Het Internationaal Energieagentschap (IEA) vergadert donderdag of landen meer olie en olieproducten uit hun noodvoorraden moeten vrijgeven. Nederland wil dit voorlopig niet doen. De regering vreest dat de reserves later harder nodig zijn indien de wereldwijde oliecrisis verergert.
De internationale oliemarkt kampt met de grootste verstoring van de olievoorziening ooit. Door het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran en de oorlog tussen Rusland en Oekraïne zijn minder olie en olieproducten beschikbaar op de wereldmarkt. Vooral diesel en kerosine zijn schaars.
De IEA riep landen zondag op om te onderzoeken of ze extra diesel kunnen vrijgeven. Lidstaten hebben in maart al afgesproken gezamenlijk ruim 400 miljoen vaten olie en olieproducten uit hun strategische reserves op de markt te brengen. Daarvan moeten ongeveer 100 miljoen vaten nog beschikbaar komen.
Nederland wil dat landen eerst hun eerdere afspraken nakomen. "Er zou een zwaarwegende reden moeten zijn om de strategische voorraden verder aan te spreken", zegt een woordvoerder van het ministerie van Klimaat en Groene Groei tegen NU.nl.
Het kabinet wil de Nederlandse strategische reserves niet onnodig aanspreken. Als de crisis escaleert en er daadwerkelijke tekorten ontstaan, zijn die voorraden onmisbaar. Daarnaast is het onder de huidige omstandigheden moeilijk om de voorraden aan te vullen nadat ze eenmaal zijn vrijgegeven.
Nederland heeft in maart de vrijgave van 5,4 miljoen vaten aan olie en olieproducten uit de strategische voorraad toegezegd. Begin oktober waren daar bijna 4,7 miljoen vaten van vrijgegeven. Dat komt volgens het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (COVA) neer op minder dan 20 procent van de Nederlandse strategische voorraad.
Voorlopig is er in Nederland geen tekort aan benzine of diesel. Volgens energie-expert Lucia van Geuns van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS) geldt hetzelfde voor de rest van Europa.
In andere delen van de wereld zijn de gevolgen van de oliecrisis veel ernstiger. Vooral Aziatische landen zijn zwaar getroffen en hebben maatregelen genomen om het brandstofverbruik te beperken en zelfs te rantsoeneren.
"Ondanks de grote verstoringen lijkt de oliemarkt redelijk goed te functioneren", stelt COVA-directeur Gertjan ten Broeke. "We zien in Europa geen tekorten. Dat wil niet zeggen dat die later niet kunnen ontstaan."
Wereldwijd is nu vooral het aanbod van diesel en de vliegtuigbrandstof kerosine erg krap. De prijzen voor deze brandstoffen zijn veel sterker gestegen dan de prijs voor ruwe olie. Volgens Ten Broeke duidt dit op een aanzienlijk aanbodtekort op de internationale markt.
Voor Nederlandse consumenten en bedrijven is betaalbaarheid van brandstof momenteel het belangrijkste probleem. Hogere dieselprijzen leiden bijvoorbeeld tot hogere transportkosten. Die kosten worden doorberekend waardoor uiteindelijk boodschappen en andere producten in de winkels duurder kunnen worden.
De vrijgave van steeds grotere hoeveelheden uit de strategische voorraden roept bij Van Geuns wel vragen op. De reserves zijn oorspronkelijk bedoeld als buffer en bescherming voor ernstige verstoringen van de olietoevoer. Nu worden ze ook gebruikt om de brandstofprijzen op de wereldmarkt te drukken.
"Strategische reserves zijn niet bedoeld voor economische manipulatie, maar voor potentiële tekorten", onderstreept Van Geuns. Ze is kritisch over de internationale druk om de vrijgave van deze reserves op de markt te versnellen. Volgens haar spelen politieke belangen, en dan met name die van de VS, een rol.
De terughoudendheid van verschillende landen is volgens de energie-expert begrijpelijk. Europa is voor olie en brandstoffen afhankelijk van import uit andere delen van de wereld. Daarnaast staat de winter voor de deur. In de winterperiode hebben verschillende Europese landen extra diesel nodig voor verwarming.
Nog kleinere noodreserves bij nieuwe vrijgave
De Nederlandse overheid sluit de mogelijkheid om alsnog extra reserves beschikbaar te stellen niet uit. Dit zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren als de leveringszekerheid in andere Europese landen ernstig in gevaar komt, laat een woordvoerder weten. Het ministerie stelt wel dat een dergelijk besluit goed onderbouwd moet zijn en in overleg met andere IEA-landen moet worden genomen.
Overigens denkt zowel COVA-directeur Ten Broeke als energie-expert Van Geuns dat de kans op brandstoftekorten in Nederland en Europa zeer klein is. Ons land telt vijf olieraffinaderijen. Deze produceren brandstof voor een groot deel van Noordwest-Europa.
Die raffinaderijen zijn wel afhankelijk van de aanvoer van ruwe olie. Maar de kans dat die aanvoer verstoort raakt, is volgens Geuns relatief klein. Dat komt doordat de olie uit verschillende werelddelen komt, waarmee het risico op verstoringen is gespreid. Pas als de gehele aanvoer ernstig verstoord raakt, kan uiteindelijk ook hier een brandstoftekort ontstaan.
Bron;
https://www.nu.nl/economi(...)te-geven-groeit.html