abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
pi_221778644
Etapa 20: La Calahorra - Collado del Alguacil, 186,8 km

Goh, ja, dat was een leuke rit, tot het niet meer leuk was. Een bergrit van meer dan 200 kilometer, waarin het tot op 80 kilometer van het eind zeer spectaculair was. Iedereen ging in de aanval, we zagen zelfs ONZE Steven Kruijswijk nog een tijd op kop rijden. Dat duurde alleen niet lang, het is maar goed dat hij stopt, het niveau is er niet echt meer. Het duurde een eeuwigheid voor de vlucht vertrokken was, iedere groep werd uiteindelijk weer braaf bijgehaald. Uiteindelijk reed er een grote groep weg, in meerdere delen. Eddie Dunbar zagen we al een tijd in beeld, we konden vroeg op de dag al weten dat hij helaas zeer goed in orde was. De regie kon het ook allemaal niet bijhouden, zoveel gebeurde er. Het ene groepje na het andere groepje reed weg, onder andere Berrade en Buitrago gingen later in de aanval en moesten nog hun best doen om vooraan te geraken. Even later vertrok er nog een groep, met daarin Carapaz. Hij schoof stiekem mee, zonder dat iemand iets in de gaten had. Vooraan zat een ploeggenoot, die liet zich snel uitzakken en zo probeerde Carapaz de tegenstand in de luren te leggen. Zijn poging strandde in schoonheid, helaas. Hij verloor ploeggenoot Rafferty al snel, de Ier kreeg met materiaalpech af te rekenen. In het peloton besloot Decathlon dan weer op kop te rijden, ze wilden de podiumplaats van Gall graag beschermen. Ter hoogte van het fraaie Ronda werd Carapaz na een dappere poging weer tot de orde geroepen. Goed geprobeerd, helaas zat het net niet mee. Wel vet dat hij nog iets wil ondernemen, dat mag hij vandaag herhalen. Nadat Carapaz werd ingerekend viel de rit eindelijk stil, op 80 kilometer van de finish volgde er het eerste moment van rust. De kopgroep was gevormd, een mannetje of 16 in totaal. Een aantal goede klimmers voorin, maar de beste kopgroep ooit was het toch ook weer niet. Wel een kopgroep die een ruime voorgift kreeg, bij Movistar vonden ze het allemaal wel weer prima. Lang gebeurde er niets, pas op de slotklim hoefden we weer wakker te worden. Op die klim trok Rudy Molard ten strijde, maar hij kwam niet ver. Pau Miquel verzorgde een lead-out voor Buitrago en de Colombiaan vertrok daarna. Hij ging best hard, maar niet hard genoeg. Tom Gloag reed naar het wiel toe, even later voegde ook zijn ploeggenoot Eddie Dunbar. Urko Berrade sloot weer wat later aan, met deze vier reden we verder. Het duo van Pinarello was tactisch in het voordeel, maar het hele groepje besloot netjes rond te draaien. Zonder elkaar aan te vallen bleven ze tot in de laatste twee kilometer bij elkaar. In die laatste twee kilometer volgde er een furieuze versnelling van Buitrago en dat leek mij de winnende move te zijn. Blijkt maar weer dat ik er geen verstand van heb. Onderweg leek Gloag de beste van Piranello te zijn, maar uiteindelijk was het Dunbar die probeerde de oversteek te maken naar Buitrago. Dat leek niet te lukken, hij bleef wat hangen, maar in de laatste kilometer kwam hij toch weer dichterbij. Op 500 meter van de aankomst sloot hij zelfs aan, Buitrago had zichzelf wat overschat. Wel een slim moment gekozen om aan te vallen, zo sluw is ie dan wel, maar niet de benen om het af te ronden. Dunbar sloot aan en ging er ook meteen overheen, Buitrago had geen antwoord. En zo reed de Ier naar de ritzege. Zijn derde in totaal, ik heb daar wel moeite mee. Een absolute non-entiteit als renner, met een werkelijk afgrijselijke stijl op de fiets. Dit hele jaar geen deuk in een pakje boter gereden, en dan ineens zo grandioos op de afspraak zijn in de Vuelta, ik heb daar een mening over. Buitrago had ik een leukere winnaar gevonden, hem komt het meer toe. Eddie Dunbar die namens Pinarello-Q36.5 wint, het was gisteren echt 9/11. Lelijk, heel lelijk. Het was niet spanning, niet enerverend, en de uitkomst was ook niet leuk. Goed, die laatste twee kilometer waren nog wel aardig, maarja, meer ook niet. Dunbar eerste, Buitrago tweede, Gloag eveneens uit het niets derde, en dan Urko Berrade vierde. Kern PharrmaGoden. Camprubi op 5, daardoor drie jongens van Doug in de top vijf, heel bijzonder.

Tussen de favorieten was het niet veel beter. We zijn nu voor de derde keer op Peñas Blancas geweest. Drie keer wonnen de klassementsrenner niets, drie keer was er überhaupt weinig actie tussen die klassementsrenners. Roglic probeerde het nog wel met een aanvalletje, maar Mas voelde die versnelling niet eens. Een zieke Skjelmose haakte af, verder gebeurde er echt weinig. Dit is geen geschikte klim, die conclusie moeten we inmiddels trekken. Omrzel probeerde het ook nog even, maar hij werd in de laatste meters weer gegrepen en achtergelaten. Met z'n vijven reden ze ondertussen naar de finish. Vijf klassementsrenners bij elkaar op een aankomst bergop van 17 kilometer, daar gaat dus iets echt helemaal verkeerd. Peñas Blancas hoef ik echt niet meer te zien, ik meen het. Hooguit als we besluiten een keer helemaal naar boven te rijden, naar Pico de los Reales. Dan wil ik mijn positie heroverwegen, anders spreek ik voortaan resoluut mijn veto uit. Na een dag die leuk begon maar waar we uiteindelijk niets aan hadden gaan we nu verder met een van de zwaarste ritten van deze ronde, vlak voor de Vuelta eindigt krijgen we te maken met de koninginnenrit. Een aangepaste koninginnenrit wel, van het oorspronkelijke plan is niet veel over, maar de rit is nog steeds loodzwaar. We kunnen niet over de Hazallanas, daarom doen we tweemaal de Purche en gaan we over El Duque, die laatste is dan weer een nieuwe klim. Net als de zware slotklim, het wordt een dag vol ontdekkingen. Hopelijk ook en dag vol fantastische koers. Hier kan het op, op dit parcours is alles mogelijk. Hier kun je oorlog maken, vrij ver van de finish al. Alle mogelijkheden zijn er om er een spetterend slot van te maken. We gunnen Mas best de eindzege, maar we hopen wel dat Gall en Roglic het hem nog heel moeilijk gaan maken. Ga maar gewoon aanvallen en kijk of je Mas nerveus kan maken, dat zou mijn advies zijn. Vooral een Roglic heeft toch niets te verliezen, in een koers die je al vier keer hebt gewonnen heeft een vierde plaats weinig waarde. Nouja, goed, we bevinden ons op een paar uur van de start van de laatste bergrit van de Vuelta. De zwaarste van allemaal, we gaan rondjes rijden in het hinterland van Granada, in de Sierra Nevada. Dit heeft potentie om een all timer te worden, een regelrechte klassieker. Stel ons niet teleur, coureurs. Terug in de provincie Granada in het onvermijdelijke Andalusië liggen er 5000 hoogtemeters op de renners te wachten. Kom maar op.




