Etapa 8: Puçol - Xeraco, 171 kmEen rit voor de vluchters waarin de eerste vluchters van de dag het halen, dat is altijd een beetje onbevredigend. Onderweg naar Valdelinares was Wout van Aert de eerste aanvaller van de dag, Leknessund zat in zijn wiel en ook Milan Vader was mee. Deze drie renners reden weg en ze kregen meteen een mooie voorsprong cadeau. Er sprong een tweede groepje weg, maar dit groepje bleek niet in staat het gat te dichten. Daarachter werd de weg meteen geblokkeerd in het peloton, het peloton viel verbazingwekkend snel stil. Wellicht is er een soort defaitisme in de kopjes van de renners geslopen, heel veel jongens hebben misschien geen zin meer om in de aanval te gaan als de kans toch groot is dat veelvraat Pogacar zelf wil winnen. Dat is dus echt het vermoorden van de koers, als je alle zin om te racen uit je concurrentie weet te meppen. Gelukkig herpakten de renners zich, vooral met dank aan Astana. Zij besloten op kop te gaan rijden en onder aanvoering van die ploeg werd het tweede groepje gegrepen. De drie koplopers reden wel nog vooruit, Van Aert beschikte zowaar een keer over goede benen en het lukte niet om hem tot de orde te roepen. Vanuit het peloton volgden er nieuwe aanvallen, uiteindelijk reed er een grote groep weg. Milan Vader was ondertussen vooraan gelost, hij lijkt in zijn contractjaar vooral voorafgaand aan de Vuelta gepiekt te hebben. In de nieuwe groep die wegreed uit het peloton zat iemand als Pedersen, maar ook jongens als Bisiaux en Dunbar. Best een mooi groepje, dat tot op een halve minuut van de kopgroep wist te komen. Maar daarna slabakte het tempo dan weer, het laatste gat dichten bleek teveel gevraagd. Dat was dan weer het signaal voor een aantal renners om vanuit de tweede groep weg te rijden, Lutsenko, Dunbar en Johannessen reden met z'n drieën weg en met een kleiner groepje bleek het wel mogelijk te zijn om naar de kop van de koers te rijden. Ze sloten aan en zo reden we verder met een kopgroep van vijf. Daarna was het de rest van de rit de vraag of de achtervolgende groep nog aan kon sluiten. Het antwoord bleek nee te zijn. Het werd daardoor best een gekke koers. Vooraan een groep van vijf, daarachter de achtervolgende groep, en dan het peloton. Dat peloton verloor steeds meer tijd, Pogacar besloot een keer niet voor de ritzege te gaan. We zouden na zeven dagen voor het eerst een andere winnaar dan Brennan of Pogacar krijgen, bizarre statistiek. Ik vond het uiteindelijk maar een saaie rit, op een bepaald moment ging de achterstand van G2 naar 1:30 en daar veranderde niet veel aan. Een keer een tempoversnelling waarna we naar de minuut gingen, maar net zo snel zaten we dan ineens weer op 1:40. Er was weinig spanning, het werd duidelijk dat G2 het niet ging doen. Het peloton ging het ook niet doen, en dus mochten de vijf vooraan het gaan uitvechten.
In het peloton zagen we ondertussen een klein incidentje, Luca Van Boven werd onderuit gereden door een renner van Astana. Leverde hem twee gebroken ribben en een klaplong op, het zit Lotto weer eens niet mee. Widar had het ook weer lastig, al vind hij het niet leuk dat ik dit benoem. Sorry, Jarno. Wel weer grappig dat zo'n Widar precies laat zien wat je van hem verwacht. Een hoge piek, daarna een ontzettend diep dal. Hij is regelmatig in zijn onregelmatigheid. Aan het eind van de rit zaten twee niet al te lastige beklimmingen en op de voorlaatste klim zagen we in de tweede groep iets van een versnelling. De groep werd uitgedund, waarbij iemand als Bilbao snel afhaakte. Geen benen in zijn laatste Vuelta, erg jammer. Knecht voor renners als Buitrago en de jonge Omrzel, je hoopt dan toch op iets meer. Ondanks de versnelling in de tweede groep zakte de voorsprong van de koplopers niet onder de minuut, in de korte afdaling richting de slotklim liepen ze zelfs weer uit. Op de slotklim zagen we dan weer vrij snel een versnelling van Andreas Leknessund. Twee knakworsten vooraan, de op papier mindere knakworst mocht als eerste aanvallen. Wout moest dan reageren, waarna Johannessen in de aanval kon gaan. Wout bleek alleen niet in staat om te reageren. Leknessund was meteen gevlogen. Ook Dunbar en Lutsenko konden niet mee, na een dag waarin je het eigenlijk met slechts vijf koplopers moet doen blijkt de eerste de beste aanval beslissend te zijn, dit was geen bevredigende etappe. Gaat Pogacar er een keer niet voor, is het alsnog saai, altijd tegen ons. Met zijn grote versnelling en zijn ontzettend lelijke stijl ploegde Leknessund voort, zijn voorsprong op Van Aert en Johannessen liep snel op naar 40 seconden. Vanuit de tweede groep zagen we de onbekende Colombiaan Juan Felipe Rodriguez in de aanval gaan. Op 1 augustus een profcontract getekend, op 28 augustus deed hij al mee voor een ritzege in de Vuelta. Alleen Sosa reageerde op zijn aanval, de Colombiaan die nooit goed is in een grote ronde reed nu zowaar best aardig rond. Maar niet aardig genoeg, de twee Colombianen kwamen merkwaardig genoeg geen seconde dichter te opzichte van Leknessund. De Noor had een wonderdag, de man die dit jaar al zes keer tweede werd leek eindelijk op weg naar een overwinning. Vooral in de Giro viel dat op, hij werd in die ronde drie keer tweede. Nu was het bij de eerste de beste aanval meteen raak, hij won op afgetekende wijze in het skigebied van Valdelinares. De eerste Vuelta van Uno-X, meteen een ritzege. Op de dag dat ze wegens het overlijden van de Noorse koning met rouwbanden reden wisten ze zelfs eerste en tweede te worden, richting het eind liet Johannessen Van Aert achter en dus was er sprake van Noorse dominantie. Johannessen is nu dit jaar ook zes keer tweede geworden, ergens dus wel poëtisch dat ze samen met Van Aert op pad waren. Wout mocht het nu doen met een derde plek, onderweg toch een beetje teveel met zijn krachten gestrooid. Zeer goede benen, toch maar mooi de hele dag op kop gereden, maar aan het eind was hij niet opgewassen tegen de Noren. Hij deed wel goede zaken met het oog op de puntentrui, die is nu in zijn bezit. Vanuit G2 bleek Omrzel de beste te zijn, hij reed Rodriguez en Sosa nog voorbij. Hij eindigde op een minuut van Leknessund, dat was ook ongeveer het verschil aan de slotklim. Een terechte overwinning dus, als je het zo bekijkt. Jammer dat er totaal geen spanning was, als we zelfs op een dag voor de vluchters geen spektakel krijgen wordt dit een wel heel vervelende Vuelta.
