er stond een groot interview met Farfan in de Gelderlander, voor de mensen die t nog niet gezien/gelezen hebben:
quote:
De enorme geldingsdrag van Latino Jefferson Farfan
Toen Jefferson Farfan nog niet speelde en alleen nog maar trainde, raakte de lucht in Eindhoven al zwanger van de verwachtingen. Inmiddels is de PSV'er uitgegroeid tot een van de sensaties van de eredivisie. "Met werklust kun je heel ver komen", zegt de Peruaan.
Hij zit nu in Lima, ver weg van de Hollandse kou. Jefferson Farfan keerde meteen na de laatste wedstrijd van PSV (afgelopen zaterdag tegen Roda JC) terug naar zijn geboortestad om de feestdagen door te brengen. Voor het eerst in zijn nog jonge leven is de Peruaanse aanvaller zo lang van huis. Hij zeurt niet snel ('Iemand die iets wil bereiken, moet offers brengen.'), maar is dolblij met het weerzien met familie en vrienden.
"Het eerste verhaal dat ik mijn moeder zal vertellen? Hoe koud het hier kan zijn", zegt Farfan (20) vlak voor zijn vertrek. "Ongelooflijk. Ik wist van de winters hier, dacht dat ik in de gaten had wat me te wachten stond, maar dit heb ik echt nog nooit meegemaakt."
Jefferson Agustin Farfan Guadalupe is katholiek opgevoed, het geloof speelt een belangrijke rol in zijn leven, maar kerst is voor hem niet alleen een religieus feest. "Het worden wel bijzondere dagen, denk ik, nu ik in het buitenland woon en speel. Ik ben vaker terug geweest voor wedstrijden met het nationaal elftal, maar nu staat er niets op het programma en zal alles ontspannen zijn. Kerst is bij ons, net als hier, een familiefeest. Je zit bij elkaar, eet lekker. Er is één groot verschil: in Lima is het warm, alles gebeurt buiten. Het is daar gemiddeld 35 graden."
Zijn gezicht straalt al bij de gedachte alleen, zoals hij ook straalt als hj praat over zijn eerste halfjaar bij PSV. "Spelen tegen Feyenoord en Ajax, in de Champions League tegen Arsenal, dat is erop of eronder. Dat zijn de ploegen die ik ken van mijn jeugd, van de televisie. Dat zijn de mooiste wedstrijden, vind ik."
Ze zijn ook vergelijkbaar met de grote wedstrijden in Peru. In de traditionele stadsderby's tussen Farfans oude club Alianza en Universitario de Deportes, in de duels in de Copa Libertadores en de interlands van Peru vormen rivaliteit, emoties en de gepassioneerde inborst van de Zuid-Amerikaan vaak een explosieve cocktail. In die beleving is Farfan gehard. Hij was negentien toen hij in Eindhoven arriveerde, maar had meer meegemaakt dan menig eredivisiespeler na een lange carrière. "Van kinds af aan word je in Zuid-Amerika geleerd om de duels niet uit de weg te gaan, je sterk te maken, de bal goed af te schermen. Als je dat niet doet, word je weggevaagd."
Het verklaart zijn fysieke en mentale rijpheid bij PSV. Waar jonge talenten zichzelf in het begin nog snel voorbij hollen, oogt Farfan op het veld volwassen en slim. In alles dat hij zegt en doet, klinkt een enorme geldingsdrang door. Het duidt zijn opvoeding, waarin altijd al het recht van de sterkste gold. Opgegroeid in een voorwijk van Lima zag hij de armoede om zich heen, maar hij hield zijn rug recht. Discipline won het van de talrijke verlokkingen van de grote stad. Want er was maar één ding belangrijk: voetballen. Dat was en is zíjn manier van leven. Twee ooms van Farfan speelden als prof, qua voetbalstijl lijkt hij volgens de Peruaanse media veel op zijn vader, die hij overigens nauwelijks heeft gekend. Farfan is opgevoed door zijn moeder. "Thuis werd altijd over voetbal gesproken", lacht de aanvaller. "Met mijn ooms was ik altijd met de bal bezig. In de familie heerst een echte winnaarsmentaliteit. Die neem je onbewust over. Ik heb sowieso geleerd om verantwoordelijkheid te nemen in het leven, om ervoor te knokken."
Op achtjarige leeftijd meldde hij zich aan bij Deportivo Municipal, de amateurclub in de buurt. Zes jaar later werd hij aangetrokken door het populaire en grote Alianza, waar hij onder meer getraind werd door César Cueto. Die vormde met de fameuze Teofilio Cubillas het hart van Peru tijdens de WK's van 1978 en 1982. Cueto is zijn voorbeeld van toen, nu kijkt hij met bewondering naar Ronaldinho, de Braziliaan bij Barcelona. "Wat een voetballer, wat een stijl."
