abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
pi_221406843
Etappe 17: Chambéry - Voiron, 174,7 km

De derde en laatste week van deze Tour is van start gegaan en we trapten deze week af met een korte individuele tijdrit van het ene kuuroord naar het andere. Een tijdrit met een klim in de eerste tien kilometer, daarom hielden we niet echt rekening met specialisten als Tarling en Ganna. Dat die observatie redelijk klopte zagen we al vroeg op de dag, Tarling noteerde dan wel de snelste tijd, maar je liep niet rond met het idee dat hij in de buurt van de zege ging komen. Ganna was verrassend genoeg langzamer dan Tarling, het is wel een heel erg kleurloze Tour voor de Italiaan. Zijn Giro was ook al vrij anoniem, al kon hij daar zijn eer nog wel redden in de tijdrit. Met die klim onderweg was het lang wachten voor de tijdrit echt interessant werd, in feite was het zelfs wachten op de laatste twee renners. Tussendoor moesten we het doen met Bruno Armirail, die zijn eerste goede dag van de Tour kende. Daarna nam Mattia Cattaneo de eerste plek over, ondanks het feit dat hij in de afdaling bijna rechtdoor reed in een bocht. Wel een goed teken voor Red Bull, de sterke tijd van Cattaneo. Een goede indicatie dat het ook wel weer eens een dag voor Evenepoel kon worden, al lag dat sowieso in de lijn der verwachting. Cattaneo mocht een tijd in de hotseat zitten, maar wel met dank aan een slecht oplettende Arensman. De Nederlander was te laat bij de start en de secondes die hij daar verloor kwam hij aan het eind te kort. Een sterke tijdrit gereden, maar als je niet op tijd begint ben je te laat, da's logisch. Nadat deze jongen waren vertrokken kon de tijdrit eigenlijk pas echt gaan beginnen, het zou hier volledig om de klassementsrenners gaan draaien. Van die klassementsrenners was Skjelmose verrassend genoeg heel sterk, hij reed een stuk sneller dan ploeggenoot Ayuso, maar hij was ook sneller dan renners als Seixas en Del Toro. Toch nog enige verrassende ontwikkelingen in de tijdrit, al zat alles relatief dicht bij elkaar. Alleen Ayuso stak er in negatieve zin uit, Juan is zichzelf deze Tour nog niet echt een dienst aan het bewijzen.

Alles zat dicht bij elkaar, tot Evenepoel van start ging. De ajrokogel ging meteen vlammend van start en bij het eerste tussenpunt was hij al 21 seconden sneller dan Skjelmose, het was meteen duidelijk dat hij weer eens zou laten zien de beste tijdrijder te zijn. Al moet je in de Tour altijd Pogacar in je achterhoofd houden, in Tourtijdritten stijgt hij vaak boven zichzelf uit. Dat deed hij nu in zekere zin ook, want Pogacar was eveneens sneller dan Skjelmose en co, maar alsnog kwam hij niet aan de tijd van Evenepoel. Bij het tweede tussenpunt, op de top van de klim, was Evenepoel inmiddels een minuut sneller dan Skjelmose en alle andere favorieten. Pogacar bleef met een achterstand van 15 seconden nog in de buurt, maar het was veelzeggend dat hij op de klim tijd verloor. Het was geen zware klim, het was wel echt een klim waar Evenepoel nog steeds gebruik kon maken van zijn aerodynamische positie, maar alsnog, als Pogacar het ergens Evenepoel moeilijk had moeten maken dan was het nog wel op de klim. Dat hij daar tijd verloor gaf wel aan dat hij de tijdrit niet zou winnen. Nee, de winst zou dan toch naar Evenepoel gaan, zijn tweede ritzege op rij. In de afdaling nam hij niet alle risico's, waardoor hij na de klim niet veel verder uitliep. In de laatste paar vlakkere kilometers deed hij er nog een paar secondjes bovenop, maar de slag werd echt geslagen op de klim. Met een voorsprong van iets meer dan een minuut op Skjelmose bereikte hij de finish, Seixas en Del Toro eindigden dan weer binnen de 20 seconden van Skjelmose. Evenepoel was binnen, het was nu alleen nog wachten op Pogacar. Hij verloor in de afdaling en in het vlakke stuk daarna ook nog een paar seconden, met 28 tellen achterstand kwam hij aan de finish. Weer een formidabele tijdrit van Pogacar in de Tour, ruim sneller dan iedereen, op eentje na dan. Er stond geen maat op de wereldkampioen tijdrijden, een wereldkampioen tijdrijden die overigens wel een ploeggenoot verloor. In de vlakke finale in Thonon-les-Bains zagen we enkele bochten, met een van die bochten hadden bijna alle favorieten moeite. Pogacar ging ook bijna op z'n bek in die bocht, maar hij kon de boel net redden. Dat lukte Florian Lipowitz niet, de Duitser schoof vol onderuit. Met z'n schouder tegen een stoeprand aan, precies hetzelfde verhaal als Vingegaard. Gebroken sleutelbeen, en naar huis. Altijd tegen Remco, nu is hij zijn knecht kwijt! Red Bull-Bora begon met twee kopmannen, maar net op het moment dat de verhoudingen duidelijk waren geworden laat Lipowitz zich vallen om snel naar huis te kunnen gaan, heel gemeen van de Duitser. Dat was de tijdrit wel zo'n beetje, denk ik. Weer een buitengewoon indrukwekkende prestatie van Evenepoel, de man kan een aardig eindje tijdrijden. Ook weer een goede tijdrit van Pogacar, het blijft bijzonder hoeveel beter zijn tijdritten in de Tour zijn in vergelijking met de tijdritten buiten de Tour. Alsnog zal de Sloveen ongetwijfeld ontevreden zijn, hij had hier natuurlijk graag willen winnen. In ieder geval de schade kunnen beperken, maar een halve minuut verloren en nu nog steeds een voorsprong van meer dan vier minuten, met het oog op de eindzege is alles nog steeds volledig onder controle. Evenepoel deed dan weer een goede zaak met het oog op de tweede plaats, een minuut of meer op al zijn concurrenten gepakt. Del Toro en Seixas bleven dicht bij elkaar, het gevecht om de derde plaats en ook meteen de witte trui lijkt voorlopig het meest interessant te worden. Lipowitz valt letterlijk weg, dus ondanks een mindere tijdrit schuift Ayuso op naar de vijfde plaats, vanaf die plek zien we alleen maar figuranten in de top 10. Yannis Voisard, godbetert. Een leuke tijdrit voor de Belgen, een Belgische ritzege op de Belgische nationale feestdag bovendien, maarja, verder valt er over zo'n tijdrit altijd heel weinig te melden. Evenepoel kan dit gewoon heel goed, Pogacar kan dit gewoon heel goed in juli. En weer door. Door met de volgende rit, mogelijk de laatste kans voor de sprinters. Al kan de rit die nu volgt gezien de klimmetjes in het begin ook zomaar uitdraaien op een dag voor de vluchters. We zitten midden in de Alpen, en daar gaan we proberen om zoveel mogelijk de bergen te ontwijken. Dat lukt net niet helemaal, waardoor we urenlang kunnen fantaseren over de vraag of we een sprint gaan krijgen of niet.