Richting het eind van de rit kwam er vanuit het peloton wel nog een versnelling, nadat UAE wat voorzichtig controlerend werk deed, waarbij de voorsprong van de koplopers opliep naar zeven minuten, besloot Decathlon nog maar eens te versnellen. Vooral de op latere leeftijd ineens een wonderklimmer geworden Mühlberger gooide er weer een gruwelijke beurt uit. Op de slotklim naar Valdelinares werd het hele peloton uit elkaar gereden, toen Gall na het werk van zijn ploeggenoten aanviel hielden we bijna niemand meer over. Pogacar zat uiteraard meteen op het wiel, Mas ging met enige moeite ook mee. Onley en Roglic haakten af, Carapaz haakte nog net iets meer af. Het werk van Decathlon was blijkbaar niet echt naar de zin van Pogacar, dus besloot de nukkige Sloveen, mentaal in zijn peuterpuberteit blijven steken, er dan maar weer een lap op te geven. Uiteraard reed hij weg van Gall, die op zijn beurt weer weg wist te rijden van Mas. De verschillen bleven evenwel beperkt, zoals de verschillen op Valdelinares altijd beperkt blijven. In de provincie Teruel, waarvan men zich soms afvraagt of het wel bestaat, was het volk enorm op de afspraak, maar de klim levert eigenlijk nooit. Leuk dat Aramón alle lokale skigebieden onder de aandacht wil brengen, alleen jammer dat de weg naar bijna al die skigebieden toe niet echt de moeite waard is. Een beetje een nutteloze rit uiteindelijk, maar in die categorie heb ik er nog eentje in de aanbieding. We duiken het tweede weekend van deze Vuelta in en we krijgen op zaterdag een zo goed als vlakke rit voorgeschoteld. Een klimmetje aan het eind, maar op dat klimmetje gaat weinig gebeuren. Er gaat waarschijnlijk gesprint worden, en dat op een zaterdag. Zou verboden moeten worden.
![UihUZ4F.png]()
![S55GhoNBCP7eK4zcDJfSHd-1200-80.jpg]()
De achtste rit gaat van start in Puçol, een dorpje op een paar kilometer van de kust in de regio Valencia. Richting het eind van de vorige rit waagden we ons aan een kort uitstapje richting Aragón, bij de start van de vorige rit zijn we weer terug in Valencia. Daar gaan we van start op een plek waar we nog nooit zijn geweest, Puçol had nog nooit eerder de eer de Vuelta te mogen ontvangen. Wel zijn er hier al andere koersen gepasseerd, zo won niemand minder dan karnemelkhoofd Frans Maassen hier in 1991 een rit in de Vuelta Ciclista a la Comunidad Valenciana. Dat was rit 5b, eerder op de dag eindigde rit 5a ook al in Puçol, die rit werd dan weer gewonnen door Søren Lilholt. Hij klopte Adrie van der Poel, we hadden in Puçol op dezelfde dag bijna twee Nederlanders aan het feest gehad. Puçol wordt ook wel Puzol genoemd, het eerste is de Valenciaanse naam en het tweede de Spaanse. Uit het dorp, onderdeel van een gemeente waar in totaal 21.298 mensen wonen, is met Gonzalo Bayarri een voormalig prof afkomstig, hij reed jarenlang voor Jazztel-Costa de Almeria voor hij de overstap maakte naar het iconische Phonak. Bij Phonak reed hij rond met fenomenen als Tyler Hamilton, Oscar Sevilla, Santi Perez, Oscar Peirero, Alex Zulle, Tadej Valjavec, Oscar Camenzind en ga zo maar door. Zijn laatste jaar bij die ploeg was in 2004, toen onder meer Hamilton en Camenzind tegen de lamp liepen. Bayarri, die in 2002 uit het niets doorbrak door derde te worden in de Ronde van het Baskenland en de Subida al Naranco in Asturië te winnen, kon daar bij Phonak ondanks de aanwezige ondersteuning geen vervolg aan breien. Hij stapte in 2024 af in de Vuelta en we zagen hem daarna nooit meer terug. Een Induraintje, maar dan iets meer low profile. Op z'n 28e al gestopt, toch ook weer een opmerkelijke carrière. Hij komt dus uit Puçol, een plaats waar comunitatvalenciana.com het volgende over weet te melden: Puçol, een stad die wordt gekoesterd door de mediterrane bries en omgeven door een prachtig natuurlandschap. Je plannen in Puçol, Valencia, brengen je van de zee naar een stadscentrum waar traditie nog steeds hoogtij viert. En maak je klaar om nieuwe vogelsoorten te ontdekken in een prachtige natuurlijke omgeving! Noteer de meest iconische plekken en plan een vakantie die perfect aansluit op jouw wensen. Je kunt je bezoek aan Puçol beginnen met een ontspannen wandeling door de centrale straten met traditionele huizen. Je zult genieten van het bijzondere licht in deze hoek van L'Horta Nord, omgeven door velden en vlakbij de zee. Op sommige gevels ontdek je goed bewaard gebleven keramische altaarstukken met religieuze thema's, waarvan sommige dateren uit het einde van de 19e eeuw. De bouw van de parochiekerk Los Santos Juanes begon aan het einde van de 16e eeuw. De kerk staat aan een aangenaam plein met een prachtige sfeer. Loop verder en bewonder de oude uitkijktoren, bekend als La Torreta, die volledig is geïntegreerd in het stadsbeeld van Puçol. Uw lijst met bezienswaardigheden in Puçol zou niet compleet zijn zonder een bezoek aan de windmolen aan de rand van de stad, met zijn ronde plattegrond uit de late 19e eeuw. Van daaruit raden we u aan een bezoek te brengen aan het gemeentelijke natuurpark La Costera, een heuvel die deel uitmaakt van de uitlopers van de Sierra Calderona en waar bewegwijzerde paden u een adembenemend uitzicht bieden. Om even in te breken bij deze prachtige beschrijving: van de windmolen is alleen nog het karkas over, het lijkt eerder op een overgebleven toren van een kasteel. Als we naar de kust gaan, komen we langs de Marjal dels Moros, een enclave van enorme ecologische waarde die het deelt met Sagunto. Het is uitgeroepen tot speciaal beschermd vogelgebied en herbergt een grote verscheidenheid aan soorten, zoals sternen, strandplevieren, futen en nog veel meer. Neem je verrekijker mee! Om je route af te sluiten, kun je een wandeling maken langs het strand van Puçol, met gemakkelijk bereikbare plekken en fascinerende rotsachtige zeebodems die perfect zijn om te duiken. Begin nu met het plannen van je vakantie naar Puçol! Wow, dwingend wel, comunitatvalenciana.com. Wel een beschrijving waar we iets mee kunnen. Zoals veel plaatsen aan de kust is er hier ook weer een dorp in het binnenland, met een dependance aan de zee. In het binnenland ligt Puçol, even verderop ligt Platja de Puçol. De renners gaan van start in Platja de Puçol, want dat is natuurlijk het toeristische gedeelte. Langs het strand zie ik een etablissement zitten met de naam Heladería Bayarri, zou onze vriend Gonzalo een Ricco'tje hebben gedaan en tegenwoordig ijs verkopen? Gezien de reviews komen er vooral veel Nederlanders en Belgen op bezoek, dat lijkt me dan weer voldoende reden om vooral niet naar Puçol te gaan.
