quote:
Op dinsdag 16 maart 2004 20:20 schreef Duritz het volgende:
Titeluitleg: Sommigen noemen hem een man met expertise, anderen een complete randmongool die vele dictators in Afrika aan wapens heeft geholpen. Jan Pronk is een omstreden figuur, en nu heeft hij het vepronkt.
Verder stond Jan PrônK bij de KLM hostesses ook bekend om zijn losse handjes.
Even op rij de palmares van de salonsocialist Johannes Pieter Pronk:
Wetenschappelijke loopbaan
Wetenschappelijk medewerker aan het Centrum voor Ontwikkelingsprogrammering en het Nederlands Economische Instituut te Rotterdam.
Buitengewoon hoogleraar aan het 'Institute of Social Studies in Den Haag.
Bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Politieke loopbaan
1971 - Lid van de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid
1975 - Minister voor Ontwikkelingssamenwerking in het Kabinet-Den Uyl
1978 - Lid van de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid
1982 - Adjunct secretaris-generaal van de UNCTAD (een organisatie van de Verenigde Naties die was opgezet om ontwikkelingslanden een groter aandeel te geven in de wereldhandel)
1985 - Assistent secretaris-generaal van de VN
1987 - Lid van de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid
1990 - Minister van Ontwikkelingssamenwerking in het Kabinet-Lubbers III
1995 - Minister van Ontwikkelingssamenwerking in het Kabinet-Kok I
1998 - Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) in het Kabinet-Kok II.
2000 - Voorzitter klimaatconferentie. (Vanwege de slechte resultaten is deze overgedaan in Bonn).
Omstreden was Jan Pronk rondom:
- voorstellen tot excuses aan Indonesië;
- het voorstel om het kabinet Kok II vlak voor de meet te laten aftreden inzake Screbernicza;
- zijn weinig tot de verbeelding sprekende teamgeest, op Hekkingiaanse wijze manifesteerde Pronk zich in de pers;
- zijn voortdurende bemoeienis met de portefeuilles van andere ministers
Het vertrouwde werkpatroon van Jan Pronk was alvast publiekelijk een kritisch oordeel te vellen nog voor het kabinet zich gezamenlijk ergens over uitliet verder maakte hij gebruik van de variant hierop met het lossen van een dissidente geluid ná een gezamenlijk kabinetsbesluit opdat iedereen weer wist wie Jan Pronk was en hoe beter het was geweest als de lijn Jan Pronk gevolgd werd.
Inzake het NIOD-rapport over het drama in Srebrenica bediende Pronk zich weer van zijn beproefde recept op de publieke opinie voor zich in te nemen. Twee weken voorafgaand aan het kabinetsbesluit inzake Srebernicza liet Jan Pronk via de televisie plechtig weten dat hijzelf en het kabinet destijds wat hem betreft hadden ,,gefaald''.
Enkele dagen voorafgaand aan het definitieve kabinetsbesluit deed hij er nog een schepje bovenop door te verklaren dat hij, Jan Pronk, zijn ,,afweging'' al had gemaakt, daarmee suggererend dat hij aan zijn laatste week als minister was begonnen terwijl toen de besluitvorming in het kabinet nog niet eens was afgerond en premier Kok met zijn ministers had afgesproken er die week tot eind van de week het zwijgen toe te doen.
Met zijn tegendraadse, solistische gedrag ten behoeve van de eigen palmares haalde Jan Pronk zijn collega-ministers al jaren het bloed onder de nagels vandaan. Niet in de laatste plaats omdat hij de gewoonte in ere hield zich bij voorkeur te manifesteren als het geweten van de natie, zo niet van de gehele wereldgemeenschap. Niemand zat te wachten op een zelfbenoemde portefeuillehouder van het verleden en het geweten.
Liefst stak Jan Pronk zijn energie in existentiële problemen van arme landen als Bosnië of Afghanistan. Waar geleden wordt, meende Pronk altijd aanwezig te moeten zijn. Al dan niet met een pasklare oplossing voor de lokale noden, Jan Pronk werd gezien en genoemd.
Gedurende zijn dertig jaar omspannende politieke loopbaan had hij er een handje van zich nadrukkelijk te bemoeien met de bezigheden van zijn collega's. Zo vond Pronk het als enige PvdA-minister in 2002 nodig een aantekening te laten maken bij het besluit van het kabinet om mee te doen met de kostbare bouw van de Joint Strike Fighter. Volgens Pronk was dat besluit op ondeugdelijke gronden genomen. In de herfst van 2001 week hij af van het kabinetsstandpunt door te zeggen dat hij bezwaren had tegen de bombardementen op Afghanistan.
