abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
  Moderator donderdag 3 september 2026 @ 02:40:28 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221715593
Etapa 12: Vera - Calar Alto, 166,6 km

Nou, we hebben weer een rit achter de rug. Spannend was de rit in Murcia richting Lorca allesbehalve, er gebeurde zoals je kon verwachten extreem weinig. In het begin van de rit reden er slechts vier renners weg, die dan ook nog eens heel vroeg werden ingerekend. Hayter zat vooraan, hij besloot dan maar een tweede poging te wagen. In het gezelschap van Warbasse mocht hij een tijd in beeld rijden, maar na de tussensprint werden ze op de enige klim van de dag alweer ingerekend. Die klim volgde vrij ver van de finish, op deze klim zagen we een caída van Vermaerke en McKenzie, meteen de enige keer dat we McKenzie ooit in beeld hebben gezien, in welke koers dan ook. Daarna besloot Pinarello heel hard op kop te gaan rijden, geen idee waarom en voor wie. Het beulswerk van onder meer Dunbar had wel tot gevolg dat enkele flopsprinters zoals De Schuyteneer en Dainese moesten lossen. Pedersen hoefde voor de verandering een keer niet te lossen, maar dan vooral omdat hij 's ochtends in het hotel was gebleven. Na een wonderbaarlijke Tour een wanhopige Vuelta, het kan verkeren. Op de klim pakte Van Aert wat punten mee, waarna we even kort een paar aanvallen zagen na de klim. Die aanvallen waren niet succesvol, Van Aert sprong meteen op het wiel. Visma had de controle, het moest weer een dag voor Brennan gaan worden. Na een bijzonder makkelijke rit volgde er wel een technische finale, tijdens de bochtenrijke finale wist Visma lang de controle te houden. In de laatste drie kilometer neemt Unox dan weer het commando over, nogal verrassend. Na perfect werk van Visma waren Van Aert en Brennan even zoek, maar richting de laatste kilometer kwam dit duo toch weer opzetten. De volgorde werd omgedraaid ten opzichte van de vorige rit, de logische beslissing werd genomen om Van Aert nu weer de sprint aan te laten trekken voor Brennan. Extra verstandig vanwege de rare finale van de etappe, op 400 meter van het eind volgde er een bocht naar links van 180 graden en er volgde een sprint op leven en dood richting die bocht. Van Aert kreeg het voor elkaar om als eerste door deze bocht te gaan, een bocht waar we uiteraard een valpartij zagen. Soms is wielrennen best voorspelbaar, soms zie je iets echt van heel erg ver aankomen. Dit was op voorhand al een gekke bocht, de praktijk kwam hier een keer overeen met de theorie. Gelukkig was het een kleine valpartij zonder erg, deze bocht vroeg eigenlijk om meer brokken. Van Aert durfde als veldrijder wel wat risico te nemen in de bocht, hij ging er als eerste door met Brennan in het wiel. Uiteraard kwamen ze dankzij die bocht bijna tot stilstand, maar optrekken vanuit een bocht is Van Aert ook nog wel gegeven. Hij zette aan en bracht zo Brennan in een zetel naar de finish. De Brit boekte vervolgens vrij eenvoudig zijn derde ritzege van deze Vuelta, het werd weer geen spannende sprint. Coquard, die nog bijna in de hekken eindigde, mocht het doen met een tweede plaats, terwijl Meeus dan weer derde werd. Voor de punten sprintte Van Aert nog door, met een vijfde plek deed hij toch weer goede zaken voor zijn groene trui. En dat was de rit wel, zo ongeveer. Met twee makkelijkere ritten die allebei zijn geëindigd in een sprint begonnen we aan de tweede week, we kunnen ons nu gaan opmaken voor de volgende bergrit. Dit zou iets enerverender moeten worden, we noteren vandaag weer eens 4500 hoogtemeters en dat is de moeite waard. We trekken naar heilige grond, we bezoeken de plek waar Igor Antón zijn eerste zege als prof boekte. Calar Alto is altijd een feestje, alleen al daarom. Een dag voor de klassementsrenners, dat staat in de sterren geschreven.




Jullie dachten misschien dat het inmiddels september is, maar dat is een misvatting. Het is februari, het seizoen is net begonnen. We hebben net de eerste Europese koersen afgewerkt en vandaag staat de eerste rit van de Ruta del Sol op het programma. De Ronde van Andalusië staat op het punt van beginnen. Van vandaag tot en met volgende week zondag gaan we tien dagen dwars door Andalusië rijden. Vergeet de Vuelta a España, ik heet jullie van harte welkom in de Vuelta a Andalucia. Bij de start van de eerste etappe van de Ronde van Andalusië (je zou het gekscherend kunnen beschouwen als de 12e rit van de Ronde van Spanje) bevinden we ons in het bevallige Vera, een gemeente in de provincie Almería in de regio Andalusië waar ongeveer 20.000 mensen wonen. Vera is een plaats waar de Ruta del Sol één keer eerder was, in 2021 ging er een rit van start. Die rit zou eindigen in Pulpí, waar de plotseling met aanvalslust gezegende Ethan Hayter de rit won in de sprint van een klein groepje. De vrouweneditie van de Clasica de Almeria kende hier in 2023 dan weer een aankomst, met Emilie Fortin won een relatief onbekende renner. Wel goed dat ze won, want achter haar werd de altijd vervelende Alison Jackson tweede voor ONZE Roy Mackaij. De Ronde van Spanje was nog nooit in Vera, het is een ronde die het een stuk leuker vindt dan de Giro en de Tour om onbekende plaatsen op te zoeken. Vera is weer een typisch plaatsje, in de zin dat er een Vera in het binnenland is en een Vera aan de kust. De gelijknamige hoofdplaats in de gemeente is een dorp gelegen 10 kilometer van de kust. Het grondgebied van de gemeente strekt zich uit tot aan de kust; de daar ontstane badplaats, Vera Playa geheten, levert nu de belangrijkste economische activiteit. Het dorp kent een aantal historische gebouwen, zoals het stadhuis en de kerk Nuestra Señora de la Encarnación (1521-1524), die gebouwd is als fort om het dorp tegen piraten te beschermen. Werkelijk een plaag, die Barbarijse zeerovers. Sinds 1990 heeft Vera Playa zich ontwikkeld tot een belangrijk centrum voor naturisme. Er zijn enkele complexen met appartementen gebouwd, zoals Natsun, La Manera, Bahia de Vera en Vera Natura, waar naturisme officieel toegestaan is. Anderhalve kilometer strand is voor naturisme bestemd. Ook is er het enige naturistische hotel van Spanje, het Vera Playa Club Hotel. Bohhhhh, met z'n allen naar Vera! Als je naar Vera gaat kun je een auto huren bij malagarcar.com, waar ik de volgende formidabele omschrijving van Vera aantref: Vera is een van de meest complete plaatsen aan de oostkust van Almeria. Op ongeveer 95 kilometer ten noordoosten van de provinciehoofdstad combineert de plaats een historisch centrum met karakter, lange zandstranden en een van de belangrijkste naturistische zones van Europa. Wat Vera bijzonder maakt, is precies die combinatie: aan de ene kant het oude dorp dat na de aardbeving van 1518 opnieuw is opgebouwd, met zijn kerk-vesting en rustige straatjes; aan de andere kant een kilometerslange kuststrook waar textiele en naturistische stranden naast elkaar bestaan. Vera is een uitstekende bestemming voor gezinnen en voor reizigers die zon, strand en een beetje vrijheid zoeken. De omgeving van Vera was al in de oudheid bewoond. Er zijn sporen van Carthaagse en Romeinse nederzettingen en vooral van een belangrijk Moors dorp. Het oude Vera lag op de Cerro del Espiritu Santo, totdat een zware aardbeving het in 1518 verwoestte. Na de beving werd de plaats tussen 1520 en 1524 op de huidige locatie herbouwd, met een rechthoekig stratenplan, acht verdedigingstorens en twee stadspoorten. In het centrum verrees de Iglesia-Fortaleza de la Encarnacion, die niet alleen als kerk diende maar ook als verdedigingsbouwwerk tegen mogelijke aanvallen van Barbarijse piraten. Eeuwenlang leefde Vera van landbouw en visserij. De grote groei kwam in de tweede helft van de 20e eeuw – eerst door de mijnbouw en later vooral door het toerisme. Vanaf de jaren 70 en 80 ontwikkelde Vera Playa en de naturistische zone zich tot een van de bekendste naaktstranden van Spanje. Vera biedt een geslaagde mix van historisch erfgoed, stranden en outdooractiviteiten, en zo gaan de wervende teksten nog een tijd door. Vera heeft ook een Plaza de Toros, da's dan weer jammer. Een van de oudste van Spanje, ze waren er hier dus vroeg bij met hun ransmakakerij. En tegenwoordig hebben ze zich dus gespecialiseerd in andere viespeukerij!




