Etapa 19: Vélez-Málaga - Peñas Blancas. Estepona, 210,8 kmTja, tijdrijden. Nooit mijn favoriete discipline geweest. Het hoort er absoluut bij, een ronde zonder een tijdrit is geen ronde, maar het zijn geen dagen waar ik heel enthousiast van word. Heel soms kan een tijdrit wel spannend zijn, maar meestal is daar geen sprake van. Nu ook niet echt, als we heel eerlijk zijn. Ja, voor Callm Thornley was het natuurlijk wel spannend, de jonge Schot mocht plaatsnemen op de
silla caliente nadat floprenner Ethan Hayter het weer eens liet afweten. Je kunt nog terug, Doug. Een langzaam tot leven komende Joao Almeida beet zich stuk op de tijd van Thornley, ook Van Aert kreeg het niet voor elkaar om sneller te gaan. Thornley hoefde alleen nog even de tijd van Küng af te wachten, helaas voor Callum overkwam hem wat Stefan meestal overkomt. Küng dook heel nipt onder de tijd van Thornley, hij was net iets meer dan twee secondjes sneller. Met Küng op de hete stoel was het daarna wachten op de klassementsrenners, waarbij niemand de verwachting koesterde dat iemand nog sneller zou kunnen gaan dan Küng. De ritzege was wel binnen, daar draaide het niet meer om. Het draaide vooral om het verschil tussen Mas en Roglic, als Roglic nog eens ouderwets uit zou kunnen halen en Mas een iets mindere dag kende werd het mogelijk alsnog een spannende Vuelta. Terwijl we Carapaz voor de start bijna op z'n plaat zagen gaan zagen we verder eigenlijk niet veel. Bij het eerste tussenpunt noteerde Roglic een keurige tijd, maar Mas was niet eens veel langzamer. Bij het tweede tussenpunt reed Roglic nog steeds keurig rond, al werd sowieso al duidelijk dat hij Küng niet ging kloppen. Bij dat tweede tussenpunt leek hij wel iets meer uit te lopen op Mas, het verschil kwam uit op 35 seconden. Als dat zich in de laatste tien kilometer van de tijdrit had doorgezet waren we geëindigd rond een minuut achterstand voor Mas, waarmee hij de schade op een uitstekende manier beperkt zou hebben. Het werd alleen nog een stuk beter voor Mas. Roglic verloor wat meer van zijn pluimen in het laatste deel, hij gaf uiteindelijk 19 seconden toe op Küng. Terwijl we Mas in beeld zich haast stilstaand voorbij de rotondes van Jerez de la Frontera zagen manoeuvreren bleek hij in de laatste kilometers op een miraculeuze wijze alsnog harder dan Roglic gereden te hebben, ik wil niet weten hoe die bochten van Roglic dan moeten zijn geweest. Hij verloor in het laatste deel ook niets meer op Küng, daar moet buiten beeld een Spaanse motard ongenadig hebben huisgehouden. In beeld waren de motoren ook al niet ver weg, het was weer een klassieke, ouderwetse Movistar in Spanje-tijdrit. Mooi voor Mas, minder mooi voor de koers. Doordat Mas aan het eind zelfs nog tijd won op Roglic bleef het verschil steken op een halve minuut, dat is een resultaat waar je de term morele overwinning perfect op kunt plakken. Vooraf hadden we het erover dat Mas in iedere vergelijkbare tijdrit minstens een minuut op Roglic verliest, maar de Roglic van deze Vuelta is niet de oude Roglic en de Mas van deze Vuelta is ook niet de oude Mas. Roglic wordt steeds een beetje minder, terwijl Mas hier de beste koers van zijn leven rijdt. Het verschil zou dus wel eens beperkter kunnen zijn dan die minuut, en voila, het werd een halve minuut. Dat hadden we dus kunnen zien aankomen, maar voor de koers is het buitengewoon jammer. Het laatste weekend kunnen we nu zo ongeveer schriftelijk afdoen, er komen nog twee bergritten aan en tijdens iedere bergrit tot nu toe is Mas beter geweest dan Roglic. Om Mas nerveus te maken had hij meer dan een minuut moeten verliezen, het liefst anderhalve minuut. Dat het bij een halve minuut is gebleven en dat zijn voorsprong nu nog steeds anderhalve minuut bedraagt is slecht voor de spanning in de koers. Het is wel buitengewoon knap, we kunnen er alleen maar respect voor hebben. In de afgelopen Giro waren we in staat om hem naar zijn pensioen te praten, enkele maanden later is hij ineens ongenaakbaar. Die ene keer dat hij Pogacar bergop bij wist te halen heeft zijn hele mindset veranderd, lijkt het. Ineens weer vertrouwen in zichzelf, ik heb iemand met zo weinig charisma nog nooit zoveel charisma zien uitstralen. Joop Gall hield zich ondertussen wel aan de afspraak, de als een gevulde kalkoen op zijn fiets zittende Oostenrijker kwam ondanks het wondermateriaal van Decathlon weer totaal niet vooruit in een tijdrit, er zijn nog zekerheden in het leven. Mooi anderhalve minuut verloren op Roglic en een minuut op Mas. Gall staat nu op drie minuten van Mas, dat gat lijkt onmogelijk te overbruggen na alles wat we deze Vuelta hebben gezien. Gall staat nu anderhalve minuut achter Roglic, de strijd om de tweede plaats kan de komende dagen nog wel spannend worden. Küng won dus de tijdrit, de tweede keer dat hij een tijdrit in een grote ronde wint, de tweede keer in de Vuelta. Is hem van harte gegund, na zoveel nipte nederlagen komt hem zo nu en dan zeker een nipte overwinning toe. Ook wat blessureleed gekend, een horrorjaar waarin hij de klassiekers noodgedwongen moest missen krijgt zo toch nog een mooi einde. Thornley kort daarachter tweede, Almeida met een teken van leven op de derde plaats, Roglic werd dan weer vierde. Van Aert vijfde en een opnieuw boven zichzelf uitstijgende Enric Mas op de 12e plaats. Gall 26e, zelfs nog achter Carapaz. In de strijd om de witte trui pakte Onley wat tijd op Omrzel, maar ook dat verschil viel te overzien. Eigenlijk een vrij geschiedenisloze tijdrit dus. Leuk voor Küng, jammer voor ons dat Mas beter dan ooit is. Het is lastig voor te stellen dat hij in de resterende drie dagen de lonkende zege uit handen gaat geven. We sluiten wel op een zware manier af, geïnspireerd door de Giro heeft de organisatie helemaal aan het eind nog een paar zware ritten verstopt. We krijgen te maken met twee bergritten, met twee keer een serieuze aankomst bergop. Daarna gaan we afsluiten in Granada, waar we rondjes om het Alhambra mogen fietsen, toch ook een stuk zwaarder dan de rondjes in Madrid. De hoop op een spannend slot is nu definitief vervlogen, maar volledigheidshalve zullen we het voorbeschouwingscircus toch maar plichtmatig afhandelen. Voor we met een zware bergrit in Granada te maken krijgen zullen we eerst geconfronteerd worden met een minder zware bergrit in Málaga. In die provincie rijden we lang langs de kust, waarna we halverwege de rit toch wat bergjes gaan opzoeken. Na weer een stuk langs de kust volgt er dan een aankomst bergop, dit lijkt in principe niet de rit waar je het Enric Mas heel moeilijk kan maken, dan is de rit van zaterdag een ander verhaal. Op vrijdag krijgen we de langste rit van de Vuelta voorgeschoteld, we trekken er vandaag meer dan 200 kilometer voor uit om Peñas Blancas te bereiken, een klim die we de afgelopen jaren vaker in koers hebben gezien. Hopelijk wordt het hier leuker dan in 2022, toen Mas en Roglic samen over de finish kwamen. Dat kunnen we nu dus niet gebruiken.