Het viel echter vooral op dat Pronk pas bijna zeven jaar na het drama vanSrebrenica uit het kabinet stapte ondanks het feit dat hij zelf al kort na de val van Srebrenica in juli 1995 sprak van ,,genocide'' die tegen de Bosnische moslims zou zijn bedreven. Had Pronk niet al jaren geleden moeten aftreden als hij de zaak daadwerkelijk zo hoog opnam? De kabinetten Kok hadden nooit enige aanstalten maakten iets met de zaak te willen gaan doen en zij kwamen pas vlak voor de verkiezingen waarin ene Pim Fortuyn het kabinet als keuvelende weifelachtige club afschilderde tot het besluit af te treden. Da aftreden rook naar electorale overwegingen... een aftreden kabinet kon immers moeilijker worden afgerekend door de kiezer.
In Jan Pronk manifesteerde zich een uitgekookte politicus met een uitstekend overlevingsinstinct. Al dan niet vermeende gedrevenheid door morele beginselen was daarbij een prima uithangbord. Pas toen hij en de nadagen van zijn politieke carrière kwam werd het tijd voor een opvallende boetedoening, nog één groots gebaar met een opvallend laat beroep op zijn geweten. Het begon destijds immers al op te vallen dat Jan Pronk wel veel kritiek had, maar dat hij daar zelden consequenties aan verbond. In de praktijk nam hij genoegen met slappe compromissen.
Jan Pronk mengde idealisme, dossierkennis en pragmatisme in zijn politieke carrière. Met een gedreven, op het oog moralistische aanpak wist Jan Pronk zich populair te maken bij de linkse achterban van de sociaal-democraten. Van 1989 tot 1998 werd zette Jan Pronk zijn stempel op het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Hoogst persoonlijk produceerde hij de ene na de andere richtinggevende nota, waarbij de accenten door de jaren heen versoberden. Zo volgde op 'Een wereld van verschil' enkele jaren later 'Een wereld in geschil'. De euforie over ontwikkelingssamenwerking uit de jaren '70 was toen al grotendeels vervlogen en Pronk raakte steeds meer in het defensief. Tandenknarsend moest hij aanvaarden dat steeds meer oneigenlijke uitgaven ook onder zijn budget werden geschaard.
In 1998 wenste Pronk, op wie in 1994 al druk door premier Kok was uitgeoefend om naar een andere post over te stappen, niet langer door te gaan omdat de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking niet structureel zou worden verhoogd. In plaats daarvan belandde hij tot veler verrassing op het departement van VROM. Met de van hem bekende energie al tientallen jaren maakt Pronk werkweken van 100 uur maakte hij zich in zeer korte tijd de nieuwe materie eigen. En het duurde niet lang of Pronk kon zich zonder moeite meten met ervaren Kamerleden op dit terrein.
Jan Pronk kreeg veel waardering met zijn inspanningen voor de klimaatconferenties, vooral het jaar dat hijzelf daarover als voorzitter de scepter zwaaide. Toch kwam het niet tot een nieuw internationaal akkoord. De kamer was nauwelijks te spreken over almaar uitgestelde Vijfde Nota voor de ruimtelijke ordening. Na eindeloos getouwtrek met zijn collega-ministers wist Pronk slechts een vrij kleurloos document te produceren.
Pronk maakte geen geheim van zijn ambitie om nog eens op het internationale toneel te kunnen schitteren. Nadat hij voor verschillende hoge functies was genoemd, wist hij in de herfst van 2000 bijna de prestigieuze post van Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen in de wacht te slepen. Tot zijn verbijstering werd hij op het laatste moment voorbijgestreefd door niemand minder dan oud-premier Lubbers, die zich anders dan Pronk voordien nimmer op speciaal medeleven met 'arme sloebers' had laten betrappen. Misschien was voor deze post bewezen daadkracht en zakelijkheid belangrijker dan presentatie in de pers ter beïnvloeding van de publieke opinie. Mogelijk had de mens Pronk zich elders onmogelijk gemaakt voor de functie vanwege zijn neiging zich als moreel geweten van de wereld te presenteren...
Na mei 2002 was de koek op voor de parlementariër Pronk en kon hij zich vanaf de zijlijn bezig gaan houden met politiek. In januari 2003 vond hij het echter nodig om weer van zich te laten horen voordat Wouter Bos een besluit genomen had om al dan niet met het CDA in zee te gaan voor de vorming van een kabinet. Pronk riep de PvdA op om niet met het CDA in een coalitie te gaan zitten en het zelfs niet te gaan proberen.
Intussen is Pronk actief als voorzitter van VON (Vluchtelingen- Organisaties Nederland) en blijft hij zijn geld verdienen met de problematiek van anderen. Het zou kunnen dat zijn gevoel voor drama hem noopt in de slachtofferrol te kruipen en zijn rol van voorzitter eraan te geven. Door de jaren heen kwam Jan Pronk ondanks zijn betwetende houding toch ook met regelmaat met wijze raadgevingen. In het SP-blad Tribune 5 van 2003 stond in een interview met Jan Pronk een wijs advies opgetekend dat hij zelf ter harte zou kunnen nemen om uit de huidige ompasse te raken:
Je moet je tegenstander de mogelijkheid geven om zijn gezicht te redden. Nooit de deur dicht gooien, maar altijd op een kier laten. Zo moeilijk kan een excuus voor een misplaatste opmerking toch niet zijn?