De voorlaatste rit van deze Vuelta gaat van start in La Calahorra, een dorpje in de provincie Granada in de regio Andalusië waar slechts 680 mensen wonen. Dat waren er in 2001 nog 826, ooit gaat La Calahorra eindigen als een despoblado. Vlak voor er hier helemaal niemand meer woont komt de Vuelta voor het eerst in de geschiedenis voorbij, voor een vertrek of een aankomst althans. Andere koersen zijn ook nog niet in dit dorp geweest, een plaats die we niet mogen verwarren met het grotere Calahorra dat in La Rioja ligt. La Calahorra ligt aan de voet van de Sierra Nevada en grenst aan de pas van La Ragua, een joekel van een klim die we haast nooit in de Vuelta zien. In 2009 bedwongen we de Puerto de la Ragua een keer, dat deden we in een rit die ook aan zou komen in de Sierra Nevada. In het begin van de rit mochten de renners 23 kilometer aan 6,5% klimmen naar de top van La Ragua om vervolgens af te dalen richting La Calahorra. Vanuit La Calahorra reden we vervolgens op dezelfde manier naar Granada als nu, jammer dat ik toen nog geen teksten schreef. Vandaag komt La Ragua helaas niet voorbij, toch een klim die ook vanuit La Calahorra de moeite waard was geweest. Op de top vinden we daar tevens een wintersportgebied, toch een populaire trekpleister in deze regio. We blijven echter beneden in La Calahorra, een dorpje met uiteraard een hoop witte huizen. Tegen de berghellingen gebouwd, daar houden we van. Het dorp wordt gekenmerkt door smalle straatjes, een historische kerk en het laatste middeleeuwse kasteel van Andalusië. Het laatste middeleeuwse kasteel van Andalusië, dat klinkt alsof ik weer een ondeugdelijke vertaling heb gevonden. De naam La Calahorra verwijst naar de defensieve functie die het dorp door de eeuwen heen heeft gehad. In de Middeleeuwen stond het bekend als La Calahorra de Alquife en was het een belangrijk bestuurlijk centrum. De invloed van Don Rodrigo de Mendoza, Markies van Zenete, is nog steeds merkbaar in de historische architectuur. Tijdens de Moorse opstand in 1568 speelde La Calahorra een rolletje in de gebeurtenissen. Na de herovering door de christelijke troepen kreeg het dorp een nieuwe bevolking en veranderde de samenstelling van de gemeenschap aanzienlijk. Het kasteel van La Calahorra, gebouwd in de vroege 16e eeuw, is een Nationaal Historisch-Artistiek Monument. De buitenkant straalt robuustheid uit, terwijl het interieur een verrassend verfijnde zuilengalerij in renaissancestijl herbergt. De galerij is vervaardigd uit Italiaans marmer en vormt een fraai contrast met de militaire uitstraling van de buitenkant. Tijdens de christelijke overheersing werd het kasteel ingezet als verdedigingsbolwerk tegen mogelijke opstanden in de regio. De kelders bevatten nog steeds cellen die herinneren aan deze periode van conflict. Castillo de la Calahorra is een indrukwekkend kasteel, mogen we wel zeggen. Het ligt op een heuvel aan de rand van de Sierra Nevada en biedt een panoramisch uitzicht over het landschap van het Marquesado del Zenete. Dit historische bouwwerk is uniek in Spanje, omdat het als een van de eerste kastelen in de Renaissance-stijl werd gebouwd. Ah, een van de eerste kastelen in de stijl van de Renaissance, dat klinkt al logischer. Volgens het roadbook zelfs een van eerste bouwwerken in die stijl, überhaupt. En een van de belangrijkste, hoppa! Tussen 1509 en 1512 werd het kasteel in slechts drie jaar tijd voltooid. De buitenkant heeft een robuust en sober uiterlijk, met een rechthoekige vorm en vier ronde torens op de hoeken. Binnenin wacht een verrassend contrast: een elegante binnenplaats met marmeren balustrades, verfijnde bogen en een monumentale trap, allemaal in Italiaanse Renaissance-stijl. De materialen werden speciaal uit Italië gehaald en door vakmensen uit dat land bewerkt. Ah, daarom ziet het er een beetje uit als een Playmobilkasteel. Dit kasteel markeert een overgangsperiode in de Spaanse architectuur. Waar gotische elementen jarenlang de norm waren, introduceerde Castillo de la Calahorra een nieuwe stijl die zich snel over het land verspreidde. Oorspronkelijk was het een residentie voor de markies van Zenete, maar door de eeuwen heen veranderde het meerdere keren van eigenaar. Vandaag de dag behoort het toe aan de Hertog van Infantado. Het kasteel is privébezit, maar bezoekers kunnen het interieur verkennen na het maken van een afspraak met de beheerder in het dorp La Calahorra. Dit maakt het minder toegankelijk dan andere historische locaties, maar wie erin slaagt een bezoek te regelen, krijgt een unieke kans om het bijzondere interieur te bewonderen. Ondanks zijn historische en architectonische waarde is het kasteel in een staat van verval geraakt. Dit roept vragen op over het behoud van cultureel erfgoed en de rol van particuliere eigenaren hierin. Toch blijft het een van de meest fascinerende kastelen in Andalusië en een bijzondere plek voor liefhebbers van geschiedenis en architectuur. Het kasteel is eigenlijk het enige hoogtepunt van La Calahorra, maar dat is natuurlijk niet heel gek in een dorp waar minder dan 700 mensen wonen. Al probeert de lokale VVV er nog wat van te maken: Naast het kasteel biedt La Calahorra verschillende historische en culturele bezienswaardigheden. De kerk van het dorp is een architectonisch hoogtepunt, terwijl de smalle straten en traditionele huizen een charmante uitstraling hebben. Ook de natuurlijke omgeving van de Sierra Nevada maakt het een interessante bestemming voor wandelaars en natuurliefhebbers. La Calahorra kent een levendige cultuur waarin tradities een belangrijke rol spelen. Jaarlijks vinden er festiviteiten plaats waarbij muziek, dans en lokale gerechten centraal staan. Deze evenementen brengen de gemeenschap samen en trekken bezoekers die de authentieke sfeer willen ervaren. Er vinden festiviteiten plaats, die we verder niet bij naam noemen, dat zullen wel grootste evenementen zijn dan. Nouja, nu komt in ieder geval de Vuelta op bezoek, we kunnen stellen dat de koninginnenrit hier begint en dat is wel een festiviteit van jewelste natuurlijk. Al is het ook niet niks dat het kasteel is gebruikt als filmlocatie voor House of the Dragon. Als fans van HBO MAX staan wij hier volledig achter.





