Etapa 11: Cartagena - Lorca, 153,8 kmZo, de tweede week is afgetrapt en de eerste rit van de tweede rit werd nog leuker dan verwacht. Ergens had ik al zo'n vermoeden, want Fredrik Dvernes zat met zes anderen in de kopgroep. Dvnersnes is een gevaarlijke klant, hij won vorig jaar al een rit in de Tirreno vanuit de vlucht en dit jaar lukte hem dat in de Giro. Dat is een jongen die je liever geen grote voorsprong geeft, want dan moet je de hele dag als een bezetene achter hem aan gaan brommeren. Nouja, dat gebeurde dus. Visma mocht aan de bak om het te controleren voor Brennan en Van Aert. Ze kregen daarbij wel hulp van Cofidis, de mannen daar zagen het ineens helemaal zitten na de toevallige zege van Coquard. Gedurende de rit liep de voorsprong snel terug naar één minuut, waarna men de voorsprong weer op liet lopen. Ja, toch niet echt handig. Zo'n groepje van zeven met daarin iemand als Dversnes kun je beter meteen tot de orde roepen. De Noor had met Ivan Cobo en Michael Gogl toch een paar aardige renners mee, al bleek hij aan het eind van de etappe toch weer de sterkste te zijn. In de finale van de rit richting Elche de la Sierra, dwars door de mooie Sierra de Segura, lagen nog wat klimmetjes verstopt. Op een van de steilste klimmetjes, best een eind van de aankomst nog, zagen we vanuit het peloton al een aantal aanvalletjes. Een opvallend beeld was dat Brennan op deze aanvallen reageerde, het leek er dus sterk op dat ze bij Visma voor Van Aert zouden gaan. Ergens logisch, want Wout heeft het groen, maar met Brennan heb je doorgaans toch een grotere kans om de rit te winnen. De Brit offerde zich probleemloos op, met de sfeer intern zit het in ieder geval wel goed. Het bleef vervolgens eigenlijk tot aan de aankomst aanvallen regenen, het werd een heerlijk chaotische en ongecontroleerde finale. Ik heb zo ongeveer het halve peloton in de aanval zien gaan, ik zag ook een hyperactieve Mas die op een bepaald moment op uitvallen van Kuss aan het reageren was. Nog steeds wonderbenen, maar de zenuwen sluipen er ook in. Mads Pedersen zag ik ondertussen dan weer als een baksteen lossen. Matig, heel matig. Zijn ploeggenoot Thibau Nys kwam daarentegen tot leven, de jonge Belg had voor het eerst deze ronde goede benen. Die toonde hij alvast door ook een keer in de aanval te gaan. Ondanks al het aanvalswerk wist toch niemand weg te rijden, terwijl Dversnes vooraan één voor één zijn vluchtgenoten overboord wist te kieperen. Gogl bood als laatste tegenstand, maar nadat we na een langere klim in de finale een langere afdaling hadden afgewerkt en weer begonnen aan een kort klimmetje stond hij plots geparkeerd. Vanuit de achtergrond zag ik ineens iets waar ik erg vrolijk van werd: de immer sympathieke Iñigo Elosegui ging in de aanval. Op de langere klim daarvoor had hij al een paar keer gereageerd op aanvallen van andere renners, hij probeerde toen de boel te ontregelen en de vlucht van Ivan Cobo te beschermen. Toen Cobo inmiddels was gelost besloot Elosegui zelf in de aanval te gaan. Hij was ooit een heel groot talent, in het Baskenland reed hij alles op een hoop, maar bij Movistar kon hij de verwachtingen niet waarmaken. Daar werd hij na drie jaar bedankt voor, nouja, niets, waarna hij werd opgepikt door Kern Pharma. Daar gaat hij al jaren als knecht door het leven, dit is zo'n beetje voor het eerst dat ik hem als prof zowaar een keer goed zag rijden. Een merkwaardige Vuelta, op alle mogelijke manieren. Er komen ineens renners bovendrijven die ik vooraf niet had opgeschreven. Elosegui reed naar Dversnes toe, waarna er nog wat renners de oversteek maakten. Pinarello was heel bedrijvig, bijvoorbeeld. Walter Calzoni en Milan Vader waren weer opzichtig aan het hengelen naar een contract, dat kan voor Elosegui gezien het waarschijnlijke verdwijnen van Kern Pharma ook zomaar een extra motivatie zijn geweest.
Alle aanvallen ten spijt stevenden we uiteindelijk toch af op een sprint. De boel kwam weer bij elkaar, waarbij Visma duidelijk de kaart Van Aert speelde. Aan het eind van de rit liep de slingerende weg in de laatste paar kilometer steeds een beetje omhoog, dat zorgt dan natuurlijk voor een chaotische en onoverzichtelijke finale. Na een late uitval van Calzoni moest Brennan al vroeg op kop rijden, nog voor de laatste kilometer was zijn werk al gedaan en daarna verdween de controle helemaal. We reden de laatste kilometer binnen en in die laatste kilometer had Fedorov ineens een gat. Buiten beeld reed hij weg, een ploeggenoot liet ogenschijnlijk het gat vallen. Weer was Pinarello bij de pinken, Xabier Mikel Azparren was de enige die op Fedorov reageerde. Azparren reed het gat dicht en nam plaats in het wiel, waarna Fedorov de hele tijd op kop bleef boren. Even vroeg hij om een overname, maar daar had Azparren geen zin in. Fedorov besloot dan maar door te rijden, daarmee de ideale lead-out voor Azparren verzorgend. De tweede Bask die een gooi deed naar de ritzege, dit zag er ineens heel kansrijk uit. Vanuit de achtergrond zagen we merkwaardig genoeg Romele op kop van het peloton, de ploeggenoot van Fedorov. Aan de andere kant van de weg zagen we dan weer Guillaume Martin de sprint aantrekken voor Bastien Tronchon, al zag ik dat pas na de 25e herhaling. Ik was totaal niet bezig met de mannen van FDJ, want daar hoef je tegenwoordig nooit meer mee bezig te zijn. Of toch wel, Tronchon begon van ver aan zijn sprint en hij knalde iedereen voorbij. Azparren bleef ondertussen lang in het wiel van Fedorov hangen, te lang. Op minder dan 200 meter van het eind zette hij aan, Tronchon vloog hem bijna meteen voorbij. Hij had misschien kunnen winnen als hij eerder was begonnen, maar Tronchon reed ook wel echt de sprint van zijn leven. Een renner waar je vooraf totaal niet over nadenkt, ik herkende hem ook absoluut niet, maar wát een sprint. En wat een heerlijk chaotische finale, met een Fedorov die doodleuk doorrijdt met Azparren in zijn wiel, een Romele die dan weer achter Fedorov aangaat en natuurlijk was er ook een stilvallende Van Aert. De man in de groene trui kwam er niet aan te pas, er zat geen versnelling meer in. Het was een zware finale geweest, iedereen zat stuk, niemand kon meer staan, maar bij Van Aert was het helemaal op. Wel alsnog goede zaken gedaan voor de groene trui, maar ik mag hopen dat ze nu weer voor Brennan gaan. Die arme jongen heeft zich de hele finale lopen uitsloven voor niets. Ja, voor een zege van Tronchon. Dat is toch wel
peak Vuelta, we zijn weer aangekomen op het punt dat alle C-sprinters een rit mogen winnen. Cort werd tweede en Nys derde. Van Aert vierde, en dan Tronchon als winnaar. Niet te filmen, zoals deze hele finale niet te filmen was. Een finale vol korte hellingen en ploegen die met wat minder sterk zijn dan in de Tour, garantie op chaos en dus ook garantie op kijkgenot. Bijna een zege van Azparren, jeetje, dat was wat geweest. Ook een gekke naam, maar dan eentje waar ik beter mee kan leven. Hoe dan ook, Visma krijgt vandaag meteen een herkansing. We gaan een dagje door Murcia rijden en daar staat een korte en relatief simpele rit op het programma. Ondanks een klim aan het eind moet dit een sprint kunnen worden, als Visma zin heeft om de boel opnieuw te controleren. Ik zou dan wel de volgorde weer omdraaien, Van Aert mag aan de bak voor Brennan.
