abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
  Moderator dinsdag 14 juli 2026 @ 06:14:30 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221327228
Etappe 10: Aurillac - Le Lioran, 166,6 km

Goh, we hebben alweer een volle Tourweek achter de rug. Meer dan een week geleden begon de 113e Ronde van Frankrijk in Barcelona, alwaar we aftrapten met een individuele ploegentijdrit. Die dag waren we zowaar getuige van een verrassing, UAE werd verslagen! Visma ging in de vorm van Vingegaard met de zege aan de haal, al had dat zonder een lekke band voor Vauquelin ook voor Ineos kunnen zijn. Het was in ieder geval niet voor UAE, ze werden slechts derde. Een valse start, maar ze sloegen snel terug. Op de tweede dag in Barcelona reden we rondjes over het circuit van Montjuïc en daar gebeurde relatief weinig. Eigenlijk geen aanval gezien, maar dat bleek ook niet nodig voor UAE om de koers alsnog te winnen. Del Toro smeet zich als een kamikaze door de laatste bocht en begon daarna aan een sprint van 600 meter richting het olympisch stadion van Barcelona. Gekkenwerk, behalve als je voor UAE rijdt, dan is het de normaalste zaak van de wereld. Pogacar keek even naar Vingegaard, zag dat de Deen het gat op Del Toro niet kon dichten, en reed toen zelf naar Del Toro toe. Hij kwam ernaast, om te wijzen naar Del Toro. Kijk eens, er doet er eentje mee die nog lachwekkender is. 't Scheelt niet veel, in ieder geval. Na deze flagrante vertoning, in een Tourrit op een aankomst heuvelop even lachend eerste en tweede worden, werd het op de derde dag niet veel beter. Onderweg naar Les Angles, terug naar Frankrijk, besloot UAE de rit maar weer eens te controleren. De koplopers kregen geen kans, nadat Pogacar een dag eerder de zege had weggegeven wilde hij nu z'n eigen ritzege. En zo geschiedde. Op het klimmetje aan het eind in Les Angles reed hij lachend weg van de rest, zo simpel kan wielrennen ook zijn. Gelukkig volgde er nadien een dag voor de vluchters, die rit zou vast wel leuk worden. Of nee, toch niet. Wel een rit voor de vlucht, maar in de kopgroep zaten drie renners van Lidl-Trek. Vacek en Simmons controleerde alles voor Pedersen, die vervolgens de sprint overtuigend wist te winnen. Zelfs de vluchtersrit bleek voorspelbaar en saai, het zat ons niet mee. En dan gingen we een dag later ook nog eens voor het eerst sprinten. Dat leverde dan weer een zege op voor Olav Kooij, in zijn eerste Tour pakte hij meteen een ritzege mee. Mag hij blij mee zijn, want nadien is een Belg op gang gekomen!

Op dag zes van de Tour trokken we echt de Pyreneeën binnen, en daar gebeurde precies wat iedereen behalve Gouvenou had verwacht. Een bergrit met de Tourmalet onderweg en dan een vlakke klim daarna? Ja, wij konden het wel uittekenen. Het genie dat het voor het zeggen heeft niet. Dat genie had bedacht dat de verschillen wel beperkt zouden blijven. Ja, niet dus. Op de Tourmalet deed UAE precies wat wij allemaal al verwacht hadden. Eerst hadden ze op de Aspin al flink doorgetrokken, daarna werd het hele treintje op de rails gezet op de Tourmalet. Een paar kilometer voor de top werd Pogacar gelanceerd door Vingegaard en poef, weg was hij. Del Toro dreigde nog even mee te gaan met Pogacar, om het helemaal beledigend te maken, maar de Mexicaan kwam zichzelf een beetje tegen. Pogacar niet, nee, natuurlijk niet. Richting de top van de Tourmalet bleef Vingegaard lang dichtbij, maar richting de top verloor hij uiteindelijk toch tijd. Zo gaat dat altijd, we volgden weer het vaste stramien. In de afdaling liep Pogacar daarna natuurlijk ook uit, precies zoals we hadden gedacht. En in de vals platte slotklim? Daar liep het verschil op richting drie minuten, zoals in iedere voorbeschouwing, niet alleen die van mij, al te lezen viel. Soms is wielrennen een heel voorspelbare sport. Heel jammer, in dit geval. De Tour is meteen beslist, al hadden we ook niet echt iets anders verwacht. Wel een tragisch dagje voor Torstein Traeen ook, de Noor had een paar dagen eerder dankzij een succesvolle vlucht het geel veroverd, maar op de Tourmalet ging hij overboord en daarna kwam hij ook nog eens in de afdaling ten val. Hij raakte daardoor niet alleen het geel kwijt, nee, hij moest de Tour verlaten. Zoals inmiddels Arnaud De Lie en Cian Uijtdebroeks ook al uit koers verdwenen waren, ziek rondrijden schijnt dan toch niet zo'n briljant idee te zijn. Zeker niet als het warm is, en warm is het geweest tijdens de eerste Tourweek. We kregen het niet warm van de koersontwikkelingen, maar verder was het wel obsceen heet. Met Pogacar in het geel, heel comfortabel, veel te comfortabel, trokken we naar de volgende ritten. Twee vlakke ritten achter elkaar. De eerste van de twee was heel simpel en saai, er gebeurde weinig en aan het eind was het Tim Merlier die een redelijk chaotische sprint naar zich toe wist te trekken. Een keer niet chaotisch wegens valpartijen, eerder chaotisch omdat de meeste treintjes niet op punt stonden. Alpecin waagde een poging, maar de benen van Philipsen weigerden dienst. De tweede sprintrit was iets leuker, vooral omdat het peloton alle moeite van de wereld had om Liam Slock tot de orde te roepen. De Belg hield lang stand, maar uiteindelijk plooide hij toch. We zagen daarna in de straten van Bergerac weer een chaotische sprint, maar nu omdat er een paar linke bochten in de laatste kilometer te vinden waren. Vooral de laatste bocht op 500 meter van het eind bleek bepalend. Op een andere manier dan verwacht. Door een botsing met Waerenskjold kwam Bini niet echt lekker door de laatste bocht en daardoor zat hij op een gat van de voorste renners. Merlier zat zelfs nog achter hem, op een groter gat. Dat gat leek onoverbrugbaar, met nog maar een meter of 400 te gaan. Het werd dan maar alles of niets, zowel Bini als Merlier gingen aan en ze wisten het gat te dichten. Merlier besloot daarna zijn inspanning door te trekken en hij vloog iedereen voorbij. Van der Poel deed een lead-out voor Philipsen, maar in vergelijking met Merlier stond Philipsen stil. Kooij zat ook in een geweldige positie, maar ook hij kon geen versnelling meer plaatsen. Het was Merlier, van achteruit, die zijn tweede op rij boekte. Deze keer leek hij vanuit geslagen positie te komen, maar soms is een Leeroy Jenkins doen zo slecht nog niet. Alles of niets, het werd alles.

Een matige week, al bij al. Veel voorspelbare ritten, weinig onverwachte wendingen. Gelukkig maakte de laatste rit van de eerste week veel goed. De negende rit was er eentje om in te kaderen. Het was de hele dag koers, tijdens de ingekorte rit. We hadden wegens het warme weer, graadje of 40, een kilometer of 30 van de rit geschraapt. Daardoor lag de tussensprint ineens heel vroeg op de dag, Lidl-Trek besloot dan maar te controleren voor die tussensprint. Niet zonder succes, Pedersen won dat sprintje voor Girmay. Na de tussensprint kwam het gevecht om in de vlucht van de dag terecht te komen op gang, en dat werd een interessant gevecht. We zagen een miljoen aanvalspogingen, vooral Alaphilippe was heel actief. Toch maar mooi de uitzending gehaald, en dat zelfs zonder benen. Ook Van der Poel was actief, hij toonde aanvalslust terwijl hij eerder niet vooruit te branden was. Een goed signaal, eindelijk gewend aan de warmte. Na vele vruchteloze pogingen reed er zo'n beetje halverwege de rit pas voor het eerst echt een kansrijke kopgroep weg. Van der Poel was een van de laatste renners die de oversteek wist te maken, even later sloot ook Pidcock nog aan. Die kopgroep kreeg ondertussen weinig voorsprong, want in het peloton had UAE besloten dat ze keihard op kop gingen rijden. Daar hadden ze een miljoen redenen voor, de verklaringen waren niet echt goed op elkaar afgestemd. Wat de reden ook was, Tim Wellens reed als een bezetene rond en daardoor kreeg de kopgroep nooit meer dan een minuut voorsprong. In de kopgroep ontstond er meteen onenigheid, waarna Tobias Johannessen en Quinn Simmons in aanloop naar de beklimming van Suc au May demarreerden. Op die klim maakte Pidcock de oversteek, waarna we even later Van der Poel in beeld zagen verschijnen. Hij leek slecht in vorm, maar voor de rustdag had hij ineens wonderbenen. Op een klimmetje van twee kilometer aan 10% reed hij naar de kop van de koers, dat moet meteen een van zijn beste klimprestaties zijn geweest.

Met een kopgroepje van acht reden we verder na de beklimming van Suc au May. De helft van de kopgroep was alweer gelost, voor sommige renners was het een kort dagje in de vlucht. Wellens bleef ondertussen brommeren, nog steeds weet niemand waarom. Het had een dag voor de vlucht moeten zijn, het groepje had makkelijk een tiental minuten voorsprong moeten krijgen, maar UAE koos ervoor om iedereen in de weg te rijden. Al zorgde de tactiek er uiteindelijk vooral voor dat Van der Poel in het voordeel was. We reden verder over de volgende klim en reden daarna kilometers en kilometers over glooiend terrein, terwijl UAE gas bleef geven. De koplopers hielden een voorsprong van een minuut, erg weinig. Na verloop van tijd kreeg UAE steun, Ineos kwam helpen omdat Johannessen een gevaar vormde voor het anonieme klassement van Bernal. Bij Lidl-Trek konden ze ondertussen niet kiezen, met Simmons en Gee hadden ze twee renners vooraan, maar in het ferm uitgedunde pelotonnetje zat ook nog Mads Pedersen. Na een tijd besloten Simmons en Gee dan maar om vooraan niet meer mee te draaien en dat leek het einde van de kopgroep. De voorsprong liep ineens snel terug naar een halve minuut. Maar toen kwam de redding, het korte klimmetje van Mont Bessou was aanstaande. Daar speelde Van der Poel zijn kaarten perfect, vlak voor dat korte klimmetje zat er een stukje in dalende lijn en hij nam dat stukje in dalende lijn op kop. Met de vaart van de afdaling knalde hij vervolgens vol het klimmetje op en hij wist het kaf van het koren te scheiden. Hij kreeg Johannessen mee, daarna sloot Pidcock aan en even later volgde Baudin. Pidcock haakte bijna weer af, schakelproblemen, maar na een ferme trap tegen zijn derailleur reed hij toch maar weer naar zijn vluchtgenoten toe. Het duo van Lidl-Trek werd gelost, zij vielen terug naar het pelotonnetje en daar mochten zij nog wat kopwerk verrichten. Een beetje te laat, bij Lidl-Trek ging het tactisch niet perfect. Vooraan ging het ondertussen wel goed, door de versnelling van Van der Poel was de voorsprong weer flink toegenomen en op de weg naar Ussel verloren de vier weinig tijd. Van der Poel had zo'n dag, hij bleef enorme beurten doen en dat zorgde ervoor dat het peloton onder aanvoering van Lidl-Trek en Ineos niet echt dichterbij kwam. Cofidis stak even later nog een handje toe, ook lekker op tijd. Het blijft altijd fascinerend, hoe je met een beetje een goede samenwerking en opofferingsgezindheid zo'n kopgroepje makkelijk bij zou kunnen halen, maar in de praktijk lukt dat dan toch niet. Het begon er steeds beter uit te zien voor de vier koplopers, al moesten ze nog wel het sprintje heuvelop in Ussel zien te overleven. Terwijl Johannessen en Baudin wel eens een beurtje oversloegen bleven Pidcock en Van der Poel vol gaan. Met een paar kilometer te gaan hadden ze nog steeds een halve minuut voorsprong, dat begon er steeds kansrijker uit te zien.

Bij het ingaan van de slotkilometer kreeg Van der Poel de kop opgedrongen, maar daar heeft hij inmiddels ervaring mee. Hij pakte het rustig en verstandig aan, hij durfde het tempo te laten lakken en hij was niet bang voor een eventueel aanstormend peloton. Hij wist dat ze te laat zouden komen, hij wist dat het tussen de vier vooraan zou gaan. Met Pidcock in het wiel begon hij op een meter of 250 van het eind aan zijn sprint. Pidcock vergat even dat hij schakelproblemen had, de intelligente Brit haakte meteen af. Ook Baudin kon niet mee met de krachtige aanzet van Van der Poel. Johannessen kwam nog wel even sterk opzetten, maar hij moest uiteindelijk toch gaan zitten en zijn meerdere erkennen in de Nederlander. Een ritzege voor Van der Poel, na een matig begin van de Tour voor hem en de ploeg zag de wereld er plotseling heel anders uit. Hij had zo'n befaamde dag, er was simpelweg niets tegen te beginnen. Slim gereden, maar toch ook wel geluk gehad. Doordat de kopgroep nooit een grote voorsprong had was er ook nooit ruimte voor tactische spelletjes. Zijn vluchtgenoten konden hem niet aanvallen, ze moesten samen blijven werken om überhaupt vooruit te blijven. Dat was enorm in het voordeel van Van der Poel, als ze 10 minuten voorsprong hadden gekregen had hij waarschijnlijk op de ene na de andere demarrage moeten reageren en dan was het moeilijk geworden. Hij zal hebben gevloekt onderweg, maar eigenlijk kwam het werk van UAE en later Ineos en Lidl-Trek hem niet slecht uit. Met dank aan het onnavolgbare UAE, leg maar uit waarom ze reden, pakte hij zijn eerste ritzege in deze Tour en zijn derde in totaal. Dat begint ergens op te lijken. We moesten negen dagen wachten, maar eindelijk was er een spannende en onvoorspelbare rit. Tot in de laatste kilometer had je het gevoel dat de achtervolgende groep nog terug kon komen, doordat de voorsprong nooit veel groter werd dan een minuut bleef het de hele rit spannend. In de sprint was Van der Poel wel de favoriet, maar hij had het meeste werk gedaan, dus het had ook zomaar een slechte sprint kunnen zijn. De winnaar stond niet vooraf al vast, en dat was wel een keer lekker. Uiteindelijk een machtige sprint van Mathieu, de oververdiende winnaar van rit 9. Eindelijk een keer koers zoals koers hoort te zijn, al blijft het rijden van UAE iets heel lelijks houden. Het kwam voor de spanning goed uit, maar het was echt onnodig. Ik kan nog veel meer over die ploeg zeggen, misschien moet ik dat maar doen ook. Zelfs met al mijn cynisme had ik niet verwacht dat ze zo zouden rijden in wat normaal een vluchtersrit had moeten zijn. Dat zo'n ploeg je nog negatief kan verrassen, ergens ook wel weer respect voor.