![0UiHg2I.png]()
![dExwrRmLpSMEQ3vRnEjynd-1280-80.jpg]()
De Vuelta heeft ervoor gekozen het onzalige voorbeeld van de Giro te volgen en de ronde daarom van een ietwat
backloaded karakter te voorzien. In de laatste drie dagen van de Vuelta komen we alleen nog maar lastige ritten tegen, te beginnen met de 19e rit die van start zal gaan in Vélez-Málaga. We krijgen achter elkaar met twee bergritten te maken en de eerste van de twee is een stuk makkelijker dan de volgende, maar we gaan op de banken staan voor het feit dat de Vuelta het heeft aangedurfd om nog eens bergrit van meer dan 200 kilometer neer te leggen. Van de Vuelta zijn we korte bergritten gewend, dit is dus wel even verfrissend. Het is zelfs de langste rit van deze Vuelta, die langste rit gaat van start in Vélez-Málaga en dat is een stad kop een kilometer of 40 van Málaga. We bevinden ons in een stad met een kleine 80.000 inwoners in de provincie Málaga en in de comarca Axarquia. Vélez-Málaga ligt een aantal kilometer van de kust, maar aangezien het kustplaatsje Torre del Mar wel bij de gemeente hoort kan men toch opscheppen over het feit dat er 22 kilometer aan strand te vinden is, met bovendien een
onverslaanbaar klimaat, volgens ongetwijfeld objectieve bronnen. Vélez is een populaire toeristische bestemming, waar de Vuelta de afgelopen jaren meermaals is geweest. In de Vuelta van 2018, een ronde die van start ging in Málaga, vertrok de vierde rit vanuit Vélez-Málaga. We trokken naar Alfacar, een aankomst bergop in de Sierra Nevada, maar dan op een minder boeiende flank. Morgen zoeken we op de Sierra Nevada het echte werk op, maar we hebben daar ook al wat teleurstellende etappes gezien. In 2018 dus bijvoorbeeld, want toen keken we naar een rit voor de vluchters die werd gewonnen door Ben King of all places. Zijn wonderbaarlijke Vuelta, waarin hij later ook nog eens op La Covatilla zou winnen. King klopte Stalnov en Rolland vanuit de vlucht, met iemand als Wallays erbij was het niet echt een goedgevulde kopgroep. Wel een mooie 7e plaats voor Oscar Cabedo, shout-out. Drie jaar later zouden we nog eens door Vélez-Málaga rijden, onderweg van Roquetas de Mar naar Rincón de la Victoria passeerden we in onze startplaats van vandaag om vervolgens aan een lastige klim te beginnen. De Puerto de Almáchar ligt niet ver van hier, daar doen we vandaag alleen niks mee helaas. De gemeente Vélez-Málaga doet er alles aan om ook buiten het toeristische seizoen mensen naar de stad te trekken, daarom worden er tal van evenementen georganiseerd. Allerlei beurzen en tentoonstellingen, zelfs nog een heuse vliegshow. Je kan alles meemaken in deze stad blijkbaar. Buiten het toerisme moet men het hier vooral van de landbouw hebben. Er worden diverse gewassen verbouwd, waaronder de mango en de avocado. Schijnbaar is men in deze gemeente de grootste producent van Spaanse avocado's, dan hebben ze hier dus ook de nodige vleeswonden op hun geweten. Buiten dat hebben ze aan de kust ook nog een enorme vissersvloot liggen, dus ook op die manier wordt er geld verdiend in de gemeente Vélez-Málaga. In het oude centrum van de stad kom je talloze smalle en gezellige straatjes tegen met de nodige barokke bouwwerken. De stijl die specifiek bij deze regio hoort is de Mudejar, maar na gevoelsmatig al een jaar rondjes te rijden in Andalucië weten we dat inmiddels. Vélez-Málaga heeft verder een aantal bekende personen voortgebracht. De familie Hierro komt hier vandaan. De bekendste exponent van deze familie is natuurlijk Fernando Hierro, de voormalig speler van Real Madrid die daar jarenlang heerste centraal achterin. De Maarschalk, goede bijnaam natuurlijk. Hij werd in 2000 verkozen tot beste Andalusische speler van de twintigste eeuw, zo dan! Een stuk of 90 interlands voor Spanje en zijn carrière afgesloten bij Bolton Wanderers, dat is dan weer geestig. Nog gespeeld onder fenomeen Sam Allardyce, daar lever je al die titels bij Real Madrid zomaar voor in. Na zijn carrière maakte hij ook nog wel iets lolligs mee: Hierro was van 2017 tot medio 2018 werkzaam als technisch directeur bij de Spaanse voetbalbond. Twee dagen voor de start van het WK voetbal 2018 kreeg hij de leiding over de nationale ploeg, nadat de bond zich had ontdaan van Julen Lopetegui. Lopetegui had namelijk een contract afgesloten om hoofdtrainer te worden van Real Madrid. Onder leiding van Hierro bereikte Spanje weliswaar de tweede ronde, maar daarin werd zijn ploeg uitgeschakeld door gastland Rusland. Op 8 juli 2018 maakte de Spaanse bond vervolgens bekend dat Hierro zou vertrekken. Daarna kwamen Luis Enrique en De la Fuente, het kan verkeren. Hierro is inmiddels poen aan het scheppen bij de Saoedische club van Ronaldo, afvoeren die gozer. Verder komt er een bekende filosofe uit de stad, Maria Zambrano. Zij werd in 1988 de eerste vrouw die de Cervantesprijs wist te winnen, een van de belangrijkste literaire prijzen in de Spaanstalige wereld. De prijs wordt jaarlijks toegekend aan een Spaanstalige schrijver, die met zijn of haar oeuvre een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het Spaanse cultuurgoed. Zambrano heeft een interessante geschiedenis, ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog stond ze aan de kant van de Republiek en na de winst van Franco ging ze in ballingschap. Ze woonde in Frankrijk, Mexico, Cuba, Puerto Rico, Italië, opnieuw Frankrijk en Zwitserland, je ziet wel wat van de wereld dankzij zo'n Franco. In 1984 keerde ze terug naar Madrid, waar ze in 1991 zou overlijden. Ze werd daarna in Vélez-Málaga begraven. Een van de belangrijkste Spaanse filosofen van de vorige eeuw, we kunnen haar werk volgens Wikipedia op de volgende manier samenvatten: Zambrano bekritiseerde de strikt rationele methode in de filosofie, die te abstract en te universeel zou zijn. Daartegenover bepleitte ze de poëtische rede, die uitgaat van de menselijke ervaring. Ze zocht naar een rede die het gehele leven van de mens omvat, en tot uitdrukking komt in poëzie en literatuur. Ze won dus de Cervantesprijs, de naamgever van deze prijs schijnt ook nog wat tijd doorgebracht te hebben in de stad. Er is een Casa Cervantes in Vélez-Málaga, een fraai gebouw in Mudejarstijl, waar de schrijver van Don Quichot toen hij nog belastinginner was zou hebben verbleven. Een onbevestigd verhaal, maar men heeft er alsnog een toeristische attractie van weten te maken. Voorts is in Vélez-Málaga de flamenco erg populair. Een van de bekenste Spaanse flamencozangers, naar verluidt, werd lang geleden geboren in deze stad. Juan Breva, in zijn beste dagen een van de populairste zangers van Spanje. Is al heel lang dood, maar de flamenco is nog steeds springlevend in deze contreien. Voor de volledigheid meld ik ook nog even dat er een kasteeltje te vinden is in Vélez-Málaga. Of beter gezegd, een heus fort. Uiteraard weer een creatie uit de tijd van de Moren, in die tijd was Vélez-Málaga een strategisch bolwerk waar je ook stadsmuren kon vinden. Die muren hebben de tand des tijds niet doorstaan, het fort gedeeltelijk wel. Op het hoogste punt van de stad vinden we dit fort, gebouwd in de 10e eeuw. In de 14e en 15e eeuw was het één van de belangrijkste forten in het Nasrid-koninkrijk. Mensen bouwden huizen rond het fort en zo ontstond de stad Vélez-Málaga. De stad lag strategisch aan de rivier de Vélez, tussen Granada en Málaga, en werd het belangrijkste economische centrum van de Andalusische provincie Axarquía. In latere eeuwen werd het fort aan een particulier verkocht als steengroeve. Het verviel vervolgens totaal. In 1967 reconstrueerde de gemeente één van de torens, de toegangspoort en een kasteelmuur van het fort, met de hulp van het Ministerie van Toerisme. Er is nu dus nog wel iets te zien, al zijn we zoals wel vaker een groot deel van de oorspronkelijke glorie kwijt.
