans geeft wint Nibali uiteindelijk. Is al vaak genoeg gebleken.
2. Pinot. Is ijzersterk bezig. Moet wel een paar keer afdalen, maar dit blijkt nog niet eens zo'n heel groot probleem te zijn. Bardet zal uiteindelijk tekort komen.
3. Peraud. Deze oude Fransman is enorm goed bezig. Leek mij meer een renner voor de top 10, maar is zo ongeveer de enige die Nibali nog kan volgen, naast Pinot. Sterk. Dan mag je wel een keer een derde plaats binnenhalen.
4. König. NetApp. Klein ploegje, maar toch een bijzonder goede kopman. Leopold. Liet in de Vuelta van 2013 al zien wat hij kon, maar hij bevestigd dat deze Tour enorm. Goede renner.
5. Valverde. De derde week is de Movistar-week. Zal uiteindelijk toch net wat te kort komen om te winnen. Hij is immers geen Quintana. Slechts een Valverde.
pi_142663978
Etappe 18: Pau - Hautacam, 145 km

De derde etappe in de Pyreneeën. Misschien wel de zwaarste dag, want tijdens deze etappe moeten twee Pyreneeënreuzen van de buitencategorie bedwongen worden. Cols met klinkende namen en historie in het wielrennen. Voor de klimmers de laatste kans om nog tijd te pakken, want na deze etappe is het gedaan met het klimmen. Renners die bang zijn voor de tijdrit van zaterdag kunnen hier misschien nog iets proberen.

Tour-de-France-Stage-18-1400754433.png
PROFIL.png

Voor de 66e keer maakt Pau deel uit van de ronde van Frankrijk. De stad met 81.000 inwoners, net buiten de bergen, maakt dus bijna ieder jaar deel uit van de Tour. Vorig jaar ontbrak Pau, maar in 2012 was het zowel een aankomstplaats als een vertrekplaats. In de straten van Pau was Pierrick Fedrigo toen succesvol. Een dag later vertrok men van Pau richting Bagnères-de-Luchon, waar Voeckler won. Niet alleen in 2012 won Fedrigo hier, ook in 2010 was hij aan het feest. Nederlanders hebben hier ook wel eens gewonnen, Leon van Bon in 1998 bijvoorbeeld.

Pau-Environnement-1.jpg

De eerste 60 kilometer hebben we nodig om richting het hooggebergte te fietsen. Ondertussen komen de renner wel enkele beklimmingen tegen. Twee van de derde categorie. Allebei zo rond de twee kilometer aan zeven procent. Al best lastig, maar nog niets vergeleken met de beklimmingen die daarna komen. Na 61 kilometer is de tussensprint in Trébons. Een paar kilometer verder rijden de coureurs door Bagnères-de-Bigorre. Hier begint de eerste klim van de buitencategorie van vandaag, Col du Tourmalet.

32_bagneres_de_bigorre.jpg

De Tourmalet is 17 kilometer lang en 7,3% gemiddeld. De eerste vijf kilometer zijn nog makkelijk, de percentages komen daar niet boven de vijf procent. Daarna wordt het wel wat lastiger en dat blijft zo tot de top. Enkele kilometers aan 8%, enkele aan 9% en zelfs nog twee kilometer aan 10%. Niet voor niets buitencategorie. Een hele lastige en vrij lange klim.

PROFILCOLSCOTES_1.png

De Tourmalet is de col die het vaakst is beklommen in de Tour. Een keer of 80 ondertussen. Zit bijna ieder jaar in het parcours en wordt soms zelfs twee keer in dezelfde ronde beklommen. Voor de renners en voor de kijkers dus geen onbekende berg. Van de ene kant is het mooi, zo'n bijna jaarlijks terugkerend fenomeen, maar het zou ook helemaal niet erg zijn om deze beklimming een paar jaar links te laten liggen en op zoek te gaan naar verborgen pareltjes, want die zijn er in deze omgeving ook nog genoeg. In 2013 werd de Tourmalet overgeslagen, dat was voor het eerst sinds 2007. Thomas Voeckler was in 2012 hier als eerste boven. Een opvolger voor hem wordt dus gezocht.

col-du-tourmalet-3.jpg

Boven op de Tourmalet zijn er 95 kilometer gedaan. De wedstrijd is dan nog 50 kilometer lang. Na een lange beklimming volgt vaak een lange afdaling, zo ook nu. In totaal bijna 35 kilometer in dalende lijn. De afdaling van de Tourmalet zelf is bijna 20 kilometer lang en stopt in Luz-Saint-Sauver. Vanuit dit dorp gaan de renners naar rechts, om nog een stukje verder te dalen naar de vallei rond Lac des Gaves. Een paar kilometer verder, in Arbouix, begint de slotklim.

PROFILCOLSCOTES_2.png

13,6 kilometer aan 7,8% gemiddeld. Misschien nog wel wat zwaarder dan de Tourmalet. De klim begint al vrij uitdagend, met een eerste kilometer aan 6%. Daarna een kilometer aan 8%, om vervolgens daarna wat af te vlakken. Tot kilometer zeven valt het nog wel mee, maar dan begint het echt. Twee kilometer achter elkaar boven de 10%, dan een wat makkelijkere kilometer en vervolgens weer een kilometer boven de 10%. In dit stuk kan een hoop gebeuren. In deze kilometers moet je het doen, want de laatste drie kilometer zijn weer wat makkelijker. Hoewel, tussen de 6,5 en 8%, nog steeds niet heel erg makkelijk. Een goede klim om grote verschillen te maken, zeker met de Tourmalet al in de benen.

e48a599a7758131ebc86eb1ffd490fa9.jpg

Het wordt de vijfde keer dat we naar dit wintersportoord gaan. Nog niet zo heel vaak dus, toch kent iedereen Hautacam. Dat is met name te danken aan Bjarne Riis. In 1996 ging hij op de flanken van deze klim full retard. De klim is bepaald niet makkelijk, met stukken aan 12%, maar Bjarne zat zo vol met EPO dat hij gewoon op het buitenblad naar boven knalde. Hij liet iedereen staan alsof ze met de stadsfiets waren. Bjarne was een van die figuren die wel heel erg ver ging met doping. Zijn hematocriet was zo hoog dat hij 's nachts om het halve uur even een rondje moest lopen, anders bestond de kans dat zijn hart er mee zou stoppen. Zijn bloed was zo dik dat je het op een pannenkoek kon smeren. Uiteindelijk wel hilarische beelden natuurlijk. Blijft mooi.


5548395-.jpg

De laatste keer dat we naar Hautacam gingen was in 2008. Ook toen kregen we een topshow voorgeschoteld. Het was de Tour van Saunier Duval. Riccardo Ricco had al twee ritten gewonnen, maar deed dat wel alleen. Het was wel weer eens tijd voor een ouderwetse 1-2, zoals op de Monte Zoncolan, een jaar eerder. Leonardo Piepoli kwam toen samen met Gibo Simoni over de streep. Op Hautacam kreeg hij Juan José Cobo mee. Samen gingen ze ervandoor. Fränk Schleck probeerde nog wel even aan te haken maar moest Team Ibarguren uiteindelijk toch laten gaan. Ze kwamen dus met z'n tweeën aan en gooiden allebei de handjes in de lucht. Leuk detail: Piepoli kwam als eerste over de streep, maar werd uiteindelijk net als Ricco betrapt. Cobo werd niet betrapt, dus kreeg hij deze overwinning. Van de regen in de drup.

TenpiepoliwinLead81929561.jpg

Hautacam zorgt dus wel voor leuke taferelen. Hopelijk nu ook weer. Nibali die net als Riis op het buitenblad naar boven knalt en uiteindelijk met vijf minuten voorsprong wint. Ik zeg doen. Het weer zal niet heel fantastisch zijn, graadje of 20 en kans op regen.

Aangezien vandaag de vluchters het weer hadden gehaald lijkt het mij morgen weer een dag voor de klassementsrenners. Zoals gezegd, een Nibali die met vijf minuten voorsprong wint zou leuk zijn.
1. Nibali. Een imitatie van Riis. Even rondkijken, de concurrentie monsteren. Vast een speldenprikje uitdelen, dan weer even kijken en dan helemaal losgaan. Als een imbeciel met het grootst mogelijke verzet naar boven harken. Het zou kunnen, hij is er goed genoeg voor en is de afgelopen dagen niet heel diep gegaan, denk ik.
2. Peraud. De beste van de rest, wat je best opvallend mag noemen. Altijd wel een prima renner geweest, maar dat hij nu kans maakt om op het podium te komen had ik ook weer niet verwacht.
3. Pinot. Gaat hier dan toch de beslissende slag om de witte trui slaan. Zal niet meteen minuten wegrijden van Bardet, maar in ieder geval toch wel een aantal seconden.
4. Valverde. Valt mij toch een beetje tegen. Na de eerste maanden van dit seizoen had ik verwacht dat hij het Froome en Contador serieus moeilijk had kunnen maken. Uiteindelijk blijkt hij dan zelfs onder te doen voor een Peraud en een Pinot. De befaamde derde week van Movistar blijft dit jaar een beetje uit.
5. Bardet. In ieder geval een renner die durft aan te vallen, dat mag ik wel. Kan het nu ook weer proberen, maar ik denk niet dat het veel op zal leveren. Achja, een vijfde plaats is ook goed.
  vrijdag 25 juli 2014 @ 07:37:17 #20
84430 kanovinnie
Wie dit leest is gek!
pi_142709121
Etappe 19: Maubourguet Pays du Val d'Adour - Bergerac, 208 km

Het klimwerk is gedaan. Mocht ook wel een keer, na drie dagen in de Pyreneeën. Nibali heeft nu kansen genoeg gehad om te laten zien hoeveel beter dan de rest hij is. Daarom nu maar weer eens een vlakke rit. Niet helemaal vlak, want in de finale zitten nog enkele obstakels, maar normaal is dit toch wel weer een kans voor de sprinters.

Tour-de-France-Stage-19-1400754503.png
PROFIL.png

Het dorpje Maubourguet, met 2500 inwoners, is een debutant in de Ronde van Frankrijk. Het ligt in de Pays du Val d'Adour. Een mooi gebied, met genoeg wijnvelden en uitzicht op de Pyreneeën. De Tour kwam hier nog nooit, een andere ronde wel. De Tour des Pyrénées, een hele kleine koers. Een koers voor de beste amateurs en enkele continentale teams. In 2004 was er een etappe van Maubourguet naar Lourdes en deze etappe werd gewonnen door Theo Eltink. Arme Theo, die een aantal jaar geleden ineens werd gezien als groot talent voor de grote rondes, maar zijn belofte nooit wist in te lossen.

2014060531_19---Maubourguet-Photo-montage-Aire-de-jeu.jpg

Het eerste deel van de etappe zitten we nog in de heuveltjes, een beetje glooiend is het parcours dus wel. Stelt allemaal niet heel veel voor, maar het stuk na een kilometer of 60, als het helemaal vlak wordt, zal de renners vast meer aanspreken. Enkele dorpjes worden gepasseerd, maar daar zit verder weinig interessants tussen. Ja, ze fietsen nog door Condom. Hilarische naam natuurlijk. Heel google staat vol met blije mensen naast het plaatsnaambordje. De renners volgen de rivier Baïse. Dit net zo lang tot die rivier uitmondt in La Garonne. Voor die tijd komen we eerst nog door Nérac, een dorpje dat je nog wel redelijk schattig kan noemen.

IM000224.JPG

Na Nérac is het nog een kilometer of 40 tot de tussensprint. Volledig vlakke kilometers, langs La Baïse en vervolgens La Garonne. Deze twee rivieren verliezen we echt geen seconde uit het oog. De tussensprint is in Tonneins, een stadje met 9000 inwoners. Ligt direct aan de Garonne. Deze rivier steken we hier over om er daarna niet meer bij in de buurt te komen.

33835936.jpg

Dan zijn er al 130 kilometers afgelegd. Nog maar een kleine 80 te gaan. Het vlakke land laten we alweer bijna achter ons, om toch weer in een licht heuvelachtig gebied terecht te komen. Stelt wederom allemaal niet heel veel voor. Het laatste gedeelte van deze etappe zou nog wel interessant kunnen zijn. Als men de Dordogne binnenfietst, na 170 kilometer, wordt het leuk. Toch nog vier korte heuveltjes achter elkaar. De laatste, op 13 kilometer van de streep, is het interessantste. Côte de Monbanzillac, vierde categorie. 1,3 kilometer aan 7,6%. Nog best steil, alleen niet zo heel lang. Toch kan een Kittel hier al goed in de problemen komen. Wel nog flink wat tijd om terug te komen, want het is een lange rechte weg richting Bergerac. Monbazillac heeft een kasteel en ze maken er witte wijn.

8893087096_6b3becf781_b.jpg

De laatste kilometers richting Bergerac zijn dus over grote, rechte wegen. Paar bochten nog, maar valt allemaal wel mee. In de laatste kilometer nog twee bochten. Het centrum van Bergerac slaan we over, we finishen voor de gein eens een keer op een vervallen industrieterrein. Bergerac is een stad met 28.000 inwoners, dat voor de tweede keer wordt aangedaan. De vorige keer was in 1994. De negende etappe, een tijdrit van 64 (!) kilometer, van Périgueux naar Bergerac. Deze tijdrit werd gewonnen door Miguel Indurain. Hij legde tijdens deze tijdrit de basis voor zijn vierde Tourwinst. Een dag later vertrok men in Bergerac. Een etappe richting Cahors die werd gewonnen door Jacky Durand.

Bergerac-019.jpg

Het wordt weer wat warmer. Tegen de 30 graden aan. Beetje bewolking, maar waarschijnlijk geen regen. Een redelijk windje, maar zal wel niet genoeg zijn om aan waaiers te denken.

Toch wel een etappe waar vanalles kan gebeuren. Zijn de sprinters en hun ploegen nog een beetje fit? Na drie dagen in de bergen zal een Kittel best moe zijn. Kan dus zomaar zijn dat een groepje vluchters veel ruimte gaat krijgen omdat de sprintersploegen er niet veel zin in hebben of te weinig kracht over hebben. Dan heb je in de finale nog een paar klimmetjes. Niet verschrikkelijk moeilijk, maar na drie weken Tour zal dat misschien toch best hard aankomen. Uiteindelijk denk ik dat het toch iets voor de sprinters zal worden, Katusha zal vast wel willen werken voor Kristoff en Sagan is nog steeds op zoek naar een overwinning.
1. Kristoff. Lijkt me wel een etappe voor hem. Toch nog een wat moeilijkere finale. Sowieso een renner die boven komt drijven als het wat lastiger is geweest. Gaat op die manier dan toch wel vrij snel Hushovd overvleugelen.
2. Sagan. Wel lullig, maar het is niet anders. Weer een ereplaats, maar een overwinning gaat lastig worden. Uiteindelijk wel de groene trui, dus dat is in ieder geval nog iets.
3. Degenkolb. Met dat klimmetje van de vierde categorie denk ik dat Giant toch voor Degenkolb gaat. Kittel zal vast wel afhaken en of hij dan wordt het toch lastig om hem weer op tijd vooraan te krijgen.
4. Coquard. Europcar is prima bezig, dus krijgen we als het morgen een sprint wordt een Coquard te zien die nog best dicht in de buurt gaat komen.
5. Greipel. Ook niet echt zijn Tour. Volgend jaar weer een nieuwe kans.
Op dinsdag 25 augustus 2015 15:48 schreef Toekito het volgende:
de grootste schande van heel FOK! naast Fylax is Kano als mod.
pi_142742978
Etappe 20: Bergerac - Périgueux, 54 km (ITT)

De laatste uitdaging van deze Tour. De enige tijdrit, maar wel een hele lange, over een glooiend parcours. Vanwege de lengte gaat hier met minuten gesmeten worden, al zullen de matige tijdrijders vanwege de heuveltjes die in het parcours zitten toch nog wel een klein beetje kunnen aanhaken. Alsnog minuten verliezen, maar waar je tijdens een vlakke tijdrit met deze lengte vijf minuten kan verliezen kan je als goede klimmer het hier misschien beperken tot een minuut of twee.

Tour-de-France-Stage-20-ITT-1400754654.png
PROFIL.png

De start van de tijdrit is in Bergerac, waar rit 19 aankwam. Etappe 19 kwam aan ergens op een industrieterrein in een buitenwijkje van Bergerac. Deze tijdrit start wel netjes in het centrum. Rue de la Résistance, een winkelstraatje. Daar vertrekken de renners voor een barre tocht van meer dan 54 kilometer. In Bergerac zelf zijn er twee bochten die genomen moeten worden, maar verder zijn de eerste kilometers rechtdoor. Af een toe een flauwe bocht, maar stelt bijzonder weinig door. Op de grote molen en trappen maar. Net na de start fietsen de renners langs de kerk.

index.php?action=dlattach;topic=173808.0;attach=620378

De eerste kilometers zijn over de grote weg, na zes kilometer draaien de renners af van de D709 naar de D4E3. Scherpe bocht, tweebaansweg in plaats van een vierbaansweg. Alsnog breed genoeg dus. Deze weg begint na een tijdje op te lopen. Wel vals plat, niet echt een hele moeilijke klim of iets in die richting. Tussen kilometer 7 en kilometer 15 moeten 110 hoogtemeters overwonnen worden, niet heel indrukwekkend. In het gehuchtje Lagudal moet er een beetje gedaald worden om daarna weer een stukje omhoog te gaan. Dit gaat gepaard met enkele bochten, maar dat zijn allemaal simpele bochten, geen scherp gedoe. Als dit tweede 'klimmetje' is geweest dalen de renners een stukje af en ondertussen komen ze door het gehucht Beleymas, waar de eerste tussentijd wordt gemeten, na 19 kilometer. 200 inwoners, maar wel een schattig kerkje.

beleymas.jpg

Het gaat nu even naar beneden, maar het bochtenwerk valt mee. Lijkt allemaal redelijk voor zich te spreken. Na 23 kilometer fietsen de renners door Villamblard en dan loopt het alweer een beetje omhoog. Vijf kilometer na Villamblard komen de renners boven in Sargaillou en is er weer een meter of 100 hoogteverschil overwonnen. Echt vals plat dus. Dit gedeelte is wel echt geschikt voor de sterke jongens, die knallen hier goed door. Een beetje fietsen tussen de weilanden door, af en toe een bos, af en toe een verlaten boerderij.

24zei5k.png

Na het gehuchtje Sargaillou is het weer even een paar kilometer in dalende lijn. Deze afdaling kent wat meer bochten en loopt voor een deel door een bos, is dus wat onoverzichterlijker. Toch wel een paar bochten die je even verkend moet hebben. Het is goed te doen, maar met een beetje kennis van het parcours ben je in dit soort bochten wel in het voordeel. Zoals de 'klim' niet echt steil was is de 'afdaling' dat ook niet echt. In principe gewoon zo groot mogelijk trappen.

ezhovc.png

Na deze afdaling loopt het gelijk weer omhoog, richting Font-de-Meaux, waar de tweede tijdsmeting van de dag is, na 39 kilometer. Ook deze weg is weer vals plat, voor een deel door een bos. Kent wel enkele stukjes die er nog een beetje uitdagend uitzien, maar zou verder toch ook allemaal niet echt een probleem moeten zijn. Redelijk leuke omgeving. Af en toe een huisje, struikjes, bomen, heuveltjes links en rechts. En een vervelende weg omhoog.

1idi12.png

Voorbij de tweede tijdsmeting moeten de renners nog even over een plateautje heen, om daarna weer een paar kilometer te dalen. Deze afdaling is behoorlijk bochtig, maar wel door een redelijk open vlakte. Toch net wat meer zicht op waar je naartoe gaat. Alsnog een paar blinde bochten, dus een verkenning lijkt me toch handig als je hier goed wil fietsen. Als je hier niet goed wil fietsen heb je alle tijd om te genieten van een leuk uitzicht. Vervelende paaltjes langs de weg, dus mijn advies is wel om netjes op het asfalt te blijven.

30cyebo.png

Als deze afdaling gedaan is moeten de renners nog één keer omhoog en dit lijkt de lastigste klim van de dag. Een korte klim, maar vrij steil, als je het profiel mag geloven. En jawel, we mogen dit profiel geloven, want Google Maps geeft hetzelfde beeld. We klimmen naar het dorpje Coulounieix en dat is vrij pittig. Enige voordeel voor de renners is dat ze na de afdaling flink wat snelheid hebben, een goede aanloop dus, om even over dit heuveltje te knallen. De klim loopt nog even door na het dorpje Coulounieix, maar het zwaarste gedeelte heb je dan wel gehad. Het zwaarste gedeelte zit net voor je het dorp binnenrijdt. Op de top krijgen we de derde tussentijd van de renners, op zes kilometer van de streep. Volgens het time schedule tenminste. Volgens het profiel niet. Komen we morgen wel achter.

28tdo52.png

De laatste kilometers zijn in dalende lijn. Nog enkele bochten, maar we zitten nu wel op een hele brede weg. De grootste uitdagingen zijn al geweest. Zo ongeveer op twee kilometer van de streep steken we de rivier L'Isle over en rijden we Périgueux binnen. De laatste kilometer loopt weer een beetje vals plat omhoog en kent nog een stuk of vijf bochten. Finishen doen we voor het Palais de Justice.

1587184_palais-de-justice-perigueux-4-1200_800x400.jpg?v=1

Dit is de derde keer dat Périgueux, een stad met 31.000 inwoners, deel uitmaakt van de Tour de France. De vorige twee keren hadden we zo ongeveer hetzelfde recept. Ook in 1961 was er een tijdrit van Bergerac naar Périgueux. In 1994 was het andersom, een tijdrit van Périgueux richting Bergerac. Grote namen wonnen uiteindelijk die tijdritten. In 1961 was Jacques Anquetil de sterkste. In 1994 Miguel Indurain. Beide renners wonnen in dat jaar ook het algemeen klassement. Als je het zo bekijkt is Vincenzo Nibali misschien wel de grootste favoriet.

Catedral_de_P%C3%A9rigueux.jpg

Iedere dag kom ik met een weerbericht aan, maar dat blijkt vaak weinig betrouwbaar. Tijdens etappe 19 zou er bewolking zijn, maar over regen las ik niets. Viel dat even tegen. Toch gaan we het maar weer proberen. Volgens mijn Franse, blijkbaar onbetrouwbare, weersite wordt het goed weer. 28 graden, zon, weinig wind. Klinkt goed, maar hoe het echt wordt zien we tijdens de rit wel weer.

Deze tijdrit wordt natuurlijk een prooi voor Tony Martin. Dat lijkt mij redelijk duidelijk. Een Froome in topvorm kan het hem moeilijk maken, maar verder doet iedereen toch wel voor hem onder. Het is even afwachten hoe het met Tony Martin is na drie weken Tour. Hij heeft zich deze Tour vaak genoeg laten zien en vaak met zijn krachten gesmeten, maar deze tijdrit zal hij nog een keer alles geven en dan wint hij. Met een minuutje voorsprong op Dumoulin.
1. Martin. Der Panzerwagen.
2. Dumoulin. Toch lekker, zo'n Nederlander die een beetje goed kan tijdrijden. Heeft het de afgelopen dagen rustig aan gedaan, dus een tweede plaats achter Tony Martin lijkt mij zeker tot de mogelijkheden behoren.
3. Nibali. Als je in zo'n topvorm bent ga je ook gewoon een goede tijdrit fietsen. Hoewel hij helemaal niet voluit hoeft te gaan. Kan zelfs de laatste kilometers lopen, maar hem kennende zal hij tot het einde alles blijven geven.
4. Chavanel. Heeft toch een vrij kleurloze Tour achter zijn naam. Kan op een goede dag een ontzettend goede tijdrit rijden, dus om toch nog wat kleur aan zijn Tour te geven is een goed optreden in deze tijdrit nodig. Hij kan het, zo nu en dan.
5. Peraud. Een Peraud in vorm kan ontzettend goed tijdrijden. Hij is in vorm, dus goede tijdrit. Denk dat hij toch nog wel de tweede plaats gaat pakken.

Verrassing van de dag wordt Izagirre. Gaat top 10 rijden. Onze jongens gaan het lastig krijgen.
pi_142772434
Nou ja, niet echt een OP waard. Ik heb met alle liefde iedere keer alles proberen uit te pluizen, 20 etappes lang, maar de laatste etappe van de Tour is die moeite niet echt waard.

Van Evry naar Parijs. Eerst een beetje champagne. Alle Astana's op een rij. Vast wel weer een gele auto. Daarna laf koersen tot Parijs. Paar demarrages en uiteindelijk wint Kittel.

Oja, nog een vrouwenkoers tussendoor. Is iedereen heel enthousiast over heb ik al gemerkt. Iemand van Rabo zal wel winnen want die ploeg wint dit jaar alles.

Tot volgend jaar. :W
pi_142772480
^O^ Hartelijk dank voor je pareltjes Rellende_Rotscholier en heel graag volgend jaar weer _O_
pi_153334200
Wij hopen dat dhr. Scholier ook dit jaar stukjes wil schrijven. ^O^
pi_154167146
Even een update aangezien dhr. Rotscholier inderdaad bereid is gevonden stukjes te schrijven.

Etappe 1: Utrecht - Utrecht, 13,8 km (ITT)

De 102e editie van de Tour de France gaat van start in Utrecht, zoals we ondertussen allemaal wel weten. Het is de zesde keer dat de Tour start in Nederland. Voor het eerst was dat in 1954, toen de Tour voor het eerst buiten Frankrijk begon, in Amsterdam. Die rit werd gewonnen door Wout Wagtmans. In 1973 was er een Tourstart in Scheveningen, die Tour begon met een proloog die gewonnen werd door Joop Zoetemelk. Vijf jaar later was de Tour weer terug in Nederland en was de openingsrit weer een proloog, die weer werd gewonnen door een Nederlander. Jan Raas was de snelste in Leiden. De uitslag van die proloog zou alleen niet meetellen omdat het te slecht weer zou zijn geweest en het parcours daarom te gevaarlijk. Lekker, die Fransen. Raas won daarom een dag later nog maar een keer om op die manier wel echt de gele trui te krijgen. Na Leiden duurde het even voor er weer een Tourstart was in Nederland, maar in 1996 was het dan eindelijk weer zo ver. Een proloog in Den Bosch, gewonnen door Alex Zülle. De laatste Tourstart in Nederland kunnen we ons vast allemaal nog wel herinneren, Rotterdam 2010. Die Tour begon ook met een proloog die werd gewonnen door Cancellara en een dag later vertrok de rit ook in Rotterdam. Op 1954 na begint iedere Tourstart in Nederland dus met een proloog. Dat is nu anders, we mogen spreken van een heuse tijdrit. Te lang om het een proloog te noemen. Als er in Nederland wordt gestart wint er een Nederlander of een Zwitser. Tom Dumoulin en Cancellara krijgen hier vast moraal van.

UyqfN9z.png
PROFIL.png

Een Grand Départ in Utrecht dus, voor het eerst. Doen we als klein landje toch goed, het is absurd hoeveel grote rondes er de laatste jaren in Nederland zijn gestart. Het begon met de Vuelta in 2009, die het vertrek kende in Assen. Daarna vertrok de Giro van 2011 in Amsterdam en een paar maanden later begon de Tour in Rotterdam. Nu hebben we weer een Tourstart in Nederland en volgend jaar start de Giro ook weer in dit gekke kleine landje. Het houdt niet op. De start van deze Tour is dus in Utrecht en de renners zullen vertrekken in de prachtige Truus van Lierlaan. Een straat van helemaal niets, maar wel overal parkeerplaatsen in de buurt. Dat komt wel altijd goed uit als je die hele Tourkaravaan ergens kwijt moet.

A2W3PYh.png

Direct na de start volgt al meteen de eerste bocht, naar links. Geen hele lastige bocht, van de ene brede weg naar de andere. Een stukje verder komen de renners een soort van chicane tegen, daar zullen ze wel eventjes een beetje moeten afremmen, maar met een beetje verkenning geen probleem. Daarna komen ze uit bij een brede rotonde, die ze voor driekwart moeten nemen. Afsnijden gaat niet, want over het andere deel van de rotonde moeten ze ook nog, op weg naar de finish. Al fietsend over de Koningin Wilhelminalaan komen de renners dus continu andere renners tegen die de andere kant opgaan. De renners moeten twee keer over de Balijebrug en daar loopt het even een klein beetje op. Voelen ze waarschijnlijk niet eens, maar dan is het in ieder geval genoemd. Over de Balijlaan en de Vondellaan gaat het eigenlijk best wel rechtdoor. Een paar flauwe bochten, maar dat mag geen naam hebben. Aan het eind van de Vondellaan slaan de renners linksaf, onder het spoor door, richting de Albatrosstraat. In de prachtige Albatrosstraat gaat het ook weer eventjes makkelijk rechtdoor, tot er een bocht naar rechts volgt. Eigenlijk ook wel weer een simpele bocht, het parcours lijkt niet al te technisch. De renners volgen even de Kromme Rijn, maar wijken al snel weer af en zetten dan koers richting het stadion van FC Utrecht, de Galgenwaard. Dit hele stuk is ook grotendeels rechtdoor.

Ciixo.jpg

Best een geinig stadion, het is alleen jammer dat er ook ooit mensen in zitten. Enfin, vlak na de Galgenwaard een bocht naar links, wederom geen enkel probleem. Over de Weg tot de Wetenschap richting de Uithof, het Science Park van de Universiteit van Utrecht. De renners fietsen een klein stukje naast het terrein, maar slaan even verder weer snel linksaf, terug de stad in. Hier moeten ze een bocht nemen die misschien wat lastiger in te schatten is. Lijkt redelijk scherp. De renners komen terecht op de Archimedeslaan en zijn nu best dicht in de buurt van de eerste tijdsmeting. In de Pythagoraslaan, na 7,1 kilometer koers, krijgen we een eerste indicatie van de tijden van de renners. In de Archimedeslaan moeten de renners nog onder een viaduct door en hier gaat het een klein stukje naar beneden een een klein beetje omhoog. Zullen ze waarschijnlijk niet eens merken, maar is wel zo'n beetje het enige hoogteverschil in deze tijdrit. De bocht van de Archimedeslaan naar de Pythagoraslaan is een lopende bocht. Kunnen ze op hoge snelheid door, niks aan de hand. In de Pythagorslaan staat het oude provinciehuis van Utrecht. Het nieuwe staat in de Archimedeslaan. De renners komen in korte tijd dus twee gedrochten tegen.

2374798.jpg

De renners hebben nu al meer dan de helft van de tijdrit gehad. Aan het eind van de Pythagoraslaan slaan ze rechtsaf richting de Waterlinieweg. Een bocht die ook nog wel een beetje scherp is, maar verder geen probleem op hoeft te leveren. Ze komen uit bij een grote rotonde, die ze niet op de normale manier hoeven te nemen. Ze mogen meteen links, richting de Biltstraat. Bij het aansnijden van de rotonde moet er wel even geremd worden, maar daarna kunnen ze vol door. In de Bilstraat merken we eigenlijk pas voor het eerst dat we echt in Nederland zijn. Hier liggen een aantal drempels. Er zijn ook nog een aantal wegversmallingen, dus dit nog wel even een straat waar je een beetje op moet letten. Na een tijdje slaan de renners linksaf, de Kruisstraat in. Een bocht die ook prima te doen lijkt, als je het een beetje goed aansnijdt hoef je misschien niet eens te remmen. Via de Kruisstraat komen de renners uit op de Maliesingel. Nog een paar vluchtheuveltjes en kleine bochtjes bij het oversteken van die straten, maar verder is er wederom niet veel interessants te melden. Een paar kilometer lang fietsen de renners nu langs de gracht en dit is een redelijk bochtige weg. Vooral op drie kilometer van de streep liggen er vrij kort achter elkaar een paar bochten. Deze bochten zijn redelijk scherp en de renners kunnen hier niet van de hele weg gebruik maken, het is wat smaller. Je zou zelfs kunnen spreken van een chicane.

6445334.jpg

Na deze chicane fietsen de renners door de Bleekstraat weer onder het spoor door en komen ze uit op de Vondellaan, waar ze iets dan tien kilometer geleden ook al hebben gefietst. Nu pakken ze de andere kant van deze laan en gaan ze weer over de Balijebrug. Ze komen weer uit bij de rotonde bij de Koningin Wilhelminalaan. Op de heenweg moesten ze hier driekwart, nu kunnen ze meteen naar rechts, zonder gedoe. Een stukje verderop wordt er rechtsaf geslagen en zijn de renners op iets meer dan een kilometer van de streep. De renners steken de Nelson Mandelabrug over en krijgen op een paar 100 meter van de streep nog een laatste bocht, naar links. Deze bocht is ook prima te nemen en daarna is het rechtdoor richting de meet. De streep ligt bij de jaarbeurs. In principe is het dus best een makkelijke tijdrit. De wegen zijn over het algemeen breed. Er is één straat met wat drempels, maar verder zijn er voor Nederlandse begrippen weinig obstakels. Eén bochtencombinatie die je met wat fantasie een chicane zou kunnen noemen en verder vooral hele makkelijke bochten. Een rustig begin van de Tour de France waarschijnlijk.

13787356.jpg

Utrecht zelf is een stad die we allemaal wel kennen. Daarom is het extra interessant om te kijken wat er in het roadbook staat over deze stad. 328.000 inwoners, dat zou best kunnen kloppen. Een stad van innovatie en kennis, dat geloven we ook meteen. Gesticht in 1636 en de universiteit zou de belangrijkste van Nederland moeten zijn, met meer dan 30.000 studenten. Of het echt de belangrijkste is durf ik niet te zeggen, maar laten we het Utrecht gunnen. Als hoogtepunt van Utrecht wordt logischerwijs de Dom genoemd. Wat ik dan weer niet wist is dat erwtensoep, stamppot en pannenkoeken typisch Utrechtse specialiteiten zijn. Toch nog wat geleerd vandaag. Het is de eerste keer dat de Tour hier is, maar het is geen debuut voor Utrecht in een grote ronde. De Giro van 2010 kende een rit met aankomst in deze stad. Na de proloog in Amsterdam vertrok de volgende rit uit Amsterdam om te eindigen in Utrecht. Erkend brokkenpiloot Tyler Farrar was toen de snelste. Hij is er nu weer bij, maar zijn niveau van die jaren heeft hij al lang niet meer weten te halen. Tegenwoordig fietst hij bij MTN-Qhubeka en mag hij de Afrikaantjes de fijne kneepjes van het vak leren. Als je iemand van deze ploeg op de grond ziet liggen weet je meteen waarom.

Domtoren10,%20(c)%20WM(1).jpg

Het gaat al dagenlang over het weer. Het is al dagen absurd warm en dat gaat het zaterdag ook nog zijn. In de middag dik boven de 30 graden. Waarschijnlijk wel 33 graden of nog warmer. Tegen het eind van de middag kans op onweer en een kans op toenemende wind. Rond een uur of drie schijnt het wat harder te gaan waaien. De vroege starters zullen dus iets in het voordeel zijn. Vooral als het ook nog echt gaat regenen. De kans is er, maar het is geen levensgrote kans. Toch lijkt het sowieso verstandig om vroeg te starten, al was het maar voor de wind. Vooral het tweede deel van de tijdrit kan je de wind lelijk tegen krijgen. De Tour start om 14:00. De Eritreeër Daniel Teklehaimanot mag als eerste vertrekken. Het is een bijzonder verhaal, hij is de eerste renner die namens een Afrikaanse ploeg in de Tour gaat rijden. Hij is de eerste Eritreeër in de Tour en hij is waarschijnlijk de eerste donkere Afrikaan in de Tour, maar dat laatste durf ik niet met zekerheid te zeggen. Daniel is kampioen tijdrijden van zijn land, dus we zien meteen de vlag van Eritrea in actie. Nog nooit nam een Eritreeër deel aan de Tour en nu meteen twee. Drie kwartier na Teklehaimanot is Merhawi KUDUS aan de beurt, de jongste deelnemer aan deze Tour de France. Meteen om 14:00 zullen de NOS en Sporza er ook bij zijn. De volledige startlijst staat in de spoiler. Nibali zal als laatste vertrekken om 17:17.