Als de organisatie humor had hadden ze de renners van start laten gaan op het naaktstrand, helaas is dit niet het geval. De renners gaan van start in het binnenland, in het oude Vera. Na een korte neutralisatie gaan de renners buiten dit plaatsje officieel van start op een brede weg in het midden van het niets. In de eerste paar kilometer komen ze enkele bochten tegen, waarna ze langs een fabriek van het iconische Fassa Bortolo fietsen. Wat een iconische ploeg was dat, met markante shirts. Het bedrijf, voorheen Yedesa en nu in Italiaanse handen, produceert gipsplaten voor plafonds, evenals lijmen, cement en andere bouwproducten. Voorbij het uitgestrekte terrein van de fabriek van Fassa Bortolo komen we op een vlakke en licht bochtige weg tussen de wijnranken terecht, in de verte zien we de nodige bergen liggen. In de eerste acht kilometer van de rit is de weg zo goed als vlak, maar daarna begint al snel de eerste officiële klim van de dag. Een klim waarvan het een wonder is dat ze er een categorie op hebben geplakt, na ongeveer acht kilometer koers beginnen we aan een klim van 8,3 kilometer aan 3,3%. We hebben deze Vuelta al een aantal veel zwaardere beklimmingen zien passeren die geen categorie kregen, maar goed, oké. De renners rijden over een doorgaande weg en deze weg wordt na een tijd ineens een stuk smaller. Het asfalt wordt dan plots ook een stuk slechter, over een enorm ruw stuk schuurpapier slingeren ze door een decor vol boomgaarden en lage vegetatie heen, waarna de weg voorzichtig steeds een beetje meer omhoog begint te lopen. De weg loopt een tijd aan 1% omhoog, daar heb je niets aan, ook de kilometers aan 2% die volgen zijn niet heel spannend. Pas als de bergen dichterbij komen wordt de klim iets leuker, er volgt een kilometer aan 3% en daarna gaat het twee kilometer aan 4% omhoog. Nog steeds niet best, voor het serieuze werk moeten we wachten op de laatste kilometer van de klim. Ingeklemd tussen de bergen komen we in die laatste kilometer meerdere haarspeldbochten tegen, de weg wordt hier ineens weer breder en het asfalt een stuk beter, terwijl we aan 6% mogen klimmen. Door een landschap vol rotsen gaat het ineens op een stevige manier omhoog, de renners mogen deze strook gaan gebruiken om een sterke kopgroep te laten ontstaan. Fijn dat er klimwerk is in het begin van deze rit, al hadden de meeste renners ongetwijfeld liever een iets zwaardere klim gezien. Met drie kilometer aan acceptabele percentages mogen ze het doen, geen heel groot window of opportinity voor de lichtgewichten om weg te rijden, of het ontstaan van de vlucht moet vandaag heel lang duren. Met een prachtig uitzicht op de top bereiken we na 16 kilometer het hoogste punt van de Alto del Cabecico, een klim van de derde categorie. Vlak stuk, vals plat stukkie, en dan drie redelijke kilometers vol haarspeldbochten om deze bergrit mee af te trappen. Kon beter, kon vast ook een stuk slechter.





Op de top van de Alto del Cabecico slaan de renners rechtsaf, ze beginnen daarna aan een afdaling van een kilometer of acht richting Zurgena. Over een brede en goede weg gaat het niet meteen denderend omlaag, voorbij de top komen we na een kilometertje vals plat een kort knikje omhoog tegen, dan nog een paar meter in dalende lijn en vervolgens loopt de weg een kilometer vals plat omhoog aan 2,5%. Dit alles verloopt zonder veel bochtenwerk, maar dit kunt u allemaal zelf waarnemen want deze rit wordt integraal uitgezonden, ja! Na het korte knikje omhoog loopt de weg nog eens vijf kilometer op een niet al te lastige manier omlaag door een nogal woest en ongepolijst terrein, de renners komen alleen enkele goedlopende bochten tegen. Geen enkel gevaar, dus bereiken we na 24 kilometer op een veilige manier Zurgena. Een soepele afdaling, onderweg kan men genieten van enkele fraaie vergezichten. Als de renners goed kijken zien ze op een van de vele heuveltjes in de omgeving een kasteelruïne liggen, aan het eind van de afdaling zien ze dan weer een dorpje liggen met een kicken torentje op de top van een heuvel. Ze rijden op een bochtige manier dwars door dit dorpje vol palmbomen heen en beginnen daarna aan een makkelijk deel van de rit. Van Zurgena rijden we naar Albox en tussen beide plaatsen in is het de komende 11 kilometer zo goed als vlak. We rijden ietwat vals plat omhoog, maar we komen in dit stuk slechts 150 meter hoger uit en dus is er van echt klimwerk voorlopig weinig sprake. Buiten Zurgena rijden we over een brede en bochtige weg nog even tussen wat rotswanden door, maar gaandeweg wordt de weg rechter en de omgeving een tikje minder inspirerend. Van Zurgena rijden we eerst naar Arboleas, waar we na een drempel bij een rotonde rechtsaf slaan om via een brug over de drooggevallen Almanzora te fietsen. Voorbij Arboleas komen we kort achter elkaar nog eens vier rotondes tegen, daarna gaat het enkele kilometers zo goed als rechtdoor richting Albox. Rechtdoor vals plat omhoog over een brede weg, enerverend. Ook de entree in Albox na 34 kilometer is weinig tot de verbeelding sprekend, via een aantal rotondes betreden we het lokale industrieterrein waar ze voor de lol een Aldi en een Lidl tegenover elkaar hebben geplaatst. Daarna rijden ze langs de Action, jeetje, dat hebben ze in Spanje dus ook. Enfin, we rijden voorbij het industrieterrein een buitenwijk van Albox binnen en hier nemen we direct weer een afslag om het dorp achter ons te laten. Het centrum van dit plaatsje waar met Diego Capel een redelijk goede voetballer werd geboren laten we voor wat het is, we rijden snel weer terug richting de bergen. Er volgen nog enkele kilometers door de vallei van de Almanzora, na het stuk vals plat omhoog richting Albox gaat het nu uiteraard weer enkele kilometers vals plat omlaag. Voornamelijk rechtdoor over een brede weg, al trotseren de renners wel weer een aantal nieuwe rotondes. Na een tijd komen we langs een enorme rotswand te rijden, als de rotondes achter de rug zijn. Mooi weggetje hier, al is het parcours op dit moment nog steeds niet geschikt om te koersen. Met 40 kilometer op de teller rijden we het dorp Almanzora binnen, genoemd naar de rivier. De naam is afgeleid van het Arabische al-Mansura, "plaats van overwinning", als ik Wikipedia mag geloven. Na een paar eenvoudige bochten in het niet onaardige centrum van dit dorpje slaan we vervolgens scherp rechtsaf, waarna we langs een heus paleis gaan rijden. Voorbij het paleis verlaten we Almanzora snel weer, om vervolgens een kilometer of drie over een iets smallere en bochtige weg langs de boomgaarden tussen de bergen in vals plat omhoog te rijden in de richting van Cantoria. Vlak voor we dit dorpje zouden bereiken slaan we linksaf en daarna meteen nog eens linksaf, waarna de weg in plaats van vals plat duidelijk merkbaar omhoog begint te lopen. Een kort, ongecategoriseerd klimmetje begint. Vier kilometer gaat het aan 4% omhoog naar Cerro del Prior, over een waanzinnig brede weg rijden we de bijzonder mooie Andalusische bergen weer binnen. Tussen de groene bergen en de rotswanden in merken we dat dit klimmetje eigenlijk op te delen valt in meerdere stukjes, een voorproefje op wat hierna komen gaat. Kilometer omhoog aan 6%, klein stukje omlaag, weer een halve kilometer omhoog aan 6%, vlak stukje, kilometer aan een procent of 4%, weer een kort stukje omlaag en dan nog een halve kilometer aan 5%, zo golft deze brede weg in het adembenemende decor er lustig op los.