![aHgEirG.png]()
![https%3A%2F%2Fmedia.zenfs.com%2Fen%2Fcycling_news_461%2Fe2fae632569273e31dec59fdcf1a7f94.jpg]()
Bij de start van de volgende rit bevindt het peloton zich plotseling in de regio Murcia, waar we van start gaan in de stad Cartagena. Cartagena is een havenplaats gelegen aan de Middellandse Zee, meer specifiek aan de Costa Cálida, waar ongeveer 216.000 mensen vertoeven. Het is een stad met een relatief beperkte geschiedenis in de Vuelta, al zijn we hier de laatste jaren wel een aantal keer geweest. Zo ging hier drie jaar geleden nog eens een rit van start, in de Vuelta van 2023 reden we tijdens de negende etappe van Cartagena naar Caravaca de la Cruz. Dat werd een enigszins memorabele rit, want direct vanuit het vertrek werden we met waaiers geconfronteerd. We gaan tijdens deze rit door dezelfde vlakte rijden, u bent alvast gewaarschuwd. Na een heus waaierbal kwam alles wel weer bij elkaar zodra we aan de eerste klim begonnen, waarna het uiteindelijk uitdraaide op een dag voor de vluchters. De strijd om de dagzege vond plaats op een ietwat kolderieke aankomst bergop waar de organisatie op een kilometer van de aankomst besloot de tijden op te nemen. Classic Vuelta, naar wij dachten. Vanuit de kopgroep bleek een toen nog op een profrenner lijkende Lennard Kämna de sterkste, hij vloerde Matteo Sobrero. Het geestige gegeven is dat MIJN Amanuel Ghebreigzabhier als vierde in de uitslag staat, op één minuut van Kämna. Chris Hamilton is dan weer derde, op 1:12. De tijden een eind voor de finish opnemen, goed voor wat klassieke Vueltachaos. Ook tussen de klassementsrenners zagen we dit soort taferelen, zo eindigde Kuss aan de finish voor Roglic en Vingegaard, terwijl dit duo wel tijd op hem pakte. Enfin, in de Vuelta van 2018 reden we dwars door Cartagena op weg naar San Javier, waar Bouhanni Danny van Poppel zou kloppen in de sprint. In 2021 reden we dan weer door Cartagena op weg naar La Manga del Mar Menor, waar Jakobsen dan weer zou winnen in de sprint. Dat waren passages in deze stad, voor een etappestart moesten we voor 2023 helemaal terug naar 1976, toen ging hier een rit van start die in Murcia zou eindigen en daar won de Belg Ferdi Van Den Haute. In datzelfde jaar kwam er ook maar liefst twee ritten aan in Cartagena. Een van die twee eindigde in een sprint, de Nederlander Theo Smit won, de tweede rit was een korte individuele tijdrit, gewonnen door Joaquim Agostinho. Veel meer koersgeschiedenis heeft Cartagena niet, al komt hier soms de Vuelta a Murcia voorbij. In 2023 bijvoorbeeld, Ben Turner won toen een gek sprintje in de straten van deze stad. Cartagena is een stad die in 221 v.Chr. werd gesticht door Hasdrubal de Schone, een legeraanvoerder uit Carthago. Zij gaven de stad de naam Quart Hada (Nieuwe Stad). De Carthagers vonden op deze plek een ideale haven om de Middellandse Zee over te steken en hun veroveringen te ondernemen. Deze campagnes tegen de Romeinen werden Punische oorlogen genoemd, en zo wordt de muur genoemd die de stad beschermde. In de stad vinden we nog restanten van deze Muralla Púnica, de Punische muur. Er is een heus modern en multimediaal bezoekerscentrum waar de ruïnes van de Carthaagse verdedigingsmuren te bezichtigen zijn. De Romeinen gaven later de naam Carthago Nova (Nieuw Carthago) aan de stad, wat later langzaam maar zeker zou verbasteren tot Cartagena. Onder hun bewind was Cartagena lange tijd de belangrijkste nederzetting op het Iberisch schiereiland. Tijdens het Moors beheer had de stad een grote mate van autonomie. Bij de kathedraal zijn resten gevonden van een moskee. Carthago, als zelfstandig vorstendom, is later verenigd met de regio Arágon en tegenwoordig maakt het uiteraard deel uit van Spanje. Heden ten dage is Cartagena nog steeds een belangrijke handels- en oorlogshaven, gelegen aan een diepe zeeinham van de Middellandse Zee. De voornaamste marinebasis van het land ligt hier, ingeklemd tussen de belangrijkste stranden van de regio Murcia. Om de stad heen liggen een aantal steile rotsen, op deze steile rotsen heeft men dan weer een aantal forten gebouwd, die de stad door de jaren hebben moeten beschermen. Cartagena is ommuurd en beschikt over acht poorten. In deze regio was er ook redelijk wat mijnbouw te vinden, begin 20e eeuw was men hier daardoor erg welvarend. De mijnen zijn inmiddels grotendeels gesloten, maar enkele restanten uit die tijd vinden we nog terug in de stad, een aantal fraaie herenhuizen in het centrum bijvoorbeeld. De afgelopen decennia is Cartagena eerder verpauperd, maar tegenwoordig pompt men weer veel geld in de stad en probeert men door het toerisme de lokale economie weer aan te wakkeren. De stad en het centrum zijn grondig gerenoveerd en het cultureel erfgoed en de autovrije winkelstraat is behoorlijk opgeknapt. De vele modernistische woningen in de stad herinneren aan een rijke geschiedenis. Een pré is de directe ligging van het stadscentrum aan de haven, waar cruiseschepen aanmeren en de toeristen zo de stad inlopen! Wervende teksten van masspanje.nl, ze gaan nog even door. We zullen niet alles noteren, maar we moeten wel even noteren dat we in de omgeving van Cartagena het Mar Menor vinden, ooit een unieke lagune, in de Vuelta van 2021 kwam hier nog een rit aan, maar bij die gelegenheid leerden we dat het helemaal niet goed ging met de Mar Menor. Als we de focus beperken tot het grondgebied van de stad zelf kunnen we niet om het lokale Teatro Romano heen. Dit theater is in de 1e eeuw voor Christus gebouwd op een heuvel en het bood ooit toegang aan 6000 mensen. Een van de mooiste exemplaren die je in Spanje kunt vinden, maar er zijn nog veel meer Romeinse overblijfselen te vinden. Zo is er even verderop ook een amfitheater te vinden, al is die iets minder goed bewaard gebleven. Er is het Museo Foro Romano, waar je de opgraving van het lokale Forum Romanum kunt bewonderen. Naast al deze Romeinse pracht is er ook gewoon een kasteel uit de 13e eeuw, gebouwd op een van de vijf heuvels die de stad rijk is. Een glazen lift brengt je vanuit de stad naar de 45 meter hoger gelegen loopbrug van het kasteel. In het kasteel kan je in de waterreservoirs en de toren meer leren over de geschiedenis van de stad. Vanaf het kasteel heb je een mooi uitzicht over de stad, de haven en het amfitheater. Het is blijkbaar ook de moeite om een keer door de haven te lopen of te varen, terwijl Cartagena verder nog een kicken kathedraal en een sick stadhuis heeft. En dan komt de drank Licor 43 oorspronkelijk ook nog eens uit Cartagena, amai!