![velez-fortaleza-1024x683.jpg]()
![velez-malaga-tour-and-see-the-alcazaba-fortaleza-of-velez-1024x672.jpg.webp]()
![muurschildering-velez-malaga.jpg]()
Aan de rand van het centrum van Vélez-Málaga gaan de renners in de buurt van een parkje officieus aan de rit beginnen. De neutralisatie gaat van start en de renners gaan dan meteen op weg naar Torre del Mar, gelegen aan de kust. Niet zomaar een kust, we gaan in het eerste deel van deze rit lang langs de Costa del Sol rijden. Dat is wat mij betreft een duidelijke smet op deze etappe, we hadden hier zonder veel moeite voor een zeer leuke start kunnen kiezen. In de Vuelta van 2021 reden we immers door Vélez-Málaga heen, om vervolgens de Puerto de Almáchar te bedwingen. Een lastige klim, eentje met een aantal zeer steile kilometers. Op de steile stroken van die klim ging Primoz Roglic in de aanval, hij reed iedereen, inclusief Mas, totaal op een hoopje. Na die klim volgde er echter een afdaling richting Rincón de la Victoria, in die afdaling ging hij dan weer onderuit. Het was een dag voor de vluchters, de groep der favorieten reed meer dan tien minuten achter de kop van de koers. Roglic ging aan de leiding in die Vuelta, al gaf hij die trui weg door de vlucht meer dan tien minuten te gunnen. Hij gaf ook bijna zijn kans om de koers te winnen door op een onverwacht moment aan te vallen en daarna in de afdaling teveel risico te nemen, daar vervloog bijna zijn kans om die Vuelta te winnen. Na die val viel hij terug in het groepje Mas, hij verloor geen tijd, maar hij bewees zichzelf ook geen dienst. In ieder geval zagen we toen dat er in de buurt van Vélez-Málaga een zeer lastige klim ligt, eentje waar Roglic ooit weg wist te rijden van Mas. Na die klim daal je af richting Rincón de la Victoria en in de eerste kilometers van deze rit zullen we daar passeren, het was dus perfect mogelijk geweest om in het begin van de rit een leuke klim mee te pakken. In plaats daarvan rijden we meteen naar de kust, we fietsen door Torre del Mar heen, passeren het waterpark Aquavelis en daarna begint de rit officieel op een brede, rechte en vlakke weg in de buurt van Almayate. We volgen niet de route van de Vuelta van 2021, erg jammer, maar we volgen wel de route van de Vuelta van 2022. In de Vuelta van 2022 reden we vanuit Salobreña naar Peñas Blancas, vanuit het vertrek in Salobreña reden we westwaarts richting Málaga om vervolgens een tijd later uit te komen op de flanken van de klim die ook vandaag het einde van de rit zal sieren. In Salobreña zijn we deze Vuelta overigens ook al gepasseerd, dat was tijdens de rit die in Almuñécar van start ging en zou eindigen in Loja. Salobreña ligt nog net in de provincie Granada, vandaag bevinden we ons in de provincie Málaga. Alle acht de provincies van Andalusië hebben we nu afgevinkt, we noteren een regelrechte bingo. In 2022 kwamen we na een kilometer of 50 uit in Torre del Mar, daarna volgden we 60 kilometer lang dezelfde weg als nu, helemaal tot in Coín. Het wordt een vlakke, totaal niet spectaculaire start. En dan dus ook nog eens een deels gekopieerde start, schande! Van een klim in het begin erbij, ze liggen voor het oprapen, was deze rit enorm opgeknapt. Over het begin van de rit kun je lang palaveren, maar eigenlijk is dat niet direct nodig. Tijdens de eerste 27 kilometer van de rit rijden de renners steeds langs de kust, in de eerste kilometers gaat het dan ook nog eens behoorlijk rechtdoor. Gaandeweg wordt het iets bochtiger, terwijl de renners tal van rotondes tegenkomen. Ze passeren het ene na het andere witte dorpjes, de meeste van die dorpjes liggen uiteraard prachtig op een heuvel. Als het uitgezonden werd zou dat fraaie beelden opleveren, hoewel we er vandaag vroeger bij gaan zijn zal er alsnog geen sprake zijn van een integrale uitzending. Dit deel missen we, al is het de vraag of we daadwerkelijk iets missen. Af en toe zicht op de zee, hartstikke leuk. Alles is mooi, behalve dan het feit dat het hier bijna volledig vlak is en er dus geen reet gaat gebeuren. We passeren een dorpje als Torre de Benagalbón, waar naast wat rotondes ook de nodige versierde vluchtheuvels liggen. Als de renners hier zijn bevinden ze zich in de kilometers erna continu in de bebouwde kom, zonder het onderscheid te zien rijden ze van het ene dorpje naar het volgende dorpje. Zo komen ze na 14 kilometer uit in Rincón de la Victoria, de hoek van de overwinning, waar de victoria in 2021 naar Michael Storer ging. Dat was een bijzondere Vuelta voor hem, hij won met zijn hamsterwangetjes zomaar twee ritten vanuit de vlucht. Op de Almáchar reed hij weg, een groepje met daarin Vansevenant en Van Baarle zag hem niet meer terug. Roglic was toen dus ook van plan om weg te rijden, maarja, afdalen is ook een kunst. Eiking nam de rode trui van hem over, dankzij een ouderwetse
fuga bidone. In Rincón de la Victoria, waar Piti in 2013 een rit won in de Ruta del Sol, hebben ze een kicken grot, de Cueva del Tesoro. De schatgrot, moet de moeite zijn. Er is ook een kicken torentje, de Torre Vigía de El Cantal, zoals je hier in praktisch ieder plaatsje aan de kust wel enkele kicken torentjes kunt vinden. Is er ook nog een kicken kasteel? Er is een kicken kasteel, Casa Fuerte Bezmiliana. Gelegen aan de boulevard, zowaar een keer niet boven op een heuvel. De renners rijden langs dit sterke huis, gelegen in de plaats met de hoogste levensstandaard in de provincie Málaga en het hoogste gemiddelde inkomen van de hele regio Andalusië. Goed vertoeven hier dus, naar het schijnt. Met Villa Antiopa is er ook nog een kicken archeologisch museum te vinden, maar we moeten door.
