Het kan toch allemaal veel makkelijker met die normale verdeling :-)
De formule is alsvolgt: Z= (x-m) / s
Waarvan m het gemiddelde is en s de standaarddeviatie en z hoeveel standaardafwijkingen deze van het gemiddelde afzit... Volg je het een beetje?
Voorbeeld: het gewicht van borden (examen 2004 - II opdracht 2)
Het gewicht van borden is normaal verdeeld met een gemiddelde van 645 gram en een standaardafwijking van 43 gram. Hoeveel procent heeft een gewicht groter dan 700 gram.
Nou invullen wat je weet. Z = (700 - 645) / 43
Hier komt Z= 1.2790 . Voor de mensen die het boekje Wisforta hebben dat je mag gebruiken bij het eindexamen, kijk achterin waar je een lijst met tabellen ziet. Zoek deze z waarde op en je krijgt een kans. In dit voorbeeld 0,8997. Dit houd in dat 89,97% van alle borden minder weegt dan 700 gram. Dus... 100 - 89,97% = 10,03 % van alle borden weegt zwaarder dan 700 gram.
Hoe doe je dit met de GR? Dat weet ik niet moet je in de examenbundel kijken
![]()
. Je moet iig de Z waarde omzetten naar de oppervlakte en dan heb je dus ook het percentage wat je van 100% moet afhalen.