![50423579608_1b31ecbaf7_h.jpg]()
![122939.jpg]()
![Discover-Best-Things-To-Do-In-Cartagena-Spain.jpg]()
![6741eaee2eae154320ec1005a2234a2a.jpg]()
Cartagena is niet echt een stad van wielrenners, al zijn vader en zoon José Saura wel uit deze fraaie plaats afkomstig. José Saura sr. werd Spaans kampioen op de weg in '26. 1926, bedoel ik dan. Twee profzeges volgens PCS, twee keer het Spaans kampioenschap gewonnen. José Saura jr. won dan weer een rit in de Ronde van Catalonië, in de regio waar de familie later naar zou uitwijken. Zijn broer Gabriel werd ook prof en zou later nog de Spaanse bondscoach worden, toe maar. Cartagena is een stad met een ontzettend rijke historie, ik zou er makkelijk nog veel meer over kunnen vertellen. Grootste nadeel blijft toch wel dat je helemaal naar Murcia moet, als je alle pracht en praal wil aanschouwen. Ze zijn overigens al een paar jaar bezig om het amfitheater helemaal op te knappen, dat komt er uiteindelijk uit te zien als een ordinaire stierenvechtarena. Schreef ik in 2023, op zoek naar een update ben ik tot de conclusie gekomen dat ze de zaken heel rustig aanpakken. Er zijn vooral een hoop archeologen aan het werk in de arena om allerlei opgravingen te verrichten. Ze vinden daarbij steeds weer nieuwe dingen, zo kwam de gemeente Cartagena een paar maanden terug met deze mededeling aanzetten: Recente bodemradarmetingen rond het Romeinse amfitheater van Cartagena suggereren dat het monument mogelijk groter was dan eerder werd aangenomen. De eerste bevindingen herzien de werkelijke omvang van het gebouw, dat in de 1e eeuw na Christus werd gebouwd en een geschatte capaciteit had van 10.000 tot 11.000 toeschouwers, evenals de complexe interne indeling. Op basis van deze successen heeft het gemeentebestuur besloten om nog eens twee miljoen in het project te pompen, bedoeld om de opgraving van de amfitheaterarena te voltooien, het noordoostelijke deel van de dubbele ring van de oude stierenarena te consolideren en de museumachtige route van het archeologische complex uit te breiden. De laatste jaren zijn we dus weer regelmatig in Cartagena en in Murcia als geheel te vinden, we gaan de vorderingen de komende jaren ongetwijfeld op de voet kunnen volgen! De renners gaan officieus van start in de haven, waar naast heel veel boten en kranen ook een aantal musea te vinden zijn. Een maritiem museum, en een museum dat er specifiek is voor alle activiteiten die plaatsvinden onder water. Je hebt buiten de haven nog veel meer musea, de toerist hoeft zich hier niet te vervelen. Eentje over de militaire geschiedenis van de stad, over het Romeinse verleden, over de burgeroorlog, ga zo maar door. Buiten de stad is er ook nog de Experiencia 43 te vinden, waar je alles kunt leren over de geschiedenis van het populairste lokale drankje. De renners rijden tijdens de neutralisatie mooi de andere kant op, na een rondje door de stad gaan we gelukkig voor de koers op een betere manier beginnen dan in 2023. Toen reden we rechtstreeks naar het noorden, waarna we in de vlakte van start gingen. Een makkelijke aanloop, terwijl Cartagena omgeven is door heuvels. Van die heuvels maakt de organisatie vandaag wel gebruik en dat is een geschenk, dat biedt nog enige hoop op een rit voor de vluchters. De renners krijgen een mogelijkheid geboden om een leuke kopgroep te laten ontstaan, al gaat dat eventuele gevecht wel weer buiten beeld plaatsvinden. Ter hoogte van een industrieterrein in de buurt van de wijk Vista Alegre gaan de renners van start op een brede en rechte. Ze rijden drie kilometer rechtdoor over deze weg in de richting van La Unión, al gaat het ook weer niet volledig rechtdoor aangezien we onderweg wel een rotonde tegenkomen. De zeer brede weg loopt een beetje vals plat omhoog, maar het wordt pas leuk als we na drie kilometer koers vlak voor we La Unión bereiken rechtsaf slaan. Ter hoogte van het gehucht La Esperanza mogen we hopen op leuke ontwikkelingen, we beginnen na de bocht naar rechts aan de Alto de las Pocilgas en dit is een klim van 1,8 kilometer aan 5,4%. Een halve kilometer loopt de weg net iets meer dan vals plat omhoog, waarna we een halve kilometer aan meer dan 7% tegenkomen. In een ruige omgeving rijden we langs het Parque Minero de La Unión af, het mijnverleden van de regio toont zich meteen aan de renners. Na een paar vlakkere meters rijden we in het slot van dit korte klimmetje dan weer een tijd aan 5% omhoog naar de top. Geen klim van de buitencategorie, volgens de organisatie überhaupt geen klim, maar ik word altijd vrolijk van een paar klimmetjes in het begin van een rit. De renners krijgen op deze manier in ieder geval de kans om er iets van te maken, om meer vragen we niet.
![Hqkdyif.png]()
![15203_5.jpg]()
![parque_minero_02-1024x683.jpg]()
![03.jpg]()
De renners rijden door een behoorlijk kale en rotsachtige omgeving, na de beklimming van de Alto de las Pocilgas beginnen ze aan een afdaling van vijf kilometer richting Portmán. Door de heuvels heen, dicht in de buurt van de kust, dalen ze in eerste instantie een kilometer af over een brede en niet al te bochtige weg. Na deze eerste kilometer in dalende lijn volgt er een kort knikje omhoog van een halve kilometer. De renners klimmen aan 5% naar de Alto del Pino, halverwege dit klimmetje komen ze zelfs een strook aan 9% tegen. Dit is echter zo'n kort klimmetje dat we er zeker met de vaart van de afdaling zo voorbij vliegen. Na dit knikje omhoog gaat het nog eens drie kilometer omlaag, in dit stukje afdaling komen we zowaar een aantal bochten tegen die de moeite van het opmerken waard zijn. De kale heuvels hier kennen wat vervallen bouwwerken uit het mijnverleden, na een tijd zien we dan ineens in de verte weer de zee liggen. Een opmerkelijke omgeving, waar we de renners in de Vuelta van 2021 al eens hebben zien passeren. Toen reden we in aanloop naar de finale van de achtste rit onderweg naar La Manga del Mar Menor ook over dit klimmetje en het volgende klimmetje heen. Bleek toen niet lastig genoeg, aangezien de rit eindigde in een massasprint. Fabio Jakobsen klopte bij die gelegenheid Alberto Dainese en Jasper Philipsen, dan weet je dus zeker dat het geen zware klimmetjes zijn. Maar alsnog, in het begin van de rit kan het genoeg zijn om enige aanvalslust uit te lokken. Voor we aan het tweede klimmetje kunnen beginnen dalen we eerst nog wat verder naar Portmán, een plaats aan de kust met nogal wat historie. Tijdens de afdaling zien de renners de zee liggen en uiteindelijk de baai van Portmán. Deze plaats was al heel lang bewoond, ook de Romeinen zijn hier geweest. Een verstopte baai, een ideale uitvalsbasis dus. Later kwam men tot de conclusie dat er hier nogal wat grondstoffen in de bodem zaten, en toen ging het mis. De mijnbouw kwam opzetten, wat op zich niet eens zo'n probleem hoeft te zijn. Tenzij je afval gewoon in de baai flikkert, waardoor dit hele gebied zo vervuild als wat is. De helft van de baai is ook dichtgeslibd, een merkwaardig zicht. Het had een populaire toeristische bestemming kunnen zijn, maar dat valt in de praktijk wel mee. Er is een haven en er is een strand, maar het is toch allemaal vrij slaperig hier. De grootste toeristische attracties bestaan uit een aantal bunkers uit de vorige eeuw, die tot doel hadden de haven van Cartagena te beschermen. Enfin, er wordt een paar kilometer gedaald richting Portmán en dat stelt betrekkelijk weinig voor, ook al komen we bijna beneden wel nog een brede haarspeldbocht tegen. Even verderop komen we in het dorp zelf een rotonde tegen en wat flauwe bochtjes, terwijl de weg tijdelijk wat smaller is. We zien op de heuvel boven Portmán weer een oud en vervallen mijnbouwwerk liggen, terwijl we voorbij de restanten van een oude Romeinse villa fietsen. Er zijn zelfs mozaïeken gevonden in dit dorp, maar de renners vinden na de doortocht in Portmán vooral een nieuw klimmetje. De bochtige weg loopt twee kilometer omhoog aan 6%, wat toch lastiger is dan je zou vermoeden. De klim begint vrij eenvoudig, het loopt even vals plat omhoog en dan volgt er zelfs een kort stuk in dalende lijn. Na een bocht naar links komen de renners uit op een rotonde, hier rijden ze rechtdoor en dan beginnen ze voorbij de rotonde aan een kilometer waarin ze mogen klimmen aan 7,5% met zelfs een strook van 300 meter rond de 10%. Iedereen massaal in de aanval, hup. Na deze lastige kilometer loopt de weg die buiten Portmán weer zeer breed is geworden nog een halve kilometer verder omhoog aan 5%, we moeten er maar het beste van maken. Eenmaal boven loopt de weg een aantal kilometer vals plat naar beneden, bijna volledig rechtdoor richting Los Belones. Net niet helemaal rechtdoor, want we komen onderweg weer een stuk of vier rotondes tegen.
Na een kilometer of 20 koers rijden we langs Los Belones af, een plaats waar we gaan beginnen aan een lange tocht langs La Manga del Mar Menor.
