abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
  Moderator zaterdag 11 juli 2026 @ 03:48:46 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221299784
Etappe 8: Périgueux - Bergerac, 180,4 km

Ja, dat was een spannende rit. We reden naar Bordeaux en dat werd zo'n beetje de saaiste rit ooit. Als eerste aanvaller van de dag zagen we uiteraard weer Baptiste Veistroffer, de aanvalslustige Fransoos kroop weer in de kofferbak van Prudhomme en zodra de koersdirecteur met zijn vlag zwaaide schoof Veistroffer mee in het zog van de auto. Dit blijkbaar tot grote onvrede van de rest van het peloton, de sprintersploegen vinden het niet leuk dat Baptiste de hele dag keihard op kop rijdt. Hij zou immers ook rustiger kunnen rijden, of helemaal niet in de aanval kunnen gaan, dat zou makkelijker zijn voor de sprinters. Als je nog een extra argument nodig hebt om vlakke ritten af te schaffen dan geef ik er graag nog een paar op een presenteerblaadje. Wat een verwende kinderen zijn die sprinters, opdoeken. Gisteren kreeg Veistroffer zowaar gezelschap, namens Caja Rural schoof Jakub Otruba mee. Logisch, Otruba hebben ze speciaal voor dit soort dagen meegenomen. Absoluut geen goede renner, maar wel eentje die op een vlakke dag een paar uur voor het peloton kan rijden. Een paar dagen geleden stuurden ze nog niemand mee omdat ze vol voor Gaviria wilden gaan, daar zijn ze gelukkig snel op teruggekomen. Met z'n tweeën reden de heren gezellig door de Landes de Gascogne, in de uitgestrekte bossen keken we vervolgens uren naar niets. Nouja, oké, tussendoor zagen we een paar aanvalspogingen van de mannen van Uno-X, vooruit. Mads Pedersen ging ook een keer in de aanval, gewoon, omdat hij Mads Pedersen is. Dat leidde meteen wel tot enige paniek bij de sprintersploegen, je kunt de mannen van Alpecin en Quick Step snel nerveus maken. Vooral Abrahamsen zorgde voor wat paniek, zodra de Noor in de aanval ging sprong iedereen meteen op het wiel. Hij heeft inmiddels zo'n reputatie bij elkaar gereden dat hij geen vijf meter krijgt, toch geneig hoe dat werkt. In een rit die gelukkig zonder veel incidenten verliep konden we snel toewerken naar de massasprint. Onderweg zagen we Pedersen op een slimme manier wat punten pakken bij de tussensprint, verder zagen we heel erg weinig. Veistroffer pakte de volle buit bij de tussensprint en hij pakte ook de bergpunten mee op het enige klimmetje van de dag, arme Otruba. Het duo werd ruim op tijd ingerekend en na nog een laatste vruchteloze poging van de mannen van Uno-X en Abrahamsen in het bijzonder gingen we daarna sprinten.

De aanloop naar de sprint toe vond ik een bijzondere, op een kilometer of 10 van het eind reed het peloton ineens heel erg rustig rond. Ze reden amper 40 per uur, een slakkengangetje. Je weet dat ze daarna op een bepaald moment in gang gaan schieten en dat het dan heel chaotisch gaat worden, ik was echt bang voor een massale chute. Die kwam gelukkig niet, het werd een dag zonder slachtoffers. In de sprintvoorbereiding zag ik op een paar kilometer van het eind vooral Ineos indruk maken, dat vond ik ook wel geneig. Alle ballen op Dorian Godon, in een vlakke sprint, je moet maar durven. Cofidis was ook weer van de partij, maar het vertrouwen in Fretin blijkt voorlopig ook nog niet echt ergens op gebaseerd te zijn. Helemaal aan het slot van de etappe zag de trein van Alpecin er het beste uit, Philipsen werd in een zetel naar de zege gebracht. In de laatste paar kilometer werd het iets smaller in de straten van Bordeaux en dat maakte het toch wat lastig om op te schuiven. Iemand als Kooij zat te ver, en hij kreeg het niet meer voor elkaar om op tijd vooraan te geraken. Een vrij ongeorganiseerde sprint, op de werken van Alpecin na. We zagen ineens een Gaviria vooraan verschijnen, we zagen dat Merlier nog net op tijd werd gebracht door Stuyven, we zagen een Bini en een Pedersen zonder ploeggenoten in de buurt vechten voor positie. Weinig echte treintje, alleen de mannen van Alpecin dus. Mathieu van der Poel was de laatste man voor Philipsen, hij begon aan zijn lead-out en nadat hij klaar was zette Philipsen aan, maar daar zat helemaal niets op. Gaviria probeerde langszij te komen, maar op een klassieke Philipsenmanier ging de deur dicht voor de Colombiaan van Caja Rural. Bini zat in het wiel van beide heren en hij zat klaar om erlangs te gaan, maar toen kwam Soren Waerenskjold ineens voorbij. Bini moest inhouden en daarna weer opnieuw op gang komen, terwijl Tim Merlier zijn raket inmiddels had gelanceerd. De Belg die zich altijd miskend voelt vloog over Waerenskjold heen en niemand kwam meer in de buurt. Een afgetekende zege, een fietslengte voor Waerenskjold en Girmay. Daar weer achter fenomeen Kanter, en dan pas Philipsen. Na een goede lead-out heeft hij geen excuses, de benen zijn er gewoon niet. Kooij liet lopen, de ene sprint is de andere niet. Zo denkt iedereen dat je de snelste sprinter in koers bent, nu denkt iedereen weer dat Merlier dat is. HUUB schoof dan mooi weer in de slipstream van de rest de top 10 binnen, slim rennertje is dat. Pedersen kwam er in deze sprint niet echt aan te pas, waardoor Bini wel iets dichter is gekomen in het puntenklassement. Hij had nog dichter kunnen komen als hij niet werd geblokkeerd door Waerenskjold, maar ook dat is de sport. Te lang gewacht en iemand anders de kans gegeven om langszij te komen, met wat meer initiatief zat er misschien meer in. Met een betere lead-out ook, het is toch wat gek om een hele trein in dienst te krijgen en dan alsnog moederziel alleen te eindigen. Stewart was wel ergens in de buurt, maar helemaal aan de andere kant van de weg. Geestig hoe de sport soms werkt, de enige ploeg waar de trein op orde is kampt met een onderpresterende kopman. Verder natuurlijk een rit om heel snel te vergeten. Sowieso, een vlakke rit, wat moet je er in hemelsnaam mee? Daarom krijgen we er nu nog een, haha! Het is weekend, je bent vrij, je kunt de hele dag op de bank liggen om naar de koers te kijken. En wat heeft de organisatie voor je in petto? Een vlakke rit, smullen! ASOgoden.