La Calahorra was vroeger de belangrijkste stad op het landgoed van Don Rodrigo de Mendoza, markies van Zenete, naar wie het hele gebied is vernoemd. Vanuit hier controleerde en bewaakte hij al zijn territoria, evenals de route van La Alpujarra naar de Middellandse Zeekust via Puerto de La Ragua. Vanwege de belangrijke strategische ligging heeft hij hier een paleis gebouwd, geïnspireerd op de Italiaanse stijl die hij zo bewonderde. La Alpujarra, daar won ONZE Breakaway Bert in 2015 een rit! Aan de rand van La Calahorra gaan de renners met zicht op het imponerende kasteel van start op de enige doorgaande weg die het dorp rijk is. Ze starten op de Avenida del Marquesado, in de eerste kilometers gaan ze het markizaat van Rodrigo de Mendoza uitgebreid verkennen. We rijden vanuit de start niet direct de Sierra Nevada in, La Ragua laten we voor wat het is. In plaats daarvan worden we op een plateau om de Sierra Nevada heen geconfronteerd met een vlakke start. Na een korte neutralisatie van amper zes minuten gaan we een stukje buiten La Calahorra officieel beginnen, in de eerste twee kilometer van de rit rijden de renners volledig rechtdoor over een brede en vlakke weg in een vrijwel lege omgeving. Na twee kilometer komen ze uit in het dorpje Alquife, volgens een bord langs de weg gelegen in het Geoparque de Granada. Ze rijden over de Avenida Hubert Meersmans dit dorpje binnen, waar ze bij de entree om een rotonde heen moeten rijden. Hubert Meersmans, dat is dan wel zo'n naam die je verplicht om Google aan te slingeren. Blijkt een Belgische zakenman te zijn, die onder meer een groot landgoed in Granada bezat. Zijn rijkdom vergaarde hij met het ontwikkelen van verschillende mijnexploitaties van ijzererts, lood en koper. Een stukje info uit een blog over Belgen met een Spaans verleden voor je: In de door en door agrarische provincie Granada, in Almería en zelfs in Noord Afrika kocht onze Belg een hele reeks mijnen op, merendeels tussen de jaren 1888 en 1894, een tijd voor koopjes omwille van de wereldwijde economische depressie. Koopjes die hem een enorm rendement zouden opleveren want de wereldprijzen schoten na deze jaren opnieuw de lucht in en de onderontwikkelde Andalousische ondergrond werd een nieuwe frontier op de wereldmarkt. En dit is waar Hubert Meersmans op het toneel verschijnt, een man wiens bedrijfsmodel best omschreven kan worden als dat van een kapitaalwerver. Een mooi voorbeeld is het verhaal van de in 1895 opgerichte S.A. Minas de Hierro de Marquesado, een mijnbedrijf in Alquife en Huéneja, twee gemeenten aan de noordelijke voet van het Sierra Nevada-gebergte, waarvan Meersmans hoofdaandeelhouder was. Zij het doelbewust, zij het omwille van de te hoge productiekosten en problemen met de spoorlijnverbinding met bestemming Almería-haven, poort tot de exportmarkten, nam Meersmans samen met zijn Parijse zakenpartners na amper twee jaar de beslissing de mijnen in Alquife – de grootste openluchtmijn van ijzererts in Europa – te leasen aan een Frans bedrijf en in 1900, opnieuw dankzij Meersmans´ uitstekende contacten in de Franse haute finance, te verkopen aan een Engels-Schots consortium. Om een idee te geven van de problemen met de ontsluiting van de mijnstreek tot de steden en de zeehavens, is het vermeldenswaard dat Meersmans zich dikwijls te paard moest verplaatsen langs wegen die onbegaanbaar waren per koets. “La Estrella”, een aaneenschakeling van kopermijnen in volle Sierra Nevada, was verbonden met het 20 km verder liggende dorp van Guéjar Sierra via een door Meersmans speciaal aangepast bergpad, waar door muilezels voortgetrokken karren met hun lading mineralen bergaf ratelden. De operatie omtrent Alquife ging gepaard met een spectaculaire opwaardering waarvan Meersmans en enkele andere buitenlandse tussenpersonen enorm profiteerden. Iets gelijkaardigs gebeurde met een mijnexploitatie in Jérez del Marquesado en in Lanteira, twee buurgemeenten van Alquife. Dit bedrijf werd in 1907 doorverkocht, opnieuw aan Britse kopers. Nadien bleef Meersmans speculeren met talrijke andere mijnconcessies in de regio. In de eerste kilometers van de rit rijden we door Alquife, vervolgens fietsen we via Lanteira naar Jérez del Marquesado, we passeren in de eerste kilometers van de rit dwars door een mijnregio dus. Al die mijnen waren ooit deels het bezit van een Belg, eentje die met het geld dat hij verdiende de lokale bewoners wist te paaien door overal beelden van Maria neer te zetten. Alquife kreeg zo'n beeld cadeau, bijvoorbeeld. In een diepgelovige regio was dat een gouden zet, Meersmans heeft mede daarom straten naar hem vernoemd gekregen, en kreeg de eretitel geadopteerde zoon opgeplakt in deze dorpjes. Fascinerende blog heb ik nu toch weer opgeduikeld, op zijn landgoed in Granada kwam na een tijd zelfs de grote Federico García Lorca op bezoek, Huub was een grootheid in deze contreien. Maar goed, we rijden dus door een regio vol mijnen, de mijn in Alquife is de grootste openluchtmijn als het om het winnen van ijzererts gaat zegt deze bron, een andere bron heeft het dan specifiek over mijnen in Andalusië en vindt dat de eer gedeeld wordt met de mijn in Minas de Rio Tinto, waar we een paar dagen geleden nog zijn gepasseerd. Het is in ieder geval een activiteit waar ze hier al eeuwen mee bezig zijn, hier bij Minas del Marquesado. De mijnen van het markizaat, het zal ongetwijfeld in beeld komen tijdens het begin van de rit. De laatste bergrit van de Vuelta wordt integraal uitgezonden, dat kan dus.





Over de mijnbouw in deze regio kun je ook weer pagina's vullen, zo vinden we in de buurt van die grote mijn net ten noorden van Alquife een ontvolkt dorp. Ooit speciaal gebouwd voor de mijnarbeiders, tegenwoordig een desolaat en van ellende uit elkaar vallend oord. In 1996 sloten de mijnen, daarna wist men jarenlang niet wat te doen. Toch de mijnactiviteiten hervatten? Er een soort park van maken? Een museumpje moet kunnen toch? Het inwonersaantal van Alquife daalde ondertussen van 2600 naar 600, maar tegenwoordig schijnt er toch weer een soort van hoop op nieuwe aanwas te zijn, als ik Wikipedia mag geloven werd de mijn in 2020 heropend. Enfin, we rijden door Alquife heen zonder veel van de mijn te zien en daarna loopt een iets smallere weg via een aantal bochten een kilometer of drie vals plat omhoog richting Lanteira. Dit stelt weinig voor, het begin van deze rit is erg makkelijk. Eenmaal in Lanteira loopt de weg juist weer kort omlaag, we springen over een drempeltje of twee heen en nemen daarna een scherpe bocht naar rechts bij het verlaten van dit dorp. Van Lanteira rijden we vervolgens richting Jérez de Marquesado, over een weg die weer breed is geworden rijden de renners een kilometer of twee op een zo goed als vlakke manier verder door een toch tamelijk lege omgeving. In en rond Jérez de Marquesado loopt de weg dan weer een aantal kilometer vals plat omlaag, voor we het dorp betreden komen we een scherp bochtje naar rechts tegen, verder is het hier behoorlijk rechttoe rechtaan. We rijden na die bocht dwars door het centrum van dit mijndorpje heen, de vergane glorie druipt hier van de gevels. Er liggen wat drempeltjes, de tocht mogen we op dat gegeven na voorlopig vrij eenvoudig noemen. Buiten dit oord waar de heer Meersmans ook ooit een mijn bezat komen we twee brede bochten tegen, na die twee brede bochten rijden we dan weer acht kilometer volledig rechtdoor over een brede en zo goed als vlakke weg. Heel minimaal vals plat omlaag, we knallen een eeuwigheid dwars door een vrijwel lege omgeving heen. Het asfalt is in deze regio waar de mijnindustrie is ingestort niet al te best, het wegdek vertoont de nodige scheuren. Dat is voorlopig het enige bezwaar, of je moet willen weten dat we halverwege deze weg een keer een random rotonde tegenkomen. Acht kilometer rechtdoor in een omgeving met alleen wat akkers en een paar boomgaarden, dat is het voorlopig. Had eventueel weer leuk kunnen zijn met wat wind, maarja, nee. Na acht kilometer over een rechte weg gereden te hebben komen we in de twee kilometer daarna een aantal brede bochten tegen. We dalen kort af in een omgeving waar plotseling meerdere rotsformaties verschijnen, ineens lijkt deze omgeving ergens op. Na een reeks makkelijke bochten slaan we linksaf om vervolgens weer een paar kilometer volledig rechtdoor te rijden over een weg die weer vrijwel vlak is. Zo rijden we vervolgens na 23,5 kilometer Guadix binnen, een dorp waar in 1985 Beppe Saronni een rit in de Ruta del Sol won. Ook een dorp waar we in meerdere Vuelta's doorheen zijn gereden, uiteraard tijdens de rit in 2009 op weg naar de Sierra Nevada. Die rit kopiëren we nu voor een deel, spreekt voor zich dus. In de Vuelta van 2010, de Vuelta van wat als, ging er zelfs een rit van start in Guadix. We reden toen van Andalusië naar Murcia, waar in Lorca - dat we eerder deze Vuelta hebben gezien - een sprint gewonnen zou worden door brandweerman Farrar. Dat was daags na de magische dag in Valdepeñas de Jaén, mooi was die tijd. In de Vuelta van 1997 ging er eveneens een rit van start in Guadix, net als nu reden we toen de Sierra Nevada in. Ook Guadix is weer een oud mijnstadje, al kom je hier meer noemenswaardigheden tegen. Het is een van de oudste nederzettingen in Spanje; al in de prehistorie leefden er mensen in de regio. En later woonden er Iberiërs, Feniciërs en Romeinen. Die laatsten maakten er een belangrijke stad van vanwege de strategische ligging op de route tussen Cordoba en Cartagena. Na de val van het Romeinse Rijk veroverden de Visigoten de stad. In de 8e eeuw veroverden de Moren Spanje en zij bouwden een fort, het Alcazaba. Uit de tijd van de Romeinen kom je onder meer de ruïnes van een theater tegen, het Alcazaba is een exemplaar dat de tand des tijds goed heeft weten te doorstaan. In het centrum kom je talloze statige gebouwen tegen, de stad beschikt onder een aantal prachtige paleisjes. Daarnaast is er een kicken kathedraal met een barokke voorgevel te vinden, niet mis. En dan is er nog het echte hoogtepunt: een wijk vol grotwoningen! Dé toeristische attractie van Guadix, het ziet er allemaal ook best interessant uit moet ik eerlijk toegeven. Hoe komt het dat er in Guadix zoveel grotwoningen te vinden zijn? Dat heeft alles te maken met de heuvels die je hier vindt. Deze bestaan namelijk uit zachte klei- en zandsteen waardoor je relatief eenvoudig een grot kunt uithakken. Omdat er in dit gebied een landklimaat heerst gaan de zomers gepaard met hoge temperaturen en zijn de winters kouder dan in vele andere gebieden in Andalusië. De grotwoningen hebben een uitstekende isolatie waardoor het hele jaar de temperatuur redelijk constant blijft. In de zomer zijn ze lekker koel en in de winter wordt de warmte beter vastgehouden dan in de traditionele huizen, gemaakt van steen. Er zijn meer dan 2000 bewoonde grotwoningen waar mensen tot op de dag van vandaag in wonen. Vele zijn inmiddels gemoderniseerd en beschikken over de belangrijke voorzieningen die je in andere huizen ook vindt zoals water en elektra. Heel sick. Daarnaast schijnen ze in deze omgeving ook films te hebben opgenomen, Indiana Jones and the last Crusade bijvoorbeeld. Guadix dus, dik.