Na negen zware dagen, met een soms saai, voorspelbaar en tegenvallend koersverloop, sloten we gelukkig op een positieve manier af. Hopelijk kunnen we die positieve vibe meenemen naar de tweede week, al vrees ik er een beetje voor. Het is een week die er op papier niet heel geweldig uitziet. We beginnen met een mooie heuvelrit, al wordt die heuvelrit uiteindelijk waarschijnlijk niet zo mooi. We keren twee jaar later terug naar Le Lioran, daar heeft Pogacar iets recht te zetten. Nadien zien we twee volledig vlakke ritten, en dan volgt er een gekke rit die grotendeels vlak is, op de finale na. Zou een rit voor de vluchters moeten zijn, maar dat soort uitspraken durf ik nu niet meer te doen. Drie ritten op rij waar de klassementsrenners waarschijnlijk niets hoeven te doen. Gelukkig duiken we daarna het volgende weekend in, in dat weekend krijgen we met twee bergritten te maken. Een leuke bergrit in de Vogezen, en daarna een leuke bergrit in de Alpen. We moeten deze week geduld hebben. Eerst een demonstratie van Pogacar, dan twee vlakke dagen, dan hopelijk iets van een vlucht, en dan eindelijk weer de echte bergen. Een te moeilijk parcours? Ammehoela. Pogacar staat dan wel al een straatlengte voor, maar dat zou op ieder parcours kunnen gebeuren. Vandaag gaat ie ook gewoon weer een minuut toevoegen aan zijn voorsprong. We gaan opnieuw naar Le Lioran, daar waar Vingegaard Pogacar ooit in zijn kraag vatte en daarna over de knie legde. Dat kan dat Sloveense gedrocht met zijn opgezwollen ego niet tegen, we gaan vandaag wat beleven. Ik heb er geen zin in, maar goed, daar gaan we, met frisse tegenzin, zonder frisse moed.




Nadat de renners de rustdag hebben doorgebracht in de Cantal gaan de renners van start in de grootste stad van dit departement, Aurillac. Op de Franse nationale feestdag, hartelijk quatorze juillet, beginnen we aan de tweede week in deze stad met 26.000 inwoners. Aurillac is de historische paraplu-hoofdstad van Frankrijk. Nog steeds wordt hier de meerderheid van de in Frankrijk gemaakte paraplu's gemaakt. In 1999 waren dit 250.000 exemplaren. Dat is een leuk feitje om mee te beginnen, met al die zon van de afgelopen dagen is een paraplu geen overbodige luxe. Multifunctioneel instrument, heel goed. Dit stadje aan de rivier de Jordanne kent een lange geschiedenis, Aurillac was al bewoond in de Gallo-Romeinse tijd en de naam van de stad gaat terug op Aureliacum, de plaats waar ene Aurelius zich had gevestigd. Maar de plaats ontwikkelde zich pas in de 9e eeuw, toen een versterkt kasteel werd gebouwd. Rond 895 stichtte Geraldus van Aurillac (Géraud) er een kerk en een benedictijner abdij. Hij werd begraven in de door hem gestichte kerk, die toen ook aan hem gewijd werd. Het graf van de heilige Geraldus werd een belangrijk bedevaartsoord. Gerbert van Aurillac, de latere paus Silvester II, was een monnik afkomstig uit de Abdij Saint-Géraud van Aurillac. De abdij met haar school en haar bibliotheek had in de middeleeuwen een grote intellectuele uitstraling. Van die uitstraling is weinig over, als je het tegenwoordig van paraplu's moet hebben. In 1233 werd het kasteel verwoest tijdens de oorlog met de albigenzen. Tijdens de latere oorlogen met de Engelsen hield de stad Aurillac stand vanwege zijn omwalling. Tijdens de godsdienstoorlogen in de 16e eeuw werd de abdij verwoest door de hugenoten. In 1569 werd de stad ingenomen door een protestants leger en veel katholieke inwoners van Aurillac werden gedood. Het zat ze niet mee, daar, in Aurillac. Nadien werd Aurillac de hoofdstad van de Cantal, kreeg het een belangrijke regionale functie en nam de welvaart onder meer toe dankzij de komst van een treinstation en dus de productie van paraplu's. Die industrie ligt nu evenwel op z'n gat, dankzij concurrentie uit het buitenland. Onder het kopje bezienswaardigheden gaat het vooral over de kerk Saint-Géraud, gebouwd tussen de 15e en 17e eeuw, met enkele romaanse fragmenten! De Chapelle d'Aurinques is gebouwd na een overwinning van de katholieken tijdens de godsdienstoorlogen in de 16e eeuw. De kapel heeft glas-in-loodramen uit de 17e eeuw. De Notre-Dame-aux-Neiges bezit een zeer vereerde zwarte madonna uit de 17e eeuw. Het gebouw dateert uit de 14e eeuw en werd gerestaureerd in de 17e eeuw. Het lokale stadhuis ziet er ook wel uit alsof het de moeite waard is, terwijl ze in Aurillac hun eigen kasteel hebben, het Château Saint-Étienne. Even buiten de stad zelfs een tweede kasteel, Château de La Moissetie. Langs het lokale riviertje staan wat mooie huisjes die half in het water hangen, ook niet onbelangrijk. Veel meer hoogtepunten heeft Aurillac nu ook weer niet, al moeten we nog even benadrukken dat ze hier sinds 1985 jaarlijks in augustus het straattheaterfestival Festival d'Aurillac organiseren. 't Zou de moeite moeten zijn. De lokale toeristische site heeft het over een charmant stadje in het hart van de Auvergne, een toeristisch juweeltje dat historisch erfgoed combineert met ongerepte natuur! De stad ligt in het departement Cantal en staat bekend om zijn weelderige groene omgeving en adembenemende berglandschap. Het stadscentrum van Aurillac is een architectonische schatkamer, met geplaveide straten en historische gebouwen. Bezoekers kunnen door de pittoreske steegjes slenteren en ambachtelijke winkeltjes en gezellige cafés ontdekken. Mis een bezoek aan de kathedraal Saint-Géraud niet, een meesterwerk van gotische architectuur, en het Museum voor Kunst en Archeologie, dat een reis door de geschiedenis van de mensen en het land biedt. Aurillac is een ideale bestemming voor wie cultuur, geschiedenis en natuur wil combineren. Genoteerd.



Aurillac is een plaats met veel koersgeschiedenis, we waren hier zelfs nog vrij recent. In de Tour van 2024 ging hier de 12e rit van start. Van Aurillac reden we naar Villeneuve-sur-Lot en daar won... Bini! In het groen pakte hij zijn derde ritzege van die Tour, wat een geweldige weken waren dat. Het zou mooi zijn als hij die benen deze week nog eens kan tonen. In 2019 kwam de Dauphiné hier eens op bezoek voor een start, terwijl er ook in de Tour van 2011 een rit van start ging in Aurillac. Toen reden we naar Carmaux, waar met Andre Greipel een andere sprinter zou winnen. In Parijs-Nice eindigde er in 2010 een wegens sneeuw ingekorte rit in Aurillac, in de straten van deze stad wist Peter Sagan Joaquim Rodriguez te vloeren in een sprintje. De laatste aankomst in de Tour de France dateert dan weer van 2008, bij die gelegenheid ging Luis Leon Sanchez met de zege aan de haal. Vanuit het Brioude van Romain Bardet reden we door de heuvels naar Aurillac toe, we passeerden met de Côte d'Entremont en de Pas de Peyrol twee beklimmingen die we vandaag ook gaan zien. Daarna volgde er in de finale een muur, vanuit Saint-Simon ging het twee kilomeer aan 9% omhoog en daarna was de finish bijna meteen in zicht. Korte afdaling en dan een paar vlakke kilometers, en dan de aankomst. In de finale van die rit reed Luis Leon Sanchez weg uit het peloton, de sluwe Sanchez kreeg het weer eens voor elkaar. Ze lieten hem gaan en hij was gevlogen. Zes seconden later kwam Stefan Schumacher als tweede over de streep, voor Pozzato, Kirchen en Valverde. Een indrukwekkend rijtje pakhazen, gelukkig leven we nu in andere tijden! De eerste ritzege voor Luis Leon Sanchez in de Tour, er zouden er nog een paar volgen. Dat klimmetje in de finale was een goede geweest om aan het parcours van vandaag toe te voegen, gemiste kans. Nu krijgen we een vrij vlakke aanloop, dat had makkelijk verholpen kunnen worden. Enfin, andere winnaars in Aurillac luisteren naar namen als Eduardo Chozas, Henk Lubberding, Rik Van Looy en Franco Bitossi, een eclectisch gezelschap. Aurillac zit voor de tiende keer in de Tour, we voegen weer een hoofdstuk toe aan een mooie geschiedenis. Aurillac is ook bij uitstek een wielerstad, kijk alleen al maar naar de renners die hier geboren zijn. Wat dacht u van Dilyxine Miermont? De renster van Picnic-PostNL, met de naam alsof ze een experimenteel medicijn uit de voorraad van Gianetti is, reed vorig jaar nog de Tour. Een andere renner geboren in Aurillac is Tom Donnenwirth, de voormalig triatleet die op dit moment prof is bij Groupama-FDJ. Daar laat hij twee keer per jaar snelle benen zien, om dan weer maanden uit beeld te verdwijnen. Met Kilian Verschuren komt er ook zowaar een renner van Unibet Rose Rockets uit deze stad, maar Kilian kent u niet. Uit een verder verleden kan men bogen op David Delrieu, die twee keer de Tour reed. Nog verder terug in de tijd en we komen uit bij Guy Lintilhac, misschien valt het wel mee met het aantal wielrenners uit deze stad. Boerenzoon Francois Bidard, voormalig prof van AG2R, verliet zijn boerderij zo nu en dan om wat koersjes te rijden voor de lokale wielerclub hier. Oké, als we dit soort verhalen moeten aandragen valt het inderdaad wel mee. Alhoewel, ze organiseren hier wel mooi de Souvenir Antonin Magne. Een wedstrijd ter ere van de tweevoudig Tourwinnaar (1931 en 1934), die hier uit de buurt kwam. En dan won Bradley Wiggins hier in de Tour de l'Avenir van 2005 nog een rit ook. Tijd om te beginnen.




De renners gaan van start op een plein centraal in de stad, in de buurt van de Jordanne, en uiteraard ook in de buurt van een grote parkeerplaats. Tijdens de neutralisatie rijden ze natuurlijk een rondje door de stad, ze rijden tijdens dat rondje onder meer langs de kerk van Notre-Dame-Aux-Neiges en het lokale Musée d'Art et d'Archéologie. Via wat buitenwijken verlaten we de stad, maar dan duurt het eigenlijk nog steeds lang voor de rit echt begint. Een vrij lange neutralisatie, om onduidelijke redenen. Zoals het ook onduidelijk is waarom we Aurillac richting het zuiden verlaten, ga wat meer naar het noorden of het oosten en je kunt direct vanaf kilometer 0 aan allerhande leuke klimmetjes beginnen. Op zich ziet deze rit er prima uit, toch zijn er twee dingen die een beetje jammer zijn. We missen een klimmetje in de eerste kilometers, ze lagen hier echt voor het oprapen. En binnen twee jaar terug naar Le Lioran, dat is toch ook wel iets te snel. Hoe dan ook, een heel eind buiten Aurillac rijden we over de Cère en voorbij dit riviertje begint de rit echt. In de eerste drie kilometer van de rit rijden de renners over een brede weg vals plat omhoog naar het dorpje Roannes-Saint-Mary. Ze rijden door een groene omgeving, waar we mogen verwachten dat er nog niet veel gaat gebeuren. Het is weer zo'n dag dat de tussensprint vroeg in de rit zal plaatsvinden, het ligt voor de hand dat Lidl-Trek het eerste deel van deze rit gaat controleren. Het is 14 juli, de nationale feestdag, alle Fransen zitten te popelen, Julian Alaphilippe is aan het kwispelen, hij wil in beeld, maar alle Fransen gaan geduld moeten hebben. Zodra we Roannes-Saint-Mary bereiken wordt de weg iets smaller, we zien wat vluchtheuvels verschijnen en de eerste bochten komen in beeld. In licht dalende lijn rijden we door dit dorpje heen, zodra de huizen achter ons liggen rijden we een bos binnen en hier loopt de weg weer een tijd vals plat omhoog. In het bos komen we de nodige bochten tegen, dat kan de aanvalslust wat aanwakkeren, maar ik denk echt dat Lidl-Trek niemand gaat laten rijden. De tussensprint is echt weer ideaal voor Pedersen, deze punten moet hij pakken als hij groen wil winnen. De strook vals plat loopt een paar kilometer door, alleen is het op het laatste kilometertje na vooral plat en niet echt vals. Na 10 kilometer koers zijn we boven, we slaan linksaf een andere weg in en deze weg loopt enkele kilomeers omlaag. Vals plat omlaag wel, grotendeels rechtdoor ook nog eens. Zodra de renners uit het niets ineens een rotswand zien verschijnen houdt dit dalende deel op, ze duiken een iets smaller weggetje in en deze weg loopt 900 meter aan 9% omhoog naar het dorp Marcolès. Eindelijk het eerste klimmetje van de dag, al hadden we zonder enige moeite betere klimmetjes kunnen vinden. Alsnog, een mooi hupje. In een groene omgeving loopt een weg ineens steil omhoog, leuk. Een kans voor Lidl-Trek om de sprinters overboord te gooien, dat lijkt me hier vooral van belang. Na 15 kilometer koers komen de renners uit in Marcolès, waar de weg in het centrum steil omhoog blijft lopen. Een echt muurtje, eentje die je niet eens opmerkt als je naar het kaartje van de organisatie kijkt. Prima dorpje overigens, dat Marcolès. De renners krijgen er niet heel veel van mee, maar er liggen wel wat fraaie straatjes verstopt hier.




