Verhip, inderdaad, Duchamp. Dan was dat schaakplaatje toch van belang, Bimmel, want Duchamp was een groot liefhebber van dat koninklijke spel. Twee anekdotes (opgetekend door Max Pam):
Verteld door K.Schippers, die in 1965 aan Duchamp werd voorgesteld in het Stedelijk Museum:
quote:
Duchamp was daar omdat hij samen met samen met Magritte, Max Ernst, Man Ray en Dorothea Tanning (een schilderes en een vriendin van Picasso) aanwezig was om een tentoonstelling van de Amerikaanse schilder en miljonair William Copley bij te wonen. Schippers: "Ik herinner mij nog dat ook Hein Donner was gekomen. Donner vond het een grote eer om aan Duchamp te worden voorgesteld en hij stond al met de hoed in de hand. Maar Duchamp - over ironie gesproken - keerde onmiddellijk alles om en riep tegen zijn vrouw: 'Chérie! C'est Donnèrre! Donnèrre!'. Ik zie nog hoe directeur De Wilde een of andere schilder aan Duchamp wilde voorstellen, maar die wuifde dat weg met een handgebaar. Hij wilde alleen maar over schaken praten. Ik denk dat hij dat meende. Een schaakpartij was voor hem even belangrijk als een kunstwerk".
Of K.Schippers gelijk heeft weet ik niet, in ieder geval vond Duchamp in 1927 het schaken belangrijker dan zijn huwelijk. Volgens een andere anekdote zou zijn eerste vrouw, Lydie Lavassor-Sarrazin, al na een week zijn vertrokken toen zij bemerkte dat Duchamp 's avonds liever naar de schaakclub ging dan naar het echtelijk bed. Voor haar vertrek lijmde zij nog wel alle stukken aan het bord.