De 17e rit van deze Tour gaat van start in Chambéry, een stad in de Alpen. Het is de hoofdstad van het departement Savoie, in deze hoofdstad wonen ongeveer 60.300 mensen. Chambéry is een van de plaatsen waar de Université de Savoie is gevestigd, tevens was het tussen 1232 en 1562 de hoofdstad van het graafschap Savoye, dat geregeerd werd door het Huis Savoye. Chambéry ligt in een brede vallei in de Franse Vooralpen. Ten zuidwesten ligt de Chartreuse, ten noordwesten een zuidelijke uitloper van de Jura en ten noordoosten de Bauges. Deze drie massieven worden gerekend tot de Vooralpen en worden van de Alpen zelf gescheiden door de geologische lijn van de Sillon Alpin. Deze strategische ligging tussen verschillende dalen en bergmassieven maakt van Chambéry een natuurlijk kruispunt in de (Voor)-Alpen. In de stad vloeien de rivieren Albane en Leysse samen. Chambéry zelf behoort tot het stroomgebied van de Rhône via het Lac du Bourget. Niet ver van Chambéry, een ruime zes kilometer naar het zuidoosten tussen St-Jeoire-Pieuré en Myans, ligt de waterscheiding tussen de Rhône en de Isère. Een essentieel stukje geografie als het over deze stad gaat, het is ook meteen een van de redenen dat de koers hier nog wel eens passeert. Een wat grotere stad midden in de vallei, daar houdt de Tour van. Al komen we relatief gezien erg weinig in Chambéry, dit is pas de vierde keer dat hier een rit vertrekt of eindigt. Dat is eigenlijk bizar weinig, als je het vergelijkt met nabijgelegen steden als Albertville en Grenoble. De laatste keer dat de Tour in Chambéry was dateert alweer van 2017, toen kwam hier voor de eerste keer in de geschiedenis een rit aan. Dat was een lastige rit, tijdens de negende etappe van die Tour reden we van Nantua naar Chambéry en onderweg moesten we onder meer de Col de la Biche en de Grand Colombier bedwingen. Aan het eind zagen we dan weer het debuut van de loodzware Mont du Chat. Een klim die we sindsdien nooit meer in de Tour hebben gezien, met dank aan de afdaling. In de smalle en bochtige afdaling ging brokkenpiloot Richie Porte hard onderuit, hij nam een paar man mee en dat was voor de Tourorganisatie het signaal om de fantastische Mont du Chat te cancellen. Zonder Porte trokken we voorbij de Mont du Chat via Le Bourget-du-Lac naar Chambéry en daar waren we getuige van een sprint. Een sprint tussen een favorietengroep van zes renners, met in die groep de verrassing van die Tour, Warren Barguil. Je zou het ondertussen niet meer geloven, maar dat was toen ineens een wonderklimmer. En hij had nog een sprintje in huis ook, hij dacht een millimetersprint naar zijn hand gezet te hebben en stak na de finish de handjes in de lucht. Alleen bleek Rigoberto Uran gewonnen te hebben. Een keer geen zege verkocht, onze Colombiaanse Mick Jagger. Er was daarna wel gedoe over de finishstreep die niet helemaal recht zou zijn gelegd, het was wel altijd iets als Uran ergens vooraan in een koers verscheen. Hoe dan ook, voorlopig is hij de enige winnaar in Chambéry. In 1996 kwam de Tour hier voor het eerst, toen fungeerde de stad als startplaats van de zevende rit. Die rit zou eindigen in Les Arcs en gewonnen worden door Luc Leblanc. In 2010 kwam de Tour terug, voor een rit richting Gap. Die zou dan weer gewonnen worden door Sergio Paulinho. Chambéry is altijd de stad geweest van een van de grootste Franse ploegen, de ploeg die wij tegenwoordig kennen als Decathlon-CMA CGM. In Chambéry vinden we Chambéry Cyclisme Formation, de opleidingsploeg die altijd gelinkt is geweest aan AG2R en waar talloze renners die later prof zouden worden zijn opgeleid. Een Romain Bardet, een Benoit Cosnefroy, een Clement Champoussin, een Nicolas Prodhomme, een Nans Peters, een Nico Denz, een Aurelien Paret-Peintre, een Pierre Latour, een Matteo Jorgenson en ik kan probleemloos nog een tijd doorgaan. Heel wat renners zijn prof geworden dankzij hun tijd hier, in Chambéry. Paul Lapeira, Alex Baudin, Victor Lafay, Valentin Paret-Peintre, Remy Rochas, maar zelfs iemand als Seb Berwick. En Bastien Tronchon, die moet ook nog wel even daadwerkelijk genoemd worden, want Tronchon is niet alleen hier als wielrenner opgegroeid, hij is zelfs geboren en getogen in Chambéry. Chambéry is ook de stad van Vincent Lavenu, de man die jarenlang de general manager van AG2R is geweest, totdat Decathlon de boel overnam. Geen wonder dus dat de opleidingsploeg gevestigd is in zijn eigen stad. Met Simon Guglielmi komt er ook nog een ex-prof uit Chambéry, dat is dan wel weer echt een voorbeeld van een renner die veel te lang contracten bleef krijgen op basis van zijn paspoort. Nu op continentaal niveau, dat klopt dan weer beter. Zijn ploeg stopt wel, misschien dat het nu écht moeilijk gaat worden voor hem. Hij groeide dan wel weer in een andere stad op, een paar kilometer verderop in La Motte-Servolex, net als Remy Rochas. Veel wielrenners in deze contreien, en veel renners die dus een link hebben met Chambéry. Toch een heuglijke start voor iemand als Jorgenson, ook al moest hij in zijn Franse tijd alles zelf uitzoeken. Zelfs een Seb Berwick van Caja Rural heeft herinneringen aan deze stad, toch leuk. Loïc Chetout werd hier blijkbaar ook geboren, al groeide hij op in Bayonne, in het Franse deel van het Baskenland. Shout-out naar een van de weinige Frans-Baskische wielrenners.



In Chambéry hebben ze overigens ook hun eigen vrouwenkoers, Grand Prix Féminin de Chambéry. Deze koers werd dit jaar gewonnen door tokkie Gery. Een andere vrouwenkoers kwam hier recent ook nog eens voorbij, in de Tour de France Femmes van vorig jaar eindigde er een rit in Chambéry. Die rit werd gewonnen door de vrouwelijke Mark Padun, het was de tweede dag op een rij dat Maeva Squiban haar brommer had aangeslingerd. In een verder verleden werd de Classique des Alpes jarenlang in deze omgeving georganiseerd, deze klassieker in de Alpen werd gewonnen door fenomenen als Paco Mancebo, Iban Mayo, Unai Osa en Santiago Botero. De Classique des Alpes bestaat nog steeds, maar dan als juniorenkoers. Een van de weinige klimkoersen bij de junioren, nog steeds in deze omgeving. In die koers durven ze wel over de Mont du Chat te rijden, pff. Ondanks de centrale plek in de Alpen gaan we merkwaardig genoeg dus niet vaak van start in Chambéry, al rijden we zo nu en dan wel door de stad heen. In 2023 en 2021 zijn we in vergelijkbare etappes door Chambéry gereden, blijkbaar hoort een vlakke rit in de Alpen onlosmakelijk bij deze stad. In 2023 reden we door Chambéry heen op weg naar Bourg-en-Bresse, waar Asgreen het sprintje van de kopgroep nipt wist te winnen voor Eenkhoorn, vlak voor het aanstormende peloton. In 2021 reden we dan weer door Chambéry heen op weg naar Valence, waar Mark Cavendish de sprint zou winnen. In 1989 werd hier dan weer het wereldkampioenschap wielrennen georganiseerd, met Greg Lemond als winnaar. Uit Chambéry is overigens ook stupid sexy Giroud afkomstig, op zijn 39e inmiddels actief bij Lille OSC. In het centrum van de stad vol wielergeschiedenis komen we een aantal opvallende bouwwerken tegen, waaronder een monument ter ere van Benoît de Boigne, een of andere generaal van het huis Savoye die later in India terechtkwam. In India lopen wel eens olifanten, dus besloot men om het monument te omkaderen met vier olifanten. Het water komt uit de slurven van vier stenen olifanten, inventief. De Boigne financierde verschillende projecten van stadsvernieuwing, waaronder het aanleggen van de Rue de Boigne en het koninklijk theater, heel indrukwekkend. Even verderop staat er ook nog een château midden in het centrum, dat vroeger toebehoorde aan het huis Savoye. Daarnaast hebben ze in Chambéry ook nog een leuke kathedraal, deze kathedraal van Chambéry wordt Métropole genoemd en is een voormalige kloosterkerk. Ze werd gebouwd in de 15e en de 16e eeuw. Een deel van de muren en gewelven zijn in trompe-l'oeil beschilderd, dan hebben jullie daar natuurlijk meteen een beeld bij. Je hebt ook nog Le Phare, een opvallend gebouw dat op het eerste gezicht lijkt op een voetbalstadion. In de praktijk blijkt het een theater te zijn, dat ook dienst doet als sportcentrum. Je kan hier terecht voor al je concerten en daarna kan je een potje gaan handballen, want dat is na wielrennen de belangrijkste sport van Chambéry. Net buiten de stad kom je in de bossen Les Charmettes tegen, dit is het huis waar Jean-Jacques Rousseau nog een tijd heeft gewoond. De man van het sociale contract, ook de man waar geloof ik wel het een en ander op aan te merken is. Moeilijk om nog meer hoogtepunten in de stad te vinden, wat dan ook weer deels te maken heeft met het feit dat de stad tijdens de Tweede Wereldoorlog flink gebombardeerd werd. Amadeus VIII van Savoye, de latere tegenpaus Felix V, die van dat kasteel aan de finish in Thonon-les-Bains, kwam overigens uit Chambéry. Sowieso wel een flinke geschiedenis op dat vlak, maar laten we het huis van de Savoye en tot welke koninkrijken de stad allemaal heeft gehoord maar even voor wat het is. Je kunt naar de stad toe om bij het Musée Savoisien zelf meer te weten te komen.