In Marcolès, een dorpje met karakter, komen we in het centrumpje meerdere bochten tegen, waarna we buiten het dorp merken dat het niet vlak wil worden. Om het graf van de pure sprinters nog wat verder aan te stampen loopt de weg buiten het dorp een tijdje verder vals plat omhoog. Heel veel stelt dat niet voor, zeker niet in vergelijking met die muur van net, maar je moet wel echt even diep gaan als je hier punten wil scoren. Net buiten het fraaie dorpje slaan we linksaf een andere weg in, een smallere weg. Deze weg volgen we een kilometer of zes, in deze zes kilometer rijden we vooral over een plateau heen. Een beetje scheuren langs wat weilanden en akkers, soms tussen de bomen door, paar bochten erbij, beetje op en af, maar toch vooral wat zeurend vals plat omhoog. Aan het eind van deze weg rijden we een bos in, hier komen we dan weer in licht dalende lijn een S-bocht tegen, waarna we even verderop linksaf een nieuwe weg inslaan. Deze weg is weer een stuk breder, we rijden nu Lacapelle-del-Fraisse tegemoet, daar gaat over vier kilometer de tussensprint volgen. De komende twee kilometer loopt de weg vals plat omlaag, met een ziedende vaart werken we naar de tussensprint toe. Deze weg begint twee kilometer voor de tussensprint plotseling weer omhoog te lopen, tot aan de tussensprint klimmen we aan 3%. Dat is minder zwaar dan het sprintje dat we voor de rustdag zagen, maar alsnog, als je de hele tijd je ploeg vol laat rijden trappen de sprinters hier geheid op hun adem. In de kilometer voor de sprint rijden de renners Lacapelle-del-Fraisse binnen, hier gaat het dus vooral vals plat omhoog, terwijl de weg de nodige krommingen kent. We slingeren door het dorp heen, langs de kerk af onder andere. Het blijft bochtig, tot een paar meter voor de sprint. Hier kun je dus ook weer mooi tactisch de deur dicht gaan gooien voor de tegenstand. Laat dat maar aan Pedersen over. Na 25,5 kilometer gaan we sprinten in Lacapelle-del-Fraisse. Een dorpje met een landbouwmuseum als hoogtepunt, dan weet je ongeveer in wat voor regio we rijden. Weer een tussensprint vroeg op de dag, je mag er op rekenen dat de rit voor de rest van de renners na deze sprint pas gaat beginnen. Benieuwd wat ze op dat muurtje doen, maar vermoedelijk is het hier gewoon Pedersen tegen Bini. En daarna mogen de Fransen massaal gaan aanvallen, niet wetende dat vandaag een Pogacardag is.




Direct na de tussensprint loopt een brede weg door de bossen twee kilometer omlaag richting Lafeuillade-en-Vézie, in dit korte stukje komen we eigenlijk geen bochten van belang tegen. In Lafeuillade-en-Vézie komen we dan wel weer wat bochtenwerk tegen, na een soort van chicane rijden we tegen een rotonde aan en hier gaan we schuin naar links. Na deze bocht rijden we een kilometer of zes over dezelfde weg, een brede en keurige baan. De weg is nu een tijd hooguit licht glooiend, van echt klimwerk is nu even geen sprake. We rijden door Lafeuillade-en-Vézie heen en buiten dit weinig inspirerende dorpje rijden we een tijd verder langs wat akkers. Het kunnen direct na de tussensprint enkele interessante kilometers worden, misschien gaat hier de vlucht van de dag pas ontstaan, maar het zijn lastige wegen om weg te rijden. Wat minimale stukjes op en af terwijl we via wat brede bochten door een agrarisch decor slingeren. Je bent een eeuwigheid in zicht, maarja, je kunt als vluchter met plannen ook niet eeuwig blijven wachten, het duurt nog wel een tijd voor de volgende serieuze klim in beeld verschijnt. Al gaat UAE deze rit sowieso controleren, dat geef ik je op een briefje. Na een aantal kilometer over deze weg gereden te hebben slaan we plotseling in het eerste het beste gehucht dat we tegenkomen rechtsaf, om vervolgens een kilometer of 12 verder te rijden over een weg die iets minder breed is. Een weg voorzien van gevlekt asfalt, op dat soort wegen krijg je het echte Tourgevoel. Klikkend door Streetview zie ik een paar tractoren passeren, zo'n weg in zo'n omgeving is het ook echt. Vooral akkers om ons heen, paar weilanden, en dan wat verdwaalde bomen. Door dat decor slingeren we over die minder brede weg die in het dagelijks leven vooral wordt gebruikt door trekkers dus. De weg hier loopt een kilometer of zes vals plat omhoog, maar dat stelt echt heel weinig voor. We rijden vooral over een plateau, waar je alle typische plateautoestanden aantreft. Na de strook vals plat omhoog, amper merkbaar, is het nog eens een kilometer of vier zo goed als helemaal vlak. We rijden onderweg een keer door een gehucht, daar liggen wat bochten, verder komen we ook een keer uit in een bos waar het iets bochtiger wordt, maar dit is toch vooral een tergend tragische route. Er is in de Cantal genoeg klimwerk te vinden, voorlopig slagen we er alleen heel goed in om het Centraal Massief er niet bepaald massief uit te laten zien. Aan het eind van deze lange en saaie weg rijden we na weer een hoop weilanden te hebben gezien een nieuw bos in, hier gaat de smalle weg via meerdere bochten een kilometer of drie omlaag. Niet heel steil, maar dankzij de vele bochten die elkaar snel opvolgen wordt het toch even technisch. Een mooi moment voor Alaphilippe om nog eens de uitzending te halen, met uiteindelijk een zachte landing in het skoekeloen. Beneden slaan we rechtsaf een brede weg in en na die bocht loopt de weg een aantal kilometer vals plat omhoog richting Carlat. Door een omgeving waar je je ook zomaar in Zuid-Limburg waant rijden we via een aantal bochten langs een aantal weilanden af, waarna we na een paar kilometer waarin het aan een procent of twee omhoog is gegaan Carlat bereiken. Hier, na 48 kilometer koers, rijden we langs de Rocher de Carlat. Een basaltrots van 40 meter hoog, indrukwekkend. Boven op die rots stond vroeger een kasteel, maar dat hebben ze helaas afgebroken. Wel staat er nog een beeld op de top, een beeld met een prachtig uitzicht over de omgeving. Tegenwoordig is de rots eigendom van het prinsendom van Monaco, die lelijke Albert met zijn pastinaakhoofd is hier ook wel eens gesignaleerd. In het dorpje onder de rots vinden we ook enkele mooie gebouwen, zo is er een fraaie kerk te vinden. De renners rijden langs de rots af, door het dorp heen en vervolgen hun weg.



Voorbij Carlat gaat de rit bijna leuk worden, na een wat smallere passage in dit dorp wordt de weg buiten het dorp weer breed en hier gaan we nog even een kilometer aan een procent of twee omhoog. Dit is een weg waar je volgens een bord langs de kant 90 mag rijden, ik moet er toch niet aan denken. Die Fransen hebben een doodswens, lijkt het op. In ieder geval, na het stukje vals plat komen we vijf kilometer lang op glooiend terrein terecht. De brede weg kent zo nu en dan wat bochten terwijl we weer langs de weilanden en soms door wat bossen rijden. Nog steeds een vrij saaie route, een vrij simpele route ook. Beetje op en af, maar niets in vergelijking met al het klimwerk dat later op de dag nog gaat volgen. Na het glooiende stuk van vijf kilometer volgt er een stuk van vier kilometer waarin we vals plat naar beneden rijden, dit doen we eerst rechtdoor maar naderhand wordt het wel iets bochtiger. Geen bochten om wakker van te liggen, alleen beneden volgt er even een wat scherpere bocht naar rechts over een bruggetje heen. Een aantal meter voorbij deze brug slaan we linksaf een smaller weggetje in en dit weggetje loopt dan weer vier kilometer vals plat omhoog richting Jou-sous-Monjou. Dit weggetje stelt weinig voor, maar, even volhouden, we komen nu bijna uit op het punt dat de rit echt gaat beginnen. Na een paar kilometer over een smalle bosweg heel minimaal omhoog te hebben gereden bereiken we na 63 kilometer Jou-sous-Monjou. Hier begint bijna de eerste gecategoriseerde klim van de dag, we slaan in het dorp linksaf en daarna is het nog twee kilometer fietsen tot de voet van die eerste echte klim van de dag. Twee vals platte kilometers, het gaat over een relatief smalle weg door de bossen aan iets van 2,5% omhoog. We rijden eerst door Jou heen, waar een châteautje te vinden is, daarna komen we weer in het groen terecht. Na twee kilometer over een bochtig weggetje gereden te hebben slaan we ineens scherp rechtsaf. Na een mooie terugdraaiende bocht beginnen we meteen aan de Côte de Pailherols. Dit is een klimmetje van de derde categorie, de komende drie kilometer gaat het aan 7% omhoog. Hier gaat de rit eindelijk echt beginnen. Over een redelijk smalle weg rijden we door een bos omhoog, we komen hier het nodige bochtenwerk tegen. Na een tijd rijden we door een gehuchtje heen, daarna komen we ook wat meer open terrein tegen. Het is vooral een boerenlandschap, op een paar verdwaalde boeren na woont er in deze regio echt geen hond. In de eerste kilometer van de klim gaat het stevig omhoog, we noteren een kilometer aan 8% met stroken rond de 9%. Na de eerste kilometer zwakt het af naar 7%, vervolgens komen we een kilometer aan 6% tegen en als we langs wat weides affietsen komen we na een paar laatste stroken aan 5% na 68 kilometer boven op deze klim. Een leuke eerste kilometer, daar moeten de renners elkaar dan maar gaan bestoken, als er tegen deze tijd nog geen vlucht vertrokken is, en als UAE geen kannibalistische taferelen in gedachten heeft. Drie kilometer aan 7%, eindelijk een goede klim. Met al het vals plat voorafgaand aan de klim komen we overigens aan bijna negen kilometer aan 4%, we kunnen stellen dat het moment dat deze rit het profiel van een reep Toblerone aanneemt bereikt is.




De top van deze Côte de Pailherols bereiken we vlak voor we het gelijknamige dorp bereiken. Voorbij de klim gaan we zes kilometer over een plateau rijden, net na de top is het alvast even een aantal meter zo goed als vlak. We rijden al snel het dorpje Pailherols binnen, waar Olivier Bertrand vandaan komt. Dit is blijkbaar een Franse zakenman die vooral actief is in de horeca. Als je ergens in een Parijs bij een brasserie gaat zitten is de kans aanwezig dat die zaak van hem is. Daarnaast de eigenaar van de Franse tak van Burger King, kortom, een lul. Wel ver geschopt als je uit een nietig dorpje als Pailherols komt, fastfood is niet het eerste waar je aan denkt als je over het prachtige plateau rijdt alhier. Zes kilometer rijden de renners over een plateau vol bergweides, maar soms ook een soort heide. De renners slingeren over een smalle weg door het aansprekende decor heen, terwijl de weg lichtjes glooit. Buiten Pailherols gaat het even een paar meter naar beneden, daarna loopt het dan weer een tijdje vals plat omhoog, maar grosso modo kunnen we stellen dat het nu vlak is. In deze omgeving zijn we voor zover ik kan vinden nog nooit geweest, we verkennen deze Tour zo nu en dan toch ook weer nieuwe wegen. Al 113 edities ondertussen, maar er zijn nog onbekende stukjes Frankrijk over. De weg op het plateau is wel redelijk smal, als je hier als automobilist een tegenligger tegenkomt moet je sowieso de berm in. Na zes zo goed als vlakke kilometers over dit fraaie plateau gereden te hebben komen we uit in Lacapelle-Barrès, hier volgt een scherpe bocht naar links. Na deze bocht verlaten we dit kleine dorpje meteen weer, om vervolgens tijdelijk het departement Cantal voor het departement Aveyron in te ruilen. Heel tijdelijk, we rijden echt maar twee kilometer door dit departement heen, waarna we weer in de Cantal terechtkomen. Maakt niet uit, toch weer een departement afgevinkt. Buiten Lacapelle-Barrès loopt een bredere weg een kilometer omlaag, zonder veel obstakels. Alleen even opletten voor twee smallere bruggen. Na die tweede brug komen we in het volgende dorp terecht, Narnhac. Hier slaan we linksaf weer een smallere weg in, een weg die daarna een kilometer aan 4% omhoog zal lopen. Een klein knikje, waarna we in de volgende vier kilometer op een vrijwel volledig vlakke manier verder zullen rijden. Nog steeds over een plateau, tussen talloze weilanden en een paar verdwaalde bomen in rijden we door dit uitgestorven land. Na 81 kilometer eindigt deze plateauweg in Saint-Martin-sous-Vigouroux. Vlak voor Saint-Martin-sous-Vigouroux gaat het even een paar meter omlaag, paar snelle bochtjes erbij, en daarna weer een paar meter omhoog. Daarna rijden we het dorp binnen, waar we het plateau gaan verlaten. Dat verlaten van het plateau begint met een in het dorp zelf, de renners beginnen tussen de oude huisjes in aan een afdaling van vier kilometer richting Brezons. In Vigouroux worden ze afgeleid door een fraai kasteel dat direct langs het parcours staat, terwijl ze hier hun aandacht toch op de weg moeten houden wegens de aanwezigheid van enkele bochtjes. Voorbij het kasteel duiken we een donker bos in en hier loopt een nog steeds vrij smalle weg steevast aan een procent of zes omlaag. De afdaling kent vooral een hoop snelle en korte bochtjes, maar ik kom toch ook een paar scherpere verdekt opgestelde bochten tegen. Even verderop rijden we langs wat rotswanden af, basaltrotsen! Je hebt er hier in de omgeving genoeg, ook Vigouroux is omgeven door een hoge basaltrots. Ter hoogte van de rotswanden volgt er een wat scherper bochtje naar rechts, als we bijna beneden zijn volgt er een haarspeldbocht en daarna slaan we na 85 kilometer in Brezons linksaf.