Tamelijk fascinerend. Vooral bijzonder dat mensen nog steeds in die grotwoningen leven, al is het daardoor wel minder geschikt als toeristische attractie. Beetje plompverloren bij zo'n woning aanbellen en dan maar hopen dat de bewoner zin heeft om je een rondleiding te geven. Goed, de renners zien er wederom weinig van, ze rijden met een boog om de grottenwijk heen, ze fietsen vooral dwars door het centrum heen van dit stadje dat dankzij de textielindustrie ook nog een periode van bloei heeft gekend. In het centrum komt het peloton een paar rotondes tegen, en een paar drempeltjes. Valt wel mee, het parcours is nog steeds een eitje. Dat is dan weer het jammere van deze rit. Het is een beuker van een etappe, het duurt alleen een tijd voor de eerste serieuze klim in beeld verschijnt. Een hinderlaag opzetten is met zo'n parcours vrij ingewikkeld, chaos vanuit het vertrek ligt niet voor de hand en dat is in het voordeel van Mas. Deze kilometers krijgt hij alvast cadeau. Bij het verlaten van Guadix rijden we toch nog langs een grotwoning, als ze goed kijken zien ze er aan de andere kant van de weg in de verte nog een paar. Van Guadix fietsen we richting Purullena, een kilometer of vier rijdt men zo goed als rechtdoor over een brede en vlakke weg, daarna komen we vlak voor we Purullena betreden een kort klimmetje tegen. Ingeklemd tussen twee rotswanden loopt de zeer brede weg een kilometer aan 5% omhoog, voor het eerst vandaag treffen we iets dat op klimwerk lijkt. Op de top van dit klimmetje betreden we Purullena en hier zien we ook weer een aantal grotwoningen in beeld verschijnen. Een wonderlijk decor, mateloos intrigerend. Purullena is wat kleiner dan Guadix en daardoor wat minder bekend, maar de grotwoningen hier zijn net zo mooi. En ze komen hier beter in beeld dan in Guadix, de renners krijgen toch nog wat moois te zien. In de omgeving van Purullena kun je overigens nog veel meer moois vinden, net ten zuiden van het dorp vinden we heuse badlands. Een landschapsvorm, gekenmerkt door een sterk geërodeerde, uit klei bestaande ondergrond, voornamelijk in semi-woestijngebieden te vinden. Door erosie door wind en water komen in badlands geologische formaties als canyons, ravijnen en hoodoos veelvuldig voor, nou, dat vinden we dus ook allemaal in de omgeving van dit dorpje. Er zijn een paar mooie miradors te vinden, om meerdere redenen een interessant gebied om een keer met een bezoekje te vereren. Een van die uitzichtpunten noemen ze de Mirador del Fin del Mundo, jeetje, dramatisch zeg, het einde van de wereld! Na het klimmetje richting het dorp dalen we kort af, over een zeer brede weg slingeren we zonder problemen door het centrum heen, waarna we aan de rand van het dorp linksaf slaan om vervolgens na een vlakke kilometer aan een strook veredeld vals plat van 4,5 kilometer te beginnen. Het gaat hier gemiddeld aan 3,5% omhoog, nouja, laten we het een opwarmertje noemen. De weg blijft buiten Purullena breed, in de eerste kilometer van dit klimmetje rijden we aan 5% omhoog en daarna is het vals plat tot de top terwijl we door het geërodeerde landschap toeren. Het is een vrij rustige omgeving, toch komen we halverwege de weg in een dorpje uit. We rijden door Los Baños heen, waar de weg tijdelijk wat smaller wordt en waar we ook weer wat drempels vinden. Voorbij Los Baños rijden we nog een tijdje vals plat omhoog, waarna we vervolgens in de badlands een paar glooiende kilometers tegenkomen. Een beetje op en af tussen de rotsen in, zonder dat we veel spannende bochten treffen. We slaan een keer rechtsaf een andere weg in, waarna we over een smal bruggetje fietsen om vervolgens over een weg te fietsen die men uit de klei heeft weten te hakken. Niet veel later volgt er een bocht naar links en na die bocht rijden we weer over een zeer brede weg verder. Via een aantal bochten loopt deze weg kort omlaag, maar dat stelt echt niets voor. Het wordt al snel weer vlak en dan bereiken we na 41 kilometer het dorpje La Peza, een boerengemeenschap waar we op de top van een heuvel een kasteelruïne aantreffen. In het centrumpje van het dorp treffen we ter hoogte van een gek gebouwtje ook een heuse chicane aan, met voor en na de chicane een drempel. Boobytrap! Na de chicane verlaten we La Peza direct en als we de huizen van dit dorpje achter ons laten begint officieus de eerste officiële klim van de dag. Voorbij La Peza loopt de weg meteen aan 2% omhoog, in totaal gaan we na de passage in het dorp 9,3 aan 3,4% klimmen naar de top van de Puerto de Los Blancares. De organisatie neemt de eerste anderhalve kilometer aan 2% alleen niet mee, ze laten de klim iets later beginnen en komen ze op een klim van 7,7 kilometer aan 3,7%. Veel verschil maakt dat niet, de Blancares is niet direct de moeite waard. Er komt vandaag nog heel veel zwaar spul aan, het voorprogramma is alleen wat aan de magere kant. Door een wat bosrijkere omgeving rijden de renners heel voorzichtig omhoog over een brede en vrij rechte weg die de loop van het riviertje Mogollón volgt. De renners rijden 3,5 kilometer aan 2% omhoog, voor er na een kilometer aan 3,5% zowaar een kilometer aan 5,5% volgt. Langs de Mogollón komen we na een tijd in een fraaie kloof terecht, de plaatjes zijn mooier dan de percentages. Voorbij de kloof rijden we weer een bos in en in dit fraaie bos loopt de weg na een kilometer aan 4,5% nog enkele kilometers aan 2,5% omhoog. Mooie klim, alleen jammer dat het niet echt klimt. Klein stukje aan 6,5% richting de top, dan ben je er wel. Na 51 kilometer komen we boven op deze makkelijke klim van de derde categorie.