SPOILER
Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.
Ik ga me weer wagen aan een voorspelling, omdat het nu eenmaal heel leuk is om aan te tonen dat je er eigenlijk ook totaal geen verstand van hebt. Het gaat al dagenlang alleen maar over Tom Dumoulin. Hij moet het gaan doen, hij moet de rit winnen en meteen ook maar de gele trui pakken. Een zware last rust op zijn schouders. Het verleden leert ons dat een Tourstart in Nederland een Nederlandse winnaar oplevert, of een Zwitserse. Zo bekeken moet dat Dumoulin wel wat meer motiveren. Een Duitser won nog nooit als de Tour in Nederland begon, dus die hele Martin kunnen we wel afschrijven natuurlijk. Cancellara zou dan de grootste uitdager worden, hij weet hoe hij moet winnen in Nederland. In Rotterdam deed hij dat al eens, maar zijn benen van toen heeft hij ook niet meer. Ik ga Tom nog wat extra druk bezorgen.
1. Dumoulin. Ja, Tom gaat het gewoon doen. Hij heeft sinds dit jaar iedereen een keer verslagen in een tijdrit. In de Ronde van het Baskenland versloeg hij voor het eerst Tony Martin. Dat was geen vlakke tijdrit, allesbehalve. Over de steile muur van Aia ging die tijdrit, maar dat mag de pret niet drukken. Mentale klap voor Martin natuurlijk en een enorme boost voor Dumoulin. Tom is goed in vorm, zo liet hij in Zwitserland zien. Zijn mindere NK vergeven we hem wel even. Hij gaat ons laten juichen!
2. Martin. Normaal wint Martin altijd. Waarschijnlijk gaat hij ook daadwerkelijk winnen, maar er kan natuurlijk een boel gebeuren. De wielen zijn rond, het is ieder voor zich. Misschien vergeet hij wel schuurpapier in zijn broekje te doen en glijdt hij pardoes van zijn zadel af. Je weet het niet. Het gaat wel spannend worden in ieder geval, want Dumoulin komt steeds dichter bij Martin in de buurt. In een vlakke tijdrit is Martin nog steeds duidelijk beter, maar hij wint niet meer met zoveel voorsprong op Dumoulin als een tijd terug. Dit moet dan maar de dag worden dat Dumoulin ook Martin weet te verslaan in een vlakke tijdrit en anders heeft Utrecht met Martin ook een winnaar om trots op te zijn.
3. Cancellara. Wordt ook altijd genoemd bij de favorieten en dat is ook logisch, maar de echte vorm heeft hij niet meer. In de Ronde van Zwitserland was Dumoulin hem twee keer te snel af. In Tirreno-Adriatico won Cancellara dan nog wel een tijdrit, maar daar waren Martin en Dumoulin niet bij. Hij staat eigenlijk wel best ver achter Martin en Dumoulin, als we naar zijn laatste prestaties in tijdritten kijken. Voor de laatste keer dat hij Martin en Dumoulin wist te verslaan moeten we terug naar de Tirreno van 2014. Meer dan een jaar geleden dus. Nee, wordt niks met der Fabian.
4. Malori. Adriano is een sterke tijdrijder van Movistar. Hij heeft dit jaar al vier tijdritten gewonnen en bij een van die tijdritten versloeg hij Cancellara. In februari van dit jaar reed hij rond in de Ronde van de Algarve en kreeg het daar voor elkaar om in een tijdrit van 19 kilometer amper een seconde op Martin te verliezen. Malori is een van de beste tijdrijders van het moment, maar wordt vaak over het hoofd gezien. De rest van de Tour zal hij moeten werken voor Quintana en Valverde, maar dit wordt zijn moment. Hij kan ook zomaar tweede of derde worden, als hij een goede dag heeft.
5. Van Emden. Djos mag zo ongeveer als eerste vertrekken en heeft sowieso fantastisch weer. Gaat natuurlijk meteen een goede richttijd zetten en als het daarna een beetje kutweer wordt duikt er bijna niemand meer onder. Met de nieuwe fantastische Bianchi's en de fantastische motivatie van Louis 'tak tak tak' Delahaye gaat Lotto-Djumbo knallen met Djos als grootste baas. Niks meer aan doen.

Etappe 2: Utrecht - Zélande, 166 km

Na de tijdrit met een verrassende winnaar is het tijd voor de tweede dag in Nederland. We gaan weer in Utrecht beginnen en kennen een bijzondere aankomst, op het voormalige werkeiland Neeltje Jans. Een etappe die veel renners al maanden lang in hun broek laat poepen, want er is een kans op waaiers. Of het daadwerkelijk waaiers gaan worden valt nog maar te bezien, de weersvoorspellingen lijken niet echt gunstig. Toch is er altijd wind in Nederland en zeker in Zeeland, dus uit te sluiten valt het niet. Kan ook zomaar zijn dat het hard gaat regenen, dat iedereen zich zo lang druk heeft gemaakt om de verkeerde redenen. Voor Dennis meteen een lastige rit om zijn trui te moeten verdedigen. Het gaat ontzettend chaotisch worden. Lange, rechte wegen, misschien door de regen, misschien door de wind. We mogen stiekem wel een klein beetje spektaktel verwachten.

iOdwWIL.png
PROFIL.png

De eerste rit in lijn van de Tour de France 2015 start in Utrecht. Waar tijdens de tijdrit de streep lag starten de renners nu. De binnenstad kregen de renners niet te zien tijdens de tijdrit, maar nu is dat wel het geval. Alle bekende plekken worden aangedaan, langs de Dom richting de Neude en dan via het Janskerkhof weer de binnenstad uit over de Nobelstraat. Dit deel is nog geneutraliseerd, dus is het geen enkel probleem om rustig door de binnenstad te fietsen. Uit de binnenstad komen de renners nog op een stukje parcours van de tijdrit recht, langs de Maliesingel. Ze fietsen nog wat verder richting het zuiden van Utrecht en komen daar bij kilometer 0, het echte vertrekpunt. Ze fietsen dan richting het noorden en doen eigenlijk zo'n beetje iedere wijk in Utrecht aan. De renners fietsen ook nog langs het prachtige Ondiep af, wat een feest. Na een kilometer of 15 willekeurig door Utrecht fietsen wordt die stad dan echt verlaten. Tot zover de Tour in Utrecht.

utrecht_overview.jpg

Op weg naar Rotterdam. De route brengt ons door de provincie Utrecht en we komen onder andere door Montfoort. Allemaal leuk en aardig, maar haalt het niet bij het volgende dorp. We fietsen langs Oudewater, de stad van Johan Derksen. Hij zal ongetwijfeld niet met het broekje uit langs de weg staan, heeft zich vast weer verstopt in Grolloo. Ik zou dan weer niet raar opkijken als we ineens Koert Westerman langs de kant zien staan. De renners blijven langs de Hollandse IJssel fietsen, op weg naar Gouda. Na 48 kilometer koers komen we door Gouda. Net als in Utrecht wordt er weer langs een singel gefietst, maar de huizen langs deze singel zijn toch wat minder mooi. Wellicht dat er nog een helikoptertje over het centrum vliegt, anders geen mooie plaatjes van Gouda. De renners blijven het water volgen, richting Waddinxveen.

Gouda-Stadhuis-panorama.jpg

Na Waddinxveen slaan de renners linksaf, op weg naar Rotterdam. Over kaarsrechte wegen scheuren ze door het platteland. De Tour kennende zijn dit de gevaarlijkste stukken, maar het is nog vroeg in de etappe dus de echte nervositeit zal er nog niet zijn. Een paar rotondes op deze weg, van die dingen met blokken tussen de rijbanen. Gaan de renners vast enorm van genieten. Op de rotondes na weinig obstakels. Grotendeels rechtdoor richting Nieuwerkerk aan den IJssel. Zelfs voor Nederlandse begrippen een verschrikkelijk saaie omgeving, met alleen wat weilanden en akkers in de buurt. Via Capelle aan den IJssel bereiken we dan Rotterdam. In Rotterdam krijgen we de eerste tussensprint van deze Tour. Aangezien er nogal weinig etappes zijn die zullen eindigen in een massasprint lijkt het mij dat er wel het een en ander kan gebeuren bij de tussensprints. Als een van de sprinters de groene trui wil winnen zal hij ook bij de tussensprints punten moeten gaan verzamelen. Anders is het als minder goed klimmende sprinter uitgesloten dat je groene trui mee naar huis neemt. Het zal dit jaar wel een prooi worden voor Degenkolb of Sagan. De tussensprint is langs de Nieuwe Maas. Na de tussensprint fietsen de renners over de Coolsingel, is daar ook een keer iets te doen. Ze draaien om bij het Hofplein en gaan dan weer terug over de Coolsingel, over de Erasmusbrug naar Rotterdam-Zuid.

cms_retina.full_cover.jpg

Een terugkeer voor Rotterdam in de Tour. In 2010 begon de Tour hier en was de start van de eerste rit in lijn op de Erasmusbrug. Dat is dan blijkbaar toch goed bevallen als we nu weer terugkeren. Via het zuiden van Rotterdam gaan we dan op weg naar het spannende deel van deze etappe. De tussensprint in Rotterdam is na 80 kilometer en een kilometer of 10 later verlaten we Rotterdam. Via Rhoon, Poortugaal en Hoogvliet komen de renners door Spijkenisse. Over grotendeels brede, goede en vooral rechte wegen zet het peloton dan koers richting Hellevoetsluis. Tussen Spijkenisse en Hellevoetsluis fietsen de renners een aantal kilometer over een kaarsrechte weg langs een kanaal. Aan de ene kant is het open door water en aan de andere kant is het open door een overdaad aan weilanden. Als het een beetje waait kunnen we hier stiekem al waaiers verwachten, voor we überhaupt in Zeeland zijn. Aangezien de renners dan nog door een stad fietsen zal het hier nog wel kunnen samensmelten, maar het zal ongetwijfeld tegen die tijd al heel nerveus zijn. Eenmaal voorbij Hellevoetsluis kan de pret echt beginnen. We gaan via de Haringvlietdam Goeree-Overflakkee betreden.

470408.jpg

De renners fietsen langs Stellendam en hier is het nog niet echt open. Eenmaal voorbij Stellendam begint het wel een heel open gebied te worden. Nog even een rotonde met ophogingen tussen de rijbanen overleven en dan mag het gaan waaien. Inmiddels zijn er al meer dan 120 kilometer afgelegd en zijn we al bezig aan de finale van de koers. Tussen Stellendam en Goedereede is het erg open, af en toe een paar bomen, maar vooral veel polder. Voorbij het dorpje Goedereede, na 130 kilometer koers, wordt het helemaal open. Nog 36 kilometer tot de finish en als de wind hier een beetje goed staat heb je gewoon een garantie op waaiers. Een paar kilometer later slaan de renners rechtsaf en komen ze in Ouddorp terecht. Hier rijden ze even door beschut gebied, tussen de bomen. De pret is even voorbij. Ze fietsen nu wel richting de kust, maar ook langs de kust is het hier niet mogelijk om waaiers te creëren. Overal bomen, kleine tegenvaller. Er liggen wel een boel rotondes op deze weg, maar verder valt het allemaal wel mee met die levensgevaarlijke Nederlandse wegen. Als Ouddorp wat verder achter ons ligt wordt het gebied weer wat meer open en weer een stukje verder ligt het helemaal open. We moeten even geduld hebben, maar dan zullen we ongetwijfeld ook beloond gaan worden.

aIYUMBQ.png

Na een tijdje slaan de renners linksaf en gaan we op weg naar Zeeland. Er is nu toch een heel stuk door een open gebied. Doordat we af en toe een keer afslaan krijg je natuurlijk van meerdere kanten met de wind te maken. Dan zal ie vast wel een keer gunstig staan. Of ongunstig, het is maar net hoe je het bekijkt. Het gebied blijft heel open, we staan nu op het punt om over de Brouwersdam te gaan fietsen, na 144 kilometer koers. Via de Brouwersdam gaan we Zeeland bereiken, het eiland Schouwen-Duiveland om precies te zijn. De Brouwersdam is het zevende bouwwerk van de Deltawerken en is zes kilometer lang. Het eerste deel van de Brouwersdam is niet het geschikste gebied voor waaiers, er liggen nogal wat kunstmatige duintjes. Daarna wordt het wel weer goed open en kunnen we de Noordzee zien. Langs de Brouwersdam wordt veel aan kitesurfen en windsurfen gedaan, dus als er wat wind is hebben we sowieso iets om naar te kijken.

2012-05-25-035.jpg

Als we de Brouwersdam verlaten zijn we echt in Zeeland en is het nog ongeveer 15 kilometer tot Neeltje Jans. We gaan nu dwars door Schouwen-Duivenland fietsen, langs de kotsende jongeren in Renesse en Burgh-Haamstede. De weg tussen de Brouwersdam en Renesse is een wat slechtere, smallere weg, dwars door een open gebied. De weg heeft een aantal drempels en rotondes. We moeten onze reputatie toch een beetje waarmaken. Tussen Renesse en Burgh-Haamstede wordt de weg weer wat breder, de omgeving blijf vatbaar voor de wind. In de buurt van Burgh-Haamsteende staat er genoeg beschutting, maar dan is het nog maar een kilometer of zes tot de streep. Daarvoor zal het qua waaiers al wel beslist zijn. Nu gaat het om de voorbereiding van de sprint. Een stuk of vier rotondes hier en een paar bochten, maar daarna is het de laatste kilometers volledig rechtdoor richting Neeltje Jans. Over de Pijlerdam mogen de renners, om nog maar eens een deel van de Deltawerken aan te doen.

374757.jpg

De laatste bocht zit op 4,5 kilometer van de streep. Daarna gaat het rechtdoor Neeltje Jans en finishen de renners aan het begin van dit eilandje. Neeltje Jans is een werkeiland en vormt een onderdeel van de Oosterscheldekering. Het is tegenwoordig vooral bekend als informatie- en attractiepark, hoewel dat met de attracties wel meevalt kan ik uit ervaring vertellen. Het informatiecentrum is dan eigenlijk interessanter. Het is absoluut het bezoeken waard, voor zover er nog Nederlanders zijn die hier niet zijn geweest. Vroeger was het een zandplaat, dat heeft men opgehoogd en daardoor kunnen we er morgen finishen. Vooral de overgebleven pijler, iets buiten Neeltje Jans valt altijd op. Het is een bijzondere plek om te finishen, eigenlijk midden in het niets. Praktisch gezien midden in de zee, tussen de deltawerken die toch altijd indrukwekkend blijven.

DSC03794bis.jpg

De spanning gaat morgen moeten komen van de wind. Het is lastig om een precieze voorspelling te doen. Desalniettemin kunnen we één ding met zekerheid zeggen: In Zeeland waait het altijd, ook als het niet waait. Er gaat sowieso wind zijn en er gaat sowieso paniek zijn. Ik kan nu wel een voorspelling doen, maar ben bepaald geen Piet Paulusma. Als ik het zo een beetje bekijk denk ik dat de wind het grootste gedeelte van de tijd schuin in de rug staat, maar dat het niet echt hard waait. Tussen de 3 en 4 Beaufort. Dat is voor Nederlandse begrippen redelijk weinig. Alsnog zitten we aan de kust en kan het altijd anders voelen dan het op papier lijkt. Ik verwacht sowieso wel de nodige chaos, misschien niet dat alles in waaiers van vijf tot tien renners zal vallen, er gaan hoe dan ook mensen tijd verliezen. Bovendien is er ook nog kans op neerslag, op noodweer zelfs. Die kans schijnt zelfs heel groot te zijn. Met een aantal rotondes in de finale is regen natuurlijk ook best vervelend, dan gaan we ongetwijfeld ook valpartijen krijgen.

Het gaat ongetwijfeld een sprint worden. Kan een massasprint zijn, kan een sprint zijn van een klein groepje. De ploegen die we vooraan kunnen verwachten zijn best logisch te voorspellen. Natuurlijk gaat Etixx van de partij zijn, waarschijnlijk met de hele ploeg. Lotto Djumbo zal ook wel een poging willen wagen. Een beetje net als in de Tour van 2013. De jongens van Tinkoff-Saxo kunnen dit ook wel. BMC zal nu vast ook wel mee willen werken, met Dennis in de gele trui.
1. Cavendish. Denk dat hij sowieso vooraan gaat zitten, wat er ook gaat gebeuren. Hij heeft de beste ploeg voor dit werk en als hij niet meezit zorgen ze er wel voor dat alles weer samen komt. Zo sterk is die ploeg nu eenmaal. Grote kans voor Cavendish en zoveel kansen zijn er niet, hij zal wel moeten.
2. Kristoff. Die jongen is zo sterk, kan alles. Heb ik iets minder in de waaiers gezien, maar de kans bestaat dat we überhaupt geen waaiers krijgen en alleen maar regen. Met regen is hij misschien nog wel op z'n best. Des te zwaarder het is, des te sterker hij naar voren komt.
3. Sagan. In de Tour van 2013 liet Sagan zien dat hij ook wel aardig in de waaiers kan rijden en rijden in de regen kan hij sowieso. Gaat zeker meedoen voor de overwinning, maar als een van de topsprinters erbij is maakt hij niet direct kans om te winnen.
4.Greipel. De Gorilla kan ook wel aardig beuken in de wind. Is wel wat minder in de regen, dus bij noodweer kan je deze vierde plaats wel schrappen.
5. Vanmarcke. In het begin van zo'n ronde wil Sep nog wel eens iets te enthousiast rond gaan rijden en zich mengen in een sprint, vooral als er een uitgedund groepje is. Ik verwacht morgen wel een uitgedund groepje en meestal is Sep daar dan nog wel bij. Zal wel kansloos meesprinten voor een leuke ereplaats.
pi_154167156
Etappe 3: Antwerpen - Huy, 159,5 km

Als er lang naar een etappe wordt uitgekeken en er veel wordt van verwacht kan het nogal snel tegenvallen. Gelukkig was daar tijdens de tweede etappe geen sprake van. De wind was op de afspraak en we kregen er ook nog wat regen bij. We kregen waaiers, vroeg in de wedstrijd al. Uiteindelijk bleek Zeeland niet beslissend, maar een strook tussen Spijkenisse en Hellevoetsluis. De goden van Lotto-Djumbo werden vooraan verwacht, maar wisten het goed te verpesten. Keldermannetje was niet helemaal bij de les en Gesink had een beetje pech. In eigen land hadden de Nederlanders wel wat beter mogen presteren, maar buiten dat was het een heerlijke etappe. Jammer dat het noodweer in Zeeland eigenlijk een uur te vroeg was, stel je voor dat het daar nog echt had gewaaid. Nu waren er eigenlijk drie grote groepen, met nog een beetje extra wind in Zeeland was het veld helemaal uit elkaar geslagen en hadden we wel 20 groepjes gehad. Het had nog spectaculairder kunnen zijn, maar we mogen niet klagen. Het is een mooi wielerjaar tot nu toe, met onder andere een prachtige Gent-Wevelgem en een heerlijke Giro. In de Tour lijkt het voorlopig door te gaan. De derde etappe brengt ons naar België en daar gaan we eindigen op een van de lastigste muurtjes die we kennen. Een muur die altijd voorkomt in normaal gesproken de saaiste klassieker van het voorjaar. Hopelijk s dat nu anders.

Sy6HA6C.png
PROFIL.png

De start is in Antwerpen en daar is de Tour zeker niet voor het eerst. 14 jaar geleden kwam er een rit aan in Antwerpen en de overwinning ging toen naar Marc Wauters, de Belg die jarenlang bij Rabobank reed. Hij maakte samen met Erik Dekker deel uit van een kopgroep van 16 man. On de boog van de laatste kilometer viel Wauters aan en op een onbekende Fransman, Arnaud Pretot, na reageerde niemand. Wauters versloeg vervolgens Pretot in de sprint. Omdat hij een paar dagen daarvoor een goede proloog had gereden mocht hij ook meteen de gele trui aantrekken. De gele trui in je eigen land, we kennen allemaal wel een zekere renner uit Maastricht die nu heel jaloers is. Een dag later mocht Wauters in de gele trui door zijn woonplaats rijden, maar wist in die rit de trui niet te houden. Die rit vertrok in Antwerpen en ging naar Seraing. Een etappe die werd gewonnen door Erik Zabel, dus niet echt vergelijkbaar met wat we nu gaan krijgen. Antwerpen zelf is een stad met meer dan 500.000 inwoners. Vooral bekend vanwege de haven, na Rotterdam de grootste haven van Europa. We starten langs de Schelde, in de buurt van de Grote Markt.

3994197996_102383586b_b.jpg

Na twee dagen over de prachtige Nederlandse wegen te hebben gereden zoeken we nu de Vlaamse en Waalse ellende op. We rijden eerst nog een geneutraliseerd rondje door Antwerpen, onder andere langs het vliegveld en starten buiten Antwerpen, bij Boechout echt. Er wordt koers gezet richting Lier. De stad van Bob Peeters en Nick Nuyens, om maar eens een paar bekende namen te noemen. We volgende kaarsrechte N10 richting Aarschot. Meer dan 20 kilometer volledig rechtdoor, met af en toe een keer een rotonde. Lijkt Spanje wel. Van Aarschot gaat het richting Rillaar en de weg wordt nu wat bochtiger. Toch nog een beetje variatie in het parcours. Via Tielt-Winge komen we door Meensel-Kiezegem. Dit is een dorp van helemaal niets, met amper 1000 inwoners. Toch heel bekend, de grootste wielrenner aller tijden is hier geboren: Eddy Merckx. De renner die alles won wat er te winnen viel, waaronder vijf Tours. Ook nog even meer dan 30 ritoverwinningen, die Eddy kon wel wat. Deze passage door zijn geboortegrond zou je kunnen beschouwen als een ode aan Merckx. Korte ode, want het dorp is zo klein dat de renners er na vijf seconden wel weer doorheen zijn gefietst. Na deze passage gaan de renners richting Glabbeek en na een kilometer of 57 komen ze in Tienen uit. Het Vlaamse gedeelte van de etappe zit er al bijna op. De wegen hier zijn nog prima te doen. Alleen het stuk in de omgeving van de geboorteplaats van Eddy Merckx is wat minder. Een wat smallere weg, die typisch Belgisch is te noemen. Van die enorme stukken betonrot die net niet op elkaar aansluiten, lekker. Verder is het prima te doen. Tienen is nog wel een mooi stadje.

42839_OLV_ten_Poelkerk_Tienen.jpg

Na 70 kilometer koers verlaten we Vlaams Brabant en komen we terecht in Waals-Brabant. Dat is meteen te zien ook, van een fietsstrook is ineens geen sprake meer. In Vlaanderen heb je al pech als fietser, maar in Wallonië kan je helemaal de griep krijgen. De renners blijven over rechte wegen rijden. Veel bochtenwerk is er niet bij. De weg begint hier al langzaam een beetje op te lopen, maar daar zullen ze niet veel van merken. We rijden door het Waalse binnenland, op zoek naar de Maas. We komen een paar rotondes tegen, maar verder is er met de wegen hier niet veel aan de hand. Het zou nu al wat nerveuzer kunnen worden in het peloton, want na het bereiken van de Maas bij Andenne krijgen we bijna de eerste klim van de dag en dus ook meteen de eerste klim van deze Tour. Na een tijdje vals plat dalen de renners af richting Andenne en bij het verlaten van Andenne begint de klim al meteen.

vue-andenne.jpg

De eerste beklimming van de Tour de France van 2015 is de Côte de Bohissau is een beklimming van de vierde categorie, dus veel punten zijn hier niet te verdienen. Het is een klim die vaak voorkomt in de Waalse Pijl. De finale van deze rit is wel redelijk vergelijkbaar met de finale van de Waalse Pijl. Het verschil is dat deze rit een stuk korter is en er totaal geen klimmetjes zitten in de eerste 100 kilometer. Korte etappes zijn wel vaak een garantie voor meer spektakel, dus wie weet wordt deze rit veel leuker dan de gemiddelde Waalse Pijl. De klim naar Bohissau is 2,4 kilometer lang en 5,5% gemiddeld. Stelt dus eigenlijk niks voor, als je het vergelijkt met de Muur van Huy. Boven in het gehucht Bohissau is het nog 50 kilometer tot de streep. We blijven een tijd op een soort van plateau rondrijden. Het gaat af en toe wel een paar meter omhoog en een paar meter naar beneden, maar van echte klimmen of afdalingen kunnen we niet spreken. Dit blijft zo tot de tussensprint in Havelange, na 128 kilometer. Deze tussensprint loopt enigszins omhoog, goede kans voor de Degenkolbjes en de Sagannetjes van deze wereld om nog wat punten te smokkelen.

799px-Havelange_JPG001.jpg

De tussensprint ligt wel net buiten Havelange en eigenlijk rijden we ook gewoon langs Havelange af. We gaan ons nu wel echt opmaken voor de finale van deze etappe. Na Havelange gaat er afgedaald worden tot het welbekende Pont de Bonne. In Pont de Bonne is het nog ongeveer 20 kilometer tot de streep en wordt het tijd voor de finale van de wedstrijd. De finale gaat beginnen met de Côte d'Ereffe. Weer een beklimming van de vierde categorie, 1,6 kilometer aan 7% gemiddeld. Kleine uitloper nog daarna een een procentje of drie. In de Waalse Paal was dat tot dit jaar vaak de voorlaatste beklimming. Nooit een klim waar veel gebeurde, dat valt nu ook niet echt te verwachten. De spanning en sensatie zal dan eerder moeten komen van een klim die we dit jaar voor het eerst in de Waalse Pijl zagen: Côte de Cherave. De top van de vorige klim lag na 143 kilometer koers, op 16 kilometer van de streep. 11 kilometer verderop komen we boven in Cherave, op 5,5 kilometer van de streep. De Côte de Cherave is ook weer een klim van de vierde categorie, maar wel de lastigste tot nu toe. Slechts 1,3 kilometer, maar wel gemiddeld 8%, met stukken boven de 10%. In de Waalse Pijl van dit jaar zagen we dat er hier wel wat kan gebeuren. Het maakt de finale in ieder geval wat lastiger en de sprint richting Huy wat minder georganiseerd.

cherave.jpg

Een korte afdaling over een redelijk smalle weg volgt. Een paar bochten, maar echt lastig is het niet te noemen. Na 2,5 kilometer dalen komen de renners beneden en is het nog drie kilometer tot de streep. Eenmaal in Huy begint het al licht op te lopen, maar de laatste kilometer gaat het echt los. In totaal is de klim 1,3 kilometer lang en gemiddeld 9,6%, maar vooral de laatste kilometer is echt buitensporig steil. Zo'n beetje 600 meter van de streep gaat het echt los. De renners krijgen een paar bochten en hier gaan we richting de 20%. Hier plaatst de winnaar vaak de beslissende demarrage. Tenzij Valverde wint, dan komt de demarrage pas op 100 meter van de streep. Richting de top vlakt het af, maar dit is vaak het stuk waar mensen er nog doorzakken of juist sterk opkomen. Eerst zijn de springveren in het voordeel en richting de top moet je dan nog even wat groter kunnen schakelen.

PROFILCOLSCOTES_1.png
144111_PIC531931839.jpg

De Muur van Huy is een bekende muur voor iedere wielervolger. Het is al jaren het eindpunt van de Waalse Pijl. Vaak is de Waalse Pijl de saaiste koers van allemaal. 200 kilometer lang zit je naar niks te kijken, dan sprinten ze even in een paar minuten die muur op en is de koers voorbij. De organisatie is er wel mee bezig om daar een oplossing voor te vinden, zo is dus dit jaar de Côte de Cherave aan het parcours toegevoegd. Leverde niet meteen iets op. Er gingen wel wat jongens in de aanval, een Tim Wellens bijvoorbeeld. Leverde hem niet veel op, hij werd teruggepakt op de Muur van Huy, waar hij volledig stilviel. Vroeg demarreren is natuurlijk best wel een risico als je nog over zo'n muur moet. Tijdens deze rit zou ik ook niet meteen een spervuur aan demarrage verwachten. Waarschijnlijk wacht iedereen weer tot de Muur en dan heb je grote kans dat je dit beeld weer gaat zien. Zou dan voor de derde keer achter elkaar zijn.

164338_kristoff-15.jpg

In 2014 was Alejandro Valverde al de sterkste op de Muur van Huy en in 2015 deed hij dat dunnetjes over. In 2014 wist hij zelfs het record op deze muur te zetten. We horen heel veel over het nieuwe wielrennen, maar Alejandro reed in 2014 dus bijvoorbeeld sneller dan de lolbroeken van Gewiss in 1994 en iedere andere willekeurige winnaar in de jaren daarna. Een paar maanden geleden zagen we een hele afwachtende koers op de Muur. Normaal gaat er 500/600 meter voor de streep wel iemand aan, maar nu bleef iedereen naar elkaar kijken tot de laatste hectometers. Pas op 150 meter van de streep ging Valverde echt aan en niemand kreeg het voor elkaar bij hem in de buurt te komen. De Franse grapjas Lollerphilippe werd derde, voor Albasini. Albasini is er nu ook bij, je kan hem dus opschrijven. Kelderman werd netjes tiende, hij kan dit soort werk dus ook wel aan. Voor Valverde was het zijn derde overwinning in Huy. Kan nu zomaar de vierde worden. De Waalse Pijl van dit jaar was ook meteen de terugkeer van Gesink. We hopen dit beeld weer te zien.

144014_kristoff-6.jpg

Huy is voor de vierde keer onderdeel van de Tour de France. Drie keer eerder vertrok er een rit in deze Waalse stad met 21.000 inwoners in de provincie Luik. In 1995 was er een tijdrit van Huy naar Seraing, die werd gewonnen door Miguel Indurain. Zes jaar later, in 2001, won Laurant Jalabert een rit die uit Huy vertrok en eindigde in Verdun. Robbie McEwen won in 2006 een rit die het vertrek kende in Huy. Nu voor het eerst in de Tour een aankomst in Huy en dan ook meteen op de Muur. De Waalse Pijl heeft een erelijst met winnaars waar je spontaan zelf licht van gaat geven. Wat dacht u van Danilo Di Luca, Davide Rebellin, Giorgio Furlan, Moreno Argentin, Laurent Jalabert, Lance Armstrong, Michele Bartoli en ga zo maar door. Vooral Moreno Argentin moet genoemd worden. Hij won de beste editie van de Waalse Pijl, die van 1994. Met twee ploeggenoten, Evgeni Berzin en Giorgio Furlan, reed hij weg uit het peloton op de Muur van Huy. Meer dan 70 kilometer reden ze alleen op kop en wisten ze die monstervlucht grandioos af te ronden. Goed spul, dat EPO. De laatste jaren is het vooral een Spaans feestje in Huy. Alejandro Valverde won in 2014 en 2015. In 2013 was Dani Moreno de sterkste en het jaar daarvoor Joaquim Rodriguez. In Huy wint meestal wel de sterkste renner, hoewel je af en toe een Igor Astarloa of een Kim Kirchen uit het niets hebt. Tijdens deze rit zal het waarschijnlijk wel voor een van de favorieten zijn.

4730472931_76ef278c21_o.jpg

Het weer zal in ieder geval een stuk beter zijn dan tijdens de tweede rit. Graadje of 26, geen neerslagen en niet zo gek veel wind. Prima vol te houden allemaal. De renners zullen 13:10 vertrekken en Sporza zal er dan ook meteen bij zijn. We zitten nu in België, dus de Belgjes worden nog enthousiaster dan ze al waren. Ze zullen hopen op een nieuwe Belgische overwinning, de laatste in Huy is alweer van 2011, toen Gilbert zijn mutantenjaar had. Misschien dat Tim Wellens nu weer gaat aanvallen, maar het dan wel kan afronden. Tussen 17:08 en 17:27 worden de renners aan de streep verwacht. Een half uurtje eerder worden ze bij de Côte d'Ereffe verwacht. Dat lijkt me wel een geschikt moment om je tv aan te slingeren. De rest van de etappe lijkt op papier minder interessant en de praktijk van de Waalse Pijl toont ook aan dat je vaak urenlang naar niets zit te kijken.

Deze etappe schreeuwt natuurlijk om een paar Spaanse en Colombiaanse springveren. De Colombiaanse springveren zijn nu wel wat afwezig alleen. Arredondo reed goed in 2014, maar is dit jaar wat minder. Voor Quintana is dit niet echt weggelegd. Hij moet het echt van de langere klimmen hebben, zo explosief is hij eigenlijk niet. We zullen het toch vooral in Spanje moeten zoeken en dan kom je bij twee logische namen uit, Valverde en Rodriguez. Als je kijkt naar hun prestaties van dit jaar is Valverde duidelijk de grote favoriet. Als je weer kijkt naar de Waalse Pijl van dit jaar moet je ook Albasini noteren. Rodriguez werd toen vierde. Fuglsang werd achtste, hij kan dit werk dus ook wel aan. Bij Astana zal de aandacht alleen wel uitgaan naar Nibali. In de Waalse Pijl van dit jaar zakte hij er flink doorheen en werd hij pas 20e. Toch zijn we nu een paar maanden verder en heeft Nibali in de Tour altijd veel meer vorm dan de maanden daarvoor. Dan Martin is ook een interessante naam. Hij viel vooral in 2013 op in de Waalse Pijl. Hij werd vierde, maar reed wel zo'n beetje de snelste beklimming. Zijn positionering is vaak waardeloos en daardoor vergooit hij vaak zijn kansen. Of hij glijdt uit in de laatste bocht, dat kan ook nog. In 2014 werd hij tweede, achter Valverde. Zijn positionering was toen weer niet optimaal. Als je Dan Martin die in goede vorm steekt goed afzet kan hij gewoon winnen. In 2014 liet Kwiatkowski ook zien dat hij dit werk kan, maar de vorm lijkt hij nu nog niet te hebben. Contador heeft al een aantal jaar niet meer de Waalse Pijl gereden, maar wist in 2010 nog derde te worden. Eigenlijk kunnen alle favorieten voor de eindzege dit wel. Froome heeft zijn zwalkende tijden van 2009 ook achter zich gelaten. Alleen Quintana is een vraagteken. Hij gaat niet op minuten gereden worden, natuurlijk niet, maar ik verwacht hem in ieder geval niet bij de eerste tien. Een andere interessante renner om in de gaten te houden is onze eigen Tom Dumoulin. Hij zal niet gaan winnen, maar heeft wel een reële kans om de gele trui te pakken. Dit is echt te zwaar voor Martin en Cancellara en hij heeft genoeg voorsprong op de jongens achter hem om hier gewoon de trui te pakken. Zonder pech moet dit lukken.
1. Valverde. Piti gaat natuurlijk voor drie op een rij. Dat Quintana eigenlijk de kopman is zal hem niet lekker zitten, die gaat natuurlijk voor zijn eigen kans rijden. Ik denk dat we met z'n allen vloeken voor de tv gaan zitten met het broekje aan.
2. Rodriguez. Indrukwekkend is hij dit jaar nog niet echt. Goed, hij won de Ronde van het Baskenland en heeft ook best goede uitslagen, maar het is allemaal een beetje onzichtbaar. Hij werkt zich als een Zubeldia naar voren. Zijn tijdrit in Utrecht was slecht, maar dat viel te verwachten. Dat hij de boot mist in de waaiers is ook logisch. Nu kans om te laten zien dat hij toch goed in vorm is.
3. Albasini. Is al een paar keer best dicht in de buurt van de zege geweest in Huy. Toch is er altijd wel iemand die harder die Muur op kan vliegen. Nu ook natuurlijk, maar wel een leuke poging.
4. Dan Martin. Ik weet niet echt hoe het met zijn vorm zit. Als hij goed in vorm is kan hij met de besten mee naar boven. Moet hij zich wel een beetje goed plaatsen, dat is vaak nogal lastig voor hem. In de Dauphiné reed hij wel aardig, maar de afgelopen dagen reed hij bepaald niet goed. Hij mag het nu laten zien.
5. Contador. Bertje kan dit gewoon. Hij laat het niet vaak zien, maar die korte steile dingen liggen hem ook wel. Alles ligt hem wel, zo kan je het ook zeggen. Zal niet voor de overwinning gaan, maar kan stiekem toch al een paar seconden pakken op enkele concurrenten.

Etappe 4: Seraing - Cambrai, 223,5 km

Voor het eerst sinds de prehistorie hadden we weer eens kans op een gele trui, maar dat liep niet helemaal goed af. Tom Dumoulin maakte een slechte buikschuiver en dat leverde hem een breuk in zijn schouder op. Tour voorbij en vooral de kans op een gele trui. Er vielen nog meer slachtoffers, vooral bij Orica-GreenEDGE. Nu al medelijden met die jongens met het oog op de ploegentijdrit. Ook Cancellara zijn we kwijt, dat is toch wel jammer. Vooral als je kijkt naar de etappe die we nu gaan krijgen. Etappe 3 bracht eigenlijk wat je kon verwachten van een koers richting Huy. Urenlang gebeurt er niets en aan het eind wint een Spanjaard. Redelijk voorspelbaar, hoewel het dan wel weer enigszins verrassend was dat Rodriguez won en niet Valverde. Piti lijkt niet zo sterk en dat kan je ook zeker zeggen van Contador. Bertje moet nog flink aanpoten wil hij wat gaan bereiken in de bergen. Voor we bij die bergen komen heeft hij nog wel wat tijd, hoewel hij vast ook niet vrolijk zal worden van deze etappe. We keken lang uit naar de tweede etappe in Zeeland, maar deze etappe zit ook al een tijdje in het achterhoofd van veel mensen. Na de prachtige overwinning van Lars Boom vorig jaar in de kasseienrit krijgen we nu een nieuwe kasseienrit. Weer een beetje Parijs-Roubaix in de Tour en dat is eigenlijk best fantastisch.

y8Vzn68.png
PROFIL.png

De start van de langste etappe van deze Tour de France is in Seraing, net onder Luik. Het is een van de twee etappes met een lengte boven de 200 kilometer. Seraing is een stad met 64.000 inwoners en is al vaker voorgekomen in grote rondes. Zelfs de Giro is hier eens geweest, dat was in 2006. Die Giro begon met een proloog in Seraing en deze proloog werd gewonnen door Paolo Savoldelli. In de Tour is men zelfs al drie keer in Seraing geweest. In 1995 voor het eerst, toen er een tijdrit van Huy naar Seraing was, gewonnen door Miguel Indurain. In 2001 was er een rit van Antwerpen naar Seraing, gewonnen door Erik Zabel. De Tour van 2012 startte in België, met een proloog in Luik. Een dag later zou de rit eindigen in Seraing en deze rit werd gewonnen door Peter Sagan. Dat was een lastige aankomst, het liep redelijk pittig omhoog in de laatste twee kilometer. Cancellara ging vroeg in de aanval en alleen Sagan en Boasson Hagen waren in staat te reageren. Vervolgens won Sagan dat sprintje makkelijk. Voor Sagan was het zijn eerste overwinning in de Tour. Nu geen lastig parcours in Seraing, we starten langs de Maas en blijven die rivier een tijd volgen. Seraing is verder vooral een typische Waalse industriestad en dus eigenlijk het aanschouwen niet waard.