![atamaria-portman.png]()
![1096940Master.jpg]()
![1280px-Portm%C3%A1n._Lavadero_Roberto.jpg?utm_source=en.wikipedia.org&utm_campaign=imageinfo&utm_content=thumbnail]()
In de Vuelta van 2021 werkten we na de twee klimmetjes in de buurt van Cartagena een extra lusje rond La Manga del Mar Menor af om vervolgens naar de finish te rijden. Dat lusje werd bedacht omdat we ons hier in volledig open gebied bevinden, in de buurt van de zee. Men hoopte op wind, zoals men nu ook hoopt op wind. Nouja, als je hoopt op wind valt het eigenlijk altijd tegen, zo ook nu weer. Er staat wel iets van wind, maar dat gaat niet genoeg zijn om een waaierspektakel mogelijk te maken. Het kan heel goed nerveus worden in het peloton, er zal langs het meer vast hard gereden worden, dat kan zelfs wat breukjes opleveren, maar van echt waaiergeweld zal geen sprake zijn. We bevinden ons hier dus in de buurt van de plek waar Fabio Jakobsen in 2021 een sprint won, de locals konden er toen niet mee lachen dat de Vuelta op bezoek kwam. De renners bevinden zich hier in een bijzonder gebied, een gebied dat gebuikt gaat onder massatoerisme en massalandbouw. Om even wat uit het archief te trekken: La Manga del Mar Menor is een landstrook, gelegen aan de zuidoostkust van Spanje in de autonome regio Murcia aan de Costa Cálida (Middellandse Zee). De dichtstbijzijnde grote en belangrijke havenstad is Cartagena. Mar Menor is het grootste zeewatermeer in Europa. La Manga is een smalle landstrook met een lengte van 22 kilometer en breedte tot 1,5 kilometer. Deze strook land sluit eigenlijk deze binnenzee van het open water namelijk de Middellandse Zee maar de binnenzee staat wel in contact met de open zee via vier natuurlijke kanalen, genaamd "golas". Mar Menor staat ook bekend om haar goede stranden en heldere water. La Manga ligt tussen drie natuurgebieden: Salinas y Arenales de San Pedro del Pinatar aan de noordzijde, en Salinas de Marchamalo en Las Amoladeras in het zuiden. La Manga is volgebouwd met hotels en vakantiehuisjes. De bebouwing belast de landtong zodanig dat deze langzaam maar zeker steeds verder verzakt. Dat is een van de problemen hier, onder druk van het toerisme is de boel hier letterlijk aan wegzakken, wat zijn wij mensen toch ook voor een stel ongekende sukkels. Die hele landtong volbouwen zodat de hele boel in elkaar pleurt, geniaal. Allemaal op vakantie willen naar hetzelfde onbenullige stukje Europa. Een landtong, het is wat. Het schijnt dé vakantieplek van de Spanjaarden te zijn, voor zolang het duurt. Vele Madrilenen en inwoners van de stad Murcia hebben hier hun vakantieverblijf. Ergens in de jaren '60 werd besloten dat La Manga een toeristische bestemming moest worden, daarom begon men dit 'paradijs tussen twee zeeën' volledig vol te gooien met appartementencomplexen en hotels. Daarom kwam vrij snel ook de Vuelta langs, in 1966 debuteerde La Manga in deze koers. Enzo Petrolani won toen, die kent u niet. Daarna keerde de Vuelta in 1977 terug naar La Manga, toen waren er alweer wat meer hotels en appartementen te vinden. Freddy Maertens won, want die won dat jaar 13 ritten. Vervolgens ging in 1980 de Vuelta zelfs van start in La Manga, met een proloog die werd gewonnen door Roberto Visentini. Het duurde daarna 40 jaar voor er nog eens een nieuwe aankomst was, die volgde dus in 2021. Ooit trok de Vuelta naar La Manga om aandacht te vragen voor dit nieuw te ontwikkelen toeristische gebied, in 2021 was er vooral ophef omdat de zaken hier totaal niet goed gaan. De landtong zakt weg en de staat van het binnenmeer is ook niet best, in 2021 was dit ongeveer de stand van zaken: Het ministerie meldt in het rapport dat de Mar Menor zich in een kritieke eutrofe toestand bevindt en zeer kwetsbaar is. Een proces van eutrofiëring leidt tot een explosieve algengroei en een vertroebeling van het water dat tegelijkertijd ook minder zuurstof bevat. Dat heeft weer gevolgen voor de aanwezige flora en fauna. De voornaamste oorzaken daarvan zijn de toegenomen irrigatie van gewassen en het waterbeheer. Handhaving van het huidige model en met de huidige maatregelen is volgens de studie niet voldoende om de verdere verslechtering een halt toe te roepen. Dit zou zelfs leiden tot een 'drastische verslechtering in de toekomst'. Een paradijs in staat van verval, dat was toen het verhaal. Spanje kennende zal het niet veel beter zijn geworden sindsdien. Al lees ik dan wel weer de volgende krantenkop uit 2022:
Europese primeur: Spanje geeft rechten aan lagune om vervuiling halt toe te roepen. Met bij het artikel een foto van aangespoelde dode vissen, de toestand was dusdanig uit de hand gelopen dat al het leven stierf in de Mar Menor. In een ander artikel lees ik dan weer dat er daadwerkelijk vele miljoenen worden geïnvesteerd om dit gebied van de ondergang te redden, wellicht is er nog hoop. De renners gaan zelf kunnen waarnemen of de status van het meer is verbeterd, na een paar bochten in Los Belones rijden we een kilometer of vier redelijk rechtdoor, op wat rotondes na. Hier hebben we waarschijnlijk tegenwind, als we even later in Los Nietos langs het Mar Menor komen te fietsen staat de wind vermoedelijk nog steeds niet ideaal voor waaiers. Het gaat zes kilometer behoorlijk rechtdoor tussen Los Nietos en Los Urrutias. In die dorpjes zelf is het beschut, tussen de dorpen in is het een kilometer of vijf volledig open, in gunstigere omstandigheden had dat lollig kunnen worden. Rechte, brede en vlakke weg door het niets, met waarschijnlijk wind schuin op kop. In Los Urrutias komen we een paar bochten en rotondes tegen, daarna rijden we nog een paar kilometer verder langs het meer richting Los Alcázares. Daar komen we zeven kilometer later uit, tussen beide plaatsen in rijden we een aantal kilometer direct langs het water. Ik verwacht hier nerveus gedoe, dat nergens toe gaat leiden. Over een brede weg die af en toe wordt onderbroken door een rotonde komen we na 36 kilometer uit in Los Alcázares, waar we Mar Menor achter ons gaan laten.