![Playa-vista-aerea-definicion-media.jpg]()
![Playa_de_Puzol_MG_0049.jpg?responsive]()
![6frpD4I.jpeg]()
Voor we beginnen met de rit even een belangrijke check. Gaat het waaien? Nee, het gaat niet waaien. Oké, mooi, dan hoeven we daar geen rekening mee te houden. We gaan een vrij vlakke rit afwerken, steeds in de buurt van de kust, dat had dus een factor kunnen zijn. Niet het geval, het wordt dus een waanzinnige floprit. En dat in het weekend, goed geregeld. De renners gaan van start aan de kust, bij het strand van Puçol. Tijdens de neutralisatie rijden ze vervolgens naar het dorp Puçol toe, een stukje landinwaarts. Voorbij Puçol beginnen we aan een etappe die door L'Horta de Valencia voert, het historische en vruchtbare landbouwgebied rond de stad Valencia. In de Vuelta van 2019 reden we ook al eens door Puçol heen, op weg naar El Puig. Tijdens de vierde rit van die Vuelta reed het peloton van Cullera naar El Puig en die rit lijkt erg op deze rit. Een groot deel van het parcours van die etappe werken we nu in tegengestelde richting af, Fernando Escartin maakt het zichzelf soms ook graag makkelijk. In El Puig, niet ver van Puçol, won toen Jakobsen de sprint voor Sam Bennett en Fernando Gaviria, dat is een extreem grappig uitslag als je kijkt naar hun hedendaagse gebrek aan prestaties. Maar bon, tijd om te beginnen. Na de neutralisatie rijden we voorbij Puçol eventjes rechtdoor de stad Valencia tegemoet, over een rechte weg rijden we langs El Puig af terwijl we continu door de bebouwde kom rijden, plaatsen als La Pobla de Farnals en Massamagrell passerend. De renners rijden over een brede weg vooral langs wat industrieterreinen af, ze worden in het begin niet getrakteerd op het mooiste stukje Valencia. De weg is breed, recht en vlak, het enige nadeel is dat we wel een hoop rotondes tegenkomen. In de eerste acht kilometer van de etappe liggen er tot in Meliana een stuk of 12, wat dat betreft is het eigenlijk niet eens zo'n rechte tocht. Al gaan we bij al die rotondes wel rechtdoor, pas in Meliana volgt er meer bochtenwerk. Na een tijd wijken we van de brede weg vol rotondes af om een bochtig tochtje door het centrum van dit dorp te rijden waar we doorgaans ook passeren op weg naar Valencia in de laatste rit van de Ronde van Valencia. Na deze passage komen we buiten het dorp op een brede weg terecht die ons naar Vinalesa brengt, voor het eerst vandaag laten we de industrieterreinen achter ons om wat meer tussen de boomgaarden terecht te komen. Verder hoef je eigenlijk weinig te zeggen over het begin van de rit, we rijden door wat dorpjes heen en daar liggen wat bochten en rotondes en ook wel wat verkeersremmend spul, maar goh, ja, het zal allemaal wel. Voorbij Vinalesa steken we de Carraixet over en daarna bereiken we na 14 kilometer Moncada, hier is de doortocht in het centrum wel even behoorlijk technisch. Buiten Moncada rijden we voorbij nog wat meer rotondes nog eens over de Carraixet om vervolgens te beginnen aan een lange strook vals plat richting Náquera. Tussen een eindeloze reeks boomgaarden in rijden we over een brede weg die nog steeds wordt onderbroken door de nodige rotondes na nog wat meer vlakke kilometers uiteindelijk een kilometer of zeven vals plat omhoog. In dit stuk komen we net iets meer dan 100 meter hoger uit, het mag duidelijk zijn dat er van echt klimwerk geen sprake is. Dit is een vreselijke aanloop, het lijkt mij bijna gegarandeerd dat je hier een renner van Burgos samen met eentje van Kern Pharma weg ziet rijden en dat was het dan. In de finale van deze rit zit wel een klimmetje, maar dat is geen klimmetje waar de sprinters veel angst voor hoeven te hebben. Deze rit gaat gecontroleerd worden door Visma, dit is weer een gouden kans voor Brennan. Wellicht maken de vluchters iets meer kans nu Pedersen rotslecht is en Lidl-Trek waarschijnlijk niet meer mee gaat helpen, maar ik zie het somber in.
![DE_Meliana.jpg]()
![Serra_7H9A7372.jpg?responsive]()
Na 27 kilometer bereiken we na een lange tocht langs boomgaarden en door kleine dorpjes heen het einde van de strook vals plat. We bevinden ons in de buurt van Náquera, al zullen we net niet door dat dorpje heen gaan rijden. In de omgeving van Náquera zijn we in de koers wel eens vaker te vinden, hier in de buurt liggen twee bekende beklimmingen. De niet al te lastige Port de l'Oronet hebben we wel eens in de Vuelta gezien, in de op deze rit gelijkende rit uit 2019 reden we in de finale over die berg heen. De buurman van de Port de l'Oronet is de veel lastigere Port del Garbi, een klim die de afgelopen jaren steevast is opgenomen in het parcours van de Ronde van Valencia. In de laatste rit rijdt men vaak over deze Garbi heen, waarna er een vlakke finale volgt. Dankzij de Garbi eindigt die rit bijna nooit in een sprint, al scheelde het dit jaar niet veel. Een kopgroepje bleef net vooruit, Raul Garcia Pierna ging met de zege lopen, een seconde of twee voor het aanstormende peloton. In een nieuwe koers, Classica Camp de Morvedre, tot nu toe gewonnen door Berrade en Scaroni, rijden we sinds 2025 van Estivella naar Estivella en in die koers rijden we twee keer over de Garbi heen. Dat is een klim met meerdere zijdes, de lastigste levert een klim op van vijf kilometer aan 9%. Het is mij een raadsel waarom we niet vanuit het vertrek naar Estivella zijn gereden om daarna de Garbi te bedwingen, dat had een veel leukere rit opgeleverd. Ideale kans om een sterke kopgroep te laten wegrijden, nu weet je zeker dat niemand zin heeft om in de aanval te gaan. In plaats van deze vlakke aanloop hadden we dus heel makkelijk geaccidenteerd terrein kunnen opzoeken, Kamervragen voor Escartin. Na de beklimming van de Oronet en de Garbi kun je afdalen richting Náquera, om vanuit Náquera nog wat verder naar beneden te rijden richting Bétera. Wij laten het klimwerk liggen, maar voorbij Náquera rijden we wel rechtdoor Bétera tegemoet. In iets van zeven kilometer komen we nu 100 meter lager uit, van een echte afdaling zal dus ook geen sprake zijn. Heel licht vals plat omlaag over een brede en behoorlijk rechte weg, een weg die we in de Vuelta van 2019 in tegengestelde richting af hebben gewerkt. Sowieso rijden we vanaf nu een kilometer of 80 precies dezelfde route af, maar dan omgekeerd. Nu is 2019 al lang geleden en is er natuurlijk niets blijven hangen van een rit gewonnen door Jakobsen, maar toch. Zonder veel problemen bereiken de renners na 33 kilometer Bétera, een stadje met een kasteel. In Bétera volgt een bochtige tocht om het centrum heen, waarna we buiten het centrum op een weg vol rotondes terechtkomen. Dat is zo'n beetje het verhaal van de dag, het hele gebied rond Valencia ligt bezaaid met allerlei dorpen en steden en in dit stedelijke gebied hebben ze een recordaantal rotondes weten neer te leggen. Voorbij Bétera komen we er in een kilometer of 10 een stuk of 14 tegen, dat is genieten. Van Bétera, waar met Francisco Navarro een renner die in 1998 een Vueltarit won vandaan komt, rijden we naar San Antonio de Benagéber en op de rotondes na komen we in dit stuk van tien kilometer ook wat glooiend terrein tegen. Ik zie een keer een strook van een halve kilometer aan 5%, en dan nog wat vals plat werk tussendoor. We rijden deels door de Horta, de boomgaard, van Valencia, maar er blijft steeds minder boomgaard over. Dit hele gebied wordt steeds meer volgegooid met de ene na de andere
urbanización, de nieuwe woonwijken schieten als paddenstoelen uit de grond. Enfin, op de rotondes na is het wel een comfortabele weg. Breed, vrij recht, het glooiende karakter is te overzien. Via San Antonio de Benagéber rijden we L'Eliana binnen, in de bebouwde kom komen we uiteraard nog meer rotondes tegen. Heel even laten we hierna het stedelijk gebied achter ons, we dalen over een brede weg kort af naar de Túria, de rivier die in 2024 overstroomde toen de regio Valencia geteisterd werd door hevige regenval veroorzaakt door het weerverschijnsel DANA. Voor we de Túria kunnen oversteken komen we nog een paar rotondes tegen, daarna volgt er aan de andere kant van de rivier een kort klimmetje richting het centrum van Riba-roja de Túria. De weg loopt een halve kilometer aan 6% omhoog, nou nou. Daarna loopt het nog wat verder vals plat omhoog, terwijl we via talloze bochten door het centrum van Riba-roja de Túria slingeren. Hier hebben we 46 kilometer afgewerkt, geschiedenisloze kilometers.