De renners gaan van start in de buurt van het station van Chambéry, bij het Musée des beaux-arts voor de deur. Er volgt een kort rondje door de stad, al laten we Chambéry eigenlijk snel weer achter ons. Tijdelijk, in ieder geval. In het begin van de rit werken we een rondje af om later, na bijna 70 kilometer koers, weer terug te keren naar de stad. Na een tocht door het Parc du Clos Savoiroux heen rijden we rechtstreeks naar het noorden, op weg naar de officiële start van de rit. Die start volgt een eind buiten de stad, in de buurt van Viviers-du-Lac. Hier gaan we op een ietwat opmerkelijke manier beginnen, voorbij Viviers-du-Lac rijden we in de eerste kilometers van de rit over een bochtige weg naar een meer toe, het Lac du Bourget. Dit doen we in dalende lijn, bij de doortocht in Viviers-du-Lac komen we enkele drempels tegen, een paar vluchtheuvels, en dan ineens een haarspeldbocht. Lekker technisch begin van de rit wel, het blijft na die haarspeldbocht nog een tijdje bochtig terwijl we over een weg vol vluchtheuvels naar het meer rijden. Licht dalende lijn, geen echte afdaling, maar toch, na een neutralisatie van een kwartier hadden we er beter nog vijf minuten aan vast kunnen plakken om deze weg over te slaan. Beneden aan het meer komen we uit bij een rotonde, hier slaan we rechtsaf en daarna rijden we rechtdoor over een brede en vlakke weg langs het Lac du Bourget af, het grootste natuurlijke meer van Frankrijk. Het is qua oppervlakte het grootste gletsjermeer dat volledig in Frankrijk ligt (het Meer van Genève is veel groter, maar slechts voor een deel Frans). Tevens is het qua gemiddelde diepte het derde diepste meer van Europa, na het Meer van Genève en Loch Ness. Als we Pogacar een zetje geven hebben ze hier meteen hun eigen monster. De weg die we volgen langs het meer is toch ook weer geen gemakkelijke, het stikt hier in deze toeristische zone van de rotondes. Mogelijk is dit een rit voor de vluchters, mogelijk is dit zo'n dag dat iedereen in de vlucht wil zitten, nou, dan zijn dit geen lekkere wegen. De weg is soms ook even wat smaller, dat biedt dan wel weer de kans om de weg mooi te blokkeren. Mooie omgeving wel hier, langs het meer. We zien een hoop toeristische onzin, maar de bergen in de verte nemen ze ons alsnog niet af. Aan de overkant van het meer zien we Mont du Chat liggen, de klim die hopelijk ooit toch terug kan keren in de Tour. Via een stadje als Tresserve af fietsen we over de weg vol rotondes richting Aix-les-Bains. We passeren onderweg campings, parkeerplaatsen, hotels, de hele mikmak. Na acht kilometer verlaten we het meer voor een tocht door Aix-les-Bains, de stad waar ONZE Michael Boogerd in de gietende regen in 1996 een rit wist te winnen in de Tour. Belangrijk om vandaag even naar de NOS te kijken dus, mag Michael mooi leeglopen over deze zege. De stad van fenomeen Hervé Renard, de man die de Zambiaantjes kort wist te houden, lukte hem met de Tunesiërs dan weer niet. De stad aan de voet van de Mont Revard, ik ben teleurgesteld dat we deze klim niet bedwingen. Dan had je pas een lollig begin van de rit gehad, een klim van 18 kilometer aan 6,5%, om daarna eigenlijk gewoon terug af te kunnen dalen richting Chambéry. Schot voor open doel, toch gemist. De stad is bekend om haar natuurlijke bronwater dat een genezende werking zou hebben. De binnenstad kenmerkt zich door het oude stadscentrum, parken en het in de omgeving bekende Casino Grand Cercle. Dit is een grote uitgaansgelegenheid met onder andere een casino en een theater. Het gebouw is van binnen deels bekleed met bladgoud. Het monumentale Château de la Roche du Roi (het Koningsrotskasteel) is ook gelegen in de gemeente Aix-les-Bains. De warmwaterbronnen waren bekend bij de Romeinen. Zij bouwden er thermen en een tempel gewijd aan Diana. Sauna Diana avant la lettre, zullen we maar zeggen. Tussen 1779 en 1783 liet koning Victor Amadeus III van Sardinië een thermaal station bouwen, dit was het begin van de ontwikkeling van Aix als kuuroord. Het is daarna een tijd het belangrijkste kuuroord van Frankrijk geweest, maar tegenwoordig staat het blijkbaar op de vierde plaats. Nouja, er zijn in ieder geval nog thermen over, dat is al iets. Ook nog wat Romeinse overblijfselen, de boog van Campanus bijvoorbeeld. Aix-les-Bains, moet je zijn geweest.




Via een weg met talloze rotondes rijden we door Aix-les-Bains heen, waarna we buiten de stad alsnog gaan klimmen. Helaas geen Mont Revard, men heeft een makkelijker alternatief gevonden. We komen een kilometer verderop uit in Grésy-sur-Aix en vanuit dit nieuwbouwdorpje vol industrie, waar ook weer wat rotondes en andere ongein te vinden is, gaan we in totaal een kilometer of 13 vals plat omhoog rijden. In deze 13 kilometer komen we 300 meter hoger uit, dan heb je er meteen ongeveer een idee bij. We rijden de bossen in en hier loopt een brede weg via een aantal flauwe bochten op een niet al te lastige manier omhoog langs de loop van de rivier de Sierroz. Het kan wel even duren voor hier een vlucht vertrokken is, op dit soort stroken kunnen bepaalde sprintersploegen ook nog wel proberen om de boel te controleren. Al is het niet continu vals plat, na 19 kilometer komen we namelijk uit in Bassa en voor we dit dorp bereiken loopt de weg anderhalve kilometer aan 5,5% omhoog. In Bassa, op de top van de Côte de Bassa, deelt de organisatie een bergpuntje uit. In totaal gaan we 13 kilometer omhoog, daarvoor geen punten, alleen voor het enige steilere stuk dat we tussendoor tegenkomen. Strookje tot aan 10% hier, zo! Daar gaan wel wat renners gebruik van proberen te maken. Ze moeten ook echt deze strook benutten, verder is het alleen maar vals plat. Met wat volledig plat tussendoor, af en toe een paar meter in dalende lijn, maar niets om heel bang van te worden. Alleen in Bassa is het even wat lastiger, voorbij Bassa rijden we verder naar Cusy en in dit stuk van drie kilometer komen we 60 meter hoger uit, dan weten we het wel. Oneindig vals plat omhoog door de bossen, met af en toe een passage in een klein en versleten dorpje. Zo'n Bassa ook, de huizen hier vallen uit elkaar. Voorbij Bassa komen we overigens iets meer buiten de bossen terecht, hier zien we dan weer de bergen van de Chartreuse in de verte liggen, mes, steek, pijn. Rechtdoor vals plat omhoog verder met soms wat glooiend werk naar Cusy, dat we na 22 kilometer bereiken. De top van de Côte de Bassa volgde dan weer na 19 kilometer. Voorbij Cusy, een iets levendiger dorpje, loopt de weg nog eens drie kilometer verder vals plat omhoog. Nu aan een procent of drie, zou ik zomaar zeggen. Mooi weggetje voorbij Cusy wel, we zijn nu aan twee kanten ingeklemd door de bergen. Ziet er leuk uit, maar de renners moeten hier wel mooi het verschil zien te maken op een brede weg die dus wat voorzichtig vals plat omhoog loopt. Zal niet meevallen, al zijn we inmiddels al meer dan twee weken bezig en dat zorgt natuurlijk voor vermoeidheid in de benen. Maakt de kans op een geslaagde vlucht absoluut groter. We rijden hier door het massief van de Bauges, over de Route de Bauges. In de omgeving van deze weg vinden we het dorpje Allèves, boven dit dorpje vinden we in de bergen dan weer Les Tours Saint Jacques, een paar kicken rotsen. De renners vinden na het oneindige stuk vals plat omlaag dan weer een klein stukje vals plat omlaag, we rijden weer de bossen in en in die bossen loopt een brede en goede weg via een aantal bochten een kilometer of drie omlaag. Daar zit niets gevaarlijks tussen, al kan het vanzelf gevaarlijk worden als renners zich als gekken gaan gedragen omdat ze in de vlucht willen zitten. Dat risico bestaat altijd, verder is dit een vrij normaal stukje route.