![Mar-Menor-scaled.jpg]()
![UAI5HINA3NFP7BXAHAP34LHULA.jpg?auth=b79bd51116824b17e58190bdc2c701e9cf722a791bf25e5405960e55acd0e54b&width=1200]()
![142538237--1248x828.jpg]()
Wel echt een shitshow rond dat Mar Menor. Je hebt er te maken met stedelijk afval, de invloed van de landbouw en dan is er ook nog eens het mijnafval. In de omgeving hebben ze natuurlijk lang aan mijnbouw gedaan, bij zo'n beetje iedere flinke regenbui spoelt al dat afval zo het meer in. Lekker op het strand liggen tussen de zware metalen in, heerlijk genieten. Daarom schijnen er de laatste jaren steeds minder toeristen op deze regio af te komen, je zou voor minder. Lekker zwemmen tussen de algen en de invasieve exoten, minder dan ideaal. Toeristen kunnen nog wegblijven, als local ben je helemaal de lul natuurlijk, lekker in het Spaanse IJmuiden zitten. Maar goed, wij duiken voorbij Los Alcázares het binnenland in en via een weg vol rotondes komen we enkele kilometers later uit in Torre-Pacheco. De wegen gaan de komende tijd enorm breed, enorm vlak en enorm recht zijn, op het feit dat dat we in sommige dorpen en steden waar we passeren wel wat bochten en rotondes vinden. Ik zou dit deel van de route heel uitgebreid kunnen beschrijven, maar laten we dit voor de verandering eens niet doen. Na 48 kilometer rijden de renners door Torre-Pacheco heen, een plaats waar met Irene Mendez en Gloria Rodriguez twee voormalig profrensters vandaan komen. Gloria Rodriguez is nog enigszins bekend, ze reed jarenlang voor Movistar. In de Vuelta van 2007 eindigde er een rit in Torre-Pacheco en dat werd zowaar bijna een memorabele rit. De vluchters gingen die dag met de zege aan de haal en in de kopgroep zat de buitengewoon matige Tom Stamsnijder namens het iconische Gerolsteiner. Hij werd op de meet geklopt door een renner van een andere iconische Duitse ploeg, Andreas Klier ging namens T-Mobile met de zege aan de haal. Die rit ging overigens van start in Hellín, waar we tijdens de vorige etappe dan weer doorheen zijn gereden. Torre-Pacheco kwam overigens vorig jaar nog op een minder goede manier in het nieuws: "Het is al vier nachten op rij zeer onrustig in het stadje Torre-Pacheco in het zuidoosten van Spanje. Ultrarechtse groeperingen hebben zich er verzameld om de confrontatie aan te gaan met inwoners met een migratieachtergrond. Het gevolg: rellen, mesgevechten, vernielingen en arrestaties." Welkom in Murcia, waar de gemiddelde inwoner groot fan is van Franco. Hallo, Rojas! In Torre-Pacheco en omgeving heeft men restanten van Neanderthalers gevonden, de nakomelingen daarvan wonen hier nog steeds. De overblijfselen bevinden zich in de Sima de las Palomas-grot in Cabezo Gordo, de rots die een stukje ten noorden van de stad te vinden is. Een zeer belangrijke vindplaats in Europa voor de studie van het leven en het gedrag van de neanderthalers, nouja, die studie kun je dus doortrekken naar het heden. Er zijn meer dan 120 botten gevonden die dateren van 150.000 v.Chr. tot 35.000 v.Chr. en die toebehoren aan minstens negen verschillende individuen, heel sick. Ze hebben hier overigens ook windmolentjes, om het wat luchtiger te houden. Na de doortocht in Torre-Pacheco komen we buiten deze stad tussen de landbouwgronden terecht, de gronden die dankzij de benodigde irrigatie ook zorgen voor vervuiling in het Mar Menor. Een tocht zonder veel bochten over brede en vlakke wegen door deze lege landbouwgronden volgt, ideaal waaierterrein, zoals we een paar jaar geleden in dezelfde omgeving nog zagen. Geen ideale waaieromstandigheden, ben ik bang. Maar toch, je weet maar nooit. Pogacar kan vallen en alles breken, er kan ook zomaar ineens een ferme wind komen opzetten en dan is het hier bal. Van Torre-Pacheco gaat het behoorlijk rechtdoor naar Roldán, meerdere kilometers lang. In dat dorpje slaan we een keer linksaf om dan weer op een weg terecht te komen die we 17 kilometer volgen tot in Fuente Álamo de Murcia. Is dat leuk? Nee, niet echt. Enkele rotondes onderweg, af en toe een keer een passage zonder obstakels in een dorpje als Balsapintada, en verder vooral heel veel rechte, brede en vlakke kilometers in de Murciaanse leegte. In deze omgeving is het ongeveer net zo leeg als in het hoofd van de bekendste Murciaan, Alejandro Valverde. De wind staat in het stuk voorbij Torre-Pacheco richting Roldán best gunstig, ook voorbij Roldán richting Fuente Álamo de Murcia zie ik best wel wat potentie, als we even met z'n allen wat harder kunnen blazen om er windkracht 4 van te maken. Verder valt er niets van deze rit te maken, tijdens dit deel van de etappe in ieder geval. Na 76 kilometer komen we uit in Fuente Álamo de Murcia, dat door de Murcianen zelf simpelweg Fuente Álamo wordt genoemd. Relatief gezien best een grote stad, alsnog is er geen reet te doen. Net als in Cartagena hebben ze in Fuente Álamo wel de beschikking over een racecircuit, die Spanjooltjes vinden brommertje rijden net iets te leuk.
![107209106Master.jpg]()
Goed, paar bochten en rotondes in het centrum van Fuente Álamo de Murcia, en daarna vervolgen we onze weg door de vlakte vol landbouw. De renners rijden weer eens zeven kilometer rechtdoor, over een enorm brede en nog steeds vlakke weg. Het schijnt hier wel iet of wat vals plat omhoog te lopen, maar dat merkt niemand. Tussen alle akkers in passeren we na een tijd in een dorpje, Cuevas de Reyllo, maar zelfs in die dorpjes liggen geen hindernissen. Weer een paar kilometer later slaan we een keer linksaf, een andere weg in. Veel spannender wordt het daarna niet, nog steeds een brede weg. Nog steeds een vrij vlakke weg ook, meer dan vals plat zit er voorlopig niet in. Nog steeds een lege omgeving ook, waar we op een iets bochtigere manier van dorpje naar dorpje rijden. Fiets je ineens door Cánovas heen, niet direct een dorp om voor om te rijden. De rit kent een aardig begin, daarna wordt het, zeker als het niet waait, een zeer tragische etappe. En dan trappen ze hier migranten in elkaar, je moet blij zijn dat er überhaupt iemand in deze dorre en dode boel wil wonen. Na een tijd rijden we door het dorpje Paretón heen en hier loopt de weg een keer een kilometer aan 4% omhoog, poe hee. Al snel wordt het weer vlak en dan rijden we buiten de bebouwde kom eigenlijk gewoon tien kilometer volledig rechtdoor over een brede weg richting Totana. Een rotonde bij het verlaten van de bewoonde omgeving, daarna rijden we eigenlijk gewoon dwars door een soort woestijn heen. Niet te doen, niet te doen. Het wordt ook smerig warm vandaag, ik heb nu al te doen met de renners. Volledig rechtdoor over een brede en vlakke weg door de grote leegte, na enkele dodelijk saaie kilometer schrikken we aan de buitenrand van Totana op van een paar rotondes. Daarna rijden we na 110 kilometer de stad binnen waar de rit een piepklein beetje gaat beginnen. In Totana liggen er namelijk twee dingen op ons te wachten. Laten we beginnen met de tussensprint, aan de buitenrand van Totana komen we via enkele rotondes op een snelweg terecht en deze snelweg loopt rechtdoor Totana binnen, waar we op anderhalve kilometer voor de sprint rechtsaf slaan om vervolgens via een brede weg die voorzien is van de nodige rotondes richting de tussensprint te rijden. In de laatste meters voor de tussensprint komen we die rotondes overigens niet meer tegen, we kunnen hier redelijk op het gemakje gaan sprinten. De sprint volgt na 112 kilometer, op 42 kilometer van de aankomst. Zo snel kan een rit soms ook gaan. Rijdend door dezelfde vlakte als in 2023, waar we toen enorme waaiers zagen. Dat zie ik nu iets minder voor me, waardoor het van een mogelijke toprit automatisch een gegarandeerde floprit wordt. In Totana zijn we in de Vuelta wel eens vaker geweest, zo reden we hier in 2017 doorheen op weg naar Alhama de Murcia, terwijl we in 2022 passeerden op weg naar Cabo de Gata. Toch redelijk wat ritjes in Murcia de afgelopen jaren, we voegen er nu weer eentje aan toe. Die rit naar Cabo de Gato leverde wel memorabele beelden op, al werd het uiteindelijk een sprint. Daar vrezen we nu ook voor. De Vuelta heeft ook een keer een aankomst gekend in Totana, dat was in 2011. Huurmoordenaar Pablo Lastras wist hier toen vanuit de vlucht te winnen, richting het eind van zijn carrière boekte hij zijn derde en laatste ritzege in zijn thuisronde. Daarnaast zijn we hier een aantal keer gepasseerd in de Ronde van Murcia, in 2008 eindigde hier bijvoorbeeld een rit die door Chechu Rubiera werd gewonnen. Net een groep met daarin jongens als Valverde en Contador te snel af, je zou voor minder. Totana ligt aan de voet van de Sierra Espuña, een prachtig gebied dat we vandaag slechts deels gaan verkennen. Het is een plek die al sinds de oudheid is bewoond, de eerste nederzettingen dateren van de bronstijd! Uit deze periode dateren de resten gevonden op de heuvel genaamd Santa Lucia, waar nu het gemeentelijk cultureel centrum is gevestigd. Veel van deze opgegraven items kunnen bezocht worden in het archeologisch museum van Murcia. Het handelt onder andere over glad keramiek uit de kopertijd, artikelen gemaakt uit ertsen en verschillende objecten uit gepolijst keramiek. Ook tijdens de Iberische periode en later tijdens de Romeinse en Moorse overheersingen, werd de site van Totana bezet door belangrijke menselijke nederzettingen, zoals blijkt uit de rijkdom en verscheidenheid van de overblijfselen gevonden en die tentoongesteld worden in het archeologisch museum van Lorca. Wow, komt dat even goed uit, we rijden van Totana naar Lorca! Wel met een hindernis onderweg.
