ik kwam dit ook nog tegen:
quote:
Wouter, Jan en Femke liegen over 'armoede'
donderdag 16 november 2006 12:55
Als ik gisteravond Wouter en Jan en Femke goed heb begrepen, ligt een groot deel van ons volk in de goot te creperen, is de armoede handoverhand toegenomen, sterven mensen in kale ziekenhuisbedden waaronder ratten zich tegoed doen, kwijnen ouderen weg, zoeken kinderen in de vuilnisbakken van de rijken in de grachtengordel naar een paar bedorven kaviaareitjes.
Ook het journaal op Radio 1 doet vanochtend mee aan de het oproepen van een dramatisch beeld: het meldt dat de armoede is toegenomen. Dat is niet waar: dit jaar neemt de armoede af.Tijd dus om terug naar de cijfers te gaan. Ik ben zo gek geweest om dat deze ochtend voor u te doen.
Wat zeggen de cijfers uit het Armoedebericht 2006 (pdf) van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Sociaal en Cultureel Planbureau?
Sinds 1995 is de armoede met bijna 30 procent gedááld. Nee, dit is geen tikfout.
Definitie van armoede
In 1995, met een bevolking die bijna één miljoen mensen kleiner was, waren er 953.000 huishoudens die voldeden aan de definitie (ja, armoede in ons soort landen is een kwestie van definitie) van armoede.
Geëxtrapoleerd naar de huidige omvang van de bevolking zouden dat er 57.000 meer moeten zijn, en dan was het aantal, vergeleken met nu, ruim één miljoen geweest.
Nu zijn er 674.000 arme gezinnen – een krimp van EENDERDE in de loop van tien jaar. Een enorm succes.
Maar in linkse handen, die de feiten zo lang anders kneden tot de waarheid verdwenen is, is dat een toename.
Wereldeconomie
Links, en het journaal op Radio 1, vergelijken de cijfers van 2004 met die van 2002.
In dat jaar was het aantal arme gezinnen gedaald tot 596.000 huishoudens, om daarna in 2004 te stijgen tot 674.000 huishoudens – een toename van 78.000, in een periode van een inzakkende wereldeconomie.
Ja, 2002 was een uitzonderlijk jaar, een na-effect van de hoogconjunctuur van de jaren negentig.
Maar weet u dat het gemiddelde aantal huishoudens dat arm genoemd moest worden gedurende het bewind van Paars veel hoger ligt dan het huidige armoede percentage?
En de armoede onder ouderen? Die is gezakt van 12 procent in 2000 naar 7 procent in 2004, en het CBS verwacht dat die in 2007 naar 3 procent is teruggelopen – ook hier is het succes eclatant.
En wie worden er eigenlijk arm genoemd?
Interssante cijfers
Dit zijn interessante cijfers: 30 procent van de mensen die we allochtonen noemen valt binnen de definitie, tegen 8 procent van de autochtonen.
En van de eenoudergezinnen – dus alleenstaande moeders met minderjarige kinderen – moeten 4 van de 10 gezinnen arm genoemd worden. Eenderde van alle eenoudergezinnen hoort tot de groep ‘allochtonen’ – een dramatisch hoog percentage.
Een jaar geleden waren er 444.000 eenoudergezinnen. Veertig procent daarvan, ofwel bijna 180.000 eenoudergezinnen, was arm.
Ofwel: van het totale aantal arme gezinnen is ruim een kwart eenoudergezin.
De laatste vijf jaar zijn er 60.000 eenoudergezinnen bijgekomen, en ik vraag me af of de toename van arme gezinnen in 2004 niet alleen met de wereldeconomie maar ook voor een groot deel samenhangt met de toename van het aantal eenoudergezinnen.
Sociaal-cultureel probleem
Wat zeggen de cijfers? Armoede is voor een groot deel een sociaal-cultureel probleem. Zonder de eenoudergezinnen zou het aantal arme gezinnen onwaarschijnlijk laag zijn.
Het is onbegrijpelijk dat de volgende cijfers van het CBS niet ter sprake zijn gekomen:
‘Van de Antilliaanse en Arubaanse kinderen leeft (...) al bijna de helft vanaf de geboorte in een gezin met één ouder. Ook onder Surinaamse kinderen is dit aandeel hoog, met 41 procent. Onder autochtone kinderen geldt dit voor 9 procent.’
En: ‘Het aantal Marokkaanse en Turkse eenoudergezinnen is nog betrekkelijk klein (9 duizend en 13 duizend), maar vertoont wel een zeer sterke groei. Sinds 2000 zijn de aantallen Marokkaanse en Turkse eenoudergezinnen met 46 en 42 procent toegenomen.’
Samenhang
De samenhang van het verdwijnen van het traditionele gezin en armoede is onontkoombaar. Liever dan de mythe te willen creëren dat Nederland armoediger dan ooit is – het isin tegendeel rijker dan ooit, en meer mensen dan ooit nemen deel aan de welvaart – had links het thema van het eenoudergezin aan de orde moeten stellen. Maar dat is kennelijk een rechts thema.
Ofwel: armoede is voor een groot deel een fenomeen dat samenhangt met immigratieproblematiek en de problematiek van zwakke gezinsstructuren.
Natuurlijk, er zijn altijd mensen die pech hebben gehad, die ziek zijn geworden – daar zorgen we met onze afdrachten aan onze overheid voor.
Volgens de ramingen zakt het percentage arme gezinnen van 9,1procent in 2002 naar 8,8 procent in 2007 – terwijl de bevolking weer iets is toegenomen.
Maar dat zult u het Radio 1 Journaal niet horen zeggen. En links zwijgt als het graf over deze prognose.
Zo rijk
We zijn zo rijk dat we per augustus 2006 870.000 WAO-uitkeringen kunnen betalen, 270.000 werkloosheidsuitkeringen en 340.000 bijstandsuitkeringen.
Ofwel bijna anderhalf miljoen uitkeringen vanwege lichamelijke gebreken of werkloosheid of andere ellende.
Ofwel elke groep van 11 werkenden onderhoudt 2 mensen met een uitkering. Dat vindt ik heel sociaal en loyaal en solidair van ons allen.
Waarom de SP bijna 20 procent van ons volk zo gek krijgt om een stem op de maoistisch-trotskistische partij uit te brengen, is een raadsel van de hoogste orde.
bron