![3.jpg?responsive]()
![galeria-turismo-ribarroja.jpg]()
Van Riba-roja de Túria rijden we enkele kilometers langs de Túria door het Parc Naturel del Túria naar Vilamarxant. We rijden vier kilometer rechtdoor over een brede en vlakke weg, na vandaag al een stuk of 100 rotondes te hebben gezien komen we ze nu zowaar even niet tegen. Eenmaal in Vilamarxant komen we wel weer wat bochten tegen, in het centrum slaan we uiteindelijk linksaf om daarna op een weg terecht te komen die ons naar Cheste gaat brengen. Over een brede weg rijden we in de komende tien kilometer vooral in stijgende lijn richting dat plaatsje, in de eerste acht kilometer van die tien loopt de weg steeds een beetje vals plat omhoog. We komen in dit stuk een meter of 150 hoger uit, dat heeft dus allemaal weer geen naam. Ik neem een kilometer aan 4% waar, en verder dus alleen maar heel erg plat vals plat. Buiten Vilamarxant komen we weer een aantal rotondes tegen, verder volgen we een brede en rechte weg door een omgeving vol wilde begroeiing. Vlak voor we Cheste bereiken loopt de weg een kilometertje omlaag, zonder gevaar, waarna we weer verder vals plat omhoog mogen rijden richting dit stadje dat we na 62 kilometer bereiken. In Cheste rijden we over een brede weg vol rotondes om het centrum heen, van het plaatsje zelf pakken we eigenlijk niets mee. Zoals we ook het bekendste stukje Cheste niet in beeld zien verschijnen, een paar kilometer verderop ligt het Circuito Ricardo Torno, een racecircuit waar jaarlijks een manche van de MotoGP wordt verreden. Als we Cheste achter ons laten rijden we 20 kilometer over een glooiende weg richting Monserrat, het enige bijzonder aan deze weg is dat ie net iets minder breed is. Over een wat smallere weg rijden we kilometers tussen de boomgaarden door, het is Valencia op z'n meest Valenciaans. De weg is ook glooiend, maar serieus klimwerk komen we toch niet tegen. Ik zie wel weer een kort klimmetje van een halve kilometer waar het iets steiler zal zijn, naderhand volgt er ook nog een kilometertje aan 4%. Dat is het zo'n beetje, qua hoogtemeters komen we bijzonder weinig tegen. Tussen de boomgaarden in passeren we in talloze dorpjes en we scheuren ook weer door de ene na de andere
urbanización. Cuesta del Sastre is een van die wijken, ik denk niet dat Carlos het heel warm had gekregen van deze rit. We komen ook wat korte stroken in dalende lijn tegen, met soms zelfs wat bochtenwerk erbij. Door de iets smallere weg stelt dit bijna iets voor, maar toch niet helemaal. Langs de kant van de weg zien we ook een tijd wat wijnranken, we rijden in deze omgeving ook langs een vrij potsierlijk kasteeltje, het Castell dels Sorells. Hier zit een wijnmakerij in, we trekken zelf een fles open om deze dag door te komen. Niet ver voorbij dit kasteel komen we weer op een bredere weg terecht, deze weg loopt probleemloos enkele kilometers omlaag richting Monserrat, waar we na 83 kilometer zullen passeren. Monserrat noemen ze in het Valenciaans Montserrat, da's wel een beetje onhandig. Je hebt natuurlijk de heilige berg in Catalonië met die naam, en er is ook nog een eiland in de Caribische Zee dat zo heet, dan valt deze Valenciaanse Montserrat ineens flink tegen. Een dorpje van niets, we rijden er snel doorheen, waarbij ik voor de renners hoop dat ze de paaltjes in het midden van de weg hebben weggehaald.
![1.jpg?responsive]()
![castell-del-sorrels-001.jpg]()
Van Montserrat rijden we over een zeer brede weg die wat rotondes kent naar Montroi toe, de komende kilometers loopt de weg vooral vals plat omlaag. Over dit deel van de route valt weinig te melden, of je moet willen weten dat het peloton ook in Montroi weer een rotonde tegenkomen. Na een bocht in het centrum van dit dorpje rijden we via een brug over de Magro heen, een rivier die we de komende kilometers gaan volgen. Langs de Magro is de weg steeds breed, als we van Montroi naar Real rijden is het wel even iets bochtiger. In deze omgeving vinden we de restanten van het kasteel van Montroi, we vinden in deze omgeving ook meerdere mogelijkheden om te klimmen waar we geen gebruik van zullen maken. Nee, we fietsen voorlopig langs de rivier en langs die rivier loopt de weg onmerkbaar vals plat omlaag. We rijden na een tijd de kloof van de Magro in, even laten we de boomgaarden achter ons en kunnen we genieten van een prachtig ongerept stukje natuur. Even wat rotsachtige taferelen, voor we onvermijdelijk de boomgaarden weer bereiken. Een paar kilometer later, als we bijna Llombai bereiken, is het weer van dat. Over een brede en rechte weg rijden we Llombai binnen, hier komen we enkele rotondes tegen en daarna rijden we weer vrolijk enkele kilometers rechtdoor verder. Nog steeds wat vals plat omlaag, maar dat zal amper voelbaar zijn. Van Llombai rijden we rechtdoor naar Carlet, de route laat zich ontzettend simpel samenvatten als een combinatie van een rechte weg langs boomgaarden met tussendoor zo nu en dan een rotonde. Zonder veel momenten van opschudding bereiken we na 101 kilometer Carlet, waar de weg nog vlakker wordt dan ie al was. Voorbij Carlet gaat de weg de komende 20 kilometer tot in Alzira volledig vlak zijn, het uitdagende karakter van de rit moet nu verzorgd worden door wat straatmeubilair in de talloze dorpjes die we de komende kilometers gaan passeren. In Carlet komen we alvast wat bochtenwerk en een verdwaalde drempel tegen terwijl we de doorgaande weg achter ons laten en over de Magro rijden. Via een weg die om de haverklap een rotonde kent rijden we een aantal kilometer in de richting van Alginet, al zullen we dit stadje nooit helemaal bereiken. Als we na weer wat kilometers langs talloze boomgaarden gereden te hebben uitkomen op een industrieterrein aan de buitenrand van Alginet maken we bij een rotonde rechtsomkeert om snel terug de boomgaarden in te duiken. In de Ronde van Valencia reden we dit jaar wél door Alginet heen, op de tweede dag van dat rondje werd er een individuele tijdrit verreden tussen Carlet en Alginet. Die tijdrit werd gewonnen door Remco Evenepoel, al telden de tijden niet mee voor het algemeen klassement omdat er een flinke woei stond. Die staat er nu niet, erg jammer. Over een soort van snelweg rijden de renners zonder Alginet te hebben gezien weer een aantal kilometer rechtdoor in de richting van Algemesí, waar in