![FOn1Ibw.jpeg]()
![Barrio_San_Jos%C3%A9_Totana.jpg?utm_source=nl.wikipedia.org&utm_campaign=imageinfo&utm_content=thumbnail_unscaled]()
Bij de tussensprint in Totana vinden we overigens ook meteen de bonussprint, een heel belangrijk punt dus! Extra belangrijk, omdat we 400 meter voorbij de tussensprint bij een rotonde linksaf slaan om vervolgens aan de Alto de Aledo te beginnen. Dit is een klim van 9,5 kilometer aan 4,2%, je kunt de klim zien als het eerste deel van de Collado Bermejo. Dat is de beuker van een klim hier, het hoogste punt van de prachtige Sierra Espuña. In de Vuelta van 2023 reden we vanuit Alhama de Murcia bijna helemaal omhoog naar de Collado Bermejo, nu pakken we alleen een kort stukje tot in Aledo mee. Teleurstellend, we hadden hier heel makkelijk een leuke vluchtersrit van kunnen maken in plaats van wederom een rit voor de sprinters. In de Vuelta van 2017 reden we wel vanuit Totana helemaal omhoog naar Collado Bermejo, om vervolgens beneden te eindigen in Alhama de Murcia, bij het slachthuis van sponsor ElPozo Alimentación voor de deur. Het was vandaag, als we dan toch naar Lorca moeten, een beter idee geweest om door de vlakte naar Alhama de Murcia te rijden, om dan de Collado Bermejo op te rijden en na de afdaling via Aledo naar Lorca te rijden. Kleine aanpassing, groot effect. Deze rit is ook maar heel kort, de paar kilometer extra die het had opgeleverd hadden we kunnen hebben. Nouja, nu geen Collado Bermejo dus, geen tocht door de prachtige Sierra Espuña. In plaats daarvan blijven we hangen aan de rand van dit prachtige natuurgebied, zonde. We slaan buiten Totana bij een rotonde linksaf, na een terugdraaiende bocht loopt de weg vervolgens twee kilometer aan 3% omhoog. De Alto de Aledo is begonnen, de enige gecategoriseerde klim van de dag. Derde categorie, we maken het vandaag niet al te ingewikkeld. Over een brede weg rijden we rechtdoor vals plat omhoog, ginds in de verte zien we aan de rechterkant van de weg de Sierra Espuña liggen. Na twee kilometer zo goed als rechtdoor te hebben gereden, net iets meer dan vals plat omhoog, slaan we bij de derde rotonde die we tegenkomen rechtsaf om Totana definitief achter ons te laten. We komen op een andere weg terecht en deze weg loopt nog eens een kilometer vals plat omhoog. We rijden op een vrijwel rechte manier door een buitenwijkje heen waar alle huizen zijn omgeven door een hek. In de volgende kilometer gaat het dan weer aan 3,5% omhoog, de klim komt heel voorzichtig op gang. Van Totana rijden we naar La Charca, waar een vluchtheuvel en wat drempels haast interessantere obstakels zijn dan die vals platte weg rechtdoor omhoog. Je zou kunnen zeggen dat de klim pas echt begint zodra we door La Charca zijn gereden, voorbij dit dorpje rijden we een bos in en hier wordt de weg een stuk bochtiger. Een stuk steiler ook, we gaan zowaar een kilometer aan 5% omhoog met een paar stroken aan 6%. Oké, dit stelt alsnog niets voor, maar hey, het is iets. Na deze kilometer volgt er een kort vlak stukje, terwijl het kenmerkende uiterlijk van de Sierra Espuña zich aan ons begint te tonen. Rode rotsen, met een groene omkadering. Na het vlakke stukje, zelfs met een paar meter in dalende lijn, gaan we nog eens een kilometer aan 5% omhoog. U hoort het al, behalve Mads 'Kenny van Hummel' Pedersen hoeft hier niemand bang van te worden. Via enkele brede bochten slingeren we op een niet al te uitdagende wijze door het bos, scherend langs enkele fraaie rotswanden. We komen in de buurt van de top dan toch ook nog even enkele fraaie percentages tegen, voor de vorm kunnen we een kilometer aan 7% noteren, met een strook aan 8%. Die kilometer doet wellicht even pijn, maar de finish is hierna nog ver. Gisteren zagen we heel wat renners aanvallen, maar toen volgde de klim korter op de finish, en kwam er na de klim nog meer klimwerk. Nu, ja, niet. Na de lastigere kilometer gaat het nog een halve kilometer omhoog aan 5% en dan bereiken we de top van de Alto de Aledo. Het gelijknamige dorp ligt even verderop, op de top vinden we na 122 kilometer, op 32 van de meet, wel iets anders. Bij de entree van de Sierra Espuña passeren we op de top langs de kant van de weg de Santuario de Santa Eulalia, het heiligdom van Santa Eulalia. Dit heiligdom, aan de voet van de Sierra Espuña, is een van de meest populaire plaatsen in deze omgeving, alleen al dankzij de prachtige locatie. Vanaf de veertiende eeuw bestaan er verwijzingen naar het bestaan van een klein heiligdom, gebouwd door de ridders van de Orde van Santiago. Het gebouw werd opgetrokken op een stuk land geschonken tijdens de dertiende eeuw door koning Alfons X van Castilië. Het huidige heiligdom werd gebouwd met behulp van aalmoezen van de gelovigen in 1574. Mudéjar-stijl! Jaarlijks houden ze in Totana een processie, met een beeld trekken ze dan naar dit heiligdom toe. Dat doen wij op de fiets, het risico bestaat dat we daadwerkelijk gaan kijken naar een processie.
![totana-canal-de-cartagena.png?v=1787264551]()
![sagrado-corazon-de-jesus-totana-la-charca.png]()
(om een of andere reden heeft climbfinder de klim in stukjes opgeknipt, niet dat het uitmaakt, het stelt hier dus echt geen reet voor)
![santa-totana-13.jpg]()
![Totana_santa_hor.jpg]()
Bij het heiligdom van Santa Eulalia hadden we rechtsaf kunnen slaan om verder omhoog te gaan naar Collado Bermejo, een klim die je eigenlijk niet mag overslaan als je in deze omgeving bent. Tijdens die klim fiets je dwars door de siërra heen, dat levert én goede beelden op én je hebt kans op iets meer koers. Maar goed, we rijden dus rechtdoor bij het heiligdom, we blijven de brede weg volgen. Bij het heiligdom zit overigens een restaurant, er is zelfs een heus 4-sterrenhotel te vinden. Uitstekende plek om te overnachten, wel. Voorbij Santa Eulalia loopt de klim nog even wat vals plat verder, een kleine uitloper aan een procent of drie. We rijden om een rotonde heen en komen vervolgens op een bochtige weg terecht, eentje die toch nog een dikke kilometer vrij vlak is. Slingerend van bocht naar bocht is dit eventueel nog wel een leuke strook voor de aanvallers, maarja, het is nog ver. Eerst rijden we door de bossen, later komen we meer in open terrein terecht en zodra het terrein open wordt zien we ineens aan de linkerkant van de weg het fraaie Aledo liggen. Een schitterend dorpje op de top van een heuvel, met een kasteeltoren die prominent boven de rest uitsteekt. De kerk valt op, in dit strategisch gelegen plaatsje heeft er vanwege de strijd tussen moslims en christenen zeker niet altijd een kerk gestaan. Temidden van de droge, bergachtige landschappen en zelfs de vruchtbare landbouwgronden van de regio Murcia liggen verborgen plekjes die de aandacht verdienen van iedereen die de natuur waardeert. Een van die plekken ligt hoog op een heuvel met steile hellingen, de thuisbasis van een dorp met een historisch centrum dat is uitgeroepen tot cultureel erfgoed, omgeven door een kloof van geërodeerd, roodachtig gesteente dat doet denken aan de Grand Canyon. Dit dorp heeft niet alleen een ruig landschap, maar speelde ook een sleutelrol in de geschiedenis van het Iberisch schiereiland, aangezien de strategische ligging het eeuwenlang tot een twistpunt maakte tussen de islamitische en christelijke koninkrijken, aldus de omschrijving van een toeristisch georiënteerde site. De kloof van Arboleja is de moeite waard, en dan heb je dus de restanten van het oude kasteel, Aledo is een fraaie plek. Even verderop dan ook nog een heiligdom, het kan niet op. Voor de rit is het dan weer van belang om te melden dat de afdaling eindelijk begint zodra Aledo in beeld komt, al gaan we in eerste instantie niet zo lang omlaag. Een halve kilometer in dalende lijn, wel met meteen een paar stevige bochten erbij. We scheren langs wat rotswanden af, het zicht op de bochten is daarom niet perfect. De weg is wel breed, en het asfalt is behoorlijk goed. Als we eenmaal ons tussen de huizen van Aledo bevinden loopt de weg nog even kort omhoog, een halve kilometer gaat het net iets meer dan vals plat klimmen. Kort strookje aan 4%, maar het valt wel mee. Zoals deze hele rit wel meevalt. Dit is echt typisch zo'n rit waar de ploegen en ook de sprinters op voorhand naar hebben gekeken en hebben gedacht: jeetje, een klim op het eind, geen kans voor de sprinters. Maarja, dan gaan je de boel wat beter bekijken en stelt het allemaal niet zo gek veel voor. Dat blijkt ieder jaar het verhaal te zijn in de Vuelta, ik weet niet of de ploegen ooit gaan beseffen dat er veel meer kansen zijn voor de sprinters dan vooraf gedacht. Ieder jaar hetzelfde liedje. Met z'n allen naar de Renewi Tour, en wij zitten nu opgescheept met Bryan Coquard en Bastian Tronchon als winnaars van een etappe. Chapeau. De ploegen mogen me bellen als ze nog advies nodig hebben, zelf komen ze er blijkbaar niet uit. Op de top van het korte klimmetje na de klim slaan we bij een rotonde rechtsaf, even verderop gaat het bij de volgende rotonde naar links. Hierna gaan we verder met dalen, wederom een gemiste kans. Bij de tweede rotonde hadden we ook rechtsaf kunnen slaan, om alsnog naar Collado Bermejo te rijden. Ik blijf het herhalen, je kunt niet door deze regio fietsen zonder die klim met een bezoekje te vereren. Maarja, dat doen we wel, en dus krijgen we vandaag weer een sprint en die zal dan vast gewonnen worden door Hugo Hofstetter ofzo.
![aledo-murcia_1d479c1d_250508111406_1200x900.webp]()
![Aledo_18.jpg?utm_source=en.wikipedia.org&utm_campaign=index&utm_content=original]()
Na de rotondes in Aledo dalen we nog drie kilometer verder, al is het een afdaling die continu onderbroken wordt. We komen op een brede weg terecht en deze loopt in eerste instantie een kilometer rechtdoor omlaag, voor het een halve kilometer omhoog zal gaan aan een procent of vier. Na dat hupje loopt de weg dan weer een kilometer vals plat naar beneden, volgt er wederom een knikje omhoog en dan dalen we weer vals plat verder. Steeds rechtdoor over een brede weg, een soort van uitgerekt pumptrack is het hier. En dat gaat eigenlijk maar door, want als we deze drie kilometer achter de rug hebben loopt de brede weg weer twee kilometer vals plat omhoog. Dat stelt weer weinig voor, het gaat aan 3% omhoog. We rijden 12 kilometer lang over dezelfde weg, dit zijn ondankbare stroken voor eventuele aanvallers. Je kijkt kilometers voor je uit, je blijft hier eeuwig in beeld. De omgeving is plots weer leeg, zodra we de Sierra Espuña achter ons laten. Het is weer zo'n weg die we vandaag al veel hebben gezien, als we na de strook vals plat omhoog ook nog een kilometer vals plat omlaag rijden is het daarna een kilometer of vier zo goed als vlak. Vlak, breed, recht, in een leeg decor. Van de hel reden we kort door de hemel, dit is weer de hel. Aan het eind van deze lange weg door de nietszeggende leegte van Murcia slaan we op 19 kilometer van de aankomst linksaf, na deze bocht volgen we dan weer acht kilometer een andere brede weg. We rijden rechtdoor richting finishplaats Lorca, steeds een beetje vals plat omlaag. Weer zo'n weg die met wind heel leuk was geweest, maar het gaat natuurlijk niet waaien. Doordat het steeds vals plat omlaag loopt zal het wel voelen alsof er sprake is van rugwind, we zijn voor we het weten in Lorca. Rechtdoor over een brede weg met redelijk asfalt langs eindeloze akkers, meer valt er niet van te maken. Dichter bij Lorca in de buurt komen we wel iets meer tussen de heuvels terecht, in deze lege omgeving verschijnen er wat nieuwe bergen in beeld, maar de weg zal toch vooral vlak blijven. Op dik 10 kilometer van de aankomst komen we uit bij een rotonde, hier gaat het naar links en daarna rijden we tot op zes kilometer van de finish vooral rechtdoor, Lorca binnen. In vier kilometer tijd komen we alleen enkele rotondes tegen, terwijl de weg die eeuwigdurend vals plat omlaag liep nu gewoon helemaal plat begint te worden. Langs een paar cementfabrieken af rijden we rechtdoor over een brede weg de finishplaats binnen, waar de organisatie het noodzakelijk heeft geacht om toch een technische finale neer te leggen. Bij het binnenrijden van Lorca zien we op een heuvel boven de stad het lokale hoogtepunt liggen: een kasteel. Daar loopt een mooie geasfalteerde weg naartoe, waar in het verleden in andere koersen ook wel eens gebruik van is gemaakt. Ik zag daar de Vuelta ook wel voor aan, maar nee, we finishen beneden, onder de heuvel. Zonde, een ouderwetse finish bij een kasteel was leuk geweest. Op zes kilometer van de aankomst zitten we in Lorca en hier komen we twee rotondes tegen, waar we twee keer schuin naar links gaan. We nemen vervolgens een schuine bocht naar rechts en duiken een iets smallere straat in. In deze straat volgt er al snel een haakse bocht naar links, waarna we twee keer wat flauwer rechtsaf slaan. Bochten zat, in ieder geval. De renners bereiken de Calle Mayor en in deze winkelstraat wordt het weer breder, maar niet minder bochtig. Al snel slaan we kort achter elkaar twee keer rechtsaf, dit zijn wel twee brede bochten. Op vijf van de meet slaan we vervolgens bij een rotonde met nieuw zicht op het lokale kasteel linksaf, hierna rijden we snel door naar de volgende rotonde waar dan weer een brede bocht naar rechts volgt. Hierna wordt het even iets rechter, we kunnen niet aan de gang blijven. De renners rijden over een brug heen en pakken ze nog wat hoogtemeters mee. Aan de andere kant van de brug gaat het dan ook weer even omlaag, na een lopende bocht naar links bereiken we een rotonde en hier mogen de renners rechtdoor. Over een zeer brede weg rijden we nu de laatste vier kilometer binnen, op nog een rotonde na waar er wat flauw bochtenwerk aan te pas zal komen gaat het nu zowaar redelijk rechtdoor tot op drie kilometer van het eind. Op drie van de meet komen we een nieuwe rotonde tegen, een breed exemplaar. We slingeren er aan de rechterkant omheen en rijden daarna weer een kilometer rechtdoor verder over een brede en zo goed als vlakke weg. Eenmaal in de laatste twee kilometer volgt er een enorm brede bocht naar rechts, een heerlijke bocht om doorheen te scheuren. De renners rijden na de bocht over een viaduct heen, het loopt dus een paar meter omhoog. Aan de andere kant van het viaduct loopt het dan weer licht naar beneden, waarna we bij de volgende rotonde wat scherper rechtsaf slaan. Deze bocht heeft een versmalling tot gevolg, een belangrijk punt aangezien we inmiddels in de laatste 1500 meter zitten. Na deze bocht wordt de weg weer breed, we rijden door bepaald niet het mooiste deel van Lorca de slotkilometer binnen. In aanloop naar de slotkilometer kent de weg nog een gek hobbeltje, we gaan nog eens een paar meter omhoog en dan weer omlaag. Hierna loopt de weg een meter of 300 wat vals plat omhoog, terwijl we de slotkilometer betreden. Het wordt toch weer geen volledig vlakke slotkilometer, maar dat is niet eens het grootste bezwaar. We rijden een kilometer zo goed als rechtdoor, prima, maar dan volgt er op 400 meter van het eind een terugdraaiende bocht van 180 graden. Geen soepele bocht, nee, hier moet je toch behoorlijk in de ankers en verlies je veel van de snelheid. Geen idee welke dronkaard dit heeft verzonnen, echt een heel slecht idee. Normaal staat er in deze bocht ook nog een verkeerseiland, die zullen ze voor de gelegenheid verwijderen, maar dat maakt dit nog steeds geen goede aankomst. Van 0 moet je na die bocht weer optrekken en dan is het nog maar 350 meter tot de aankomst, lekker dan. Na deze malle bocht loopt de weg in de laatste meters van de rit dan wel weer volledig rechtdoor. Honderd meter breed ook ineens, hadden we deze straat niet eerder kunnen vinden? Tot aan de finish loopt deze brede straat een beetje zeurend vals plat omhoog, maar dat zal minder bepalend zijn dan de positionering richting de laatste bocht. Lekker gewerkt weer, Kiko Garcia.