PC042560_3_ilm.jpg

Na de start aan de rand van Seraing rijden we een tijdje langs de Maas, met aan de linkerkant vooral veel industrieterrein. Aan de overkant is het uitzicht nog wel prettig. Vooral naar rechts kijken dus. Als het kasteel van Chokier is te zien mogen de renners echt aan de koers gaan beginnen. Van Seraing rijden we naar de finishplaats van etappe 3, Huy. We blijven langs de Maas rijden en komen na een kilometer of 30 uit in Andenne, waar de renners tijdens de derde etappe ook al door zijn gekomen. Vervolgens fietsen ze nog 20 kilometer langer langs de Maas voor ze in Namen uitkomen. In Namen krijgen we de eerste en ook meteen enige klim van de dag, er gaat geklommen worden naar de prachtige Citadel van Namen. Deze citadel is een begrip in België. In de winter is er een veldrit op de flanken van de citadel en in september is er ieder jaar een redelijk bekende wedstrijd, GP de Wallonie. Enkele bekende namen op de erelijst zijn Greg van Avermaet, Jan Bakelants en Philippe Gilbert. Best een pittig klimmetje, in die wedstrijd zorgt het toch altijd wel voor de nodige verschillen. Nu zal het wel een rustige passage worden.

44935761.jpg

Om de citadel te bereiken hebben we de Maas over moeten steken. Die rivier komen we niet meer tegen. Met een omweg gaat het nu richting Frankrijk, met een boog om Charleroi heen. Na Namen gaat het een hele tijd rechtdoor, we passeren enkele dorpjes van weinig betekenis. In Sombreffe staat nog wel een kasteel, dat zal vast de revue passeren. Na een kilometer of dertig rechtdoor slaan we linksaf en gaat het pas echt richting Frankrijk. Tot nu toe was de weg best aardig, maar nu krijgen we een paar flinke stroken Belgisch beton. Ligt er flink slecht bij, zoals het hoort in België. We gaan nu op weg naar de eerste kasseienstrook van de dag. Na exact 100 kilometer komen de renners aan in Pont-à-Celles. Vlak na Pont-à-Celles krijgen we een strook van 1800 meter richting Gouy-lez-Piéton. Dit is strook 7, dat wil zeggen dat er hierna nog zes gaan komen. Op de volgende strook moeten we nog wel een kilometer of 80 wachten, dus hier zal niet veel gaan gebeuren. Ook al niet omdat deze strook er best goed bij ligt.

8XVDyub.png

Na deze strook komen we weer op asfalt terecht, maar niet echt asfalt om vrolijk van te worden. Sommige wegen verkeren hier in een slechte staat en er komen wat meer bochten in het parcours. Via Chapelle-lez-Herlaimont rijden de renners naar Binche. Binche is de stad met de best bewaarde stadsmuren van België. Het is ook de stad waar de Mémorial Frank Vandenbroucke eindigt, een wedstrijd tussen Doornik en Binche die afgelopen jaar nog werd gewonnen door Zdenek Stybar. Vanaf Binche is het een lange rechte streep tot Frankfrijk. Vlak voor de grens krijgen we nog de tussensprint van de dag, in Havay. Bij Bois-Bourdon bereiken we de grens en rijden we pas op de vierde dag van deze Tour voor het eerst in Frankrijk rond. Een paar kilometer volgen we exact de grens, maar daarna duiken we dan toch echt helemaal Frankrijk in. Rechtdoor over het Franse platteland richting Bavay. Daar komen we na 150 kilometer koers aan. Nog 25 kilometer tot de finale gaat beginnen. Iets meer dan tien kilometer na Bavay komen de renners door het vestingsstadje Le Quesnoy.

2014-02-28-le-quesnoy-800.jpg

Nog 12 kilometer tot strook 6. Van Le Quesnoy rijden we naar Ruesnes en daarna snel door richting Sepmieres. Hier zijn de wegen nog prima, maar daar komt snel verandering in. Na 175 kilometer koers, op een kleine 50 kilometer van de streep rijden de renners door het kleine dorpje Artres. Net buiten Artres slaan de renners rechtsaf en komen ze op de Rue de Bermerain terecht. Dit is kasseistrook nummer 6. De strook is slechts 1,2 kilometer lang, maar deze strook ligt er wel vrij slecht bij. Het is een smal strookje, maar dus wel redelijk kort en zonder bochten. Na 178 kilometer koers komen de renners uit in Famars en is het tijd om de schade op te meten. Als iemand hier al tijd verliest is er maar weinig tijd om nog terug te keren, de volgende strook volgt al snel.

QIrKngl.png

In Famars zelf maken de renners een bocht van 180 graden en gaan ze de andere kant op, richting strook 5. Amper vijf kilometer na strook 5 is het al meteen tijd voor strook 4. Van Famars wordt er over een grote weg naar Quérénaing gereden. In Quérénaing wordt er rechtsaf geslagen, richting Verchain-Maugré. Het eerste deel van deze weg is best goed, maar na de laatste huizen van Quérénaing houdt de weg op en blijft er alleen een kasseienpad over. De strook is 1,6 kilometer lang en daarmee een stukje langer dan de vorige strook. Van een weg die een paar meter breed is moeten de renners ineens over een weg die amper een meter breed is, dus zal het wel weer een hele sprint worden richting deze strook. Het is een strook die wel eens is voorgekomen in Parijs-Roubaix. In de editie van dit jaar kwam deze strook na 130 kilometer koers, van de 253 kilometer in totaal. Een strook om op te warmen dus. Dat blijkt ook uit het aantal sterren dat deze strook krijgt. Iedere strook in Parijs-Roubaix krijgt sterren, van 1 tot 5. 1 stelt niets voor en 5 is extreem zwaar. Deze strook krijgt drie sterren. Is dus geen makkelijke strook, maar ook geen hele zware.

CCYvuRwWgAAFW__.jpg:large

Aangekomen in Verchain-Maugré mogen de renners bijna meteen over de volgende strook. Deze strook brengt ze van Verchain-Maugré naar Saulzoir. Twee kilometer na het verlaten van strook 5 beginnen de renners aan strook 4. Deze strook is 1200 meter lang. Dit is een strook die ook wel eens is voorgekomen in Parijs-Roubaix. Dit jaar niet, maar in 2014 nog wel. Kreeg de vorige strook nog drie sterren, is dit er eentje die twee sterren krijgt. Stelt dus technisch gezien niet zo heel voor. De moeilijkheid zal hem nu vooral zitten in de opeenvolging van stroken. Er is eventjes geen moment om te herstellen of op te schuiven. Deze strook is net als de vorige strook vrij recht, voorlopig geen lastige bochten voor de renners.

Bk2iAB9IUAAa0c7.jpg:large

In Saulzoir, na het verlaten van de kasseien, hebben de renners 189 kilometer afgelegd. Nog 34 kilometer en drie kasseinstroken te gaan. Het is een kilometer of 8 tot de volgende strook. Eventjes wat rechte, brede wegen voor de renners. Een mogelijkheid om een eventueel opgelopen achterstand zien kwijt te raken. Via Haussy rijden de renners naar Saint-Python en daar krijgen ze weer een nieuwe strook. In Saint-Python slaan de renners rechtsaf en komen ze op de Chemin Nungesser terecht. Dit is een kasseienstrook van 1500 meter die met enige regelmaat voorkomt in Parijs-Roubaix. Maakt eigenlijk steevast deel uit van deze prachtige klassieker. Een van de eerste stroken van de koers, nu een van de laatste. Het is een makkelijke strook, krijgt maar twee sterren. De keien liggen er relatief goed bij, voor zover keien er goed bij kunnen liggen. Deze strook is best makkelijk, maar het zal hier toch heel erg nerveus zijn, want de strook hierna kan wel eens een hele belangrijke worden.

2PgITCJ.png

Na het verlaten van strook 3 mogen de renners welgeteld één hele kilometer over asfalt rijden voor ze aan strook 2 beginnen. De renners komen weer terecht op een strook die vaak voorkomt in Parijs-Roubaix, de strook richting Quiévy. Normaal gesproken rijdt men in Parijs-Roubaix eerst van Quiévy naar Saint-Python, nu is dat dus andersom. Normaal zijn deze stroken ook zo'n beetje de eerste stroken in Parijs-Roubaix, nu dus vol in de finale van een etappe. Deze strook krijgt in Parijs-Roubaix 4 sterren en is dus een hele zware strook. Dat komt met name door de lengte, deze strook is 3700 meter lang. Dat is verschrikkelijk lang, zeker als je het vergelijkt met de voorgaande stroken. De stenen liggen er wel redelijk goed bij, de slechtste stroken uit Parijs-Roubaix doen we dit jaar niet aan. Dit lijkt me toch wel de strook waar het moet gebeuren. Het is enorm lang en in korte tijd hebben we nu redelijk wat kasseien gehad. Van de afgelopen 25 kilometer zijn er 9 kilometer kasseien. Dan begint het ondertussen wel overal pijn te doen. Goed weer of slecht weer maakt dan niet uit, hier gaan verschillen worden gemaakt. Al was het maar door de paniek en de nervositeit die dit met zich meebrengt. Deze strook loopt wel enigszins omhoog, wat het misschien nog wat moeilijker maakt. Strook 2 heeft nog een flink moeilijke bocht halverwege. Na die bocht wordt de weg wat slechter, de steentjes zijn hier wat minder goed onderhouden. Aan het eind van de strook liggen er nog een paar subtiele bochtjes en vlak voor het bereiken van Quiévy moeten de renners eers nog over een smalle asfaltstrook die erg slecht is onderhouden. Na dat stuk krijgen ze nog een paar meter kasseien en komen ze als het goed is veilig aan in Quiévy.

QOXH8YQ.png
DoEFnx8.png

In Quiévy is het nog 20 kilometer tot de streep. Nog maar één strook te gaan, die komt over een kilometer of zes. Van Quiévy rijden de renners richting Saint-Hilaire-lez-Cambrai. Net voorbij dit dorpje slaan de renners linksaf bij een rotonde en komen ze op de laatste strook van de dag terecht. Een strook van Avesnes-les-Aubert naar Carnières. De strook is 2300 meter lang en verder heb ik eerlijk gezegd geen flauw idee. De autootjes van Google durfden niet over deze weg en verder krijg ik niet veel over deze strook gevonden. Ook nog eens een strook die niet in Parijs-Roubaix voorkomt, dus sterren kan ik er niet aan geven. Het is in ieder geval een strook met een paar kleine bochtjes, maar verder toch weer grotendeels rechtdoor.
Herman van der Zandt is hier wel geweest, getuige deze foto.

CHJMA6VWMAAHFRL.jpg:large

Bij het verlaten van deze strook is het nog 11 kilometer tot de finish. De laatste strook is geweest, dus de specialisten moeten tegen deze tijd het verschil hebben gemaakt. Strook 1 gehad, nu alleen nog maar asfalt. Als er flink oorlog is gemaakt op de kasseien het en peloton totaal verbrokkeld is dan zou 11 kilometer te kort zijn om alles nog samen te laten smelten. Als men niet zo hard rijdt over de kasseien of de kasseien in de praktijk niet lastig genoeg blijken te zijn krijgen we een massasprint, vooral door die 11 kilometer om nog het een en ander te organiseren. Toch denk ik dat de kasseien er zeker voor gaan zorgen dat er een hoop mensen in de problemen komen. Het zijn niet de lastigste stroken, maar veel echte specialisten zijn er niet bij. De stroken zitten ook redelijk dicht achter elkaar, het veld gaat sowieso uit elkaar geslagen worden. Is het niet door een Vanmarcke die aan de boom gaat schudden, dan wel door de onvermijdelijke valpartijen en ander oponthoud door stuurfouten. Vanaf Carnières gaat het redelijk rechtdoor richting Cambrai. Is in het nadeel van eventuele vluchters, je verdwijnt niet zo snel in beeld. Makkelijk om het overzicht te bewaren voor de achtervolgers. De slotkilometer is nog wel even gevaarlijk, met een paar flinke bochten en een rotonde.

S6zUQpZ.png

Na een rit van 223 kilometer met in de finale meer dan 11 kilometer kasseien komen de renners aan in Cambrai. De kasseien zijn niet de lastigste, maar toch moeilijk genoeg om de nodige verschillen te veroorzaken. De slotkilometers richting Cambrai kunnen nog wel voor een samensmelting her en der zorgen, maar zelfs met goed weer gaan er hier mensen tijd verliezen. Dat lijkt duidelijk. In de slotkilometer krijgen de renners nog drie kleine stukjes klinkers voor hun kiezen. Die liggen er verder wel goed bij, zal alleen een beetje glad zijn als het regent. Dat eerste stukje is net als de slotkilometer begint. Een meter of 500 verder dan weer 100 meter klinkers en de slotmeters zijn ook over klinkers. Vlak voor de finish ligt een vluchtheuvel, waardoor de weg ineens nog maar heel smal is. Zullen ze ongetwijfeld weghalen, anders is het niet te doen. De finish is voor het stadhuis.

WD6Nmht.png

Cambrai is een stad met 33.000 inwoners in de Franse regio Nord-Pas-de-Calais. Een stad die vooral bekend is vanwege de Slag bij Cambrai. In de Eerste Wereldoorlog werd in de omgeving van Cambrai nogal flink gevochten. De Duitsers hadden hier hun verdedigingslinie opgetrokken. De Britten wisten hier door voor het eerst gebruik te maken van tanks doorheen te breken. De eerste keer dat ze door deze linie wisten te breken was bij Cambrai, daarna werden ook de rest van de Duitse verdedigingslinie doorbroken. Dankzij tanks dus, in 1917. Cambrai heeft geen al te grote historie in de Tour, twee keer eerder vertrok hier een rit maar nog nooit kwam er een rit aan. In 2010 vertrok er een rit in Cambrai die eindigde in Reims. Een massasprint, die werd gewonnen door Alessandro Petacchi. In 2004 was Cambrai het decor van een ploegentijdrit die eindigde in Arras. Deze ploegentijdrit werd gewonnen door US Postal. Geen idee of we dat nog als een officiële overwinning moeten beschouwen nu Lance Armstrong overal is geschrapt. Tweede werd toen Phonak, die kunnen we ook moeilijk aanwijzen als winnaars eigenlijk. Illes - Balears - Banesto dan? Nee, doe ook maar niet. T-Mobile lijkt me ook een slecht idee, om over Team CSC en Rabobank nog maar te zwijgen. Liberty Seguros eventueel? Nee, ook totaal niet. Laat maar gewoon, niemand won de ploegentijdrit die vertrok in Cambrai. Hoewel, Euskaltel werd achtste. Morele winnaars! Cambrai is wel een mooi stadje verder, paar leuke kerken, nog een citadel. Stadhuis is ook prima. Niks mis mee.

clochers-10022_7.jpg

Voor een echt epische etappe hebben we regen nodig. Slecht nieuws: we krijgen waarschijnlijk geen regen. Er is een klein kansje op regen, maar dat is eigenlijk pas aan het eind van de middag. Het zal waarschijnlijk droog blijven, dat is best jammer. Ook wel weer logisch, het is bijna altijd droog als we over kasseien rijden, kijk maar naar de laatste edities van Parijs-Roubaix. De kasseienrit van vorig jaar was echt een uitzondering. Toch kan een droge kasseienrit ook leuk worden. Het is sowieso zwaar genoeg om een boel renners te lossen en de nervositeit alleen al zal voor genoeg spektakel zorgen. Door stof ploeteren is ook leuk. Het schijnt wel vrij hard te gaan waaien. Het gebied is wel best open, dus een klein kansje op waaiers is er wel. Ik vertrouw die weerberichten alleen nooit zo, dus in de praktijk zal het wel weer meevallen. Graadje of 27 in de middag, dat zijn we eigenlijk niet gewend bij kasseien maar ook wel een keer prima. Het is een lange etappe, dus de renners vertrekken vrij vroeg. Om 12:00 vertrekken ze in Seraing en vijf minuten later is de echte start. De finale gaat beginnen tussen 16:07 en 16:31, dan worden de renners bij strook 6 verwacht. Tussen 17:10 en 17:40 is de verwachte finish in Cambrai. Sporza is er om 14:15 bij, de NOS vijf minuten eerder.

De jongens die we vaak in Parijs-Roubaix vooraan zien rijden zullen we hier waarschijnlijk weer gaan zien. Het is zwaar, maar niet superzwaar. Door een gebrek aan regen zal het voor een Vanmarcke lastig worden om jongens als Degenkolb, Sagan en Kristoff te lossen. Ik verwacht uiteindelijk een uitgedunde groep, een flink uitgedunde groep. Er zullen vast weer enkele jongens wegvallen door een lekke band of een valpartij, maar de meeste sterke sprinters zullen er nog wel bij zijn. Vanmarcke gaat ongetwijfeld flink aan de boom schudden. Dit zal hij dan moeten doen op de stroken van Saint-Python en Quiévy. Ideale moment om het veld flink uit te rammelen, in totaal 5 kilometer kasseien met maar één kilometer asfalt tussendoor. Dat gaat denk ik het belangrijkste moment zijn. Als het veld daar volledig uit elkaar is geslagen krijgen we een mooi slot. Als daar alles een beetje bij elkaar blijft krijgen we een uitgedunde massasprint.
1. Vanmarcke. Sep heeft de gunfactor. Ik gun hem een mooie overwinning in de Tour. Sep is iemand die altijd koers maakt, maar daardoor zichzelf vaak voorbij fietst. Toch is die jongen een van de redenen om je tv aan te zetten met het broekje naar beneden tijdens de klassiekers. Hopelijk koerst hij morgen weer zonder verstand en gaat hij gewoon vol met de oogkleppen op er vandoor. Je moet hem niet op een andere manier laten koersen, dat zit niet in hem. Hij zal eeuwig tactisch dom blijven. Wel een prachtige coureur. Hup Sep.
2. Degenkolb. Als je Parijs-Roubaix wint is dit natuurlijk een peulenschil. Zoals hij in Parijs-Roubaix reed was best indrukwekkend. Reed in zijn eentje een gat dicht. Bleek meer te zijn dan een afwachtende sprinter. Zal morgen dus vast ook niet te beroerd zijn om initiatief te nemen als er een groepje wegrijdt. De sterke renners op de kasseien maar mindere sprinters zullen hun best moeten doen om Degenkolb te lossen, anders is het een kansloze zaak.
3. Sagan. Ook Sagan komt altijd goed over de kasseien, maar heeft de laatste tijd wel steeds meer moeite om nog eens iets af te maken. In het voorjaar ging het licht vaak uit in de finale. Dit is weer een lange rit, dus de kans bestaat dat het licht weer uitgaat bij Sagan. Lijkt nu wel redelijk goed in vorm en de kasseien moet hij makkelijk overleven. Winnen is lastig, er is altijd wel een Degenkolb of een Kristoff bij. Die jongens kan hij verslaan, maar vaker niet dan wel de laatste tijd.
4. Kristoff. IJzersterke renner, maar heeft het deze Tour nog niet te pakken. Mist de slag in Zeeland en komt in Huy op een minuut of 12 binnen. Wel iemand die bijna niet meer te lossen is op de kasseien en dan in de sprint altijd gevaarlijk is. Dit jaar al 500 keer gewonnen ofzo, kan morgen zomaar 501 zijn.
5. Stybar. Als je tweede wordt in Parijs-Roubaix, verdien je een vermelding. Alleen even afwachten of hij voor zichzelf moet rijden of dat hij op Uran moet passen. In principe heeft Etixx genoeg mensen om op Uran te letten, dus zou ik Stybar een vrije rol geven. De laatste jaren een van de sterkste renners op de kasseien. Ook nog eens vrij rap, een man om rekening mee te houden.

Etappe 5: Arras Communauté Urbaine - Amiens Métropole, 189,5 km

Daags na de kasseienrit krijgen we de eerste echte etappe voor de sprinters. De etappe in Zeeland was er al een, maar door de waaiers waren niet alle sprinters van de partij. Nu zou dat wel moeten lukken. We gaan een gebied passeren dat getroffen is door de Eerste Wereldoorlog. We doen zo'n beetje ieder belangrijk monument in deze regio aan. Een ode aan de mensen die Frankrijk hebben beschermd 100 jaar geleden, waardoor we nu deze grote ronde kunnen fietsen.

CFhdNgV.png
PROFIL.png

De vijfde etappe start in Arras, een stad met 45.000 inwoners die vorig jaar ook al vereerd werd met een bezoekje. De zesde etappe van de Tour van 2014 startte ook in Arras. Toen moesten we richting de Alpen, dus moesten we naar het zuidoosten. We kwamen toen in Reims uit. Nu gaan we naar Bretagne en daarna richting de Pyreneeën, dus moeten we richting het zuidwesten. Vandaag is Amiens de finishplaats. De zesde rit in de Tour van 2006 werd gewonnen door Andre Greipel. In 1991 vertrok er ook een rit uit Arras, richting Le Havre. Thierry Marie won die rit. Eén keer kwam er een rit aan in Arras, dat was de ploegentijdrit van 2004. Een ploegentijdrit die door niemand werd gewonnen, tot die conclusie kwam ik tijdens de vorige voorbeschouwing al. Arras is best een mooi stadje, maar de absolute trekpleister is de citadel. Daar vertrekt de Tour iedere keer als er hier een rit is en dat is nu niet anders. Vorig jaar was dat vertrek op de citadel, nu ervoor. De renners rijden tijdens de neutralisatie door het centrum van Arras en buiten Arras gaat de koers dan echt beginnen.

Arras-place_des_h%C3%A9ros.jpg

Na zoveel etappes met een verhaal krijgen we nu waarschijnlijk een etappe zonder verhaal. De eerste echt typische Touretappe. Normaal hebben we in de eerste week van de Tour altijd vijf vlakke ritten, maar dit is pas de tweede van deze Tour. De eerste vlakke rit was natuurlijk in Zeelanden werd door het weer spectaculair. Dit moet dan de eerste echte massasprint gaan worden, zonder heuveltjes, kasseien en wind. We gaan fietsen door een gebied waar flink is gevochten tijdens de tweede wereldoorlog. Na een kleine 15 kilometer koers merken we dat al meteen als we langs Notre Dame de Lorette komen. Het is de grootste Franse militaire begraafplaats. Dit gebied was belangrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog omdat het strategisch op een heuvel lag. Er zijn hier drie flinke gevechten geweest, de drie gevechten van Artois. Er vielen heel veel slachtoffers. In totaal liggen hier meer dan 40.000 soldaten op de begraafplaats en in het ossuarium.

necropole-nationale-de-notre-dame-de-lorette.jpg

We rijden verder door het gebied waar in de Eerste Wereldoorlog enorm is gevochten. We komen langs een Canadese begraafplaats en Virny, waar nog oude loopgraven te vinden zijn. Niet veel later rijden we door Neuville-Saint-Vaast, waar een Deutscher Soldatenfriedhof te vinden is. Kwamen we net langs de begraafplaats met de meeste Franse soldaten, is dit weer de begraafplaats met de meeste Duitse soldaten. Bijna 45.000 Duitse soldaten liggen begraven op deze militaire begraafplaats. Alle slachtoffers van de gevechten rond Artois en Arras liggen hier. In de buurt zijn nog veel meer militaire begraafplaatsen, maar deze is uitzonderlijk door het grote aantal soldaten dat hier begraven ligt.

WWI-cemetary.jpg

Er wordt richting het zuiden gefietst en voorlopig komen de renners wat minder begraafplaatsen tegen. Her en der nog wel een kleinere, maar de grote begraafplaatsen bewaren we even. Tot de tussensprint eigenlijk, die is na 90 kilometer in Rancourt. Het gaat een kilometer of 50 praktisch rechtdoor richting het zuiden, richting de rivier Somme. In de omgeving van deze rivier is in de Eerste Wereldoorlog enorm veel gevochten. In Rancourt zijn drie begraafplaatsen te vinden. Eén voor de Fransen, één voor de Duitsers en één voor de Britten. Na de tussensprint rijden we langs het Nécropole de Rancourt, een militaire begraafplaats waar meer dan 5000 graven zijn en in totaal 8500 personen liggen. Een van de grootste begraafplaatsen in het gebied van de Somme.

72789887.jpg

Van Rancourt rijden we richting de Somme en bij Cléry-sur-Somme bereiken we die. Daarna fietst men richting Péronne, een stad die vorig jaar ook werd gepasseerd in de rit met start in Arras. In Péronne is een groot museum te vinden over de strijd die in deze regio werd uitgevochten in de Eerste Wereldoorlog. De Slag aan de Somme was een grote slag waarbij meer dan één miljoen slachtoffers vielen. In het Historial de la Grande Guerre in Péronne kan je hier de nodige informatie over vinden. Na Péronne steken we de Somme over en fietsen we richting Herbécourt. In ieder dorpje dat we hier passeren is wel een militaire begraafplaats te vinden, hier weer een kleine voor wat Britse soldaten. Voorbij Herbécourt wordt de Somme weer overgestoken en fietst het hele zooitje richting Combles. Er wordt weer door een redelijk open gebied gefietst, kan eventueel nog interessant worden. Na Combles komen we door Ginchy en niet lang daarna is het weer eens tijd voor een militaire begraafplaats. In de streek die doorkruist wordt vochten niet alleen de Duitsers, Britten en Fransen, ook nog veel soldaten uit andere landen. We fietsen langs het Bois Delville, een klein bos in de buurt van het dorpje Longueval, waar in de Eerste Wereldoorlog werd gevochten. Meer dan 3000 soldaten van de eerste Zuid-Afrikaanse infanterie brigade raakte in dit bos in een gevecht verwikkeld met de Duitsers. Liep niet goed af voor de Afrikanen, maar 750 manschappen wisten het te overleven. Er is hier een begraafplaats en een oorlogsmonument te vinden voor de gevallen Zuid-Afrikanen.

The_South_Africa_(Delville_Wood)_National_Memorial-2.JPG

Bij dit monument hebben we 126,5 van de 189,5 kilometer gehad. Nog een kilometer of 60 dus. Van Longueval naar Martinpuich over grotendeels rechte wegen. Af en toe een paar bochten, maar toch grotendeels rechtdoor. De begraafplaatsen en oorlogsmomumenten blijven je om de oren vliegen. In Thiepval is weer een groot monument te vinden. Dit is een monument opgedragen aan 72.000 vermiste Britse en Zuid-Afrikaanse soldaten. Bovendien zijn er ook nog wat graven te vinden. Het is het grootste Britse oorlogsmonument ter wereld, le Mémorial franco-britannique de Thiepval valt vooral op door de grote boog. De renners passeren hier op 50 kilometer van de streep.

CIMG0104.JPG

Van Thiepval fietsen we richting Albert. Albert is een van de plaatsen die het zwaarst werd getroffen tijdens de Slag aan de Somme. Net als Péronne was het een plaats die de Fransen en Britten hadden uitgekozen om een doorbraak te forceren. De hoogvlaktes in de buurt van Albert zouden een goede plaats moeten zijn om door te kunnen breken en een eind te kunnen maken aan de loopgravenoorlog. In Albert is natuurlijk ook weer genoeg te vinden dat aan deze Slag aan de Somme doet denken. Museumpje links, monumentje rechts. Het zal uitgebreid in beeld worden gebracht. Na Albert rijden we verder richting het zuiden, weer terug naar de Somme. Bij Sailly-Laurette, op 30 kilometer van de streep, passeren we de Somme weer en gaat het richting het westen, richting Amiens. Voor we Amiens bereiken fietsen we eerst nog langs Villers-Bretonneux. In de omgeving van dit dorp is ook gevochten. Het was het eerste gevecht met tanks aan beide kanten. De Duitsers handelden snel na de intrede van de Britse tanks en in 1918 hadden ze zelf ook zulke mogelijkheden. De Duitsers versloegen hier de Britten en wisten Villers-Bretonneux in te nemen. In de nacht na de overwinning kwam er echt een Australisch groepje soldaten aan die Villers-Bretonneux weer wisten te heroveren. Veel soldaten kwamen om het leven en ter ere van die jongens is er hier een monument. Mémorial national australien, waar meer dan 700 Australische soldaten begraven liggen.

Memorial-australien-Villers-Bretonneux_lightbox.jpg

We zijn nu op 20 kilometer van de streep. Bij Daours, waar ook weer een militaire begraafplaats is, steken we nog een keer de Somme over en is het nog een kilometer of 14 tot Amiens. De weg richting Amiens is enorm recht. In de laatste 14 kilometer krijgen ze te maken met twee echte bochten en een paar rotondes. Dat is het, verder gewoon immer geradeaus. Dit gebied is enorm open, met een beetje flinke wind kan het misschien nog leuk worden, maar laten we niet iedere dag op waaiers gaan rekenen. Op zes kilometer van de meet krijgen de renners kort achter elkaar twee rotondes en een kilometer later weer een. Dan gaat het twee kilometer rechtdoor, tot er op 2,5 kilometer van de finish een scherpe bocht naar links is. Hier komen de renners op een brede weg terecht bijna twee kilometer rechtdoor gaat. Op een meter of 400 van de streep volgt er een flauwe bocht naar rechts en is het vervolgens rechtdoor richting de streep. In principe een redelijk makkelijke finale.

xpaklMU.png

Amiens is een stad met 134.000 inwoners. Een stad met een rijke historie in de Tour. 10 keer vertrok hier een rit en nu gaat er voor de tiende keer een rit aankomen. Een stad waar vooral de Belgen heel goed presteren. Walter Godefroot won in 1970 in Amiens, Eric Leman deed het een jaar later. In 1975 won Ronald De Witte dan weer en in 1993 won Johan Bruyneel een rit met aankomst in Amiens. De laatste winnaar in Amiens is Mario Cipollini. Andere oud-winnaars zijn Marino Basso en Rudi Altig. Kwam maar twee keer voor dat er een Fransman won in Amiens, best opvallend. Amiens kwam goed weg in de Eerste Wereldoorlog. Vooral omdat de geallieerde troepen de Duitsers buiten Amiens wisten te stoppen. Deze hele etappe is een herdenkingstocht. De soldaten die Frankrijk beschermen tussen 1914 en 1918 worden geëerd. Vorig jaar was dat ook al het geval, 100 jaar na dato. De komende jaren gaat men daar dus rustig mee verder en volledig terecht natuurlijk. In Amiens geen militaire begraafplaatsen, wel enkele mooie gebouwen. De kathedraal is natuurlijk het meest in het oog springend, maar Amiens heeft nog veel meer te bieden. Het Jule Verne Circus bijvoorbeeld.

imagen.php?item_id=2367&w=987

Er wordt voor woensdag wel wat regen voorspeld. Is natuurlijk maar afwachten of dat dan ook echt gaat gebeuren. Het is geen hele lastige rit, met veel technische bochten of lastige obstakels zoals de kasseien, dus een beetje regen zou niet direct voor veel gevaar zorgen. Het is interessanter om te kijken of het gaat waaien. De voorspellingen op dit moment zeggen dat het redelijk hard gaan waaien. Dan kan het een mooie dag worden, rond de Somme is het best open en heeft de wind vrij spel. Ik wil niet iedereen te enthousiast maken, maar waaiers zijn zeker een mogelijkheid. De temperatuur zal een beetje teruglopen, nog maar een graad of 20. Men vertrekt om 12:45 uit Arras en begint een kwartier later echt aan de rit. Tussen 17:07 en 17:30 wordt het peloton in Amiens verwacht. De rit wordt niet integraal uitgezonden. Sporza zal er 14:15 bij zijn en de NOS weer vijf minuten eerder.

Dit wordt natuurlijk een massasprint. Eventueel met een uitgedunde groep als het echt zo hard gaat waaien als ze voorspellen. Hoe dan ook krijgen we ongetwijfeld de verwachte namen in Amiens. Zoveel massasprints gaan er niet komen, dus de sprinters moeten nu iedere kans pakken. Kleine kans dat een kopgroep de zegen krijgt. De etappe hierna is eigenlijk ook al niet geschikt voor de sprinters, dus nu moet het gebeuren.
1. Cavendish. Is natuurlijk getergd na zijn mislukking in Zeeland. Een getergde Cavendish gaat twee keer zo hard. Moet dan eindelijk wel een keer lukken.
2. Greipel. Was goed in Zeeland, dan gaat hij het hier ook goed doen. Kon wel flink profiteren van de faal van Etixx. Zal niet iedere keer zo zijn, in principe is Cavendish natuurlijk sneller.
3. Kristoff. Heeft toch eigenlijk een wat lastigere rit nodig om de Cavendishjes van deze wereld te verslaan. Het kan zomaar heel lastig worden, dan heeft hij een goede kans.
4. Degenkolb. John in een pure massasprint is altijd even afwachten. In de Vuelta lukt het vaak wel, maar dan is er minder concurrentie. Hij zal het nu lastiger hebben.
5. Sagan. In een pure sprint zal hij het vaak toch af moeten leggen. Bleek in Zeeland ook wel eigenlijk, zat daar ook gewoon perfect maar kwam toch niet voorbij Greipel.
pi_154463107
Etappe 6: Abbeville - Le Havre, 191,5 km

Normaal krijgen de sprinters in de eerste week van de Tour een stuk of vijf kansen op een rit, maar daar is dit jaar totaal geen sprake van. Met etappe 2 en 5 tot nu toe maar twee duidelijke kansen voor de sprinters. Etappe 2 eindigde door weer en wind in een sprint van een uitgedunde groep en tijdens de vijfde etappe ging het weer waaien en regenen. Het werd wel een massasprint, maar er waren wel weer een hoop gelosten door een klein beetje waaiers en wat valpartijen. Een sprint met het hele peloton hebben we nog niet gezien. Eigenlijk nog geen echt typische Tourdag gehad. Etappe 6 is weer niet echt een normale etappe. Het profiel lijkt te duiden op een rit voor de sprinters, maar aan het eind van de rit zit weer een klein muurtje. Verder rijden we de hele dag langs de Normandische kust. Als de wind een beetje goed staat weer een levensgrote kans op waaiers. Ondertussen genieten van het uitzicht langs de kust, met heel wat mooie kliffen.

QZRxjzT.png
PROFIL.png

Abbeville is de plaats van vertrek. Een stadje met 25.000 inwoners aan de Somme. In de vijfde etappe kwam de Somme al veelvuldig voor, maar dat gaat een etappe later dus nog even door. We zitten in de regio Picardië, niet ver van Normandië. Abbeville heeft niet echt een grote historie in de Tour de France. Het stadje komt pas voor de tweede keer voor in de Tour. In 2012 vertrok hier ook een rit. Dat was de vierde rit, van Abbeville naar Rouen, gewonnen door André Greipel. De tweede keer dat de renners uit Abbeville vertrekken is er dan weer wat minder kans op een echte massasprint. De renners vertrekken buiten het centrum, fietsen vervolgens door het centrum, steken de Somme over en beginnen een kilometertje buiten Abbeville echt aan de wedstrijd.

Abbeville_23-09-2008_15-22-11.JPG

De renners fietsen richting het zuidwesten, richting Normandië en dan specifiek het departement Seine-Maritime. Het eerste deel van de rit zal er niet zoveel gebeuren. Er zitten een paar kleine heuveltjes in het parcours, die op het profiel van de etappe echt enorm lijken, maar als je kijkt naar de hoogte van de top van deze klimmetjes valt dat allemaal wel mee. Bij Gamaches treden we de Seine-Maritime binnen. Na Gamaches fietsen de renners richting Grandcourt waar een klein klimmetje is. Daarna is het tijd om richting de kust te fietsen. 67 kilometer na de start bereiken we die kust, bij Dieppe. Dieppe is dan weer een stad met historie in de Tweede Wereldoorlog. In 1942 werd door de geallieerde troepen een poging gedaan om de haven van Dieppe over te nemen van de Duitsers, maar dit liep niet echt goed af. Dieppe is een stad met een redelijke grote jachthaven en een vishaven. Buiten Dieppe kun je de kliffen al zien. In deze stad krijgen de renners een klimmetje voor hun kiezen, de Côte de Diepe. Klimmetje van de vierde categorie, 1,8 kilometer aan 4%. Stelt niets voor.