Beneden is de weg eigenlijk een kilometer of drie zo goed als vlak. Een beetje vals plat omhoog, maar nog minder dan in het stuk hiervoor. We rijden een tijdje op de grens van de Savoie en de Haute-Savoie, langs het riviertje de Chéran. Hier blijft de omgeving fraai, zolang we niet tussen de bomen rijden is er steeds zicht op enkele fraaie bergtoppen. De weg langs de rivier is enigszins bochtig, maar het blijft hier breed en goed en dus schuilt er weinig gevaar om de hoek. Ook niet als we na een tijd een kilometertje afdalen richting Le Pont. Dat is wel nog even een geestig afdalinkje, met kort achter elkaar drie haarspeldbochten, maar de weg is dusdanig breed dat je daar geen problemen hoeft te verwachten. In de vierde bocht rijden we over een brug heen en daarna beginnen we aan een klim van 16 kilometer in meerdere etappes. De organisatie heeft hier bedacht dat ze na het eerste deel van de klim bergpunten gaan uitdelen, en dan na het laatste deel nog eens, maar alles bij elkaar gaan we nu 16 kilometer aan 3,5% omhoog naar de top van de Col des Prés. Deze col begint met een klimmetje van 1,7 kilometer aan 5,3% naar Lescheraines, de organisatie noemt dit de Côte de Rossillon. Als de vlucht nog niet weg is kun je hier een steen in de vijver gooien, het gaat een tijd aan 6% omhoog en dat zijn wel leuke stroken om jezelf even te tonen aan de wereld. Na 35,5 kilometer zijn we boven op deze klim, maar dan zijn we eigenlijk nog niet boven. We rijden verder over een brede weg, afwisselend door de bossen en langs wat bergweides af. Paar kleine dorpjes tussendoor, er zijn soms tekenen van leven te bekennen in deze regio. Na de Côte de Rossillon is het anderhalve kilometer zo goed als vlak, met zelfs een paar meter in licht dalende lijn, daarna gaan we 2,5 kilometer aan 4% omhoog. Richting het eind van deze strook bergop komen we een heel klein stukje tegen waar het iets steiler is, zelfs een paar meter aan 10%, maar dan is het daarna meteen weer twee kilometer zo goed als vlak. We volgen continu dezelfde weg en dit is toch wel een glooiende weg. Tussen de bomen door is er soms ook nog steeds uitzicht op de bergen, je kunt je hier echt vergapen aan alle natuurpracht. Na een tijd komen we langs de kant van de weg een watervalletje tegen, dat doet het altijd goed. De brede weg loopt voorts weer twee kilometer aan bijna 4% omhoog, hier bevinden we ons in de buurt van Aillon-le-Vieux. Dodelijk terrein voor de sprintersploegen, ideaal terrein voor de ambitieuze vluchters. Dit wordt echt wel lastig om te controleren, vooral ook omdat het niet ophoudt. Voorbij Aillon-le-Vieux is het dan wel weer twee kilometer zo goed als vlak, maar de sprintersploegen hadden hier graag veel meer vlakkere kilometers gezien. Paar flauwe bochten onderweg, maar we rijden hier toch verrassend rechtdoor over de brede weg, een weg die dan ook nog eens moeilijk te blokkeren is. Spring maar gewoon mee en kijk maar hoe ver je dan komt, zou bijna mijn advies aan de sprintersploegen zijn. Na het vlakke stuk komen we uit in Aillon-le-Jeune, waar we na een halve kilometer vals plat gaan beginnen aan het sluitstuk van de Col des Prés, het stuk dat de organisatie wel mee vindt tellen. We noteren richting het eind van deze lange klim een strook van 3,5 kilometer aan 6,8%, hier worden de sprintersploegen al helemaal niet vrolijk van. Door een wat meer open omgeving, met wederom prachtig zicht op de bergen, gaat het vooral rechtdoor eerst een halve kilometer aan 4% omhoog, voor we 2,5 kilometer mogen klimmen aan 7%, met stukken tot 7,5%. Daarna zwakt het richting de top af richting 5%, maar al bij al is dit wel een ideale strook om al je troeven op tafel te leggen. Het nadeel is dat je hier lang in het zicht bent, wat dat betreft is het lastig om weg te rijden, maar verder is zo'n langere strook aan 7% natuurlijk wel ideaal. Het kan hier zomaar oorlog worden, ik denk dat Mads Pedersen smult als hij dit ziet.





Na een kleine 50 kilometer zijn we boven op de Col des Prés, een klim van de derde categorie. In totaal is de klim dus 16 kilometer lang, in vier schuifjes gaan we omhoog, waarbij het eerste en het laatste deel dus het meest lastig zijn. Een klimmetje met een korte geschiedenis in de Tour, we zijn hier zo'n beetje alleen in de Tour van 2013 geweest, op weg naar Semnoz. Pierre Rolland was hier toen als eerste boven, maar hij werd uit de uitslag geschrapt omdat hij MIJN Igor Anton bijna van de weg reed. Mijn Igor ging in de aanval en wilde op dit klimmetje wat puntjes pakken, maar Rolland deed resoluut de deur dicht. Dat kon de jury toch niet helemaal waarderen. In 1998 hadden we hier overigens ook moeten rijden, maar dat was tijdens een rit die geneutraliseerd werd na een protest van de renners. Het aparte is dat de andere kant van de klim een stuk lastiger is, na de klim gaan we 16 kilometer afdalen aan 5%, dat is toch net een ander verhaal. Direct na de top loopt de weg bijna negen kilometer omlaag aan een procent of zeven, dat is wel even andere koek. Stroken tot 10%, deze kant van de Col des Prés hadden we moeten beklimmen, we hebben de verkeerde richting te pakken! De weg omlaag is breed en het asfalt is best goed, maar we gaan toch even moeten opletten. Het eerste stuk na de top valt mee, maar na een tijd komen we in een zone vol haarspeldbochten terecht. Eerst een stuk of twee van die dingen, daarna een zone vol met snelle bochten, en dan weer een stuk of vier haarspeldbochten achter elkaar. Het zou te doen moeten zijn, maar we mogen dit technisch noemen. Zelfs hier kan de vlucht nog ontstaan, ideaal terrein voor Pidcock om zijn kunsten nog eens aan de wereld te tonen. Mooi uitzicht tijdens de afdaling ook wel weer, we kijken ver weg en zien in de diepte allemaal dorpjes liggen. Het zicht op de meeste bochten is goed en de weg is dus breed genoeg, uiteindelijk verwacht ik dat iedereen veilig beneden gaat raken. Maar alsnog, neem hier een beetje risico en je kunt zomaar wat voorsprong bij elkaar rijden. Na het eerste deel in dalende lijn komen we uit in Thoiry, even voorbij dit dorpje gaat de weg tussendoor nog een keer kort omhoog. We komen nog een paar brede haarspeldbochten tegen, eerst in dalende lijn, maar na een passage over een bruggetje rijden we ineens omhoog. We gaan op weg naar het dorpje Saint-Jean-d'Arvey en de weg naar dit dorpje toe loopt 1,1 kilometer aan 5,7% omhoog. Het eerste deel van dit klimmetje vliegt voorbij dankzij de vaart van de afdaling, maar daarna moeten de renners toch even terugschakelen als ze een korte strook aan 9% tegenkomen. Via een paar steile haarspeldbochten kronkelen we omhoog naar Saint-Jean-d'Arvey, een dorpje dat we na 59,5 kilometer bereiken. Hier ligt de top van het klimmetje, eentje van vierde categorie. Het laatste steile stukje klimmen van deze rit, hierna gaan we de rest van de dag niet meer op zulke percentages getrakteerd worden.




Na dit klimmetje halverwege de afdaling is de weg even anderhalve kilometer vrij vlak. In licht dalende lijn rijden we door Saint-Jean-d'Arvey heen, hier moeten we wel even opletten voor een drempeltje en dat soort werk. Buiten het dorp gaan we dan weer verder met de afdaling, het gaat nu nog eens een kleine vijf kilometer vrij serieus omlaag. We komen in dit laatste deel van de afdaling weer de nodige haarspeldbochten tegen, een stuk of acht. En dan nog wat ander bochtenwerk tussendoor, geen kattenpis. We dalen weer een tijd aan 7%, met soms stroken tot 10%, het gaat echt serieus omlaag. Enkele van die haarspeldbochten ogen ook echt steil en ondanks de brede weg vrij krap. De renners mogen hun borst natmaken hier, ik ga dit gewoon omschrijven als een technische afdaling. De grap is dat we voorbij alle haarspeldbochten en andere bochten niet eens van het technische werk zijn verlost. We komen beneden uit in Saint-Alban-Leysse, maar hier beginnen we aan een eindeloze tocht vol rotondes. De renners gaan enkele kilometers door de vallei rijden, maar dit is een drukke vallei. Een volledig volgebouwde vallei, we verkennen de voorsteden van Chambéry om vervolgens weer in onze startplaats uit te komen. Dit doen we over vlakke wegen, maar wel wegen vol rotondes, drempels, vluchtheuvels, middenbermen en af en toe een wat smallere passage. Buiten Saint-Alban-Leysse komen we langs de Leysse te rijden en die weg volgen we tot in het centrum van Chambéry. Het is nu alles bij elkaar een kilometer of zes zo goed als vlak, maar dan wel weer vrij technisch. Een paar kilometer rijden we wat meer rechtdoor langs de Leysse, maar als we Chambéry voor de tweede keer vandaag betreden is het opnieuw raak. In de startplaats komen we alles bij elkaar tien rotondes tegen, met tussen die rotondes in ook nog wat ander bochtenwerk. We zien tijdens deze toch wel wat meer van de stad dan tijdens de neutralisatie, vooral het gebouw van de Préfecture de la Savoie steelt de show. Aan de achterkant van dit gebouw vinden we dan weer het Château des ducs de Savoie, Chambéry krijgt wel waar voor z'n geld vandaag. Na 68 kilometer rijden we door de stad heen, een lang rondje om weer terug bij af te zijn. Na alle bochten en rotondes en ander verkeersremmend werk komen we uit in Cognin, waar we gaan beginnen aan de volgende klim van de dag. Een klim die de vorige keer dat we 'm bedwongen nog wel een categorie kreeg opgeplakt, toen we in de Tour van 2021 door Chambéry reden op weg naar Valence was de Col de Couz er nog eentje van de vierde categorie. Nu niet, maar het verhaal blijft hetzelfde. Met 7,4 kilometer aan 2,8% stelt het klimmetje sowieso niet heel veel voor. Buiten Chambéry rijden we over een brede en rechte weg verder, na een aantal kilometer begint deze weg omhoog te lopen. Iets meer dan vals plat, gemiddeld gezien. Een paar stroken aan 4%, verder is het een vals platte snelweg. Na 84 kilometer we in de buurt van het gehucht Saint-Jean-de-Couz boven op deze 'klim', daarna blijkt waarom we deze route hebben gekozen. We rijden over de brede weg via een paar bochten lichtjes naar beneden richting de Grottes de Saint-Christophe. Zowel van binnen als van buiten een fascinerende plek. Aan de buitenkant zien we de fraaiste rotswanden, van binnen is het al helemaal de moeite waard. De officiële site van deze toeristische attractie heeft een Nederlandse versie, met een prachtige vertaling:

quote:
Ontdek de grotten die zijn gevormd door het water, en bewonder de enorme vertrekken vol kolkgaten en concreties.Profiteer van onze nieuwe receptiezone, met winkel, café, restaurant en een tentoonstelling over de eerste bewoners van de Chartreuse.

Rondleidingen,Snackbar, Activiteiten

Volg de gids…?...en luister naar de rijke geschiedenis van de Voie Sarde, een doorgang door de bergen, een natuurlijke route die eeuwenlang in gebruik is geweest…?…en daal steeds dieper af in de grot om kolkgaten, stalactieten en stalagmieten, waarvan sommige in zeer originele vormen, te bewonderen…?…en aanschouw het monument dat opgericht is ter herinnering aan Hertog Charles Emmanuel II van Savoie, die in de 17e eeuw opdracht heeft gegeven tot renovatie van de Voie Sarde…
Een bezoek aan deze speciale plek combineert natuur, geschiedenis en geologie; een belevenis voor jong en oud!




Prachtig, prachtig. De renners zien er overigens niet enorm veel van. Ze rijden voorbij het informatiecentrum een tunneltje in, aan het eind van dit tunneltje moeten ze nog even opletten voor een vluchtheuvel. Vervolgens rijden ze met een boog om de opvallende berg en haar grotten heen. Het gaat nog even wat verder naar beneden met wat bochten en rotondes onderweg, maar al snel wordt het weer vlak. We rijden door een vallei over een brede weg om Les Échelles heen, in de buurt van dit plaatsje komen we alleen een paar rotondes tegen. Eenmaal in Les Échelles slaan we in het centrum rechtsaf, we verlaten daarna snel weer dit dorpje waar in de Tour van 1984 een klimtijdrit richting La Ruchère van start ging. Een klimtijdrit van 22 kilometer, dat kan tellen. Fignon won, voor Herrera en Delgado, wel de betere namen. Buiten Les Échelles rijden we een kilometer of vier over een weg die vrij recht, vrij breed en vrij vlak is. Die weg zal daarna een kilometer of drie wat vals plat omhoog lopen, terwijl we op de grens van de departementen Savoie en Isère de loop van de Guiers volgen. Na dit niet al te interessante stukje vals plat omhoog, waarbij we wel door de wonderschone Gorges de Chailles mogen rijden, zal de weg vervolgens vier kilometer vals plat omlaag lopen, vooral rechtdoor. De renners hebben een tijd door een fraaie kloof mogen rijden, prachtige rotswanden overal om je heen, maar nu spreekt de omgeving weer net even iets minder tot de verbeelding. Wat meer agrarische toestanden, al zien we in de verte wel nog steeds wat mooie bergen liggen. Na het stuk in dalende lijn, zonder veel bochten die de moeite van het melden waard zijn, rijden we nog eens een kilometer of vijf over een zo goed als vlakke weg rechtdoor naar Le Pont-de-Beauvoisin. De rit begon met heel wat klimwerk, maar we hebben nu al lang en breed de zone bereikt waar de rit in rustiger vaarwater terecht is gekomen.



Na 105 kilometer betreden de renners via een uitgestrekt industrieterrein Le Pont-de-Beauvoisin, een plaats aan de rivier de Guiers. Le Pont-de-Beauvoisin bevindt zich nog in de Isère, maar als we een rotonde en wat vluchtheuvels passeren en vervolgens bij de tweede rotonde linksaf slaan rijden we via een brug in stijgende lijn over de Guiers heen, waarna we ons plotseling in de Savoie bevinden. In de Savoie komen we eveneens uit in Le Pont-de-Beauvoisin, ze hebben het hier voor elkaar gekregen om aan beide kanten van de rivier een dorp te dezelfde naam te geven. In het Le Pont-de-Beauvoisin van de Savoie komen we weer wat vluchtheuvels en een nieuwe rotonde tegen, ik vrees voor Tom Dumoulin dat ze niet allemaal weggehaald zullen zijn en ook niet overal zal een man met een vlaggetje staan te zwaaien. Bij deze rotonde slaan we linksaf en daarna komen we op een weg terecht die we 20 kilometer gaan volgen. Van Le Point-de-Beauvoisin rijden we naar Chirens en in deze 20 kilometer gaan de renners 200 meter hoger uitkomen. We beginnen aan een eindeloze strook vals plat, al loopt de weg in Le Pont-de-Beauvoisin eerst nog even een paar meter naar beneden waarbij we ook nog een aantal bochten tegenkomen plus een passage bij een spoorwegovergang. Nadien begint de weg op te lopen en dat stelt uiteraard het grootste gedeelte van de tijd niets voor. In de eerste paar kilometer dat we over deze weg rijden gaat het een aantal keer wat op en af, heel voorzichtig. De weg is breed en voert grotendeels door de bossen, al passeren we ook wel eens in een dorpje. Zo rijden we langs Saint-Albin-de-Vaulserre, waar dan weer wat drempels en vluchtheuvels liggen. Ze beschikken in deze omgeving over een kasteel, Château de Vaulserre. In dat kasteel schijnt een deel van de film The Horseman on the Roof opgenomen te zijn, een film gebaseerd op een boek van Jean Giono. Die schrijver ken ik dan weer van het formidabele kleine boekje De man die bomen plantte, aanrader. Over een weg vol obstakels rijden we door dit dorp heen, om buiten het dorp dan weer op een brede en rechte weg uit te komen in de bossen. Wat zicht op de bergen hier, het blijft knap hoe het de organisatie is gelukt om vandaag al het serieuze klimwerk te ontlopen. De weg loopt nog een tijdje wat vals plat omlaag, maar daarna gaat het in het vervolg echt continu vals plat omhoog. De omgeving blijft groen, terwijl we af en toe dus een dorpje tegenkomen. Saint-Bueil, nog zo'n voorbeeld. Drempeltje, vluchtheuveltje, en dan weer vals plat omhoog verder in de bossen en langs wat weilanden af. Op geen enkel moment moet er stevig geklommen worden, het is makkelijk fietsen op deze brede en rechte weg in de vallei van het riviertje de Ainan. Een paar kilometer later komen we uit in Saint-Geoire-en-Valdaine, op het grondgebied van deze gemeente vinden we liefst zeven châteaux. De oprichter van de Gendarmerie Nationale schijnt hier vandaan te komen, Guillaume Dode de la Brunerie, maarschalk van Frankrijk in de tijd van Napoleon. In dit dorpje komen we weer een vluchtheuvel tegen, verder knallen we er rechtdoor zonder problemen doorheen. Buiten het dorp zijn we weer in de bossen, hier is het weer even rustig. Tot het volgende dorp, Massieu, daar liggen dan weer wat drempeltjes en vluchtheuveltjes. Meer valt er van dit deel van de rit niet te maken, het gaat voornamelijk onzichtbaar vals plat omhoog in een fraaie omgeving, terwijl we in de verte kunnen zien dat de omgeving probleemloos nóg fraaier had kunnen zijn. Zo'n weg doet altijd pijn als je de bergen naar je ziet knipogen. Wat verkeersmeubilair in de dorpjes, buiten de dorpjes is het recht en breed en zo bereiken we zonder veel bezwaar na 127 kilometer Chirens. Het laatste stuk voor dit dorp rijden we langs velden vol maïs af, eenmaal in de bebouwde kom valt ons oog dan vooral weer op een aantal vluchtheuvels. We pakken in Chirens een paar bochtjes mee, zo slaan we twee keer linksaf, om even verderop in het centrumpje dan weer voorbij een aantal drempeltjes bij een rotonde rechtsaf te slaan. We laten na die bocht Val d'Ainan achter ons, terwijl de helikopter weer even wat kasteelruïnes in beeld mag brengen, zo vinden we in deze omgeving de Tour de Clermont, een oude toren die nog is overgebleven van wat ooit een kicken kasteel moet zijn geweest.




Na de rotonde in Chirens waar we rechtsaf slaan komen we even verderop nog een rotonde tegen, terwijl we via een brede weg die voorzien is van wat drempels door het dorp rijden. Voorbij het voetbalveld verlaten we dit dorpje en daarna rijden we weer de bossen in, waar we drie kilometer over dezelfde weg mogen rijden. Een weg die licht glooiend is, zo komen we een keer een wat steiler knikje omhoog van een paar hectometer tegen. Een fraai weggetje, heerlijk slingerend door de bossen en langs de bergen af. Aan het eind van deze weg slaan de coureurs rechtsaf, na deze bocht gaan we richting Charavines rijden en richting dit dorpje loopt de brede weg drie kilometer aan 2,5% omhoog. Door de bossen vals plat omhoog, heel uitdagend is het niet. Tussendoor rijden we door het gehucht Le Guillermet, waar wat drempels te vinden zijn, naast wat lelijke industrie. Op die passage na is het heerlijk groen, tot we na 133 uitkomen in Charavines. In dit kleine dorpje komen we weer wat drempels en vluchtheuvels tegen, terwijl het vals platte even voorbij is. De weg loopt zonder veel problemen even naar beneden, waarna we gaan beginnen aan een zo goed als vlakke strook van vier kilometer. Charavines ligt aan het Lac de Paladru en in dit dorpje vinden we een museum waar je alles kunt vinden over de vondsten die men rond dit meer heeft gedaan. Vele duizenden jaren geleden leefden hier al mensen, schokkend. Het op vier na grootste natuurlijke meer van Frankrijk, zo dan! Via een licht bochtige weg rijden we door Chavarines heen, er liggen hier toch vooral veel drempels. Aan de buitenrand van het dorp gaat de weg nog even een paar meter naar beneden, terwijl we het meer van Paladru in beeld zien verschijnen. Na dit korte stukje in dalende lijn rijden we een tijdje langs het meer, over een zo goed als vlakke weg. Mooi tochtje, goed voor de toeristische plaatjes. Sowieso is dat meertje een vrij populaire bestemming, lijkt het. Een tijdje rijden we dusdanig dicht langs het water dat je kunt overwegen om Pogacar met een schouderduw in het water te knikkeren, we moeten creatief worden om deze Tour spannend te houden.



Voorbij het meer komen we uit bij een rotonde, hier slaan de renners linksaf. Na deze bocht naar links loopt de weg opnieuw omhoog, we sluiten een langere strook waarin het gemiddeld gezien steeds een beetje vals plat omhoog ging af met een strook van twee kilometer aan 3%. Over een brede weg rijden we buiten de bossen en voorbij het meer net iets meer dan vals plat omhoog, al is het natuurlijk nog steeds geen echte klim. Langs velden vol maïs gaat het via wat flauwe bochten licht omhoog, waarna we gaan beginnen aan een stukje rit waarin het wat langer vals plat omlaag zal lopen. De brede weg loopt na het knikje omhoog een dikke drie kilometer vals plat omlaag, we rijden hier eigenlijk vooral rechtdoor langs wat agrarische grond af. Beetje opletten voor wat vluchtheuvels, meer gevaar loert hier niet om de hoek. We rijden langs Oyeu af, maar het zijn geen wegen waarvan je zoiets hebt van ojee. We rijden over de Route des Plaines, het is hier wel vrij plain ja. Aan het eind van deze weg slaan we linksaf, weer zo'n bocht waarbij we even moeten opletten voor de vluchtheuvels. Na deze bocht moeten we sowieso even wakker worden, want de tussensprint is nu aanstaande. Over vijf kilometer volgt de tussensprint, een keer een andere tussensprint. We zijn gewend aan tussensprints waar de weg continu vals plat omhoog loopt, nu gaan we juist continu vals plat omlaag richting die tussensprint. Twee kilometer rijden we rechtdoor vals plat omlaag richting Colombe, waar met Mélina Robert-Michon een discuswerpster vandaan komt. Zij mocht tijdens de openingsceremonie in Parijs samen met Florent Manaudou de vlag dragen, wat leuk. Geboren in finishplaats Voiron, maar opgegroeid in Colombe. Zilver op de spelen in Rio, in Parijs bleef ze dan weer steken op een 12e plaats. Op iets minder dan drie kilometer van de tussensprint komen we uit bij een rotonde, hier slaan we rechtsaf en daarna rijden we over een viaduct heen, dit levert zowaar een paar meter in stijgende lijn op. Aan de andere kant van het viaduct gaan we dan uiteraard weer een paar meter omlaag, waarna we min of meer rechtdoor naar de tussensprint zullen rijden. Een kilometer of twee goeddeels rechtdoor, al komen we in de straten van Colombe wel wat flauwe bochtjes tegen. Een aantal vluchtheuvels ook, een kilometer voor de tussensprint komen we dan weer een wegversmallinkje tegen. Van Colombe rijden we naar Le Grand-Lemps en hier volgt na 147,5 kilometer de tussensprint van de dag. De weg naar de tussensprint toe loopt toch merkbaar omlaag, we dalen aan een procentje of twee en in de laatste kilometer voor de tussensprint gaat het zelfs aan bijna 3% omlaag, wat ervoor zal zorgen dat we in sneltreinvaart op die tussensprint afdenderen. Met het gevoel alsof je windkracht vijf in de rug hebt stormen we op die tussensprint af, pas in de laatste meters voor de sprint wordt de weg weer vlak. Niet de meest logische plek voor een tussensprint, ben ik geneigd te denken, maar we rijden in ieder geval wel rechtdoor Le Grand-Lemps binnen, daar ligt het dan weer niet aan. Bij een ietwat modernistische brandweerkazerne voor de deur mogen de renners gaan sprinten, waarbij het een beetje de vraag is hoe deze rit uit gaat draaien. Gaat Alpecin hier de rit controleren om Philipsen hier punten te laten pakken, of sturen ze hem liever in de aanval en proberen ze zo punten te sprokkelen? Wat een tactische keuzes die er gemaakt dienen te worden, jongens toch!




Direct na de tussensprint, op de grens van Colombe en Le Grand-Lemps, bevinden we ons op 27 kilometer van de aankomst. We rijden rechtdoor Le Grand-Lemps binnen en hier volgt vrij kort na de tussensprint voorbij een vluchtheuvel een bocht naar links. We rijden de Rue de la Paix in, hopelijk gaat het er hier ook echt vreedzaam aan toe. Een straatje met wat matig asfalt, en een hoop putdeksels. We volgen deze weg dwars door Le Grand-Lemps heen, na een bocht naar rechts rijden we voorbij de lokale Lidl en iets verderop gaan we bij een rotonde naar links, waarna we weer op een goede weg terechtkomen. We verlaten het dorp en rijden daarna vier kilometer volstrekt rechtdoor. Het is nu zo goed als vlak, hooguit heel licht vals plat dalend. Een brede en goede weg, wel eentje met wat wegversmallinkjes als we tussen de laatste huizen van het dorp door zullen rijden, buiten het dorp is het dan weer helemaal kaarsrecht zonder obstakels tussen een aantal akkers in. Aan het eind van deze makkelijke weg slaan we linksaf een nóg bredere weg in, in de bocht moeten we wel voor de zoveelste keer opletten voor een aantal vluchtheuvels. Na de bocht naar links rijden we dik drie kilometer volledig rechtdoor over een volledig vlakke weg. Mi Plaine, zo noemen ze deze weg. Mijn vlakte, omgeven door talloze bergen in de verte. Vooral akkers langs de kant van de weg, terwijl we over het grondgebied van de gemeente Beaucroissant rijden. Uitstekende naam, de route vind ik dan weer minder uitstekend. Aan het eind van dit plateau komen we na een aantal makkelijke kilometers uit bij een rotonde, hier rijden we rechtdoor en daarna loopt de weg even een halve kilometer lichtjes omhoog richting de volgende rotonde. Voorbij deze rotonde volgt er dan weer een afdaling van net iets meer dan twee kilometer richting Rives. Een buitengewoon brede weg loopt via een aantal goedlopende bochten op een eenvoudige manier omlaag, dit is echt een afdaling van niets. Als we uitkomen in Rives rijden we langs een industrieterreintje en hier ligt wel even een stevige middenberm, maar hier is de weg wel gewoon recht. Zodra het weer iets bochtiger wordt verdwijnt de middenberm en wordt de weg weer breed. Zonder veel bezwaar rijden we aldoende langs Rives af, na 160 kilometer koers. Op 15 kilometer van de aankomst rijden we langs dit dorpje af, waar ze het blijkbaar van de metallurgie en de papierindustrie moesten hebben. Uit het dorp is met Raphaël Poirée een van de beste Franse biatleten ooit afkomstig. Ik ben geen kenner, maar acht keer wereldkampioen worden klinkt niet heel slecht. Na het makkelijke afdalinkje richting Rives loopt de brede weg na een tijd plotseling weer omhoog, we gaan anderhalve kilometer klimmen aan net iets meer dan 3%, schokkend dus. Een brede weg, zo goed als rechtdoor omhoog, prima asfalt, we zijn boven voor we überhaupt in de gaten hebben dat er geklommen wordt. Vlak voor de top van dit 'klimmetje' komen we in de buurt van Charnècles een rotonde tegen, hier gaan we rechtdoor en daarna gaan we na een paar vlakke meters opnieuw een tijdje afdalen over deze brede weg. Een bord langs de kant van de weg geeft aan dat het vrij serieus omlaag zal gaan, het spreekt over een stuk van drie kilometer waarin we aan 7% moeten dalen. We dalen richting Moirans en op deze manier klinkt dat bijna indrukwekkend, maar nee, dat valt reuze mee. Een brede weg loopt bijna continu rechtdoor omlaag, we komen enkel wat flauwe bochtjes tegen. In het begin is de weg dankzij de aanwezigheid van een middenberm iets smaller, maar goh, nee, een afdaling van niets. Met hoge vaart knallen we na 164 kilometer Moirans binnen, op net iets meer dan 10 kilometer van de aankomst. In Moirans wordt de weg weer vlak, terwijl we de brede hoofdweg door de vallei blijven volgen. We rijden niet dwars door het dorp heen, nee, we knallen mooi langs het dorp af. We komen wel nog in een buitenwijkje uit, waar ook wat industrie te vinden is. Hier wordt de weg nog wat breder, al treffen we wel een aantal vluchtheuvels aan. Op grofweg 8,5 kilometer van de aankomst slaan we met zicht op de Alpen scherp linksaf, weer een bocht met wat vluchtheuvels die hinderlijk in de weg liggen, ik geef het Visma maar weer mee. Direct daarna slaan we rechtsaf en dan mag de finale wel gaan beginnen.




We rijden na deze bochten over het grondgebied van Saint-Jean-de-Moirans, waar het bedrijf Rossignol gevestigd is. Zij maken vooral ski's, maar ook snowboards, urban wear en mountainbikes, ja! Al rijden we niet door dit plaatsje heen, maar dit stukje grond hoort blijkbaar wel bij de gemeente. De weg was na de afdaling al anderhalve kilometer zo goed als vlak, na het bochtenwerk rijden we nog eens drie kilometer op een vlakke manier verder. Onderweg rijden we over een viaduct heen, maar verder is het hier behoorlijk recht, breed en vlak. We rijden door een vlakte heen, terwijl de omgeving duidelijk maakt dat we ons toch nog echt in de bergen bevinden. Zonder veel bochten tegen te komen rijden we recht op La Buisse af, in de achtergrond ligt een berg die een hap mist. Een steengroeve, amai. Als we net iets te lang naar deze groeve hebben gekeken komen we uit bij een rotonde, hier slaan we linksaf en daarna rijden we net iets meer dan een halve kilometer heel voorzichtig vals plat omhoog naar de volgende rotonde. We bevinden ons inmiddels in de laatste zes kilometer van deze rit en in die laatste zes kilometer gaat er nog geklommen moeten worden. Een brede weg loopt eerst vals plat omhoog, maar langzamerhand begint het steeds duidelijker omhoog te lopen. We rijden La Buisse in en hier zien we tussen de bomen in een leuk huisje liggen. We zien hier ook dat we begonnen zijn aan een klim van 2,6 kilometer aan 4%, dit klimmetje is mede de reden dat mensen denken dat dit geen rit voor de sprinters kan worden. Op iets meer dan vijf kilometer van het eind komen we uit bij een nieuwe rotonde, hier slaan we wederom linksaf. We komen terecht op een nieuwe weg die ook breed is en die omhoog zal blijven lopen. We rijden langs wat huisjes van La Buisse af, terwijl we afstevenen op de bossen. Niet alle bronnen zijn het helemaal met elkaar eens. De organisatie heeft het over 2,6 kilometer aan 4%, PCS komt met 2,5 kilometer aan 4% en dat is natuurlijk heerlijk in overeenstemming met elkaar, maar een derde bron houdt het eerder op drie kilometer aan 3,5%. In aanloop naar de tweede rotonde zouden we het steilste stukje tegen moeten komen, een strook aan 4,5%. Voorbij de rotonde zou de weg daarna steevast rond de 3,5% verder omhoog moeten lopen, waarna het in de laatste meters van deze laatste hindernis volledig afvlakt. Gevoelsmatig strookt dat wel met wat ik zie als ik er via Streetview even doorheen klink. Het ziet er nergens steil uit, het ziet er echt veredeld vals plat uit. Voorbij de rotonde rijden we overigens zo goed als rechtdoor tot op drie kilometer van de aankomst, op een vluchtheuvel onderweg na treffen we verder geen obstakels. Een lange tijd aan 3,5% omhoog, dat lijkt me dus niet het terrein waar je de sprinters in de problemen kunt brengen. Natuurlijk kan er in het begin van de rit een sterke vluchtersgroep wegrijden en kan het hier uitdraaien op een totaal andere rit, maar als ploegen als Lidl-Trek, NSN en Alpecin besluiten te controleren gaan die ploegen en hun sprinters in de finale van de rit absoluut niet in de problemen komen. Dit had zelfs Tim Merlier aangekund, ik twijfel alleen over Arvid de Kleijn. Op precies drie kilometer van het eind zijn we boven op dit klimmetje, we pakken een brede bocht naar rechts mee en voorbij die bocht gaan we beginnen aan een voorzichtige afdaling. Tot in de slotkilometer loopt de weg omlaag, maar het gaat nooit meer dan vals plat omlaag. Over een rechte en brede weg denderen we in sneltreinvaart Voiron binnen, waar de organisatie wel heeft besloten om de finale onnodig moeilijk te maken. Tot op twee kilometer van het eind gaat het volledig rechtdoor, vals plat omlaag, ondertussen hoeven de renners alleen op te letten voor een vluchtheuvel of twee. Op twee kilometer van het eind volgt er een brede bocht naar rechts en daarna meteen een flauwe naar links, met in die tweede bocht weer wat vluchtheuvels. Na deze bochten rijden we rechtdoor tot op anderhalve kilometer van het eind, over een weg met een hoop vluchtheuvels. Ik hoop dat de lokale overheid wat geld opzij heeft gezet om hier het een en ander te verwijderen. Op 1,5 kilometer van de aankomst botsen we op een rotonde, waar we linksaf slaan. Dit kan wel weer even een chaotische bocht worden, zeker als ook de vluchtheuvels hier niet worden weggehaald. Na de bocht rijden we een tunnelbak in en dus rijden we een paar meter omlaag voor het aan de andere kant uiteraard een paar meter omhoog gaat. Gemiddeld gezien loopt de weg hier nog steeds licht omlaag, de snelheid zal in aanloop naar een mogelijke sprint heel hoog liggen. Voorbij de tunnelbak rijden we rechtdoor de slotkilometer in en pas in de laatste kilometer wordt het vlak. Weer een bult vluchtheuvels hier, afhankelijk van het enthousiasme van de lokale gemeentewerkers kan het hier weer een bowlingsessie worden. Eenmaal in de slotkilometer slaan we bij een rotonde scherp rechtsaf, oppassen voor de stoepranden dan maar. Hierna rijden we een tijdje rechtdoor verder, nu dan weer heel licht vals plat omhoog. In de slotkilometer komen we 14 meter hoger uit, reken dat zelf maar uit. Om onduidelijke redenen heeft men gekozen voor een finale vol bochten, we rijden rechtdoor tot op 600 meter van het eind en op dat punt slaan we scherp linksaf, in het dagelijks leven is dat weer een bocht met een vluchtheuvel. Na deze bocht gaat het dan weer rechtdoor tot op 350 meter van het eind, waarna er een haakse bocht naar rechts volgt. Vlak voor deze bocht rijden we over een wegdek dat deels uit steentjes bestaat, ik sta even perplex van deze finale. De organisatie gaat zelf in ieder geval niet uit van een massasprint, heb ik het idee. Na de haakse bocht naar rechts komen de renners in de finishstraat terecht, in de laatste 330 meter van de rit zal het hier aan 2% omhoog gaan lopen. De weg bestaat na de bocht uit twee strookjes asfalt met in het midden een strookje stenen, ik vind het maar een bijzondere finale. We nemen een flauwe buiging van de weg naar rechts waar, rijden onder een spoorbrug door en daarna volgt er een flauwe buiging naar links, waarna we op de Cours Senozan de laatste meters van deze rit mogen afwerken op een volledig geasfalteerde weg. Een sprintje heel minimaal heuvelop, met finish voor de deur van de lokale kerk.






pi_221406847
Alle w/ LANDGENOOTEN w/ in de groep eindigen vóór Pedersen.
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
pi_221406848
Was wel een genotsrit, ondanks dat het een sprint werd.
You don't need a weatherman to know which way the wind blows.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Album top 100 2024
  Redactie Sport woensdag 22 juli 2026 @ 17:25:14 #4
451829 crew  H.Vviv
pi_221406850
quote:
1s.gif Op woensdag 22 juli 2026 17:23 schreef franklop het volgende:

[..]
7 punten nu?
Ja, 452 tegen 445.
pi_221406852
quote:
0s.gif Op woensdag 22 juli 2026 17:21 schreef H.Vviv het volgende:
Ook weer spannend om groen.
Mads gaat Montmartre op stelten zetten.
Ik doe het ff rustig aan.
pi_221406854
Altijd tegen Jasper (Stuyven).
You don't need a weatherman to know which way the wind blows.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Album top 100 2024
pi_221406855
quote:
0s.gif Op woensdag 22 juli 2026 17:21 schreef Hyaenidae het volgende: [..] Hij had hem zelf ook kunnen winnen.
Met zo vroeg aan gaan niet, maar inderdaad als hij later ging wel
[b] Op zondag 14 november 2010 18:11 schreef liesje1979 het volgende:[/b]
Zo is daar Godshand, met zijn sarcastische toon,
Die regelmatig een topic voorziet van spot en hoon.
pi_221406856
Mathieu kon dit zelf ook winnen _O-
Jack does it in real time...
pi_221406858
quote:
0s.gif Op woensdag 22 juli 2026 17:24 schreef Marcoss het volgende:

[..]
Dat heeft Lidl (en vooral Mads zelf) ook wel dom aangepakt
Vooral ook toen Mes zelf ging aanvallen toen het blok er al op lag in het peloton.

Kwestie van te veel willen.
  woensdag 22 juli 2026 @ 17:27:28 #10
187810 Szura
Kijk eens aan!
pi_221406859
quote:
0s.gif Op woensdag 22 juli 2026 17:26 schreef Felagund het volgende:
Altijd tegen Jasper (Stuyven).
Bart likte weer Aars
Lekker zuipen, lekker dansen en daarna lekker neuken.
pi_221406860
quote:
0s.gif Op woensdag 22 juli 2026 17:19 schreef wimderon het volgende:
Rassprinter Schmid tweedes, Matthews niet te zien.
Uitstekende duosprint nog, met Bling 9e
Jack does it in real time...
pi_221406861
Dan kan Jasper met de tussensprints de komende dagen gewoon het groen pakken en hoeft hij het in Parijs alleen nog maar te verdedigen
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
pi_221406863
quote:
0s.gif Op woensdag 22 juli 2026 17:25 schreef Dr_Flash het volgende:
Alle w/ LANDGENOOTEN w/ in de groep eindigen vóór Pedersen.
Mathieu niet.
sig verwijderd door FA
  woensdag 22 juli 2026 @ 17:28:53 #14
465903 Hamlapjes
Niet voor op de BBQ
pi_221406866
quote:
0s.gif Op woensdag 22 juli 2026 17:28 schreef TAmaru het volgende:
Dan kan Jasper met de tussensprints de komende dagen gewoon het groen pakken en hoeft hij het in Parijs alleen nog maar te verdedigen
Misschien even kijken waar de tussensprints liggen de komende dagen :s)
pi_221406867
Als Mathieu in Parijs voor Philipsen gaat rijden ga ik met dingen gooien
Jack does it in real time...
  woensdag 22 juli 2026 @ 17:29:57 #16
311468 Van_Poppel
Voormalig kopman van Gertje
pi_221406870
quote:
0s.gif Op woensdag 22 juli 2026 17:28 schreef TAmaru het volgende:
Dan kan Jasper met de tussensprints de komende dagen gewoon het groen pakken en hoeft hij het in Parijs alleen nog maar te verdedigen
Ik zie Mes meer punten pakken in de bergetappes.
  woensdag 22 juli 2026 @ 17:30:23 #17
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221406871
quote:
0s.gif Op woensdag 22 juli 2026 17:28 schreef Ambrosius het volgende:

[..]
Mathieu niet.
Ohnee. Nou ja Kooij Pluimers en HUUB wel :P
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
pi_221406872
Han, je klinkt verkouden. Blijf maar uit de buurt van Mathieu
pi_221406874
Mathieu zat op de limiet, maar haalde iedereen freewheelend terug en sprintte iedereen uit het wiel. _O- De winnaar in Parijs is gekend.
Jack does it in real time...
pi_221406875
quote:
0s.gif Op woensdag 22 juli 2026 17:29 schreef Van_Poppel het volgende:

[..]
Ik zie Mes meer punten pakken in de bergetappes.
Hoogstens morgen, maar ik denk dat ze allebei niks gaan pakken.
pi_221406877
quote:
9s.gif Op woensdag 22 juli 2026 17:29 schreef DeeBee het volgende:
Als Mathieu in Parijs voor Philipsen gaat rijden ga ik met dingen gooien
Met deze stand lijkt me die kans 100%
pi_221406882
quote:
0s.gif Op woensdag 22 juli 2026 17:31 schreef Marcoss het volgende:

[..]
Met deze stand lijkt me die kans 100%
Dat lijkt me niet eerlijk gezegd, Philipsen in het wiel van Mes moge de beste winnen. Ondertussen in de tussensprint proberen net voor te komen
pi_221406887
De stem van Philipsen in het Engels op de NOS klinkt als die van een belofte renner :P
[b] Op zondag 14 november 2010 18:11 schreef liesje1979 het volgende:[/b]
Zo is daar Godshand, met zijn sarcastische toon,
Die regelmatig een topic voorziet van spot en hoon.
  woensdag 22 juli 2026 @ 17:33:43 #24
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221406888
Met dingen gooien vind ik op zich best een leuk idee trouwens.
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
pi_221406889
quote:
10s.gif Op woensdag 22 juli 2026 17:28 schreef Hamlapjes het volgende:

[..]
Misschien even kijken waar de tussensprints liggen de komende dagen :s)
Morgen kansloos voor beiden, vrijdag kans voor Philipsen, zaterdag kans voor Mads, denk ik

Vrijdag en zaterdag wel afhankelijk van koersverloop



quote quotesplits me

Omdat je een nieuwe gebruiker bent willen we je erop wijzen dat het niet is toegestaan reclame te maken of FOK! te gebruiken voor commerciële doeleinden. Blijf ontopic en wees aardig voor je medeFOK!kers.
smilie   Pagina 1 / 3
Let op: Met het plaatsen van een bericht verklaar je akkoord te gaan met onze algemene voorwaarden van 27-05-2020, privacy policy van 27-05-2020 en Policy
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')