The Greater BasinDaar zijn we weer, terug van 3,5e week reizen. Zoals de titel al doet vermoeden draaide de reis dit keer om de Great Basin (het hele gebied, niet alleen het Nationale Park). Deels om een aantal plekken en parken te bezoeken waar we al lang niet meer waren geweest maar ook om de wat afgelegener gebieden te doorkruisen. Omdat we niet echt een vaste beginplek nodig hadden was het vooral de tickets bij de luchthavens in het westen in de gaten houden. Uiteindelijk bleek Las Vegas met een directe vlucht vanaf Schiphol de gunstigste tickets te hebben (premium comfort met FB-miles) en werd dat dus het startpunt.
![5Rl9jIO.jpeg]()
De vlucht naar Vegas was een avondvlucht en we landden net voor zonsondergang. Bij de paspoortcontrole duurde het een minuutje langer omdat ik een nieuw paspoort heb en ze dat weer moesten updaten met vingerafdrukken en dergelijke. Het apparaatje kreeg mijn vingers alleen niet goed gescand, na een paar keer proberen vond de douanier het wel weer best en kon ik doorlopen en was het in de uitgestorven aankomsthal maar kort wachten op de bagage en op naar de huurauto.
Hoewel de garage met huurauto's praktisch naast het vliegveld ligt moet je er toch met de bus heen, en die nam voor mijn gevoel ook wel een vrij toeristische route van een kwartiertje. Eenmaal daar aangekomen hadden we dit keer voor het eerst een auto bij Sixt gehuurd (voorheen alleen National en Hertz). Maar vanwege de zeer matige selectie vorig jaar (en de voordelige prijs) besloten dit keer een grotere klasse te huren voor wat zekerheid. Wel wat saai om bij de balie op het scherm de auto te moeten uitkiezen en alle 'upgrade' verhaaltjes weg te moeten wuiven. Maar uiteindelijk werd het een Buick Enclave AWD, deels vanwege de 4x4 maar waarschijnlijk vooral door een van de zeldzaamste dingen bij een huurauto: de kleur

![vfOCFms.jpeg]()
Na de auto opgehaald te hebben was het nog even snel langs de Walmart en naar het hotel want het was al laat op de avond. Omdat we Vegas al vaak genoeg hebben gezien ook maar weinig behoefte om daar lang te blijven, dus de volgende ochtend gelijk de stad uit. Dit keer zijn we eerst naar het zuiden gereden en niet gelijk naar Death Valley, deels omdat dat buiten het weekend een stuk goedkoper en rustiger is maar ook om het gebied daar eens een keer te ontdekken. Via o.a. Sloan Canyon uiteindelijk aangekomen bij Laughlin en Bullhead City, eigenlijk 1 stad die wordt gespleten door de Colorado rivier en daarom in 2 staten ligt (Nevada en Arizona) met aan de Nevada kant de low-budget variant van Vegas.
![t3kTsjr.jpeg]()
Deze dag was ook eigenlijk meer om een beetje 'acclimatiseren' en de volgende dag was het op pad naar de
Mojave National Preserve, een gebied dat voor mij vrij onbekend was. Dat bleek ook wel toen we er waren, op twee mensen en twee park rangers die we 's ochtends nog moesten opwachten hebben we er de hele dag niemand gezien, en dat in het weekend. We hebben daar de Hole-in-the-Wall trail gelopen, een route die begint in de open woestijn en opeens ga je de canyon tussen de bergen in. Eenmaal binnen de canyon wordt je getrakteerd op bijzondere rotsen vol met gaten waardoor het een beetje op een soort natuurlijke Sagrada Familia lijkt. Het laatste stukje van de trail is nog een kleine uitdaging waar je jezelf met ringen die in de rotsen zitten omhoog moet trekken om er weer uit te komen.
![HSxRA8t.jpeg]()
![lBxLZhE.jpeg]()
![S0Z0F51.jpeg]()
Toen was het toch tijd om richting
Death Valley te vertrekken waar het overal verrassend rustig was, zelfs bij Badwater stonden er dit keer geen busladingen mensen op de zoutplaat. Ook op de meer afgelegen wegen was het heerlijk rustig rondrijden.
![4R3NsIz.jpeg]()
![aGt4wEu.jpeg]()
![aS1susY.jpeg]()
We sliepen dit keer in The Ranch bij Furnace Creek en hadden genoeg tijd om ook wat meer uithoeken van het park wat aandachtiger te bezoeken. Helaas is Scotty's Castle nog stééds niet te bezoeken of zelfs maar bereikbaar sinds de overstromingen in 2015. Gelukkig was de Ubehebe Crater wel gewoon bereikbaar, het is als relatief piepjonge vulkaan toch best een bijzondere plek in het park. Wel begon de wind daar flink op te steken, en die was best warm. We wilden daarna nog naar de Racetrack gaan, maar de onverharde weg was net iets te oncomfortabel. Na 20 minuten hadden we er net 5 mijl opzitten en het is een weg van 27 mijl enkele reis en dus toen maar omgekeerd.
![XXtEe7V.jpeg]()
Bij Salt Creek zijn we ook nog even gestopt om naar de visjes in het water te kijken. Maar na dat kwartiertje lopen over de houten planken kwamen we er toch achter dat het stiekem best wel erg warm was. Zeker de warme wind maakte het buiten een soort heteluchtoven, wat we merkten toen we voor de lunch in de schaduw wat broodjes ging smeren. Nog voor je het beleg er op kon leggen was het brood al krokant geroosterd door de wind, een bijzondere ervaring

![boEwY3g.jpeg]()
![t5TAAKH.jpeg]()
![2BJg5py.jpeg]()
Na een paar dagen in de woestijn was het tijd om richting de bergen te gaan, te beginnen in het
Sequoia NP. Een aantal jaar geleden zaten we daar in november met sneeuw en was het daar vrijwel uitgestorven. Dit keer was het een heel stuk drukker, wat de sequoia's natuurlijk niet minder indrukwekkend maakt. Tijdens de lunch op een picknick area werden we wel opeens verrast door een bezoekje van een beer met 2 jongen. Helaas niet op de foto kunnen krijgen omdat we gelijk druk bezig waren met het eten in de auto te gooien en op afstand te blijven. Sowieso een lastige plek voor foto's omdat je daar de grootsheid van de bomen niet kan vastleggen, die moet je gewoon in het echt zien.
Daarna was het tijd om door te gaan richting
Yosemite NP, door de jaren heen al regelmatig geweest, dus nu vooral de wat rustigere plekjes bezocht, het was namelijk alweer weekend en dus weer erg druk in het park. Er waren helaas wel wat bosbranden in de buurt waardoor er flink wat rookwolken in en om de vallei hingen.
![GwzuZg5.jpeg]()
![b2G5P8c.jpeg]()
![EM379Q9.jpeg]()
Ondanks dat we richting het noordwesten moesten toch Yosemite verlaten via de Tioga Pass en nog even een stop gemaakt bij Mono Lake om vervolgens weer de Cascades de andere kant op te doorkruisen.
![ThjquDC.jpeg]()
Na meermaals om, over en tussen de bergen te rijden kwamen we aan bij
Lassen Volcanic NP. Het park wordt door de vulkanische activiteit ook wel eens mini-Yellowstone genoemd, en dat was op sommige plekken ook wel goed te ruiken met de zwaveldampen. Het park is in 2021 grotendeels platgebrand tijden de Dixie Fire en dat is op veel plekken nog goed te zien in zowel de bebouwing als de bossen.
![MQPR0UF.jpeg]()
![yj8daZV.jpeg]()
![kYmvXhc.jpeg]()
En toen was het tijd om naar Oregon te gaan, naar het
Crater Lake NP. Bij eerdere bezoeken aan het park was er altijd wel wat met het weer aan de hand, de eerste keer was het zelfs een flinke klim door de sneeuw om vervolgens bovenaan te komen met het hele kratermeer in wolken gehuld. Dus hopelijk dit keer wat meer geluk, en dat hadden we met weinig wind en mooie wolken. Helaas was de weg rond de krater niet helemaal open maar konden we nog wel naar de gebieden die buiten de krater lagen.
![nosxaJ1.jpeg]()
![4mM1itX.jpeg]()
Verder naar het noorden kwamen we langs het
Silver Falls SP. Het gebied dankt zijn naam natuurlijk aan de vele watervallen, maar het is ook qua natuurlijk een heel ander en vooral natter gebied dat het haast een regenwoud lijkt. Dit gebied was ook een beetje onbekend bij de navigatie die ons via een onverhard pad een paardentrail opstuurde om er weer uit te komen, helaas zonder succes.
![Bv8H09Q.jpeg]()
Maar weer terug richting de bergen, in Oregon zijn een hoop (actieve) vulkanen die je aan alle kanten aan de horizon ziet opdoemen terwijl je er rondrijdt. Uiteindelijk zijn we bij
Mt. Hood uitgekomen, daar waren ze al druk bezig zich voor te bereiden op het aankomende wintersportseizoen en was er in de royale Timberline Lodge een congres bezig. Maar de berg ziet er een heel stuk mooier uit wanneer je er naartoe rijdt dan wanneer je er bovenop staat.
![Zqm1UGr.jpeg]()
![KtlCzFc.jpeg]()
![FX0rCNc.jpeg]()
![D28q7Cy.jpeg]()
Helaas was er niet genoeg tijd om nog verder naar het noorden te trekken dus was het tijd om richting de andere kant van de Great Basin te gaan. Hiervoor het eerste stuk de I84 gepakt die parallel loopt met de Colombia rivier, zeker voor een interstate een leuke en rustige weg. Uiteindelijk uitgekomen bij Hells Canyon, een mooie scenic byway tussen de hele hoge canyons, mooie uitzichtpunten en onder andere het Wallowa Lake.
![BLQ97wL.jpeg]()
![8Nt6JaB.jpeg]()
Daarna was het tijd voor een van de parken die hoog op het lijstje stonden om weer eens te bezoeken,
Craters of the Moon NM. Alleen in 2017 een keer kortstondig bezocht, eind november met sneeuw en ijswind, dus hopelijk nu meer succes.
![ddkSb4k.jpeg]()
En dat weer was gelukkig een heel stuk aangenamer dit keer, we hadden nu ook de tijd genomen en het niet alleen als tussenstop. De eerste dag kwamen we eind van de middag aan om alvast voor te bereiden op de dag er na, tot we in de giftshop er achter kwamen dat ze een sale hadden, een leegverkoop omdat de huidige uitbater er ging vertrekken. Hollanders als we zijn waren we er de volgende dag natuurlijk weer vroeg bij om wat rustiger naar de uitverkoop te kijken omdat we er achter waren gekomen dat de meeste dingen met 80/90% korting weg gingen. Dankzij die kortingen heb ik wel het meeste ooit uitgegeven in 1 giftshop

, ook een hoop prullaria van
Project Bob. Uiteraard daarna nog wel genoeg tijd voor het park (en nog een kleine stop langs de giftshop op het einde van de dag

)
![VCBOSIP.jpeg]()
![IMqZXbw.jpeg]()
![fzX5teQ.jpeg]()
We wilden ook nog even een bezoekje brengen aan de Bonneville Salt Flats, even de huurauto de beentjes laten strekken. Maar helaas was het gebied afgesloten voor een race-evenement, dus kon er alleen op het zout erbuiten wat gereden worden.
![CdWdc9g.jpeg]()
Dus maar gelijk door naar het
Great Basin NP, toch een beetje het 'middelpunt' van de reis. Doordat we er eerder waren dan verwacht zijn we 's middags nog maar gelijk de berg opgegaan, wat maar goed was met het weer dat er de dag na kwam ...
![cDXhkP4.jpeg]()
Het was helemaal dichtgetrokken en de toppen van de bergen waren gehuld in de wolken. Nog wel de berg omhoog gereden maar hoe hoger dat je kwam, hoe slechter dat het weer werd, tot sneeuw aan toe. We hebben boven nog wel een tijdje gewacht in de hoop dat het beter zou worden maar dat werd het helaas niet. Toen maar naar beneden gegaan en naar de achterkant van de berg gereden langs de Strawberry Creek waar het weer gelukkig ietsjes beter was.
![tmxGJbb.jpeg]()
![Qzd0aP8.jpeg]()
Met nog wat onvoorspelbaar weer richting
Cedar Breaks NM, hier zorgden de wolken wel voor een mooi schouwspel over de vallei en was het inmiddels droog (maar wel ijskoud).
![ARBlrr0.jpeg]()
De volgende dag eerst even bij de park ranger geïnformeerd naar condities van de paden, die gaf aan dat het ook nog had gesneeuwd en de paden mogelijk glad waren, zeker de trail dat we wilden nemen. Natuurlijk te eigenwijs om naar dat advies te luisteren en de trail bleek inderdaad nog goed nat te zijn, en ook nog eens kleigrond. Dat was dus om de paar stappen je schoenen schoon proberen te kloppen om 2 meter verder er weer een dikke plak aan klei onder te hebben

![DzUp7Fd.jpeg]()
![fLzvwKv.jpeg]()
![8PCVyv5.jpeg]()
Tijdens de lunch werden we ook nog bezocht door deze gewiekste eekhoorntjes die allerlei tactieken hadden om bij je eten te komen. Daarna nog even doorgereden naar Brian Head (bijna 3500 meter hoog) voor een nog grootser uitzicht over de regio (en nog wat restanten sneeuw).
![iejjKug.jpeg]()
![vA6I0wB.jpeg]()
Na dit voorproefje op de rode stenen doorgereden naar
Zion NP. Omdat we hier vaker zijn geweest dit keer besloten om de Kolob Canyon te bezoeken die een beetje aan de 'achterkant' van het park ligt. We zijn nog wel even bij de hoofdweg van het park geweest maar het was er erg druk en we konden de Mt. Carmel Highway niet rijden omdat net de dag daarvoor een lading stenen op de weg was gevallen en was afgesloten.
![0S7PdG2.jpeg]()
En dan zijn we opeens al weer bijna rond, maar nog niet voordat de noordzijde van de
Grand Canyon een bezoekje krijgt. Hoewel je aan de zuidkant misschien wat meer zicht hebt (iets lager, zon in de rug) blijft de noordkant toch mijn favoriet. De weg er naartoe is al iets bijzonders, door de bossen en hoogvlaktes en geen enkel moment het idee dat je vlak bij de GC bent, en opeens sta je daar op de hoge rand.
![mIptgK7.jpeg]()
![ZI6h15E.jpeg]()
![6nGkx5M.jpeg]()
Weer terug omlaag geeft ook een bijzonder beeld, dan kijk je opeens uit over een eindeloos gebied van bergen en valleien, zeker met de ondergaande zon gaf dat een hele mooie afsluiting voor de vakantie.
Maar we zijn er nog niet, want ook de terugvlucht vertrekt pas laat, dus alle tijd om op het gemakje richting het vliegveld te rijden. Dus konden we mooi de toeristische route door Lake Mead nemen, het meer zelf wordt met de jaren troostelozer, maar het buitenaardse landschap waar je doorheen gaat is toch wel een mooie route. Zeker als je nog in het uitgestorven park midden in de woestijn staat en de navigatie instelt op het vliegveld en dat nog maar een half uurtje rijden blijkt te zijn. Op het vliegveld werd wel nadat we waren ingecheckt plots de vertrekterminal gewijzigd maar verliep de vlucht verder zonder problemen en was zelfs nog wat eerder geland dan gepland.
EtenZoals altijd een belangrijk punt natuurlijk, het eten! De kosten vielen eigenlijk nog alleszins mee, weinig echte uitschieters, zelfs in Death Valley kon je nog relatief voordelig eten in de Ice Cream Parlor. Wel merkte je in met name de gebieden en Oregon en Idaho dat er een stuk minder keuze was in restaurants, alsnog wel elke dag prima kunnen eten. Nog wel even een speciale vermelding voor Kelly's Cozy Corner in Sutherlin, Oregon. Twijfelachtige naam en eigenlijk meer een soort lokale stamkroeg, maar we werden daar ontvangen alsof ze nog nooit iemand van buiten de regio binnen hebben gehad. De eigenaresse kwam ons persoonlijk begroeten aan tafel en even later kwam ze een stapel shirts, petten en stickers brengen als souvenirs
Bij de Chick-fil-a was dit jaar de seizoenspecial een waffle burger, oftewel een kipburger en spek tussen wafels. Op zich nog best eetbaar, maar een heel stuk minder lekker dan de pretzelburger die ze vorig jaar hadden. Ook eindelijk eens een paar keer bij de In-N-Out burger geweest, dat beviel verrassend goed met lekkere burgers en lage prijzen. Was ook wel te merken dat die tent in trek is, bij elke vestiging waar we zijn geweest zat het binnen tot de laatste tafel gevuld en bij de drive-thru stonden ze altijd tot ver op de parkeerplaats in de rij. Aziaten blijven een soort hit or miss, de ene keer is het heerlijk eten maar je kunt ook zomaar in een restaurant terecht komen waar je je eten in piepschuim afhaalbakjes geserveerd krijgt. Voor het echte Amerikaanse voer zijn de ketens Black Bear Diner, Denny's en Appelbee's altijd wel een goede keuze en de meeste lokale Mexicanen zijn smakelijk met ruime porties en schappelijke prijzen.
HotelsWederom weer voornamelijk in Holiday Inn en Best Western hotels gezeten, deels uit gemak (en bonuspunten voor gratis nachten) en deels omdat er in met name de dunbevolkte gebieden soms weinig keuze was. Ook de kosten waren zeker in Oregon en Idaho aan de hoge kant, waarschijnlijk ook juist door het gebrek aan concurrentie en minder vraag. De hotels waren in die gebieden gerust een dollar of 50 duurder per nacht dan in Californië/Nevada. In Death Valley hadden we wel een meevaller dat er daar een 2 nachten voor de prijs van 1 actie was, zal wel te maken hebben gehad met de verbouwing waar ze mee bezig zijn.
AutoZoals al vermeld dit keer de auto bij Sixt gehaald, de Buick Enclave was een prima auto en heeft het netjes volgehouden, ook op allerlei wegen waar die eigenlijk niet zou moeten komen

In totaal 5495 mijl gereden, wat met de huidige benzineprijzen wel wat kostbaar is natuurlijk. Gelukkig reed die voor het formaat auto nog best zuinig met rond de 25-27 mpg. De auto heeft wel wat deuken opgelopen door een hert dat de weg overstak toen die dat niet had moeten doen. Er liep eerst een hert op zijn dooie gemakje de weg over waar ik voor afremde maar toen ik daar voorbij was sprong er opeens een hele groep herten uit de berm. Die kon ik helaas niet meer helemaal ontwijken waardoor er eentje de zijkant raakte. In de spiegel zag ik het hert nog wel weglopen, en de auto had een paar deukjes en krassen.
Tot slotUiteraard is er nog veel meer om te vertellen, maar het is al weer lang genoeg geworden vermoed ik

Het was leuk om weer eens een aantal plekken te hebben gezien waar ik jaren niet ben geweest, waarbij je soms in een nostalgische bui schiet maar soms ook nauwelijks herinnering hebt aan een plek. De zeer dunbevolkte gebieden in het noorden zijn soms wel een uitdaging om te plannen en zat je soms 'dicht' bij een park op 50+ mijl afstand. Crater Lake, Cedar Breaks en Craters of the Moon waren erg leuke plekken waar ik al heel lang niet was geweest en vroeger ook veel te weinig tijd in heb besteed. Ook blijft Death Valley een speciale plek waar ik ondanks de temperaturen graag kom.
De usd wisselkoers was in het begin nog erg gunstig (1,15), maar zakte steeds verder omlaag, maar alsnog wel prettig dat die voor ons nog redelijk staat. De benzine was wel een stuk prijziger, dat is het in het westen van het land sowieso al wel. Het duurste dat we hebben getankt was $6,50 per gallon midden in Death Valley, maar de rest van de vakantie buiten Californië meestal rond de $5,00 kunnen tanken.
Dat was hem dan weer, tijd om af te sluiten en uit te kijken naar de volgende reis
[ Bericht 0% gewijzigd door LTVDK op 14-10-2026 16:24:54 ]