Dieppe-presentation-1500-X-500.jpg

De renners rijden naar beneden, richting Pourville-sur-Mer. Ze rijden van de ene klifpartij naar de volgende. In Pourville-sur-Mer is er weer een mooi uitzicht op de kliffen. Direct na het verlaten van Pourville-sur-Mer beginnen de renners aan de volgende klim. Deze klim is iets zwaarder dan de vorige, maar stelt nog steeds niet veel voor. De Côte de Pourville-sur-Mer is een beklimming van de vierde categorie en is 2 kilometer lang aan 4,5% gemiddeld. Niet echt bedoeld om verschillen in het peloton te veroorzaken, deze klim is een noodzakelijk kwaad als je een beetje langs de kust wil blijven fietsen. We fietsen nu even een stukje verder van de kust af, maar duiken af en toe wel weer die kant op. Af en toe komen de renners door een open stuk, waar de wind zijn ding kan doen. Tussen de dorpen door kan het interessant worden Na 97 kilometer komen de renners uit in Veules-les-Roses en een kilometer of vijf later komen ze door Saint-Valery-en-Caux. Tussen deze twee dorpen ligt wel weer een aardige klif.

VlR2StVal.JPG

De wegen hier in de buurt van de kust zijn best bochtig en het gaat af en toe een beetje omhoog of omlaag. Saint-Valery-en-Caux is nog wel een mooi dorpje, met ook weer een leuke haven. Na Saint-Valery wijkt het parcours van de kust af en gaat het verder landinwaarts. Het gebied hier blijft open, vatbaar voor wind. Het gaat een kilometer of 10 rechtdoor, voor de renners uitkomen in Cany-Barville. Hier loopt het stiekem best flink omhoog, maar puntjes voor de bergtrui zijn er niet te verdienen. Het gaat vervolgens weer richting het westen, richting de kust. Na 130 kilometer koers komen de renners uit in Saint-Pierre-en-Port en is de prachtige klifkust weer te zien. De weg in deze omgeving is wat smaller en er zijn nog wat kleine heuveltjes te vinden. Er wordt door een aantal bossen gefietst, dus van wind zal even minder sprake zijn. Op 50 kilometer van de streep komen de renners door Fécamp, een paar kilometer voor de tussensprint in Saint-Léonard. Ook in Fécamp weer genoeg moois te zien, waaronder een mooi gelegen wijkje.

Fecamp-Photo-Flickr-%C2%A9Gui80.png

Vier kilometer na Fécamp is het tijd voor die tussensprint. Het loopt hier weer een klein beetje omhoog, niet echt heel erg schokkend, maar toch iets om even rekening mee te houden. Na de tussensprint wordt er weer een beetje van de kust afgeweken en gaat het over een redelijk rechte weg richting Froberville, om maar eens een dorp van helemaal niets te noemen. Langs deze weg staan overal bomen, dus krijgen we geen waaiers hier. Een stukje verderop wordt het wel weer wat opener, maar voorlopig blijft mijn broekje aan. Het parcours gaat een beetje op en af. Paar meter omhoog en daarna weer een paar meter omlaag, veel stelt het allemaal niet voor. De renners komen langs allerlei kleine gehuchtjes zoals Les Loges en gaan weer richting de kust. Na 159,5 kilometer komt het peloton uit in Étretat, dat vooral bekend is vanwege de mooie kliffen aan beide kanten van het dorp.

150301030813789291.jpg

Nog een kilometertje of 30 tot de streep en die laatste 30 kilometer beginnen we met het derde klimmetje van de dag waar een puntje te verdienen is. De Côte de Tilleul is een klimmetje van de vierde categorie, 1600 meter aan 5,6%. Ook geen al te lastige heuvel, maar dat zal ook niet de bedoeling zijn. Deze weg moet nu eenmaal genomen worden als je naar Le Havre wil en toch ook wat beelden van de klifkust mee wil pakken. De laatste 30 kilometer gaat het grotendeels rechtdoor, door een open gebied. In het slot van de etappe kan de wind wel wat invloed hebben. Richting Le Havre zijn er weinig obstakels meer, op een paar rotondes na spreekt het voor zich. Hoewel dat nog niets hoeft te zeggen, de meeste valpartijen gebeuren op rechte wegen, zoals we de afgelopen dagen ook weer hebben kunnen zien. Tot de finish blijft het een open gebied, op de dorpjes die gepasseerd wordne na. Bij het binnenfietsen van Le Havre komen de renners langs het vliegveld Le Havre - Octeville. Zonder verder naar het parcours te kijken zou je denken dat dit een massasprint gaat worden, maar niets is minder waar. In Le Havre moet nog geklommen worden.

PROFILKMS.png
6fZMl6C.png

De finale is nog best lastig. In de laatste kilometers nog een aantal rotondes en enkele bochten. Tot 3,5 kilometer van de streep zitten de renners op een brede weg die goed in orde is, maar daarna slaan ze linksaf, een wat lastigere bocht, die ze op een minder goede weg brengt. Deze weg bestaat voor de helft uit asfalt en voor de andere helft uit klinkertjes. Best een vreemd gezicht. Na een kilometertje over deze weg te hebben gereden slaan de renners rechtsaf, een bocht die nog wat lastig is omdat ze op een minder brede weg terecht gaan komen. Bijna meteen volgt een bocht naar links. Even verderop volgt er een flauwe bocht naar links en begint de weg al omhoog te lopen. De renners moeten 850 meter gaan klimmen, aan 7% gemiddeld. Dit klimmetje heeft ook nog een naam, Côte d'Ingouville. Het brengt ze langs het chapelle de Saint-Michel d'Ingouville. Daarna gaat de klim nog even door, tot op een paar 100 meter van de streep. Richting de streep blijft het omhoog lopen, maar minder erg dan daarvoor. al met al een pittige finale, waar de echte sprinters kansloos zijn. De finish is voor het Fort de Tourneville. Dit fort herbergt tegenwoordig onder andere het gemeentearchief.

fortexterne.jpg

Le Havre is een stad met 173.000 inwoners. Een havenstad die al ontzettend vaak is voorgekomen in de Tour. Vooral vroeger kwam men hier ieder jaar langs. Jarenlang reed men hetzelfde parcours in de Tour en in die jaren was Le Havre een van de vaste aankomst- en vertrekplaatsen. Tussen 1921 en 1927 kwam de Tour ieder jaar door Le Havre. Winnaars in Le Havre uit die tijd zijn onder nadere Robert Jacquinot en Ottavio Bottecchia. De Italiaan Bottecchia kreeg het voor elkaar om twee jaar achter elkaar te winnen in Le Havre. In die tijd vertrok er ook ieder jaar een rit uit Le Havre en de Fransman Romain Bellenger kreeg het voor elkaar om meerdere keren een rit met vertrek uit Le Havre te winnen. Na de jaren 20 duurde het even voor de Tour weer naar Le Havre zou komen. In 1962 kwam het er weer eens van, de Belg Willy Vanden Berghen ging met de overwinning aan de haal. Het was de eerste en enige deelname van de Belg aan de Tour, toch maar mooi meteen een rit gewonnen. In 1991 won Thierry Marie een rit in Le Havre, die rit vertrok uit Arras, de vertrekplaats van etappe 5. De laatste winnaar in Le Havre is Mario Cipollini. Zijn opvolger zal geen pure sprinter worden. Le Havre, gelegen aan de monding van de Seine, is een van de belangrijkste havensteden van Frankrijk. Het is een van de grootste steden van Normandië en het is een stad die relatief gezien niet eens lang bestaat. Pas gestischt in 1517. Een stad die in 1944 met de grond gelijk werd gemaakt door Amerikaanse bombardementen en daarna opnieuw is opgebouwd. Vanuit Le Havre kun je met de ferry richting Engeland. Portsmouth en Southampton, die kant op.

Le_Havre_Vue_Plage_14_07_2005.jpg

Het lijkt droog te gaan worden. Er wordt geen spatje regen voorspeld. Tijdens de vijfde etappe waaide het nogal hard, maar daar schijnt nu ook minder sprake van te zijn. Een deel van deze etappe is geschikt voor waaiers, maar dan moet het natuurlijk wel waaien. Er wordt nu niet echt harde wind voorspeld. Het waait altijd wel langs de kust, dus op zo'n open stuk kan het altijd leuk worden als een ploeg er vol voor gaat. Tijdens de vijfde etappe zag je wel dat iedereen nu echt op z'n hoede is en ze met z'n allen voorin gaan rijden. De jongens die tijdens de vijfde etappe hebben gelost zullen het ongetwijfeld al bij voorbaat hebben opgegeven. Erg warm voor de tijd van het jaar is het niet, in Le Havre wordt een graadje of 18 verwacht. De start is om 12:40 in Abbeville en een kwartiertje later is de neutralisatie voorbij. Als de renners niet te hard of te zacht fietsen worden ze tussen 17:10 en 17:35 in de straten van Le Havre verwacht. Net zoals de afgelopen dagen zal Sporza er om 14:15 weer bij zijn en de NOS om 14:10.

Het is een redelijk makkelijke etappe, met een pittige finale. De organisatie vergelijkt de laatste côte met de Cauberg en dat klopt wel redelijk. Qua lengte en gemiddelde stijgingsgraad is het prima te vergelijken. De Cauberg is vooral lastig omdat er al 100 heuveltjes zijn geweest voor men voor het laatste over de Cauberg knalt. Als er maar één zo'n heuvel in het parcours ligt gaan er meer mensen overleven. De sterker klimmende sprinters moeten dit nog wel aankunnen. Dan kun je denken aan de Degenkolbjes van deze wereld. Ook voor Sagan is dit heel geschikt. Voor Cavendish en Greipel lijkt me dit te zwaar. Voor de klassementsrenners zoals Froome is het dan waarschijnlijk weer net niet zwaar genoeg om echt een gooi te doen naar de etappezege. Dat zal eerder over een paar dagen op Mur de Bretagne komen. Een Valverde kan dan wel weer een poging wagen, die heeft nog iets goed te maken. Voor Matthews was het perfect geweest, maar helaas voor hem zit hij in de lappenmand.
1. Sagan. Kan deze klim perfect aan en kan daarna nog genoeg snelheid ontwikkelen op het vlakkere stuk richting de streep. Ongetwijfeld zal hij uiteindelijk niet winnen, omdat hij het toch wel redelijk vaak voor elkaar krijgt net niet te winnen. Desalniettemin zet ik hem op 1, al was het maar om Oleg een plezier te doen.
2. Degenkolb. John heeft ook wel eens laten zien dat hij zo'n klimmetje goed over kan komen, dit jaar in Dubai bijvoorbeeld nog. Hij won in Hatta, op een kort steil klimmetje, voor Valverde. Voor mij genoeg reden om hem tijdens deze rit een goede kans te geven.
3. Van Avermaet. Derde plaats voor Olvarit Krek, dat hoort gewoon zo. Niks meer aan doen.
4. Valverde. Piti is niet echt in bloedvorm, lijkt het wel. Gaat desondanks gewoon een poging wagen, schat ik zo in. Kan dan best ver komen, maar het zal waarschijnlijk niet lastig genoeg zijn om Sagan en Degenkolb af te schudden.
5. Gallopin. Greipel zal niet van de partij zijn, dan krijgen we uiteraard meteen Gallopin. Tony ging heel goed op de Muur van Huy. Hij probeerde mee te gaan met Rodriguez, maar dat was een kleine inschattingsfout. Hij blies zichzelf op en kwam als vijfde binnen. Nu is het een stuk minder lastig, minder kans dat hij zichzelf op gaat blazen. Die muurtjes vindt hij wel leuk en aan de meet is hij nog aardig rap ook.

Etappe 7: Livarot - Fougères, 190,5 km

Zonder gele trui vervolgen we de Tour met een etappe die opnieuw niet echt voor een spannende koers zal gaan zorgen. De afgelopen dagen moest de spanning van valpartijen komen, niet echt wat je wil als kijker. Er rust deze ronde een vloek op de gele trui. Iedere drager van de gele trui, behalve Froome, heeft al eens op de grond geleden en Cancellara en Martin hebben met botbreuken de ronde al moeten verlaten. Benieuwd hoe het de komende dagen met Froome gaat. In Le Havre deed Stybar wat hij wel vaker doet, heel slim zijn. Hij viel op het juiste moment aan. Niemand reageerde en alle knechten waren verdwenen, dus had hij zomaar een flink gat geslagen. Weer een mooie overwinning voor hem, zijn palmares als wegwielrenner ziet er steeds beter uit. Etappe 6 was best gezapig, de zevende etappe ook op de finale na en nu krijgen we waarschijnlijk weer een hele gezapige etappe. We koersen richting Bretagne en het is overwegend vlak. Als dit geen massasprint wordt weet ik het ook niet meer.

sqM35Vt.png
PROFIL.png

Een stukje ten zuiden van Le Havre start deze etappe. Livarot is een heel klein dorpje met maar 2000 inwoners, dat vooral bekend is vanwege de kaas die hier wordt geproduceerd. De Livarotkaas heeft een oranje korst en een kruidige geur. Schijnt van alle kazen uit Normandië de sterkste smaak te hebben. Deze kaas heeft zelfs een bijnaam, Le Colonel. Het aroma van de kaas zou doen denken aan koemest. Ik weet niet of ik het nu nog wel een goede kaas vind eigenlijk. Zit superveel vet in en wordt gemaakt van koemelk, lijkt me allemaal erg nuttig om te weten. Dit dorpje is een debutant in de Tour, voor het eerst komt de organisatie hier langs. Er zal veel kaas worden gegeten. Niet door de renners, een product met 40% vet is niet goed voor onze anorexiapatiënten. Livarot heeft nog wel een schattig kerkje en kaas dus, vooral heel veel kaas.

%C3%89glise_de_Livarot.jpg
Petit-livarot.jpg

Zoveel echte ritten voor de sprinters zijn er niet, maar dit is er zeker een. Toch is deze rit ook niet helemaal vlak, er moeten nog wel een paar heuveltjes overwonnen worden. De eerste heuvel komt na 12 kilometer koers en hier is ook meteen een puntje te verdienen voor de bergtrui. De Côte de Canapville is 1,9 kilometer lang en 4,7% gemiddeld. Via deze côte komen we uit in Vimoutiers, de plaats waar de Franse semi-klassieker Paris-Camembert finisht. In de koers komt de Côte de Canapville ook voor. Het zal bekend terrein zijn voor enkele renners. Enkele winnaars van Paris-Camembert die nu ook rondrijden in de Tour zijn Valverde, Fedrigo, Coquard en de ontzettend bekende Pierre-Luc Périchon. Vimoutiers is een dorpje dat werd verwoest in de Tweede Wereldoorlog. Als constante herinnering aan dit feit is er nog een Duitse tank te vinden in dit dorp.

Char_Tigre_de_Vimoutiers_2010-10_(4).jpg

De wedstrijd Parijs-Camembert finisht hier, dat wil dus zeggen dat Camembert in de buurt moet zijn. Dat is uiteraard ook zo, we zouden kunnen spreken van een kaasetappe. De renners rijden niet dwars door Camembert, maar er wel langsaf. Geen schimmelkaas voor de coureurs. Er wordt verder gefietst richting het zuiden, waar na 34 kilometer Chambois wordt gepasseerd. Ook in Chambois werd gevochten tijdens de tweede wereldoorlog. De Duitsers werden hier flink in de pan gehakt. Is tegenwoordig geen sprake meer van, de Duitsers winnen zowat alle ritten. Het gaat stiekem toch best een beetje op en af deze etappe, helemaal vlak mag je het niet noemen. Veel zullen de renners er ongetwijfeld niet van merken, meer dan vals plat wordt het niet. De renners rijden richting de tussensprint in Argentan, waar de links met de Tweede Wereldoorlog ook niet te missen is. Meteen na de invasie van de geallieerden in Normandië werd Argentan platgebombardeerd. Bleef niet veel van over. Gelukkig zijn er nog wel wat mooie gebouwen overgebleven. Een chateau en een mooie kerk bijvoorbeeld.

Argentan_-_Saint_Germain_Church_-_1.JPG

De tussensprint is al vroeg in de etappe, na 65 van de 190 kilometer. De renners rijden Argentan uit richting het zuiden. Het gaat kilometers lang rechtdoor en stiekem loopt het de hele tijd een beetje omhoog. Na 88 kilometer wordt Carrouges gepasseerd en hier staat een mooi chateau. Zal ongetwijfeld uitgebreid in beeld worden gebracht. Van Carrouges gaat het richting Couptrain en in Couptrain hebben we al enige kilometers Normandië achter ons gelaten. We fietsen nu tijdes in Pays de la Loire, om preciet te zijn in het departement Mayenne. Over redelijk rechte wegen gaat het nu richting Lassay-les-Châteaux waar de koers na 127 kilometer passeert. Richting dit dorpje loopt het weer licht omhoog, het is de hele dag een beetje vals plat omhoog of omlaag. Stiekem toch nog best gemeen. De naam van dit dorpje zegt eigenlijk genoeg. Er zijn hier meerdere kastelen te vinden.. Le château de Lassay is toch wel de mooiste.

5184219160_18b0e0b908_b.jpg

Het gaat nu eigenlijk in een rechte lijn richting de finishplaats. Langs dorpjes als Chantrigné en Ambrières-les-Valléés richting Gorron. Je moet erg je best doen om iets enerverends van deze etappe te maken. Het is dat je af en toe een kasteel tegenkomt, verder heeft dit heel veel kans om een totaal geschiedenisloze etappe te worden. Er zitten nog een paar kleine hoogteverschillen hier, maar niet echt iets waar renners gaan lossen. Het is een eindeloze tocht door ruraal Frankrijk. Na 171 kilometer komen we door Saint Ellier du-Maine. We verlaten dan bijna Pays de la Loire en komen uit in Bretagne. Net voorbij Saint Ellier du-Maine gaat het nog even een klein beetje omhoog, maar ook dit mag weer niet echt een naam hebben. Tussen de maïsvelden door gaat het nu richting Fougères. We nemen de touristische route via La Chapelle-Janson. Daar komen we 10 kilometer voor de streep doorheen en dit gedeelte van het parcours is even wat bochtiger. De finale zal wel snel zijn, want na het laatste stukje omhoog van de dag gaat het alleen nog maar naar beneden. Niet verschrikkelijk steil, maar toch genoeg om het peloton nog harder te laten gaan dan normaal.

ozxuJWS.png

De slotkilometers kennen niet zoveel bochten, maar toch is het nog even opletten. De wegen zijn in de finale niet zo breed als de renners gewend zijn geraakt de afgelopen dagen. Met vijf treintjes naast elkaar is niet altijd mogelijk. Op zo'n beetje 4,5 kilometer van de streep wordt de weg breder, hier kan de voorbereiding op de sprint pas echt helemaal beginnen. Op vier kilometer van de streep krijgen de renners te maken met een rotonde, die ze links mogen nemen. Na de rotonde is er een vluchtheuvel, dus het is nog wel even een punt om goed naar te kijken. Vervolgens gaat het iets meer dan een kilometer rechtdoor, tot de volgende rotonde. Bij deze rotonde gaan de renners rechtdoor en nemen ze de rechterkant van de rotonde, zoals het hoort. Na deze rotonde is het duidelijk te zien dat de weg naar beneden loopt. De snelheid zal hier best extreem hoog zijn. Twee kilometer voor de finish volgt weer een rotonde. Deze mogen de renners aan beide kanten nemen, maar rechts lijkt het beste idee. Na deze rotonde lijkt de weg dan stiekem weer een klein beetje op te lopen. Klein stukje maar, daarna daalt het af richting de boog van de laatste kilometer. Op 900 meter van de streep krijgen we de vierde rotonde, hier gaan we rechts. Niet veel verder is er nog een rotonde en daar gaan we dan weer naar links. Ongelukkig vluchtheuveltje daar, maar dat zal wel weer verwijderd worden. Het is nu praktisch rechtdoor richting de streep. Het laatste stuk loopt weer lichtjes omhoog, niet helemaal een vlakke sprint. In de slotkilometer overwinnen we toch nog 16 hoogtemeters. De finish is eigenlijk ergens in een buitenwijk van Fougères, er is in deze straat en de directe omgeving niets fraais te ontdekken.

2013060619_Etape-12_ville-depart_fougeres.jpg

Best een rare plek om te finishen, want Fougères heeft genoeg te bieden. Vooral het kasteel valt op, het is enorm groot en nog in enorm goede staat. Gebouwd op een rots, vroeger omgeven door een moeras. Daarom nogal goed te verdedigen en nogal slecht aan te vallen. Dit kasteel heeft 13 torens, best veel zou je kunnen zeggen. De kasteelmuren staan ook nog fier overeind, het is om je vingers bij af te likken. Daarnaast heeft Fougères, een stad in Bretagne met 20.000 inwoners ook nog een prima centrumpje met wat leuke kerkjes. Het heeft niet echt een lange historie in de Tour, het is pas de tweede keer dat hier een rit aankomt. De eerste keer was in 1985, toen hier een ploegentijdrit eindigde die begon in Vitré. In Vitré staat ook zo'n mooi kasteel, maar dit geheel terzijde. In 2013 was de Tour voor het laatst in Fougères. Toen vertrok hier de 12e rit, die zou eindigen in Tours. Marcel Kittel pakte in Tours zijn derde ritzege van die Tour. Leuk stadje wel, niet alleen door het kasteel. De finish had wel ergens kunnen liggen, niet in zo'n grijs wijkje ergens aan de buitenkant. Enfin, een finish in een grijs wijkje past dan wel weer bij de waarschijnlijk saaie, grijze etappe die we gaan krijgen.

Fougeres_Schloss_Sueden.jpg

Dit is natuurlijk een saaie etappe. Zelfs met heel veel wind is daar niets meer van te maken, het gebied is minder open dan de afgelopen dagen. Harde wind zal er ook niet echt zijn, dus we hoeven nu helemaal geen rekening te houden met waaiers. Ook wel een keer fijn, zonder verwachtingen kijken. De neerslagkans is precies 0%, ook makkelijk. Het wordt weer wat warmer, we gaan richting de 27 graden. Prima dagje voor de renners waarschijnlijk. Misschien een keer wat meer rust, op de finale na dan. Met een stuk kaas tussen hun kiezen vertrekken de renners om 12:40 uit Livarot en tien minuten later is de echte start. Als ze een beetje doorfietsen zouden ze tussen 17:09 en 17:35 in Fougères moeten zijn. Sporza zal er om 14:15 weer bij zijn, maar je kan ook gerust pas rond een uur of 4 inschakelen.

Dit wordt een etappe voor de sprinters, dat is duidelijk. Toch is het niet een totaal vlakke sprint, in de slotkilometer loopt het nog een beetje omhoog. Het is niet veel, maar de renners die nu te vroeg aangaan zullen nogal snel stilvallen. Deze aankomst is wel in het voordeel van mannen als Degenkolb en Kristoff, de mannen met heel veel macht. Uiteindelijk vast nog te makkelijk voor Degenkolb, maar Kristoff moet je zeker niet uitvlakken. Cavendish zal ondertussen ook wel eens een rit willen winnen, na het twee keer te verprutsen zou het nu driemaal scheepsrecht moeten zijn. Greipel is ondertussen de grootste favoriet, na zijn overwinningen. Een sprint die een klein beetje omhoog loopt kan hij ook perfect aan.
1. Greipel. Als je al twee ritten hebt gewonnen verdien je het ondertussen wel om op 1 te komen bij mijn fantastische voorspelling die nooit klopt. Sorry dat ik je jinx, André. Entschuldigung.
2. Kristoff. Deze aankomst lijkt me best geschikt voor de sterke, eigenlijk ook best geblokte Noor. Het loopt een klein beetje omhoog, dat heeft Kristoff toch wel nodig als de etappe verder niet zo zwaar is geweest. Als hij niet te vroeg aangaat kan hij best dicht in de buurt komen of zelfs winnen.
3. Cavendish. Zal je zien dat hij nu wel gaat winnen, als ik hem een keer niet op 1 zet. Echt teleurstellend tot nu toe. Een keer te vroeg gegaan en een keer op waarde geklopt. Hij wint nog steeds heel veel, maar de echte topsnelheid lijkt weg te zijn. Kan zomaar zijn dat hij nu mijn ongelijk gaat bewijzen, altijd leuk. Ultieme motivatie, lijkt het.
4. Sagan. Een keer geen tweede plaats. Het kan niet altijd feest zijn natuurlijk. Als die andere jongens allemaal hun ding doen lijkt hij me de vierde. Toch doen ze nooit allemaal hun ding en zal hij vast weer tweede of derde worden, maar afijn.
5. Degenkolb. John heeft het ook nog niet echt en dat kan je zeggen van de hele ploeg. Zonder Veelers en Kittel is het blijkbaar toch een heel ander verhaal. Misschien dat ze het nu wel weer op de rit krijgen, maar dan is deze aankomst eigenlijk nog steeds niet lastig genoeg voor Degenkolb. Hij is al 2e, 4e en 6e geweest. Om voor de grote straat te gaan moet hij nu dan maar 5e worden.

Etappe 8: Rennes - Mûr-de-Bretagne, 181,5 km

Na een paar saaie etappes krijgen we nu eigenlijk weer gewoon een saaie etappe. De afgelopen dagen hebben we massasprints gehad en een sprint met een wat lastigere aankomst. De aankomst van deze rit zal nog even wat lastiger zijn, maar aangezien er daarvoor weinig geklommen hoeft te worden wordt het alsnog een flinke sprint met een heel grote groep. Aankomst op een steil klimmetje in Mûr-de-Bretagne, waar Contador al een keer dacht te winnen. Benieuwd of het hem nu dan wil lukken.

mPgYiN2.png
PROFIL.png

Het départ van de achtste etappe is in Rennes, een stad in Bretagne met 210.000 inwoners. Ligt best dicht in de buurt van de finishplaats van etappe 7, Fougères. Rennes is de hoofdstad van Bretagne en in de metropool wonen meer dan 600.000 mensen. Tiende stad van Frankrijk op dat gebied. Het is een stad met veel studenten en een stad met redelijk wat industrie. De binnenstad is een lust voor het oog, helaas voor de renners fietsen ze niet dwars door het centrum. De Tour doet Rennes graag aan. De laatste keer is echter alweer een tijd geleden, 2006. Sergei Honchar won de individuele tijdrit over 52 kilometer richting Rennes. 12 jaar daarvoor won Gianluca Bortomali een rit in Rennes. Andere winnaars in Rennes zijn onder andere Greg Lemond, Marino Basso en Rik Van Steenberge. De laatste keer dat er een rit vertrok in Rennes was daags na de overwinning van Gianluca Bortolami in 1994. Meer dan 20 jaar heeft het dus geduurd voor er weer eens een rit vertrekt in Rennes. Er wordt een flink rondje door Rennes gefietst, maar de hoogtepunten van de stad worden overgeslagen. Ze fietsen wel langs de universiteit, misschien dat de renners daardoor geïnspireerd worden.

Rennes_place_de_la_R%C3%A9publique_DSC_4521.JPG

Buiten Rennes, in Montgermont, begint de koers echt. Het eerste deel van de rit is niet echt interessant. Er worden een paar mooie Bretonse dorpjes aangedaan, maar verder is er niet veel te melden. Na 25 kilometer wordt Bécherel gepasseerd, typisch dorpje voor deze streep. Ziet er allemaal prima uit. We fietsen nu een beetje op de grens tussen twee departementen. Van start gingen we in het departement Ille-et-Villaine, maar over een paar kilometer gaan we uitkomen in Côtes-d'Armor. De renners nemen nogal een omweg, er wordt vandaag bepaald niet gekozen voor de snelste route. Dankzij deze omweg komen de renners na 50 kilometer uit in Saint-Méen-le-Grand. Niet echt een heel spannend dorpje, maar wel een schattig centrumpje. Kan zo op een ansichtkaart. Een paar kilometer na dit dorpje fietsen de renners dan het departement Côtes-d'Armor binnen.

Saint-Meen.jpg

Er wordt even een stukje naar het noorden gereden en dorpjes als Plumaugat en Broons worden gepasseerd. Niet echt bijster veel te beleven hier. Dit gedeelte van de etappe kan je wel overslaan. Na 90 kilometer komen de renners door Le Gouray en na dit dorpje mogen de renners gaan klimmen. De Côl du Mont Bel-Air wordt aangedaan, een heuveltje van anderhalve kilometer aan 5,7%. Om bij dit klimmetje te komen verlaten we even de normale weg en komen we op een slechte weg terecht, die van de ellende zowat uit elkaar valt. Dit is maar een kort stukje, na een tijdje ligt er gewoon prima asfalt. Je moet er wel iets voor over hebben om bij de goede lucht uit te komen natuurlijk. Op de top van dit klimmetje staat een mooi kapelletje. Wie weet komen we Will Smith ook nog tegen. De afdaling van dit klimmetje brengt ons richting Moncontour, waar de tussensprint van de dag is. Moncontour is een oud vestingstadje en de overblijfselen daarvan zijn nog goed te zien. Prachtig dorpje. Net iets buiten Moncontour, in Gare du Moncontour, is na 108 kilometer de tussensprint.

arton332.jpg?1376989866

Na de tussensprint loopt het langzaam weer een beetje omhoog. Het gaat hier altijd een beetje vals plat omhoog of vals plat naar beneden. Weinig bochten wel, grotendeels rechtdoor. Pas in Loudéac, na 130 kilometer, een paar rotondes en bochten. We rijden nu ineens richting het zuiden en verlaten na 144 kilometer het departement Côtes-d'Armor even. Een kilometertje of 20 fietsen we nu door Morbihan en veel spannends komen we daar niet tegen. Paar kleine dorpjes onderweg, paar bossen. Dit deel van het parcours is ook best vlak, het zal een lange sprint worden richting Mûr-de-Bretagne. Geen al te brede weg tot het dorpje Neulliac op 15 kilometer van de streep. Daarna wordt de weg breder en gaat het volledig rechtdoor tot Mûr-de-Bretagne. Acht kilometer lang rechte weg, tot we na 174 kilometer uitkomen in dit dorpje. Dan zijn we nog niet bij de finish, die ligt buiten het dorpje en daar fietsen we met een omweg naartoe.

PROFILKMS.png
PROFILCOLSCOTES_1.png

In de laatste kilometers krijgen de renners nog met flink wat bochten te maken. Op een kilometertje of 6 van de streep de eerste en daarna nog een paar flauwere bochten. De klim begint pas echt op twee kilometer van de streep, maar in de straten van Mûr-de-Bretagne loopt het al licht omhoog. Rond 5 kilometer van de streep een klein stukje in dalende lijn, maar dat zal niet lang duren. Op 4,5 kilometer van de meet krijgen de renners te maken met een echt scherpe bocht. Via een smal weggetje bereiken de renners daarna een brede N-weg en hier loopt het weer verder omhoog. Blijft licht omhoog lopen tot twee kilometer van de streep. Hier maken de renners een flinke bocht naar rechts en begint de slotklim echt. De slotklim is twee kilometer lang en 6,9% gemiddeld. Het venijn zit meteen in het begin. De weg ziet er niet steil uit omdat het bijna twee kilometer lang rechtdoor gaat, maar steil is het zeker. De eerste kilometer van de klim komt het bijna niet onder de 10%. Zelfs een paar stukjes aan 12%. In de slotkilometer zit nog twee flauwe bochten, maar het is best moeilijk om als aanvaller uit het zicht te raken. De slotkilometer is minder lastig, vooral richting de streep wordt het bijna vlak. Tot 500 meter van de streep wordt de 5% nog wel gehaald, maar de laatste 500 meter is het gemiddeld nog maar een procent of twee. De echt explosieve mannen zullen er vroeg aan moeten beginnen. De finish ligt ergens midden in een weiland.

Stage4-Mur-2km-15percent.jpg

Mûr-de-Bretagne is een klein dorpje met 2000 inwoners. Het is een dorpje waar niet veel te doen is. We finishen ook helemaal niet in het dorpje zelf, maar op het klimmetje buiten het dorp in het midden van het niets. Mûr-de-Bretagne heeft geen lange historie in de Tour, er vertrok hier nog nooit een rit. Eén keer kwam er een rit aan, dat was in de Tour van 2011. Contador was de eerste die hier een knuppel in het hoenderhok gooide, op 1400 meter van de streep. Er werd meteen op gereageerd door onder andere Gilbert, waardoro het weer stilviel. Daarna waagde Uran een poging, maar ook dat werd niet echt een groot succes. Jurgen van den Broeck ging op kop rijden voor Gilbert, Evans zat in zijn wiel maar liet een gat vallen. Daarna ging Gilbert zelf achter zijn ploeggenoot Van den Broeck aan, dat was echt fantastisch. Vooral omdat Gilbert helemaal niet won, hij werd vijfde. Evans ging de sprint aan en Contador zat in zijn wiel, probeerde er nog langs te komen en dacht dat dat lukte. Bertje stak zijn hand de lucht in, maar uiteindelijk bleek Evans toch gewonnen te hebben. Vino werd derde, de geblokte Noor Hushovd werd zesde. Best een pittige klim, er kwamen maar 9 renners aan in dezelfde tijd. Toch zat Hushovd wel bij die renners, je kan soortgelijke renners tijdens deze rit dus niet uitvlakken.

tdf11st4_contador_evans.jpg

Zaterdag zal het waarschijnlijk droog zijn. Wel een beetje bewolking, maar daar is verder niets mis mee. Weinig wind, graadje of 23 in Rennes. In Mûr-de-Bretagne waarschijnlijk hetzelfde weer. Weinig wind, geen regen, ook zo'n beetje 23 graden. Prima fietsweer. De start is om 12:40 in Rennes en we rijden liefst 20 minuten door deze stad voor we bij kilometer 0 aankomen. Tussen 17:07 en 17:32 worden de renners boven op de slotklim buiten Mûr-de-Bretagne verwacht. Ondanks dat het weekend is zullen we er weer niet integraal bij zijn. Net als de afgelopen dagen kan je de tv om 14:10 weer aanzetten. Niet dat je iets mist in dat uur dat de koers niet uitgezonden wordt, op de slotklim na zal het waarschijnlijk verschrikkelijk saai zijn.

De vorige keer dat we aankwamen op Mûr-de-Bretagne waren het toch vooral de klassementsmannen die de dienst uitmaakten. Evans, Contador, Vinokourov, Uran, Frank Schleck, Samuel Sanchez, Jurgen van den Broeck en Andreas Klöden zaten in de eerste groep. Verder zaten alleen Gilbert en Hushovd in deze groep. In principe moet het nu dus weer voor de klassementsmannen zijn, ware het niet dat er nu met Sagan en Degenkolb wel wat meer sterk klimmende sprinters zijn. De eerste kilometer van de klim is wel wat zwaar voor Degenkolb, maar als daar wat rustiger wordt gereden kan hij wel overleven. Ook voor de Van Avermaetjes en de Gallopins van deze wereld kan dit wel een interessant klimmetje zijn.
1. Valverde. Zo goed is Piti niet bezig, maar toch denk ik dat deze laffe donder toch nog z'n ritje gaat pakken. Dit is wel perfect voor hem, goede wiel pakken op het steile stuk en daarna lafjes sprinten richting de streep. Misschien zelfs vroeg aanvallen, maar dat zou dan wel weer wereldschokkend zijn. Ik noem hem eigenlijk ook alleen maar omdat ik Froome niet weg zie blijven op dat laatste minder steile gedeelte en Sagan nu eenmaal niet kan winnen.
2. Sagan. Een nieuwe tweede plaats voor Sagan, echt fantastisch. Dit klimmetje is best pittig, maar als Hushovd dat in 2011 kon dan kan Sagan het in 2015. Op de een of andere manier is er alleen vaak wel iemand in de buurt die dan net weer even wat sneller is of nog net ontsnapt. Arme Peter.
3. Froome. Als het de vorige keer tussen Evans en Contador ging zal die lelijke klaphark van een Froome nu ook wel vooraan te vinden zijn. Hij zal wel weer met zijn lachwekkende koffieverzetje een aanval plaatsen, maar in principe moet hij toch dan in dat vlakkere stuk weer ingelopen worden. Of hij wacht gewoon en doet dan een poging in de sprint, maar dan lijkt het me helemaal uitgesloten dat hij wint. Tenzij hij net als een paar dagen terug iedereen aan de kant beukt, dan is alles mogelijk.
4. Gallopin. Was al goed in Huy en ook in Le Havre was hij van voren te zien. Hij zal nu wel weer goed vooraan meedoen, begint ondertussen logisch te worden.
5. Rodriguez. Ik denk dat hij wel een poging gaat doen om vroeg aan te vallen, daarna zal hij een tijdje wegblijven om in de laatste meters toch nog ingelopen te worden. Achja, hij heeft al een rit te pakken, hij moet niet aan de gang blijven natuurlijk.