![54348204615_02f4f605ee_h.jpg]()
![La%20Vuelta%20RV%202021-R4ZBMS7xbTH383zIfiKdxIJ-1200x840@Diario%20Sur.jpg]()
De boel is hier aardig volgebouwd, is het niet met huizen of hotels dan wel met rotondes. We volgen een route die we vaker hebben gevolgd, niet alleen in 2022. Ook in 2017 reden we een tijdje over deze wegen, onderweg van Motril naar Antequera, waar lolbroek Tomasz Marczynsky dan weer zou winnen, never forget. Van Rincón de la Victoria rijden we over dezelfde weg langs de kust verder richting Málaga, in de komende kilometers komen we amper iets tegen, hetzelfde verhaal als de vorige kilometers. Paar dorpjes, paar rotondes, en dat was het dan wel. In alle kustplaatsen die we passeren staan wel wat mooie gebouwen. Bijna iedere stad hier heeft wel een toren, zo ook La Cala del Moral, aan de buitenrand van Rincón de la Victoria. Uiteraard hebben ze ook bijna allemaal een mooi zandstrand, dat soms dan weer is ingesloten door wat mooie rotspartijen. Al dat moois lieten we in 2017 achter ons om ergens in dit gebied rechtsaf te slaan het binnenland in, nu fietsen we net als in 2022 nog een kilometer of 10 verder langs de kust en bereiken we na 27 kilometer Málaga. Paar bochten en rotondes, maar anders niks. De Vuelta van 2018 ging van start in Málaga, de ietwat controversiële Rohan Dennis won toen de proloog. Amper voor te stellen dat die jongen ooit op sportieve gronden het nieuws haalde, voelt langer geleden dan het is. In 2015 won Peter Sagan dan weer in Málaga en in 2010 won Philippe Gilbert hier een aankomst heuvelop bij het lokale kasteel. Hij veegde de vloer aan met Joaquim Rodriguez en ook MIJN Igor Anton had het nakijken, al zou Igor een dag later in Valdepeñas de Jaén dan weer van zich laten horen. Grote stad natuurlijk, dat Málaga. De op een na grootste stad van Andalusië, zelfs. De hoofdstad van de provincie Málaga, dat verwacht je niet. Een stad waar je meerdere boeken over vol kunt schrijven, maar aangezien we op dit moment nog niet eens live zijn hoeven we dat wellicht niet te doen. Of toch ook wel. Nouja, we kunnen op z'n minst een stukje nutteloze informatie kopiëren: De stad heeft 599.063 inwoners (2025). De stad ligt aan de Middellandse Zee, aan de Costa del Sol op circa 140 kilometer afstand van de Straat van Gibraltar. Málaga wordt omgeven door bergen, de zogenoemde Heuvels van Axarquía, en wordt doorkruist door twee rivieren, de Guadalmedina en de Guadalhorce die beide uitmonden in de Middellandse Zee. De stad heeft een zomers mediterraan klimaat, maar heeft door de ligging aan zee minder last van de extreme hitte dan bijvoorbeeld Sevilla. De stad kent milde winters met temperaturen rond de 20 graden, waarbij vooral de nachten merkbaar zachter zijn dan in het binnenland van Andalusië. De inwoners van Málaga staan bekend als Malagueños en in de volksmond soms als boquerones (ansjovissen). In de stad van de ansjovissen kom je talloze hoogtepunten tegen, zo hebben de Moren ook hier hun sporen achtergelaten. Het Alcazaba (Arabisch al-qasbah, قصبة, wat betekent "citadel") is een voormalig Moors fort dat tegen een helling ligt. Het werd gebouwd tijdens de Hammudidendynastie en is het best bewaarde Alcazaba in Spanje. Er is een archeologisch museum in gevestigd, er is ook een ruïne van een Romeins theater en verder naar boven liggen de ruïnes van het Castillo de Gibralfaro. De restanten van dit kasteel bieden een uitzicht over de haven en de stad. En dat is dan nog maar een voorproefje! Een stad met kathedralen, een stad met een bekende Plaza de Toros, een stad met een voetbalclub die na jaren van financieel wanbeleid weer terug is op het hoogste niveau, een stad met een grote haven die jaarlijks het op een na grootste aantal cruiseschepen van Spanje ontvangt, na Barcelona. Dat laatste is dan weer lelijk, cruiseschepen zouden ze moeten verbieden. Een havenstad, met ruim 560.000 inwoners is Málaga de zesde stad van Spanje. De agglomeratie van Málaga is de op vier na grootste van het land, met iets meer dan 1 miljoen inwoners, en beslaat onder andere Marbella, Torremolinos, Benalmádena, Fuengirola en Rincón de la Victoria. Een stad met een miljoen musea, waaronder het Museo Picasso de Málaga. Geen toeval dat ze hier zo'n museum hebben, Pablo werd hier geboren, ja! Museum is gevestigd in zijn geboortehuis, verwacht je niet. Met het Centre Pompidou Málaga hebben ze hier een dependance van het Pompidou in Parijs, zo kun je nog wel een uur bezig blijven over deze stad. We kunnen er nog veel meer over vertellen, maar laten we zeggen dat dit volstaat. De renners fietsen voor de uitzending begint fietsen dwars door Málaga heen, daardoor ontdekken de renners vanzelf hoe groot het hier is. Wij ontdekken dat niet, gelukkig hebben we de foto's nog!
![1280px-Alcazaba_de_M%C3%A1laga_overview.jpg?utm_source=en.wikipedia.org&utm_campaign=index&utm_content=thumbnail]()
![malaga.jpg]()
Na een tijd komen we in Málaga op de snelweg terecht, die dwars door de stad loopt. Ook buiten Málaga volgen we nog een dikke tien kilometer die snelweg, een Spaanse specialiteit. Rechtdoor, gigantisch breed, vlak. Al is het ondanks alles toch niet zomaar een weg. We rijden over de A-357, de bewuste weg waar op 15 februari 2001 een verschrikkelijk ongeluk plaatsvond. De gebroeders Otxoa waren aan het trainen en reden netjes achter elkaar over de vluchtstrook, in Spanje geen ongebruikelijk tafereel. Ze waren op weg naar Alhaurin de la Torre, het winterverblijf van de familie Otxoa. Een onoplettende bestuurder dacht daar anders over, hij reed de vluchtstrook op en schepte de broers. Ricardo liet meteen het leven, Javier overleefde het maar net. In 2018 overleed Javier Otxoa uiteindelijk alsnog, na een slopende ziekte, in Alhaurin de la Torre. De Vuelta kende toevallig in hetzelfde jaar een aankomst in dat Alhaurin de la Torre, waardoor ik helemaal kon leeglopen over de onfortuinlijke tweeling. De Tour kwam dit jaar aan op Hautacam, waar Javier Otxoa ooit won, toen kon ik mijn stukje herhalen. Ik zal jullie dat nu maar besparen, maar we staan alsnog even stil bij de familie Otxoa. En we vervloeken de bestuurder, die er nog makkelijk mee wegkwam ook omdat hij lokaal werd gezien als een belangrijk persoon. Hoogleraar aan een universiteit, het is wat. Kutland, en anders niks. Ter hoogte van Cártama liet Ricardo Otxoa het leven en veranderde het leven van Javier Otxoa voorgoed. Het is in de buurt van dat Cártama dat we de snelweg verlaten, net voor we de plek des onheils bereiken. Na alle rechte kilometers over deze snelweg, wat ze zelf zien als een provinciale weg, komen de renners kort achter elkaar zeven rotondes tegen en een bochtige passage in het dorp. Buiten Cártama slaan de renners linksaf en dan rijden ze een tijd verder over dezelfde richting Coín. Het is nog een aantal kilometer zo goed als vlak, maar na een tijd begint de weg wat meer glooiend te worden. Nog geen klimwerk, een beetje ouderwets Spaans vlak. Paar rotondes, wat bochtjes, af en toe een kleine nederzetting, maar eigenlijk maken we nog steeds bijzonder weinig mee. Na 118 kilometer koers bereikt het peloton Coín, waar in de Vuelta van 2017 nog een rit van start ging. Die zou eindigen in Tomares, waar Trentin won. Over Coín zelf was ik in 2017 niet echt te spreken, dit was ongeveer de conclusie: In Coín en omgeving zijn ook meerdere televisieseries opgenomen, zoals de Britse serie Eldorado. Dit was een serie van de BBC, maar een van de minder succesvolle. Volgens IMDB was het een gigantische flop en een zwarte pagina in de geschiedenis van de zender. De serie werd al vrij snel gecancelled en krijgt een 5,2 op IMDB. Dat is dus zo'n beetje Coín, in een notendop. Een kleine onvoldoende. Een typisch wit stadje, zoals ze er honderden hebben in deze streek. Er gaan alleen nog wat bonuspunten richting de kerk. Die is nog wel redelijk opvallend en ook best fraai, zowel van binnen als van buiten. Al wist ik in 2017 nog niet dat de voormalige triatleet Carmelo Urbano voor de fiets zou kiezen en in 2020 en 2021 prof zou zijn bij Caja Rural. Dat deed hij wel zonder resultaten, waarna hij pardoes op straat werd gezet. Weer een kleine onvoldoende dus. Met Pablo Guerrero is een andere jongen uit het dorp ook nog even kort prof geweest, hij hield het een jaartje vol bij Burgos. De nieuwe hoop is Mario Cordero, een renner van Equipo Finisher, de amateurploeg van Kern Pharma. Hij won dit jaar de Ronde van Madrid bij de amateurs, kan zomaar wat worden! Na 61 kilometer rijden de renners door Coín, we gaan hier eindelijk de route van de Vuelta van 2022 achter ons laten. Na een passage met een aantal bochten in Coín slaan we aan de rand van de stad rechtsaf bij een rotonde. Terwijl er inmiddels livebeelden te zien zullen zijn rijden we voorbij Coín richting de eerste klim van de dag. We duiken het binnenland in en daar wordt de rit na een saaie start iets interessanter. Een saaie start, maar wel weer mooi de gebroeders Otxoa kunnen eren, ook wat waard.