Als we in Brezons linksaf zijn geslagen zien we langs de kant van de weg een bord staan: Col de la Griffoul OUVERT. De Col de la Griffoul is open, en dat komt goed uit, daar moeten we naartoe. Door de vallei van Brezons rijden we naar de voet van deze klim, het is een schitterende vallei. In de vorm van een trog, aldus de site van de Tour. Ik weet dat het hier een agrarische omgeving is, maar je kunt ook overdrijven. Het is in ieder geval een gletsjervallei, waar het stikt van de watervalletjes. Een kasteeltje ook her en der, terwijl het verder toch vooral godsgruwelijk groen is. Het is hier fantastisch, ze hebben hier ook speciaal een paar mooie hutjes neer laten zetten op de beste uitzichtpunten. De renners rijden een kilometer of zes dwars door deze schitterende vallei, waar de weg steevast een beetje omhoog zal lopen. We volgen een klein stroompje, de Brezons, en tussendoor rijden we langs wat gehuchten af. Château de La Boyle is zo'n gehucht, hier staat - je verwacht het niet - een kasteel. Verdekt opgesteld tussen de bomen, een taak voor de helikopter om dit ding te ontwaren. De basaltrots boven het kasteel grijpt eerder de aandacht, de komende vier kilometer rijden we aan een procent of twee omhoog door dit gebied met een vulkanisch verleden. Na dit stuk vals plat omhoog wordt de weg even helemaal vlak, terwijl we ook een kort stukje in dalende lijn tegenkomen. Aan het eind van onze tocht door de wonderbaarlijk mooie vallei komen we uit in het gehucht Lustrande, eerlijk gezegd een schitterend gehucht. Authentiek, dat lijkt me een mooie omschrijving. Via Lustrande rijden we direct naar het volgende gehucht, Le Bourguet, waar we langs een kicken kerkje fietsen. Ze hebben hier grote stenen gebruikt om hun gebouwen vorm te geven, dat valt op. Het valt ook op dat we voorbij de kerk in Le Bourguet een lange bocht naar rechts nemen, in die bocht begint de weg omhoog te lopen. Een bord langs de kant van de weg geeft aan dat de Col de la Griffoul hier begint, de komende 5,9 kilometer klimmen de renners aan 6,7% omhoog naar deze klim van tweede categorie die debuteert in de Tour. Thierry heeft nog een nieuwe klim gevonden, hoezee! De klim zit wel jaarlijks in de Étape Sanfloraine, de lokale cyclosportive met start en eind in Saint-Flour. Een van de vier hoogste bergpassen van de Cantal, en Thierry heeft 'm nu pas ontdekt. Over een tamelijk smalle weg gaan we omhoog, in de eerste twee kilometer steady aan een procent of zes. Het ziet er eerlijk gezegd steiler uit, maar ik heb inmiddels drie profielen bekeken en geen enkele wil verder gaan dan 7%. Nouja, hoe dan ook, alsnog best lastig natuurlijk. De renners klimmen in het begin behoorlijk rechtdoor omhoog en vrij snel krijgen ze een prachtig uitzicht aangeboden over de vallei van de Brezons. De weg naar de klim toe komt in beeld, men kan de sprinters in de diepte zien ploeteren. Zodra we wegdraaien van de vallei, de bossen in, krijgen we met de steilste kilometer van de klim te maken. We noteren een kilometer aan 8%, toch even leuk. In het restant van de klim gaat het eigenlijk heel stabiel tussen zes en zeven procent omhoog, richting de top komen de renners in wat meer open terrein terecht. Bergweides om ons heen, terwijl verder opvalt dat de weg in 2021 niet al te florissant was. Paar scheuren in het wegdek, maar speciaal voor de Tour zal er ongetwijfeld een verse laag liggen. Het lijkt weer een windstille dag te worden, jammer, het stuk richting de top had potentie voor waaiers bergop. Je begint met zicht op een wonderschone vallei en je eindigt op een plateau met de allure van een polder, het kan verkeren. Na 97 kilometer zijn we boven op deze debuterende Col de la Griffoul. Voorbij de top van de Griffoul begint niet direct een afdaling, we plakken er eerst nog een kilometertje vals plat met een kudde koeien als onze enige toeschouwers.







Oei, ik strook met fake news. Net op tijd nog een artikeltje in een lokale krant gevonden: Het is een onbekende factor in de Ronde van Frankrijk. Of beter gezegd, een weinig bekende. Tijdens zijn enige deelname aan de Grande Boucle, in 1975, doopten de organisatoren hem de Col du Plomb du Cantal. Toegegeven, het uitzicht vanaf de top is prachtig, met zicht op het hoogste punt van het departement, maar de Col de la Griffoul verdiende het om zijn oude naam terug te krijgen. We zijn hier dus één keer eerder geweest, maar toen kreeg de klim een andere naam, vernoemd naar het hoogste punt van de Cantal. Nou, laten we dat hoogste punt van de Cantal dan ook maar meteen afhandelen, we zijn nu toch in de buurt: De Plomb du Cantal is met 1855 meter het hoogste punt van de Monts du Cantal in Regionaal natuurpark Volcans d'Auvergne in het departement Cantal, en na de Puy de Sancy de op een na hoogste berg van het Centraal Massief in Frankrijk. Aan de voet van de berg ligt het skistation Super Lioran, met 60 kilometer aan skipistes. Hmm, Super Lioran, kennen we dat ergens van? Oja, daar ligt d'n aankomst. De berg is te beklimmen met een kabelbaan, waarmee men bovenaan de skipistes komt. De GR-paden GR4 en GR400 voeren over de top. Vanaf de top heeft men uitzicht over het omliggende berggebied. Tegen dat soort info kan ik niet op. Onder meer uitzicht op het keteldal van Grandval, straffen toebak. Al hebben de renners andere zaken aan hun hoofd, ze beginnen voorbij de wispelturige Griffoul aan een korte afdaling richting La Sagnette. Voorbij de klim rijden we eerst nog even door een open omgeving wat meer rechtdoor omlaag, maar als we een bos betreden komen we ineens een stevige bocht naar links tegen. Na deze pittige bocht gaat het nog anderhalve kilometer verder omlaag, maar we komen in dit stuk bijna geen bocht tegen. Een flauw bochtje, meer niet. Wel steil omlaag, dus knallen we met hoge snelheid La Sagnette binnen. Terwijl we voor Tourbegrippen nog steeds over redelijk smalle wegen rijden betreden we na 101 kilometer dit dorp. De weg loopt in La Sagnette direct omhoog, we beginnen gelijk aan de volgende klim van de dag.




Op het grondgebied van de gemeente Paulhac, waar een kasteel staat en waar de man die de naar hem genoemde grotten van Chauvet in de Ardèche heeft ontdekt vandaan komt (bij die grot won ONZE Tom Dumoulin overigens een tijdrit in de Tour), rijden we met uitzicht op Plomb du Cantal drie kilometer aan 6,5% omhoog naar de top van de Col de Prat de Bouc. Een merkwaardig klimmetje, in de zin dat de weg bijna continu rechtdoor omhoog zal lopen. Een redelijk lege omgeving, dus hebben we een ongerept uitzicht op de hoogste top van de Cantal. Weer niet de breedste weg, al is het wel een weg die voorzien is van goed asfalt. Het wegdek wordt ook goed onderhouden, want als we na 104 kilometer aankomen op de top zien we dat hier een wintersportcentrum te vinden is. Prat de Bouc is een van de toegangspoorten tot het skigebied van Le Lioran, gelegen aan de andere kant van de berg Plomb du Cantal. Het beschikt over eigen skiliften voor alpineskiën: 1 stoellift en 5 sleepliften voor 14 pistes, die toegang bieden tot de Plomb du Cantal en de rest van het skigebied van Le Lioran, dit zijn altijd de dingen die we willen weten. Maar, ze doen in Prat de Bouc niet alleen aan wintersport. Nee, ben je mal, je kunt hier ook wandelen, mountainbiken, trailrunnen en klimmen, om maar een paar dwarsstraten te noemen. De Col de Prat de Bouc is een belangrijke plek voor vogelmigratie in de Auvergne. Duizenden vogels vliegen er in de herfst overheen. Sinds 1972 zijn er 163 vogelsoorten waargenomen. In 2011 zagen we een vreemde vogel bovenkomen op deze klim, tijdens de laatste passage van Prat de Bouc in de Tour. Al reden we toen wel van de andere kant omhoog, de kant die zo als afdaling gaat dienen. In de Tour van 2011 reden we tijdens de 9e rit van Issoire naar Saint-Flour. Onderweg reden we over alle bekende beklimming van de Cantal heen, we gingen via Puy Mary naar de Col de Pertus en via de Col de Cère reden we langs Le Lioran af om uiteindelijk via Prat de Bouc uit te komen in Saint-Flour. Dit werd om meerdere redenen een buitengewoon memorabele dag, al kan ik nu nog niet alles weggeven. Op Puy Mary en de Pertus gebeurde er ook het een en ander, maar daar gaan we zometeen nog naartoe. Op de beklimming van Prat de Bouc gebeurde er op zich niet veel, maar na die klim gebeurde er wel iets. Op de Col de Prat de Bouc was Johnny Hoogerland als eerste boven, hij zat in de vlucht van de dag en hij sprokkelde onderweg dusdanig veel punten dat hij aan de finish de bergtrui zou mogen aantrekken. De rit kon hij eventueel ook nog winnen, want de vlucht zou het sowieso gaan halen. Maar nee, toen gebeurde het, dát moment. Voorbij Prat de Bouc daalden we af over de weg die nu als klim dient, na de afdaling reden we een andere kant op. Over glooiende wegen ging het verder naar Saint-Flour en daar ging het, zoals wij allemaal nog heel goed weten, volledig mis. EEN OTO NEE. Een stukje Nederlands cultureel erfgoed. Een auto die op een totaal verkeerd moment probeerde in te halen, opeens moest uitwijken omdat er een boom in de berm stond, Flecha raakte, Flecha raakte vervolgens Hoogerland en Hoogerland vloog in het prikkeldraad. Dat gebeurde allemaal een paar kilometer voorbij Prat de Bouc. De klim keerde sindsdien niet terug in de Tour, nu we Prat de Bouc weer zien verschijnen mag deze anekdote natuurlijk niet ontbreken. De vierde keer overigens dat de Tour hier is, in totaal. In 1975 volgden we dezelfde weg als nu, over de Griffoul naar Prat de Bouc, niemand minder dan Eddy Merckx was toen als eerste boven. We gingen toen ook naar Le Lioran, wat een toeval. Tussendoor kwamen we hier ook in 2004 nog een keer voorbij, weer onderweg naar Saint-Flour. Het was zo'n typische dag van Richard Virenque, hij ging in de aanval en nouja, dat was dan de rit. Een solo van meer dan 60 kilometer, als eerste boven op Prat de Bouc en met vijf minuten voorsprong gewonnen aan de finish. Dat was dus weer een klim van de andere kant, de langere en lastigere kant. De kant die we nu gaan zien is dus slechts drie kilometer lang, het gaat heel stabiel aan 6% omhoog met een klein piekje richting 7,5%. Mag op zichzelf geen naam hebben, maar het volgt wel snel na de volgende klim. Weinig respijt voor de renners, we gaan omhoog danwel omlaag.

Bekijk deze YouTube-video




Dat Prat de Bouc ook in de zomer een populaire toeristische bestemming is valt te zien via Streetview. In de omgeving van de top vinden we meerdere parkeerplaatsen, allemaal zijn ze afgeladen vol. Het is hier dan ook best mooi, maar alle pracht en praal van Plomb du Cantal laten we voorlpig even achter ons. We slingeren op de top langs de parkeerplaatsen af en daarna duiken we een bos in. Hier begint een afdaling van dik acht kilometer richting Murat. Het gaat gemiddeld aan een procent of zes omlaag, in eerste instantie vooral rechtdoor. In de eerste helft van de afdaling komen we een stuk of twee brede bochten tegen, meer niet. De weg omlaag is iets breder, dat helpt ook nog eens. Dit is de populairste weg omhoog naar Prat de Bouc, dat blijkt wel. Na vier kilometer dalen komen we uit in Albepierre-Bredons, hier wordt de weg tijdelijk iets smaller terwijl we in dit dorpje ook een paar vervelendere bochten tegenkomen. Eén scherpe naar rechts, tussen wat huizen in. Daarna slaan we linksaf en dan dalen we nog eens een kilometer of vier verder richting Murat. Het wordt weer recht, terwijl het ook nog eens minder steil naar beneden gaat. Vlak voor Albepierre-Bredons werd het wel even steil, de paar bochten hier zijn nog wel enigszins de moeite. Voorbij dat dorp kun je met je ogen dicht naar Murat toe, niets aan de hand. De weg wordt weer breder en het loopt dus vals plat omlaag, dat wordt bijtrappen. In de laatste kilometer voor we Murat bereiken wordt het wel weer wat steiler, we pakken hier ook nog even een stevige bocht naar rechts over een brug mee. Nog enkele flauwere bochtjes hierna en dan zijn we plotseling in Murat. In Murat komen we na een bocht vol vluchtheuvels op een enorm brede weg terecht, dat zijn we bijna niet meer gewend. Deze weg loopt direct omhoog, de volgende klim van de dag staat meteen al voor de deur. We rijden een aantal meter omhoog over de brede weg, om vervolgens ineens rechtsaf te slaan. We zouden prima de doorgaande weg kunnen volgen, helemaal om Murat heen, maar de organisatie heeft gekozen voor een kleine omleiding dwars door de stad. Dat heeft wel een reden, voornamelijk een toeristische. Dankzij de omweg door Murat heen krijgen we ineens een prachtig zicht over de omgeving aangeboden. De weg in Murat zelf loopt ook omhoog, we komen steeds hoger en we zien alle groene bergen van de Cantal in de verte liggen, terwijl we ook onder ons het centrum van het gezellige Murat zien liggen. Ze weten wel hoe ze Frankrijk moeten verkopen. In Murat loopt de weg vrij steil omhoog, het steilste stuk van de volgende klim vinden we hier. Een kilometer aan 6%, met een paar wat steilere stroken. Als de renners hier naar boven ploeteren krijgen de commentatoren de tijd om het een en ander te vertellen over Murat, bijvoorbeeld dat dit vroeger best een belangrijke stad was. De familie Murat bezat een kasteel boven op een basaltrots die uittorent boven de stad. Dat kasteel werd later afgebroken, maar de rots is natuurlijk gebleven. Murat was gelegen op een kruispunt van wegen en werd een marktplaats waar graan, vee en kaas werden verhandeld. Dat zorgde ervoor dat het ze hier lang voor de wind ging, al hebben ze hier ook hun minder zonnige episode gehad. Op 12 juni 1944 doodden in Murat verzetslui Duitse SS'ers en Franse collaborateurs in een hinderlaag. Als represaille werden op 24 juni 103 mannelijke inwoners opgepakt en gedeporteerd naar Duitse concentratiekampen. 75 mannen uit Murat overleefden dit niet. Die Duitsers hebben weinig humor, blijkt wel weer. In het centrum van Murat vinden we enkele oude gebouwen die zijn opgetrokken uit basalt en trachiet, en fonoliet voor de dakbedekking. Deze gesteenten werden lokaal gedolven. Bezienswaardigheden zijn onder meer Kerk Notre-Dame-des-Oliviers, een kerk met een klokvormige torenspits, de lokale markthal en dan een stuk of wat maisons. Het voormalige gerechtsgebouw ziet er ook leuk uit, terwijl ze op een van de basaltrotsen hier voor de leuk een kapelletje hebben geplaatst. Na onze omleiding dwars door de stad heen komen we via de Rue de Bonnevie, de weg van het goede leven, weer uit op de grote doorgaande weg. Bij een rotonde gaan we naar rechts en dan verlaten we de stad waar in 1995 een rit in Parijs tegen Nice van start ging (finish in Saint-Etienne, winst voor ene Lance Armstrong) om nog eens vier kilometer verder te klimmen. Zodra we de doorgaande weg bereiken is het wel klaar met de leuke percentages, tot de top moet er vooral zo rond de 5% geklommen worden, met soms wat stroken aan slechts 4%.






Na 119 kilometer komen we boven op deze Côte de Murat, een beklimming van de derde categorie. De eigenlijke naam van deze klim is Col d'Entremont, de klim tussen de bergen in. Dat komt wel overeen met ons gevoel, dit is echt een beklimming tussen belangrijkere beklimmingen in. Dit is even een moment van rust, een moment van verpozing. Omhoog aan 4 à 5% over een van de hoofdwegen door dit departement. Een perfect geasfalteerde snelweg, dit zijn de stroken waar Tim Wellens eindeloos op kop kan beuken in het peloton. We rijden deels door de bossen, maar verder omhoog komen we weer in een wat meer open gebied terecht en hier zien we in de verte de volgende klim al liggen. In de verte valt Puy Mary te zien, de plek die we de laatste jaren met enige regelmaat in de Tour hebben gezien. De Col d'Entremont hebben we dan weer minder vaak gezien de afgelopen jaren, in 2008 voor het laatst. Toen figureerde de klim in een rit die zou eindigen in Aurillac, onze startplaats van vandaag. David de la Fuente was toen als eerste boven, hartelijk Saunier Duval allen. In 2004 was Virenque hier dan weer als eerste boven tijdens zijn monstersolo richting Saint-Flour en in 1985 was Eduardo Chozas als eerste boven, weer in een rit met aankomst in Aurillac. Voorbij de top van de Côte de Murat loopt de weg nog anderhalve kilometer vals plat omhoog verder, daarna bereiken we pas echt de top van de Col d'Entremont. Vandaar de andere naam, de organisatie heeft besloten om dat laatste stuk vals plat te schrappen. Wij niet, dit is gewoon de Col d'Entremont. Er lag hier overigens een leukere optie voor het grijpen. Vanuit Murat hadden we koers kunnen zetten richting Le Lioran, de finish is hier eigenlijk godsgruwelijk dichtbij. We nemen een omweg van jewelste, om maar zoveel mogelijk extra klimwerk toe te voegen. Al laten we dus een kans liggen, halverwege de weg richting Le Lioran hadden we rechtsaf kunnen slaan voor een klimmetje van drie kilometer aan 7,5%, om daarna vlak voor de top van de Col d'Entremont aan te sluiten op de weg waar we nu ook rijden. Niet eens een onbekende weg, dat klimmetje zat ook in de Tourrit van 2011 waar Hoogerland dus uiteindelijk in het prikkeldraad eindigde. Met tranen in de bollentrui op het podium, dat vergeten we nooit weer. Goed, blijkbaar heeft Thierry besloten om de renners enige adempauze te geven, hij heeft gekozen voor een makkelijkere klim tussendoor. We bevinden ons inmiddels op 47 kilometer van de finish, Thierry laat de finale liever iets later beginnen.

Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  Moderator dinsdag 14 juli 2026 @ 06:16:28 #2
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221327230
Voorbij de klim volgt er een kort afdalinkje van drie kilometer richting Dienne. Over de brede en perfect geasfalteerde weg gaat het aan een procentje of vijf omlaag, in het begin eerst een kilometer volledig rechtdoor. Daarna slaan we linksaf een andere weg in, een weg die breed blijft maar wel wat bochtiger wordt. Een kilometer lang komen we in het bos een hoop bochten tegen, geen scherpe bochten, maar à la Tomba slalommen we wel stevig door. Voorbij het bos bereiken we de buitenrand van Dienne, waar de weg nog wat verder naar beneden loopt, maar dan zonder veel ingewikkeld bochtenwerk. In het rustiek ogende Dienne rijden we over een paar bruggetjes heen, met uitzicht op meerdere fraaie bergtoppen rijden we door het plaatsje heen om vervolgens buiten Dienne te beginnen aan een stuk vals plat in aanloop naar de volgende klim. We gaan bijna beginnen aan de beklimming richting Puy Mary, een klim die we Pas de Peyrol noemen. Deze pas begint nu nog niet echt, voor de organisatie het officiële startsein durft te geven moeten we eerst vier vals platte kilometers afwerken richting Lavigerie. Met uitzicht op de bergtoppen van Plomb du Cantal en Puy Mary loopt de brede en keurige weg steevast aan 2% omhoog, tot we na 128 kilometer uitkomen in het kleine Lavigerie. In deze omgeving vinden we een watervalletje en een oude molen, maar het belangrijkste is dat we hier de officiële voet vinden van de Pas de Peyrol. Voorbij Lavigerie gaat het 7,8 kilometer aan 6% omhoog naar de top van deze klim van tweede categorie. Dat klinkt niet direct uitdagend, maar dan vergis je je lelijk. Maak je klaar voor de trein van UAE, hier gaat de lead-outs der lead-outs volgen. US Postal op Alpe d'Huez is er niets bij. Voorbij Lavigerie rijden we eerst vier kilometer omhoog naar Col de Serre, buiten het dorpje vol oude boerderijtjes duiken we een bos in en hier begint de weg te slingeren, na een strook aan 5% gaat het een kilometer aan 6% omhoog. Voorlopig het steilste stukje, maar hier zal het tempo al flink de hoogte ingaan. Vervolgens noteren we twee kilometer aan 5%, waarna we de top van de Col de Serre bereiken. Het decor is fabuleus, we rijden langs eeuwenoude stenen huizen en tussen de bomen in zien we de fabelachtige bergtoppen van de Cantal. Af en toe ook een blik in de vallei, het is dat de weg omhoog loopt en dat UAE hier sowieso full retard gaat, maar verder hebben die wielrenners helemaal niet zo'n slecht beroep. De renners bereiken een kruispunt, dit is de top van de Col de Serre. Ze rijden hier rechtdoor en daarna loopt de weg een aantal meter naar beneden. Als dit korte stukje in dalende lijn achter de rug is gaan we verder met de beklimming van de Col du Pas de Peyrol. Twee kilometer zal de weg vals plat omhoog lopen, aan een procentje of drie. De spanning wordt hier opgebouwd, want het spetterende slotstuk van de Peyrol zit eraan te komen. Puy Mary is bijna daar, maar om Puy Mary te bereiken moet je altijd nog een muur over. De weg loopt een tijd wat meer rechtdoor in een omgeving met wat minder bomen, daardoor heb je tijd en ruimte genoeg om eens om je heen te kijken en je te vergapen aan alle pracht hier. Al lig je bijna op apegapen, want de ultieme sprint van UAE is aanstaande. Zonder aankondiging begint de vals platte weg ineens loodrecht omhoog te lopen. We passeren de Auberge des Marmottes, zien langs de kant een bord staan dat aangeeft dat we ons op de Col d'Eylac bevinden en voorbij dit bord klimmen we twee kilometer aan 9% naar de top van de Pas de Peyrol. We rijden bijna recht tegen een adembenemende rotswand aan, draaien een haarspeldbocht in en daar gaat het loeiend steil omhoog, richting de 10%. Hier mag Del Toro Pogacar gaan lanceren, in een poging de schande van 2024 weg te poetsen. De renners rijden langs een rotswand af en zien aan de andere kant van de weg in de diepte het herbergje van de marmotten liggen, een hallucinant beeld. Ineens is het steil, ineens gaan we richting de hemel. Pogacar, althans. Wij gaan hier naar de hel. Het decor is groots, we rijden door de mooiste arena die een mens zich kan voorstellen. Alleen zijn wij de simpele gladiatoren, die allemaal opgepeuzeld gaan worden door de leeuw. Morituri te salutant.






Na twee buitengewoon steile kilometers aan het eind van de klim bereiken we na 136 kilometer de top van de Col du Pas de Peyrol, in de buurt van Puy Mary. Voorbij Lavigerie hebben we het over 7,8 kilometer aan 6%, vanuit Dienne hebben we het over 12,4 kilometer aan 4,3%. Maar alles draait bij deze klim van eerste categorie om de laatste twee kilometer. We hebben al steiler gezien, het is ook weer geen overdreven lang of overdreven steil stuk, maar er rijdt er eentje rond die hier heel graag een punt gaat willen maken. En dan weten wij hoe laat het is. We keren terug naar het jaar 2024. Dat jaar reden we tijdens de 11e rit van de Tour van Évaux-les-Bains naar Le Lioran. Onderweg reden we in het Centraal Massief over de loodzware Col de Neronne, waarna we van een andere kant de Pas de Peyrol bedwongen. Pogacar zette zijn mannen aan het werk en vlak voor de top van de Peyrol demarreerde hij. Vingegaard had geen antwoord, niemand had een antwoord. Ook in 2024 was het al duidelijk: als Pogacar demarreerde en als hij het daarna voor elkaar kreeg om een gat te slaan, nouja, succes, dan zag je hem dus echt nooit meer terug. In eerdere jaren was hij nog kwetsbaar, in 2023 verloor hij zelfs de Tour, maar door het verlies van die Tour besloot hij om nog een stapje verder te gaan. Sinds 2024 heeft hij eigenlijk amper nog een koers verloren. In die Tour begon zijn dominantie, hij reed toen op de vierde dag tijdens de rit over de Galibier iedereen al op een hoop. Toen Pogacar vertrok op deze Pas de Peyrol, weliswaar van een andere, lastigere kant, kon iedereen met een gerust hart de tv uitzetten. Hij was vertrokken en niemand zou hem nog terugzien. De zoveelste dodelijk saaie solo. Maar, dat pakte anders uit. Pogacar liep voorbij de klim uit en Vingegaard leek gezien, maar toen gingen we naar de Col de Pertus, en wat daar gebeurde... dat hebben we sindsdien nog maar één keer gezien. Voordat Pogacar in 2024 als eerste bovenkwam op deze klim zagen we in 2020 de eerste aankomst ooit op Pas de Peyrol, onder Puy Mary. Die dag waren we getuige van een rit voor de vluchters, waar op de enorm steile slotstroken van de Peyrol Dani Martinez het voor elkaar kreeg om Lennard Kämna te lossen en zo naar de winst te rijden. Leven beide renners nog? In de jaren voordien heeft Pas de Peyrol vaker gefigureerd in de Tour, al hebben we de klim nog niet vaak van deze kant gezien. Meestal gaan we de laatste jaren via de steile Neronne omhoog, of anders vanuit Salers. Dat levert hoe dan ook aan het eind altijd een slotstrook op van twee kilometer aan 12%, wel even andere koek dan de slotstrook van twee kilometer aan 9% die we nu zien. Een makkelijkere Peyrol vandaag, maar het resultaat zal hetzelfde zijn. Tussen de favorieten zagen we in 2020 overigens een sprintje tussen Pogacar en Roglic, dat was de tijd dat er nog te sprinten viel tegen Pogacar. In 2016, een andere keer dat we naar Le Lioran gingen, kwamen we ook voorbij aan Puy Mary. We zijn vaak in dit specifieke deel van het Centraal Massief, vooral de laatste jaren. Thomas De Gendt kwam hier toen als eerste boven, maar de rit zou hij niet winnen. Vijf jaar eerder zat Pas de Peyrol ook al in de Tour, een passage die we vooral herinneren vanwege de afdaling. Hoewel de Fransen daar anders over denken. Zij noemen vooral het feit dat Thomas Voeckler als onderdeel van een groepje vluchters hier als eerste boven wist te komen. Als we verder in de geschiedenis graven zien we dat David de la Fuente hier in 2008 als eerste bovenkwam, een rasechte Saunier DuvalGod. Een paar jaar daarvoor kwam Richard Virenque hier dan weer als eerste boven. Nog langer geleden kwamen mannen als Lucien Van Impe, Federico Bahamontes en Eduardo Chozas hier ook eens als eerste boven. Een klim met behoorlijk wat geschiedenis dus, de laatste jaren een klim met steeds meer toekomst. De Pas de Peyrol geldt als de hoogste pas in het Centraal Massief. Op de top komen we een informatiecentrum tegen, hier rijden de renners in de laatste meters van de klim voorbij. Bij dit informatiecentrum ligt een trap die uiteindelijk overgaat in een betonnen pad omhoog. Omhoog, naar Puy Mary. De Puy Mary is een van de hoogste bergen in het Cantalgebergte in het Centraal Massief. De top bevindt zich op een hoogte van 1783 meter in de gemeente Le Claux. De berg heeft een vulkanische oorsprong, volgens de Franse Wikipedia is het een overblijfsel van de grootste Europese stratovulkaan ooit, jawadde. Een uur lopen naar de top, vanaf Pas de Peyrol. Het is hier vooral heel erg mooi, maar dat weten we, want in een jaar of tien zijn we hier nu toch al voor de vierde keer. Wel voor het eerst sinds 2008 op een andere manier omhoog, variatie, hoera!





Op de top van de klim slaan we bij het informatiecentrum rechtsaf, waarna we op 31 kilometer van de aankomst gaan beginnen aan de afdaling. Een levensgevaarlijke afdaling, zo zagen we in de Tour van 2011. Tijdens de rit die zou eindigen in Saint-Flour, waar Luis Leon Sanchez won en waar Voeckler tweede werd en de gele trui overnam, zagen we dus Hoogerland in het prikkeldraad eindigen. Maar hij was niet de enige die het skoekeloen opzocht die dag. In de afdaling van de Pas de Peyrol vond dat jaar een massale chute plaats, met Jurgen van den Broeck en Alexandre Vinokourov als grootste slachtoffers. Ik zie Vino nog zo uit het ravijn getild worden door zijn ploeggenoten, waarna ze later pas tot de conclusie kwamen dat hij zijn bovenbeen gebroken had. Van den Broeck moest ook opgeven, in de Tour die hij anders had gewonnen! Hoewel er sindsdien in de Tours van 2016 en 2024, de vorige keren dat we via de Peyrol naar Le Lioren reden, voor zover ik weet geen doden zijn gevallen, blijft dit een technische, bochtige en toch ook niet de breedste afdaling. In 2011 werd er dus een bocht verkeerd ingeschat, met verstrekkende gevolgen. Attentie, attentie. Voorbij de top begint die gevaarlijke afdaling niet eens direct, we rijden eerst twee kilometer vals plat omlaag dwars door een omgeving waar ik eigenlijk geen bevredigende superlatieven voor kan bedenken. De renners scheren langs rotswanden af in een omgeving vol prachtige bergtoppen, met zicht op de vallei, het is hier echt beeldschoon. We komen wel al gelijk wat bochtenwerk tegen, maar omdat de weg nog niet enorm steil naar beneden loopt is dat nog allemaal te behappen. Langs Puy Mary af passeren we een eerbetoon aan de maquisards, blijkbaar is er ook in deze omgeving gevochten tijdens WOII. Door een decor alsof we ons in Rivendell bevinden rijden we verder omlaag, met inmiddels een Uruk-hai op kop. Eerst rijden we een aantal kilometer door wat meer open terrein, met uitzicht op alle prachtige en rotsachtige bergtoppen die de Cantal rijk is, verder naar beneden duiken we het bos in. In het bos wordt het gevaarlijk, hier volgen de snelle en listige bochtjes elkaar in hoog tempo op. De weg wordt soms afgeschermd door een stenen muurtje, maar we zien hier vooral een aantal stenen palen staan met een stuk ijzer tussen die palen in. Niet echt een heel goed idee om hier van de weg te raken, zoals we in 2011 zagen. Je vliegt hier zomaar het skoekeloen in, waar je dubbelgevouwen om een boom eindigt. Hopelijk gaat Nico Vino zijn vader niet imiteren. Weinig echt scherpe bochten, bijna geen haarspeldbochten, alleen in het open deel een beetje, maar in het bos kom je wel een stuk of 100 korte bochtjes tegen. Eén moment van onoplettendheid en we krijgen een herhaling van 2011, maar in 2016 en 2024 hebben we gezien dat 2011 wellicht een uitzondering was. In totaal dalen we 12 kilometer af richting Mandailles-Saint-Julien. De twee kilometer in het begin zijn mooi, daarna komen we eigenlijk 10 kilometer lang in de bossen heel veel bochten tegen en is het continu opletten. Het gaat ook continu aan een procent of zeven naar beneden, weinig momenten om even op adem te komen. Bijna beneden rijden we door een paar gehuchtjes heen, waar het heerlijk bochtig blijft, waarna we pas in de laatste kilometer van de afdaling iets meer rechtdoor mogen rijden op een vlakkere manier. Na 147 kilometer, op minder dan 20 kilometer van het eind, bereiken we Mandailles-Saint-Julien. In dit dorpje, waar de tijd is blijven steken ergens rond 1800, slaan we linksaf over een bruggetje heen. We rijden langs wat oude gebouwen af en zien dan de kerk in beeld verschijnen. Bij deze kerk slaan we linksaf, waarna we in de bocht een kruis zien staan. Een weesgegroetje kan nu geen kwaad, twee borden langs de kant van de weg wijzen ons immers op het feit dat de volgende klim van de dag meteen gaat beginnen.





