quote:
Op zaterdag 24 maart 2007 14:17 schreef Superheld het volgende:[..]
Weinig boeiends, alleen wat passages uit jullie boek en dat jullie na 10 jaar nog niet wilden praten met de pers.
quote:
‘Wat hadden wij daar te zoeken?’
Zaterdag 24 maart 2007 - VOETBAL - Dat F-Siders hun betrokkenheid bij de rellen nu beschrijven als ‘een leeg kutleven’, dat het zoontje van de vermoorde Ajax-fan Carlo Picornie in de kleuterklas ging kleien op de krant waarop de foto van zijn overleden vader prijkte en dat de weduwe dacht dat Carlo tijdens de fatale clash stokbrood was halen op het Damrak, hebben zij nooit aan de pers verteld.
Tien jaar later mijden ze journalisten nog steeds. De wetenschap over deze zaken is te danken aan het boek ‘F-Side is niet makkelijk!’, dat in 2002 verscheen.
Het boek, dat inmiddels niet meer in de handel is, is door echte F-Siders gemaakt. Elke zelfkritiek op de rellen en het geweld ontbreekt. Zoals blijkt uit de citaten van supporter Fred, die er niet in slaagde om zijn vriend Carlo te ontzetten, die door vijftien Feyenoorders in Beverwijk werd vermoord. Dat kon hij niet, omdat hij zelf al was neergestoken.
Fred: “Zij kwamen met een man of tachtig aangelopen en twijfelden ook. We gingen er vol in en misschien schrokken ze, omdat onze bekende jongens erbij waren. Ze deinsden terug, maar de oudere groep van hun liep erachter en zag dat de rest van onze groep niet aansloot. Ze kwamen terug met wel tweehonderd man en sloten ons van beide kanten in. Het werd een korte clash. We moesten rennen voor ons leven en we liepen verspreid met nog maar twintig, dertig man tussen al die kakkerlakken in. Het leek een beetje op zo’n Asterix- en Obelixverhaal waarin die Romeinen wegrennen met een schild op hun hoofd. Ik kon met mijn knuppel nog iemand vol in zijn porem slaan en was samen met Carlo een van de laatsten die daar nog liep. Carlo probeerde een geultje over te springen, maar hij trok het niet. De weilanden waren net omgeploegd en de geulen waren fris. De hele groep die hem achternazat, begon met vijftien man op ‘m in te slaan. Langzaam, werd hij naar beneden gebeukt, langzaam… Ik hoorde de knuppels op zijn hoofd neerkomen en vanaf dat moment heb ik een black-out gekregen.”
“Eigenlijk voelde het vooraf al niet goed, want wat hadden wij nou in dat weiland te zoeken? Wij zijn toch citykids? We zijn goed in de straatguerrilla en weten precies welke tegel we eruit moeten trekken. We hebben het subtiele lichtvoetige van Ajax, een pasje naar links, een pasje naar rechts. Het moet nooit breder zijn dan een straat. Maar een weiland? Waar slaat dat nou op? De meesten van ons hadden nog nooit in een weiland gelopen, maar dat is gelul achteraf. Misschien is het ook wel een soort leegte in m’n leven dat ik zo fanatiek naar dat Ajax ging. Ik ben van de nix-generatie. We hadden geen krakersrellen en we konden ons nergens mee identificeren. Ik hield mij alleen bezig met mijn vriendenkring bij Ajax. In wezen was het een leeg kutleven.”