![E-Gu9_CWQAIHwUB.jpg]()
![0facdea3-3903-41a0-a0a8-f8e6684dd22c.jpg]()
Voorbij Coín loopt een brede weg twee kilometer vals plat omlaag, dit stuk bevat wat bochten en een rotonde. In een omgeving met best een aantal bomen loopt de weg vervolgens drie kilometer aan 3% omhoog, na een volledig vlakke start komen we pas na dik 60 kilometer de eerste hellende stroken tegen. We zijn inmiddels op weg naar Aloizana, waar de Vuelta in 2024 ook nog eens passeerde. De weg naar dit stadje toe voert een kilometer of 15 over glooiend terrein, na het stuk omhoog aan 3% loopt de weg weer een kilometer op een bochtige manier omlaag, voor het weer een paar kilometer wat vlakker zal zijn. Het blijft hier een beetje op en af gaan, de eerste hoogtemeters van de dag kunnen we noteren. Na lang over deze verder niet heel bepalende weg te hebben gereden rijden we via een brug over de Rio Grande, voorbij deze brug begint een klim die we deels hebben gezien tijdens de Vuelta van 2024. Toen reden we tijdens de zesde rit van Jerez de la Frontera, waar we gisteren de tijdrit zagen eindigen, naar Yunquera. Dat werd een rit die we om meerdere redenen mochten onthouden. Er was die krankzinnige start midden in de supermarkt, maar daarna werd het ook best krankzinnig toen de rit echt begon. Een grote kopgroep reed weg en in die kopgroep zat Ben O'Connor. Het Red Bull van Roglic besloot deze kopgroep een grote voorsprong te geven, want zij hadden zelf Florian Lipowitz mee naar voren gestuurd. Met Lipowitz vooraan zouden de andere ploegen het vuile werk wel opknappen voor Red Bull, was het idee. De andere ploegen hapten alleen niet, waardoor de voorsprong van de kopgroep steeds groter werd. Vooraan besloot O'Connor op een kilometer of 50 van het eind dan weer te versnellen, hij reed weg van zijn vluchtgenoten en hij begon aan een epische solo. Goed, een tijd kon hij nog rekenen op het gezelschap van Leemreize, maar die reed geen meter op kop. Benno beleefde een van zijn beste dagen op de fiets en hij liep per seconde een seconde uit. De voorsprong steeg boven de zes minuten en op dat moment brak er toch lichte paniek uit in het peloton. Meerdere ploegen begonnen op kop te rijden, maar Benno bleef maar uitlopen. O'Connor was die dag even Pogacar, zelfs op de slotklim wist hij nog uit te lopen op het peloton. Na een solo van 50 kilometer won hij de rit, het peloton kwam meer dan zes minuten later pas binnen en daardoor nam O'Connor ook de rode trui over. Een trui die hij pas twee weken later af zou staan, tot de 19e rit reed hij aan de leiding van die Vuelta, dankzij een succesvolle vlucht die hij wist af te ronden op de klim die er nu zit aan te komen. In 2024 werkte Benno een deel van de Puerto de Las Abejas af, een klim die we nu in zijn totaliteit gaan zien. In 2024 reden we via de Puerto Martinez naar Alozaina toe, nu rijden we vanuit de Rio Grande naar Alozaina toe en dat levert een andere aanloop op. Vier kilometer gaat het omhoog richting Alozaina, we noteren in het begin van de klim van tweede categorie twee kilometer aan 5,5%, met een piekje direct voorbij de rivier aan 8,5%. In de kilometer daarna vlakt het af, waarna we vervolgens aan 4% klimmen richting Alozaina. Als we de buitenrand van het dorp bereiken slaan we voor we door het centrum zouden rijden bij een gebouw van het Rode Kruis linksaf bij een rotonde. Voorbij deze rotonde zitten we op de route van 2024, we rijden verder over de weg waar Ben O'Connor iedereen het snot voor de ogen reed. Vanuit Alozaina is het negen kilometer fietsen tot in Yunquera, het dorp waar de rit in 2014 eindigde. Gemiddeld gaat het in dit stuk maar aan 4% omhoog, dat valt dus mee, of tegen. Voorbij Yunquera kun je nog een stukje verder klimmen, merkte ik toen al op. Daar deed men in 2024 niets mee, nu rijden we wel helemaal door tot de top van de Alto de Las Abejas. Als we langs het witte Aloizana rijden loopt de brede weg een kilometer aan 6% omhoog, voorbij de rotonde daarna duiken we de natuur weer in, hier worden de percentages weer minder interessant. We gaan terug naar 4,5%, dat is niet best. Maar goed, eerste klim, opwarmertje. In de volgende kilometer van de klim wordt het misschien nog wel mooier qua omgeving, qua percentage blijven we op 5,5% steken. Na zeven kilometer in stijgende lijn bereiken we het eind van het eerste deel van de klim, er volgt nu een korte afdaling over een enorm brede weg. Door die brede weg stellen de paar bochten die we in deze halve kilometer tegenkomen amper iets voor. Tijdens dit stuk in dalende lijn rijden we langs de Mirador de Jorox, een uitzichtpunt dat je de kans geeft om neer te kijken op Jorox, een wit dorpje dat een stuk lager ligt. De renners sjezen er snel voorbij, om vervolgens over een stenen brug te rijden en daarna te beginnen aan het tweede deel van de klim. Door het stuk in dalende lijn is het lastig om deze kilometer van een goed duidbaar gemiddelde te voorzien. Volgens de organisatie gaat het in deze kilometer aan 3,6% omlaag en in de volgende aan 8% omhoog, maar dat is allemaal onzin. Ik val toch maar weer terug op de AltimetriasGoden, die geven aan dat het na het stukje in dalende lijn in de volgende kilometer omhoog zal gaan aan 3,3% gemiddeld. Merkwaardig genoeg komen de renners uitgerekend in deze kilometer de steilste strook tegen, het gaat een paar meter aan 10% omhoog. Daarna vlakt het alleen meteen weer af, vandaar dat lagere gemiddelde. Een onregelmatige klim, het enige regelmatige is dat hier geen enkele klassementsrenner iets gaat proberen. In de kilometer erna gaat het volgens de organisatie gemiddeld aan 1% omhoog, volgens Altimetrias aan 2%. Hoe dan ook niet de lastigste kilometer, wel weer een kilometer waarin steilere en vlakkere stroken elkaar afwisselen. Paar meter in dalende lijn tussendoor, zelfs. Kort afdalen richting een blinde bocht en na die bocht direct weer stevig omhoog, een klim van hollen en stilstaan. In de kilometer nadien gaat het aan 4,7% omhoog volgens de organisatie, aan 5,3% volgens Altimetrias. We bewegen ons nu richting de laatste kilometers van de klim en als we ons eenmaal in deze laatste kilometers bevinden rijden we Yunquera binnen, dit doen we door onder een mooie boog door te rijden. Hier piekt de klim eventjes aan 8%, terwijl het tot in deze kilometer gemiddeld aan 5,5% omhoog zal gaan. Of 4,6% volgens Altimetrias, met dank aan een afvlakkend stukje als we na een bocht naar rechts door het centrum gaan rijden. In het centrum van Yunquera komen de renners enkele stevige vluchtheuvels tegen, met plantenbakken in het midden. Voorbij deze passage komen ze op 500 meter van de plek waar