de Ronde van Valencia van 2025 dan weer een rit van start ging. Ooit kwam hier in de Vuelta zelfs een rit aan, in 2007 won Alessandro Petacchi hier in de sprint voor Paolo Bettini en Erik Zabel. In Algemesí rijden we wel door het centrum heen, dat wordt even een technische passage. Een stuk of zeven rotondes, wat ander bochtenwerk en ook wat vluchtheuvels. Algemesí is een van de plaatsen die in 2024 getroffen werd toen de hel losbarstte in Valencia, gooi de naam van de stad in Google en de schrijnende beelden verschijnen meteen op je beeldscherm. Het fraaie centrale plein, waar ze jaarlijks dan weer de onzalige traditie hebben om een tijdelijke Plaza de Toros te bouwen, stond ook helemaal onder water. Ze zijn wel een tijd bezig geweest om hier alles op te ruimen, wat een puinzooi was me dat. Na heel wat bochten en rotondes komen we buiten Algemesí terecht op een weg die toch ook weer de nodige rotondes kent. Op al die rotondes na rijden we verder rechtdoor op een vlakke manier richting Alzira, een plaats die we na 120 kilometer gaan bereiken. We steken in deze ommuurde stad de rivier Jucár over en komen vervolgens nog eens vier rotondes tegen. De wegen blijven breed en goed, maarja, die rotondes, hè. In Alzira is de koers vaker gepasseerd, zo ging hier in de Vuelta van 2009 een rit van start die zou eindigen boven op Alto de Aitana, de klim waar we morgen de eerste week van deze Vuelta gaan afsluiten. In de Ronde van Valencia hebben we dan weer regelmatig mogen sprinten in Alzira, Dylan Groenewegen werd hier in 2016 de voorlopig laatste winnaar. Hij plaatste zijn naam op de erelijst naast Mathieu Hermans, Daniele Bennati en Erik Zabel, niet onaardig. Ook niet onaardig: we bevinden ons hier op 50 kilometer van de aankomst. De rit kan langzamerhand gaan beginnen.
![1488209501.jpg]()
![46030dbf-968e-467e-a93f-eb8479ba0e94_source-aspect-ratio_default_1325200.jpg]()
![ZiLD1dy.jpeg]()
Ik weet niet of iemand het woord rotonde nog kan lezen, maarja, ik kan er ook niets aan doen dat ze er daarvan in de regio Valencia een miljoen hebben. Het voordeel is dan weer dat we er voorbij Alzira een tijdje niet meer zoveel tegenkomen. Voorbij deze stad rijden we 13 kilometer over dezelfde weg en in deze 13 kilometer komen we er maar eentje tegen, mooi. De komende 13 kilometer rijden de renners toch vooral over een brede en kaarsrechte weg, eentje die een aantal kilometer haast onmerkbaar vals plat omhoog zal lopen. We rijden nu door een schitterende omgeving, direct om ons heen zijn er weer boomgaarden te zien, op iets meer afstand vinden we de nodige heuvels. Onderweg passeren we het dorpje La Barraca d'Aigües Vives, waar op een aantal paaltjes na verder geen obstakels liggen. Voorbij dit dorpje rijden we weer rechtdoor over een brede weg in deze groene omgeving. Het is de kilometers aftellen tot het punt dat de rit eventueel interessant gaat worden. We bereiken bijna het belangrijkste punt van de etappe, we komen bijna aan bij de tussensprint en vlak na die tussensprint beginnen we aan de enige echte klim van de dag. Aan het eind van deze rechte weg van 13 kilometer komen we nog een kort klimmetje tegen, het gaat even een halve kilometer vrij merkbaar omhoog. Daarna duiken we kort naar beneden en vervolgens slaan we bij een, jawel, rotonde in de buurt van Benifairó de la Valldigna rechtsaf. Na deze rotonde is het bijna tijd voor de tussensprint, het is nog anderhalve kilometer fietsen tot deze sprint in Simat de la Valldigna. We rijden rechtdoor de bergen tegemoet, in de verte zien we de berg liggen die vrijwel meteen na de tussensprint begint. De weg naar de tussensprint toe is wel nog vlak, over een brede en rechte weg benaderen we deze sprint die na 137,4 kilometer zal volgen. Bij deze tussensprint vinden we ook meteen de bonussprint, heel belangrijk. We sprinten op een brede weg tussen de boomgaarden in, terwijl we hier ook wat industrie vinden. Na de sprint rijden we weer eens langs een rotonde en dan volgt er een passage in het dorpje Simat. Over een weg met wat paaltjes en nog een rotonde rijden we door het dorpje met een kicken klooster heen, een weg die ook nog even een kleine versmalling zou kennen. Aan de rand van het dorp wordt de weg evenwel weer breed, maar we merken hier vooral dat de weg ineens omhoog begint te lopen. De belangrijkste hindernis van de dag is begonnen, de komende vijf kilometer wagen we ons aan de Puerto de Barx. Deze klim kent een gemiddeld stijgingspercentage van 5,6%, waardoor het meteen duidelijk mag zijn dat het vandaag moeilijk wordt om een sprint te ontlopen. Toch is deze Puerto de Barx wel een aardige klim, na een half kilometertje aan 3% geklommen te hebben duiken de renners een bos in en daar treffen ze de eerste haarspeldbocht. In totaal komen ze in de komende vijf kilometer acht haarspeldbochten tegen, alleen al daarom is deze Barx een mooi klim. Na een halve kilometer aan 6,5% met een piek tot 10% gaat het in de volgende kilometer aan 5% omhoog, al komen we ook hier blijkbaar een korte piek boven de 10% tegen. In de derde kilometer gaat het dan weer omhoog aan 6%, ook weer met een korte steile strook in een van haarspeldbochten. De omgeving van deze klim mag er zijn, als we hoger komen volgt er in een aantal van die haarspeldbochten een prachtig uitzicht over de omgeving. Je kunt in de diepte turen, of je kunt genieten van de bergen die nadrukkelijk de aandacht opeisen. We rijden het bergmassief van Mondúver binnen, een krijtmassief vol indrukwekkende karstformaties. In de vierde kilometer klimmen we ook aan 6%, ondanks de aanwezigheid van enkele steile stroken rond de 10% is de Barx toch vooral een regelmatige klim waar het moeilijk voor te stellen is dat veel renners worden gelost. Terwijl we van haarspeldbocht naar haarspeldbocht fietsen in een wonderschoon decor gaat het in de laatste kilometer op een makkelijkere manier omhoog, aan 5% rijden we naar de top van de Puerto de Barx toe, een top die volgt bij een van de betere uitzichtpunten die een mens zich kan voorstellen. Mirador de la Visteta, daar moet je zelf ook vooral even stoppen als je toevallig ooit in de buurt bent. Na 143,6 kilometer, op 27,4 kilometer van de aankomst, vinden we in de buurt van dit uitkijkpunt de top van de Port de Barx, al zijn we stiekem toch ook weer niet helemaal boven.