Na dit klimmetje met meerdere trapjes gaan we op ongeveer dezelfde manier omlaag, we dalen vier kilometer af maar in die vier kilometer komen we ook weer twee korte klimmetjes tegen. Over een enorm brede weg met perfect asfalt rijden we op een buitengewoon eenvoudige manier omlaag, alle bochten die we tegenkomen zijn enorm breed en lopen zeer goed. De omgeving blijft ondertussen fascinerend, de renners passeren weer een tijd langs wat rotswanden terwijl ze in de directe omgeving van de weg een eindeloze hoeveelheid bergtoppen zien liggen. Het heeft hier wat weg van een reep Toblerone, hartstikke leuk. Na een stuk gedaald te hebben zonder problemen loopt de weg heel kort omhoog, daarna gaat het weer even naar beneden zonder dat we veel vervelende bochten tegenkomen en vervolgens loopt de weg nog eens een kilometer aan 5% omhoog. We dalen vervolgens nog even kort af en dan rijden we vervolgens via twee bruggen het dorpje Albánchez binnen. In dit witte dorpje, met wat huizen geclusterd op een heuvel, beginnen we aan de volgende gecategoriseerde klim van de dag. De renners gaan op weg naar de top van de Alto de Cóbdar, een beklimming van de derde categorie. De komende 4,9 kilometer gaat het aan 4,5% omhoog, als we in Albánchez een rotonde en een drempeltje passeren gaat het eerst een kilometer vals plat omhoog aan 2% voor de klim toch nog twee kilometer aan 6% kent. Enigszins interessante stroken, al is het maar de vraag of we hier na een kilometer of 50 koers veel tempo gaan zien in het peloton. Een brede en goede weg loopt via wat brede bochten omhoog door een decor dat zeer mooi blijft, we missen hier alleen wat hogere percentages. Rotswandje links, bergtopje rechts, en dan is het in dit stukje Andalusië nog best groen ook. Paar blikken in de vallei, kon minder. Na twee kilometer aan 6% te hebben geklommen gaat het vervolgens twee kilometer aan 4% omhoog, waarna we na 57,5 kilometer de top van de Alto de Cóbdar bereiken. Op de top kun je rechtdoor rijden, verder omhoog naar Puerto de la Virgen, maar wij slaan rechtsaf en na die bocht volgt er een afdaling van een kilometer aan 6% richting het dorp Cóbdar. De afdaling voert over een iets smallere weg, die meteen een pittige bocht naar links kent. Na die bocht is er een prachtig zicht op Cóbdar, gelegen onder een indrukwekkende rots. Via een aantal snelle bochtjes dalen we verder omlaag, op de eerste bocht na stelt dit afdalinkje minder voor. De weg wordt ook snel weer breder, terwijl we slingeren langs een uitgehakte bergwand. Beneden passeren we het werkelijk formidabele Cóbdar, veel pittoresker gaat het niet worden. Als we het dorp passeren beginnen we meteen aan de volgende klim, eentje die dan weer om onduidelijke redenen geen categorie opgeplakt heeft gekregen. Door de kloof van de Río de los Molinos rijden we zeven kilometer omhoog aan 3,5% gemiddeld. Oké, dat lijkt wel mee te vallen, maar na een behoorlijk recht en vals plat begin wordt de brede weg een tijdje wat bochtiger en hier komen we opnieuw een paar kilometer aan 6% tegen. Ook nog wat werk aan vier procent, het is best vergelijkbaar met het vorige klimmetje. Na een tijd passeren we een steengroeve, waar men het gewonnen materiaal simpelweg naast de weg heeft gedeponeerd. Fiets je ineens langs een stapel blokken, marmer als ik de lokale toeristische site mag geloven. Even voorbij de groeve bereiken we de top van dit klimmetje zonder naam en categorie, we slaan op de top rechtsaf en daarna volgt er een korte afdaling van anderhalve kilometer richting het dorpje Chercos. Onderweg komen we enkele bochten tegen, maar mede dankzij de brede weg zal ook deze afdaling geen probleem vormen. Na 67 kilometer komen we uit in Chercos, op 100 kilometer van de aankomst beginnen we bijna meteen aan de volgende klim.






De renners rijden langs het nieuwe Chercos af, even verderop ligt ook het oude Chercos. Dat Chercos Viejo ligt mooi tegen een heuvel geplakt, ze weten wel hoe ze hier indruk moeten maken op de toevallige passant. We rijden inmiddels door de Sierra de Los Filabres, de grootste bergketen in de provincie Almería. We gaan vandaag eindigen op het hoogste punt van deze bergketen, op Calar Alto. Het duurt alleen nog wel even voor we daar zijn, we moeten ook nog een hoop klimwerk zien te overbruggen. Dat begint bijna meteen na de passage in Chercos opnieuw, al komen de renners eigenlijk nog goed weg. Voorbij Chercos begint de klim naar Collado García, een klim waar je op meerdere manieren naartoe kunt rijden. Er zijn een paar lastigere wegen omhoog, de organisatie heeft gekozen voor een vrij vriendelijke variant. Deze variant is 18,5 kilometer lang, gemiddeld gaat het in deze kilometers aan 2,4% omhoog. De Collado García is, welke weg je ook neemt, sowieso een gekke klim. Het is van welke zijde dan ook een klim in meerdere trapjes, waardoor het gemiddelde altijd vrij laag uitkomt. Ondanks het lage gemiddelde komen we tijdens de route die we vandaag kiezen alsnog leuke percentages tegen, zo loopt de weg voorbij Chercos na een paar meter vals plat een kilometer aan 4,5% omhoog. Hierna volgt er zelfs een kilometer aan 7%, we sloegen voorbij Chercos linksaf en reden daarna een tijd rechtdoor, maar nu begint de brede weg bochtig te worden en in die bochten loopt het zowaar vrij steil omhoog. Dat feest duurt alleen niet heel lang, want daarna vlakt de klim af. Een kilometertje vals plat verder is het eerste deel van de Collado García voorbij, er volgt nu een korte afdaling van iets meer dan een kilometer waarin we meerdere haarspeldbochten tegenkomen. Dit afdalinkje is zowaar de moeite, ondanks de brede en de goede weg zijn enkele van die bochten toch vrij scherp. Lang duurt het alleen niet, al snel begint de weg opnieuw omhoog te lopen. In de fraaie siërra waar de bossen en de rotsen elkaar afwisselen slaan we linksaf en na die bocht bereiken we op een nieuwe weg het tweede deel van Collado García, een klim die we eigenlijk nooit zien in de Vuelta. In deze siërra zijn we vaak genoeg geweest, deze klim wordt doorgaans dan weer genegeerd. In 2021 reden we bijna over de klim heen, we waren hier toen angstvallig dichtbij. Via een andere weg reden we toen naar Chercos toe, om vervolgens voorbij Chercos op dezelfde manier omhoog te rijden, maar toen sloegen we op het kruispunt waar we nu linksaf slaan rechtsaf om aan een afdaling te beginnen. Enfin, dit terzijde. We zijn linksaf geslagen en daarna beginnen we aan een deel van de klim dat de Collado García toch wel de moeite waard maakt, de komende vijf kilometer gaat het aan bijna 6% omhoog. Door een wat meer open omgeving vol prachtige vergezichten rijden we over een weg die nog breder is geworden een kilometer aan 5% omhoog, dan gaat het even aan 6,5% omhoog, voor we na een kilometer aan 6% ook even aan 7% mogen klimmen met in die kilometer een piek tot 8%. Aan de rechterkant van de weg die hier drie banen breed is kunnen de renners steeds een eind in de diepte turen, de Collado García is niet lelijk. In de laatste kilometer van dit deel van de klim gaat het dan weer aan 5% omhoog, na deze kilometer gaan we de reden vinden waarom het gemiddelde hier zo laag is. Van een driebaansweg komen we weer uit op een tweebaansweg en deze weg loopt vijf kilometer vals plat omlaag. De brede weg kent enkele goedlopende bochten, waar het maximaal aan 3% naar beneden gaat. Er zitten een paar kilometers tussen waar we aan 1% dalen, oftewel, je moet hier flink bijtrappen. Het is soms zelfs helemaal vlak, dit maakt Collado García dan weer een minder leuke klim. Door een wat meer bosrijke omgeving rijden we heel voorzichtig omlaag zonder veel obstakels, waarna we in het midden van het niets een tankstation passeren. Voorbij dit tankstation loopt de klim nog eens vijf kilometer aan 4% omhoog, we bereiken het derde en laatste deel van de klim. Dit laatste deel heeft weinig om het lijf, de weg loopt via een aantal brede bochten vooral een paar kilometer aan 3 à 4% omhoog, waarna er in de laatste kilometer van de klim aan 6% geklommen moet worden. Na 86,5 kilometer, op 80 kilometer van de aankomst, bereiken we vervolgens de top van de Collado García. Leuk eerste deel, prima tweede deel, en dan loopt de klim richting het eind wat weg. Een klim van 19 kilometer, waarin we maar 13 kilometer klimmen, fascinerend.