in 2024 de finish lag in een zone vol bochten terecht. Na een brede haarspeldbocht naar rechts buigt de weg af naar links en nadat de renners een paar meter later nog een keer naar links draaien volgde er 200 rechte meters later een finish net buiten Yunquera, bij een fucking tankstation voor de deur. Van de Carrefour naar de Agla, in Spanje kan alles. In de laatste kilometer wordt er overigens aan 5,3% geklommen, de Alto de las Abejas kent weinig Spaanse stroken. Al halen we in feite de echte top van de Alto de las Abejas niet, die ligt een dikke kilometer verderop. We hadden nog een kilometer verder kunnen klimmen aan 6,5% met een piek tot 8,5%, dat was al iets meer Vuelta geweest, maar ze hebben besloten om het gewoon echt helemaal kut te maken. Schitterend. Dat laatste heb ik dan maar even integraal overgenomen uit mijn voorbeschouwing van twee jaar geleden, ik was niet echt te spreken over deze klim, of over de keuze van de organisatie om in het dorp te eindigen. De rit werd dankzij de blunder van Red Bull uiteindelijk wel vermakelijk, al was het ook wel weer saai om O'Connor het laatste uur van de koers in zijn eentje op kop te zien rijden. Op 6:30 van Benno won Isaac del Toro het sprintje van de favorietengroep, een groep die bestond uit liefst 40 man. Zo'n klim is Las Abejas dus, een flopklim. Wel een goede naam, de klim van de bijen. Om de Vuelta spannend te maken moeten we dan maar hopen dat Enric hier gestoken wordt en een allergische reactie krijgt, ofzo. Na 91 kilometer zijn we boven op Las Abejas, nu halen we in tegenstelling tot twee jaar geleden wel echt de top.
![abejas00.gif]()
![32594430055_2525d0ccdd_b.jpg]()
![ea1c1779d5f3bdc11026218503b1d42b.jpg]()
![10532_1403860257.jpg]()
![Historia-de-Yunquera.webp]()
Een
exhibición van Ben O'Connor in Yunquera, met dank aan een misrekening van het peloton en met dank aan de Decathlonbonus kon hij hier op een grandioze manier een zege binnenhalen en daarna een paar weken het rood vasthouden. Tijdens de klim rijden we in Yunquera langs het enige noemenswaardige gebouw, een toren die ooit onderdeel was van het kasteel van Yunquera en waarin tegenwoordig een heus observatorium zetelt. Combineer die twee zaken en je kunt spreken van een sterrenwachttoren, heel vet. Het draagt de naam Astrolab en het dient vooral als een ideale locatie voor een schoolreisje. Vanaf het gebouw heb je al een prachtig vergezicht als het donker is, kijken via de telescopen biedt je zelfs het beste uitzicht van heel de provincie Málaga, zeggen ze zelf. Yunquera is uiteraard ook weer een wit dorpje, met in het centrum een hoop smalle en daardoor sfeervolle straatjes. In de omgeving van Yunquera vinden we verder vooral een hoop olijfboomgaarden, een van die boomgaarden is overgenomen door een stel Nederlanders en die verhuren daar nu een vakantiehuisjes, Yunquera daalt meteen in mijn achting. Verder is Yunquera het hoogstgelegen dorp in de provincie Málaga, heel gaaf. Ooit, in 2018, reed het peloton ook nog eens door Yunquera, dat was toen ze van Mijas naar het Alhaurín de la Torre van de Otxoa's reden. De renners vlogen toen door het dorp heen, op weg naar een uiteindelijke ritzege van Viviani in de sprint, de Abejas gaat zeker nu ie vandaag vroeg op de dag komt weinig verschil maken. In de Ruta del Sol willen ze ook nog wel eens door dit dorp rijden, sterker nog, dit jaar reden we zelfs door Yunquera heen. Vanuit El Burgo reden we omhoog over de Puerto de Las Abejas om via Yunquera af te dalen naar Alozaina, om heel wat kilometers later in Pizarra te eindigen, waar Laporte de sprint kon winnen. In de Ruta del Sol van 2020 reden we dan weer net als nu vanuit Alozaina omhoog, om vervolgens af te dalen naar El Burgo en een klimmetje mee te pakken dat we ook nu zullen zien passeren. Voorbij de top van Las Abejas dalen we 6,5 kilometer af richting El Burgo, na een klim van 14,5 kilometer waarin er gemiddeld aan 4,3% geklommen moest worden dalen we nu af aan 4,6%, de andere kant van de klim is korter en niet direct lastiger. Over een brede en goede weg dalen we drie kilometer op een vrij lastige manier af, we komen heel wat bochten tegen, enkele van die bochten zijn nog scherp ook. De brede weg helpt, maar alsnog is dit een vrij technische start van de afdaling. Na drie technische kilometers wordt de weg ineens recht, de rest van de tijd komen we geen bocht meer tegen. Vlak voor we El Burgo bereiken komen we tussen de velden vol olijfbomen in ook nog een kort stukje in stijgende lijn tegen, het gaat even een halve kilometer aan 6% omhoog, waarna we nog even een kilometertje rechtdoor dalen richting El Burgo. Hier wordt de weg op 113 kilometer van de aankomst even iets smaller, we nemen een listig bochtje naar links en vrijwel meteen na die bocht verlaten we het witte dorp. Eenmaal buiten het dorp begint de volgende klim van de dag al snel, amper een halve kilometer later vinden we de voet van de Puerto del Viento. Dit is een klim die we in de Vuelta van 2024 eveneens zagen figureren, al reden we 'm toen wel van de andere kant op. Ook in de Vuelta van 2018 was dat het geval. We kennen de Puerto del Viento, we kennen alleen de Puerto del Viento vanuit El Burgo niet zo goed. Als je het zo bekijkt wordt het een aangename kennismaking, ondanks het feit dat een klim van 13 kilometer aan 3,7% niet direct heel erg tot de verbeelding lijkt te spreken. De Puerto del Viento, een klim van de tweede categorie, is echter een klim in twee delen, het eerste deel is meer dan de moeite waard. In de eerste zeven kilometer van de klim moet er aan 6% geklommen worden, de renners rijden over een brede en zeer goede weg door de fraaie Sierra de Las Nieves heen en hier gaat het in de eerste kilometer aan 6% omhoog. In de tweede kilometer gaat het dan weer aan 7% omhoog, waarna we in de derde kilometer een gemiddelde van 6,5% mogen noteren, met een piek van 10%. De renners rijden in het begin van de klim over een bochtige weg door een open omgeving, er is steeds zicht op de diepte van dit natuurpark, gaandeweg fietsen we langs een rotswand af om vervolgens een bos te betreden. In dit bos komen we een kilometer aan 7% tegen, met weer een piek boven 10%. In die eerste vier kilometer gaat het best serieus omhoog, daarna wordt het iets makkelijker. Na een steile strook aan 12% zwakt de klim in de vijfde kilometer af, het gemiddelde blijft daardoor hangen op 5%. In de volgende kilometer rijden we langs de Mirador de Guarda Forestal, het uitzichtpunt van de boswachters. Best een kicken uitzichtpunt, er is daar ook een standbeeld te vinden van een man die wijst naar alle pracht en praal die je