![Barx.png]()
![puerto-de-barx-simat.png?v=1765662863]()
![Monasterio_7H9A9965.jpg?responsive]()
![20251123_130506.JPG]()
![20251123_130456.JPG]()
![20251123_124750.JPG]()
Op de top van Port de Barx kun je bij het uitkijkpunt van La Visteta in de verte aan de zee finishplaats Xeraco zien liggen. Het duurt alleen nog wel even voor we daar zijn, we moeten helemaal om het bergmassief heen. De renners hebben zojuist een klim bedwongen die we de afgelopen jaren vaker in koers hebben gezien, vooral bij de vrouwen. In de Setmana Ciclista Volta Femenina de la Comunitat Valenciana, langer kon de naam niet, rijden we sinds 2022 jaarlijks over deze klim heen onderweg naar Gandia. Ieder jaar zit de klim in de finale van die rit, waardoor we een inschatting kunnen maken van de zwaarte van de klim. In de vrouwelijke Ronde van Valencia dalen we de Barx af om na een paar vlakke kilometers te finishen in Gandia, nu dalen we af richting Gandia om vervolgens nog wat langer op een vlakke manier door te rijden naar Xeraco. In 2022 eindigde de rit in een sprint van een vrouw of 30, gewonnen door Elisa Balsamo. In 2023 wisten Elise Uijen en Justine Ghekiere dan weer uit de greep van het peloton te blijven, waarbij je natuurlijk sowieso de aantekening moet maken dat je het mannenwielrennen en het vrouwenwielrennen niet met elkaar kunt vergelijken. De vrouwen krijgen het soms voor elkaar om elkaar op een viaduct te lossen, het is wat dat betreft tekenend dat de rit in 2024 weer in een sprint eindigde, weer was Balsamo aan het feest en bij deze gelegenheid versloeg ze Vos. Dit jaar en vorig jaar stond er dan weer ene Demi Vollering aan het vertrek. Zij greep twee jaar op rij de beklimming van de Barx aan om de volledige tegenstand op een hoop te rijden, twee keer kwam ze met een riante voorsprong aan in Gandia. Dit jaar reed ze een halve minuut weg van Reusser en Van der Breggen, het peloton onder aanvoering van Balsamo eindigde op anderhalve minuut. En dat op een klim van eigenlijk drie keer niks. Je kunt dus oorlog maken op deze Barx, al liggen de verhoudingen bij de mannen altijd anders. Het wordt erg ingewikkeld voor Pogacar om op deze stroken Vollering te imiteren, maar we kunnen natuurlijk niets uitsluiten! In de Clàssica Comuninat Valenciana 1969-Gran Premi Valencia, jezus, dat is helemaal een onmogelijke naam, rijden we de afgelopen jaren ook steevast over de Barx. Meestal in het begin van de koers, veel invloed heeft de klim daarom niet. Nu zou de invloed groter kunnen zijn, al vermoed ik dat haast iedereen hier gaat overleven. Een klein puntje van aandacht is nog wel dat we op de top eigenlijk niet boven zijn, voorbij de officiële top volgt er een piepklein stukje in dalende lijn, waarna we op een vlakke manier door het dorpje Barx rijden. We komen in eerste instantie alleen een paar flauwe bochtjes tegen, maar in het centrumpje van Barx volgt er ineens een lastige bochtencombinatie. Hierna komen we aan de rand van het dorp een rotonde tegen, waarna we op een rechte weg terechtkomen die een kilometer aan 3% omhoog zal lopen richting La Drova. Deze uitloper is niet heel lastig, maar toch, we klimmen dus wel een stukje langer dan het officiële profiel aangeeft. Na de uitloper is het vervolgens nog een kilometer of twee zo goed als vlak, over een brede weg rijden we aldoende La Drova binnen. In de buurt van La Drova zien we aan de linkerkant van de weg de hoogste top van dit massief liggen, op die top zien we een aantal zendmasten verschijnen. Er loopt een mooi betonweggetje omhoog naar die zendmasten, als je ooit in de buurt bent moet je hier nog even gebruik van maken. Paar kilometer omhoog aan meer dan 10%, maar dan krijg wel een nóg beter uitzicht aangeboden in deze schilderachtige omgeving. En je kunt ook nog de grot van Parpalló bezoeken, een van de belangrijkste prehistorische vindplaatsen van de regio Valencia. De renners hebben geluk, zij mogen verder rijden over de doorgaande weg en die loopt voorbij La Drova een aantal kilometer omlaag.
![HQ306LJWoAAoVVX.jpg:large]()
![1280px-4._El_Morabet%2C_la_serra_Falconera_i_el_Mond%C3%BAber_%28Safor%2C_Pa%C3%ADs_Valenci%C3%A0%29.jpg?utm_source=es.wikipedia.org&utm_campaign=imageinfo&utm_content=thumbnail]()
![monduver.jpg]()
We beginnen aan een afdaling van 10 kilometer richting Gandia, al komen we alleen in de eerste vier kilometer van de afdaling serieuze percentages tegen. Het gaat in het begin een kilometer aan 9% omlaag, waarna de afdaling steeds wat simpeler wordt. Na een paar kilometer aan 6% te dalen gaat het in het tweede deel van de afdaling veredeld vals plat omlaag aan een procent of drie. De weg omlaag is breed en goed onderhouden, de grap is verder dat het in het steile gedeelte van de afdaling vrijwel rechtdoor gaat en dat het in het minder steile gedeelte juist een kilometer of twee wat bochtiger is. We beginnen dus makkelijk, ondanks de percentages. Daarna wordt het iets technischer, al stellen de bochten die we tegenkomen dankzij de brede weg ook weer niet veel voor. We komen kort achter elkaar drie haarspeldbochten tegen in een fabelachtig decor, maar deze bochten lijken me perfect te doen. Even verderop komen we in de urbanisatie van Montesol nog een paar bochten tegen, plus een rotonde. Voorbij deze rotonde rijden we een tijd wat meer rechtdoor verder, over een brede weg die steeds minder steil omlaag zal lopen. We bereiken het vals platte gedeelte van de afdaling, hier moet je je allergrootste versnelling inschakelen om überhaupt vooruit te komen. Een doodsimpele afdaling, met andere woorden. De renners komen nog twee keer een rotonde tegen, veel andere obstakels zijn er niet meer. We laten de prachtige natuur langzaam achter ons om weer het terrein van de boomgaarden te betreden, de enorm brede weg kent hier nog wel enkele flauwe bochten maar voor het gemak kun je prima stellen dat de weg in de laatste vier kilometer van de afdaling volledig rechtdoor zal lopen. Een afdaling van niets, vooral het tweede deel niet. Helemaal beneden rijden we onder een snelweg door, daarna zullen we aan de buitenrand van Gandia bij een rotonde rechtsaf slaan om vervolgens via een weg omgeven door palmbomen een lange bocht naar rechts te maken. Aan het eind van deze bocht rijden we een soort snelweg op, op die snelweg zien we een tunneltje liggen en daar rijden we op 13 kilometer van de aankomst doorheen. We laten Gandia meteen weer achter ons en gaan op weg naar de finish in Xeraco. Er volgt geen doortocht in Gandia, de stad waar dus ieder jaar een rit eindigt in de vrouwelijke variant van de Ronde van Valencia. Ook de stad waar in de Vuelta van 2021 een rit van start ging, met aankomst op Balcón de Alicante. In 2016 eindigde er dan weer een rit in Gandia, gewonnen door Magnus Cort. In een verder verleden won Jean-Paul van Poppel ook in deze stad aan de Costa del Azahar. Gandia is een populaire toeristische bestemming, vooral Platja de Gandia dan, het kustgedeelte van de stad. Iets meer in het binnenland tref je dan weer de echte fijnproevers, die kunnen in Gandia genieten van enkele fraaie historische gebouwen. Palau Ducal dels Borja bijvoorbeeld, het oude paleis van de familie Borgia. Die gasten hebben hier nog wat tijd doorgebracht, Franciscus Borgia werd bijvoorbeeld geboren in Gandia. Hij zou een tijdje door het leven gaan als hertog voor Gandia, voor hij op latere leeftijd het geloof zou ontdekken. Hij eindigde als generaal-overste van de jezuïeten, ik vind dit ook voor Pogacar een te overwegen carrièreswitch.