Jefferson Farfan speelde bij Alianza ook even samen met een van zijn ooms, Roberto Farfan, aan wie hij ook zijn bijnaam heeft te danken. Zijn oom, spits, werd De Zeehond genoemd vanwege zijn bijzondere manier van klappen na een doelpunt. Toen de jonge Jefferson zich aandiende, werd hij al snel omgedoopt tot Het Zeehondje.
Eenmaal bij Alianza was Farfan niet meer te stoppen. Op zijn zestiende debuteerde hij al in de hoofdmacht. Het waren, net als de transfer naar PSV, stappen in de verwezenlijking van een droom. "Het zijn telkens nieuwe dromen", zegt hij. "Bij elke nieuwe club begin je onder aan de ladder en moet je je bewijzen. Ik ben daar altijd heel rustig onder gebleven, heb mezelf ingeprent: talent of niet, maar met werklust en inzet kun je al heel ver komen. Mijn eerste droom was om naar een grote club in Peru te gaan, dan hoop je op een selectie voor het nationaal elftal, vervolgens ga je denken aan het buitenland. En telkens als ik iets bereik, probeer ik er honderd procent van te genieten."
Dat doet hij inmiddels ook bij PSV. Het begin was moeizaam. Farfan kwam half juli vrijwel rechtstreeks uit het toernooi om de Copa America en was niet helemaal fit. Inmiddels heeft hij dertien competitiewedstrijden achter zijn naam, waarin hij vijf keer scoorde. Niet slecht voor iemand die van zichzelf zegt dat hij meer aangever is dan doelpuntenmaker. Zijn opmars op het veld heeft zijn aanpassing in Eindhoven bespoedigd. "Je stapt vrolijker uit je bed als het sportief goed gaat." De Latino's in de selectie van PSV wonen bij elkaar in één appartementencomplex. Farfan, Gomes, Alex, Vonlanthen en Leandro kunnen in hun eigen taal communiceren. "We lachen veel." De warmbloedige Zuid-Amerikanen vinden hun weg tussen de nuchtere Hollanders. Farfan: "Ik probeer in mijn vrije tijd zoveel mogelijk te zien. Ga gewoon de stad in, boodschappen doen in de supermarkt. Ja, ik word al herkend."
In Eindhoven krijgt hij dan van omstanders een groet, in Peru is hij een fenomeen en klampen mensen hem voortdurend aan. Voor de sterren in het buitenland is er extra veel aandacht. "Die worden goed gevolgd door de media. Ze proberen me telefonisch regelmatig te bereiken, maar dat houd ik af. Dat zou te veel worden. Hier heb ik mijn werk en verplichtingen en ben ik beschikbaar voor de Nederlandse pers. Als ik in Peru ben, rond een interland, ben ik er voor de Peruaanse journalisten."
In eigen land staan Farfan, Solano (Aston Villa), Pizarro en Guerrero (beiden Bayern München) voor nieuwe hoop. Zij zijn de exponenten van een nieuwe generatie talentvolle spelers, die het land uit de ijzige kilte van de laatste decennia moet trekken. In 1982 was Peru voor het laatst vertegenwoordigd op een WK. Met de suggestie dat hij een wegbereider is voor talentvolle landgenoten, een voortrekkersrol vervult, kan Farfan weinig. Hij is qua karakter te bescheiden en verlegen om zichzelf op de voorgrond te plaatsen. "We staan er nu beter op dan jaren geleden, dat is waar. Maar als het al zo lang niet goed gaat, vooral ook in de organisatie rondom het elftal, verander je dat niet een-twee-drie. We hebben nu een paar spelers die in Europa spelen en hun ervaring meenemen, daar moeten we ons voordeel mee kunnen doen. Voor de mensen in Peru hoop ik dat we het WK in Duitsland halen, het zou fantastisch zijn."
Het zou ook een ideaal toernooi zijn om de wereld te overtuigen van zijn kwaliteiten. Als hij zich zo blijft ontwikkelen, kun je wachten op interesse uit mooie voetballanden. Farfan schudt fanatiek van nee: "Daar ben ik niet mee bezig, de toekomst. Echt niet. In het voetbal kun je niets plannen. Misschien is het morgen beter, misschien is het morgen afgelopen. Als je je best doet en je presteert, dan komt de rest vanzelf. Ik ben nu bij PSV. Hier wil ik slagen."