De Puerto de Los Blancares kwam ook voor in de Vuelta van 2015, in de rit met aankomst bergop in La Alpujarra, waar Bertjan Lindeman hilarisch genoeg wist te winnen. Met een vallende tegenstander in de slotkilometer om het kolderieke verhaal compleet te maken. Ook in 2009 kwam de klim dus voor, toen werkten we tot in Granada dezelfde route af en dus spreekt het voor zich dat we na deze klim een poging gaan wagen om die stad te bereiken. Het gaat een kleine 30 kilometer duren voor we Granada bereiken, in die 30 kilometer rijden we overwegend omlaag. Voorbij de top van de klim dalen we alvast 20 kilometer af aan 3% gemiddeld, dan weet je ongeveer waar je aan toe bent. De eerste zeven kilometer van deze afdaling rijden we continu net iets meer dan vals plat omlaag over een bochtige weg die de loop van het riviertje Aguas Blancas volgt. We rijden vooral door een fraai bos heen, terwijl we ook de nodige mooie rotswanden zien verschijnen. Dat geopark van Granada is niet onaardig, het is hier zelfs best aardig. Helemaal in het begin van de afdaling rijden we kort aan 5% omlaag en in dat eerste stukje van de afdaling komen we kort achter elkaar ook enkele snedige bochten tegen, daarna wordt het steeds makkelijker. We dalen vals plat verder, de brede bochten die we daarna tegenkomen zijn allemaal prima te navigeren. Na het eerste deel van de afdaling komen we uit in de buurt van het stuwmeer van Quéntar, de renners rijden een paar kilometer langs dit stuwmeer af en hier is de weg zo goed als vlak. Klein stukje vals plat omhoog, zelfs. De renners rijden langs het water en langs nog meer rotswanden, het is hier buitengewoon pittoresk. Voorbij het stuwmeer dalen we dan weer vijf kilometer richting het dorpje Quéntar, in dit deel van de afdaling gaan we zowaar een tijd aan 5% omlaag. Voorbij het stuwmeer komen we enkele bochten tegen, maar ik vind al die bochten eigenlijk wel meevallen. Als we na 64 kilometer passeren in Quéntar komen we daar iets meer bochten tegen die daadwerkelijk op een bocht lijken, maar ook deze passage mag weinig problemen opleveren. Buiten het dorp komen we een brede haarspeldbocht tegen, in een decor vol bossen met op de achtergrond de mooiste bergtoppen. Leuk stukje wereld, het is alleen een afdaling waar zelfs Joop Gall lachend naar beneden kan. Voorbij Quéntar loopt de weg nog een kilometer of twee wat steviger omlaag, daarna sluiten we de afdaling af met een paar kilometer in vals plat dalende lijn. We komen uit in Dúdar, een klein wit dorpje waar wat drempels liggen. Voorbij dit dorp, waar ook nog wel een stiekem bochtje ligt, loopt de brede en keurige weg dan weer rechtdoor vals plat omlaag verder. De afdaling is na een tijd officieel voorbij, na 20 kilometer, maar ook in de zeven kilometer voorbij de afdaling blijft de weg vooral rechtdoor vals plat omlaag lopen. De omgeving blijft formidabel, het is een goede weg voor de afdeling touristique. Voor de afdeling koers is het een slechte weg, maar we bereiken wel bijna Granada en als we daar zijn gaat de koers heel leuk worden. Na 80 vrij eenvoudige kilometers krijg je dan ineens af te rekenen met 100 loodzware kilometers, het is even doorbijten, maar dan volgt uiteindelijk de beloning. Als we bijna volledig beneden zijn, in de buurt van Granada, rijden we een tijdje over het grondgebied van de gemeente Pinos Genil, het gelijknamige dorp zullen we later deze rit nog een aantal keer zien verschijnen. Even verderop rijden we Cenes de la Vega binnen, een klein dorpje waar we een rotonde aantreffen. We zien er ook een oude poort verschijnen, de Puerta de Sierra Nevada. Een treffende naam, we vinden hier ook praktisch de toegangspoort tot het loodzware klimwerk in die siërra. Via Cenes de la Vega rijden we zo goed als rechtdoor Granada binnen, de komende vijf kilometer rijden we in een rechte lijn steeds door een bebouwde omgeving het centrum van de stad waar morgen de Vuelta gaat eindigen in. Over Granada ga ik nu daarom nog niet veel vertellen, dat zullen we maar bewaren. Een buitengewoon brede weg die wat rotondes en drempels kent voert ons na 77 kilometer koers het centrum van Granada binnen. Hier slaan we bij een van die rotondes linksaf, om daarna over de Genil te rijden. Aan de andere kant van deze rivier rijden we een kilometer of drie over dezelfde weg, een weg die een stuk of zes rotondes kent. Het is inmiddels helemaal vlak geworden, in de stad waar we morgen deze ronde van Spanje gaan afsluiten wordt het enige gevaar door het straatmeubilair gevormd. Bij bijna iedere rotonde slaan we ook weer een andere weg in, het levert flink wat bochtenwerk op, terwijl we bepaald niet door het meest interessante gedeelte van de stad rijden, dat bewaren we nog eventjes. Na 80 kilometer koers verlaten we Granada, we rijden Huétor Vega binnen en we mogen wel stellen dat de rit hier op iets meer dan 100 kilometer van het eind écht gaat beginnen.





We zijn er bijna, in die Sierra Nevada waar de Vuelta vaker te vinden is. Zo kun je hier bijvoorbeeld omhoog naar La Zubia, die vreemde klim met een weg die volledig rechtdoor loopt, bekend van de Vuelta van 2014. In 2015 reden we dan weer naar La Alpujarra, waar Lindeman won, terwijl we in 2018 naar Alfacar reden, ook hier in de buurt. Maar het liefst gaan we toch via El Purche en de Alto de Hazallanas naar de Sierra Nevada, dat hebben we in 2013, 2017, 2022 en 2024 gezien. Was vandaag eigenlijk ook het plan, maar de organisatie heeft moeten improviseren. De bedoeling was om eenmaal over El Purche te rijden en daarna twee rondjes over de Alto de Hazallanas, hetzelfde recept als in de Vuelta van 2024, toen we uiteindelijk na de tweede Hazallanas een aankomst beneden in Granada kenden. De toegangsweg tot de Hazallanas is alleen begin dit jaar weggespoeld, en men heeft die weg nog niet weten te herstellen. Daarom heeft de organisatie besloten tweemaal El Purche te beklimmen, om vervolgens via een zusje van de Hazallanas omhoog te gaan. Deze regio is uiteraard bekend bij de renners, ook in de Ruta del Sol komen we hier met enige regelmaat voorbij. Daarnaast is de Sierra Nevada een plek waar menig hoogtestage wordt afgewerkt, voor weinig renners zal deze rit verrassingen bevatten. Alhoewel, we zoeken nu noodgedwongen wel een klim op die nog nooit in koers is verschenen. Ook de aankomst bergop hebben we nog nooit gezien, er is toch sprake van enige variatie. Voor de vaste volger is vooral de klim die nu volgt bekend, El Purche hebben we sinds 2004 toch al snel acht keer eerder zien verschijnen, we komen hier minstens iedere drie jaar een keer voorbij. Zodra we Huétor Vega bereiken gaat de koers interessant worden, in de bebouwde kom beginnen we aan een klim. In eerste instantie rijden we van Huétor Vega naar Monachil, de weg loopt twee kilometer aan een procent of vier omhoog. Na dit klimwerk, met een mooie haarspeldbocht midden in het dorp, volgt er een korte afdaling en daarna is het anderhalve kilometer zo goed als vlak tot we gaan beginnen aan de echte klim. Een klim die we kennen, want in de Vuelta van 2022 en 2024 zagen we de Puerto de El Purche nog, hij ligt vers in het geheugen. Net als toen zal de klim nu dienen als een opwarmertje, al hopen we natuurlijk dat een Gall en een Roglic ver van de finish al alles of niets durven te spelen. We bereiken Monachil en daar slaan we linksaf, waarna we over de gelijknamige rivier rijden. Er volgt een bocht naar rechts en na die bocht begint de klim die we simpelweg El Purche kunnen noemen. Een beklimming van de eerste categorie, de komende 9,1 kilometer gaat het aan 7,6% omhoog. Na een vals platte aanloop komen we buiten Monachil een paar haarspeldbochten tegen en hier begint meteen het leuke gedeelte van de klim. El Purche begint met twee kilometer aan 11%, jawel. Een steilste strook tot 15%, hier kan meteen de knuppel in het hoenderhok worden gegooid. In Monachil was het even smal, maar buiten het dorp is de weg een stuk breder. Daardoor valt het niet echt op dat het zo steil is, maar het is meteen afzien. We rijden langs Los Caharros, een prachtig natuurreservaatje, met onder meer een paar fraaie kliffen en wat hangende bruggen. Best geinig, maar daar zal verder weinig aandacht voor zijn. De renners rijden over een bochtige weg, die maar niet vlakker wil worden. De volgende kilometer is namelijk ook steil, het gaat aan 9,1% omhoog en dan zijn er ook nog eens een aantal uitschieters richting 13%. Vervolgens gaat het twee kilometer omhoog aan ongeveer 8%. Het wordt dus iets makkelijker, maar het blijft behoorlijk lastig, zeker omdat het daarna weer omhoog gaat aan 9,9%, met voor de gezelligheid ook nog stukjes die aan 15% hellen. Als we de AltimetriasGoden mogen geloven, en dat doen we, zelfs een piek tot 17%, koekoek. Aan het eind van deze steile strook zwakt het wat af, waarna het zelfs even heel kort naar beneden gaat. Best een scherpe afdaling, maar niet zo lang. Daarna gaat het ook gelijk weer steil omhoog. We krijgen nog te maken met een kilometertje aan 8%, met ook hier nog wat stroken aan 13 tot 15%. Daarna komen de coureurs voor de eerste keer boven op de Puerto de El Purche, na 94 kilometer. Een alternatieve naam voor de klim is de Collado del Muerto, de organisatie heeft deze klim in het verleden ook wel Alto de Monachil genoemd. Volgens die organisatie is de klim overigens 8,2 kilometer lang en gaat het gemiddeld aan 8,2% omhoog, ze laten de klim iets verder voorbij Monachil beginnen om het gemiddelde wat op te krikken. Op 93 kilometer van de aankomst komen we voor het eerst boven, zo'n beetje halverwege de rit. Er volgt hierna nog een hoop moois, deze rit kan amper teleurstellen, zou je denken.







