Wat je beschrijft is een bijzonder interessant verschijnsel. Vooral dat iemand in je droom een briljante grap kan maken die je zelf niet zag aankomen. Je brein lijkt dan tegelijkertijd de scenarioschrijver, de acteur én het publiek te zijn. En toch weet het publiek niet wat de scenarioschrijver heeft bedacht.
Dat is neurologisch minder tegenstrijdig dan het lijkt.
1. Hebben we een slim brein en een dom reptielenbrein?
Nee, niet letterlijk. Maar je intuïtie dat verschillende hersensystemen onafhankelijk van elkaar kunnen functioneren, klopt wel.
Het idee van het reptielenbrein komt uit een oudere theorie van neurowetenschapper Paul MacLean. Hij verdeelde het brein in drie evolutionaire lagen:
* Reptielenbrein: instincten, overleving, automatische reacties.
* Limbisch systeem: emoties, motivatie en geheugen.
* Neocortex: taal, planning, logisch denken en zelfreflectie.
Tegenwoordig weten we dat deze driedeling veel te simplistisch is. Reptielen hebben bijvoorbeeld ook complexe cognitieve vermogens en onze emoties worden niet door één afzonderlijk hersengebied geproduceerd.
Toch bestaat er wel degelijk een belangrijk verschil tussen hersensystemen die automatisch en associatief werken en systemen die bewuste controle, planning en kritisch nadenken ondersteunen.
Dat verschil wordt vooral interessant wanneer je droomt.
2. Waarom ben je in je dromen soms zo naïef?
Tijdens de REM-slaap, waarin veel levendige dromen voorkomen, functioneert je brein anders dan wanneer je wakker bent.
Prefrontale cortex
Betrokken bij kritisch denken, planning, impulscontrole en het beoordelen van onwaarschijnlijke gebeurtenissen. Delen hiervan zijn tijdens REM-slaap vaak minder actief.
Emotie- en geheugennetwerken
Verschillende gebieden die betrokken zijn bij emotie, herinneringen en associaties blijven tijdens REM-slaap actief, soms zelfs bijzonder sterk.
Hierdoor kun je in een droom volkomen absurde situaties accepteren zonder ze kritisch te onderzoeken.
Je kunt bijvoorbeeld met een overleden persoon praten, door een gebouw lopen dat onmogelijk in elkaar zit, of opeens ergens anders zijn zonder je af te vragen hoe je daar terechtkwam.
Je beschrijving van een achtjarige versie van jezelf past daar goed bij. Niet omdat je werkelijk het denkvermogen van een achtjarige krijgt, maar omdat je vermogen om je eigen ervaringen kritisch te controleren tijdelijk anders functioneert.
Je bent in je droom dus niet noodzakelijk minder intelligent, maar je hebt minder toegang tot bepaalde vormen van zelfcontrole en realiteitstoetsing.
3. Hoe kan iemand in je droom slimmer of grappiger zijn dan jijzelf?
Dit vind ik het interessantste onderdeel van je verhaal.
Je gaat er impliciet van uit dat alles wat je brein bedenkt ook toegankelijk moet zijn voor je bewuste ik. Maar dat is niet zo.
Je hersenen verwerken voortdurend informatie zonder dat je je daarvan bewust bent. Je bewuste gedachten zijn slechts een deel van die activiteit.
Tijdens een droom kunnen je hersenen spontaan dialogen, personages, situaties en onverwachte wendingen produceren.
De grap ontstaat dan niet noodzakelijk doordat een afzonderlijk, slimmer deel van je brein hem bewust heeft bedacht. Hij kan ontstaan uit automatische associaties tussen herinneringen, taal, verwachtingen en emoties.
En omdat je bewuste droompersonage niet vooraf weet wat die andere persoon gaat zeggen, kun je daadwerkelijk verrast worden.
Er is nog een tweede mogelijkheid: je brein reconstrueert bij het ontwaken gedeeltelijk wat je hebt meegemaakt. Daardoor kan een droom achteraf briljanter of samenhangender lijken dan hij tijdens het dromen werkelijk was.
We weten nog niet precies hoe zulke onverwachte droomdialogen ontstaan. Wel past het verschijnsel bij onderzoek waaruit blijkt dat dromen sterk associatief zijn en relatief weinig bewuste controle kennen.
4. Kun je het automatische, instinctieve deel uitschakelen en alleen rationeel denken?
Niet volledig, en dat zou waarschijnlijk ook niet wenselijk zijn.
Je automatische hersenprocessen zijn namelijk niet dom. Ze zijn essentieel voor herkenning, intuïtie, creativiteit, emoties en snelle beslissingen.
Stel je voor dat je een ingewikkeld technisch probleem probeert op te lossen.
Je kunt bewust alle mogelijke oplossingen analyseren. Maar soms schiet je tijdens het douchen of fietsen ineens een oplossing te binnen.
Dat betekent niet dat je bewuste verstand gefaald heeft. Je hersenen zijn buiten je bewuste aandacht doorgegaan met het combineren van informatie.
De beste manier van denken is daarom niet het uitschakelen van automatische processen, maar het beter laten samenwerken van spontane ideeën en kritische beoordeling.
Dat kun je oefenen:
* Eerst vrij associëren: bedenk oplossingen zonder ze meteen af te keuren.
* Daarna kritisch analyseren: toets de ideeën op logica, haalbaarheid en feiten.
* Gebruik rustmomenten: wandelen, fietsen en voldoende slapen kunnen helpen om afstand te nemen van een probleem.
* Beperk afleiding: ononderbroken aandacht helpt bij ingewikkelde redeneringen.
5. Kunnen we daardoor beter denken?
Ja, in bepaalde opzichten. Maar niet doordat we één hersendeel uitschakelen.
Je kunt beter leren schakelen tussen twee denkstrategieën:
Vrij en associatief denken Gericht en analytisch denken
Nieuwe ideeën ontwikkelen Ideeën controleren
Onverwachte verbanden leggen Logische fouten ontdekken
Creatieve oplossingen vinden Beslissingen onderbouwen
Fantasie en improvisatie Planning en uitvoering
Het interessante is dat dromen laten zien hoe rijk onze spontane gedachtewereld kan zijn, terwijl ze tegelijkertijd laten zien wat er gebeurt wanneer onze kritische controle vermindert.
Mijn conclusie
Je hypothese bevat een kern van waarheid, maar waarschijnlijk zit de verdeling anders dan je denkt.
Het is niet zo dat een slim brein de droom schrijft en een dom reptielenbrein hem beleeft.
Waarschijnlijk ontstaat de droom uit de samenwerking van verschillende hersennetwerken, terwijl je bewuste droom-ik maar beperkt toegang heeft tot de processen die het verhaal produceren.
Daarmee komen we bij een veel fundamentelere vraag:
Als jouw hersenen een grap kunnen bedenken die jouzelf volledig verrast, hoeveel van jouw intelligentie bevindt zich dan buiten je bewuste controle?
Het antwoord is dat een groot deel van onze informatieverwerking onbewust plaatsvindt. Hoeveel daarvan zich precies als verborgen creatieve intelligentie laat beschouwen, weten we niet.
En dat maakt jouw ervaring zo fascinerend: je bent tegelijkertijd de bedenker van de grap én degene die hem voor het eerst hoort.
Vakman pur sang