Zonder een vlakke meter tegen te komen staat direct de volgende klim voor de deur, we gaan voor de vierde keer in de Tourgeschiedenis beginnen aan de Col du Pertus. Een recente ontdekking, pas in 2011 debuteerde dit klimmetje. De Col du Perthus (volgens de organisatie zonder h) is een 1309 meter hoge col in het Centraal Massief. De col maakt onderdeel uit van de Monts du Cantal en ligt in het departement Cantal. De pasweg verbindt de twee parallelle rivierdalen van de Cère en de Jordanne. In 2011 maakte de klim deel uit van de rit richting Saint-Flour, de rit van Vino dus, en VDB2, en Hoogerland, en Sanchez die aan het eind op een oplopende strook in Saint-Flour wegreed van Voeckler, maar Voeckler nam het geel over en dat weigerde hij die Tour heel lang uit handen te geven. In 2016 keerde de klim terug, toen gingen we net als nu naar Le Lioran. Allemaal vergelijkbare etappes, allemaal zo'n beetje dezelfde beklimmingen onderweg. Bij Puy Mary pakte Thomas De Gendt nog de bergpunten mee, maar op de Pertus liet Greg Van Avermaet zijn landgenoot ter plaatse. Tientonner Greg had die dag zijn klimbenen ondergeschroefd, klimbenen die hij niet veel later ook zou vinden in Rio de Janeiro. De toen nog net niet Gouden Greg kwam als eerste boven op de Pertus, waarna hij op een magistrale wijze naar de zege zou soleren in Le Lioran. Dat was een ontzettend straffe stoot, ongekend. Die dag werd hij ook meteen Gele Greg, met zijn monstervlucht kwam hij royaal aan de leiding in het algemeen klassement. Een soort Wout van Aert avant la lettre. Na 2016 duurde het acht jaar voor we terugkeerden, maar wat een terugkeer werd het. In 2024 reden we ook naar Le Lioran en onderweg besloot Pogacar op de flanken van de Peyrol te demarreren. Voor de top reed hij weg van alles en iedereen en in de gevaarlijke afdaling liep hij alleen maar uit. Met een riante voorsprong begon hij aan de Pertus en dus wist iedereen: boeken toe. Maar, nu komt het moment dat we de tune van Jaws moeten instarten. Op de Pertus gebeurde er iets geks. De voorsprong van Pogacar liet niet op. De voorsprong bleef gelijk. Huh? Was Pogacar met onze kloten aan het spelen? Even doen alsof de concurrentie wel kans maakt? En dan daarna weer versnellen zeker, eikel? Wow, wacht, laat ie Vingegaard nu terugkomen? Wat gebeurt hier? Seconde voor seconde reed Vingegaard het gat toe op de Pertus. Hij reed eerst nog even rond met Roglic en Pogacar, maar hij liet die twee achter en ging solo achter Pogacar aan. Normaal gesproken een kansloze zaak. Als Pogacar is vertrokken zie je hem nooit meer terug. Iedere aanval die hij plaatst, waarbij hij ook daadwerkelijk een gat weet te slaan, slaagt. Niemand haalt hem terug, nooit, onmogelijk. En toch, op de Pertus, reed Vingegaard het gat dicht. Vlak voor de top sloot hij aan. Ongekende beelden, ongeziene beelden. Hallucinante taferelen. Een mislukte aanval van Pogacar. Een hongerklop, zelfoverschatting, geef het een naam, maar de onvermijdelijke solo kwam wel ten einde. Pogacar werd teruggegrepen, dat hebben we sindsdien alleen in de Amstel Gold Race gezien. U mag me aanvullen, maar een teruggepakte Pogacar is net zo zeldzaam als een goed Tourparcours. Dit is dan ook meteen de reden dat Pogacar vandaag gaat winnen. Deze smadelijke nederlaag, deze vernedering, deze catastrofe, dit totale demasqué, het moet worden weggepoetst. Het moet worden weggeveegd. Het moet worden rechtgezet. Wat hier gebeurde kan niet, wat hier gebeurde bestaat niet. De grote Pogacar is onklopbaar, de vergissing van 2024, de aberratie, gaat rechtgezet worden. In 2024 reed Jonas Vingegaard deze klim een halve minuut sneller op dan een stilvallende Pogacar. Hij keek om, en daar was de Deen. Uit het niets, totaal onverwacht. Het was dan toch mogelijk, een te vroege solo. Vingegaard had in 2024 12 minuten nodig voor deze klim, we gaan vandaag naar de 11 minuten. Daarom heeft de organisatie er ook maar alvast een klim van eerste categorie van gemaakt, in het verleden was deze klim van 4,4 kilometer aan 8,5% een beklimming van de tweede categorie. Men weet dat Pogacar er een beklimming van de eerste categorie van gaat maken, er zal een aardverschuiving plaatsvinden op de Pertus, maak je borst maar nat. Het werd de Col du Perdu voor Pogacar, ofschoon hij alsnog als eerste boven wist te komen, met pijn en moeite. Nu komt hij weer als eerste boven, maar dan zonder Vingegaard op het wiel.






Een schitterend, loodzwaar klimmetje, de Pertus. Zelfs zonder HET VERHAAL van 2024 de moeite waard, dit klimmetje gaat altijd spektakel opleveren. Nog steeds geen klim van de eerste categorie, dat is echt onzin van de organisatie, maar alsnog zeer de moeite waard. Buiten het dorp loopt een wat smallere weg meteen loodrecht omhoog, in de eerste twee kilometer van de klim gaat het bijna continu aan 10% omhoog. We slingeren door een bosrijke omgeving heen, waarna we halverwege een stukje tegenkomen dat het gemiddeld naar beneden haalt. De klim vlakt wat af, daarna gaat het zelfs een paar meter naar beneden. In dat korte stukje in dalende lijn moeten de renners eventjes slalommen, maar al snel begint de weg opnieuw steil omhoog te lopen. Het tweede deel van de klim is net iets minder lastig, maar het gaat nog steeds twee kilometer aan 9% omhoog, met een paar stroken dik boven de 10%. We slingeren door de bossen heen, passeren af en toe een heel oud boerderijtje, en in de verte zien we nog wat oude vulkanen liggen. Een ontzettend mooie klim, een ontzettend zware klim, een klim waarvan de organisatie hoopt dat het scenario van 2024 zich zal herhalen. Kleine kans, Thierry. Het is niet altijd raak, natuurlijk. Na 152 kilometer komen we boven op de fraaie en lastige Pertus, op 14,5 kilometer van het eind. Voorbij de top wacht een afdaling van zes kilometer richting Saint-Jacques-des-Blats, aan gemiddeld 6% dalen de renners door een donker bos af over een niet eens al te brede weg. Ook dit is weer een lastige afdaling, al helpt het dat de meeste renners de weg kennen aangezien we hier amper twee jaar geleden ook al eens naar beneden zijn gereden. De renners dalen eerst twee kilometer af door het bos, hier is het bochtig en vrij technisch. Weinig echt scherpe bochten, maar wel gewoon heel wat slingerwerk. Buiten het bos komen we in een tussenfase terecht, een kilometer of twee rijden we wat meer over een plateau heen, we komen ineens tussen de boerderijen en een aantal bergweides terecht. Hier liggen zelfs een paar korte knikjes omhoog, al vliegen de profs daar zo aan voorbij. Na dit plateaustukje dalen we nog eens twee kilometer af tegen stevige percentages, er verschijnen ook wat bochten in beeld. Het terrein blijft evenwel open, waardoor de renners heel goed zien wat eraan komt. Vooral de eerste twee kilometer zijn hier uitdagend dus, daarna kan er nog weinig gebeuren. Wel nog een keer een haarspeldbochtje in dat laatste stuk, en als we bijna beneden zijn in Saint-Jacques-des-Blats volgt er in een gehuchtje net buiten het dorp nog even een soort van chicane. Voorbij deze chicane rijden we Saint-Jacques-des-Blats binnen, hier nemen we vijf meter voor we beneden zijn een buitengewoon scherpe bocht naar rechts. Direct daarna gaat het naar links, de brede baan op. De weg naar Le Lioran is gevonden.




Een lastige bocht naar rechts en daarna meteen een bocht naar links. En dan, de weg naar Le Lioran. We komen op een brede weg terecht en die voert rechtdoor naar onze finishplaats. Deze brede weg, in de vallei van de Cère, begint meteen omhoog te lopen. Volgens de organisatie is dat niet het geval, volgens de praktijk wel. Op negen kilometer van de afkomst beginnen we aan een klim van zes kilometer, de komende 6,3 kilometer gaat het aan 4,7% omhoog naar de top van de Col de la Font de Cère. De organisatie rekent de eerste drie kilometer niet mee, wij wel. Drie kilometer rijden we rechtdoor over de brede weg, drie kilometer waarin we gemiddeld aan 3% klimmen. Daarom negeert de organisatie deze strook, dat drukt het gemiddelde zo. Het is ook een beetje een saaie weg, een brede en rechte departementale weg, net iets meer dan vals plat omhoog. Rechtdoor naar Le Lioran, dat oord waar we de laatste jaren zo vaak te vinden zijn. Ook dit jaar werken we in Le Lioran weer de gebruikelijke finale af, ondanks de ontwikkelingen in 2024. Na drie kilometer vals plat omhoog rechtdoor gereden te hebben zouden we bijna een tunnel betreden, vlak voor we door die tunnel zouden rijden slaan we linksaf en hier laat de organisatie de volgende klim pas beginnen. De Col de la Font de Cère is vanaf dat punt 3,1 kilometer lang, gemiddeld gaat het aan 5,8% omhoog. Het verleden heeft getoond dat dit niet de strook is waar het verschil wordt gemaakt, deze strook omhoog over een soort snelweg loopt veel te goed. We komen een halve kilometer aan 7,5% tegen, maar verder gaat het heel gelijkmatig aan 6% omhoog. Een paar brede bochten, omhoog naar het wintersportoord dat Le Lioran is. Het verschil moet voorheen gemaakt worden, hier rijden renners elkaar niet uit het wiel. Richting de top vlakt de klim nog wat meer af, waarna we vlak voor we boven zijn linksaf slaan. We slaan een smallere weg in en nadat we een tijd vooral door de bossen gereden hebben bereiken we nu de eerste lelijke chalets van dit skigebied. Bij de eerste chaletjes in de buurt zijn we na 163,9 kilometer boven op de Col de la Font de Cère, een klimmetje van de derde categorie. Tijdens de klim rijden we langs Font de Cère, de bron van het riviertje de Cère. Nog 2,7 kilometer tot de finish, ja!





Na de Col de la Font de Cère wordt het even heel geestig, vooral als we ons de editie van 2024 voor de geest halen. We rijden voorbij de top langs nog wat meer chalets, om even verderop een bos in te duiken. In dit bos kent de smalle weg enkele bochten, zelfs een paar haarspeldbochten. In een van die haarspeldbochten, een vrij steile en ook vrij krappe, kreeg stoethaspel Primoz Roglic het voor elkaar om op z'n bek te gaan. Hij was even niet aan het opletten, zo aan het eind van de rit. Hij schoof onderuit, stond wel weer op en haalde de finish ook, maar verloor in principe wel tijd. In principe, want de rit kent geen aankomst bergop en dus krijg je dezelfde tijd als de rest van je groepje als je in de laatste drie kilometer iets meemaakt. Roglic reed op het moment dat hij viel samen met Evenepoel, en dus kreeg hij dezelfde tijd als Evenepoel. Dat was wel een beetje een belachelijke situatie, want Roglic viel helemaal zelf. Het was echt zijn eigen fout, hij verdiende het niet om gered te worden door zo'n regeltje. Dat vonden ze bij de UCI ook, dus hebben ze nadien de regel aangepast. Als je door je eigen schuld valt is het ook gewoon je eigen schuld, dan krijg je niet meer de tijd van het groepje waar je in zat. Als je dankzij iemand anders tijd verliest is dat niet aan de orde, maar als je zoals Roglic heel knullig zelf onderuit gaat, nouja, dan heb je het zitten. Bedankt, Primoz. Een blijvende verandering veroorzaakt in de wielerwereld, dat kunnen er niet veel zeggen. Maar oké, om maar even aan te geven: dat afdalinkje aan het eind kan nog best link zijn. Twee stevige haarspeldbochten over een zeer smalle weg in een bos, waar blijkbaar ook nog paarden rondlopen. We zijn midden in wintersportoord Le Lioran, maar we zijn ook midden in de natuur, je vraagt je af hoe ze in eerste instantie ooit dit weggetje hebben gevonden. Na de chute van Roglic had ik sowieso verwacht dat ze deze aankomst zouden aanpassen, maar nee, het oordeel is geweest dat het pure onkunde van de Sloveen was. We hopen vandaag ook op pure onkunde van een andere Sloveen. Na een derde smalle en steile haarspeldbocht bevinden we ons op anderhalve kilometer van het eind, we dalen door tot in de slotkilometer. Vlak voor het ingaan van de slotkilometer nemen we een beter lopende bocht naar rechts, terwijl we weer wat wintersporttaferelen in beeld zien verschijnen. We rijden door de lokale winkelstraat heen en slaan dan rechtsaf, waarna we weer op een zeer brede weg terechtkomen. Dit is de finishstraat, deze weg volgen we in de laatste 700 meter van de rit. De weg begint meteen omhoog te lopen, maar eerst is dat niet meer dan vals plat. Pas in de laatste 500 meter wordt het echt weer serieus, in die laatste halve kilometer van deze heuvelrit in het Centraal Massief gaat het tot aan de finish aan 7,4% omhoog. Een tweetal flauwe, brede bochten tussen de bomen later komen we terecht in de laatste rechte lijn. Daar waren we twee jaar geleden getuige van een epische sprint. De bizarre dag nam nog een bizarre wending. Eerst werd Pogacar teruggegrepen, dat was al onwerkelijk. Daarna bleven Vingegaard en Pogacar gezellig bij elkaar, waarna ze zouden gaan sprinten om de ritzege. Ondanks het feit dat Vingegaard Pogacar had teruggehaald ging iedereen alsnog uit van een zege van Pogacar. De Sloveen is normaal veel sneller, zelfs op een mindere dag zou hij het sprintje vast winnen. Nou, niet dus. In een waanzinnig spannende sprint was het uiteindelijk Jonas Vingegaard die met een ultieme jump zijn fiets als eerste over de streep wist te duwen. Pogacar geklopt, moedergods. Absurd, abnormaal, taferelen, toestanden, scènes. Een waanzinnig memorabele aankomst. Pogacar ingerekend, en daarna geklopt aan de meet. De organisatie vond dat zo fantastisch dat we twee jaar later terug zijn, met precies dezelfde aankomst. Hopende op precies hetzelfde scenario, maar dat zal ze nog vies tegenvallen. Emotioneler dan in 2024 gaat het sowieso niet worden. De eerste zege voor Vingegaard nadat hij een paar maanden eerder alles brak in de Ronde van het Baskenland. Het was al een godswonder dat hij na die levensbedreigende chute in Itzulia überhaupt de Tour haalde, en in die Tour klopte hij dan Pogacar ook. Voorlopig ook meteen de laatste keer dat Vingegaard Pogacar in een rechtstreeks duel heeft verslagen. Maar dat gaan we vandaag natuurlijk herhalen, aldus Gouvenou en Prudhomme!






