De inkomensongelijkheid wordt in Nederland te laag voorgesteld door een verkeerde rekenmethode. Wat betreft vermogensongelijkgeid behoort Nederland al tot de meest ongelijke landen van de wereld. Grote ongelijkheid is ongunstig voor landen wat het remt de economische groei, maakt invloed van lobby op politiek substantiëler (van degenen met geld) en uit onderzoek blijkt dat ongelijkheid de beste voorspeller is voor autocratisering. Dat laatste zien we nu in de VS gebeuren wat een erg ongelijk land is maar ook in Nederland zijn politieke partijen die flirten met autacratie populairder geworden. En dat laatste is dus niet verwonderlijk maar is in lijn met het betreffende onderzoek over de relatie tussen ongelijkheid en autocratisering.
quote:
Economie•19 aug 14:51•Aangepast op 19 aug 14:51
Inkomensongelijkheid in Nederland onderschat door onjuiste rekenmethode
Auteur: Donato Finelli
Het besteedbare inkomen van arme huishoudens in Nederland wordt systematisch te laag ingeschat. Dat stelt onderzoeker Vera Vrijmoeth van het FNV in economenblad ESB. De standaardformule om de schaalvoordelen bij huishoudens te vergelijken houdt namelijk geen rekening met inkomensverschillen, terwijl die juist de hoogte van de schaalvoordelen bepalen. Door de onjuiste berekeningen wordt de inkomensongelijkheid in Nederland als gevolg daarvan onderschat.
In Nederland wordt de inkomensstatistiek voor de huishoudgrootte gestandaardiseerd om het welvaartsniveau van huishoudens met verschillende samenstellingen te vergelijken. De standaardisering corrigeert de schaalvoordelen die meerpersoonshuishoudens hebben ten opzichte van een eenpersoonshuishouden. Bij deze standaardisering wordt aangenomen dat de schaalvoordelen van huishoudens inkomensonafhankelijk zijn.
Maar het gaat volgens Vrijmoeth mis in de berekening van die schaalvoordelen. 'Lage inkomens hebben minder voordelen als ze gaan samenwonen.' Daarom worden de inkomens van arme huishoudens te hoog ingeschat. De vaste lasten van lage inkomens bedragen een hoger percentage van hun besteedbare inkomen dan bij rijke huishoudens, iets waar moeilijk op gekort kan worden.
Verkeerde schatting
Vrijmoeth wijst bijvoorbeeld op de gemaakte reiskosten tussen arme en rijke huishoudens die niet worden opgenomen in de berekening van de schaalvoordelen. 'Lage inkomens maken veel vaker gebruik van het openbaar vervoer. Daar betaal je per rit. Dus het maakt niet uit of je samenwoont of niet. Hoge inkomens gebruiken veel vaker de auto, waarvan je de kosten bij samenwonen kunt delen.' Zo zijn er volgens de onderzoeker talloze andere voordelen waarbij de schaalvoordelen bij arme huishoudens veel lager zijn dan wordt verondersteld.
Bij hoge inkomens is juist sprake van een onderschatting van het besteedbare inkomen. Dat komt het meest voor bij de berekening voor de jaarlijkse kosten van een kind, zegt Vrijmoeth. Doordat er wordt gewerkt met een nominale factor, stijgen de geschatte kosten van een kind evenredig aan de stijging van het welvaartsniveau van een huishouden. Terwijl de kosten voor een kind bij de armste huishoudens op zo'n 300 euro per maand worden geschat, is dat 2.000 euro voor rijkste 10 procent. In de top 1 procent wordt zelfs een prijskaartje van 5.000 euro per kind gerekend. Die hoge kosten komen volgens Vrijmoeth niet overeen met de werkelijkheid.
Beleid
Het praktische gevolg van een verkeerde berekening van het besteedbare inkomen is dat politici en beleidsmakers de inkomensongelijkheid onderschatten. Beleidsmakers passen namelijk de standaardisering toe op bijvoorbeeld de Participatiewet, die allerlei vormen van inkomensondersteuning regelt. Ook indirect beïnvloeden de cijfers het beleid. Politici en ambtenaren worden geïnformeerd door gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek die gebruikmaakt van deze standaardisering om koopkrachtmaatregelen en het inkomensbeleid af te stemmen. Als gevolg daarvan ontvangen huishoudens wellicht een te lage uitkering, volgens Vrijmoeth.
https://www.bnr.nl/nieuws(...)njuiste-rekenmethode