![8fG7hr0.png]()
![qRw8whM.png]()
![gqAPDUf.jpeg]()
![CARRETERA-DE-GRANADA-DE-LORCA-2019-683x1024.jpg]()
De elfde rit van deze Vuelta eindigt in Lorca, de stad waar in de Vuelta van 2017 de elfde rit van start ging. Die rit zou eindigen boven op Calar Alto, de berg waar we morgen ook naartoe gaan. En zo is er weer een cirkeltje rond. Voor de laatste aankomst in Lorca moeten we dan weer terug naar 2010, toen zou de vijfde rit hier eindigen, een behoorlijk vlakke rit. Het eindigde in een massasprint en in die tijd kon Tyler Farrar er nog wat van, dus won hij. De keer ervoor dat men nog eens in Lorca was is dan weer een eeuwigheid geleden. In 1970, om precies te zijn. De vierde rit van die Vuelta zou eindigen in Lorca, met winst voor de Belg Jean Ronsmans, waarna de vijfde rit vertrok in deze stad. Die rit zou eindigen in Calpe, waar Luis Pedro Santamarina zou winnen en waar René Pijnen de leiderstrui overnam van Domingo Perurena. Ook in 1950 ging er een rit van start in Lorca, eindigend in Granada. We kunnen concluderen dat de Vuelta niet vaak in deze stad te vinden is, al fietsen we er soms wel doorheen. In 2022 reden we door Lorca heen op weg naar Cabo de Gato, de idyllische plek waar Kaven Groves uiteindelijk de sprint zou winnen. We bevinden ons in Murcia, de lokale koers komt hier ook wel eens voorbij. In 2014 kende de Vuelta Ciclista a Murcia een aankomst in Lorca, we zouden toen op een andere plek eindigen. We gingen vanuit de stad omhoog naar het kasteel, dat had ik nu ook graag gezien. Een echte muur is het niet, maar het had een leuker sprintje opgeleverd dan wat we nu te zien krijgen. De winst bleef in Murcia, bij het kasteel van Lorca klopte Alejandro Valverde Tiago Machado en wijlen Davide Rebellin. In de Ronde van Murcia kwamen ze vaker langs in Lorca, maar zeker niet altijd bij het kasteel. Zo wist de gezellig dikke Graeme Brown hier zelfs twee jaar op rij te winnen, dat moet dan dus wel een vlakke aankomst zijn geweest. Jose Ivan Gutierrez won in de Ronde van Murcia van 2004 dan weer een tijdrit, het lukte hem toen zelfs om Lance Armstrong te vloeren. Het was pas maart, Lance had er nog niet zoveel zin in. De Ronde van Andalusië schijnt hier ook wel eens te zijn gepasseerd, terwijl dit toch echt Murcia is. Het piepkleine fenomeen Vicente Belda zou hier in die koers gewoon een tijdrit gewonnen hebben, allemachtig. Lorca is overigens een stad met bijna 100.000 inwoners, het is na Murcia en Cartagena de derde stad van de regio. Lorca is een behoorlijk oude stad, al 5500 jaar wonen hier onafgebroken mensen. In de middeleeuwen hadden de Moren het hier voor het zeggen. De stad heette toen Lurqa, wat 'het gevecht' schijnt te betekenen. Deze naam is vrij accuraat gekozen, omdat er hier door de eeuwen heen behoorlijk wat gevochten is. Eeuwenlang was Lorca een grensstad, liggend tussen het Christelijke koninkrijk van Murcia en het Moorse koninkrijk van Granada. Uit deze tijden komen we nog wat restanten tegen, zoals het imponerende kasteel van Lorca, dat hoog boven de stad ligt. Het kasteel is van middeleeuwse oorsprong gebouwd tussen de 9e en 15e eeuw. Het ligt op de top van een heuvel en de buitenmuren volgen de contouren van de heuvel. Het kasteel is zo’n 640 meter lang en maximaal 120 meter breed en is daarmee een van de grootste kastelen van Spanje. Een van de grootste kastelen van Spanje, en daar hadden we probleemloos kunnen finishen, broddelwerk! Op het kasteelterrein staan nog twee grote torens, waarvan de Alfonsinatoren de grootste en belangrijkste is. Deze toren is vernoemd naar koning Alfonso. De toren is bijna 30 meter hoog en de muren zijn vier meter dik. Er zijn drie verdiepingen en een dakterras, allen toegankelijk via een interne trap, heel gaaf. De Espolóntoren staat in de westhoek van het kasteel. Deze lijkt veel op de Alfonsinatoren, maar is kleiner. De toren is vierkant met zijden van 13 meter en telt twee verdiepingen en een kelder. Het dak is omgeven door muren met kantelen. Op het kasteelterrein is tevens een parador gebouwd, iedere Vuelta komen we ook wel weer een aantal paradors tegen. Beneden, in het centrum van de stad, kom je ook nog een aantal mooie gebouwen tegen. Uiteraard een paar kerken, maar ook nog wat andere aardige bouwwerken rond de Plaza de España. Lorca beschikt voorts ook nog over een archeologisch museum, waar ze naar verluidt over een aardige collectie beschikken. Geografisch gezien ligt Lorca niet echt op een bijzonder gunstige locatie. In deze regio hebben ze nog wel eens te maken met aardbevingen, zo ook in 2011. Toen was er zelfs sprake van een behoorlijk zware aardbeving, waarbij negen mensen om het leven kwamen. Een aantal historische gebouwen liepen ook behoorlijk wat schade op. Het zojuist genoemde kasteel liep bijvoorbeeld flinke schade op, een van de torens kwam er niet heel goed vanaf. Ze hebben de boel proberen te herstellen, maar blijkbaar kun je de aardbevingsschade nog steeds zien. Verder is het best opvallend dat Lorca een professionele voetbalclub heeft die op hoog niveau acteert. Lorca FC, gevestigd in het gehucht La Hoya net buiten de stad. Een club, die in 2003 werd opgericht en toentertijd uitkwam op het zesde niveau. Sinds 2003 heeft de club zich opgewerkt naar de Segunda Division, het tweede niveau van Spanje. Een soort van modern sprookje dus, hoewel de club sinds vorig jaar wel eigendom is van een rijke Chinees. Dat is dan weer minder sprookjesachtig. Dat laatste komt uit de voorbeschouwing uit 2017, het bleek ook niet echt een sprookje te zijn: Op het einde van het seizoen 2017-2018 zou de ploeg echter op een voorlaatste plaats eindigen, waardoor de degradatie volgde. Door de financiële problemen volgde nog een administratieve degradatie, waardoor de ploeg tijdens het seizoen 2018-2019 aantrad in de Tercera División. Op het einde van het seizoen 2020-2021 ging het van kwaad naar erger en degradeerde de ploeg zelfs naar de reeks Preferente. Tijdens het seizoen 2021-2022 trok de ploeg zich om financiële redenen terug uit de competitie. Zo gaf de ploeg vanaf 6 februari 2022 alle wedstrijden forfait. Dit zou het einde van de ploeg betekenen. Lorca FC bestaat dus niet meer, groot succes. Die Chinees probeerde de boel nog te verkopen, maar zoals wel vaker zijn investeerders in het voetbal niet zo te vertrouwen. Ik lees verder nog dat we Lorca ook wel de 'barokstad' mogen noemen dankzij de belangrijke barokke monumenten in het historische centrum. Een charmant centrum en een kicken kasteel, smullen! Mogen we tot slot niet vergeten te melden dat er met Juan Zurano een voormalig ritwinnaar in de Vuelta uit de stad afkomstig is.
![1280px-Castle_of_Lorca_1.jpg?utm_source=nl.wikipedia.org&utm_campaign=imageinfo&utm_content=thumbnail]()
[ Bericht 0% gewijzigd door Rellende_Rotscholier op 02-09-2026 07:17:00 ]