![Patio-de-Armas-del-Palau-Ducal-dels-Borja.jpg]()
![castell-bairen.jpeg]()
In de laatste 13 kilometer van de rit is de kans op spetterende taferelen klein, we komen na de afdaling op een waanzinnig brede weg terecht en deze weg gaan we volgen tot op 5,5 kilometer van de aankomst. De weg is zo goed als vlak, bovendien is ie ook nog eens behoorlijk recht. Hier wil je niet in je eentje voor een jagend peloton rijden, dat is geen doen. Als er al een snoeshaan op het idee is gekomen om aan te vallen dan kun je er donder op zeggen dat hier alles weer bij elkaar gaat komen. We rijden wel weer door een mooie omgeving, we komen aan de andere kant van het massief van Mondúver terecht en dus kunnen we in een groene omgeving genieten van wat bergen om ons heen. De kust is dichtbij, maar in tegenstelling tot de bergen komt de zee voorlopig niet in beeld. Rechtdoor en rechtdoor en rechtdoor rijden we, over die snelweg. Na een tijd zien we op een van de heuvels in de omgeving een kasteelruïne liggen, verder zien we niet zoveel. In de omgeving van het kasteel staan er in het dagelijks leven wel wat paaltjes op de weg, dat kan een punt van aandacht zijn. Na een tijd wordt de omgeving wat weidser, we komen uit in de buurt van Xerasa en hier kent de brede weg iets van een versmalling. Al snel wordt het weer breed en voor we het weten bereiken we op 5,5 kilometer van het eind de buitenrand van finishplaats Xeraco. Dit is weer zo'n typische locatie, er is een Xeraco in het binnenland en er is een Xeraco aan de kust. Van het ene Xeraco gaan we naar het andere Xeraco rijden in de laatste kilometers van de etappe, en dat gaat dan weer wat bochtenwerk met zich meebrengen. Op 5,5 kilometer van de aankomst nemen we aan de rechterkant van de weg een afslag, via een iets smallere weg verlaten we de doorgaande weg en betreden we Xeraco, waar we in licht dalende lijn op vijf kilometer van de aankomst om een grote rotonde heen mogen rijden. We rijden rechts helemaal om die rotonde heen, hij wordt voor driekwart genomen. Na de rotonde rijden we het centrum binnen, hier gaat het rechtdoor tot op vier kilometer van de aankomst. De weg kent even een smaller stukje, maar in principe knallen we een kilometer rechtdoor over een brede weg. Halverwege deze weg zien we een witte lijn met eronder het woord META, blijkbaar eindigt er hier wel eens vaker een wedstrijd. Al zijn we er nu nog niet, van Xeraco moeten we naar Platja de Xeraco en dat gaan we doen door op vier kilometer van de finish met zicht op de bergen een scherpe bocht naar rechts te nemen. Wel een brede bocht, moet lukken. Vervolgens rijden we 400 meter rechtdoor over een brede weg, om vervolgens een scherpe bocht naar links te nemen. We rijden bijna rechtdoor de lokale sporthal binnen, eentje die versierd is met de nodige muurschilderingen, maar hier gaat het dus stevig naar links. Na deze bocht komen we kort achter elkaar twee rotondes tegen, de eerste rotonde is een kleine rotonde waar we weinig last van hebben, daar stuur je zo omheen. De tweede rotonde is een iets bredere, hier nemen we een vloeiende bocht naar rechts om vervolgens over een drempeltje te springen. We laten Xeraco achter ons en door een open gebied waar wat boomgaarden te vinden zijn rijden we de kust tegemoet. Een brede weg kent enkele flauwe bochten, maar echt stuurwerk volgt er pas weer op twee kilometer van de aankomst. Op dat punt komen we een rotonde met een zeilboot in het midden tegen, richting deze rotonde loopt de weg een paar meter omhoog. Bij de rotonde moeten we rechtdoor, een soort van. Voorbij dit ronde punt rijden we via een brug over de Riu Vaca, voorbij de rivier dalen we een paar meter af terwijl we een flauwe bocht naar rechts nemen. Er volgt hierna een brede, lopende bocht naar links. Na die bocht gaat het rechtdoor tot we bijna in de slotkilometer zijn, we rijden Platja de Xeraco binnen en hier komen we een kleine rotonde tegen waar in koeienletters XERACO te lezen valt. We rijden rechtdoor om deze minirotonde heen, een rotonde die voor de gelegenheid deels is verwijderd. Na de rotonde volgt er wel een geniepig drempeltje, om een paar meter later meteen uit te komen bij de volgende rotonde. Hier slaan we op 1100 meter van de finish dan weer rechtsaf, deze eigenlijk best wel goedlopende bocht is de laatste bocht van deze rit. Bij de rotonde staan normaal enkele paaltjes, maar die zijn voor de gelegenheid weggehaald. Na de rotonde rijden we de laatste kilometer binnen en in deze laatste kilometer gaat het over een brede en vlakke weg rechtdoor. Ik wist niet dat zoiets mogelijk was in de Vuelta. De laatste kilometer is enorm eenvoudig, dit is een goede straat om een massasprint te ontvangen. Het grootste bezwaar is dat er enkele putdeksels te vinden zijn, maarja, dan ga je het dus al in dat soort details zoeken. In de aanloop naar de laatste kilometer zag ik ook wel wat scheuren in het wegdek, maar het goede nieuws is dan weer dat ik in de lokale krantjes heb kunnen vinden dat ze speciaal voor de Vuelta de laatste kilometers van nieuw asfalt hebben voorzien. Voor een slordige 600.000 euro is Xeraco weer helemaal bij de tijd, waar het ontvangen van de Vuelta al niet goed voor is! Er valt daarom weinig aan te merken op deze aankomst, hier kunnen we netjes gaan sprinten. Op de plek van de finish staat op de weg geschreven dat Xeraco guapo is, ik zou zelf eerder opteren voor feo. Mooi is het hier niet, maar we kunnen er wel een mooie sprint gaan zien. Met 171 kilometer in de benen is deze weekendrit voorbij, toch wel echt het weekend onwaardig.