Na de beklimming van Collado García, een ongekende klim voor de Vuelta, volgt er een eeuwigdurende afdaling van meer dan 20 kilometer in de richting van Tabernas. Deze afdaling begint met een strook van zes kilometer waarin er aan meer dan 6% gedaald moet worden, maar denk maar niet dat het een lastige afdaling wordt. De weg omlaag is continu drie banen breed, zo'n brede afdaling zullen de renners niet vaak tegenkomen. Ze zullen ook niet vaak meemaken dat ze in dik 20 kilometer omlaag amper bochten tegenkomen. Voorbij de top liggen er wel wat bochten, maar de weg is dusdanig breed dat het alsnog zal voelen alsof je rechtdoor rijdt. Door een rotsachtige omgeving rijden we praktisch rechtdoor naar beneden, de daadwerkelijk op een bocht lijkende bochten zijn op de vingers van één hand te tellen. Je kunt tijdens deze afdaling wel ver weg kijken, het uitzicht is de moeite. De afdaling, ja, niet. Na zes kilometer in stevig dalende lijn gaat het nog een paar kilometer aan 4% omlaag, waarna we de rest van de tijd vals plat naar beneden zullen rijden. De weinige bochten die er waren verdwijnen na een tijd helemaal uit beeld, in de laatste tien kilometer van deze afdaling die amper een afdaling te noemen valt rijden we rechtdoor vals plat omlaag. Langzaam verlaten we de mooie omgeving en komen we terecht in een uitgestrekte leegte. Hier zou de wind eventueel nog een rol kunnen spelen, maar natuurlijk gaat het niet waaien. Na deze eindeloze afdaling, waar de renners hard gaan moeten trappen om überhaupt beneden te komen, slaan we vlak voor we Tabernas bereiken rechtsaf. Tabernas is stiekem best wel een beetje bekend, vooral omdat deze omgeving het decor heeft gevormd voor enkele enorm bekende films. Tabernas is bekend doordat de omgeving het toneel was van de zogenaamde spaghettiwesterns van Sergio Leone, zoals The Good, the Bad and the Ugly en For A Few Dollars More. Men heeft er een Mini-Hollywood ingericht, vijf kilometer ten zuiden van het dorp, compleet met saloons en banken. MiniHollywood Oasys Theme Park, moet je bezoeken. Even verderop heb je ook nog Fort Bravo, nog een filmlocatie. Hier kun je terecht voor om enkele originele sets van de spaghettiwesterns te bekijken, tevens zouden er cowboyshows moeten zijn en zijn er ritjes met paard en wagen mogelijk. Er zijn overigens niet alleen spaghettiwesterns in deze regio opgenomen, ook een film als Lawrence of Arabia werd grotendeels in deze omgeving geschoten. Waarom hier? Nou, daar is wel een reden voor te bedenken. Tabernas ligt in de zogenaamde Tabernaswoestijn, een woestijnlandschap dat ontstaan is door een tekort aan neerslag. Dat komt door de zogenaamde orografische schaduw, waarbij een ligging tussen twee bergketens zorgt voor het tegenhouden van neerslag. Dat uit zich in een vegetatie van voornamelijk cactussen. In de omgeving van Tabernas kom je een kurkdroge woestenij tegen met diepe canyons. Het schijnt hier ook werkelijk snikheet te zijn, we noteren vandaag in ieder geval 33 graden. Door het gebrek aan neerslag en de hitte schijn je hier een proces van verdere verwoestijning en erosie waar te kunnen nemen, wat misschien op zich net iets minder dan ideaal is. De echte woestijn ligt net iets ten zuiden van Tabernas en daar fietsen we net niet doorheen, maar de helikopter gaat dit ongetwijfeld in beeld brengen. De renners rijden praktisch door het wilde westen, praktisch door een iconische locatie waar talloze kaskrakers zijn opgenomen. Wel bedrog natuurlijk, dat je favoriete western gewoon in het zuiden van Spanje is opgenomen. Al wisten we dat al langer, we zijn in de Vuelta de laatste jaren vaker door deze omgeving gereden.





Voor we Tabernas bereiken slaan de renners rechtsaf, hierna is de afdaling voorbij en hierna begint ook vrij snel de volgende klim, officieus althans. Op een kleine 60 kilometer van de aankomst slaan we rechtsaf en daarna is het 15 kilometer fietsen tot de officiële voet van de volgende klim, de bekende Velefique. In deze 15 kilometer loopt een brede weg vooral rechtdoor steeds aan een procent of twee omhoog. Dit gaan bizar lange kilometers worden, dit deel van de rit zal voor geen meter opschieten. Bijna tien kilometer loopt de weg stabiel aan 2% omhoog, een zeurend stuk. De renners rijden eerst een tijd door de vlakte, daarna komen ze wat meer tussen de bergen terecht. Hoewel we net buiten de woestijn van Tabernas zitten is het terrein wel een beetje vergelijkbaar, het zijn hier toch vooral bergen zonder veel vegetatie. Verder kun je over deze route erg weinig zeggen, het gaat gewoon een eeuwigheid duren voor we de voet van de Velefique bereiken. In de laatste vijf kilometer voor de klim begint komen we op bekend terrein terecht, op terrein waar we in de Vuelta van 2021 nog te vinden waren. Toen volgde er een aankomst bergop, nu gebruiken we de Velefique als pas. Als we aansluiten op de route van 2021 beginnen we eerst aan een tocht naar het dorp Velefique, de komende vijf kilometer loopt de weg iets meer op en af. Daardoor komen we aan kilometers met gemiddelde stijgingspercentages van 3,5, 1,5 en 4. Zodra het omhoog gaat lijkt het wel ergens op, maar het gaat tussendoor ook een paar keer naar beneden. Paar bochten erbij, maar dit stelt allemaal weinig voor. Des te dichter we bij het witte dorp Velefique komen, des te lastiger het wordt. Zodra we het dorp echt zien liggen begint de voorlaatste klim van de dag officieel. We gaan beginnen aan de Alto de Velefique, een klim die 13,1 kilometer lang is. Gemiddeld gaat het aan 6,4% omhoog, was in 2021 het verhaal, in 2026 hebben ze er een gemiddelde van 7,2% van gemaakt. Just Vuelta things. Dat gemiddeld geeft nog steeds het idee dat de klim wel te doen is, maar vooral in het begin gaat de Velefique enorm veeleisend zijn. In 2021 was het daarom een klim van de buitencategorie, een categorie die ze afgeschaft lijken te hebben. We noteren ditmaal een klim van de eerste categorie, kan ook, wat hunnie willen. Zoals altijd verschillen de profielen van elkaar, maar ik voel me altijd het meest senang bij de AltimetriasGoden. Derhalve ga ik doodleuk beweren dat het vier kilometer omhoog gaat aan meer dan 9%, te beginnen in het dorpje Velefique. Daar komen we alvast een paar steile bochten tegen, waarna het buiten het dorp alleen maar steiler wordt. Het interessante is dat we in het dorp Velefique de tussensprint van de dag gaan afwerken. Anderhalve kilometer na het officiële begin van de klim volgt hier de tussensprint, we zijn hier gewoon al doodleuk aan 9% aan het klimmen. Sprinten terwijl we al aan het klimmen zijn, leuk! Na de eerste haarspeldbochten van de Alto de Velefique volgt na 124 kilometer de tussensprint. Een sprint die Van Aert nog wel eens voor zijn rekening zou kunnen nemen, met een beetje benen moet hij het voorafgaande werk wel kunnen overleven. Hij zal vast een Pedersen doen en in de vlucht van de dag plaatsnemen, stel ik me zo voor. Al valt het ook weer niet uit te sluiten dat hij meteen als een baksteen lost op deze stroken, maar goed. We rijden voorbij de tussensprint verder omhoog aan 9% en komen even later zelfs een kilometer aan 10% tegen, met een piek tot 12%. In de eerste vier kilometers van de Velefique moeten de renners het doen, daarna wordt het immers iets makkelijker. Twee kilometer aan 6%, dat is toch net even een ander verhaal. Daarna volgt er wel weer een kilometer aan 7%, met een paar steile stroken aan meer dan 10%. We bereiken het terrein van de prachtige haarspeldbochten, je zou de Velefique gekscherend de Stelvio van Spanje kunnen noemen. Het is in ieder geval een fotogenieke klim, waarvan we bijna de top bereiken. Het is nog vijf kilometer fietsen tot de top, haarspeldbochtige kilometers. Het gaat aan 6,5% omhoog, voor het weer een kilometer aan 7% omhoog zal gaan. Het terrein wordt steeds meer open, waardoor de wind hier spelbreker zou kunnen zijn, al lijkt het er niet op dat het gaat waaien. Het is een rotsachtige woestenij, waar we op drie kilometer van het top met een kilometer aan 6% te maken krijgen. Daarna gaat het nog eens aan 7% omhoog, vooraleer het richting het hoogste punt afzwakt naar 4 à 5%. Een wat makkelijkere slotkilometer van deze klim, die ook wat meer rechtdoor loopt. Na 135 kilometer, op 31 kilometer van de finish, bereiken we de top van de Alto de Velefique. Op de top van deze beklimming van eerste categorie wacht er een bonussprint op de renners, als de klassementsrenners er een beetje werk van maken kunnen ze hier nog wat extra secondjes sprokkelen.



(zonder de laatste drie kilometer, al heb ik wel de hoop dat we ooit nog daadwerkelijk gaan finishen bij de zendmasten van Bacares)




De Alto de Velefique, gelegen in de Sierra de Los Filabres. De renners wurmen zich door 20 haarspeldbochten omhoog naar de top van deze iconische klim in de provincie Almeria, regio Andalusië. De brede en goed geasfalteerde weg is een favoriet voor alle lokale fietsers, en ook voor de Vuelta. Meestal fungeert de Velefique als tussendoortje voor een aankomst op Calar Alto. Dat was in 2004 zo, dat was in 2006 zo, dat was in 2017 zo en dat is ook nu weer het geval. Een aankomst op de Velefique hebben we twee keer gezien, voor het eerst in 2009. Bijna werd dat een epische rit, maar het ultieme geluk was ONS net niet gegund. Robert Gesink reed in de Vuelta van 2009 met wonderbenen rond. Alejandro Valverde was de leider, maar op sommige momenten was Gesink in staat om Valverde in verlegenheid te brengen. Dat lukte hem op de Velefique ook, hij ging in de aanval en alleen Ezequiel Mosquera kon hem volgen. Het verschil werd steeds wat groter, we begonnen bijna enthousiast te worden. Valverde leek een bijzonder zwak moment te hebben, maar wist zich even later te herpakken. Daardoor kwam hij uiteindelijk niet echt in de problemen, maar we mochten toch dromen. Het verschil bleef beperkt tot 10 seconden, maar toch wisten we het zeker: Gesink ging dat klusje wel even klaren. Natuurlijk niet, een paar dagen later lag ie op z'n bek en door de blessures die hij toen opliep zakte hij in de dagen daarna van de tweede plaats naar de zesde plaats. Arme Robert. De ritzege ging ook nog eens aan hem voorbij, want hij plaatste zijn aanval te laat. Er reden nog een paar vluchters voorop, te weten Ryder Hesjedal en David Garcia Dapena. In die jaren reed het fascinerende Xacobeo-Galicia de stenen uit de straat, met nobele onbekenden als Mosquera, Cesar Veloso en Garcia Dapena was het ieder jaar prijs. Cesar Veloso had die Vuelta al een rit gewonnen na de legendarische inzinking van Taaramae op Xorret de Cati, en het scheelde niet veel of David Garcia Dapena won ook een rit. In de sprint bergop verloor hij van de grijze Ryder Hesjedal, dat was wel zonde. Gesink werd derde, op zes seconden. Arme drommel, te lang gewacht. Voor Valverde kwam het overigens niet verkeerd uit dat Gesink nog op z'n bek ging, want Valverde zou uiteindelijk die Vuelta winnen. Zijn enige eindzege in een grote ronde, tevens de laatste keer dat de leider de gouden trui mocht dragen. Twaalf jaar later keerde de Vuelta terug voor een aankomst op de iconische Velefique, bij die gelegenheid ging de zege wederom naar een vluchter. Ditmaal was het de beurt aan Damiano Caruso, in een rit waarin we deels over dezelfde wegen reden als vandaag ging die mafketel al op 70 kilometer van het eind in de aanval. Hij begon aan een magistrale solo, die hij grandioos wist af te ronden. Op de beklimming van Calar Alto, we draaiden toen de volgorde om, was hij al gevlogen, en ze zagen hem allemaal nooit meer terug. Dat de Landmeter van Marina di Ragusa verder een ietwat schimmige renner is deed wat afbreuk aan het geheel, maar alsnog, knap. Roglic werd die dag tweede, een secondje voor Mas. Daarachter was Haig de volgende renner, 40 seconden later kwam hij binnen met Miguel Angel Lopez en Adam Yates in zijn wiel. De betreurde Gino Mäder werd die dag 7e, toch altijd gek om die jongen in een uitslag te zien verschijnen. De aankomst bergop in 2021 liet zien dat je op de Velefique het verschil kunt maken, Roglic en Mas reden hier een eind weg van de tegenstand. Allebei hebben ze dus goede herinneringen aan deze klim, al zal Roglic vergeten zijn dat hij hier ooit is geweest.




Voorbij de top van de Velefique loopt de weg nog eens twee kilometer vals plat omhoog, waarna we gaan beginnen aan een afdaling van 11 kilometer richting Bacares. We gaan op zoek naar de voet van de slotklim en dat doen we middels een lange afdaling. Bij het begin van de afdaling rijden we langs een kruispunt waar we rechtsaf zouden kunnen slaan om vervolgens naar Tética de Bacares te rijden. Dit zijn de zendmasten boven op een heuvel die we tijdens het vals platte deel in beeld zien verschijnen, de weg loopt dan nog mooi een paar kilometer wat steiler omhoog. Ik zou daar de Vuelta kennende toch ook ooit een aankomst verwachten, maar we moeten weer een paar jaar wachten op de volgende kans. We komen hier tegenwoordig zo om de vier à vijf jaar voorbij, benieuwd of ze het rond 2030 wel aandurven. Enfin, we gaan dalen dus. De renners komen op een brede weg terecht, met zo nu en dan wat minder goed asfalt. De kant van de Velefique die we beklimmen is niet al te lang geleden van nieuw asfalt voorzien, de kant waarlangs we afdalen heeft die luxe niet. Het eerste deel van de afdaling komt men weinig haarspeldbochten tegen, maar wel een aantal korte en snelle bochten. Toch is dit een behoorlijk makkelijke, maar wel snelle afdaling. Na wat bochten in het begin wordt het iets rechter, waardoor de snelheid de hoogte in zal gaan. In het middenstuk van de afdaling komen de renners wel nog drie haarspeldbochten tegen, maar tussen die bochten door gaat het steeds lang rechtdoor. Tijdens deze rechte stukken hebben de renners op links steeds een mooi zicht op de vallei. Ze zien hier ook heel wat bossen liggen, een deel van die bossen lijkt alleen wel niet al te lang geleden afgefikt te zijn. Tijdens dit deel van de afdaling gaan we hoge snelheden halen, hier komen we alleen een paar lopende bochten tegen. Aan het eind van de afdaling wordt dat wel een ander verhaal, in de laatste vier kilometer gaat het iets steiler naar beneden. Lang dalen we af rond de 5%, aan het eind gaat het dan toch nog even aan 7% omlaag. Richting Bacares, waar de voet van Calar Alto ligt, komen de coureurs nog heel wat haarspeldbochten tegen. Een stuk of acht in korte tijd, altijd leuk. Al valt het wel mee, de weg blijft breed en de meeste bochten zijn behoorlijk goed in te schatten. Iedereen moet dus veilig Bacares kunnen bereiken, waar op 17 kilometer van de streep de slotklim bijna gaat beginnen.





