quote:
Schouw via springplank RBC naar Ajax
Door Peter de Brie
Woensdag 31 mei 2006 - ROOSENDAAL – Werd ’ie gisteren zomaar weggeplukt uit de les om zijn eerste interview als Ajax-speler te geven. Want de droom van duizenden jochies komt voor Rik Schouw uit. Het vijftienjarige RBC-talent uit Roosendaal is door de Amsterdammers opgevist en verkast naar de Ajax-jeugdopleiding.
Nou weten ze bij het Gertrudiscollege al wel wat voor vlees ze in de kuip hebben. Schouw zit immers in de speciale RBC-klas die het hem mogelijk maakt om zijn vmbo-opleiding te volgen, maar tevens hard te trainen om zijn onmiskenbare voetbalkwaliteiten te laten ontbolsteren.
Dit seizoen ontwikkelt Schouw zich echter wel erg onstuimig. Bondscoach Wim van Zwam selecteerde de aanvallende middenvelder voor het Nederlands elftal onder vijftien jaar en nu heeft Ajax doorgepakt daar waar PSV en Feyenoord aarzelden.
Nu al is Schouw dus te groot voor RBC, dat hem zeven jaar geleden wegkaapte bij DVO’60 en waar hij alle jeugdrangen doorliep. De Roosendaalse club zwaait hem vanavond uit tijdens een etentje met zijn ouders en zijn zusje Floor, in het stadion. Vrijdag maakt hij in Amsterdam al kennis met het gastgezin dat Ajax voor hem geregeld heeft.
„Heimwee? Ik denk niet dat ik daar last van krijg“, verwacht Schouw. Hoewel hij meer het toonbeeld is van Brabantse vriendelijkheid dan van Amsterdamse brutaliteit, vreest Schouw geen aanpassingsproblemen.
Complimentjes
„Bij Oranje liepen ook al jongens van Ajax rond en ik ben al meegeweest naar twee toernooien, onder meer in Vigo in Spanje, om van de club te proeven. Ik ben prima opgevangen. En als je dingen goed doet, krijg je meteen complimentjes en praten ze tegen je. Tot nu toe is iedereen erg aardig.“
Zijn zus zal hem wel missen, weet hij, zijn moeder zeker ook. „Maar die zegt ook dat dit goed voor me is.“ Vader Eric zal Rik minder missen, omdat hij sowieso elke wedstrijd van zoonlief apetrots komt bekijken.
De appel valt ook niet ver van de familieboom bij het geslacht Schouw. Oom Frans en oom Peter speelden in de jaren zestig en zeventig in het eerste elftal van RBC, en Riks vader schopte het tot het tweede, medio jaren tachtig.
„Ik ging op voetbal toen ik vijf was en deed er ook een tijdje tennis bij. Maar voetballen vond ik het leukste en dat ging al snel goed. Ik wilde altijd winnen. Bij DVO stond ik erom bekend dat ik kwaad werd op alles en iedereen als we verloren.“
Die winnaarsmentaliteit en voetbalkwaliteiten vielen ook bij RBC op. Tijdens een zaalvoetbaltoernooi in de Mervohallen werden in 1999 de eerste contacten gelegd. „Ik was heel blij en mijn vader vond het helemaal geweldig. Maar wat er nu gebeurt, is nog fantastischer. Ajax is altijd mijn favoriete club geweest.“
Sinds Schouw bij Oranje zit - en twee assists afleverde waaruit doelpunten rolden tegen Ierland - wist hij dat er ook Amsterdamse ogen op hem gericht waren. „Toen ik hoorde dat ze interesse hadden, kon het me niet snel genoeg gaan.“
Laatste stap
Maar zulke processen kosten nou eenmaal tijd. „Willem II, maar ook PSV en Feyenoord hadden belangstelling voor Rik, maar hebben niet de laatste stap gezet“, vertelt hoofd opleidingen Jurriaan van Poelje van RBC. „Ajax werd wel snel concreet. Brian Roy en Maarten Stekelenburg zijn komen kijken, later ook John van den Brom als hoofd jeugdopleidingen.“
Schouw komt vanaf juli terecht bij de B2 van Ajax en kan via zijn gastgezin wennen aan de stad. Het vmbo vervolgt hij op een school die met zijn nieuwe club samenwerkt.
„Ik word daar straks opgehaald met een busje, dan moeten we anderhalf uur studeren bij Ajax en daarna gaan we trainen.“
De jongens met wie hij jarenlang de RBC-opleiding doorliep, gaat Schouw wel missen. Omgekeerd geldt dat ook voor Van Poelje. „Jammer dat Rik weggaat, maar als RBC zijn we trots dat we iemand hebben ontwikkeld en opgeleid die in aanmerking komt voor de absolute top. Dat geeft toch ook aan dat de dagopleiding die wij een jaar of zes geleden zijn gestart professioneel is en goed werkt.“
Behalve reclame als sportief uithangbord, brengt Schouw ook nog geld in het laatje voor RBC, dat van Ajax een bedrag krijgt per opleidingsjaar. Daar staat de jonge Roosendaler echter niet bij stil. „RBC is een leuke, gezellige club geweest waar ik veel heb geleerd. Nu moet ik er zelf alles aan doen om het te redden bij Ajax. Een beetje spannend is dat wel, ik zal het zelf moeten laten zien. Maar ik heb wel het gevoel dat me dat ook gaat lukken. Ik zou trouwens niet weten wat ik anders zou moeten worden dan profvoetballer.“