in deze omgeving kunt vinden, al zou je de gestrekte rechterarm ook op een andere manier kunnen interpreteren. In deze streek zijn ooit minder mooie streken geleverd, de Sierra de las Nieves schijnt een toevluchtsoord voor bandieten te zijn geweest. Een van de bekendste Andalusische bandieten kwam oorspronkelijk uit El Burgo, de plaats waar we aan de voet over een wat smallere weg doorheen zijn gereden. Voorbij het uitzichtpunt loopt de weg even kort omlaag, waardoor we uitkomen op een gemiddelde van 2%. Na nog een kilometer aan 6% bereiken we het eind van het eerste deel van de klim, we rijden het bos uit en komen in een omgeving terecht die iets wegheeft van een savanne. In deze savanne dalen de renners drie kilometer af, beter gezegd rijden ze drie kilometer vals plat omlaag zonder veel bochten tegen te komen. Eerst rijden ze een tijdje volstrekt rechtdoor over een soort van plateau, daarna komen ze in een soort van kloof terecht, tussen de imponerende rotspartijen in wordt het hier wel iets bochtiger. Geen lastige bochten, het is hier vooral mooi en niet direct gevaarlijk. De brede weg begint na het stuk vals plat omlaag weer omhoog te lopen, in de resterende 3,5 kilometer van de klim gaat het aan 5% omhoog. De naam van de klim, Puerto del Viento, wordt in dit laatste deel van enige rechtvaardiging voorzien. De berg van de wind, in dit laatste deel is het terrein volledig open, op een paar verdwaalde keien na zien de renners weinig liggen om zich heen. De wind heeft hier vrij spel, gezien de naam zou die wind hier ook daadwerkelijk vaak op de afspraak moeten zijn. Na een kilometer aan 6% volgt er een makkelijke aan 3%, vervolgens gaat het aan 5% omhoog voor we in de laatste halve kilometer afsluiten met een strook aan 7%. Na precies 111 kilometer komen we vervolgens boven op deze Puerto del Viento.
![viento00.gif]()
![-upload-81593-1024x0.jpg]()
![puerto.jpg]()
![puerto-del-viento-el-burgo-upload-43603-1024x0.jpeg]()
In een schitterend decor gevuld met rotsen van kalksteen beginnen we op 100 kilometer van de aankomst aan een afdaling van 11 kilometer richting het minstens zo schitterende Ronda. Ook dit jaar zoeken we een van de mooiste steden van Andalusië weer eens op, dat doen we door de Puerto del Viento een keertje die kant op af te dalen. In de Vuelta's van 2024 en 2018 reden we vanuit Ronda omhoog naar El Viento om vervolgens te dalen richting El Burgo, vandaag gooien we de volgorde om. De afdaling die nu volgt, langs de kant die we vooral kennen als klim, hoef je eigenlijk amper een afdaling te noemen. In de eerste kilometer gaat het aan 6% omlaag terwijl we één bocht tegenkomen, daarna rijden we twee kilometer vals plat rechtdoor omlaag in een volstrekt lege omgeving. De wind heeft vrij spel, maar na een korte check blijkt het uiteraard weer eens zo te zijn dat het niet gaat waaien. Weinig viento op de winderige berg, weinig bochten ook op deze berg. Na een paar kilometer in dalende lijn loopt de weg enkele meters omhoog, daarna gaat het kort wat steiler naar beneden met kort achter elkaar ook enkele bochten, al stellen die bochten dankzij de brede weg erg weinig voor. Al snel wordt het ook weer recht, na nog een kilometertje aan 5% te dalen rijden we vooral rechtdoor verder omlaag. Van de lege omgeving vol rotsen rijden we kort een bos in, maar al snel komen we weer in de leegte terecht en hier komen we bijna beneden in Ronda langs het spoor te rijden. Een kilometer of vijf vals plat omlaag rechtdoor langs het spoor, nee, dit is bepaald niet uitdagend. Bijna beneden passeren we de ruïnes van een oud Romeins viaduct, daarna meldt een bord langs de weg ons dat we de Sierra de Las Nieves achter ons laten. Vals plat omlaag rijden we rechtdoor Ronda binnen, de iconische locatie waar de renners zowaar een echte bocht binnen gaan komen. Bij de entree in Ronda rijden we bijna rechtdoor tegen de lokale brandweerkazerne aan, hier volgt een scherpe bocht naar links, eentje met een wegversmalling, waarna we op een brede weg nog even een tijdje rechtdoor verder vals plat mogen dalen langs de stad af. De renners krijgen niets mee van de hoogtepunten van Ronda, voorbij de bocht bij de brandweerkazerne zien ze geen enkel gebouw meer. Over een soort van snelweg omgeven door een paar boompjes rijden ze verder omlaag, weg van de bewoonde wereld. In feite rijden we met een boog om de stad heen, de helikopter mag dus aan de slag om de schoonheid van Ronda te tonen. Na 122 kilometer rijden we langs deze stad af waar in de Vuelta van 2022 nog een rit van start, die rit voer naar Montilla en daar won Mads Pedersen in de sprint. In 2014 kwam er een rit aan in Ronda, die werd gewonnen door John Degenkolb. Ronda, waar we in de Vuelta van 2018 ook al eens doorheen zijn gereden, is vooral bekend vanwege de ligging aan de rivier de Guadalevín. Deze rivier splitst het stadje in tweeën en heeft een diepe kloof uitgesneden, bekend als Tajo de Ronda. Je kunt via een aantal bruggen naar de overkant van de kloof, waarbij het vooral de Puente Nuevo is die de show steelt. Hier zien de renners dus niets van, maar een passage in de buurt van Ronda is alsnog niet compleet zonder een aantal mooie shots. Wiki heeft trouwens ook een heerlijk stukje samenhangende informatie over deze toeristische trekpleister: Ernest Hemingway en Orson Welles woonden jarenlang 's zomers in Ronda en beschreven de schoonheid van het gebied. Welles liet er zelfs zijn as verstrooien over het landgoed van de stierenvechter Antonio Ordóñez. Tegenstanders van het falangistische regime werden van de kliffen van El Tajo afgegooid. De Belgische groep dEUS nam er hun plaat The Ideal Crash op. Buiten de stad Ronda is het Race Resort Ascari gelegen, een racebaan opgezet door de Nederlander Klaas Zwart. De finale van Wie is de mol? 2012 vond plaats in Ronda. Dit vliegt alle kanten op, wel vervelend om te weten te komen dat het fraaie Ronda ook een stierenvechtersstadje is, minder fraai. Keltische oorsprong, daarna kwamen de Feniciërs, de Grieken en de Romeinen voorbij. Moorse invloeden, ook, natuurlijk. Tijdens de Moorse overheersing werd Ronda uitgeroepen tot hoofdstad van de provincie Andalusië de Takurunna en later werd het de hoofdstad van het zelfstandige Taifa van Ronda, geleid door de Berberse stam Banu Ifran. Het merendeel van de belangrijke historische bouwwerken stamt uit deze tijd. Het kwam later in handen van de Marokkaanse Almohaden-dynastie, die de Arabische baden van Ronda bouwde. In de periode voor de Reconquista maakte Ronda deel uit van de Nasriden-dynastie binnen het koninkrijk Granada. Boh! Maarja, vooral de brug, hè, en de kloof.