Etappe 9: Vannes - Plumelec, 28 km (TTT)

Aan het eind van de eerste week krijgen we een ploegentijdrit. Best opvallend, normaal is een ploegentijdrit vaak aan het begin van een grote ronde. Dit heeft een nogal praktische reden, dan is er weinig kans voor renners om uit te vallen. Ondertussen zijn er al redelijk wat renners uitgevallen en zijn enkele ploegen best zwaar getroffen. Orica GreenEDGE is een van die getroffen ploegen. Normaal doen ze altijd mee om de overwinning in een ploegentijdrit, maar daar kan nu geen sprake meer van zijn. Ze zijn nog met zes en een van die zes is ook nog eens half kreupel. Etixx mist grote motor Tony Martin en ook de locomotief van Trek ontbreekt. Het is een beetje een ontsierde ploegentijdrit. Er zijn renners speciaal voor deze ploegentijdrit meegenomen, maar veel van deze renners hebben al op de grond gelegen en sommige renners zijn er niet eens meer bij. Movistar dacht zo slim te zijn om Dowsett mee te nemen, maar ook hij is al eens flink gevallen en het is maar afwachten of hij nu in staat is nog iets bij te dragen. Ook Lotto Djumbo heeft een probleem nu redelijk goede tijdrijders als Kelderman en Kruijswijk half gehandicapt rondrijden. Ploegentijdritje aan het eind van de eerste week, eerlijk gezegd niet zo'n goed idee.

PROFIL.png
rs3UYNT.png

Deze ploegentijdrit zal starten in Vannes, een stad in Bretagne met 55.000 inwoners. Het is de stad waar Benoit Vaugrenard geboren is, een renner van FDJ die op dit moment rondfietst in de Tour. Een erg opvallende renner is het niet, de laatste jaren vooral een knecht. In een wat verder verleden won hij nog wel eens wat wedstrijden. Vannes is een stad met een redelijk grote historie in de Tour. Er zijn hier al best veel ritten vertrokken. Ook wat ritten aangekomen, maar die zijn in de minderheid. De laatste winnaar in Vannes is de Belg Wilfried Nelissen die in 1993 in de straten van Vannes wist te winnen. Iets minder dan 40 jaar daarvoor werd een rit met aankomst in Vannes gewonnen door de Fransman Jacques Vivier. Voor de volgende rit die aankwam in Vannes moet je dan weer terug naar 1931. Rond die tijd kwam er ieder jaar wel een rit aan in deze stad, maar daarna is Vannes een beetje uit de Tour verdwenen. In 2000 vertrok er voor het laatst een rit in Vannes, die rit eindigde in Vitre en werd gewonnen door de Duitser Marcel Wüst. 15 jaar later is de Tour dus terug in Vannes en nu met een ploegentijdrit. Een ploegentijdrit over een glooiend parcours, met dus een start in Vannes, waar de starten aan het Place de la Libération en kort na de start al een bochtje krijgen. De renners rijden door het oude stadscentrum en komen langs prachtige vakwerkhuisjes. Al vrij snel komen ze bij een rotonde uit, waar ze scherp naar links mogen en daarna komen ze terecht op de weg die ze langs de oude stadsmuren brengt. Prachtige route in Vannes.

Vannes_Remparts.jpg

Over een brede weg zonder veel obstakels en bochten verlaten de renners Vannes. Het is hier nog vlak, goed moment om warm te draaien voor alles dat nog komen gaat. Net buiten Vannes wel een flinke rotonde, waar je toch wel goed moet sturen. Na deze rotonde gaat het een paar kilometer rechtdoor, tot kilometer 7, waar er een scherpe bocht naar links is. De renners komen nu op een wat bochtigere weg terecht en al vrij snel begint het omhoog te lopen. Na 9 kilometer komen de renners langs Saint-Avé en vlak voor dit dorpje moeten ze door een klein, smal tunneltje. In Saint-Avé zitten er een paar listige bochten kort na elkaar en daarna ook nog een rotonde. Vervolgens komen de renners weer op een brede weg terecht en gaan ze op weg naar het eerste tussenpunt. De eerste tijdsmeting is in Lesnevé en Lesnevé is precies helemaal niets. Het is geen dorp, het is geen gehucht, het is eigenlijk helemaal niets. Een klein straatje. Beetje een willekeurige plaats om de tijd op te meten, maar er zal vast een idee achter zitten. Het loopt gestaag verder omhoog, van 30 meter in Saint-Avé naar 134 meter boven de zeespiegel in Monterblanc. Een paar kilometer voor Monterblanc komen de renners al boven. Dat wil dan toch zeggen dat ze in een kilometer of drie meer dan 100 hoogtemeters overwinnen. Toch net even iets meer dan vals plat omhoog.

B9k3PxB.png
qXnYozW.png

Erg ingewikkeld is het parcours hier niet. Het gaat omhoog, zonder veel bochten. Richting Monterblanc, waar de ploegen na 15 kilometer passeren, wel wat meer bochten. Niet echt lastige bochten, prima te doen. Eén bocht die wat scherper is, maar in de bocht loopt het licht omhoog, dus ook dat moet geen probleem zijn. De renners rijden op een paar kilometer lang op een plateautje en voorbij Monterblanc wordt er even afgedaald. Van 134 meter hoogte in Monterblanc naar 71 meter in Kermabolivier. In Kermabolivier passeren de ploegen na 18,5 kilometer, iets minder dan 10 kilometer van de streep. De afdaling is heel simpel, rechtdoor naar beneden. Een echte afdaling is het ook niet, het lijkt haast niet naar beneden te lopen. Eenmaal voorbij het gehucht Kermabolivier loopt het weer omhoog. Drie kilometer klimmen richting La Croix Peinte. Halverwege dit klimmetje komen de ploegen langs Le Croiseau, waar de tweede tijdsmeting is. Dit tussenpunt is na 20,5 kilometer, op 7,5 kilometer van de streep. Er zitten hier een paar bochten in het parcours, maar omdat het toch wat omhoog loopt is dat prima te doen. Tussen Kermabolivier en La Croix Peinte overwinnen de renners in drie kilometer 60 hoogtemeters. Dat stelt dus qua percentages niet veel voor, redelijk vals plat omhoog.

u0zZP5W.png

Eenmaal boven volgt er een afdaling van 5,5 kilometer richting Cadoudal, net buiten Plumelec. Deze afdaling is redelijk bochtig, met een paar bochten die redelijk lastig kunnen zijn. De renners dalen in 5,5 kilometer 70 meter af, dus erg steil naar beneden is het niet. Goede verkenning is in ieder geval wel belangrijk, want de renners zullen hier met een hoge snelheid rondrijden en dan is het wel handig al die bochten goed in je geheugen te hebben. Eerste deel van deze afdaling, als je het zo mag noemen, is ook door een bos, waardoor het net even wat minder goed te zien is hoe de weg loopt na een bocht. Vlak voor de renners beneden in Cadoudal zijn nog een lastige bocht naar links, maar met een beetje verkenning moet dat ook geen probleem zijn. In het gehuchtje Cadoudal zelf nog een scherp bochtje naar rechts, over de rivier La Claie.

t0EIzed.png
5w0ZwhY.png

In Cadoudal is het nog 2 kilometer tot de finish, op de Côte de Cadoudal. Meteen na het oversteken van het riviertje La Claie begint de weg op te lopen. De klim is volgens de organisatie 1,7 kilometer lang aan 6,2% gemiddeld, maar op twee kilometer van de streep begint de klim eigenlijk al. Het eerste deel van dit klimmetje gaat het rechtdoor omhoog. Een stukje aan 6,6%, daarna 500 meter aan 5,8% en het zwaarste stuk komt net na het passeren van de boog van de laatste kilometer. 500 meter aan 7,2%, met nog een paar bochten erbij. In de laatste kilometer een makkelijke bocht naar links en op een meter of 300 van de streep nog een scherpere bocht naar rechts. Dit laatste stuk is minder steil, nog maar een procentje of twee. We finishen ergens in het midden van het niets, buiten Plumelec. Troosteloze plaatsen om te finishen wel de laatste dagen. Enfin, merk je door al die hekken en het publiek niets van.

PROFILKMS.png
PROFILCOLSCOTES_1.png
ggwcUmd.png

Deze redelijk korte ploegentijdrit is door al dat klimwerk nog wel redelijk lastig. Het is nooit echt enorm klimmen, maar al dat vals plat gaat toch in de benen zitten. Vooral als je dan aan het eind nog een echte klim te verwerken krijgt. Geen heel technisch parcours, je hoeft er niet echt heel goed voor te kunnen sturen. Grote stukken rechtdoor en de meeste bochten zijn best simpel. De finish ligt eigenlijk net buiten Plumelec. Op de achtergrond is dit dorpje met 2750 inwoners wel te zien. Als je kijkt naar het inwonersaantal van Plumelec is het best opvallend dat dit dorpje al vaker is aangedaan in de Tour. Voor het laatst in 2008. De eerste etappe van de Tour van 2008 vertrok in Brest en eindigde in Plumelec. Of beter gezegd, de etappe eindigde op de Côte du Candoudal. Precies dezelfde aankomst in 2008 als we nu gaan krijgen, via Cadoudal twee kilometer klimmen. Alejandro Valverde won die rit in 2008, hij plaatste op het juiste moment een aanval en wist onder andere Philippe Gilbert en Jerome Pineau af te houden. Kim Kirchen leek een tijd op weg naar de overwinning, maar zijn aanval bleek toch te vroeg en de demarrage van Piti was perfect getimed. In 1997 was er ook een rit met aankomst in Plumelec, deze rit werd gewonnen door Erik Zabel. Plumelec heeft ook een eigen wedstrijd, Grand Prix de Plumelec-Morbihan. Deze koers komt ook ieder jaar aan op de Côte de Cadoudal. De laatste jaren werd deze wedstrijd gewonnen door Julien Simon, Samuel Dumoulin en in 2015 door de winnaar van etappe 8, Alexis Vuillermoz. Deze Fransman heeft dus wel vaker laten zien dat hij aardig aan kan komen op zo'n klim.

42872.jpg

Het zal waarschijnlijk droog zijn tijdens deze ploegentijdrit. De neerslagkans is precies 0%. Erg warm zal het niet worden, graadje of 21 in de middag. Er schijnt wel een aardig windje te zijn. Rond vijf uur zou het harder waaien dan rond drie uur, maar die voorspellingen blijken wel vaker op niks te trekken. Het weer zal, als ik het nu zo bekijk, waarschijnlijk niet heel veel invloed hebben. Om 15:00 zal Orica GreenEDGE het spits afbijten. In het roadboak staat deze ploeg groot afgebeeld, dat blijkt achteraf nogal een jinx te zijn geweest. Orica is de ploeg die het meest geraakt is door alle valpartijen van de eerste week. Normaal een ploeg die altijd voor de overwinning gaat in een ploegentijdrit, nu hebben ze nog maar 6 man over. Dat gaat geen groot succes worden. Sporza en de NOS zullen er rond een uur of drie ook wel bij zijn. Team Sky is de ploeg die als laatste vertrekt, om 16:45. Kort Tourdagje, met daarna een rustdag.

15:00 Orica GreenEDGE
15:05 Bretagne - Seche Environnement
15:10 Lampre - Merida
15:15 FDJ
15:20 Team Europcar
15:25 Bora-Argon 18
15:30 Lotto-Soudal
15:35 IAM Cycling
15:40 MTN-Qhubeka
15:45 Lotto Djumbo
15:50 Trek Factory Racing
15:55 Astana Pro Team
16:00 Team Cannondale-Garmin
16:05 Cofidis, Solutions Credit
16:10 Team Katusha
16:15 Movistar Team
16:20 Team Giant-Alpecin
16:25 AG2R La Mondiale
16:30 Etixx-Quick Step
16:35 Tinkoff-Saxo
16:40 BMC Racing Team
16:45 Team Sky

Normaal schrijf je bij een ploegentijdrit altijd Orica en Quick Step op. Dat gaat nu een lastig verhaal worden, de eerste week heeft zijn sporen toch wel nagelaten. Quick Step is de grootste motor kwijt, Tony Martin. Tel daar dan nog bij op dat de wereldkampioen Lollerkowski echt lachwekkend slecht aan het rondfietsen is en die ploeg kan je eigenlijk al bijna afschrijven. Orica is liefst drie man kwijt en Matthews is ook nog steeds half kreupel. Zo zijn er wel wat meer ploegen gehavend, Trek bijvoorbeeld. Mollema likte zijn vingers waarschijnlijk af bij het idee dat hij Cancellara aan zijn zijde had tijdens de ploegentijdrit, maar dat is ook weer even net wat anders gelopen. De ploegen die nog weinig mee hebben gemaakt zijn hier uiteraard in het voordeel, dan kan je denken aan ploegen als Sky en BMC, die eigenlijk niet veel hebben meegemaakt en normaal al best goed presteren in ploegentijdritten.
1. BMC. Ik lees overal dat BMC de grote favoriet is. Wie ben ik dan om daar tegen in te gaan. In ieder geval wel een hele sterke ploeg, met bijna alleen maar jongens die echt hard kunnen fietsen. Wyss, Schär en Quinziato kunnen in het eerste deel flink doorfietsen, mogen Van Garderen, Caruso, Dennis, Sanchez en d'n Olvarit het afmaken. Ook nog Oss erbij, sterke ploeg.
2. Sky. Hebben nog weinig meegemaakt, iedereen is nog heel. Met Froome, Kennaugh, Rowe, Stannard en Thomas Geraint ook best sterke renners voor zo'n ploegentijdritje. Porte zal waarschijnlijk na twee kilometer lossen, maar dat mag de pret niet drukken. König kan dit werk ook wel aan. Onze Wout dan weer niet, maar die zien we vast in de Pyreneeën wel. Froome moet alleen oppassen dat hij niet weer zijn hele ploeg op gaat blazen op een van die klimmetjes. Tactisch dom als hij is kan dat wel gebeuren natuurlijk.
3. Movistar. Doen het altijd goed in een ploegentijdrit, nu ook natuurlijk. Wel lullig, neem je Dowsett mee speciaal met het oog op de ploegentijdrit, gaat hij hard op zijn plaat. Geen idee hoe het nu met hem is, maar veel hoeft het ook niet uit te maken. Altijd Malori en Castroviejo nog, geweldige motoren. Gorka Izagirre is ook ijzersterk bezig dit jaar en ook in deze Tour al, hoewel je 'm niet vaak zit. Valverde kan dit werk ook wel aan. Nairito gaat gewoon in het laatste wiel zitten en laat zich lachen meezuigen richting Plumelec.
4. Astana. Ondanks dat de boeven van Vino nog niet echt lekker bezig zijn hebben ze wel een uitstekend ploeg voor dit werk. Boom, Westra, Taaramae, Kangert, Grivko, die weten wel wat hard fietsen is. Nibali heeft ook wel wat goed te maken na etappe 8, moet wel een aardig resultaat worden.
5. Tinkoff-Saxo. Bertje gaat wel wat tijd verliezen. Zijn ploeg is eigenlijk best slecht bezig tot nu toe. Basso, Bennati, Majka, Tosatto, allemaal bepaald niet wat het geweest is. Toch zullen ze wel een aardig resultaat boeken, omdat het nu eenmaal moet. Hoewel het ook echt tegen kan vallen, ik zie een Basso er ook wel voor aan om na een kilometertje te passen. Met hem nog wel een paar renners. Rip Bert in dat geval.

Lotto Djumbo gaat zesde worden en Etixx pas zevende. IAM achtste en daarna weet ik het niet meer. Al die Fransen gaan weer tijd verliezen, genot.

[ Bericht 0% gewijzigd door johannes_vermeer op 21-07-2015 14:41:48 ]
pi_154463255
Etappe 10: Tarbes - La Pierre-Saint-Martin, 167 km

De eerste week van de Tour zit erop en er is al heel wat gebeurd. De tijdrit in Utrecht werd verrassend gewonnen door Rohan Dennis. De rit naar Neeltje Jans werd zoals verwacht een waaierrit, maar als de storm in Zeeland een uurtje later was geweest hadden we nog meer spektakel gehad. Nu viel de schade tussen de klassementsrenners wel mee. De etappe naar Huy werd ontsierd door een grote valpartij, waar we onze hoop op een gele trui verloren. Rodriguez won in Huy en Froome liet daar al voorzichtig zien van de grote vier toch wel de beste te zijn. De kasseienrit viel een klein beetje tegen, het bleek niet zwaar genoeg om voor verschillen te zorgen tussen de klassementsrenners. Er volgden een paar wat minder interessante etappes, hoewel de finale in Le Havre nog wel interessant was. Ook vooral interessant door een valpartij. Voor de tweede keer deze Tour viel de gele trui uit. Voorlopig lijkt het alleen Chris Froome geluk te brengen. In de achtste etappe, met aankomst op de Bretonse muur wist Alexis Vuillermoz te verrassen. Tussen de klassementsrenners gebeurde weer niet veel, alleen Nibali verloor wat tijd. De ploegentijdrit werd een secondenspel tussen enkele ploegen. Aan het eind van de eerste week is Froome toch wel de winnaar. Hij staat 12 seconden voor op Tejay van Garderen, die toch wel ijzersterk bezig is. Op de rest van de grote vier heeft Froome al meer dan een minuut te pakken. Op Quintana en Nibali zelfs twee minuten. Willen deze jongens nog de Tour winnen, zullen ze in de bergen flink moeten aanvallen. De bergen gaan we na de rustdag eindelijk krijgen. Wel al drie aankomsten gehad op allerlei muurtjes, maar in de tiende rit dan toch eindelijk de eerste aankomst bergop. We gaan naar de Pyreneeën en krijgen daar een drieluik bergetappes.

UJTPPnZ.png
PROFIL.png

De eerste etappe van dit drieluik start in Tarbes, een stad met 48.000 inwoners in de regio Midi-Pyrénées, departement Hautes-Pyrénées. We zitten ineens helemaal in het het zuiden van Frankrijk, maar nog niet echt in de bergen. Tarbes is een bekende plaats in de Tour. Het is vooral een stad waar regelmatig ritten vertrekken. Voor het laatst was dat in 2006, een rit van Tarbes naar Pla de Beret. Deze rit zou gewonnen worden door Denis Menchov, no? In 2001 vertrok er ook een rit in Tarbes, deze rit zou eindigen op Luz Ardiden en werd gewonnen door een Baskische eindbaas, Roberto Laiseka. Ik was toen nog een heel klein Rellend Rotscholiertje, maar die etappe vergeet ik niet snel meer. Laiseka, met zijn uitgemergelde lijfje en zijn blik alsof hij al drie weken achter elkaar zonder pauze in de mijnen had moeten werken was daar toch mooi iedereen te snel af, waaronder Jan Ullrich en Lance Armstrong. Tarbes is ook enkele keren een aankomstplaats geweest. Voor het laatst in 2009, die rit werd gewonnen door de man met de neus als een zinksnijder, Pierrick Fedrigo. Die rit in 2009 betekende een terugkeer als finishplaats voor Tarbes na meer dan 50 jaar. De laatste keer voor 2009 dat er een rit aankwam in Tarbes was in 1951. Een rit met een heel bekend verhaal, dat we allemaal al duizend keer hebben gehoord. De 13e rit van de Tour van 1951 ging van Dax naar Tarbes, over de Aubisque. In de afdaling van de Aubisque viel Van Est in een ravijn. Hij overleefde het, tot ieders verbazing. Wel verloor hij de gele trui, die hij juist een dag eerder had veroverd. Tarbes zelf is verder wel een schattig stadje, prima plek om te vertrekken.

Tarbes-2-1024x678.jpg

Van Tarbes zou je naar het zuiden kunnen fietsen, dan kom je meteen in de Pyreneeën uit. Dat doen we niet, er wordt eerst een heel stuk naar het westen gefietst, om Pau heen. Het resultaat is dat we een bijna volledig vlak eerste gedeelte van deze rit hebben. Via Gardères en Morlaàs fietsen we een beetje door dit best vlakke gedeelte van de departementen Pyrénées-Atlantiques en Hautes-Pyrénées. Er worden nog wat weinig interessante dorpjes aangedaan als Navaille-Angos en Sauvagnon. Na een kilometertje of 55 passeren de renners het vliegveld van Pau. Een kilometer of 10 daarna passeert het peloton Bougarber. Net buiten dit dorpje begint de eerste klim van de dag, de Côte de Bougarber. Een klimmetje van de vierde categorie, 1,6 kilometer lang aan 6,2% gemiddeld. Dat stelt natuurlijk niet zo gek veel voor. Het is echt een rit die eigenlijk in de Vuelta hoort te zitten. De hele dag praktisch vlak en dan aan het eind van de dag een serieuze klim. Kan je nog wel een paar klimmetjes van de vierde categorie toevoegen, maar daar heeft niemand wat aan.

Tour_Pau.jpg

De renners fietsen verder en komen via Atrix in Mourenx uit. Mourenx is een klein dorpje, maar wel een heel bijzonder dorpje. Het bestaat bijna volledig uit flats en appartementencomplexen. Geen normaal huis te vinden. Een dorp vol met flats. Schijnt in deze omgeving wel vaker voor te komen, maar een apart gezicht is het zeker. Dit dorpje ligt echt praktisch in het midden van het niets. Niet echt een wereldstad, waar je behoefte hebt aan flats. Hoe dan ook, de koers gaat verder en het peloton komt na 87 kilometer door Vielleségure. Iets buiten dit dorpje begint het tweede klimmetje van de dag, de Côte de Vielleségure. 1,7 kilometer aan 5,9%, stelt wederom niet veel voor. We fietsen nu door de uitlopers van de Pyreneeën, het is dus wel logisch dat het af en toe een beetje omhoog loopt. Toch doet men zoveel mogelijk moeite om de echte klimmen te ontwijken. Na dit heuveltje dalen de renners af om na 95 kilometer uit te komen in Navarrenx. Een oud vestingstadje, dat nog steeds prachtig is. Langs de stadsmuren fietsen de renners over de oude brug.

81516788_o.jpg

Na Navarrenx rijden we dan eindelijk echt richting de bergen. Toch duurt het nog wel even voor er serieus geklommen wordt, we rijden eerst nog door een paar valleien. 109 kilometer koers hebben we nodig om de vallei van het riviertje La Saison te bereiken. Deze vallei wordt gevolgd en brengt ons naar de tussensprint van de dag, na 124 kilometer in Trois-Villes. Het loopt hier al langzaam wat omhoog, maar klimwerk mag je het nog niet noemen. Klimwerk komt een paar kilometer later wel, na het passeren van het dorpje Montory beginnen de renners aan de Côte de Montory. Een klimmetje van de vierde categorie, 1,8 kilometer lang aan 6,3%, weer niet echt een indrukwekkende beklimming. Na dit klimmetje is er een afdaling en rijdt men weer verder door een vallei, via kleine dorpjes als Aramits en Arette op weg naar de slotklim. In Arette passeert het peloton na 143 kilometer, nog een paar kilometer en dan gaat de enige echte klim van deze etappe beginnen. Na Arette begint het al licht op te lopen, in totaal toch wel 20 kilometer klimmen, hoewel die eerste kilometers dan niet zo zwaar zijn.

3xXf1hd.jpg?1

De slotklim is zeer zeker wel zwaar. De Col de Soudet is 15 kilometer lang en 7,4% gemiddeld. Hij begint meteen heel zwaar, na enkele kilometers vals plat krijgen de renners ineens te maken met een hele kilometer aan 8%. De kilometer daarna is nog een stuk zwaarder, bijna 11%. Het wordt eigenlijk geen moment makkelijk, de derde kilometer is gemiddeld 6,2% en is daarmee de makkelijkste kilometer van het eerste deel van de klim. Na die relatief makkelijke kilometer komt het eigenlijk niet meer onder de acht procent. Tussen kilometer 6 en 8 van de klim komt het niet onder de 9%, tussen kilometer 8 en 9 dan weer niet onder de 10%. Het is een enorm zware klim, zeker voor Tourbegrippen. Dit deel van de klim is ook waar het moet gebeuren, de eerste 10 kilometer. Het eerste deel van de klim is de Col de Labays en deze col is geschikt om flink aan te vallen. De schok zal enorm zijn, na 150 kilometer bijna volledig vlak terrein ineens moeten klimmen aan minstens 8%. Bovendien ook nog eens na een rustdag, hier gaan slachtoffers vallen als er flink wordt doorgereden.

j5Sc9c7.png

De laatste kilometers van de Labays wordt het enorm bochtig. Deze bochten zitten wel allemaal bij elkaar, in een kilometer een stuk of zes. Als de Labays is geweest klimmen de renners gewoon rustig verder en zitten ze ineens op de Col de Soudet. Dit gedeelte van de klim is een stuk minder interessant. Op vijf kilometer van de streep komen ze op dit gedeelte terecht en de stijgingspercentages komen nu niet meer boven de zes procent. Zelfs een kilometer aan 3%, maar daarna wordt het met 5,5 en 5,1% toch weer wat acceptabeler. Vlak voor de finish nog wel een wat lastigere kilometer aan 7%, maar richting de streep wordt het dan weer volledig vlak. Het eerste gedeelte van de klim is echt enorm zwaar, maar de laatste vijf kilometer is het eigenlijk niet zo zwaar meer. Als er klassementsrenners zijn die wat willen zullen ze het in de eerste 10 kilometer van de klim moeten doen. In de slotkilometer zitten nog een paar bochten, maar de weg is hier enorm breed. Als er nog wat renners samen zijn moet dat nog wel een leuk sprintje kunnen opleveren. Vlak voor de finish krijgen we nog even wat mooie rotswanden te zien.

DSCF3915.JPG

De finish is in La Pierre-Saint-Martin en dat is voor het eerst. Nog nooit begon of eindigde hier een rit. We zitten dicht bij Spanje in de buurt, zo'n beetje op de grens met Spanje eigenlijk, en derhalve ook bij het Baskenland. De Basken zijn altijd aanwezig als er een koers in de buurt is, dus zal het wel druk zijn op deze berg. Daarnaast is het natuurlijk 14 juli, quatorze juilliet, de Franse nationale feestdag. Een enorme drukte op deze berg valt wel te verwachten. La Pierre-Saint-Martin is een klein dorpje met amper 1000 inwoners. Het is bovenal een skiresort, hoewel je er meer kan doen dan skiën alleen. Mountainbiken, raften, vissen, klimmen, alles is heir mogelijk. Dit skiresort is vooral geschikt voor families en mensen die weinig ervaring hebben met skiën. Voor sommige renners zal La Pierre-Saint-Martin niet geheel onbekend terrein zijn. In de Tour van 2007 kwam de klim al eens voor, maar deze werd toen wel van een andere kant bedwongen. In die rit reed men even Spanje binnen en via de Spaanse kant werd er geklommen richting La Pierre-Saint-Martin. Die rit zou eindigen op de Aubisque en gewonnen worden door Michael Rasmussen, voor hij een paar uur later uit de Tour werd genomen.

default-la-pierre-saint-martin-ff62f-1.jpg

Het wordt warm. Graadje of 30 valt niet uit te sluiten. Boven in La Pierre-Saint-Martin natuurlijk een paar graden minder, maar alsnog warm. Het zal een lastige dag worden voor de renners. Een rit die volledig vlak is en dan met 30 graden ineens omhoog moeten knallen. Het zal vermoedelijk droog blijven. Waaien zal het ook niet echt, maar in de bergen is dat toch wat minder interessant. Om 12:25 vertrekken de renners in Tarbes en tussen 16:32 en 16:58 worden de renners boven in La Pierre-Saint-Martin verwacht. Een wat vroegere finish dus, wel goed om even rekening mee te houden. Om 14:10 zal de NOS er weer bij zijn en om 14:15 Sporza. Je kan ook gerust pas een uur later de tv aanzetten, veel zal er niet gebeuren voor de slotklim.

De eerste bergrit is vaak een rit die voor de klassementsrenners is. Toch kan deze rit er ook zomaar een zijn voor een kopgroepje. Ligt er maar net aan of er ploegen zijn die zin hebben het vlakke gedeelte van de etappe te controleren. Dat is heel makkelijk te controleren, maar het is de vraag of er ploegen zijn die daar zin in hebben. Sky zal ongetwijfeld liever iedereen bewaren voor de slotklim, net als veel andere ploegen. Een kopgroepje dat de zegen krijgt valt niet uit te sluiten, maar omdat het de eerste bergrit is ga ik toch maar voor een strijd tussen de favorieten voor de eindzege. Er zijn al heel wat jongens met een flinke achterstand op Froome, als die renners niets proberen hebben ze sowieso verloren. Vooral Movistar moet in staat zijn om wat voor elkaar te krijgen. Quintana en Valverde hebben allebei een flinke achterstand. Als ze een beetje samen gaan werken kan het nog leuk worden, maar met Piti is die kans klein.
1. Froome. Chris is op de brommer! Zijn hartslag gaat niet omhoog, terwijl zijn wattages verdubbelen. Is toch heerlijk, die marginal gains. Chris zet morgen het motortje ook aan en blaast dan iedereen weg, nadat zijn ploeg het begin van de klim gaat bombarderen alsof we naar US Postal op de Alpe d'Huez zitten te kijken. Ik kan niet wachten, dit gaat weer lachen worden. Remmen in de bochten.
2. Quintana. Nairito is de beste klimmer ooit, maar het begin van de klim zal hem wel wat minder liggen. Gelijk dat steile is niet zijn ding. Moet even op gang komen, een diesel toch wel. Als hij eenmaal op gang is gekomen kan hij ver komen, maar op basis van de eerste week lijkt Froome toch wat sterker. Is een voorbarige conclusie, want een echte beklimming is er nog niet geweest. Toch zet ik voorlopig mijn geld op Froome. Vooral ook omdat Nairo geen brommer heeft natuurlijk.
3. Contador. Bertje lijkt nog niet zo sterk en raakt nu dan ook nog eens Basso kwijt. Het is heel vervelend voor Basso zelf, maar ook voor Contador zal het wel gevolgen hebben. Welke gevolgen, dat is nog even afwachten. Het kan hem enorm motiveren, of juist niet. Ik verwacht bij Contador toch eerder dat het hem zal motiveren, maar dan zal hij alsnog niet goed genoeg zijn om Quintana en Froome te volgen. In de Giro leek hij al niet echt heel erg sterk, ondanks zijn overwinning. Nu lijkt het helemaal minder. Ook nog eens last van hooikoorts blijkbaar, ik vrees voor Bertje.
4. Van Garderen. Tejay is heel sterk bezig, maar moet nu wel even normaal gaan doen met z'n hoofd. Lijkt me niet dat hij na Froome de sterkste renner in koers moet zijn. Vierde plaats lijkt me wel voldoende voor Van Garderen.
5. Nibali. De haai van de Straat van Messina heeft al flink wat tijd verloren en is al eens redelijk opvallend gelost. Met een paar briefjes van Vino erbij kan het misschien nog wat worden, maar ik denk niet dat dit het jaar wordt van Vincenzo. Volgend jaar weer een nieuwe kans, als er misschien weer wat andere favorieten op hun bek gaan. Moet hij het toch van hebben.

Etappe 11: Pau - Cauterets, 188 km

Na de eerste bergrit van de ronde is er al heel veel duidelijk. Team Sky steekt er weer eens bovenuit en niemand komt ook maar enigszins in de buurt. Het lijkt heel erg op de eerste begrit van de Tour van 2013. Ook gewonnen door Froome, bijna een minuut voor Porte en na een minuut pas de derde. Nu zijn de verschillen nog groter. Iedereen is eigenlijk al uitgeschakeld, Van Garderen staat tweede in het klassement op bijna drie minuten. Froome moet van zijn fiets donderen wil hij deze Tour niet winnen. Voor die spanning is het slecht, de strijd om de eerste plaats is al weg. Sky bleek vandaag in de breedte ook veel te sterk. Porte heeft ook ineens weer topvorm en Britse wielergod Thomas kan nu eenmaal alles. Voor de andere plaatsen kan het nog wel spannend worden, hoewel Quintana ook weer zoveel beter is dan de rest dat hij sowieso tweede zal worden. Alleen een strijd voor de derde plaats dan nog, niet echt iets om bij voorbaat het broekje voor uit te doen. Gelukkig hebben we weer eens kunnen genieten van een goede Gesink. Het is hem na al die pech van de laatste jaren zeker gegund. Hopelijk blijft het nu goed gaan, dat is ook niet altijd zeker bij hem. We gaan verder met het drieluik bergetappes en krijgen nu een etappe met meerdere beklimmingen. Een vlakkere aanloop, maar daarna gaat het los. Er kan weer een hoop gaan gebeuren in het klassement, maar de gele trui zal niet meer van schouders veranderen.

ldeChXD.png
PROFIL.png

Deze etappe zal starten in het onvermijdelijke Pau. Zo'n beetje ieder jaar komt de stad terug, nu al voor de 67e keer. Na Parijs en Bordeaux staat Pau op een keurige derde plaats. Een stad met 81.000 inwoners ten westen van de startplaats van etappe 10, Tarbes. De renners hebben de bergen weer verlaten en bevinden zich nu weer op vlak terrein. Vorig jaar vertrok er ook een rit uit Pau, de 18e rit. De rit zou eindigen op Hautacam, waar altijd lachwekkende dingen gebeuren. Was vorig jaar ook weer het geval, Vincenzo Nibali reed maar weer eens iedereen de vernieling in en won met meer dan een minuut voorsprong op de rest. Er stond geen maat op hem, dat is dit jaar wel anders. Nibali bakt er niet veel van en verloor meer dan vier minuten onderweg naar La Pierre-Saint-Martin. Het valt dus niet te verwachten dat Nibali opnieuw een rit gaat winnen die vertrekt in Pau. De laatste aankomst in Pau was in 2012, de overwinning ging toen naar Pierrick Fedrigo. Fedrigo houdt van de Pyreneeën en dan vooral het deel net buiten de bergen. Zagen we tijdens de 10e etappe ook weer, hij ging in de aanval. Voor de verandering een keer zonder succes. Pau is ook de stad waar Leon van Bon in 1998 een rit won. De renners vertrekken voor het Palais Beaumont, een congrescentrum.

le-palais-beaumont-pau-1367068447.jpg

Na een geneutraliseerd rondje door Pau begint de koers echt buiten Pau. Het eerste deel van de etappe is vlak, de renners volgen de vallei langs de rivier Gave. We fietsen wel richting de bergen, dus loopt het langzaam een beetje omhoog. Het duurt wel even voor er echt serieus geklommen moet worden, dat komt pas na 48,5 kilometer. De renners gaan dan beginnen aan een colletje van de derde categorie, Côte de Loucrup. Twee kilometer aan 7%, best een pittig dingetje dus. Niet zo lang alleen. Een kleine tien kilometer daarna is het al tijd voor de dagelijkse tussensprint. De jongens die voor de groene trui gaan zullen hier wel punten willen pakken, veel andere kansen om nog punten te pakken zijn er niet. Kan zijn dat het peloton tot hier gecontroleerd gaan worden of er gaan sprinters mee in de aanval, zoals Hushovd dat altijd deed in zijn goede tijd. De tussensprint is na 56,5 kilometer in het dorpje Pouzac. Een kilometer of 20 daarvoor hebben de renners al een bekende plaats gepasseerd, het bedevaartsoord Lourdes.

lourdes_0.jpg

Net na de tussensprint fietsen de renners door Bagnères-de-Bigorre, een plaats die wel eens eerder in de Tour is voorgekomen. Het was de aankomstplaats tijdens de negende rit van de Tour van 2013. Na de demonstratie van Sky op Ax-3-Domaines een dag eerder werd tijdens deze rit de volledige ploeg van Sky opgeblazen, onder andere door Movistar dat flink tekeer ging. Mooi ritje was dat, Dan Martin won uiteindelijk in Bagnères-de-Bigorre. Hij muisde er samen met Fuglsang op het eind vanonder en als je mag sprinten tegen Fuglsang win je altijd. Na het passeren van Bagnères-de-Bigorre begint het weer wat steviger omhoog te lopen. Een klein klimmetje van de vierde categorie, 1,4 kilometer aan 6,1%. Een afdaling volgt, op weg naar de volgende klim van de dag. Na 74 kilometer krijgen de renners het derde klimmetje van de dag. De Côte de Mauvezin is een beklimming van de derde categorie en 2,7 kilometer lang. Gemiddeld 6%, toch nog best aardig. De top ligt midden in het dorpje Mauzevin. Dit is een dorpje met een château, altijd leuk.

002-chateau_de_mauvezin.jpg

Na dit klimmetje daalt het heel kort even af om daarna weer verder omhoog te gaan. Het is nu nog 30 kilometer tot het echt interessante gedeelte van deze etappe. Er wordt richting La Barthe-de-Neste gefietst, waar de ravitaillering is. Na het passeren van dit dorp gaan we recht naar beneden, de bergen in. Door de vallei langs de rivier La Neste op weg naar de eerste serieuze beklimming van de dag. Na 105 kilometer koers, net voor het dorpje Arreau gepasseerd zou worden, slaan de renners rechtsaf en verlaten ze de vallei. Tijd om te beginnen aan een klim met een rijke historie in de Tour, de Col d'Aspin. Na drie jaar afwezigheid is deze klim weer terug. Een beklimming van de eerste categorie, 12 kilometer lang aan 6,5% gemiddeld.

mZWgegO.jpg

De klim begint redelijk makkelijk, een kilometer aan 5% en een kilometer aan 3,5%. Daarna wordt het toch even wat zwaarder met een kilometer aan 7%. Na die derde kilometer van de klim komt het niet meer onder de 6%. Een onregelmatige klim, hele stroken aan 9% worden afgewisseld met stukken van zes of zeven procent. Het laatste deel van de klim is het zwaarste. Het is best een bochtige klim, met een redelijk smalle weg. Mooie klim, grote delen van de tijd een prachtig uitzicht. De klim werd voor het laatst bedwongen in 2012, Titi Voeckler kwam toen als eerste boven. Hij zou ook de etappe winnen. In 2009 kwam Franco Pellizotti als eerste boven op deze klim en een jaar eerder was die fantastische mafkees van een Ricco de beste op de Aspin. Over fantastische mafkezen gesproken, in 2004 was Rasmussen hier dan weer de eerste op de top. In 1998 kwam er een apotheker als eerste boven, Rodolfo Massi. De passage in 1995 is ook nog wel vermeldenswaardig, Richard Virenque kwam als eerste boven op de Aspin en zou de rit winnen. De rit kwam aan in Cauterets en dat is nu toevallig ook zo.

Col_d_Aspin_008_20140724.jpg

De afdaling is bijna 13 kilometer lang en nog best lastig. De weg is niet al te breed en er zijn aardig wat bochten, vooral in de eerste kilometers van de afdaling zitten een aantal haarspeldbochten. De renners fietsen ook door een bos, waardoor de bochten soms wat later te zien zijn. Na een tijdje verlaten ze het bos en wordt de afdaling wat overzichtelijker, vooral ook omdat het aantal bochten afneemt. Deze kant van de Aspin is ook minder steil, de gunstigste kant voor een afdaling. Als de afdaling gedaan is, beneden in Sainte-Marie-de-Campan begint de volgende beklimming meteen. Na de start in het onvermijdelijke Pau krijgen we nu de onvermijdelijke Tourmalet. Al 80 keer beklommen in de Tour, origineel is het ondertussen niet meer. Wel een mooie klim natuurlijk.

z3P1IFk.jpg

De Tourmalet begint makkelijk, een paar kilometer aan 4%. Daarna wordt het steeds een beetje zwaarder, van een kilometer aan 7% naar drie kilometer aan 8%. Rond de 10e kilometer van de klim wordt het pas echt zwaar. Zes kilometer achter elkaar komt het niet onder de 9%, af en toe gaat het zelfs flink boven de 10%. Alleen de laatste meters richting de top wordt het nog even wat minder zwaar. Het is een belachelijk zware klim, geheel terecht een klim van de buitencategorie. Wel een klim die al veel te vaak is voorgekomen in de Tour. Er zijn zoveel mooie beklimmingen waar de ronde nooit komt of bijna nooit, zie bijvoorbeeld de aankomst van de tiende etappe. De Tourmalet is natuurlijk mooi, maar hebben we dat niet een keer gezien? Hoe dan ook, we krijgen een opvolger voor Blel Kadri, hij kwam vorig jaar als eerste boven op de Tourmalet. Twee jaar eerder kwam Thomas Voeckler als eerste boven. In 1995 was Richard Virenque als eerste boven. Hij kwam eerder ook al als eerste boven op de Aspin en zou ook als eerste bovenkomen op Cauterets. De etappe van 1995 is dus wel vergelijkbaar met de etappe die we nu gaan krijgen.

20150226234420-bc181531.jpg

De afdaling van de Tourmalet is een enorm bochtige. Deze kant van de berg is misschien nog wel even wat lastiger, een behoorlijk steile afdaling dus. Het is natuurlijk wel een afdaling die zo'n beetje iedere renner al wel een keer heeft gedaan. Na bijna 18 kilometer afdaling en ontzettend veel bochten komen de renners beneden in Luz-Saint-Sauveur. 165 kilometer gehad, nog 23 kilometer te gaan. Het gaat nog 13 kilometer in licht dalende lijn door een vallei, op weg naar de slotklim. Na 178 kilometer komen de renners uit in Pierrefitte-Nestales en hier beginnen ze dan aan de slotklim richting Cauterets. Een slotklim die niets voorstelt als je het vergelijkt met de vorige beklimmingen. Toch kan er op zo'n minder zware klim ook nog altijd een hoop gebeuren, dat hebben we in de Giro ook nog kunnen zien.

PROFILKMS.png

De klim is 10 kilometer lang, maar na zeven kilometer klimmen worden de punten al verdeeld. De klim begint met twee kilometer aan 5%, maar daarna volgen dan weer twee kilometers waar het amper 3% is. Tussen zes en drie kilometer van de streep wordt het nog een klein beetje interessant, paar kilometer achter elkaar waar het niet onder de 5% komt en zelfs een kleine uitschieter naar 10%. In totaal 6,4 kilometer aan 5%. Klinkt toch een beetje treurig na de Tourmalet. Richting de streep blijft het omhoog lopen, maar dan moet je echt een een procent of drie denken. Niet echt een spetterende slotklim, renners die wat willen zullen het moeten doen op de Tourmalet. De weg richting Cauterets is breed en in de laatste kilometers zit praktisch geen bocht. Als er eerder in de etappe weinig spektakel is krijg je hier waarschijnlijk te maken met een sprint van een flink groepje. Weinig kans om op deze klim zelf veel volk te lossen.

QTpwdBi.png

Cauterets is een klein dorpje met amper 1000 inwoners. Het is vooral een toeristenoord, als je voorbij Cauterets rijdt kom je uit bij een skigebied. Hoewel je niet door hoeft te rijden, daar kan je ook gewoon met de skilift naartoe. Cauterets heeft ook nog wat thermen, dus je kan hier ook naartoe als er geen sneeuw ligt. Het wordt de vierde keer dat er een rit aankomt in Cauterets. De eerste keer dat er een rit aankwam in Cauterets was in 1953, de Bask Jesús Loroño won toen. Hij zou dat jaar ook de bolletjestrui winnen. In 1989 kwam de Tour voor de tweede keer langs in Cauterets en nu ging de overwinning naar Miguel Induarin. Zijn eerste ritoverwinning in de Tour, een paar jaar later zou hij pas echt veel gaan winnen. De laatste keer dat er een rit aankwam in Cauterets was in 1995, de ritoverwinning ging toen naar Richard Virenque. In een rit die vergelijkbaar is met deze rit kwam Richard Virenque overal als eerste boven. Hij reed zo'n beetje de hele tijd solo, in zijn bolletjestrui. 20 jaar later komen we dus weer terug in Cauterets.

p109073250.jpg

Het wordt heel warm, dik boven de 30 graden. In Cauterets zou het zelfs 34 graden kunnen worden. Er schijnt een kleine kans op regen te zijn. Waarschijnlijk zal het droog blijven, maar er is dus wel een kansje op wat druppels. Zou vervelend zijn met twee flinke afdalingen, maar kan ook wel weer wat toevoegen aan de koers omdat Froome dat niet echt leuk vindt. De start is om 11:45 in Pau en 20 minuten later begint de koers echt. Tussen 14:34 en 14:50 zouden de renners moeten beginnen aan de Aspin. Sporza en de NOS zijn er om 14:10 weer bij, dus we hoeven van het serieuze klimwerk niets te missen. De finish in Cauterets wordt tussen 16:59 en 17:38 verwacht.

Na de demonstratie van Sky valt het niet te verwachten dat Movistar weer de hele dag op kop gaat rijden. Ze hebben dat wel eens eerder gedaan, in 2013, de dag nadat ze flink klop hadden gekregen, maar nu valt dat toch niet echt te verwachten. Daar is het begin van de etappe toch wat te rustig voor. Sky heeft al aangegeven niet te gaan rijden, behalve als er belangrijke mensen aanvallen. Als het aan Sky ligt krijgt een kopgroepje de zegen, zolang daar niemand inzit die dicht in het klassement staat. Andere ploegen zullen wel niet echt gemotiveerd zijn om op kop te gaan rijden. Dit zou normaal gesproken een etappe voor een vluchtersgroepje moeten worden. Het mag ook wel een keer, tot nu toe is er eigenlijk nog geen groepje vluchters vooruit gebleven. Dan in de elfde etappe maar voor het eerst. Ik noem maar eens vijf willekeurige namen. Er zullen er morgen wel 50 zijn die in de aanval willen gaan, dus erg accuraat zal dit niet worden. Nog minder dan normaal.
1. Voeckler. Het is wel weer eens tijd voor een ouderwetse topshow van Titi. We zitten wel in zijn favoriete gebied, in de Pyreneeën heeft hij al enkele etappes gewonnen. Hij was sterk op de klim richting La Pierre-Saint-Martin. Kwam als 26e over de streep. Klinkt niet indrukwekkend, maar als je naar zijn recente prestaties kijkt is dit ineens een positieve uitschieter. Dat smaakt naar meer natuurlijk. Tong uit de bek en gaan.
2. Pantano. Een Colombiaantje, werd kort gehouden omdat ze bij IAM de illusie hadden dat Mathias Frank ineens wel ging presteren in grote rondes, maar al vrij snel is gebleken dat Frank dat nooit voor elkaar gaat krijgen. Tijd om het Colombiaantje te bevrijden en zijn gang te laten gaan. Dan wordt hij wel tweede of derde, want ik geloof niet dat Jarlinson ooit iets heeft gewonnen.
3. Kruijswijk. Goede etappe voor Steven om in de aanval te gaan. In de Giro ging hem dat best goed af, hoewel hij de explosiviteit mist om zoiets dan echt succesvol af te ronden. Bovendien zitten we pas in de tweede week. Nog een week wachten, dan gaat Kruijswijk pas echt goed rijden en fietst hij iedereen naar huis.
4. Teklehaimanot. Dani is de bollentrui kwijt en dit is een mooie etappe om die trui weer terug te krijgen. Gaat lastig worden, er zijn nu eenmaal redelijk wat jongens in de Tour aanwezig die beter kunnen klimmen. Hij gaat in ieder geval een poging wagen, dat geef ik je op een briefje. Eritrea zal weer trots zijn, dat is alvast zeker.
5. Wellens. Tim is een aanvallende renner en heeft ook al meerdere keren gezegd dat hij aan gaat vallen. Dan lijkt me dit wel een mooie rit om hem aan die belofte te houden. Lijkt echter niet over de beste benen te beschikken, dus ik weet niet of hij heel ver gaat komen als hij aan gaat vallen. Maakt ook niet uit, aanvallen is altijd goed.

Etappe 12: Lannemezan - Plateau de Beille, 195 km

De tweede bergrit van deze ronde leverde dan eindelijk eens een keer een ritzege op voor een vroege vluchter. Majka en de Tour blijkt een goede combinatie, hij heeft nu al drie ritten gewonnen in de Tour en het is pas zijn tweede deelname. Daarachter was Serge Pauwels de morele winnaar, ondanks een probleem met zijn schoenen wist hij toch nog vierde te worden. Tussen de favorieten gebeurde niet zo veel. Voor de actie waren we afhankelijk van de Tourmalet en daar gebeurde niet veel. De slotklim bleek lastig genoeg om nog een hoop renners te lossen, maar dat waren alleen maar renners die al eerder hadden aangetoond niet zo sterk te zijn. Voor het klassement veranderde er verder niet veel. Wel leuk om na Gesink nu Mollema in de aanval te zien gaan. Bauke heeft toch niet zo goed naar Zubeldia geluisterd blijkbaar. Nu is het tijd voor de derde bergrit op rij. Je zou dit zelfs de koninginnenrit kunnen noemen. Vier flinke cols, met de finish op een klim van de buitencategorie. Het drieluik bergritten in de Pyreneeën wordt op een waardige manier afgesloten.

8bsfc7j.png
PROFIL.png

Lannemezan is een dorp met 6500 inwoners in het departement Hautes-Pyrénées. We zitten nu weer buiten de bergen, een stuk ten oosten van Tarbes en ook in de buurt van La Barthe-de-Neste, een plaats die tijdens de vorige etappe werd gepasseerd. We trekken nu de andere kant op, richting het oosten. Een ander deel van de Pyreneeën moet nu beklommen worden. Lannemezan is een dorp dat zichzelf het balkon van de Pyreneeën noemt. Het wordt de vijfde keer dat er een rit vertrekt in Lannemezan. In 1999 debuteerde dit dorp, er vertrok hier een rit die zou eindigen in Pau en gewonnen zou worden door David Etxebarria. In 2008 maakte Lannemezan voor het laatst deel uit van de Tour. De 11e rit van die Tour zou vertrekken in Lannemezan en eindigen in Foix. De overwinning ging naar Kurt-Asle Arvesen. Ook in 2002 en 2004 kwam Lannemezan voor. In die jaren zou de etappe die hier vertrok eindigen op Plateau de Beille, net als nu het geval is. Over die etappes later meer. Het dorp zelf is niet bijster interessant. Er staat een mooi stadhuis, maar dat is het dan ook wel.

H%C3%B4tel_de_ville_de_Lannemezan_(Hautes-Pyr%C3%A9n%C3%A9es,_France).jpg

Na een korte neutralisatie begint de koers buiten Lannemezan echt. De renners fietsen in zuidoostelijke richting, maar het duurt nog wel even voor we echt weer in de bergen zijn. De tussensprint is een keer vroeg in de etappe, na 20 kilometer al. Het valt te verwachten dat er in het eerste deel van de etappe nog geen groepje weg gaat rijden, de sprinters zullen hier wel alle punten willen pakken. Het is vlak, dus makkelijk te controleren. De renners rijden langs Saint-Bertrand-de-Comminges en bij het passeren van dit dorpje is het tijd voor de tussensprint. Na het passeren van deze sprint zal er wel een kopgroepje ontstaan, het is nog een kilometer of 30 vlak tot de eerste klim van de dag. Voor die tijd kan je beter de benen sparen als renner die van plan is aan te vallen. Saint-Bertrand-de-Comminges is wel mooi, kerkje boven op een berg.

Saint_Bertrand_de_Comminges.jpg

Na de tussensprint blijft het dus nog even vlak. De renners gaan op weg naar de eerste serieuze klim van de dag, de Col de Portet d'Aspet. Een klim met een verhaal, het verhaal van Fabio Casartelli. In de Tour van 1995 werd de Col de Portet d'Aspet van de andere kant beklommen. In de steile en lastige afdaling gingen meerdere renners onderuit. Een van die renners was Casartelli, de olympisch kampioen van 1992 kwam met zijn hoofd tegen een betonblok en overleed enkele uren later in een ziekenhuis in Tarbes. Casartelli overleed op 24-jarige leeftijd. Nu, 20 jaar later, passeren we weer deze klim. De renners fietsen nu omhoog, waar Casartelli een poging deed naar beneden te gaan. Het monument voor Casartelli zal uiteraard uitgebreid in beeld worden gebracht. De kant die we nu beklimmen is dus de steile kant van deze klim. De andere kant is een stuk minder zwaar. Van deze kant is de Col de Portet d'Aspet 4,3 kilometer lang en 9,7% gemiddeld. Enkele stroken zwaar boven de 10%, richting de 12%. Heel onregelmatig, maar dus niet zo lang. Wel een goede klim voor de ploegen die iets van plan zijn om het peloton vast op te blazen.

3319248.jpg

Boven op deze beklimming van de tweede categorie hebben de renners 57 kilometer afgelegd. Er volgt een redelijk korte afdaling en daarna nog een lang dalend stuk door de vallei. Vorig jaar werd de Col de Portet d'Aspet nog van de andere kant beklommen, Thomas Voeckler was toen als eerste boven. 5,4 kilometer afdalen aan 6,9% gemiddeld. De afdaling is redelijk makkelijk, vergeleken met de klim. Nog steeds wel een redelijk pittige afdaling, aardig wat bochten over een niet al te brede weg. De renners passeren ook nog wat dorpjes, waar het ook vrij smal en bochtig is. Tot in Orgibet, na 66 kilometer, blijft het redelijk serieus dalen. Daarna volgt er een kilometer of 10 in licht dalende lijn richting Castillon-en-Couserans. Net na dit dorpje, met een mooie kerk, begint de tweede klim van de dag. De Col de la Core, een beklimming van de eerste categorie. Voor de klim echt begint loopt het al een aantal kilometer licht omhoog.

Stage-1432648554.jpeg

We zitten inmiddels al wat kilometers in het departement Ariège en gaan beginnen aan een klim van 14 kilometer, die eigenlijk niet eens zo vaak is voorgekomen in de Tour. Het wordt de zevende keer dat deze Pyreneeëncol bedwongen gaat worden. Het is een klim die vaak wordt gecombineerd met Plateau de Beille, deze combinatie komt nu al voor de vijfde keer voor. De laatste keer dat het peloton over deze col ging was in 2011, in een etappe die ook zou eindigen op Plateau de Beille. Mickaël Delage was toen als eerste boven, niet meteen een hele indrukwekkende naam. In het verleden kwamen hier grotere namen als eerste boven, Richard Virenque en Laurent Jalabert bijvoorbeeld. De Col de la Core is 14 kilometer lang en 5,7% gemiddeld. Zes kilometer lang stelt de klim niet veel voor. Het begint nog wel met een kilometer aan 6%, maar daarna zitten er ook hele stroken tussen waar het amper aan 2% omhoog gaat. Na zes kilometer klimmen wordt het wat lastiger, tot de top komt het niet meer onder de 6% en zitten er kilometers boven de 7% bij. Niet direct de lastigste klim ooit, maar lastig genoeg om al een hoop jongens te lossen.

160-RTR2OY1G.jpg

Een afdaling van een kilometer of 13 volgt, richting Seix. Een afdaling met heel wat bochten. Een aantal haarspeldbochten, maar vooral veel korte bochtjes die vaak ook nog kort achter elkaar zitten. Toch wel een redelijk technische afdaling, waar je als goede daler iets kan proberen. Zal niet gaan gebeuren, na de afdaling is er nog een heel stuk door de vallei. Nodigt niet echt uit om op deze klim of in de afdaling iets te proberen. Na 106 kilometer koers komen de renners beneden in Seix en moet er meer dan 20 kilometer door een vallei worden gefietst. Eerst volgen de renners de rivier Le Salat en daarna de Arac. Na 127 kilometer komen de renners door Massat en hier begint het omhoog te lopen. Richting Massat liep het ook al licht op, maar in principe kun je deze tocht door de vallei gewoon vlak noemen. Van Massat gaat het richting Le Port, waar de klim echt begint. Richting Le Port loopt het al licht op, maar daar eenmaal aangekomen is het tijd voor de derde klim van de dag. Port de Lers.

Stage-1432648565.jpeg

Port de Lers is een beklimming van de eerste categorie. De klim is bijna 13 kilometer lang en gemiddeld 6%. Een klim die ook nog niet zo vaak in de Tour is voorgekomen. Dit wordt de vijfde keer. Er zijn hier bijna alleen maar bazen als eerste bovengekomen. In 1995 kwam de klim voor het eerst in de Tour voor en was een van de grootste wielerhelden ooit, Marco Pantani, hier de beste. In 2004 was fantastische mafkees Michael Rasmussen als eerste boven en in 2011 kwam er een Baskische baas als eerste boven, Gorka Izagirre. Jammer van Sergio Paulinho in 2012, maar je kan niet alles hebben. De klim begint redelijk makkelijk, maar wordt na vier kilometer toch wat lastiger. Een kilometer aan bijna 9%, daarna twee kilometer rond de 7,5%. Het is een onregelmatige klim, makkelijke en moeilijke stroken wisselen elkaar snel af. Richting de top wordt het weer wat makkelijker, met kilometers aan 4 en 2%. Laatste stuk richting de top is dan weer 7%. De lastigheid zit 'm vooral in het steeds wisselen van de steiltegraad. De klim is ook redelijk bochtig, niet echt iets voor de jongens die graag één tempo rijden.

Port_de_Lers-_route_Massat.JPG

Meteen in het begin van de afdaling krijgen de renners een stuk of acht haarspeldbochten voor hun kiezen. De weg is niet al te breed, je zou het zelfs smal kunnen noemen. Na die haarspeldbochten in het begin blijft het de rest van de afdaling enorm bochtig. Enkele bochten liggen ook lekker dicht langs een ravijn, best een pittige afdaling in het begin. Het wordt na een paar kilometer afdalen wel wat makkelijker, maar nooit echt helemaal makkelijk. Lange stukken rechtdoor zijn er niet bij, het blijft draaien en keren. Na 11 kilometer dalen komen de renners uit in Vicdessos, waar het grootste gedeelte van de afdaling gedaan is. In Vicdessos hebben de renners 155 kilometer afgelegd en is het nog 40 kilometer tot de streep. Ze zullen ondertussen wel duizelig zijn, na al dat bochtenwerk. Zeker geen makkelijke afdaling, in 2011 vlogen er ook wat renners bijna uit de bocht. Als je hier veel risico neemt kun je zeker tijd pakken, maar met nog een heel wat kilometers in de vallei in het vooruitzicht lijkt dat niet echt een heel goed idee.

3PPWwR3.png

In Vicdessos is het nog niet gedaan met het dalen, het daalt nog 14 kilometer licht verder tot Tarascon-sur-Ariège. Hier slaan de renners rechtsaf en volgen ze de rivier L'Ariège. Na Vicdessos wordt de weg een stuk breder, dit deel van de afdaling stelt niet veel voor. Als de renners in de buurt van Tarascon-sur-Ariège zijn is het nog een kilometer of 10 volledig vlak tot de voet van de slotklim. In totaal toch bijna 35 kilometer tussen de top van Port de Lers en de voet van Plateau de Beille. Voor renners die vroeg willen aanvallen niet echt heel erg uitnodigend. 11 kilometer afdaling en dan nog 24 kilometer in de vallei. Als je alleen zit een ellende. Na 178 kilometer passeren de renners Les Cabannes en niet lang daarna begint de slotklim. De vierde klim van de dag. Plateau de Beille, een col van de buitencategorie. Tijdens de vorige etappe kregen we een col van de buitencategorie een heel eind van de streep, kijken of het meer spektakel op gaat leveren als het zwaarste wordt bewaard tot het eind.

Stage-1432648572.jpeg

De klim is bijna 16 kilometer lang en bijna 8% gemiddeld. Het begint meteen met vijf kilometer aan 9%. Daarna wordt het even wat makkelijker, een paar kilometer aan zeven procent. De volgende kilometers blijft het een beetje op en neer gaan tussen 7 en 9%. Onder de 7% komt het niet meer tot het eind van de klim. Het is een klim met een brede weg, redelijk wat bochten in het begin. Lastig ding, vooral omdat het meteen steil is. Pas in de laatste kilometer wordt het wat makkelijker. Van 8% gaat het naar 6%, de laatste meters wordt het bijna vlak. Veertien zware kilometers, met ook nog wat stroken boven de 10%. Het zwaarste stuk van de klim zit na 12 kilometer klimmen, dan gaat het even richting 11%. Na 30 kilometer zonder klimwerk is het ineens wel een zware col. Er is ook al heel wat geklommen eerder op de dag, dus deze klim zou voor wat verschillen moeten kunnen zorgen.

55861482.jpg

Plateau de Beille is voor de zesde keer aankomstplaats in de Tour. Op Plateau de Beille winnen altijd legendarische renners. Plateau de Beille debuteerde in 1998, Marco Pantani werd de eerste winnaar hier. Il Pirata zou later ook de Tour van 1998 winnen. Geen slechte naam om op de erelijst te hebben. In 2002 en 2004 kwam Plateau de Beille terug in de Tour. Beide keren won niemand. Oftewel, Lance Armstrong was hier twee keer de sterkste. Twee keer vertrok er een rit in Lannemezan om te eindigen op Plateau de Beille en twee keer won Armstrong. Een hattrick voor Lance gaat lastig worden. De derde legendarische naam is die van Alberto Contador. Hij vocht in 2007 een fel gevecht uit met Rasmussen. Het zou zijn doorbraak worden als ronderenner. Keer op keer probeerden die twee elkaar te lossen, maar ze kregen het niet voor elkaar. In de sprint zou Contador Rasmussen verslaan. Een paar dagen later liet Rasmussen zien wie nu echt de beste was in die Tour, maar daar schoot hij uiteindelijk niet veel mee op. Voor de meest legendarische naam op de erelijst van Plateau de Beille moeten we naar de laatste aankomst hier, in 2011. 2011 was vooral het wonderjaar van Philippe Gilbert, maar ploeggenoot Jelle Vanendert liet ook ineens goede dingen zien. Omega Pharma - Lotto was dat jaar enorm goed op dreef en Jelle Vanendert bleek ineens een goede klimmer te zijn. Niemand had ooit van hem gehoord, maar de alien uit Hamont wist in de Tour van 2011 vriend en vijand te verbazen. Op Luz Ardiden werd hij al tweede, maar nu ging hij ineens met de overwinning aan de haal. Hij viel al vroeg aan en niemand reageerde. Hij fietste meer dan een halve minuut voorsprong bij elkaar. De Schleckjes, Contador, Voeckler die nog de gele trui droeg, niemand reageerde. Alleen Samuel Sanchez ging nog in de tegenaanval, maar toen was de alien al gevlogen. Jelle Vanendert. Na de Tour van 2011 nooit meer iets van gehoord in de grote rondes. Je ziet hem tegenwoordig nog één week per jaar, in de Waalse klassiekers. Verder doet hij niets. Zonder Omega Pharma en José Ibarguren is het leven moeilijker.

2011_tour_de_france_stage14_plateau_de_beille_jelle_vanendert_wins2.jpg

Plateau de Beille is een wintersportoord zonder inwoners. In de omgeving wonen nog wel 5700 mensen, maar op de top is er echt helemaal niets. Er zijn vier gebieden in de omgeving waar je kan skiën. Keuze genoeg dus. Het is verder niet echt een heel interessant gebied in de zomer. Je kan natuurlijk altijd gaan klimmen in de bergen, mountainbiken en dat soort dingen. Het is een plaats waar vaak de winnaar van de ronde wint. Op 2011 na dan, maar zo'n gast uit een of ander Belgisch dorpje vlak bij de grens met Nederland die verder nooit meer wat van zich laat horen is toch ook leuk. Beelden van die etappe weer bekijken met nerveus commentaar van Michel Wuyts en José De Cauwer is ook zeker een aanrader.

Ari%C3%A8geoise-Plateau_de_Beille-_km16.JPG

Het wordt afschuwelijk warm, 35 graden wordt voorspeld. Er is een kleine kans op neerslag, tegen het eind van de middag. Vooral rond Plateau de Beille zou het kunnen gaan regenen. Er schijnt sowieso minder goed weer aan te komen. Voor de komende dagen wordt meer regen voorspeld. Tijdens deze etappe kan het goed droog blijven, maar een klein kansje op regen. De dagen daarna waarschijnlijk wel echt regen. Deze etappe zal integraal uitgezonden gaan worden. De liefhebbers kunnen om 11:10 al met het broekje uit voor de tv gaan zitten. De NOS en Sporza zullen er dan al bij zijn. Tussen 16:36 en 17:22 worden de renners op Plateau de Beille verwacht.

Eerst kon je op Plateau de Beille alleen winnen als je echt de beste in de ronde was. Vier keer achter elkaar was degene die op Plateau de Beille won ook de eindwinnaar van de ronde. Alleen in 2007 leek dat lange tijd anders te gaan lopen, tot Rasmussen uit de Tour werd gezet. Zo werd een traditie in stand gehouden, tot Jelle Vanendert in 2011 ineens besloot te gaan vliegen. Blijkbaar wint dus niet altijd de winnaar van het eindklassement op Plateau de Beille. Ik verwacht dat nu ook niet. Ik denk dat Sky weer hetzelfde gaat doen als tijdens de vorige rit. Klein beetje controle, maar niet zo gek veel. Als andere ploegen niet gaan controleren wordt dit weer een etappe voor een stel vroege vluchters. Op dit moment zie ik niet echt een ploeg hard werken om alles bij elkaar te houden. Astana probeerde dat tijdens de vorige rit even, maar uiteindelijk moesten al die mannen lossen. Zullen ze vast geen tweede keer proberen. Movistar zal wel wachten tot de Alpen, dan zitten ze immers in hun befaamde derde week. Na de tussensprint vroeg in de rit zal het wel stilvallen en zal een klein groepje wel meerdere minuten krijgen. Dan krijgen we op de slotklim vast nog wel wat spektakel, maar tegen die tijd zal de kopgroep al gevlogen zijn. Het parcours nodigt ondanks al dat klimwerk ook niet echt uit om vol te koersen op de eerdere cols, veel te veel vlakke kilometers tussendoor. Noem ik weer even vijf willekeurige namen.
1. Majka. Lollerpool is het hele jaar niet in vorm, maar nu ineens wel weer hoor. Uitstekend gepiekt. Kan een auto winnen, dus gaat meteen weer in de aanval en pakt gewoon alle punten voor de bergtrui, naast de rit. Wint ook nog wel wat in de Alpen. Niet te stoppen deze knul.
2. Sepulveda. De Argentijnse kopman van Bretagne rijdt niet slecht, maar echt indrukwekkend is het ook niet te noemen. Had ik stiekem wel meer van verwacht. Om die verwachtingen toch nog in te lossen moet hij nu maar eens in de aanval gaan, dan kan hij zich een keer echt tonen. Kan ook meteen best ver komen als hij in een kopgroepje zit.
3. KUDUS. In de eerste bergrit werd hij 61e, tijdens de tweede bergrit ging het al een stuk beter en wist hij 32e te worden. Een rit met één berg is dus minder gunstig voor hem, hij heeft liever wat meer beklimmingen. Tijdens deze rit is er weer een zware klim extra, dat moet hem motiveren. Als hij nu weer 29 plaatsen opschuift zal hij logischerwijs derde worden.
4. Huzarski. Nog een Pool, maar deze is wat minder indrukwekkend. Renner van Bora-Argon 18, dat Dominik Nerz kwijtspeelde. Gevolg is dat ze nu met z'n allen in de aanval gaan en Buchmann heeft zich al eens laten zien. Nu dan tijd voor een andere goede klimmer van die ploeg, deze Huzarski.
5. Tankink. Bram moet in de aanval van Nico 'hophophop' Verhoeven. Dan doet Bram dat natuurlijk. Of hij nu 3 ballen heeft of 38. Maakt Bram allemaal niet uit, maar potverdikke, hij moet dan wel lossen.

[ Bericht 0% gewijzigd door johannes_vermeer op 21-07-2015 14:46:11 ]
pi_154463264
Etappe 13: Muret - Rodez, 198,5 km

De Pyreneeën liggen achter ons. Na de eerste bergrit was bijna alles al duidelijk en daarom kregen we weinig spektakel voor het algemeen klassement in de twee andere bergritten. Voor het eerst in de Tour eens wat kansen voor de vluchters. Na Majka was het nu de beurt aan Rodriguez. Hij boekte een mooie overwinning, op een voor hem toch vrij onbekende manier. Zo vaak gaat hij niet zo vroeg in de aanval. Al zijn tweede overwinning in deze Tour, had eigenlijk niet verwacht dat hij zich op zo'n manier zou laten zien. Na zoveel goede dagen van Gesink werd het ook wel weer eens tijd voor wat pech, die jongen lijkt er nu eenmaal voor geboren. De pech viel deze keer wel mee, een lekke band kan iedereen overkomen. Toch vervelend, hij verliest er een minuut door. In het peloton bleek Sky weer veel te sterk. Porte heeft weer een fantastische vorm te pakken en Britse wielergod Thomas is ondertussen zoveel afgevallen dat hij nu een betere klimmer is dan Nairo Quintana. Gelachen, genoten. Na drie bergritten krijgen we nu een overgangsrit. We gaan op weg naar de Alpen, maar doen voor die tijd eerst het Centraal Massief nog aan.

2pcqI4Y.png
PROFIL.png

Iets ten zuiden van Toulouse start de etappe in het stadje Muret. Muret is een stad met 25.000 inwoners in het departement Haute-Garonne. Het is voor het eerst dat de Tour hier eens, we hebben te maken met een debuut. Niet heel gek, veel is er niet te beleven in Muret. Het is de geboorteplaats van Vincent Auriol, de eerste president van de Vierde Franse Republiek. Bovendien is Muret de geboorteplaats van Clément Ader, een pionier in de luchtvaarttechniek. Hij was zo'n beetje de eerste die een vliegtuig maakte. Toch lukte het hem niet om daadwerkelijk te vliegen met zijn creatie, dat is dan weer jammer. Een van de vliegtuigen die hij maakte noemde hij de Avion. Dit is later in Frankrijk een synoniem geworden voor vliegtuig. Ader was een handig mannetje, hij hield zich ook bezig met het in elkaar knutselen van telefoons, auto's en motoren. Daar moet Muret het van hebben, pochen met mensen die hier ooit geboren zijn. Verder is er niet veel om trots op te zijn. De renner starten in de buurt van de Rue Clément Ader, waar ook het museum Clément Ader te vinden is.

s01---Muret.jpg

Na een redelijk lange neutralisatie gaan de renners ver buiten Muret echt van start. Het eerste deel van de etappe is bijna volledig vlak. Af en toe wel wat kleine stukjes omhoog, maar vergeleken met de afgelopen dagen stelt dat niets voor. Meer dan 100 kilometer praktisch vlak. Op zich liggen hier nog wel wat heuveltjes, maar er wordt voor gekozen om voornamelijk voor allerlei valleien te fietsen. Over grotendeels rechte, brede wegen gaat het richting Laboutarie, waar na 92,5 kilometer de tussensprint is. Een vlakke tussensprint, in een klein dorpje waar verder niet veel te beleven is. Wonen amper 350 mensen, voor die mensen zal het passeren van de Tour ongetwijfeld het hoogtepunt in hun leven zijn. We zitten inmiddels in het departement Tarn, vernoemd naar de rivier Tarn. We scheuren hier een beetje door de vallei en komen wel wat dorpjes tegen die iets interessanter zijn dan Laboutarie. Lavaur bijvoorbeeld.

lavaur-cathedrale---jardins-photolblatge_4626.jpg

Direct na de tussensprint is het nog steeds vlak. Dat blijft ook nog een kilometer of 10 zo, pas na 100 kilometer koers begint het voor het eerst echt op te lopen. Er is alvast een voorzichtige klim richting het dorpje Villefranche-d'Albigeois. Na 115 kilometer koers passeren de renners dit dorp en na dit dorp klimt het nog even verder. Als ze hier echt boven zijn dalen ze vrij snel weer af, richting de rivier Le Tarn. Beneden komen ze uit in Ambialet, een pittoresk dorpje. In dit dorpje steken de renners de rivier Le Tarn over en begint het vrijwel meteen te klimmen. Bijna vier meter klimmen richting Saint-Cirque, aan 5,8% gemiddeld. De eerste echte klim van de dag en toch nog een best redelijke. Klimmetje van de derde categorie, meteen ook de zwaarste van de dag.

1765.jpg

Op de top van de Côte de Saint-Cirque hebben de renners 131 kilometer afgelegd. Vanaf dit moment wordt het nooit meer helemaal vlak. Het loopt nog een paar kilometer licht omhoog richting Valence-d'Albigeois. Ook na het passeren van dit dorpje blijft het omhoog lopen. Niet echt heel steil, een beetje vals plat. Na 142 kilometer rijden de renners het departement Aveyron binnen. Een paar kilometer verder bereiken de renners het dorpje Réquista en net buiten dit dorpje volgt een afdaling. Direct na de afdaling volgt de tweede klim van de dag waar punten te verdienen zijn, Côte de la Pomparie. Een beklimming van 2,8 kilometer aan 5%, maar op de top van deze klim loopt het nog een paar kilometer langer omhoog. Het stijgt dan niet echt indrukwekkend meer, maar al dat vals plat is ook vrij vervelend uiteindelijk. De renners dalen een paar kilometer verder richting La Selve, waar de volgende klim begint. Niet echt een spannende afdaling. Paar bochten wel, maar het gaat over een brede weg. Na La Selve begint de Côte de la Selve meteen, bijna vier kilometer aan 3,7%. Stelt niet gek veel voor dus. Een afdaling richting Cassagnes-Begonhès volgt.

20568357.jpg

In Cassagnes-Begonhès hebben de renners 171 kilometer afgelegd. Nog 27 kilometer tot de finish. Net buiten Cassagnes is het even vlak, maar daarna is het weer tijd voor een klein beetje klimwerk. Vervolgens dalen de renners af richting de vallei van de rivier Le Viaur. Langs deze rivier fietsen de renners een kilometertje of vijf. Zo'n beetje de enige vlakke kilometers in het tweede deel van de etappe. Na het passeren van Bonnecombe, waar een mooie abdij staat, beginnen de renners weer aan een klim. De klim gaat ze brengen naar La Primaude. Een kilometer of vier klimmen en in die tijd bijna 200 hoogtemeters overwinnen, mijn slechte rekenkunsten brengen mij dan op een stijgingspercentage van 5%. Toch nog best een aardig klimmetje. Vooral in het begin loopt het nog gemeen op, richting La Primaube lijkt het af te vlakken. Na 188 kilometer komen de renners boven.

Abbaye_de_Bonnecombe.JPG

De weg richting La Primaube was al best recht, maar voorbij dit dorp gaat het helemaal rechtdoor. Vijf kilometer recht vooruit, met alleen een paar rotondes onderweg. Dit alles in licht dalende lijn. Pas als de renners in de buurt komen van Rodez begint het echt te dalen. Op vijf kilometer van de streep is er een rotonde, waar de renners links gaan. Niet veel later komen ze nog een rotonde tegen, waar ze dan weer rechts moeten gaan. Daarna gaat het even een kilometertje rechtdoor, terwijl het flink naar beneden gaat. Op iets minder dan vier kilometer van de streep krijgen de renners te maken met een rotonde, waar ze een bocht van 180 graden maken. Ze gaan onder een viaduct door en krijgen nu twee bochten naar links. Het daalt hier inmiddels flink en de renners duiken onder een oude brug door. Tot op twee kilometer van de streep blijft het dalen. De renners op iets meer dan twee kilometer van de streep weer een rotonde, die ze links moeten nemen. Ze verlaten eigenlijk Rodez weer en fietsen langs de rivier L'Aveyron, op weg naar de finish. Ze komen weer onder de brug door die ze eerder al tegenkwamen.

Bwo5Neb.png
EqmDVCJ.png

Op twee kilometer van de streep is het vlak, dit blijft maar anderhalve kilometer zo. Bij het passeren van de laatste kilometer krijgen de renners een flinke bocht met links en niet ver daarna een flinke bocht naar rechts. Na deze bocht begint het meteen omhoog te lopen. Er volgt nog een bocht naar links en weer een bocht naar rechts. Daarna is het de laatste meters rechtdoor tot de streep. De laatste 570 meter van de etappe loopt het dus omhoog. Het loopt zelfs heel erg omhoog, dit stuk is aan 9,6%. Zo steil ziet het er niet uit als je zelf kijkt, maar een serieus muurtje is het zeker nog. Schijnt zelfs nog een strook aan 11% bij te zitten. Het is vooral in het begin lastig, de laatste meters richting de streep lijkt het wat af te vlakken. Wederom een muurtje in een etappe, lijkt wel alsof ze bij de ASO iets teveel naar de Vuelta hebben gekeken. Volgens de organisatie is het 570 meter omhoog, volgens andere bronnen is het dan weer 450 meter. Dat zou echt fantastisch zijn. In ieder geval een heel kort muurtje, waar je ook als klassementsrenner toch weer even op moet letten.

Stage-1432649106.jpeg
e37K2wc.png

Rodez is een stadje met 25000 inwoners in het departement Aveyron. Het maakt voor de vierde keer deel uit van de Tour. In 1984 kwam er een rit aan in Rodez, deze rit werd gewonnen door Pierre-Henri Menthéour. Een vrij onbekende renner, een veelwinnaar was het niet. De 13e rit in de Tour van 1984 zou zijn enige succes in een grote ronde zijn. Pierre-Henri overleed vorig jaar na een langdurige ziekte. Zijn broer, Erwan, is wellicht bekender. Niet vanwege zijn prestaties, maar omdat hij de eerste renner zou zijn die echt verdacht werd van het gebruiken van EPO. Twee keer vertrok er een rit in Rodez. Een dag na de overwinning van Pierre-Henri Menthéour vertrok het peloton weer uit Rodez, om naar Domaine du Rouret te fietsen. De Belg Fons De Wolf zou deze rit winnen. In 2010 was de Tour voor het laatst in Rodez. De rit vertrok hier en zou eindigen in Revel. Absolute eindbaas van het peloton, Alexandre Vinokourov, zou deze rit winnen. Rodez is een mooi stadje, met vooral een mooie kathedraal. Het is ook nog eens de geboorteplaats van Alexandre Geniez, een van de saaiste renners van het peloton.

6708231231_7f8b6ef2c2_b.jpg

Het wordt weer eens heel warm. De hele dag dik boven de 30 graden, richting de 35 graden zelfs. Dat wordt weer heerlijk smeltend asfalt. Gelukkig niet al te lastige afdalingen tijdens deze rit, dat scheelt dan weer. In tegenstelling tot de vorige etappe zal het waarschijnlijk droog blijven. Er wordt nog wel wat slecht weer voorspeld voor de komende dagen, maar tijdens deze etappe zou het droog moeten blijven. Vrij weinig wind, het zal echt heel erg warm zijn. Om 12:20 vertrekken de renners in Muret en 20 minuten later is de neutralisatie voorbij. Tussen 17:04 en 17:30 zou men in Rodet moeten aankomen. Deze etappe zal niet integraal worden uitgezonden, het zal weer ouderwets om 14:10 beginnen.

In principe is dit een overgangsetappe, een rit voor een groepje vroege vluchters. Dat zou nu ook het geval moeten zijn, hoewel het zomaar kan zijn dat er nog ploegen gaan willen controleren. Voor veel renners komen er niet veel kansen meer, dan moet je denken aan de Degenkolbjes en de Sagans van deze wereld. Deze rit zou geschikt voor deze jongens moeten zijn, vooral nog met zo'n muurtje op het einde. Het is toch wel een hele lastige rit, vooral om te controleren. Ik zie Giant dat niet echt doen en of Tinkoff nu echt gaat werken voor Sagan is ook maar de vraag. Ik ga toch maar uit van een etappe voor wat vluchters, omdat het tweede gedeelte van de rit niet zo makkelijk te controleren is en er waarschijnlijk niet veel ploegen zijn die willen rijden. Voor een fitte Matthews was het ook nog wel wat geweest, maar die valt ook al af. Blijft verder weinig over. BMC zal ook wel niet gaan rijden voor Van Avermaet. Misschien dat Europcar nog een poging wil wagen maar Coquard, maar lijkt me logischer dat ze weer iemand in de aanval sturen. Dan wordt het maar weer met de ogen dicht vijf namen uitkiezen.
1. Simon. Een renner van Cofidis als nummer 1 kiezen is altijd een slecht idee, maar ik ben van de slechte ideeën. Hij was een paar dagen geleden al in de aanval in de rit naar Cauterets. Een echte klimmer is hij niet, toch wist hij nog zesde te worden. Hij kon Voeckler bijhouden, helemaal niet zo slecht. Deze etappe is veel makkelijker en de finish is op het lijf van Simon geschreven. Zo'n kort klimmetje op het eind is zijn ding. Mag hij nu laten zien. Of niet, want hij fietst bij Cofidis.
2. Martens. Paultje, van Lotto Djumbo. Kan zomaar de meest onzichtbare renner zijn tot nu toe. Totaal nog niet gezien, maar een etappe als deze is echt iets voor hem. Als hij een beetje slim is gaat hij in de aanval, op zo'n laatste muurtje is hij vaak toch behoorlijk sterk. Als alle favorieten er nog bij zijn valt dat alleen niet zo op, hij moet het dan wel van een uitgedund groepje hebben.
3. Gautier. Van Cyril hebben we nog niet veel gezien. Normaal toch het broertje van Voeckler qua aanvalslust, maar daar blijkt tot nu toe niet veel van. Dit is wel een goede etappe om aan te vallen en als je kijkt wie er van Europcar al allemaal in de aanval zijn geweest is Gautier ondertussen wel aan de beurt. Kan ook best aardig aankomen op zo'n kort klimmetje.
4. Cummings. Nieuwe dag, nieuwe god van MTN-Qhubeka in de aanval. Cummings heeft eigenlijk nog niet zoveel laten zien. Beetje een onvoorspelbare wielrenner. Heeft van die dagen dat hij echt heel veel kan, maar vaak is het ook helemaal niets. In de 12e rit reed hij best aardig, zijn beste prestatie tot nu toe. Zal hem ongetwijfeld motiveren om ook eens in de aanval te gaan en daar is dit een perfecte rit voor.
5. Geniez. Zijn stad, dan zal hij zich wel willen laten zien. Heeft alleen totaal geen vorm, een overwinning lijkt me dus uitgesloten. In de Giro sloop hij nog wel onzichtbaar naar een 9e plaats, maar nu is het echt niets. In de Giro viel hij verder alleen op door in een afdaling vijf keer uit de bocht te vliegen. Als hij dat nu ook gaat doen zal hij natuurlijk nooit winnen.

Etappe 14: Rodez - Mende, 178,5 km

Het onmogelijke is gebeurd. Greg Van Avermaet wint iets. In de Tour ook nog eens. Ik denk dat ik nu alles heb gezien, echt heel apart dit. Is al dat olvarit toch niet zo slecht voor je. Gelukkig voldeed Sagan dan wel weer aan de verwachtingen, wederom een mooie tweede plaats. Dat is zijn vierde tweede plaats deze Tour. Het begint een beetje zielig te worden, maar Van Avermaet heeft dat ook jarenlang gehad. Die kan blijkbaar stiekem toch wel winnen, dan zal het Sagan een dezer dagen ook moeten lukken. Giant liet maar weer eens zien een ontzettend lelijke ploeg te zijn. Hele dag op kop voor een vierde plaats, grote klasse. En passent ook nog even het karretje van Wilco Kelderman in de poep rijden, ik stel voor dat we alle Giants terug naar Taiwan sturen. Etappe 14 is een etappe die je eigenlijk ook wel kan bestempelen als een overgangsetappe. Het is niet een echte bergrit, maar toch zeker zwaar genoeg om renners in de problemen te brengen. Alle klassementsrenners moeten weer alert zijn.

zb9jWnV.jpg
PROFIL.png

Etappe 14 begint daar waar etappe 13 eindigde, in Rodez. De start is in het centrum, op de Avenue Victor Hugo, dicht bij de kathedraal. Direct na het vertrek fietsen de renners langs de kathedraal. Vervolgens fietsen ze nog een heel rondje door het centrum en verlaten ze daarna Rodez, waar de koers een paar kilometer later pas echt begint. Als de neutralisatie eenmaal voorbij is begint het meteen op te lopen. De eerste 44 kilometer van de koers zal het bijna continu omhoog lopen. Af en toe een klein afdalinkje, maar verder vooral toch veel meters vals plat omhoog. Na amper 10 kilometer al de eerste serieuze uitdaging van de dag, toch weer een meter of 150 omhoog in een paar kilometer. Het eerste klimmetje waar punten te verdienen komt na 20 kilometer, dan beklimt het peloton de Côte de Pont-de-Salars. Deze heuvel, die start na het passeren van Pont-de-Salars, is 1,3 kilometer lang aan 5,8%. Dit pukkeltje krijgt toevallig dan een categorie opgeplakt, maar in het eerste deel van de etappe zijn er meer van dit soort heuveltjes.

12_-_Rodez_Cath%C3%A9drale.jpg

Na de Côte de Pont-de-Salars komen de renners op een plateautje terecht en daar blijven ze nog een kilometer of 10 op. Daarna gaat het weer verder omhoog, Na het dorpje Salles-Curan loopt het weer even een paar kilometer flink omhoog, we gaan van een meter of 800 boven zeespiegel naar 100 meter boven zeespiegel. Eenmaal boven is het voorlopig wel gedaan met al dat klimwerk. Na 44 kilometer komen de renners boven op de Col de Vernhette en daarna begint er een lange afdaling richting de rivier Le Tarn. Een afdaling van bijna 14 kilometer, met een aantal bochen. Eenmaal beneden wordt er een flink aantal kilometer door de vallei gefietst, langs Le Tarn. Op 100 kilometer van de streep komen de coureurs door Millau, waar de tussensprint van de dag is. Vlak voor de tussensprint fietsen de renners onder het viaduct van Millau door.

millau_viaduct.jpg

Als de tussensprint is geweest blijven de renners gewoon vrolijk door de vallei fietsen. De Tarn wordt nooit uit het oog verloren. Het is af en toe een beetje bochtig langs deze rivier en de weg begint een beetje op te lopen, maar verder is er niet veel te melden. Het blijft nog meer dan 50 kilometer praktisch vlak. In die tijd loopt het amper 100 meter omhoog. Het wordt dus pas interessant na een kilometer of 140, na het passeren van Sainte-Énime. Voor het oog is de etappe wel interessant, de vallei van de Tarn is een prachtige vallei. Rotsen, water, wat wil een mens nog meer. Prima gebied om te kanoën ook, Ducrot en Dijkstra kunnen hun hart ophalen. Welk dorpje de renners ook passeren, overal is wel iets moois te vinden. Een oude brug over de Tarn, gebouwen die haast in de rotsen liggen, helder water, mooi gebied.

1280px-Sainte-Enimie-Gorges_du_Tarn-Frankreich.jpg

Als Sainte-Émine is gepasseerd laten we de Tarn achter ons en is het tijd voor de langste klim van de dag. De Côte de Sauveterre is een beklimming van de tweede categorie en is 9 kilometer lang aan gemiddeld 6%. Het is een best regelmatige klim, niet echt veel verschil qua percentages. Halverwege de klim wordt het wel even iets zwaarder, met twee kilometer aan 7%, maar echt heel erg zwaar wordt het niet. Wel een redelijk klimmetje, na een kilometer of 80 door de vallei altijd lastig. Het begin is iets makkelijker, met een kilometer aan 5%. Zou toch niet veel problemen mogen opleveren, tenzij hier echt flink door gaat worden gereden. Na deze klim fietsen de renners nog even verder over een plateau, voor er weer afgedaald wordt richting een vallei. Een kilometer of zes afdalen richting Balsièges, om daarna meer dan tien vlakke kilometers te krijgen.

t_48BALSIEGES_100.jpg

We zijn nu al best dicht in de buurt van de streep. Na die tien vlakke kilometers door de vallei krijgen we nog een klimmetje, de Côte de Chabrits. Dit heuveltje van de vierde categorie brengt ons naar het dorpje Chabrits. Het is iets minder dan twee kilometer lang en 5,9% gemiddeld. In Parijs-Nice van 2012 kwam dit klimmetje ook voor, in een etappe die ook zou eindigen net buiten Mende. Na dit klimmetje wordt er afgedaald richting Mende en is het nog maar een paar kilometer tot de finish. Na 170 kilometer, op 8,5 kilometer van de finish wordt Mende voor het eerst bereikt. Al die tijd daalt het af, tot een kilometer of 5 van de finish. Door de buitenwijken van Mende gaan we op weg naar de slotklim.

3_mende-2.jpg

De slotklim is drie kilometer lang en 10,1% gemiddeld. De Côte de la Croix Neuve begint net buiten Mende en heeft een aanloop die nog wel te doen is. Daarna wordt het steeds steiler, het begint op te lopen richting de 10% en daar blijft het niet bij. Uiteindelijk gaat het over de 13% heen, voor het weer langzaam af begint te vlakken richting 11% en daarna richting 5%. Het zit wel bijna drie kilometer achter elkaar dik boven de 10%, met dus uitschieters naar 13%. De top ligt op iets meer dan een kilometer van de streep, daarna wordt het bijna volledig vlak en zit er zelfs nog een klein stukje afdaling bij. Renners die aan willen vallen zullen het dus iets verder van de streep moeten doen, in de laatste kilometer heeft dat niet echt zin meer. Voor het eerst sinds 2010 is de Tour weer terug op deze Côte de la Croix Neuve, ook wel bekend als de Montée Jalabert. Vlak bij de finish ligt nog een vliegveld,

Stage-1432648598.jpeg
68535664.jpg

Mende is een dorp met 13.000 inwoners. Het komt regelmatig voor in verschillende wielerkoersen, maar eigenlijk ligt de finish nooit in Mende zelf. Het is bijna altijd op de plek waar we nu ook gaan aankomen, de Côte de la Croix Neuve. Voor de vierde keer komt hier een rit aan. De eerste keer was in 1995, toen Laurent Jalabert op deze côte wist te winnen. De côte werd al snel naar hem vernoemd. Tien jaar later, in 2005, kwam er weer een rit in Mende aan. De overwinning ging toen naar de Spanjaard Marcos Serrano. Vijf jaar geleden was er nog eens in finish in Mende, het zou de eerste ritoverwinning worden voor Joaquim Rodriguez in de Tour. Inmiddels heeft hij er al een paar bij. Ook in Parijs-Nice komen ze wel eens aan in Mende. In 2007 en 2010 bijvoorbeeld, beide keren was Alberto Contador de sterkste. Toch moet ik het hardste lachen om de aankomst in Mende van 2012. Lieuwe Westra, de oude stratenmaker uit Friesland, had al laten zien dat hij wel aardig kon fietsen. Wat niemand nog wist, was dat hij ook best aardig kon klimmen. In 2012 liet hij dat zien in Parijs-Nice. Ineens was hij de beste van allemaal in Mende. Hij fietste weg van Wiggins, hij fietste weg van Valverde, Leipheimer, Cunego en ga zo maar door. Die stratenmaker uit Friesland was ze allemaal te snel af. Vacansoleil heeft door de jaren heen best lollige dingen gedaan, deze overwinning van Westra was toch wel met afstand de lolligste.

parisnice.jpg

Het schijnt wat minder warm te worden in Frankrijk. In plaats van 35 graden nog maar 29 graden, dat is al een flinke vooruitgang. Er wordt ook wat regen voorspeld, vooral in Mende. Tegen de tijd dat de renners in die buurt zouden moeten zijn toch bijna 50% kans op neerslag. Kan wel wat toevoegen aan de etappe, toch nog wat klimmetjes en ook wat afdalingen. Niet echt de meeste technische afdalingen, maar met regen wordt ineens iedere afdaling technisch. Kan leuk zijn voor Froome. Om 12:35 zullen de renners vertrekken in Rodez, 10 minuten later begint de etappe echt. Tussen 16:48 en 17:13 worden de renners buiten Mende verwacht, bij het Aérodrome de Mende-Brenoux. De finale zal pas rond een uur of vier beginnen, als de Côte de Sauveterre op het programma staat. Het is dan wel weekend, van een integrale uitzending is geen sprake. Gewoon om 14:10 weer bij Sporza en de NOS. Tegen die tijd fietsen de renners ergens in een vallei, dus echt spannend zal de koers dan ook nog niet zijn. Wel een mooie omgeving.

Geen idee meer wat ik moet voorspellen. De vorige etappe leek perfect voor een groepje vluchters, maar dan zijn er blijkbaar toch nog ploegen die het menen te moeten controleren om uiteindelijk vierde te worden. Kan nu ook weer gebeuren. De slotklim is een hele lastige, waar in het verleden al mooie dingen zijn gebeurd. Joaquim Rodriguez heeft hier al eens gewonnen en Contador ook. Aan dat soort namen moet je toch wel denken bij deze klim. Mijn gratis tip voor Giant is dat ze nu niet voor Degenkolb hoeven te rijden. Toch is het nu ook weer de vraag welke ploeg er gaat rijden. Gaat Movistar rijden voor Valverde? Het zou niet onverstandig zijn, deze klim is echt geschikt voor Piti. Als Sky het gaat controleren maakt Froome ook een serieuze kans op de overwinning. Toch denk ik niet dat Sky dat gaat doen, hebben ze totaal geen reden voor. Hun ritoverwinning is al binnen en de gele trui is veel belangrijker. Of Movistar alle kastanjes uit het vuur gaat halen weet ik ook niet. Stiekem ga ik weer voor een paar vluchters. Als het geen vluchters worden moet je denken aan de renners die we al eerder hebben gezien op de korte steile heuveltjes. Rodriguez, Valverde, Dan Martin, Vuillermoz, dat soort jongens. Contador heeft hier dus ook al twee keer gewonnen, een naam om rekening mee te houden. Het is wel de laatste kans voor de klassementsrenners om in de tweede week nog wat tijd te pakken op de concurrenten. Nouja, toch maar vijf willekeurige namen.
1. Yates. Een van de twee, dat is lekker makkelijk. Maakt me niet uit, ik kan ze toch niet uit elkaar houden. Adam scheert zich iets minder, dat schijnt dan het onderscheid te zijn. In ieder geval, als die knulletjes slim zijn gaan ze gewoon lekker aanvallen. Als een van de twee in de aanval gaat en die vlucht zou succesvol zijn, dan zijn ze meteen grote favorieten. Dit soort werk is ideaal voor die jongens.
2. Kruijswijk. Het is bijna de derde week, dus ik verwacht ondertussen toch wel iets van de kleerhanger. Hopelijk kan hij nu al wat moois laten zien en hoeft hij verder niet op Gesink te letten. Hop hop hop.
3. Arredondo. Vorig jaar was Julian zo goed, dit jaar is het best treurig. Dit kleine klimmertje, met zijn kinderfietsje, mag ondertussen wel eens wat laten zien. Daar is deze etappe bij uitstek geschikt voor. Colombiaantjes moeten even wat minder kort worden gehouden.
4. Sepulveda. Omdat Eduardo ook nog helemaal niets heeft laten zien. Beetje aanklampen, leuk. Hup, aanvallen met je kadaver. Maak Argentinië trots.
5. Maté. Cofidis laat ook weer bar weinig zien. Normaal valt Maté nog wel op, met zijn vlechtje. Nu ook niet eens, totaal onzichtbaar weer die ploeg. Hebben stiekem best een groot budget, met het geld dat er in die ploeg gepompt wordt zouden ze gewoon mee kunnen doen aan de World Tour. Willen ze niet, ze blijven liever op een wat lager niveau actief. Is ook wel te zien aan de prestaties, treurig weer.

Etappe 15: Mende - Valence, 183 km

Dat op Nelson Mandela Day een renner van de eerste Afrikaanse ploeg in de Tour wint is natuurlijk een prachtig verhaal. Op de geboortedag van Nelson Mandela was de Brit Stephen Cummings twee Fransen te snel af. De Fransen keken vooral veel naar elkaar en daar kon Cummings van profiteren. Bijkomend voordeel voor Cummings was dat Pinot als een oud wijf door de bochten ging. Een overwinning voor MTN-Qhubeka, een ploeg met een mooi verhaal en een heel goed doel. Cummings stak bij het passeren van de streep zijn hand omhoog en beelde daarmee het symbool van Qhubeka uit. Een handreiking, maar dan nog wel een waar je zelf wat moeite voor moet doen. Was nog mooier geweest als er een renner uit Zuid-Afrika had gewonnen, maar je kan niet alles hebben. Dit was mooi genoeg, met name ook het gepruts van de Fransen. Nu gaan we verder met de laatste rit voor de rustdag. We zitten in het weekend, dan verwacht je een goede bergrit. Is nu geen sprake van, het eerste gedeelte van de etappe is nog wel flink heuvelachtig, maar het laatste deel van de etappe is het volledig vlak. Kan zomaar nog een etappe voor sprinters worden en dat op een zondag. De zware ritten in de Alpen krijgen we pas na de rustdag.

MgHYRi3.jpg
PROFIL.png

Waar de vorige eindigde op een vliegveld buiten Mende, zal deze etappe starten in Mende zelf. In de buurt van de kathedraal beginnen de renners aan de laatste etappe van de tweede week. Mende is een stad met 12.000 inwoners en voor de tweede keer vertrekt hier een rit. De eerste keer was in 1995, daags nadat Laurent Jalabert won op de Côte de la Croix Neuve zou er in Mende een rit vertrekken richting Revel. Deze rit van 245 kilometer werd gewonnen door de Oekraïner Sergey Oesjakov, zijn enige ritoverwinning in de Tour. Deze rit is beduidend korter, maar nog steeds best lastig. In de neutralisatie fietsen de renners Mende uit, naar de vallei van de rivier Le Lot. Als de koers net bezig is fietsen de renners nog een paar kilometer langs die rivier, maar al snel gaat het klimmen beginnen. Na 9,5 kilometer komt het peloton al boven op de eerste klim van de dag, de Côte de Badaroux. Een beklimming van de derde categorie, 4,6 kilometer lang en 5,1% gemiddeld.

Cath%C3%A9drale_Notre-Dame_et_Saint-Privat_-_Mende_-Loz%C3%A8re.jpg

Op de top van de Côte de Badaroux zijn de renners eigenlijk pas net begonnen. Er gaat nog 9 kilometer verder geklommen worden, richting Côte de la Pierre Plantée. Dit stuk is wel een stuk makkelijker, het gaat eigenlijk vals plat omhoog. Procentje of 2, af en toe 3. Stelt niet zo gek veel voor. Als de renners dan echt boven zijn komen ze op een soort van plateau terecht. Het blijft een aantal kilometer redelijk vlak, na 36 kilometer komen ze uit in Chasseradès en in bijna 20 kilometer is er minder dan 100 meter gedaald. Na Chasseradès gaat het weer even een klein beetje omhoog, maar al snel mogen de renners weer verder in dalende lijn. We fietsen nu op de grens van twee departementen, Lozère en Ardèche. Een paar kilometer fietsen we precies op die grens, maar na het passeren van het gehucht Luc wordt dan toch echt voor de Ardèche gekozen.

2010.Luc-46.jpg

Na 53 kilometer fietsen we dan door de Ardèche en hier begint het langzaam weer omhoog te lopen. Heel langzaam, tot Saint-Étienne-de-Lugdarès, na 60 kilometer, is het nog eigenlijk gewoon vlak. Een paar kilometer na dit dorp begint de tweede klim van de dag. De renners moeten de Col du Bez gaan bedwingen, een klimmetje van de vierde categorie. Is 2,6 kilometer lang en 4,4% gemiddeld. Niet echt heel erg zwaar, maar na afgelopen week zal alles wel zwaar aanvoelen. Op de top van dit klimmetje is er geen afdaling, er wordt bijna meteen beginnen aan de volgende klim. Slechte wegen wel hier, tenzij er sinds 2011 iets aan is gedaan. Het derde klimmetje van de dag is de kortste, de Col de la Croix Bauzon is 1,3 kilometer lang en 6,2% gemiddeld. Weer een klimmetje van de vierde categorie. Hierboven ligt nog een skistation, ook in de winter is hier genoeg te doen.

13juillet165o.jpg

Boven op de Col de la Croix Bauzon hebben de coureurs 73 kilometer afgelegd. Het is voorlopig even gedaan met het klimmen, een bochtige afdaling richting La Souche volgt. De afdaling is ongeveer 13 kilometer lang en er wordt aan bijna 6% gemiddeld afgedaald. Eigenlijk is deze kant van de klim een stuk interessanter. Bochtige afdaling dus, de renners fietsen bijna de hele afdaling langs een ravijn en de bochten zijn bijna ontelbaar. Niet echt de meeste venijnige bochten, allemaal goed in te schatten en prima te doen. Na 87 kilometer komen de renners aan in La Souche en zijn ze bijna helemaal beneden. We fietsen net als tijdnes de vorige etappe weer door een mooie omgeving. Talloze mooie dorpjes, gebouwd op heuvels. Een paar van die dorpjes zijn La Souche en Jaujac, waar de renners na 93 kilometer passeren. Hier krijgen de renners weer te maken met een klein stukje bergop, maar daarna daalt het snel weer verder richting de tussensprint van de dag in Aubenas. Dit is een lastige tussensprint, in de laatste kilometer richting die sprint moeten er nog 50 hoogtemeters overwonnen worden. Toch aan bijna 5% omhoog dus in Aubenas. Ook best een mooi stadje.

cadt07_al_aubenas_gf.jpg

Als de tussensprint is geweest kan de koers echt interessant gaan worden. Dit is een etappe waar iets van te maken valt, maar dan moeten de renners daar wel hun best voor gaan doen. Niet ver buiten Aubenas begint de weg omhoog te lopen en tien kilometer na de tussensprint gaat de laatste beklimming van de dag echt beginnen. Na 126 kilometer, op iets minder dan 60 kilometer van de streep, gaan de renners boven komen op de Col de l'Escrinet. Deze klim van de tweede categorie is in totaal 14 kilometer lang, maar de organisatie telt alleen de laatste 8 kilometer mee. Dit zijn ook de zwaarste kilometers. De andere kilometers komt het niet boven de 3%. Als de klim echt begint krijgen de renners meteen een kilometer aan 7,5%, maar zwaarder dan dat wordt het niet meer. Het blijft de rest van de klim tussen 5 en 6% stijgen. Niet echt de zwaarste klim van allemaal, maar na twee zware weken kan je hier alle sprinters lossen als je een beetje gas geeft.

Escrinet_suzon_2005.JPG

Iedereen die gelost wordt heeft genoeg tijd om terug te komen. Na de top volgt een afdaling van bijna 20 kilometer. Het eerste deel van deze afdaling is bochtig en brengt de renners naar Privas. De weg is zo'n beetje tien meter breed, dus echte problemen hoeven we hier niet te verwachten. Hier zou zelfs Pinot redelijk vlot door moeten komen. Ook niet echt een hele steile afdaling, gaat minder steil naar beneden dan dat het naar boven ging. Een afdaling die niet echt technisch is, maar waar je gewoon alsnog hard moet trappen. Als er een paar ploegen rijden en dat ook in de afdaling blijven doen, is er wel minder kans voor achtervolgers om terug te keren. Geen technische passages waar je tijd goed kan maken door als een debiel door te bocht te vliegen. Als de renners Privas hebben gepasseerd daalt het nog een kilometer of tien verder richting Le Pouzin. In de buurt van Le Pouzin wordt de omgeving erg mooi, de renners fietsen dan langs de rotswanden.

uZ5nSor.jpg

Beneden in Le Pouzin komen we uit bij de Rhône. Deze rivier blijven we nu een hele tijd volgen. In Le Pouzin hebben de renners 152 van de 183 kilometer gehad. Veel is er niet te melden over de laatste 30 kilometer. Het gaat lange tijd rechtdoor richting Valence, langs de Rhône. Na 157 kilometer wordt La Voulte-sur-Rhône gepasseerd, daar is een mooie brug. Aan de linkerkant zijn allerlei dorpjes verstopt in de heuvels, maar daar fietsen we helaas niet door. We fietsen aan de rand van de Ardèche en aan de linkerkant liggen de mooie heuvels voor het oprapen. Je zou van deze etappe echt iets heel moois kunnen maken, maar de ASO weet dat weer grondig te verneuken. Zo'n rit op een zondag, topshowtje hoor. Op 14 kilometer van de streep wordt Soyons gepasseerd. Op het plateautje boven Soyons staat een scheve toren. Op een kilometer of zes van de streep steken we eindelijk de Rhône over en fietsen we Valence binnen.

xQ1ZssE.png

Genoeg bochten en rotondes in de laatste kilometers. Met het binnenfietsen van Valence zijn we ook meteen het departement Drôme binnengefietst. De Ardèche ligt helaas achter ons, daar was veel meer uit te halen geweest. De brug waarover de renners Valence binnenfietsen is ook echt 10 meter breed. Daarna wordt het interessant, de weg wordt een stuk smaller. Belangrijk punt om goed van voren te zitten. Op iets meer dan vijf kilometer van de streep is er een leep bochtje naar rechts, door een winkelstraat fietsen de renners nu naar de echte obstakels van de finale. Op iets meer dan vier kilometer van de streep een rotonde. Op vier kilometer van de streep begint het een beetje omhoog te lopen, de renners slaan linksaf en meteen gaat het omhoog. 21 hoogtemeters worden overwonnen in minder dan een kilometer, toch nog best een vervelend pukkeltje. Bij de volgende rotonde, die links gepasseerd moet worden, is het alweer gedaan met het klimmen. De laatste drie kilometer richting de streep is het vlak. Wel nog een goede bocht op drie kilometer van de streep, na die bocht komen de renners op een brede weg terecht. Deze weg loopt praktisch twee kilometer rechtdoor. In de slotkilometer krijgen de renners nog te maken met een rotonde, die ze rechts nemen. Die rotonde is nog best dicht bij de streep, op een meter of 400. Die laatste meters gaat het wel rechtdoor. De finish is vlak voor het Stade Georges Pompidou, het stadion van de lokale voetbalclub, met een prachtige sintelbaan. Club komt uit op het vijfde niveau in Frankrijk ofzo, kunnen er niets van. Wordt ook wel eens iets met atletiek gedaan.

3658

Valence is een stad met 64.000 inwoners, een stad op de grens van de Ardèche en Drôme, aan de oevers van de Rhône. Twee renners van AG2R zijn geboren in Valence, Axel Domont en Guillaume Bonnafond. Helaas voor die jongens zijn ze er zelf niet bij. Deze stad maakt voor de tweede keer deel uit van de Tour de France. De eerste keer was in 1996. Een rit die vertrok in Gap, met aankomst in Valence. De Colombiaan Chepe González won deze rit, hij werd duidelijk niet kort gehouden. Later zou deze Colombiaan, in dienst van het roemruchte Kelme, nog meerdere ritten in de Giro winnen en ook een paar keer de bergtrui veroveren. De Giro lag hem wat beter dan de Tour. Gonzalez was vooral een aanvaller en een goede klimmer. De tweede winnaar in Valence zou zomaar een sprinter kunnen zijn. Nogal een contrast.

Kiosque_2004-09-18_009.jpg

Het blijft warm in Frankrijk, tijdens deze rit zal het weer op z'n minst 30 graden worden. Waarschijnlijk nog wel warmer dan dat. Het zal wel droog blijven, er wordt geen neerslag voorspeld. Ook weinig wind, wederom een hele warme dag. Om 13:00 vertrekken de renners uit Mende en vijf minuten later is de neutralisatie voorbij. Tussen 17:09 en 17:33 zouden ze aan moeten komen in Valence. Om 14:10 zal de NOS er weer bij zijn met wat nutteloze interviews en itempjes. Kwart over twee zal Sporza gewoon beginnen met de koers.

Als er flink wordt gekoerst tijdens deze rit zou het nog best leuk kunnen worden. In principe kan je in dit gebied een fantastische heuvelrit uittekenen, maar als je de hele tijd de Rhône volgt wordt het niets natuurlijk. Best wel een gemiste kans, want een potentiële sprintersrit in het weekend wil niemand, lijkt me. Kan alle kanten op met deze etappe. Kan iets voor een groepje vluchters worden, aangezien het eerste deel van de etappe niet echt te controleren is en niet iedere ploeg zin zal hebben om te rijden. Als ploegen stiekem toch zin hebben om te rijden kan het dan weer een massasprint worden. De laatste beklimming van de dag zal wel vrij beslissend zijn. Als daar echt hard wordt gereden zijn de Greipeltjes en Cavendishjes van deze wereld wel verdwenen. Hebben ze nog 60 kilometer om terug te komen. Kan lukken als ze nog flink wat knechten in de buurt hebben, anders wordt het lastig. Als er in het eerste deel van de etappe goed wordt gekoerst zal het niet voor een Greipel zijn. Als er een bejaardentempo is zal iedereen er nog zijn. Ik denk dat in ieder geval Sagan nog wel een ritje wil en ook bij Giant zullen ze nog steeds wel in Degenkolb geloven. Die ploegen zullen wel wat gaan ondernemen. Toch een sprint, met een uitgedunde groep.
1. Degenkolb. Eigenlijk is Sagan een logischere naam, maar die wint toch niet. Dan kom je toch bij Degenkolb uit, omdat Cavendish en Greipel er misschien niet bij zullen zijn. Niet dat Degenkolb zo'n zekerheidje is, maar wint toch net wat makkelijker dan Sagan.
2. Sagan. Genot.
3. Demare. Klimt best behoorlijk deze Tour. Of nouja, voor een sprinter dan. Bakt er in de sprints zelf alleen nog niet veel van. Was waarschijnlijk niet echt slim van FDJ om Bouhanni te laten gaan en alles op Demare te zetten. Misschien dat hij in een uitgedunde sprint wel wat kan bereiken.
4. Coquard. Komt ook nog wel aardig over wat heuvels. Zal vast wel lossen als er flink hard wordt gereden, maar iets later dan wat andere sprinters. Heeft dan meer kans om terug te komen om daarna een anonieme vierde plaats te halen in de sprint. Als iedereen er bij is heeft hij toch moeite om echt wat uit te richten.
5. Cimolai. Als het moet komt hij ook wel aardig over een heuvel. Wat we tijdens deze etappe krijgen is wel wat meer dan een heuvel, maar toch zou dit wel moeten lukken. Goede kans voor hem om nog eens een leuke ereplaats te halen.

[ Bericht 0% gewijzigd door johannes_vermeer op 21-07-2015 14:47:45 ]
pi_154513850
Etappe 16: Bourg-de-Péage - Gap, 201 km

Op zondag een tamelijk saaie rit voor de sprinters, dat was wel een kleine tegenvaller. Er werd nog wel enigszins gekoerst in het begin van de rit, maar het bleek dan allemaal toch niet lastig genoeg om echt veel jongens te lossen. Niet erg dat er nog eens een kans voor de sprinters was, want zoveel zijn er nog niet geweest. Had alleen wel op een andere dag gekund, doe zo'n rit maar doordeweeks. Greipel was weer indrukwekkend sterk, hoewel je ook zou kunnen zeggen dat het logisch is dat hij Degenkolb en Sagan verslaat in een vlakke finale. Kristoff valt eigenlijk weer tegen, daar hadden we toch meer van verwacht. Ook op dit gebied bakken de Fransen er niets van, het is niet hun Tour. Vaak is de rustdag op een maandag, maar dit jaar is het dinsdag pas. De renners moeten dus nog een keer aan de bak en krijgen te maken met een etappe die op papier een van de interessantste van deze Tour is. Eindelijk eens een keer een aankomst na een afdaling, beetje variatie is altijd goed.

9EnaV39.jpg
PROFIL.png

De zestiende etappe van deze ronde zal ons richting de Alpen brengen. De start van deze rit is in Bourg-de-Péage. Een dorp met 10.000 inwoners, net boven Valence, aan de Isère. Een erg spannend dorpje is het niet, ooit werden hier veel hoeden en petten gemaakt maar die industrie is verdwenen. De oude fabrieken staan er nog wel. Bourg-de-Péage is voor de tweede keer een startplaats in de Tour de France. De vorige keer was in 2010, toen er een rit vertrok richting Mende. Mende kennen we ook nog wel, daar zijn we de afgelopen dagen geweest. Die rit in 2010 werd gewonnen door Joaquim Rodriguez. Hij zou nu weer een rit kunnen winnen met vertrek in Bourg-de-Péage. Zou zomaar een rit voor een groepje vluchters kunnen zijn en zo gek zou het niet zijn als hij weer aan gaat vallen. Kort na de start steken de renners de Isère over en verlaten ze Bourg-de-Péage via Romans-sur-Isère.

bourg-de-peage-2-1024x640.jpg

Na een kwartiertje geneutraliseerd fietsen starten de renners dan echt in de buurt van Granges-les-Beaumont. De eerste kilometers van de rit zijn volledig vlak. We fietsen eerst door het dal van de Isère en komen daarna in het dal van de Rhône terecht. Er wordt een kilometer of 50 door deze vallei gefietst, tot het dorpje Crest. Hier wordt de rivier La Drôme bereikt, in dat departement zitten we ook nog steeds. Hier begint de weg langzaam omhoog te lopen. Een kilometer of 70 zal het omhoog lopen voor de eerste klim echt begint. In die tijd worden 600 hoogtemeters overwonnen, erg steil is het dus niet. Grotendeels vals plat en soms ook gewoon helemaal plat. Na 86,5 kilometer is het tijd voor de tussensprint van de dag in Die. Een dorpje met 4000, gelegen aan de voet van het Massif de Vercors. Aardig dorpje nog wel, oude stadsmuren, stadspoort, prima kerkje, nog een ruïne in de buurt. Ook nog eens een goede rivier in de buurt om op te kanoën, wat wil een mens nog meer. Het is geen vlakke tussensprint, het loopt al de hele tijd op en in Die gaat dat vrolijk verder. Toch hebben we het dan maar over een paar meter hoogteverschil, ook weer niet heel spannend.

Die_08_2006_088.jpg

De renners blijven La Drôme volgen en de weg blijft omhoog lopen. De weg is hier redelijk breed en het gaat best een tijd gewoon rechtdoor. Als de renners na 105 kilometer Luc-en-Dois passeren wordt het wat bochtiger. Hier loopt het ook even wat steiler omhoog, maar dat is ook vrij snel weer gedaan. Na 120 kilometer wordt Beaugières gepasseerd. De omgeving is hier best fraai te noemen, langs de Drôme zijn genoeg mooie rotswanden en willekeurige rotsen naast de weg. Vooral in de omgeving van Luc-en-Diois ziet het er bijzonder mooi uit. Als de renners na 120 kilometer Beaugières passeren hebben ze een kilometer of 70 vals plat achter de rug en gaat het echte klimwerk beginnen, hoewel deze klim ook niet meteen de zwaarste van allemaal zal zijn. In deze lange etappe, pas de tweede die langer is dan 200 kilometer, zit het venijn zeker in het tweede deel. Op 80 kilometer van de streep gaan de renners beginnen aan de Col de Cabre.

27103536.jpg

De Col de Cabre is 9,1 kilometer lang en 4,6% gemiddeld. Eigenlijk ook helemaal geen lastige klim dus, vooral ook omdat het nooit echt steil wordt. Best een regelmatige klim, het blijft continu tussen de 4 en 5% schommelen. Richting de top wordt het zelfs nog makkelijker, de laatste kilometer stijgt het nog maar aan 3%. Zwaarder dan 5,5% zal het niet worden in deze negen kilometer. Echt spektakel hoef je hier in principe niet te verwachten, hoewel we nu natuurlijk wel gaan beginnen aan de derde week en de afgelopen twee weken al heel zwaar zijn geweest. Als er hier een beetje door wordt gereden zullen er vanzelf een hoop renners afhaken, maar ik verwacht niet dat er hier al echt koers wordt gemaakt. Boven op de top is het nog 70 kilometer tot de finish in Gap. De klim kwam al eens eerder voor in de Tour, in 2010. Was toen de enige klim in een rit van Sisteron naar Bourg-lès-Valence, ook niet echt een scherprechter toen, dat was een etappe voor de sprinters. Een beklimming van de derde categorie toen, nu is het er een van de tweede.

10658.jpg
879.gif

Het begin van de afdaling ziet er best mooi uit, al vrij snel mogen de renners door een mooi tunneltje. Het uitzicht blijft geweldig, hoewel de renners er niet echt van zullen kunnen genieten. Nog best een technische afdaling, met redelijk wat bochten. Een aantal haarspeldbochten kort achter elkaar, ziet er nog best lastig uit. Dit is alleen in de eerste kilometers van de afdaling, na het passeren van het dorpje La Beaume wordt de afdaling makkelijker. Vijf kilometer goed afdalen en daarna wordt het simpel. Het gaat zo'n beetje zeven kilometer rechtdoor richting Saint-Pierre-d'Argençon, waar het gedaan is met het dalen. Hier begint de weg weer langzaam omhoog te lopen. Na het passeren van Saint-Pierre-d'Argençon komen de renners vier kilometer later door Aspres-sur-Buëch en in deze kilometers zitten nog een paar bochten. Daarna gaat het echt kilometers lang rechtdoor. Weer eens door een mooie vallei, overal zijn de bergen al te zien. Na 153 kilometer wordt Veynes gepasseerd en vanaf dit dorpje loopt het 20 kilometer vals plat omhoog.

vtt-devoluy_03_hr.jpg

Een kaarsrechte weg die licht omhoog loopt richting La Roche-des-Arnauds, waar het peloton na 165 kilometer passeert. Het gaat nog een klein beetje verder omhoog richting La Freissinouse, eenmaal daar voorbij volgt er een afdaling richting Gap. Afdaling over een brede weg, stelt niet zo gek veel voor. Na 177 kilometer wordt Gap dus al eens gepaseerd. De finish wordt nog niet gepaseerd, van een lokaal rondje kan je dus net niet spreken. Lang fietsen we niet door Gap, de stad wordt zo snel mogelijk weer verlaten en buiten Gap begint meteen de laatste klim van de dag. De Col de Manse, een beklimming van 9 kilometer aan 5,6%. Een beklimming van de tweede categorie, die makkelijk begint, maar toch nog wel wat lastige stroken kent. Nooit echt heel erg lastig, maar wel genoeg om nog wat verschillen te creëren. Het is een lange rit en de renners fietsen al meer dan een week aan een stuk, als er op deze klim tempo wordt gemaakt zullen er nogal wat renners in de problemen komen. Op de top van de Col de Manse is het nog 12 kilometer tot de finish.

Col-de-Manse_Gap_profile.jpg

Het verhaal van de Col de Manse zit vooral in de afdaling. Boven op de top slaan de renners rechtaf richting La Rochette en na het passeren van dit gehucht wordt de afdaling echt link. Het is een smal weggetje, met enkele bochten die je gerust heel lastig mag noemen. Het asfalt hier is ook niet echt fantastisch, vooral niet als het warm is. Het bekendste verhaal van de afdaling van deze col is het verhaal van Joseba Beloki. In 2003 was het ook nogal warm en het smeltende asfalt zorgde ervoor dat Beloki de controle over het stuur verloor. Hij viel op een verschrikkelijke manier en brak zo'n beetje alles. Lance Armstrong zat direct achter hem en kon hem alleen ontwijken door een weiland in te duiken. Een stukje verder sloot Armstrong weer aan. Beloki sloot niet meer aan, na drie jaar achter elkaar op het podium te hebben gestaan eindigde zijn carrière hier. Hij probeerde nog wel terug te komen in de jaren daarna, maar de blessures die hij in deze afdaling opliep bleken te ernstig om nog een fatsoenlijk niveau te halen. Dat is niet de laatste keer geweest dat deze afdaling in de Tour is voorgekomen. In 2013 nog, Alberto Contador probeerde toen nog wat in deze afdaling maar kwam ten val. Nam bijna Chris Froome mee, die kwam in het gras terecht en bleef op een onorthodoxe manier alsnog op zijn fiets zitten. Deze afdaling is echt technisch en lastig, dat blijkt iedere keer weer. Vooral nu het weer heel warm gaat worden is dit een extreem lastige afdaling. In 2011 maakte Contador van deze afdaling gebruik om Andy Schleck op meer dan een minuut te rijden. Je kan hier dus zeker wel tijd pakken op de mindere dalers, alleen even opletten dat je niet teveel risico neemt. Ook opletten voor het smeltende asfalt, met de groetjes van Joseba.

beloki-618x440.jpg
51454_000_par2004060713399_m.jpg

Als de renners die laatste bocht hebben gehad, waar Beloki onderuit ging en Armstrong even aan een stukje veldrijden deed, komen ze beneden in Pont-Sarrazin en is het bijna rechtdoor richting de streep in Gap. In de laatste drie kilometer nog wel een stuk of vier rotondes, maar verder weinig uitdagingen. Het blijft eigenlijk dalen tot de streep, helemaal vlak wordt het niet meer. In de slotkilometer loopt het richitng de finish weer een beetje omhoog. Een opvolger voor Rui Costa wordt gezocht, de Portugees die toen nog in dienst van Movistar reed bleek in de Tour ontzettend sterk te zijn als hij de aanval zocht. Nadat hij vroeg in de ronde al veel tijd verloor mocht hij in de aanval gaan en dat ging hem best aardig af. Hij won twee ritten, waaronder de rit naar Gap, waar hij de tegenstand deklasseerde op de laatste klim. In de afdaling verloor hij geen tijd meer, hij pakte eigenlijk alleen maar meer tijd. Hij zal het nu niet kunnen herhalen, hij reed deze Tour vrij teleurstellend en stapte al vroeg af. De rit in 2013 finishte op dezelfe plek als deze rit, de hele finale was ook praktisch hetzelfde.

Stage-1432649125.jpeg
ruicostagap.jpg

Gap is al ontzettend vaak finishplaats geweest in de Tour. Vaak een plaats waar vluchters winnen. In 2011 won Thor Hushovd, uit een vlucht. Hij deed wat Sagan al een paar keer heeft geprobeerd, vroeg in de aanval gaan en dat dan tot de finish volhouden. In 2011 versloeg Hushovd landgenoot Boasson Hagen in de sprint. Een rit die ook weer heel erg leek op de rit die we nu gaan krijgen. Kunnen dus best verschillende type renners winnen in Gap, geschikt voor een sterke klimmer als Rui Costa maar ook een geblokte Noor kan de Col de Manse dus aan. Een jaar eerder was er weer een rit met aankomst in Gap, wel met een andere finale. Sergio Paulinho won deze rit uit een vlucht, de Col de Manse zat toen een keer niet in het parcours. In 2006 won de zinksnijder Fedrigo dan weer in de straten van Gap. De eindbaas van het peloton, Alexandre Vinokourov, won in 2003. De rit die ontsierd werd door de val van Beloki werd een prooi voor de Kazach, die in 2003 zijn doorbraak beleefde. Een dag eerder werd hij ook al tweede op Alpe d'Huez, achter een ontketende Iban Mayo. Vino zou derde worden in die Tour.

1310992346_5.jpg?v1

Gap is een stad die echt vaak voorkomt in de Tour, de stad met 42.000 inwoners in de Hautes-Alpes komt nu al voor de 24e keer voor volgens het roadbook, maar voor mijn gevoel is het al de 100e keer. Kan ook liggen aan het feit dat Gap ook wel eens voorkomt in de Dauphiné. Vorig jaar nog, ook in de Dauphiné zou het een rit worden voor vluchters. De Rus Yury Trofimov zou toen winnen. Jelle Nijdam won in 1989 in de straten van Gap, ook nog een beetje Nederlands succes in deze stad dus. Gap is de hoofdstad van de zuidelijke Alpen, volgens Gap zelf dan. Het moet het vooral van toerisme hebben, wat nog wel aardig wil lukken vanwege de goede ligging. Het centrumpje is ook nog wel acceptabel, maar niet direct heel spectaculair. Na een jaartje afwezigheid dus terug in de Tour. Vaak vertrekt er in Gap ook nog eens een rit, nadat er een dag eerder een rit aangekomen is. Zal nu niet het geval zijn, maar tijdens de rustdag zullen de meeste ploegen wel in Gap blijven.

Gap018.jpg

Het gaat dus wederom absurd warm worden. Dik boven de 30 graden, hetzelfde verhaal als de afgelopen dagen. Geen kans op neerslag en waarschijnlijk ook maar weinig wind. Ik heb medelijden met de jongens die tijdens de vijftiende rit al zo snel gelost werden. Gaan het wederom lastig krijgen. Deze rit, met temperaturen dus flink boven de 30, zal beginnen om 12:25. Een kwartier later begint de koers echt. Tussen 16:36 en 16:59 worden de renners voor het eerst in Gap verwacht, rond die tijd beginnen ze dan ook aan de Col de Manse. Finish wordt dan weer verwacht tussen 17:07 en 17:34. Om 14:10 zal de uitzending weer beginnen bij de NOS, rond die tijd ook bij Sporza. Begint een beetje voorspelbaar te worden.

Normaal is Gap altijd een rit die gewonnen wordt door een vroege vluchter. Dat zou nu ook zomaar het geval kunnen zijn. Het parcours is bijna hetzelfde als tijdens de vorige ritten naar Gap en dat was dus blijkbaar best uitnodigend voor vluchters en minder voor het peloton. We beginnen aan de derde week, er zullen een hoop vermoeide mannen in het peloton zijn. Ik denk niet echt dat er iemand in het peloton echt zal willen controleren. Kan zo zijn dat mannen als Valverde, Contador en Nibali iets willen proberen in de afdaling van de Col de Manse, maar denk niet dat die ploegen dan de hele dag op kop gaan rijden. In dat enorme stuk vals plat in het begin van de etappe zal een kopgroep wel een grote voorsprong bij elkaar rijden. Zal daarna Movistar wel op kop gaan rijden in de hoop wat jongens van Sky te lossen op die klimmetjes. Stort Valverde zich daarna naar beneden met Nibali, om een paar seconden te pakken. Contador zal na zijn valpartijtje in 2013 nu wel iets minder zin hebben om hier flink aan de boom te schudden. Froome kan niet echt dalen, maar in 2013 ging het hem nog best aardig af. Als er nog wat Skyborgs om hem heen zitten zal het wel meevallen met de schade die hij eventueel op kan lopen. Je zou 'm eigenlijk moeten isoleren om het nog een beetje leuk te maken, maar het is de Tour dus zulke mooie scenario's gaan we niet krijgen. Tijd voor vijf willekeurige namen.
1. Kwiatkowski. Ja, dit moet dan eindelijk de rit voor de wereldkampioen worden. D'n Loller heeft het al een paar keer geprobeerd, zonder veel succes. Drie keer scheepsrecht zou nu op kunnen gaan. Deze rit is wel in zijn voordeel, die afdaling kan hij goed aan. Je zag tijdens de vorige rit dat hij wel wat kan met een fiets, springen over stoeprandjes alsof het niets is. Hij moet nu ook wel eens tonen dat hij de 3,5 miljoen per jaar die Sky hem aan heeft geboden echt waard is.
2. Martin. Dan was een beetje ziekjes de afgelopen dagen, maar het schijnt nu weer beter te gaan. Dan is dit ook wel weer een geschikte etappe voor hem. Ook niet echt een meesterdaler alleen, dus zal flink wat voorsprong moeten pakken op de laatste klim als hij echt wil winnen.
3. Kruijswijk. Derde week, tijd om Kruijswijk bij iedere etappe te gaan noemen. We zijn nu op zijn domein aangekomen, niemand kan hem meer tegenhouden. Behalve het feit dat hij niet echt goed kan dalen. Gaat vaak vierkant door de bocht, maar dat zouden we met zo'n Bianchi en die bandjes allemaal doen natuurlijk. Wel jammer, daardoor verdwijnt meteen zijn kans op de overwinning.
4. Voeckler. Het is wel weer eens tijd voor Titi. Tong uit de bek en gaan, helemaal niks mis mee. Al die andere sukkels van zijn ploeg lukt het toch niet, hij moet nu even het goede voorbeeld gaan geven. Oké, dat lukte hem zelf een paar dagen geleden ook niet, maar Voeckler blijft een opmerkelijke renner. Kan zomaar weer helemaal in orde zijn.
5. KUDUS. Merhawi mag wel een keer in de aanval ondertussen. Ik bedoel, al dat supporteren doe ik ook niet voor de lol natuurlijk. Mag wel een keer beloond worden. Beetje lullig anders. :{

Pinot zal ook wel weer in de aanval gaan, maar ik vrees voor Belokiaanse toestanden als hij hier af moet dalen. Rust in vrede, ledematen van Thibaut.
pi_154537901
Etappe 17: Digne-les-Bains - Pra Loup, 161 km

De laatste rustdag is geweest, het is tijd voor de laatste loodjes. De tweede week was eigenlijk een redelijk tegenvallende week. Direct na de eerste rustdag vernederde Froom de tegenstand en wist hij de Tour al te beslissen. Dit leidt natuurlijk altijd tot de nodige beschuldigingen, maar daar had Sky wat op bedacht. Er werden wat gegevens openbaar gemaakt. Is alleen wel lullig als dan al vrij snel blijkt dat er niet veel van die cijfers klopt. Wel een leuke poging! Er zijn ongetwijfeld ook genoeg naïeve mensen die er weer in zullen trappen. Want naïef, dat willen heel veel mensen nog steeds zijn. Praten over doping, dat mag niet. Geen idee in welke wereld die mensen leven, maar ze zijn er. Doping is bij deze sport net zo essentieel als het hebben van twee wielen. Zonder gaat het hele feest niet door. Na de rit waarin Froome de Tour won kregen we een paar ritten voor de vluchters. Majka was ineens weer in vorm en wist een rit te winnen. Een dag later pakte Rodriguez zijn tweede rit. Voor het algemeen klassement gebeurde er niet veel, het was redelijk saai. De dertiende etappe naar Rodez werd gewonnen door Greg Van Avermaet. Ik geloof het eigenlijk nog steeds niet, maar ik heb wel flink wat olvarit ingeslagen. De veertiende rit was misschien wel de mooiste rit van vorige week. Twee Fransen leken voor de overwinning te gaan, maar Stephen Cummings was ze te snel af. Een overwinning voor de Afrikaanse ploeg MTN-Qhubeka op Mandela Day. De vijftiende rit werd er weer een voor Greipel, was de eerste massasprint sinds de zevende rit. Op de dag voor de rustdag ging de overwinning naar een vertegenwoordiger van het oude wielrennen, Rubén Plaza. Voor het klassement gebeurde er weer niet veel, Barguil moest voor alle spanning en sensatie zorgen door Geraint Thomas in het skoekeloen te smijten. Nu is het tijd voor de slotweek, hoewel die week al even bezig is. We gaan de Alpen in, vier dagen achter elkaar flink klimmen, met drie aankomsten bergop. De eerste van die aankomsten is op Pra Loup, met de Col d'Allos ervoor. Kennen we nog van de Dauphiné van dit jaar.

YC2un53.png
PROFIL.png

De eerste van vier bergritten op een rij start in Digne-les-Bains. Het is de 13e keer dat de Tour hier is. Voor het laatst was dat in 2008, de 14e rit in de Tour van dat jaar zou van Nîmes naar Digne-les-Bains gaan en gewonnen worden door Oscar Freire. In 2005 was er een rit van Briançon naar Digne-les-Bains, deze rit werd gewonnen door de Franse rittenkaper David Moncoutié. Hij won op 14 juli en bezorgde de Fransen een mooie feestdag. Met Eddy Merckx heeft Digne-les-Bains nog een grote naam op de erelijst staan, hij won in 1969 een rit met finish in dit stadje met 18.000 inwoners in het departement Alpes-de-Haute-Provence. Er vertrokken ook wel eens ritten hier. Een dag na de overwinning van Merckx in 1969 vertrok de rit in Digne-les-Bains om in Aubagne te eindigen. Met Felice Gimondi won er toen weer een grootheid. De vijfde rit van het Criterium du Dauphiné 2014 zou ook starten in Digne-les-Bains. Deze rit is een kopie van die rit. Voor veel renners is het dus bekend terrein. Voor de start is er nog een minuut stilte, ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de crash met een toestel van GermanWings in maart 2015. Dat vliegtuig stortte in deze omgeving neer.

Digne_les_bains_-_vue_est.jpg

Enkele kilometers buiten Digne-les-Bains start de etappe echt. Direct na de start is er al een klein klimmetje, de Col de l'Ome. Een klein beetje vals plat omhoog, ongetwijfeld wel vervelend net na de rustdag. De renners fietsen langs het Ravin de Saint Jean, een ravijn waar mensen nog wel eens in willen klimmen. Hoeven de renners niet te doen, er volgt na het korte klimmetje een korte afdaling en daarna is het een aantal kilometer redelijk vlak. Richting de eerste serieuze col van de dag loopt het weer vals plat omhoog. De renners volgen de rivier L'Asse, die na een tijdje van naam veranderd in L'Asse de Blieux. Na 33 kilometer verlaten de renners die rivier, als ze het gehucht La Tuillière passeren. Hier begint bijna de eerste klim van de dag, de Col des Lèques. Een beklimming van derde categorie die zes kilometer lang is en 5,3% gemiddeld.

ya81th2h0k8c88s84w0scgk-col_des_leques_la_tuiliere_profile.gif

In werkelijkheid is de klim dus iets langer dan zes kilometer, maar het begin is niet echt interessant. Het is niet echt een zware klim, maar net na de rustdag willen mensen nog wel eens stramme benen hebben. We krijgen nog veel meer klimwerk, dus dit is wel een mooie opwarmer. Het stuk aan 8,8% is wel zwaar te noemen, wel jammer dat het daarna weer vlak wordt. Richting de top toch nog 6,6%, dat is zo makkelijk nog niet. Het is een mooi klimmetje, regelmatig goed uitzicht over de vallei en ook enkele mooie rotswanden langs de klim. Ook mogen de renners onder een mooie boog door. De klim zal de uitzending niet halen, dat is wel bijzonder spijtig. De omgeving hier mag je best prachtig noemen. Boven op deze col is er een afdaling van een kilometer of negen richting Castellane. Geen hele lastige afdaling, wel weer een mooi uitzicht. Een aantal haarspeldbochten, maar die zien er niet echt moeilijk uit. Na 48,5 kilometer komt het peloton in Castellane uit, wat best een mooi dorpje is. Lang zal daar echt niet van genoten worden, bij de eerste mogelijkheid gaan ze meteen linksaf het dorp weer uit.

col-des-leques_08_orig.jpg
col-des-leques_10_orig.jpg

Van Castellane fietsen de renners naar het Lac du Castillon. Mooi meertje, niks mis mee. Vlak na Castellane is er weer een klein klimmetje, daarna is het een kilometer of 10 vlak richting Saint-Julien-du-Verdon. Na het passeren van dit gehucht begint de tweede klim van de dag, de Col de Toutes Aures. Niet echt een bijzondere col qua percentages, deze beklimming van de derde categorie is zes kilometer lang en 3,1% gemiddeld. Makkelijke klim dus, paar stukjes nog aan 4%, maar over het algemeen gewoon vals plat te noemen. Een klim die het vooral van de omgeving moet hebben. Dat is allemaal weer prima in orde. Een afdaling van een kilometer of 11 volgt, maar dat is geen hele lastige afdaling. Wel genoeg bochten, maar de weg is redelijk breed en het ziet er allemaal niet zo gevaarlijk uit. Net voor het dorpje Annot zijn de renners na 78 kilometer beneden en gaan ze op weg naar de volgende klim.

02-toutes-aures_orig.jpg

Als Annot echt wordt gepasseerd na 80 kilometer begint het weer omhoog te lopen. Er zijn weinig vlakke kilometers in deze rit, het gaat nu vijf kilometer vals plat omhoog voor de derde klim van de dag gaat beginnen. De Col de la Colle Saint-Michel begint na 85 kilometer en is een beklimming van de tweede categorie. 11 kilometer lang en 5,2% gemiddeld, ook niet echt een zware klim. Wel vrij lang, in totaal zelfs 18 kilometer. De eerste kilometers die niet mee worden geteld is het ook nog niet zo zwaar. Een paar kilometer aan 2% en een paar kilometer aan 4%. Na het passeren van Le Fugeret begint de klim echt en zal het continu omhoog lopen tussen de 4 en 6&. Echt steil zal het niet worden, 6,2% schijnt de zwaarste strook van deze klim te zijn. Vooral door de lengte kan het nog lastig worden, qua percentages is het niet indrukwekkend. Na 96 kilometer komen de renners boven en gaan ze weer een stukje dalen. Daarna gaat er geklommen worden naar Allos. Hier zal de koers waarschijnlijk voor het eerst pas een beetje interessant worden.

Col_de_la_Colle_Saint_Michel_Les_Scaffarels_profile.gif
97208444.jpg

De afdaling van de Colle Saint-Michel is maar kort, maar wel nog heel listig. Vooral door het smalle weggetje waarover de renners moeten afdalen. Het is echt een heel smalle weg, als je hier een lekke band krijgt of een ander probleem hebt met de fiets heb je een probleem. Kan wel een tijd duren voor er een auto bij je is. Wel een mooie afdaling, de renners dalen af langs de rotsen. Een paar lastige bochten, vooral door de smalheid. Af en toe vrij lastig in te schatten, maar in de Dauphiné kwam iedereen hier ook door zonder ongelukken. Gelukkig is de afdaling maar kort, al vrij snel komen de renners uit in de vallei van de rivier Le Verdon. In deze vallei is het niet vlak, het begint al vrij snel omhoog te lopen. Na 111 kilometer komen de renners door Beauvezer, waar de tussensprint is. Richting de tussensprint loopt het op, maar in de laatste kilometer voor de tussensprint is het even vlak. Zal niet echt veel uitmaken, Sagan zal ongetwijfeld in de aanval gaan maar verder zullen er op dit moment niet veel sprinters meer bij zijn. Na de tussensprint gaat het gestaag verder omhoog en worden Villars-Colmars en Colmars-les-Alpes gepasseerd. In Colmars staan twee forten, wat een luxe. Het Fort de France en het iets mooiere Fort Desaix.

MJ5tkTSqLbJnN8Rllq6_Qm1o8ms.jpg

De renners fietsen verder langs de Verdon en komen na 123 kilometer uit in Allos. Hier gaat logischerwijs de Col d'Allos beginnen. Sinds de Galibier uit het parcours is geschrapt is dit het dak van de Tour. Hoger dan de 2250 meter van de Col d'Allos zullen we niet gaan. Degene die als eerste boven is op deze col zal de Souvenir Henri Desgrange krijgen, een aardige som geld. De Col d'Allos is 14 kilometer lang en 5,5% gemiddeld. Vooral lastig vanwege de lengte dus, qua percentages is het niet de spannendste klim van deze Tour. Wel een heel onregelmatige klim, begint aan 7%, maar daarna wordt het weer even wat makkelijker. Vervolgens weer 7%, om een stuk aan 6% ineens een kilometer aan 2% te krijgen. Richting La Foux d'Allos blijft het een beetje zo schommelen. Pas na het passeren van dit skidorpje, na een kilometer of zeven klimmen, wordt het interessant. De renners komen nu in een gedeelte met haarspeldbochten terecht en hier is de klim steiler. Er zitten nog wel wat makkelijke stroken tussen, maar ook flinke stukken aan 7 en 8%. De laatste zeven kilometer van de Col d'Allos zijn best lastig. Pas richting de top wordt het weer wat makkelijker. Als La Foux d'Allos gepasseerd is en de renners rechtsaf slaan om aan het tweede deel van de klim te beginnen wordt de weg ook een stuk smaller. Nog breed genoeg om met een paar man naast elkaar te fietsen, het zal vooral interessant zijn in de afdaling.

PROFILCOLSCOTES_1.png
08_Allos_S_d__orig.jpg

De Col d'Allos was vroeger een populaire beklimming. Tussen 1911 en 1939 kwam de klim 25 keer voor, bijna ieder jaar dus. Met Gino Bartali, Lucien Petit-Breton en Octave Lapize zijn hier ook best bekende renners als eerste boven gekomen. Sinds 1939 is de Col d'Allos nog maar 8 keer beklommen. De laatste keer was in 2000, toen kwam de Fransman Pascal Hervé als eerste boven. Nu, 15 jaar later, komt deze klim dus weer eens terug. Best een mooie klim, hoewel het niet de lastigste klim is van deze ronde. De spanning en sensatie zal wellicht moeten komen van de afdaling. Dit is een gevaarlijke afdaling, dat hebben we niet al te lang geleden nog kunnen zien in de Dauphiné. Op de beklimming gebeurde niet veel. Sky reed zoals altijd strak tempo en er werden een hoop renners gelost. Toch bleven er ook nog redelijk wat over, van een klein groepje kon je niet spreken. Bardet sprong net voor de top van de Col d'Allos weg en stortte zich naar beneden. Hij nam alle risico's van de wereld en dat leverde hem best veel op. Beneden had hij een voorsprong van anderhalve minuut op de groep, aangevoerd door Team Sky. Je kan enorm veel tijd pakken in deze afdaling en dat heeft te maken met het feit dat het een best lastige afdaling is. De weg is nog steeds smal en er zijn redelijk wat bochten. Ook nu zal Sky weer niet teveel risico willen nemen en ben je als aanvaller in het voordeel. Wel opletten dat je niet net als Bardet een paar keer bijna tegen een rotswand knalt of haast uit de bocht vliegt. Het is geen afdaling met veel haarspeldbochten, vooral korte bochtjes waardoor je niet echt ziet waar je uit gaat komen.

02_Allos_Nord__orig.jpg
svzBLVS.png

Na deze lastige afdaling, die een kilometer of 16 lang is, komen de renners door Uvernet-Fours. Hier slaan ze na 155 kilometer linksaf en gaat de slotklim naar Pra Loup beginnen. De slotklim is 6,1 kilometer lang en 6,5% gemiddeld. Qua gemiddelde stijgingsgraad is dit de lastigste klim van de dag, maar het is natuurlijk wel een stuk korter dan de Col d'Allos. De klim begint makkelijk, een kilometertje aan 5,5%, maar daarna wordt het wel wat zwaarder. Tot de finish komt het niet meer onder de 6%, met af en toe een uitschieter naar 8%. Er zijn zelfs profielen die spreken van stroken aan 10%. Geen verschrikkelijk lastige klim, maar de opeenvolging van klimmen kan altijd voor spektakel zorgen. De slotkilometer is volgens het profiel van de Tour zelf het lastigste, richting de streep loopt het best gemeen op. Dit klopt ook wel, in de Dauphiné ontstonden nog best aardige verschillen op deze klim. Bardet had aan de voet anderhalve minuut voorsprong, aan de finish had hij nog maar een halve minuut over. Sky had flink op kop geramd en het groepje werd op die manier best uitgedund. Er kwamen niet veel renners in dezelfde tijd binnen. Tejay Van Garderen pakte zelfs nog een paar seconden op Froome, gekkenhuis. Zo'n slechte etappe hoeft het dus niet te zijn, in de afdaling kan je flink tijd pakken en op de slotklim zelf ontstonden iets meer dan een maand geleden nog best wat verschillen.

2015_criterium_du_dauphine_stage5_romain_bardet_wins1a.jpg

Pra Loup is een skiresort, er wonen hier amper mensen. Alleen in de winter, dan is er genoeg te doen. 43.000 bedden volgens het roadbook, best een aardig aantal. Ook in de zomer is er wel wat te doen, zo kan je in deze omgeving natuurlijk mountainbiken. Ook paragliding is een optie. Het is de derde keer dat er in de Tour een aankomst in Pra Loup is. De eerste keer was in 1975, toen de rit werd gewonnen door Bernard Thévenet. Eddy Merckx had al vijf keer de Tour gewonnen, maar in 1975 ging het mis. Een dag voor de rit naar Pra Loup kreeg Merckx een klap van een supporter. Hoeveel last hij daar van had kan niemand inschatten, maar Thévenet was in ieder geval een dag later flink sterker en zou uiteindelijk ook die Tour winnen. In 1980 was er weer een aankomst in Pra Loup. De overwinning ging nu naar de redelijk onbekende Belg Jos Deschoenmaecker. Het verhaal van die etappe was natuurlijk vooral de valpartij van Joop Zoetemelk. Johan van der Velde reed in dienst van Joop, maar maakte een rare zwieper en haalde daarmee Zoetemelk onderuit. Het was een val zonder erg en Zoetemelk kon zijn weg snel vervolgen. Hij zou de Tour van 1980 winnen, zoals we allemaal wel weten.

44806592.jpg

Er wordt regen voorspeld. Best veel regen en ook best een grote kans daarop. Voor de renners is het niet te hopen, er zijn een paar lastige afdalingen tijdens deze rit en die gaan met wat nattigheid niet makkelijker worden. Vooral de afdaling van de Col d'Allos is al lastig genoeg, met wat regen erbij lijkt het me niet echt zinvol om nog veel risico's te gaan nemen. Redelijk grote kans op regen dus, maar de weerberichten kloppen vaker niet dan wel. Kan ook alsnog gewoon enorm droog zijn natuurlijk. Het zal iets minder warm zijn dan voor de rustdag. Nog steeds wel kans op 30 graden, maar dat is al minder dan 35 graden. Om 12:45 zullen de renners aan de start staan en 10 minuten later begint de koers echt. Tussen 15:44 en 16:01 zullen de renners Allos passeren en daar begint de Col d'Allos. Met een beetje geluk kan tegen die tijd het gulpje open. In Pra Loup worden de renners verwacht tussen 16:50 en 17:17. Sporza zal er weer bij zijn om 14:15 en de NOS ongetwijfeld ook.

De laatste week, een laatste week waarin voor het algemeen klassement al best veel bepaald is. Het is maar de vraag of er nog ploegen zijn die de boel willen controleren. Sky zal dat niet meteen gaan doen. Misschien dat ze nog een rit willen willen, maar dan lijken de ritten naar Alpe d'Huez en La Toussuire wat betere mogelijkheden. Ik schat in dat deze etappe weer voor wat vluchters gaat zijn. Movistar zal wellicht nog wat willen proberen in de afdaling van de Col d'Allos en misschien ook wel tijdens de klim, maar voor die tijd zullen ze het niet controleren. Er zullen niet veel ploegen zijn die zin hebben om de hele dag te controleren. Tegen de tijd dat er gekoerst gaat worden zal er wel een kopgroep zijn met een flinke voorsprong. Weer tijd om dan vijf willekeurige namen te worden, die nu misschien wat minder willekeurig gaan worden omdat bepaalde renners bijna iedere dag in de aanval zijn.
1. Izagirre. Af en toe moet je gewoon een Baskische baas noemen. Ik heb geen idee of Movistar überhaupt van plan is om mannetjes in de aanval te sturen, maar als ze dat van plan zijn is Gorka de ideale kandidaat. Gorka is namelijk de zoon van een veldrijder en heeft zelf ook wel eens door de modder gefietst. Een logisch gevolg is dat hij fantastisch kan sturen en ook fantastisch kan dalen. Doet wat Bardet deed in de Dauphiné, maar dan nog beter.
2. Uran. Ook al een keer in de aanval geweest, maar dat werd niet echt een groot succes. Zal vast wel een nieuwe poging willen wagen om zijn redelijk treurige Tour iets op te fleuren.
3. Jungels. Was voor de rustdag al in de aanval, als hij slim is gaat hij gewoon weer. Kan ook best aardig dalen, dus deze rit moet hem nog wel liggen. Een topklimmer is het niet, maar een beetje tempo rijden kan hij wel aan.
4. Kelderman. Het wordt wel eens tijd dat de Djumbo's in de aanval gaan. Al dat beschermen van Gesink is ook niet echt om een bol broekje van te krijgen. Helaas kan Wielco niet dalen, dus een overwinning zit er weer niet in. Wel positief als ie überhaupt een keer in de aanval gaat. Kruijswijk mag ook, maar die kan ook niet dalen. Een overwinning wordt weer lastig.
5. Meintjes. Louis was heel goed in de Dauphiné, werd toen zesde in die rit. Nu zal hij het van een aanval moeten hebben, dan kan hij die prestatie misschien herhalen of zelfs verbeteren. Ik vrees alleen wel een beetje voor zijn vorm, lijkt toch niet echt goed meer te zijn. Gelukkig is Michel Cornelisse wel de beste ploegleider ooit aller tijden ter wereld, dus lacht hij Louis met zijn Amsterdamse humor wel naar voren.
abonnementen ibood.com bol.com Gearbest
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')