SPOILER
Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.
Een rit om te koesteren en te onthouden, laat daar geen misverstand over bestaan. Een van de laatste keren dat we een menselijke Pogacar zagen. Een van de laatste keren dat we zagen dat een eindeloze solo niet succesvol was. Een memorabele dag, een spannende dag, een leuke dag. Ze zijn spaarzaam, tegenwoordig. Vingegaard die Pogacar nog eens klopt, in de jaren ervoor was dat gesneden koek. In Le Lioran lukte het hem voor het laatst, reden genoeg voor de organisatie om snel terug te keren. Het is een vreemde tic van de organisatie, de afgelopen tijd hebben we zo ongeveer iedere locatie waar Pogacar ooit verloor heel snel terug zien keren in koers. We gingen vorig jaar in de Dauphiné bijvoorbeeld naar Combloux, waar hij in de Tour ooit een enorme oplawaai kreeg in een tijdrit. In de Dauphiné nam hij wraak en reed hij Vingegaard klink uit het wiel. We keerden terug naar Col de la Loze, de klim van I'm gone, I'm dead. Weliswaar van een andere kant, maar toch. Die dag hield hij zich nog redelijk in, maar hij klopte Vingegaard wel door aan het eind nog even weg te fladderen. We zagen Hautacam snel terug in koers, waar Pogacar ooit werd gelost door nota bene Wout van Aert. Nou, dat werd even heel resoluut rechtgezet, twee minuten aan de broek voor Vingegaard. Op de Ventoux reed hij ook nog even weg van Vingegaard, waar Vingegaard een paar jaar eerder een minuut op hem pakte. Alle plaatsen waar Pogacar ooit een mindere dag kende keren snel terug in koers. Om de concurrentie te motiveren? Nou, het lijkt er voorlopig eerder op dat Pogacar daardoor enorm gemotiveerd raakt. Een zielig mannetje met een heel fragiel egootje, daar heeft het alle schijn van. Laat alsjeblieft de Granon niet terugkeren, daar zou hij uit pure rancune met 10 minuten voorsprong winnen. Nu keert dus twee jaar na dato Le Lioran terug, ik hoef u niet te vertellen hoe dit gaat aflopen. Voor de vierde keer in de Tourgeschiedenis zijn we in Le Lioran. In 1975 debuteerde dit wintersportoord, al kwamen we toen officieel aan in Super Lioran, een paar meter voorbij de finish. De Fransen en hun Super, fascinerende rubriek. Een Tourparcours uitsluitend bestaande uit aankomsten bergop op plaatsen met Super in de naam, het is te doen. Van Super Lioran tot Superbagnères tot Super Planche des Belles Filles. Enfin, in 1975 won Michel Pollentier in Super Lioran. Onderweg kaapte Eddy Merckx alle bergpunten mee, maar aan het eind was het Pollentier die naar de zege soleerde. In een rit van 260 kilometer gunde Merckx blijkbaar de zege aan zijn landgenoot, Pollentier vormde verder geen gevaar. Merckx werd tweede, voor Van Impe. Een Belgisch feestje, dat kunstje werd herhaald in 2016. Toen waren het De Gendt en Van Avermaet die samen in de kopgroep zaten. Van die twee mocht je verwachten dat De Gendt de rit zou winnen, maar het was Van Avermaet die een wonderdag kende. Er stond geen maat op hem, in de finale van de rit reed hij meer dan twee minuten weg van De Gendt. Het peloton had helemaal het nakijken, Greg nam de gele trui over en dankzij een voorgift van vijf minuten wist hij die trui een dag of drie vast te houden. De mooiste dag van zijn carrière, tot hij een paar weken later olympisch kampioen werd. Hilarische benen, al had hij in Rio ook wel een beetje geluk. Le Lioran was de Belgen gunstig gezind, tot Vingegaard en Pogacar elkaar kwamen bekampen in 2024. Nu lijkt er wederom weinig hoop voor de Belgen te zijn, al gaat Karrel natuurlijk uit van een klinkende zege voor Remco. Als Lipowitz tenminste netjes zijn taken als knecht uitvoert!



Le Lioran is een wintersportoord in het Centraal Massief in Frankrijk, voor het grootste gedeelte in de gemeente Laveissière. De kabelbaan van het skigebied voert richting de top van de Plomb du Cantal, onderdeel van het Cantalgebergte. Met 1855 meter is dit de op een na hoogste berg van het Centraal Massief. Het wintersportoord bevindt zich in het trogdal van de Alagnon, in het hart van het Cantalgebergte, het overblijfsel van een grote stratovulkaan. Het skigebied omvat circa 150 hectare en ligt op 1150 tot 1820 meter hoogte. Super Lioran is het hogere gedeelte met 60 km aan skipistes. Het gebied hoort grotendeels bij de gemeente Laveissière, maar ook bij Albepierre-Bredons, Paulhac en Saint-Jacques-des-Blats. De belangrijkste verbinding naar Le Lioran is de N122 Figeac-Massiac, die in de tunnel du Lioran door de bergen loopt. Een zijweg van de N122, de D67, is de ontsluitingsweg van het skigebied en voert over de oude bergpas "Col du Lioran" (1237 m) ter hoogte van Super Lioran. Iets ten zuiden hiervan bereikt de weg zijn hoogste punt bij de Col de Cère (1294 m). Wow, Wikipedia strooit weer met leuke feitjes. De pashoogte van de Col de la Font de Cère, het laatste klimmetje voor we gaan dalen over een geitenpad en daarna kort omhoog naar de aankomst rijden, ligt tussen Puy du Rocher en de Puy Griou, twee bergtoppen van de Monts du Cantal, een gebergte dat is ontstaan uit een oude stratovulkaan. De Puy du Rocher ligt net naast de Plomb du Cantal, het stikt hier van de opvallende bergtoppen. Aan het einde van het dal van de Cère bevinden zich eigenlijk twee zadels, gescheiden door een kleine heuvel, de Puy de Masseb½uf. Ten westen van deze heuvel ligt de Col du Font de Cère. Ten oosten van de heuvel ligt een lager zadel met een hoogte van 1237 meter. Deze pas draagt de naam Col du Lioran (ook wel col des Sagnes of prairie des Sagnes). Zadels! Daar komen er vandaag een stuk of 170 van voorbij. In de achttiende eeuw werd het bos op de Col du Lioran (deel van het uitgestrekte forêt du Lioran) verwijderd om plaats te maken voor een weide van ongeveer zeven hectare. De weide is echter slecht gedraineerd en te nat. Door zijn vlakke karakter werd deze plaats in de jaren 50 van de twintigste eeuw uitgekozen als centrum van het nieuwe skistation van Le Lioran, bekend als Super Lioran. Het had een weide moeten worden, maar omdat men de verkeerde plek uitkoos werd het dan maar een skistation, dat zijn de betere verhalen. De passage over de bergpas van Le Lioran was lange tijd een belangrijke, maar gevreesde plaats. In de winter kon de pas vaak niet overgestoken worden door metershoge sneeuw. Soms duurde het negen maanden eer de pas sneeuwvrij was. In de zomer kon de pas gebruikt worden maar was de route gevreesd omwille van het donkere bos van Lioran, waar wolven en rovers zich schuilhielden. Vanwege de gevaren op de route kozen veel reizigers voor de oude Romeinse weg over de hogere en steilere Col de la Pourtone (1693 m) ten zuiden van de Plomb du Cantal of de Col de Cabre (1528 m) ten noorden van de Puy Griou. Zeker de weg ten zuiden van de Plomb du Cantal, via de col de Prat-de-Bouc, col de la Tombe-du-Père en Col de la Pourtone bleef van een groter belang tot aan het einde van de achttiende eeuw een nieuwe steenweg werd aangelegd door de vallei van de Cère. Deze weg over de Col de Font de Cère werd enkele jaren later door Napoleon Bonaparte opgenomen in zijn systeem van routes impériales. Met het openen van de eerste tunnel van Le Lioran in 1843 verloor de weg over de col echter sterk aan belang. In 2007 werd een nieuwe tunnel van Le Lioran geopend. Wolven en rovers, daarvan komen er vandaag ook een paar op bezoek. Sinds de jaren 50 een skigebied dus, naast wintersportactiviteiten kun je hier vast ook in de zomer terecht, maar mij niet gezien. De omgeving is prachtig, Le Lioran zelf is niet eens vergane glorie, want daarmee impliceer je dat er ooit glorie is geweest. Wel een leuk torentje bij het lokale treinstation, verder snel de téléphérique pakken, omhoog naar Plomb du Cantal.



Vanaf 13:00 begint Tadej Pogacar aan zijn jacht op eerherstel. Na een neutralisatie van een kwartier beginnen we om 13:15 echt, waarna de sprintersploegen als eerste aan zet zijn. De strijd om de groene trui is niet te volgen bij de NOS, NPO1 gaat pas om 14:10 live. Sporza is er op VRT1 bij na het heilige nieuws van 13:30, dan mis je niet zo gek veel. Maarja, dit is wel een rit die je integraal wil zien, dus ben je aangewezen op Eurosport. Vanaf nu gewoon met Karsten, geen Bobbie meer. Vanaf 13:00 live, al kun je het eerste kwartier van de uitzending altijd probleemloos skippen. Na de rustdag is het nog steeds smerig heet in Frankrijk, in startplaats Aurillac noteren we overdag 34 graden. Geen kans op regen, terwijl het weer lijkt uit te draaien op een windstille dag. Een korte vooruitblik leert mij wel dat dit waarschijnlijk voorlopig de laatste warme dag is, in de dagen nadien zie ik acceptabele temperaturen verschijnen. In Le Lioran zitten we een paar meter hoger, dus is het ook een paar graden koeler. Slechts 29 graden aan de finish, vergeet je muts en je sjaal niet. Geen kans op regen ook daar, zoals er ook weinig wind zal staan. Een beetje rugwind op de laatste klim, maar dan juist weer wat tegenwind in de sprint. Lijkt niet echt een factor van belang, toch speelt de wind altijd zo z'n rol. De aankomst wordt relatief vroeg verwacht, tussen 17:02 en 17:26. Het gaat Pogacar uiteraard makkelijk lukken om voor die tijd binnen te zijn.



Het scenario van deze rit is makkelijk te raden. Ik heb het tijdens deze voorbeschouwing al uiteengezet, dit wordt de dag van Pogacar. Hij gaat hier de smadelijke nederlaag die hij in 2024 leed wegpoetsen. UAE gaat de hele dag controleren, na de tussensprint mogen Politt en Vermeersch aan de bak, en dan is het tijd voor Tim Wellens. Hij zal braaf door blijven brommeren tot op de Peyrol, waar zijn taak overgenomen zal worden door Grossssschartner, McNulty en Adam Yates. Als we de steile strook van die klim naderen komt Del Toro met een nucleaire versnelling, waarna iedereen al is afgehaakt. Del Toro heeft de rustdag doorgebracht met lange mouwen, hij gaat op de afspraak zijn. Pogacar vertrekt, en in tegenstelling tot 2024 houdt hij nu wel vol. Mijn theorie wordt versterkt door het feit dat Pogacar heeft gezegd dat hij geen revanche wil. Dat is niet iets waar hij mee bezig is. Nu bestaat UAE uit een schofterige verzameling pathologische leugenaars, dus kunt u probleemloos aannemen dat hij er wél mee bezig is en dat hij absoluut wél revanche wil. Een bijkomstigheid is dat we hierna drie snipperdagen krijgen, zijn ploeg hoeft de komende dagen eigenlijk niets te doen. Het gaat weer zo'n dag worden. UAE gaat controleren en Pogacar gaat domineren. Het mag dan wel 14 juli zijn, het wordt geen feestdag voor de Fransen. En ook geen feestdag voor ons.
1. Pogacar. De schande van Le Lioran. Een hongerklop, pfff, amateur. Dat spaarzame dieptepunt uit de carrière van Pogromcar gaat omgezet worden in een stralend hoogtepunt. Stralend, snap je, want hij is radioactief.
2. Vingegaard. Hij gaat weer in de buurt van Puy Mary gelost worden, maar dit keer zal er van een terugkeer geen sprake zijn. Ligt waarschijnlijk aan de voorbereiding, dit jaar is hij niet bijna doodgegaan in een Baskische greppel.
3. Seixas. Zijn naam staat al gekalkt op de Pas de Peyrol, als dat geen vleugels geeft weet ik het ook niet meer. Het Franse godenkind op weg naar het podium, zou het? We hopen het, dan komt ook het moment dichterbij dat het publiek zich gaat keren tegen het immer genocidale UAE.
4. Evenepoel. Ideale rit voor Remco om Lipowitz op achterstand te rijden. Ik verwacht een zeer actieve Remco, we krijgen tijdens weer een monsterlijk saaie solo van Pogacar in ieder geval nog dit achterhoedegevecht om in de gaten te houden.
5. Del Toro. Hard op weg om minstens zo ongeloofwaardig als Pogacar te worden. Bloedgouden koppel.

Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  dinsdag 14 juli 2026 @ 06:45:04 #3
187810 Szura
Kijk eens aan!
pi_221327257
Hup Carapaz
Lekker zuipen, lekker dansen en daarna lekker neuken.
  dinsdag 14 juli 2026 @ 08:42:41 #4
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221327498
Lekker handig. Dus die karavaan rijdt de laatste 3,3 km van de route na de finish nog een keer? Rijden ze dan zo ver voor het peloton uit? Rijden ze zichzelf niet in de weg?
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
  dinsdag 14 juli 2026 @ 08:54:03 #5
260796 DecoAoreste
aka Aleimon Thimble
pi_221327522
Als Pidcock de vorm heeft van zondag, en dit keer geen materiaalpech, vlak ik hem niet uit voor de ritzege. Het is te zwaar voor Mathieu dus dat is alvast een concurrent minder.
  dinsdag 14 juli 2026 @ 08:55:02 #6
260796 DecoAoreste
aka Aleimon Thimble
pi_221327525
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 06:45 schreef Szura het volgende:
Hup Carapaz
Carapaz staat ook op mijn lijst van de hoop.

Alle ballen op de vlucht.
  Redactie Sport dinsdag 14 juli 2026 @ 09:00:04 #7
274204 crew  Mexicanobakker
pi_221327546
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 08:54 schreef DecoAoreste het volgende:
Als Pidcock de vorm heeft van zondag, en dit keer geen materiaalpech, vlak ik hem niet uit voor de ritzege. Het is te zwaar voor Mathieu dus dat is alvast een concurrent minder.
Die gaat hier Pogi niet volgen
[i]Put me on a pedestal and I'll only disappoint you
Tell me I'm exceptional and I promise to exploit you
Give me all your money and I'll make some origami honey
I think you're a joke but I don't find you very funny[/i]
  dinsdag 14 juli 2026 @ 09:08:54 #8
260796 DecoAoreste
aka Aleimon Thimble
pi_221327571
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 09:00 schreef Mexicanobakker het volgende:

[..]
Die gaat hier Pogi niet volgen
Maar misschien wel ontsnappen en zijn voorsprong consolideren.
  Redactie Sport dinsdag 14 juli 2026 @ 09:18:40 #9
274204 crew  Mexicanobakker
pi_221327666
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 09:08 schreef DecoAoreste het volgende:

[..]
Maar misschien wel ontsnappen en zijn voorsprong consolideren.
De onvermijdelijke Wim Tellens gaat dit niet toestaan.
[i]Put me on a pedestal and I'll only disappoint you
Tell me I'm exceptional and I promise to exploit you
Give me all your money and I'll make some origami honey
I think you're a joke but I don't find you very funny[/i]
  dinsdag 14 juli 2026 @ 09:33:24 #10
165780 Luctor.et.Emergo
Fremantle Dockers FC
pi_221327798
Katozze juliet *O*
Autore Deo, favente Regina Luctor et Emergo
Fuck the EBU.
  dinsdag 14 juli 2026 @ 09:54:56 #11
260796 DecoAoreste
aka Aleimon Thimble
pi_221327947
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 09:18 schreef Mexicanobakker het volgende:

[..]
De onvermijdelijke Wim Tellens gaat dit niet toestaan.
Maar dat deed hij zondag ook niet en toen gingen ze uiteindelijk tóch.

Pogacar is onkwetsbaar maar zijn knechten niet altijd. Het is onvermijdelijk dat hij de Tour wint maar deze etappe moet ik nog maar zien.
pi_221327966
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 09:54 schreef DecoAoreste het volgende:

[..]
Maar dat deed hij zondag ook niet en toen gingen ze uiteindelijk tóch.

Pogacar is onkwetsbaar maar zijn knechten niet altijd. Het is onvermijdelijk dat hij de Tour wint maar deze etappe moet ik nog maar zien.
Dit wordt gewoon weer Pogacar met minuten voorsprong vandaag.
pi_221327993
Er is vandaag maar één winnaar.
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
  dinsdag 14 juli 2026 @ 10:10:02 #14
260796 DecoAoreste
aka Aleimon Thimble
pi_221328056
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 10:03 schreef TAmaru het volgende:
Er is vandaag maar één winnaar.
Dat is altijd zo!

Behalve bij de prijs van de strijdlust dan, daar kunnen het er ook 2 zijn, of 0.
  dinsdag 14 juli 2026 @ 10:24:49 #15
213134 Momo
WLR en ESF hooligan
pi_221328250
Silvier Dillier heeft gisteren ook buiten geslapen net als Unox, kunnen ze geen fatsoenlijke hotels regelen in de Tour?
  dinsdag 14 juli 2026 @ 10:26:22 #16
311468 Van_Poppel
Voormalig kopman van Gertje
pi_221328259
Circus Politt zal wel de eerste 60km voor zijn rekening nemen.
  dinsdag 14 juli 2026 @ 10:26:55 #17
194695 franklop
Fran knock
pi_221328262
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 10:24 schreef Momo het volgende:
Silvier Dillier heeft gisteren ook buiten geslapen net als Unox, kunnen ze geen fatsoenlijke hotels regelen in de Tour?
Het is niet altijd makkelijk om voor ~200 man perfecte hotels te regelen die het liefst; niet te ver van de vorige finishplaats ligt en/of niet tever van de volgende startplaats ligt.
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
  dinsdag 14 juli 2026 @ 10:27:57 #18
311468 Van_Poppel
Voormalig kopman van Gertje
pi_221328266
Vroeger sliepen ze in jeugdherbergen op stapelbedden. Er is dus al veel verbeterd.
pi_221328271
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 10:26 schreef franklop het volgende:

[..]
Het is niet altijd makkelijk om voor ~200 man perfecte hotels te regelen die het liefst; niet te ver van de vorige finishplaats ligt en/of niet tever van de volgende startplaats ligt.
:')

Je hebt een jaar de tijd om die shit voor elkaar te maken. Kom op, een beetje professionaliteit mag je toch wel verwachten?
  dinsdag 14 juli 2026 @ 10:30:03 #20
213134 Momo
WLR en ESF hooligan
pi_221328275
Dat hotels in deze tijd nog geen airco's hebben in Frankrijk, zeker in de meer zuidelijke gebieden...
  dinsdag 14 juli 2026 @ 11:33:37 #21
473366 AllesKaputt
pelotonvulling
pi_221329587
POLL
  Moderator dinsdag 14 juli 2026 @ 11:37:11 #22
375570 crew  Cyan9
pi_221329613
Het wordt een perfecte dag om me te ergeren aan UAE.
Ongeïnteresseerd maar toch aanwezig.
  dinsdag 14 juli 2026 @ 11:49:22 #23
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221329936
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 10:24 schreef Momo het volgende:
Silvier Dillier heeft gisteren ook buiten geslapen net als Unox, kunnen ze geen fatsoenlijke hotels regelen in de Tour?
De ASO veegt zijn reet met rennersbelangen, dat kan geen nieuws zijn.
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
  dinsdag 14 juli 2026 @ 11:50:20 #24
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221329954
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 10:27 schreef Van_Poppel het volgende:
Vroeger sliepen ze in jeugdherbergen op stapelbedden. Er is dus al veel verbeterd.
Er weet er weer eentje de slechtste zet van het bord te vinden hoor _O- "Ja, maar in de Middeleeuwen moesten ze lopen!" :')
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
pi_221330019
Prachtig parcours. En normaal twee koersen voor de prijs van één, maar we weten allemaal wat er gaat gebeuren.
  Redactie Sport / Supervogel dinsdag 14 juli 2026 @ 12:09:02 #26
270182 crew  Pino112
Pino van Luna O+
pi_221330051
Pogilul wil ook naar de Vuelta, dus die ronde kunnen we ook overslaan.
pi_221330053
Trentin start vandaag niet vanwege koorts. (Movistar/Cian kijken jullie mee, zo kan het ook).
You don't need a weatherman to know which way the wind blows.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Album top 100 2024
  Admin dinsdag 14 juli 2026 @ 12:16:07 #28
2589 crew  yvonne
Vakkundig gesloopt.
pi_221330077
Helemaal gelezen.
Nu wil ik terug naar bed.
Yvonne riep ergens: [b]Static is gewoon Static, je leeft met hem of niet.
Geen verborgen agenda's, trouw, grote muil, lief hartje, bang voor bloed, scheld FA's graag uit voor lul.[/b]

Op dinsdag 26 oktober 2021 16:46 schreef Elan het volgende:[b]
Hier sta ik dan weer niet van te kijken Zelfs het virus is bang voor jou.[/b]
  Admin dinsdag 14 juli 2026 @ 12:20:20 #29
2589 crew  yvonne
Vakkundig gesloopt.
pi_221330092
Topic vermoord.
Yvonne riep ergens: [b]Static is gewoon Static, je leeft met hem of niet.
Geen verborgen agenda's, trouw, grote muil, lief hartje, bang voor bloed, scheld FA's graag uit voor lul.[/b]

Op dinsdag 26 oktober 2021 16:46 schreef Elan het volgende:[b]
Hier sta ik dan weer niet van te kijken Zelfs het virus is bang voor jou.[/b]
  Moderator dinsdag 14 juli 2026 @ 12:24:15 #30
355459 crew  noodgang
noodgang
pi_221330116
quote:
17s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 12:20 schreef yvonne het volgende:
Topic vermoord.
Nu wil ik ook terug naar bed :(
pi_221330120
quote:
7s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 12:09 schreef Pino112 het volgende:
Pogilul wil ook naar de Vuelta, dus die ronde kunnen we ook overslaan.
Het gebruikelijke jaarlijkse bericht om dan 1 of 2 weken later alsnog het bericht te krijgen dat hij toch maar niet meedoet aan de Vuelta na een loodzware Tour en andere belangrijke doelen
pi_221330149
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 10:26 schreef franklop het volgende:

[..]
Het is niet altijd makkelijk om voor ~200 man perfecte hotels te regelen die het liefst; niet te ver van de vorige finishplaats ligt en/of niet tever van de volgende startplaats ligt.
Toestaan dat de ploegen het zelf mogen regelen, zou ook een optie kunnen zijn..

Maar ze willen vast een gelijk speelveld behouden door elke ploeg in hotels te laten slapen waar zelfs zwervers van zeggen dat ze liever buiten slapen ;(
  dinsdag 14 juli 2026 @ 12:27:43 #33
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221330169
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 12:26 schreef Marcoss het volgende:
Toestaan dat de ploegen het zelf mogen regelen, zou ook een optie kunnen zijn..
Dan koopt elke ploeg een tweede teambus met alleen maar bedden en een massagetafel en airco.

Geen idee wat daar verder mis mee zou zijn trouwens.
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
pi_221330202
quote:
3s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 12:27 schreef Dr_Flash het volgende:

[..]
Dan koopt elke ploeg een tweede teambus met alleen maar bedden en een massagetafel en airco.

Geen idee wat daar verder mis mee zou zijn trouwens.
Die 2e teambus hebben een aantal ploegen al ;)

(maar mogen ze hier niet voor gebruiken)
  dinsdag 14 juli 2026 @ 12:30:52 #35
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221330227
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 12:29 schreef Marcoss het volgende:

[..]
Die 2e teambus hebben een aantal ploegen al ;)

(maar mogen ze hier niet voor gebruiken)
Maar is daar nou een echte reden voor? :? Anders dan "ASO wil het bepalen"?
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
pi_221330241
quote:
5s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 12:30 schreef Dr_Flash het volgende:

[..]
Maar is daar nou een echte reden voor? :? Anders dan "ASO wil het bepalen"?
Ja, dat de rijke ploegen niet nog een groot voordeel krijgen ten opzichte van de kleinere ploegen
pi_221330262
quote:
3s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 12:27 schreef Dr_Flash het volgende:

[..]
Dan koopt elke ploeg een tweede teambus met alleen maar bedden en een massagetafel en airco.

Geen idee wat daar verder mis mee zou zijn trouwens.
Dan kom je weer dichter bij het oorspronkelijke idee van de bus van Club Diana, wat de voorloper en voorbeeld was van de bussen van de huidige teams, die zich lieten verleiden door deze bus.
pi_221330297
  dinsdag 14 juli 2026 @ 12:36:12 #39
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221330302
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 12:33 schreef Idisrom het volgende:

[..]
Dan kom je weer dichter bij het oorspronkelijke idee van de bus van Club Diana, wat de voorloper en voorbeeld was van de bussen van de huidige teams, die zich lieten verleiden door deze bus.
ja in de '70s was het omkleden onder de achterklep van de auto van de ploegleider, zo'n bus was wel een quantum leap toen _O_
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
pi_221330323
quote:
14s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 12:36 schreef Dr_Flash het volgende:

[..]
ja in de '70s was het omkleden onder de achterklep van de auto van de ploegleider, zo'n bus was wel een quantum leap toen _O_
Met Diana die ondertussen wat hand- en spandiensten verrichtte om de ergste spanning uit het lijf te krijgen
Het beste adres voor al uw primeurs!
pi_221330330
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 12:35 schreef wimderon het volgende:
[ afbeelding ]
Wout van Nazareth trekt dus al volgelingen.
  dinsdag 14 juli 2026 @ 12:39:23 #42
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221330361
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 12:37 schreef Idisrom het volgende:

[..]
Wout van Nazareth trekt dus al volgelingen.
Dat trekken geleerd van Diana dus :+
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
pi_221330367
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 12:35 schreef wimderon het volgende:
[ afbeelding ]
Neem aan dat we dit vanavond in Vive le Velo te zien krijgen.
pi_221330497
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 10:29 schreef Solispolar het volgende:

[..]
:')

Je hebt een jaar de tijd om die shit voor elkaar te maken. Kom op, een beetje professionaliteit mag je toch wel verwachten?
Dit zit anders. Aso bepaalt het budget dat ploegen mogen uitgeven aan hotels in t kader van gelijkheid onder ploegen
Het beste adres voor al uw primeurs!
  Moderator dinsdag 14 juli 2026 @ 13:08:03 #45
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221330571
Karsten gaat als enige niet voor Pogacar. _O-
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  dinsdag 14 juli 2026 @ 13:10:21 #46
328924 Frozen-assassin
STAY STRONG APPIE
pi_221330635
UAE heeft al bekendgemaakt dit te willen winnen

Wielrennen is morsdood als je toch al vooraf geen spanning hebt. Jaja leuk we kijken naar een peloton die aan het cruisen is en dan werken we zelfde rijtje af en uiteindelijk wint Pogacar.

~surprised-pikachu-face~
  dinsdag 14 juli 2026 @ 13:10:28 #47
187810 Szura
Kijk eens aan!
pi_221330638
quote:
0s.gif Op dinsdag 14 juli 2026 13:08 schreef Rellende_Rotscholier het volgende:
Karsten gaat als enige niet voor Pogacar. _O-
Karsten is die klootzak ook gewoon spuugzat
Lekker zuipen, lekker dansen en daarna lekker neuken.
pi_221330710
Ik heb een Mielke allergie :{
  dinsdag 14 juli 2026 @ 13:16:15 #49
165780 Luctor.et.Emergo
Fremantle Dockers FC
pi_221330800
Present. :)
Autore Deo, favente Regina Luctor et Emergo
Fuck the EBU.
pi_221330835
Eigenlijk hoop je dat uit protest niemand wegrijdt.
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')