Carlo’s vriendin Petra weet niet beter dan dat hij, zoals gebruikelijk op de zondagochtend, stokbrood is gaan halen op het Damrak. Ze krijgt een alarmerend telefoontje van een vriend die haar vraagt met spoed het ziekenhuis te bellen. Petra: “Ik kreeg te horen dat ik geen directe familie was en dat ze geen informatie konden geven. Ik zeg: ‘Ik woon al vijftien jaar met hem samen en ik heb twee kinderen van hem. Ik wil graag weten wat er met mijn man is, ook al ben ik niet getrouwd.’ ‘Nou, dan moet u maar naar Beverwijk komen.’ Ik voelde meteen al dat er iets heel erg fout was. De hal van het ziekenhuis stond vol met politie en andere mensen. Ik liep naar een agent toe en vroeg: is het Carlo? Ja, het is Carlo die dood is. En toen ben ik flauwgevallen. Er was geen greintje medeleven, ze lieten mij gewoon liggen. Ik kwam in een kamertje en hij lag daar met zijn ogen open. Ik zei: zijn ogen moeten dicht, want hij heeft lenzen, en heb zijn ogen dichtgedaan. Mijn ergste ervaring is de manier waarop ik zijn kleding heb teruggekregen. De doos heeft een tijdje op de gang gestaan, want ik durfde hem niet te openen. Na een week heb ik hem opengemaakt. Zijn leren jas kwam eruit, een schoen en toen zijn T-shirt met al dat bloed. Daar heb ik drie kwartier met mijn gezicht in zitten huilen. Het stonk, het was vies, maar omdat het van Carlo was, vond ik dat niet erg. Ik pakte het volgende kledingstuk en het was weer een shirt. Toen herkende ik het pas, dát was het shirt van Carlo. Ik heb gewoon met mijn gezicht in een bebloed shirt van iemand anders zitten huilen. Er zat zelfs een onderbroek in die niet van hem was. Het is schandalig. Je vraagt je af of dat soort fouten gemaakt mogen worden.”
“Het was verschrikkelijk om het aan de kinderen te vertellen. Jeffrey was jong, die begreep het niet helemaal. Dat koppie van Wesley, die ogen. ‘Is er wat met papa?’ We hebben hem van het begin tot het eind, en nog steeds, overal bij betrokken. Hij is geen prater, maar dat is zijn manier om het te verwerken geweest. Na de paasvakantie gingen ze weer naar school en daar gingen ze kleien. De juf ging kranten uitdelen en welke krant krijgt hij voor zijn neus? De Telegraaf met die foto van Carlo, dat soort dingen. Toen zei Wesley tegen de juf: ‘Ik ga wel kleien op mijn vader.’
“Als de politie zo’n rel ziet en ze staan erbij met pistolen, schiet dan in de lucht of zo. Doe wat! Je laat toch niet zomaar iemand afslachten? Dat begrijp ik nog steeds niet. Ze hebben het expres gedaan, dat weet ik zeker. Ze dachten: gaan jullie maar even lekker je gang, misschien houdt het een keertje op als er een dode valt.”
De Slag bij Beverwijk
23 maart 1997. De 35-jarige Ajax-supporter Carlo Picornie overlijdt kort na de veldslag bij Beverwijk.
Picornie is het tweede dodelijk slachtoffer van hooligangeweld. Vijf jaar eerder is bij rellen tussen Twente- en Feyenoord-aanhang een Twentse supporter overleden.
In Beverwijk vallen tientallen gewonden. Twee geweldplegers worden voor bezit van traangas opgepakt bij de politiefuik bij Kooimeer. Na de wedstrijd AZ-Feyenoord worden nog eens 28 mensen aangehouden.
18 augustus 1997. In Haarlem beginnen de processen tegen veertien personen. Drie hoofdverdachten horen tot vijf jaar celstraf tegen zich eisen. De fatale klappen zouden zijn uitgedeeld met een klauwhamer met de naam van Frankie L. erop. Het bewijs is er echter niet onomstotelijk. De hamer heeft lang in een gereedschapkist van de ME gelegen.
1 september 1997. Feyenoord-supporters Leonardo P. en Marco P. worden tot vier jaar cel veroordeeld. De videobanden van Rijkswaterstaat, waarop de knokpartij vaag is te volgen, geven geen uitkomst.
Daniël de C. en Vincent M. worden medeschuldig verklaard. Justitie sluit overigens niet uit dat de ware moordenaars nog vrij rondlopen. Tientallen supporters worden veroordeeld tot een half jaar cel en dienstverlening. De rechtbank wil Supporters Club Feyenoord echter niet als criminele organisatie aanmerken.
10 november 1997. De nieuwe, gedigitaliseerde beelden van de Rijkswaterstaatcamera brengen opnieuw geen opheldering of Frankie L. met de hamer op Picornie heeft ingeslagen.
Maart 1998. Frankie L. wordt tot vier jaar cel veroordeeld. Hij tekent beroep aan, dat later dat jaar door het Hof wordt verworpen.