Tijdens het laatste deel van de afdaling zien we het witte dorpje Bacares al een tijd liggen, dit schijnt het hoogstgelegen dorpje van deze siërra te zijn. We bevinden ons in Andalusië en dus gaan we de komende dagen nog heel veel witte dorpjes tegenkomen, Bacares is alvast een mooi voorbeeld. Aan het eind van de afdaling nemen we een bocht naar rechts over een riviertje heen en daarna loopt de weg kort een paar meter omhoog. We rijden kort langs wat huisjes af en dalen daarna nog een paar meter af, op weg naar de volgende bocht naar rechts over het volgende riviertje. Direct na die bocht loopt de weg loodrecht omhoog. We beginnen aan de legendarische beklimming van Calar Alto, een klim van 17 kilometer aan 5,6% gemiddeld. Een gemiddelde dat niet alles zegt, de slotklim gaat allesbehalve eenvoudig zijn. De klim van eerste categorie begint net buiten Bacares met een bizar steile kilometer, net als de Velefique is de klim naar het observatorium van Calar Alto vooral in het begin buitengewoon steil. Voorbij Bacares beginnen we meteen met een kilometer aan 10%, gevolgd door kilometers aan respectievelijk negen en elf procent. In deze eerste kilometers van de klim komen de renners steile stroken tegen tot aan 18%, dat is niet voor de poes. Toen Streetview hier in maart 2025 passeerde was men net bezig om een nieuwe laag asfalt neer te leggen, het wegdek gaat deze steile stroken derhalve wel net iets makkelijker laten voelen. Na de drie steile kilometers wordt het iets makkelijker, met een kilometer aan 7%, maar daarna gaat het weer twee kilometer aan 9% omhoog. Gemiddeld gaat het tijdens deze eerste zes kilometer van de klim aan 9% omhoog, vooral dankzij die ene kilometer aan 11%. Dit is wel absoluut het deel van de klim waar het moet gebeuren, want het tweede deel van de klim is een stuk makkelijker. We komen in het eerste deel van de klim talloze steile stroken tegen, dik boven de 10%. Dankzij de brede weg zie je dat niet echt, het lijkt hier best simpel, maar dat valt vies tegen. Door de rotsachtige omgeving werken we ons een weg omhoog, gelukkig verschijnen er af en toe ook wat bomen in beeld om het desolate karakter van de klim wat op te vrolijken. Na een tijd slaan we linksaf een andere weg in, richting Collado del Conde. Het steile gedeelte zit er langzaam op, op een kilometer of 10 van de aankomst begint de klim makkelijker te worden. Na een acceptabele kilometer aan 7% gaat het verder omhoog aan 5%, vooraleer het nog verder afvlakt en we zelfs een kort stukje in dalende lijn tegenkomen. Een korte afdaling van een kilometer, waarin de weg vooral vals plat omlaag loopt. In deze kilometer komen we in een bosrijke omgeving wel een aantal bochten tegen, maar die bochten zijn niet direct heel scherp. De weg is ook breed en het asfalt goed, dus nee, deze onderbreking van de klim is niet hinderlijk. We bereiken Collado del Conde, voorbij dit punt gaat het een kilometer aan 3% omhoog, gevolgd door een kilometer aan 4%. Hierna wordt het weer vlak, met zelfs nog een korte afdaling, voor het slotstuk van de klim begint. Dat afdalinkje stelt weer niet veel voor, ook al komen we opnieuw enkele bochten tegen. De laatste is een iets scherpere naar rechts, waarna we gaan beginnen aan het laatste deel van de klim. Dat slotstuk begint nog vrij makkelijk, we klimmen een kilometer aan vier procent naar de top van de Collado Venta Luisa. Tot dit punt klommen we in de Vuelta van 2021. We reden toen vanuit Tíjola naar Bacares, om vanuit Bacares dezelfde weg te volgen. Eenmaal bij Collado Venta Luisa reden we in 2021 rechtdoor, er volgde toen een afdaling en via een kort klimmetje tussendoor reden we daarna de Velefique op, waar de rit toen zou eindigen. Dat was dezelfde formule als in 2009. Nu volgen we juist weer de formule van 2004, 2006 en 2017. Via de Velefique omlaag naar Bacares om dan omhoog te gaan, helemaal tot het observatorium van Calar Alto. Om dat observatorium te bereiken moet je bij Collado Venta Luisa rechtsaf slaan, dat doen we nu dus ook. Na een licht terugdraaiende bocht naar rechts komen we op een iets smallere weg terecht en na een tijd door een bos te hebben gereden komen we na deze bocht in een open vlakte terecht. In een soort van maanlandschap loopt de brede weg rechtdoor omhoog, loodrecht. We klimmen hier aan 9%, met een piek tot liefst 16%. Op twee kilometer van de aankomst is dit de laatste strook waar je echt het verschil kunt maken. Aan het eind van deze steile strook zien we even verderop het observatorium van Calar Alto liggen, de witte bollen komen in beeld. De finish is nabij, het is na deze lastige strook nog twee kilometer fietsen tot de finish. Het einde van de klim laat zich altijd lastig omschrijven, in de laatste meters van de klim komen de renners altijd in een soort van achtbaan terecht. Het gaat omhoog en omlaag, waardoor we op een gemiddelde van niets uitkomen. Ook een paar vlakkere stroken, de voorlaatste kilometer valt mee. In de laatste kilometer zie ik dan weer iets bijzonders, we gaan zowaar op een andere plek finishen. Drie keer eerder kwamen we aan op Calar Alto, alleen stopten we altijd voor we het observatorium bereikten. Dat leverde iedere keer weer een merkwaardige finish op, eentje in dalende lijn met pas in de laatste 50 meter een kort stukje in stijgende lijn. Niet echt ideaal terrein voor een eventuele sprint, zeg maar. Dit jaar rijden we na het stuk in dalende lijn daadwerkelijk naar het observatorium toe. Dit levert nog een bochtige eindstrook aan 6,5% met een piek tot 10% op, dat maakt de finish een stuk veiliger, logischer, en ook zwaarder. Het gemiddelde van de organisatie blijft dan weer steken op 5%, wat wil je met een stuk in dalende lijn en dan een uitsmijter aan het eind. Vergeet de gemiddeldes in de laatste twee kilometer, we hobbelen op en af en sluiten voor het eerst af met een steile slotstrook richting de witte bollen. Een vooruitgang, het kan. Na 17 kilometer is de slotklim richting Calar Alto nu voorbij, een buitengewoon onregelmatige klim van eerste categorie waar we in het verleden al prachtige dingen hebben gezien.








Observatorio Astronómico de Calar Alto is een Spaans-Duits astronomisch centrum, dat eigendom is van het Duitse Max Planck instituut voor astronomie in Heidelberg en het Spaanse instituut voor astrofysica in Granada. Men specialiseert zich hier in het observeren van objecten in het zonnestelstel. Ze hebben hier meerdere stevige telescopen staan, waaronder eentje van 3,5 meter. Dit schijnt de grootste telescoop te zijn op het Europese vasteland. Klinkt heel spectaculair, maar op een paar van die Spaanse eilandjes hebben ze gewoon grotere telescopen. Met die grote telescoop hebben ze hier wel het een en ander gevonden, minstens honderd miniplaneten. Hoera voor dit observatorium, dat niet zonder reden op Calar Alto gevestigd is. Calar Alto is namelijk de hoogste bergtop van het gebergte dat men Sierra de Los Filabres noemt. Voor de vierde keer gaat hier een rit in de Vuelta eindigen. De klim debuteerde als aankomst bergop in 2004, toen reed Roberto Heras iedereen volledig naar huis. Dat boeit alleen helemaal niemand. Alles draait natuurlijk om de tweede aankomst bergop, in 2006. De Vuelta van 2006 was een prachtige. Het was het jaar van het Kazachse wonderduo Vinokourov en Kashechkin. Zij deden hun best om Alejandro Valverde te verslaan, wat tot de rit naar Calar Alto niet echt wilde lukken, aangezien Valverde nog steeds in de gouden leiderstrui reed. Tijdens de beklimming van Calar Alto werd duidelijk dat Kashechkin niet goed was, hij moest al vroeg lossen en zou meer dan een minuut verliezen. Een andere renner van Astana had dan wel weer een goede dag, de tot op dat moment schier onbekende Jose Antonio Redondo. Hij had de dag van zijn leven en reed lang op kop. Hij was toen pas 21 en leek een groot talent, maar na deze Vuelta kwam hij alleen nog maar om de verkeerde redenen in de aandacht. Zelfs de beste rit uit zijn carrière zal niemand meer herinneren, omdat een ander talent besloot de show te stelen. Na de Velefique en het lastige eerste deel van Calar Alto bleef er maar een select groepje over. Valverde, Vinokourov, Sastre en een jongen in het oranje. Niet Samuel Sanchez, maar Igor Antón. Hij had wonderbenen en kon de beste renners volgen, zelfs toen die elkaar aanvielen. Het lukte alleen niemand om echt weg te komen, waardoor de nodige renners weer konden aansluiten. Tom Danielson en Samuel Sanchez, om er maar een paar te noemen. Ook Stijn Devolder was toen nog een klimmer, het waren cowboytijden. Op een aantal kilometer van de streep besloot Antón aan te vallen. Hij sprong naar zijn ploeggenoot Landaluze toe, een overblijver uit de vroege vlucht. Samen reden ze naar Redondo toe en niet veel later reed Antón alleen aan kop. Tot Valverde en Vinokourov toch maar weer een poging deden om elkaar de vernieling in te rijden. Ze reden zo naar de kop van de koers toe, maar ze waren zo aan elkaar gewaagd dat ze allebei toch weer stopten met rijden. Antón profiteerde optimaal. Hij moest even passen na weer een versnelling van Piti en Vino, maar reed er op eigen tempo weer naartoe en toen het even stilviel demarreerde hij gelijk. Ze zagen hem niet meer terug. In zijn eerste Vuelta boekte hij meteen een prachtige overwinning. Daarachter kwamen ze niet meer dichterbij, onder meer dankzij wat afstopwerk van ploeggenoot Sanchez, die niet veel later ook juichend over de finish mocht komen. Zo hard juichen als Antón deed hij dan weer niet, de jonge Bask was door het dolle heen. Hij gooide er een dansje uit en later bij de podiumceremonie deelde hij spontaan wat bloemen van zijn boeketje uit aan de rondemissen, de charmeur. Een geweldige manier om je eerste profzege te boeken, wel met enige dank aan het gepoker van Valverde en Vinokourov, maar dat negeren wij. Op eigen kracht deze rit naar zijn hand gezet, waardoor Calar Alto voor altijd een magische plek zal zijn. In zijn eerste Vuelta meteen een rit gewonnen, op een parel van een klim. Wel een vreemd besefmomentje dat dit inmiddels 20 jaar geleden is, word ik oud? Wederom genoten van het terugkijken van de beelden, zijn manier van juichen blijft toch ook onovertroffen. Hij had een heus eigen zegegebaar, hakkend met zijn handen kwam hij over de streep. Een gebaar dat hij uit een Spaanse kinderserie haalde naar eigen zeggen. Een gebaar dat we overigens te weinig hebben gezien, met zijn talent had hij best wel wat meer mogen winnen. Op de Zoncolan kon hij het nog eens laten zien, en in Pal, maar na op 23-jarige leeftijd Vino en Valderde te kloppen op Calar Alto hadden we net iets meer verwacht. Toch was dat ook de charme van Igor, het zat wel eens tegen. Zijn fans kozen niet de makkelijkste route, dat maakte de spaarzame overwinningen extra zoet. Na de schitterende zege van Antón in 2006 keerden we in 2017 terug naar deze klim. Vanuit Lorca, de finishplaats van de vorige rit, reden we net als nu via de Velefique naar Calar Alto. Die dag was het de beurt aan Miguel Angel Lopez om zijn eerste rit in de Vuelta te winnen. De Colombiaan, inmiddels verbannen uit de wielersport, reed een aanvallende klim. Toch lukte definitief wegkomen niet echt, op net iets meer dan een kilometer van de aankomst viel de beslissing pas. Lopez reed weg en soleerde naar de aankomst. Op 14 seconden van Lopez kwam een groepje met daarin Nibali, Froome en ONZE Wielco over de streep. Nibali had een paar keer aangevallen en het daarmee Froome heel moeilijk gemaakt, maar het echte verschil maken bleek moeilijk, zeker tijdens de laatste glooiende stroken van de klim. Hoewel de verschillen achter dit groepje snel groter werden, Contador kwam binnen in een klein groepje op een halve minuut, daarachter druppelden ze één voor één binnen op een minuut en meer. Calar Alto kan voor verschil zorgen, maar het is ook een klim waar het nog wel eens tactisch gespeeld wil worden. Al is de aankomst nu net iets anders, we gaan aan het eind nog net iets langer omhoog. Of dat veel verschil maakt valt te bezien, de waarheid is in ieder geval dat het nooit meer zo mooi gaat worden als in 2006. Igor!







Calar Alto is dus een prachtige klim, dat begrijpen jullie wel. Daar waar de carrière van een groot talent echt begon. De definitieve doorbraak van mijn favoriete renner ooit, Calar Alto is heilige grond. Het was toen wel enorm hondenweer, het regende dat het goot. Dat gaat nu niet het geval zijn, in startplaats Vera wordt het 31 graden zonder dat er enige kans op verkoeling is. Geen regen, maar ook geen enkele vorm van wind. In Tabernas, in de woestijn, aan de voet van de Velefique, wordt het dan weer 33 graden. Ook geen kans op regen, ook geen wind. Boven bij het observatorium van Calar Alto, toch dik boven de 2.000 meter, is het slechts iets frisser, we tikken daar nog steeds de 29 graden aan. Het laatste gedeelte van de klim is heel open, maar dat gaat geen invloed hebben, want ook daar waait het niet. Warm, afzien, pittig. Deze bergrit richting het legendarische observatorium begint om 13:00, na een korte neutralisatie van zeven minuten beginnen de renners er om 13:07 echt aan. Dit kunt u live bekijken, Eurosport is er al omstreeks 12:45 bij. Dit is ook een van de ritten die de Belg heeft aangestipt, na het heilige nieuws zijn Karrel en José er op VRT1 rond 13:35 bij. De aankomst wordt enkele uren later verwacht, tussen 17:16 en 17:44 zijn we een vierde winnaar rijker op Calar Alto.



Calar Alto is een heilige plek, dus ik eis dat de klassementsrenners deze rit serieus nemen. Met de combinatie van Velefique en Calar Alto kan dat ook bijna niet anders, dit moet een dag voor de klassementsmannen worden. Ik spoor Decathlon aan om nog eens een keer heel ambitieus de hele dag op kop te rijden. In een rijtje van Heras-Anton-Lopez past geen onbenul, we hebben hier een enigszins acceptabele naam nodig. Verzilver je wonderbenen maar, Enrico.
1. Mas. Het wordt wel lastig om deze rit te controleren met Oorluis, dus om dit mogelijk te maken gaan we wel weer de werken van Decathlon nodig hebben. Met de bravoure die deze Vuelta spontaan in Mas is gevaren kan hij daarna weer mooi profiteren. Het wordt ook nog eens gruwelijk heet, Enric is daardoor nog meer in zijn element. Tot nu toe is gebleken dat je Spaans moet spreken om op deze berg te kunnen winnen, ik zie een extra voordeel voor Mas. En dan heeft hij ook nog eens goede herinneringen aan de Velefique, de voorlaatste klim van vandaag, dit kan niet meer mis.
2. Roglic. Primoz blijft in de buurt van Mas, zodat we volgende week met een erg lollige tijdrit te maken gaan krijgen.
3. Gall. Weer mag zijn ploeg aan de bak, weer maakt Joop het niet af. Na zijn Giro valt dit stiekem een beetje tegen. Lidl-Trek heeft een kat in de zak gekocht!
4. Onley. Wat maagproblemen gehad naar het schijnt, waar hij nu van is verlost. Dan zou hij nu weer op z'n minst tweede kunnen worden, maar na het rommeljaar dat hij heeft gehad ben ik eigenlijk aan het wachten op het moment dat hij er definitief doorheen zakt. Nu nog niet, maar we zetten de neergang vast een keer in.
5. Carapaz. Niet echt de vorm van de Tour te pakken, maar Carapaz blijft het altijd proberen. En dan is dit wel een mooie klim om in de aanval te gaan. Wellicht kom je nog een eind ook, als de rest naar elkaar gaat kijken, wat zeker wel eens wil gebeuren op deze klim. Blijven proberen, Riesjard.



[ Bericht 0% gewijzigd door Rellende_Rotscholier op 03-09-2026 18:53:53 ]
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_221716376
Boh boh stukje naakt flaneren, dit is geil
Fasso Bortolo genoemd _O_
Al Mansoura, dat is ook een wijk hier :D
Euskaltel en Antón throwback, altijd goed ^O^

Alleraardigste etappe vandaag!
Jack does it in real time...
pi_221717723
Tulett
Slainte Mhath!
pi_221718034
Lijkt me gigantische energieverspilling om voor bergpunten te willen sprinten
pi_221718036
Lekker klimmen vandaag.
Op woensdag 9 november 2016 06:02 schreef Anonymousz het volgende:
#superniger2020
pi_221718121
Ben benieuwd of de grote namen durven vandaag.
[b]Op dinsdag 9 september 2003 13:57 schreef Dr.Daggla het volgende:[/b]
[13:57:43] <@Daggla> ik weet ei'k ook niet wie corleone is.. Uit ER ofzo?
pi_221718146
Oei
pi_221718164
Een paar wilden de Lidl winkel inrijden.
pi_221718185
Daar liggen er wat
pi_221718194
Onley lag daar dus ja jammer
pi_221718205
Het is bij helikoptershots net of je dan op de achtergrond continue klokken hoort.
  Moderator donderdag 3 september 2026 @ 14:31:21 #12
362868 crew  Slobeend
of all places
pi_221718374
quote:
Wie is mysterieuze Mas? De Spanjaard die Pogacar bijhield en nu de Vuelta kan winnen - https://nos.nl/l/2629455
Wat een kop :'). Mas, die kent u niet.
pi_221718405
Heeft Sivakov honger?
[i]Put me on a pedestal and I'll only disappoint you
Tell me I'm exceptional and I promise to exploit you
Give me all your money and I'll make some origami honey
I think you're a joke but I don't find you very funny[/i]
pi_221718411
Voor de administratie:
DNS David Gonzalez
DNS Lindsay de Vylder
DNF Hamish McKenzie
pi_221718609
Eindelijk de dag van Tobias?
pi_221718741
quote:
0s.gif Op donderdag 3 september 2026 15:09 schreef Dale__Cooper het volgende:
Eindelijk de dag van Tobias?
Tobias Buitrago?
[b]Op dinsdag 9 september 2003 13:57 schreef Dr.Daggla het volgende:[/b]
[13:57:43] <@Daggla> ik weet ei'k ook niet wie corleone is.. Uit ER ofzo?
pi_221718768
verkeerde wielrentopic
Well, what possible harm could one insane, mutant tentacle do?
pi_221718790
Tahal betekend vochtige kloof. Weten we dat ook weer.
  donderdag 3 september 2026 @ 15:50:56 #19
414990 Immerdebestebob
Frikandellenfetisjist
pi_221718853
quote:
0s.gif Op donderdag 3 september 2026 15:38 schreef Dutch_view het volgende:
Tahal betekend vochtige kloof. Weten we dat ook weer.
Mogen we grapjes maken over tahallen?
pi_221718965
quote:
1s.gif Op donderdag 3 september 2026 15:50 schreef Immerdebestebob het volgende:

[..]
Mogen we grapjes maken over tahallen?
Uiteindelijk zet je slechts jezelf voor paal.
  donderdag 3 september 2026 @ 16:15:19 #21
213134 Momo
WLR en ESF hooligan
pi_221718979
Ik krijg een droge tahal van het commentaar van Jan en Bobbie
pi_221718999
quote:
0s.gif Op donderdag 3 september 2026 16:15 schreef Momo het volgende:
Ik krijg een droge tahal van het commentaar van Jan en Bobbie
Bij Karrel en José krijg je feitjes die zelfs R_R niet wist.
pi_221719009
Jeetje. Knakworstenbenzine is op bij Johannessen
  donderdag 3 september 2026 @ 16:20:38 #24
414990 Immerdebestebob
Frikandellenfetisjist
pi_221719025
quote:
0s.gif Op donderdag 3 september 2026 16:18 schreef Frozen-assassin het volgende:
Jeetje. Knakworstenbenzine is op bij Johannessen
Wie gaat het doen? Brenner weer fit?
pi_221719029
quote:
0s.gif Op donderdag 3 september 2026 16:18 schreef Frozen-assassin het volgende:
Jeetje. Knakworstenbenzine is op bij Johannessen
Jan; hij was gewoon even water halen.

Zelfde shot, slingert heen en weer over de weg :')
[b]Op dinsdag 9 september 2003 13:57 schreef Dr.Daggla het volgende:[/b]
[13:57:43] <@Daggla> ik weet ei'k ook niet wie corleone is.. Uit ER ofzo?
pi_221719070
quote:
0s.gif Op donderdag 3 september 2026 16:15 schreef Momo het volgende:
Ik krijg een droge tahal van het commentaar van Jan en Bobbie
Maatje van Mas, ja ik weet niet of het vrienden zijn maar het zijn wel generatiegenoten.
pi_221719086
LOS!!!
pi_221719090
Ik hou van Richie
AZ
ALKMAAR
  Redactie Sport donderdag 3 september 2026 @ 16:31:24 #29
451829 crew  H.Vviv
pi_221719102
Nordhagen toont eindelijk eens war verbetering.
  Redactie Sport donderdag 3 september 2026 @ 16:32:25 #30
451829 crew  H.Vviv
pi_221719106
quote:
1s.gif Op donderdag 3 september 2026 16:30 schreef Durmada het volgende:
Ik hou van Richie
Iedere wielerfan houdt van de aanvallende stijl van Carapaz.
  Redactie Sport donderdag 3 september 2026 @ 16:33:46 #31
451829 crew  H.Vviv
pi_221719113
De movistar renners mogen zich anders ook wel laten uitzakken in de kopgroep.
pi_221719116
Dank voor je inzet Joao

Toen had je drie UAE'tjes mee en opeens waren het er nog nul
  Redactie Sport donderdag 3 september 2026 @ 16:35:14 #33
451829 crew  H.Vviv
pi_221719128
Omrzel rijdt te snel voor Buitrago.
pi_221719138
Heeft Omrzel het buskruit uitgevonden?
pi_221719139
Totale chaos zonder controlerende superploeg met een mutant als leider _O_
pi_221719143
Pogacar heeft zijn benen uitgeleend aan Omrzel?
pi_221719154
Lekker door blijven rijden met een niet overnemende Bisiaux in je wiel, terwijl je ploeggenoot deze bergpunten hard nodig heeft.
  Redactie Sport donderdag 3 september 2026 @ 16:42:33 #38
451829 crew  H.Vviv
pi_221719165
Buitrago nu zelf nutteloos op kop aan het rijden. Vertrouw toch op je sprint bergop.
pi_221719166
Haig die er niet totaal doorheen zakt. Waar gaat het heen in de wereld.
pi_221719183
Arthur Kluckers
  Redactie Sport donderdag 3 september 2026 @ 16:45:11 #41
451829 crew  H.Vviv
pi_221719185
Tot nu tactisch goed gereden van Movistar. Altijd zorgen dat er nog iemand in de buurt is van Mas.
pi_221719193
quote:
0s.gif Op donderdag 3 september 2026 16:44 schreef Frozen-assassin het volgende:
Arthur Kluckers
zouhetwatuitmaken.gif
pi_221719291
Haig als winnaar zou wel echt goed zijn. Wat was hij slecht in de Giro/persvoorlichter van Arensman.
pi_221719326
En daar gaat Haig.
pi_221719337
Kuss is zijn benen wel echt kwijt. Een ronde te veel
pi_221719344
Ik zet in op een beurt van 480 meter van Riccitello.
pi_221719353
Knap wel van Chamberlain
  Redactie Sport donderdag 3 september 2026 @ 17:10:23 #48
451829 crew  H.Vviv
pi_221719356
quote:
0s.gif Op donderdag 3 september 2026 17:08 schreef wimderon het volgende:
Ik zet in op een beurt van 480 meter van Riccitello.
Daar komt hij nog niet eens aan.
pi_221719357
Oh, het waren er 0.
pi_221719362
quote:
0s.gif Op donderdag 3 september 2026 17:10 schreef Frozen-assassin het volgende:
Knap wel van Chamberlain
Dat lijkt me de centenbak van Scotson.
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')