Op de top van El Purche moeten de renners dus nog 93 kilometer afwerken tot de finish, met in die 93 kilometer nog een keer de zware beklimming van de Purche, daarna de onbekende klim van El Duque en vervolgens een loodzware aankomst bergop. Collado del Muerto, zo noemen ze de Purche dus ook wel, de bergpas van de doden. Zo zullen de renners zich aan het eind van deze Vuelta en aan het eind van deze rit met bijna 5000 hoogtemeters waarschijnlijk wel voelen, ja. El Purche is een bochtige klim met de nodige haarspeldbochten, maar richting de top gaat het langer rechtdoor, wat ook weer voor opmerkelijke plaatjes zorgt. Na de top rijden de renners ook nog even rechtdoor, terwijl verder genoteerd mag worden dat de klim op een brede weg begon maar dat die weg gaandeweg smaller is geworden. Ook voorbij de top blijft de weg redelijk smal. Direct na de klim wordt er een halve kilometer door een donker bos afgedaald richting de snelweg die je naar de Alto de Hoya la Mora kan brengen. Dat was de plek waar de Vuelta in 2017 en 2022 een aankomst kennen, maar zo hoog gaan we dit jaar niet de berg op. Op dit punt slaan we linksaf, het is een punt waar we deze rit nog twee keer uit gaan komen. De renners dalen drie keer af over dezelfde weg, dit moet gezien worden als de oefenronde. De eerste keer dat we omlaag gaan rijden we helemaal terug naar Granada, bij de volgende twee passages gaan we dalen richting Pinos Genil. De weg omlaag is dus breed en dat heeft gevolgen voor het gemiddelde stijginspercentage. Of dalingspercentage, aangezien we omlaag gaan. We bevinden ons nu plots op de hoofdstraat tussen Granada en het wintersportgebied van de Sierra Nevada, daarom is de weg zo gelijkmatig mogelijk aangelegd. We dalen daardoor continu aan 6 à 7%, wat goed te doen is. De brede weg kent vooral in het begin van de afdaling weinig scherpe bochten, je verdwijnt hier niet zomaar in het skoekeloen. De weg is echt crimineel breed, je zou er een vliegtuig kunnen laten landen. Toch kun je in deze afdaling wel in de problemen komen, dat zagen we in 2024 nog. Onderweg naar Granada ging Enric Mas op de Hazallanas in de aanval, hij reed weg van Roglic. Aan het gedeelte bergop in deze regio houdt hij goede ervaringen over, aan de afdaling dan weer iets minder. In een van de vele bochten die de afdaling rijk is werd Mas naar eigen zeggen gegrepen door een windvlaag. Hij vloog daardoor bijna van zijn fiets, maar hij wist de boel nog net te redden. Na de bocht was er gelukkig voor Enric een uitwijkmogelijkheid, daar kwam hij tot stilstand. Hij viel niet, maar het was wel even een serieus schrikmoment. In de kilometers nadien verloor hij de rest van zijn op de klim opgebouwde voorsprong, de afdaling richting Granada is ook echt een ontzettend nare weg om in je eentje af te werken. Een groepje haalt je zo terug, vooral voorbij het eerste deel van de afdaling. De bewuste bocht van Mas komen we nu overigens nog niet tegen, ik waag een poging om het zo verwarrend mogelijk te maken. Die bocht zien we later in de rit pas passeren, na de beklimming van El Duque. Voorbij die klim dalen we over af richting het kruispunt waar we de top van El Purche vinden, om daarna over dezelfde weg verder te dalen. Extra verwarrend: na de eerste passage van El Purche dalen we dus af richting Granada, bij de tweede passages daarna nemen we na deels over dezelfde weg gereden te hebben een bocht naar rechts richting Pinos Genil. Die bocht naar rechts nemen we nu niet, op dat punt gaan we rechtdoor en we volgen daardoor de doorgaande weg, omlaag naar Granada. De afdaling wordt daar eigenlijk alleen maar makkelijker van, het is echt hilarisch hoe simpel het is. De renners dalen nog vijf kilometer verder af en in die vijf kilometer komen ze niets tegen, in feite. Het gaat heel stabiel omlaag aan 6%, over deze snelweg. Twee brede banen en dan aan beide kanten van de weg nog een vluchtstrook, het gaat echt nergens over. Er komen wat bochten voorbij, maar die zijn zo ruim en zo vloeiend dat je zonder je handen aan het stuur te houden kunt afdalen. De afdaling is zelfs nog simpeler dan de afdaling in 2024, want toen namen we een aantal kilometer voor de finish een bocht naar rechts om vervolgens via Cenes de la Vega, het plaatsje waar we eerder vandaag al doorheen zijn gereden, naar de finish in Granada te rijden. Die bocht naar rechts nemen we nu niet, in plaats daarvan rijden we rechtdoor verder langs de Genil. Vier kilometer rechtdoor, over een weg die inmiddels alleen nog maar een beetje vals plat omlaag durft te lopen. Aan het eind van deze weg, aan het eind van de afdaling, nemen we een lange bocht naar links en daarna rijden we een 800 meter lange tunnel in. Buiten deze tunnel nemen we aan de rechterkant van de weg een afslag, om voorbij de afsluit uit te komen op een punt waar we eerder zijn geweest. Aan de rand van Granada bereiken we een rotonde waar we rechts driekwart omheen zullen rijden, om vervolgens Huétor Vega binnen te rijden. Hier beginnen we voor de tweede keer vandaag aan El Purche.

Bekijk deze YouTube-video



In en rond Huétor Vega is het even een paar kilometer recht, breed en vlak. Daarna beginnen we voor de tweede keer aan El Purche, na het vlakke stuk in Huétor Vega rijden we weer naar Monachil en in dit stuk loopt de weg twee kilometer aan een procent of vier omhoog. Na dit klimwerk, met een mooie haarspeldbocht midden in het dorp, volgt er een korte afdaling en daarna is het anderhalve kilometer zo goed als vlak tot we gaan beginnen aan de echte klim. We bereiken Monachil en daar slaan we wederom linksaf, waarna we over de gelijknamige rivier rijden. Er volgt een bocht naar rechts en na die bocht begint de klim opnieuw. Een beklimming van de eerste categorie, de komende 9,1 kilometer gaat het wederom aan 7,6% omhoog. Of 8,2 kilometer aan 8,2%, als je een stukje in het begin wegdenkt. Na een vals platte aanloop komen we buiten Monachil een paar haarspeldbochten tegen en hier wordt het weer leuk. El Purche begint met twee kilometer aan 11% met een steilste strook tot 15%. In Monachil was het even smal, maar buiten het dorp is de weg een stuk breder. We rijden langs Los Caharros, een prachtig natuurreservaatje, maar daar zal wederom weinig aandacht voor zijn. De renners rijden over een bochtige weg, die maar niet vlakker wil worden. De volgende kilometer is namelijk ook steil, het gaat aan 9,1% omhoog en dan zijn er ook nog eens een aantal uitschieters richting 13%. Vervolgens gaat het twee kilometer omhoog aan ongeveer 8%. Het wordt dus iets makkelijker, maar het blijft behoorlijk lastig, zeker omdat het daarna weer omhoog gaat aan 9,9%, met voor de gezelligheid ook nog stukjes die aan 15% hellen. Als we de AltimetriasGoden mogen geloven, en dat doen we, zelfs een piek tot 17%, koekoek. De organisatie heeft dan weer een piek tot 18% gevonden, ook goed. Aan het eind van deze steile strook zwakt het wat af, waarna het zelfs even heel kort naar beneden gaat. Best een scherpe afdaling, maar we kennen de weg inmiddels. Daarna gaat het ook gelijk weer steil omhoog. We krijgen nog te maken met een kilometertje aan 8%, met ook hier nog wat stroken aan 13 tot 15%. Daarna komen de coureurs voor de tweede keer deze etappe boven op de Puerto de El Purche, na 125,5 kilometer bereiken we voor de laatste keer vandaag de top van deze zware klim. Een alternatieve naam voor de klim is dus de Collado del Muerto, het zou mooi zijn als de koers op dit moment al dusdanig hard wordt gemaakt dat de renners elkaar lijkbleke kleur bezorgen. Op 61 kilometer van de aankomst komen we voor de tweede keer boven, nu moet het spel toch op de wagen zijn.




El Purche is nog steeds een bochtige klim met de nodige haarspeldbochten, maar richting de top gaat het langer rechtdoor, wat ook weer voor opmerkelijke plaatjes zorgt. Na de top rijden de renners ook nog even rechtdoor, terwijl verder genoteerd mag worden dat de klim op een brede weg begon maar dat die weg gaandeweg smaller is geworden. Ook voorbij de top blijft de weg redelijk smal. Direct na de klim wordt er een halve kilometer door een donker bos afgedaald richting de snelweg die je naar de Alto de Hoya la Mora kan brengen. Of helemaal omhoog naar Pico Veleta, we blijven dromen. Op dit punt slaan we net als in de vorige ronde linksaf, na een bocht van 180 graden naar links gaat het over een veel bredere weg tien kilometer omlaag richting Pinos Genil. De weg omlaag is dus breed en dat heeft gevolgen voor het gemiddelde stijginspercentage. Of dalingspercentage, aangezien we omlaag gaan. We bevinden ons nu plots op de hoofdstraat tussen Granada en het wintersportgebied van de Sierra Nevada, daarom is de weg zo gelijkmatig mogelijk aangelegd. We dalen daardoor continu aan 6 à 7%, wat goed te doen is. De brede weg kent vooral in het begin van de afdaling weinig scherpe bochten, terwijl de weg crimineel breed blijft. Bovendien kennen we deze weg inmiddels wel, we zijn hier vandaag al geweest, we zijn hier in de afgelopen jaren ook regelmatig geweest. Pas de laatste drie kilometer van de afdaling wordt het iets spannender, op het punt waar we de vorige ronde rechtdoor richting Granada reden slaan we nu rechtsaf een weg in die net een slag minder breed is. Op een iets bochtigere manier dalen we verder af naar Pinos Genil, een dorpje dat we na 136 kilometer voor de eerste keer vandaag bereiken. Het laatste deel van de afdaling is misschien iets lastiger, maar het is alsnog perfect te doen. Het zal bergop moeten gebeuren, niet bergaf. In Pinos Genil, op ongeveer 50 kilometer van het eind, slaan we na het oversteken van de rivier Genil rechtsaf. Hierna gaan we op weg naar Güéjar Sierra, op weg naar de eerste van twee beklimmingen van de Hazallanas, was oorspronkelijk de bedoeling. Dat feest gaat niet door, maar alsnog zullen we vandaag twee keer in Güéjar Sierra passeren. Na de bocht naar rechts loopt de weg direct omhoog, er moet zes kilometer geklommen worden richting Güéjar Sierra. Dit stuk begint met een tweetal kilometer aan minder dan 4%, maar daarna loopt de weg buiten Pinos Genil richting het stuwmeer van Canales een kilometer omhoog aan 7,7%, met een piek tot 12%. De weg omhoog is behoorlijk breed, dus zie je het er weer niet echt aan af. In de volgende kilometer blijft het steil, al zie je dat niet aan het gemiddelde. Een gemiddelde van 5%, maar het is toch echt lastig. Tot we het stuwmeer bereiken gaat de weg stevig omhoog, eenmaal aangekomen bij het stuwmeer vlakt de weg af. Dat blijft ook zo in de volgende kilometer, het gemiddelde blijft dan zelfs steken op 2,5%. Vlak langs het stuwmeer valt de klim mee, voorbij het stuwmeer gaat het weer pittiger omhoog. Na een kilometer aan 5% met een piek tot 10% bereiken we vervolgens de top van de Alto de Güéjar, vlak voor we het dorp Güéjar Sierra bereiken. Toch alvast zes kilometer aan 6% gemiddeld voor de volgende echt begint, een voorzichtige opwarmer. Na een kort stukje in dalende lijn rijden we Güéjar Sierra binnen, een dorpje waar nogal wat bochten liggen. Het is hier zo goed als vlak, maar door al die bochten moet je toch even opletten. Vooral omdat we vandaag mogen gaan sprinten in Güéjar Sierra, bij de eerste doortocht in het dorp volgt na 144 kilometer de tussensprint van de dag. Alleen de tussensprint, niet de bonussprint. Dat zal ervoor zorgen dat er hier überhaupt niet gesprint gaat worden, dat scheelt dan weer.





Na de passage in Güéjar Sierra hadden we eigenlijk moeten beginnen aan de Alto de Hazallanas, een klim die we twee jaar geleden twee keer zagen passeren. Tijdens de 9e rit reden we van Motril naar Granada en onderweg reden we eenmaal over de Purche en daarna tweemaal over de Hazallanas om vervolgens beneden in Granada te finishen. Die dag besloot het peloton een kopgroep met daarin zo ongeveer heel UAE weg te laten rijden. Vooraan zagen we Adam Yates, Jay Vine en Marc Soler. Hun groep kreeg een voorsprong van meerdere minuten, op de eerste beklimming van de Hazallanas besloot Adam Yates na een lead-out van Soler en Vine om alvast solo te gaan. Met meer dan 50 kilometer te gaan tot de finish was hij al vertrokken, het werd geen spannende rit. In ieder geval niet als het om de dagzege ging, vanuit het peloton zagen we dan weer de altijd strijdlustige Richard Carapaz in de aanval gaan. Hij waagde een poging om nog naar de kop van de koers te rijden, maar zoals wel vaker strandde zijn poging in schoonheid. Op de tweede Hazallanas ging Mas dan weer in de aanval en hij reed een heel eind weg van Roglic, O'Connor en co, totdat hij in de afdaling bijna op z'n muil ging. Daar verloor hij al wat tijd, in de kilometers daarna werd hij langzaam maar zeker tot de orde geroepen door een goed ronddraaiende groep der favorieten. In 2022 reden we ook over de Alto de Hazallanas, onderweg naar de Sierra Nevada. Tijdens de 15e rit, van Martos naar Alto Hoya de la Mora, zoals ze de finishplaats boven op de Sierra Nevada officieel noemen, ging de zege naar Thymen Arensman. Hij sloeg toe vanuit de vlucht, dat was wel een straffe prestatie. Tijdens die rit reden de renners ook over El Purche, daalden ze net als nu af naar Pinos Genil en klommen ze via Güejar Sierra en de Alto de Hazallanas verder omhoog naar het skigebied dat zo populair is onder de wielrenners. Je kunt nog een heel eind verder omhoog, maar dat doen we nu net als twee jaar geleden niet. We hanteren ook niet de optie waar men in de Vuelta van 2013 voor koos, toen volgde er na de beklimming van El Purche een aankomst bergop op de Alto de Hazallanas. In 2013 kwam de Vuelta hier voor het eerst langs en het werd meteen een memorabele klim. Lolbroek Chris Horner reed hier iedereen helemaal de vernieling in, nam de leiderstrui over van Dani Moreno en liet zien een serieuze kans te maken om de Vuelta te winnen. Nibali verloor liefst 48 seconden, er stond geen maat op Papy Horner. Vandaag hadden we de Hazallanas opnieuw moeten zien, maar de weergoden hebben anders beslist. Spanje is niet alleen een land van bosbranden, Spanje kan ook een land van zware stormen zijn. Zo ging het hier in februari van dit jaar goed mis, enorme regenbuien zorgden ervoor dat de Genil buiten haar oevers trad. Daarnaast was er sprake van een aardverschuiving links en rechts, en dat had vooral gevolgen voor de Hazallanas. We slaan Granada Hoy open en lezen in een artikel van een paar maanden geleden: De gevolgen van de reeks stormen in februari, die ernstige schade aanrichtten aan de wegen rond Granada, met name die rond Güéjar Sierra en Quéntar, blijven het leven in de getroffen dorpen beïnvloeden. Ook de Vuelta a España, waarvan de grote finale met de eindoverwinning en uitdagende bergetappes in de provincie plaatsvindt, wordt hierdoor getroffen. Bijna drieënhalve maand later zijn twee van de wegen die gebruikt zullen worden voor de voorlaatste etappe, de koninginnenrit, nog steeds afgesloten en de tijd dringt voor de organisatoren. Volgens gemeentelijke bronnen die door deze krant zijn geraadpleegd, bedragen de reparatiekosten voor het beschadigde gedeelte van de Hazallanas-weg bijna 9 miljoen euro. Dit is de prijs die door de ingenieurs is geschat. Meer dan drie maanden zijn verstreken sinds de aardverschuiving plaatsvond en vanwege het aanhoudende gevaar is er nog steeds niet in het gebied gewerkt. Volgens deze krant zullen de organisatoren van de Vuelta zo lang mogelijk wachten met het nemen van een definitieve beslissing over het parcours van de beslissende etappe. Er worden twee scenario's overwogen: een meer conservatieve met een dubbele beklimming van de Purche, en een meer gewaagde met een van de meest gewilde beklimmingen onder de Granada-fans: de Hotel del Duque. Wel grappig, het is beide geworden. Ik lees verder dat het blijkbaar ook een optie was om de Hazallanas tijdelijk van een grindweg te voorzien, maar die optie heeft het niet gehaald. De aardverschuiving die het eerste deel van de Hazallanas-klim treft, is het moeilijkst op te lossen. De modderlawine, veroorzaakt door de stormen van afgelopen winter, heeft ongeveer 300 meter van de weg aangetast. Deze weg is nog steeds niet hersteld en vormt de grootste zorg met het oog op een mogelijke routewijziging in de laatste fase. Vanwege het gevaar en de omvang van de aardverschuiving, die op sommige plaatsen het wegdek bijna twee meter heeft beschadigd, is er nog niet met de werkzaamheden aan dit gedeelte van de regionale weg A-4030 begonnen. Vanaf de overkant is de grote hoeveelheid helling die door de modderlawine is verplaatst duidelijk zichtbaar. De andere twee probleemgebieden voor de Ronde van Spanje bevinden zich in de vallei van de rivier de Aguas Blancas in Quéntar en Dúdar, twee van de gemeenten die het zwaarst getroffen zijn door de enorme waterlozing uit het stuwmeer. Nou, het goede nieuws is dat die andere problemen in ieder geval zijn opgelost. We rijden vandaag langs het stuwmeer van Quéntar naar het gelijknamige dorp en daar zijn de reparaties op tijd gerealiseerd. Op de Hazallanas, ja, nee, niet echt.



pi_221778646
Komaan Landa!
pi_221778647
Geen reeks :')
  Redactie Sport zaterdag 12 september 2026 @ 17:10:36 #4
451829 crew  H.Vviv
pi_221778650
quote:
0s.gif Op zaterdag 12 september 2026 17:10 schreef wimderon het volgende:
Geen reeks :')
De mods staan niet op punt.
pi_221778655
WOUT is beestachtig sterk
  Redactie Sport zaterdag 12 september 2026 @ 17:11:18 #6
451829 crew  H.Vviv
pi_221778661
quote:
0s.gif Op zaterdag 12 september 2026 17:10 schreef Dale__Cooper het volgende:
WOUT is beestachtig sterk
Die is wel klaar voor het WK.
pi_221778662
Dit is nog niet gespeeld
pi_221778663
Heel WLR JUICHT voor Landa.
pi_221778665
quote:
0s.gif Op zaterdag 12 september 2026 17:11 schreef Pistolero het volgende:
Heel WLR JUICHT voor Landa.
De Noor blijft er dichtbij
  Moderator zaterdag 12 september 2026 @ 17:11:49 #10
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221778666
Hartslag 5000.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_221778668
Ja jammer dit
Wind extinguishes a candle and energizes fire
pi_221778671
Wordt dit een Baskische dag?
pi_221778672
quote:
0s.gif Op zaterdag 12 september 2026 17:11 schreef H.Vviv het volgende:

[..]
Die is wel klaar voor het WK.
WOUT die 2e wordt achter R.EV of gevangen zit in een ploegenspel zou wel weer typisch zijn.
pi_221778675
quote:
0s.gif Op zaterdag 12 september 2026 17:11 schreef Bugno3 het volgende:

[..]
De Noor blijft er dichtbij
De motor gelukkig voor Landa ook.
  Moderator zaterdag 12 september 2026 @ 17:12:42 #15
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221778677
De motor zit er BOENK op.

Geheel terecht.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_221778678
quote:
0s.gif Op zaterdag 12 september 2026 17:11 schreef Bugno3 het volgende:

[..]
De Noor blijft er dichtbij
De motoren gaan dit gewoon regelen.
pi_221778680
Zou Landa wat hulp hebben gehad van Moto1, 2 of 3 bij het terug rijden naar de kopgroep? ;(
pi_221778682
Knakworst die wint zou wel verdient zijn. Beter dan iemand van Patlef
Wind extinguishes a candle and energizes fire
  zaterdag 12 september 2026 @ 17:13:08 #19
187810 Szura
Kijk eens aan!
pi_221778683
De motor gaat hem naar de zege loodsen
Lekker zuipen, lekker dansen en daarna lekker neuken.
  Redactie Sport zaterdag 12 september 2026 @ 17:13:11 #20
451829 crew  H.Vviv
pi_221778684
De motor kan er niet dichter op zitten.
  Moderator zaterdag 12 september 2026 @ 17:13:23 #21
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221778687
quote:
0s.gif Op zaterdag 12 september 2026 17:12 schreef Dale__Cooper het volgende:
Wordt dit een Baskische dag?
De mythische generatie van 1989.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_221778693
Bij 10% zal de motor wel meevallen
pi_221778697
Benieuwd of groep Mas zo weer gaat surplacen
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
pi_221778700
Als die vervelende Noor wint valt @Rellende_Rotscholier vandaag nog Noorwegen binnen om die fjordenneukers een lesje te leren.
pi_221778706
Spannend
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')