![6RqHbgq.png]()
![3kplIc9.jpeg]()
![3tHj8QC.jpeg]()
Voor het eerst in de geschiedenis eindigt er een Vueltarit in Xeraco, een plaats die überhaupt weinig wielerhistorie heeft geschreven. Eén keer is er hier eerder een koers geëindigd, in 1989 won ONZE Gerrit Solleveld hier een etappe in de Vuelta Ciclista al a Comunidad Valenciana. Hij klopte Rob Harmeling, goedzo. Na deze aankomst ging er de volgende dag een rit van start in dit plaatsje waar ze sindsdien weinig wielrenners hebben zien passeren. In 2001 reed de Vuelta een keer door het dorp heen op weg naar de Alto de Aitana, de klim die we morgen ook weer gaan zien. Iets recenter, in 2023, reden we ook nog eens door Xeraco heen. Tijdens de zevende rit reden we van Utiel naar Oliva en in de finale van die rit reden we vanuit Valencia langs de kust door Xeraco heen om via Gandia even verderop te eindigen in Oliva. Daar waren we getuige van een buitengewoon gekke sprint, eentje die gewonnen werd door de man met de baard, Geoffrey Soupe. Typisch de Vuelta natuurlijk, toch wel de ronde waar renners van dat kaliber het voor elkaar kunnen krijgen om een rit te winnen. Uit Xeraco is met Juan José de los Angeles een voormalig prof afkomstig, hij reed jarenlang voor Kelme en sloot later zijn carrière af bij Fassa Bortolo. Ondanks het feit dat ze bij Kelme korte lijntjes hadden met Fuentes werd Juan José toch geen hoogvlieger, hij kwam niet verder dan één profzege. Wel meteen een mooie zege, hij kreeg het voor elkaar om in het Baskenland de Gran Premio Llodio te winnen, een helaas verdwenen koers. De los Angeles reed acht grote rondes, maar hij reed eigenlijk nooit in beeld. Xeraco, dat in het Spaans Jaraco wordt genoemd, is een plaats met net iets meer dan 6.000 inwoners in de provincie Valencia, zoals veel plaatsen aan de kust is het verdeeld in het originele Xeraco in het binnenland en het nieuwe resort direct aan zee. Aangezien Wikipedia weer niet op punt staat schakel ik opnieuw comunitatvalenciana.com in, op die jongens kun je pas echt rekenen: Xeraco, gelegen tussen het berglandschap en de adembenemende Middellandse Zee, is een charmant stadje te midden van een magisch natuurlandschap. Xeraco is een kustplaats in het district La Safor, in het zuidoosten van de provincie Valencia. De stad ligt ingeklemd tussen de zee en de bergen, waardoor het landschap een mengeling van contrasten kent: de heldere kleuren van de mediterrane stranden ontmoeten de zachte moerassen en de groene berglandschappen. Steile hellingen in het binnenland gaan naadloos over in de rust van het kristalheldere water van de zee. Een magisch natuurlandschap dat je kunt verkennen door actief bezig te zijn in de buitenlucht en de rijke geschiedenis van de stad te ontdekken. Xeraco heeft verschillende bezienswaardigheden die u kunt bezoeken, zoals de Santísimo Cristo de la Agonía-kapel, die in het hart van de stad ligt. Deze kleine gebedsplaats, voltooid in 1833, heeft een pannendak en een sacristie aan één uiteinde. Een ander gebouw dat zeker een bezoek waard is, is de Nuestra Señora de la Encarnación-kerk. Deze neoklassieke kerk uit de 18e eeuw wordt gekenmerkt door haar twee klokkentorens van verschillende grootte. De kleinere klokkentoren is verbonden met het hoofdgebouw van de kerk en wordt beschouwd als de voormalige minaret van een moskee. Een andere bezienswaardigheid zou een ondergrondse watertank moeten zijn, dan valt het dus wel mee met die bezienswaardigheden. Een andere bezienswaardigheid die u zeker moet bezoeken is de Torre de Guaita, een voormalige uitkijktoren. De toren staat op de rechteroever van de rivier, op twee kilometer van het dorp, is meer dan 7 meter hoog en werd gebruikt om de oostkust te bewaken en te beschermen. Maar naast alle cultuur en geschiedenis heeft Xeraco ook een prachtig natuurlandschap, gevormd door de zee en de bergen, dat wacht om ontdekt te worden. Tijdens je verblijf moet je zeker de tijd doorbrengen op de stranden en het moerasgebied verkennen, dat nu een beschermd natuurgebied is. En dan zijn er nog de bergen. De beste manier om je onder te dompelen in hun schoonheid is door de verschillende wandelroutes te bewandelen. Een van deze routes, namelijk Font de l'Ull , brengt je naar de mijn l'Escudella en Font del Xopet, een van de meest adembenemende plekken in de omgeving. Als je na een wandeling door de bergen, een bezoek aan het historische centrum of een dagje luieren op de stranden trek hebt gekregen, moet je zeker eens een van de heerlijke gerechten van Xeraco proberen , zoals arroz al horno (met of zonder de krokante rijst), met rijst gevulde paprika's en de klassieke paella valenciana. Een stoplicht springt op rood, een ander op groen, in Xeraco is dus echt helemaal geen reet te doen. Een kustplaats, maar dan de saaist mogelijke variant.
![DJI_0555-scaled.jpeg]()
In Xeraco wordt het overdag 27 graden, er is geen kans op regen en er staat slechts een voorzichtig briesje uit zee. Wel vooral meewind in de kilometers na de Barx, al staat de wind in de slotkilometer dan weer op kop. In startplaats wordt het iets warmer, daar noteren we 29 graden. Ook daar geen kans op regen en maar weinig wind, toch jammer als je een hele dag door een kustregio rijdt. Deze tamelijk waardeloze weekendrit begint om 13:25, na een neutralisatie van liefst 17 minuten beginnen de renners er om 13:42 echt aan. Dat Diego Uriarte en Sinuhé Fernandez direct vanuit het vertrek samen in de aanval gaan zal niet te zien zijn, de uitzending begint pas om 14:45. Als je het nutteloze voorspelspelletje van Eurosport wil zien moet je eerst even inschakelen op HBO Max, Eurosport 1 is er pas om 15:00 bij, na het mountainbiken. Rond 15:00 hebben we alweer 60 kilometer achter de rug en bevinden we ons in de buurt van Cheste, voor zover het iets uitmaakt. Pas na 16:30 worden de renners in de buurt van de enige klim van de dag verwacht, tegen die tijd hoef je dus eigenlijk pas in te schakelen. Tussen 17:20 en 17:40 worden de renners dan weer aan de finish verwacht.
![Rio_Vaca_7H9A2029.jpg?responsive]()
Visma gaat dit controleren voor Brennan, maar Pogacar gaat op de Puerto de Barx natuurlijk Vollering imiteren!
1. Pogacar. Ook vandaag weer, geen enkel probleem. De Barx is veel lastiger dan de Cipressa, dus hij gaat hier gewoon met twee vingers in zijn neus iedereen lossen, wat ik je brom.
2. Brennan. Wint weer met overmacht het sprintje, een minuut achter die dekselse Sloveen!
3. Meeus. Als hij de Alto de Paüls een paar dagen geleden kon overleven mag deze Barx helemaal geen probleem vormen. En maar zeggen dat je als sprinter geen kans krijgt in de Vuelta, ooit moet die mythe verdwijnen.
4. Pedersen. Toonde gisteren dan toch iets betere benen, hij kon in ieder geval in de aanval gaan. Uiteindelijk alsnog kansloos gelost, de Tourvorm is er absoluut niet, maar wellicht dat er toch een soort van stijgende lijn te vinden is en dat hij nu wel het klimmetje in de slotfase kan overleven.
5. Van Aert. Nu groen een realistisch doel lijkt te worden kan het grote duosprinten beginnen, me dunkt. Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen.