Laat ik een open deur intrappen:
![]()
(1850-1893) is in zijn beste dagen niet te kloppen op de korte afstand. In het negentiende-eeuwse Frankrijk vormt hij het hoogtepunt van de reeks talentvolle verhalenschrijvers die hem voorgingen: Charles Nodier, Gérard de Nerval, Théophile Gautier, Prosper Mérimée,… Vandaag behoort hij tot de meest gelezen Franse auteurs, en sinds kort kan ons taalgebied zich verheugen in een nieuwe vertaling van de ongeveer driehonderd verhalen en novelles die hij in ruim tien jaar bij elkaar schreef. Deze indrukwekkende reeks van acht delen (ongeveer 2750 blz.) biedt
![]()
aan in een vlotte en eerlijke vertaling, zodat iedereen nu kan genieten van weer een stukje grote literatuur.
![]()
lezen is aangenaam omdat hij erin slaagt het dagelijkse leven zonder veel omhaal en literair gepronk te verbeelden. Hoewel zijn verhalen soms pure meesterwerkjes zijn, heb je nooit de indruk afmattende literatuur te lezen. Sober, kort en krachtig. In het onderwijs wordt
![]()
dan ook intensief gelezen en helaas wel eens misbruikt als pedagogisch ‘martelinstrument’.
‘De Franse taal’, zo schrijft
![]()
in zijn bekende voorwoord bij de korte roman Pierre et Jean (1888), ‘is een helder water dat gekunstelde schrijvers nooit troebel hebben kunnen maken en nooit troebel zullen maken. […] Het ligt in de aard van deze taal om helder, logisch en gespierd te zijn. Zij laat zich niet ontkrachten, verduisteren of bederven’. Niet iedereen neemt hem dit in dank af. Auteurs als Émile Zola, Albert Camus en Georges Simenon verdedigen hem, maar een verfijnde taalkunstenaar als Edmond de Concourt en andere ‘precieuzen’ zoals Julien Gracq en Paul Claudel zullen hem nooit als een echte schrijver erkennen. ‘Ik geloof dat je niet te veel moet nadenken en gewoon produceren’, aldus
![]()
, die beweerde met zijn ingewanden en niet met zijn hersenen te schrijven. Genoeg om eerbiedwaardige schrijvers tegen zich in het harnas te jagen.
Zijn oeuvre kreeg al snel een overdreven erotisch aura toegedicht, een gegeven dat commercieel ongegeneerd werd uitgemolken. Zo verschenen in ons taalgebied verhalenbundels met de even komische als beschamende titels: Parfum en Pernod, Rokken en broeken, Kapsels en kuiven, Laarzen en laarsjes, Lusten en lasten, Verlangens en verleidsters. Op de cover van laatstgenoemde bundel vind je een wulpse, naakte blondine. Het tart zo de verbeelding dat je erom moet lachen. Verontwaardiging is echter veel meer op zijn plaats. De inspanningen van Uitgeverij Veen en vertaler Hans van Cuijlenborg waren dan ook broodnodig. De Normandische levensgenieter is immers veel meer dan een succesvol schrijver van boulevardverhalen, al laat hij zich tijdens zijn leven dit imago rustig aanmeten omdat het hem moeiteloos veel geld opbrengt. In hem schuilt echter ook een vinnige vrijdenker, een misantroop, een genadeloos ontleder van maatschappelijke gewoonten en gebruiken, een man met een erg zwartgallige kijk op het leven en een rusteloze ziel op zoek naar de grote liefde. Die elementen worden scherper naarmate de jaren vorderen, en vormen de al dan niet expliciete voedingsbodem voor zijn hele oeuvre.