![ronda-nieuwe-brug.6.b958.jpg]()
![tips-voor-ronda-spanje.jpg]()
De renners rijden langs Ronda af en de brede en rechte weg blijft een tijd vals plat omlaag lopen, tot we over de Guadalevín rijden. Voorbij deze rivier, verantwoordelijk voor de kloof in Ronda, beginnen we aan een ongecategoriseerde klim van bijna 15 kilometer. Gemiddeld gaat het de komende kilometers aan 3% omhoog richting de Alto de Cascajares, over een buitengewoon brede en goede weg rijden de renners een tijd op een niet al te ingewikkelde manier omhoog. We beginnen met een kilometer aan 4%, daarna volgt een vals platte kilometer voor we met een kilometer aan 5% en eentje aan 7% te maken krijgen. Na een kilometer aan 4% is het zwaarste gedeelte van de klim alweer voorbij, we hoeven maar twee kilometer die de moeite waard zijn te noteren. Na een stukje vals plat loopt de brede weg vervolgens een kleine twee kilometer zonder al te veel bochten vals plat omlaag, waarna we richting de top van de klim die volgens de organisatie geen klim is nog eens zeven kilometer zo rond de 2 à 3% mogen klimmen. Een fraaie klim, ondanks het gebrek aan percentages. Steeds mooie vergezichten tijdens de klim, en als het uitzicht niet mooi is rijden we weer tussen enkele fraaie rotswanden door. Alles is mooi, behalve de percentages. Voorbij deze klim, als je het een klim wil noemen, rijden de renners twee kilometer voorzichtig omlaag, een afdaling die je dan weer niet als zodanig hoeft te bestempelen. Een paar brede bochten onderweg, terwijl we een tijdje door een bos fietsen. Even verderop verlaten we het bos weer om over een zeer bochtige weg langs een schitterende bergflank te fietsen, de renners passeren hier enkele waanzinnige uitzichtpunten, zoals de Mirador de la Rueda. Rotswanden op links, een prachtige blik in de groene diepte op rechts, dit mag je met recht een panoramaweg noemen. Het begin van de bochtige tocht langs de flank van de berg brengt enkele bochten in dalende lijn met zich mee, heel even lijkt het er een beetje op alsof de renners alert moeten zijn, maar al snel wordt de weg volledig vlak. Zeven vlakke kilometers staan er op het programma, de renners krijgen genoeg tijd om het schitterende decor in zich op te nemen. Enorm bochtig hier, maar door de brede weg zal het alsnog voelen of men rechtdoor rijdt. In de laatste paar kilometer dat we over deze weg rijden fietsen we weer een bos binnen, in dit bos vinden we na 148 kilometer de top van de Puerto del Madroño. Een bekende klim, in de Ruta del Sol van dit en vorig jaar reden we vanuit de kust omhoog over deze klim. Ook in de Vuelta van 2018 deden we dat, van de Costa del Sol reden we 22 kilometer aan 4,5% omhoog naar de lange Madroño. Nu benaderen we de klim van een andere kant, vanuit het binnenland, vanuit Ronda dus, en stelt de Madroño ineens heel weinig voor. Wel weten we nu meteen wat ons te wachten staat, voorbij de top wacht een lange afdaling, rechtdoor de zee in.
![MadronoN.gif]()
![IMG_4562.JPG]()
![IMG_4545.JPG]()
![puerto-del-madro%C3%B1o.jpg]()
Op 63 kilometer van de aankomst beginnen we aan een eeuwigdurende afdaling, die ons naar San Pedro de Alcantara moet brengen. We komen 22 kilometer verderop pas beneden uit, dat voelt als een eeuwigheid. De afdaling zal alleen snel voorbij zijn, het wordt bepaald geen technische exercitie. In het begin van de afdaling rijden we een kilometer aan 7% omlaag, hier komen we iets scherpere bochtjes tegen, daarna wordt het
a long and winding road, we dalen vooral af rond de vijf à zes procent zonder ook maar één scherpe bocht te treffen. Het decor is ook aan deze kant van de berg schitterend. We zien fraaie bossen, we zien indrukwekkende rotswanden, er zijn schitterende vergezichten, alles is weer eens mooi. De weg loopt alleen niet op een denderende manier omlaag, scherpe bochten kom je amper tegen en de weg is dusdanig breed dat drie vrachtwagens hier naast elkaar zouden kunnen rijden. Onmogelijk om hier gevaarlijke punten aan te stippen, met je ogen dicht en je handen van het stuur kom je hier veilig beneden. Onderweg komen we ook heel wat kilometers tegen waarin we aan slechts drie à vier procent dalen, je moet flink hard de pedalen geselen om überhaupt de kust te halen. In de omgeving van El Madroñal, tegen die tijd hebben we al 15 kilometer gedaald, komen we een kort stukje in stijgende lijn tegen en daarna volgt er in dalende lijn zowaar iets van een soort van haarspeldbocht. Voorbij El Madroñal dalen we nog een paar kilometer aan 6%, maar lastig wil het nog steeds niet worden. Echt geen bangelijke bocht te bekennen, dit is een van de simpelste afdalingen ooit. Bijna beneden rijden we langs het mooi op de bergflank gedrapeerde witte dorpje La Heredia, voorbij dit dorpje komen we in de laatste drie kilometer van de afzink als belangrijkste obstakel een stuk of vier rotondes tegen. Rotondes in dalende lijn, dat kan dan wel weer linke soep zijn, maar nee, joh, na 170 kilometer bereikt iedereen veilig San Pedro de Alcantara. Op 41 kilometer van de finish zijn we beneden, hierna volgt er een vlak stuk naar de kust en dan gaan we klimmen, de rit is alweer bijna voorbij man. In San Pedro de Alcantara rijden we een tijdje rond over het lokale industrieterrein, waar het bulkt van de rotondes. De weg wordt op dit industrieterrein uiteindelijk vlak, waarna we bij een van de vele rotondes een afslag naar rechts nemen om vervolgens door het centrum van de stad te fietsen. San Pedro de Alcantara is een populaire toeristische badplaats in de gemeente Marbella, dat is dan weer de woonplaats van de onvermijdelijke Luis Angel Maté. De man met de vlecht, de favoriet van koersdirecteur Guillén, de lynx, de man die 12 keer de Vuelta reed en afsloot bij Euskaltel. De laatste keer dat we in Marbella waren, in 2022, waren we net als nu op weg naar Peñas Blancas. Mate kon mooi via zijn eigen jachtvelden naar de slotklim rijden, gelukkig is hij er inmiddels mee gestopt.
![puerto-del-madrono-san-pedro-de-alcantara-upload-88441-1024x0.jpg]()