Ik neem jullie graag mee naar 11 juli van het jaar 2017. Die dag werd de 10e etappe van de Tour verreden. Het peloton zou van Périgueux naar Bergerac rijden, de rit zou 178 kilometer lang zijn. Welnu, we zijn tot op de dag negen jaar later en we gaan weer van Périgueux naar Bergerac rijden. Dat gaan we doen op exact dezelfde manier, op de aankomst in finishplaats Bergerac na. In Bergerac rijden we iets langer door de stad, waardoor deze rit een lengte zal hebben van 180 kilometer, maar verder is de rit volledig gelijk aan de rit van negen jaar geleden. Dat wil zeggen dat ik een complete voorbeschouwing uit de mottenballen kan halen, al was ik in die jaren iets korter van stof. Desalniettemin ga ik die voorbeschouwing bijna integraal gebruiken. Wellicht voegen we her en der nog een paar details toe, mezelf kennende valt dat niet uit te sluiten. Eigenlijk verdient deze rit dat niet, we gaan immers sprinten op een zaterdag, godbetert. En dat doen we over een parcours dat geknipt en geplakt is, het schuim staat me op de mond. Deze weekendonwaardige rit gaat van start in Périgueux, een stad met 29.000 inwoners, gelegen in de Dordogne. Het is de vijfde keer dat de stad voorkomt in de Tour en het bijzondere is dat Périgueux tot nu toe altijd gelinkt is aan de finishplaats van vandaag, Bergerac. In het verleden hebben we twee keer een rit van Bergerac naar Périgueux gezien en dit wordt de derde keer dat we van Périgueux naar Bergerac rijden. Een aparte bijkomstigheid is dit pas de tweede keer is dat er een rit in lijn wordt georganiseerd tussen de steden. De voorgaande keren was er steeds een tijdrit tussen de steden. Zo was er in 1961 een tijdrit van 74 kilometer, startend in Bergerac, die werd gewonnen door Jacques Anquetil. In 1994 was er dan weer een tijdrit met start in Périgueux, van 64 kilometer, gewonnen door Miguel Indurain. In 2014 was de Tour hier ook, met een tijdrit die weer 10 kilometer korter was. Een individuele opdracht van 54 kilometer, met start in Bergerac en einde in de startplaats van deze rit, gewonnen door Tony Martin, ruim voor ONZE Tom Dumoulin. Altijd klinkende namen in Périgueux, al zijn we nu in het tijdperk van de sprinters aanbeland. Een tijdrit van 44 kilometer had voor de hand gelegen, maar we kiezen tegenwoordig dus voor een vlakke rit in lijn van rond de 180 kilometer. Périgueux is een stad die al bijzonder lang bestaat. In de eerste eeuw voor Christus woonden de Galliërs hier, maar later werd de stad veroverd door de mannen van Caesar. Overblijfselen uit die tijd zijn tot op de dag van vandaag te zien in de stad, zo staan er nog wat oude torens overeind en is ook nog een deel van het vroegere amfitheater zichtbaar. Ook tijdens de middeleeuwen zijn er nog interessante bouwwerken in Périgueux verrezen, waarbij de kathedraal van Saint-Front het meest in het oog springt. Deze gigantische kerk staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO en pelgrims die een bedevaartstocht naar Santiago de Compostela maken passeren onderweg deze kathedraal. Zowel van binnen als van buiten een imponerend gebouw, onder meer dankzij vijf koepels en vele torentjes, alsmede de afmetingen. Romaans-byzantijns, met elementen die van de 12e tot de 19e eeuw aan het geheel zijn toegevoegd. Naar het schijnt is Périgueux in het verleden meermaals geplunderd door vikingen, ze zullen hier dus wel niet zo blij zijn dat de knakworsten op bezoek komen. De andere lokale hoogtepunten bestaan dus uit de restanten van een Romeins amfitheater en de Tour de Vésone, een Gallo-Romeins fanum dat gewijd is aan de godin Vesunna. Périgueux was eeuwenlang ommuurd, daar vinden we ook nog wat overblijfselen van, zo heb je de Tour Mataguerre, de laatste bestaande toren van de omwalling. We vinden er de ruïnes van een kasteel, terwijl je ook nog wat restanten van Romeinse villa's kunt vinden. Het archeologisch Gallo-Romeins museum Vesunna is gebouwd op zo'n overblijfsel van een Gallo-Romeinse villa. Zo kunnen we nog even doorgaan, in de oude binnenstad kom je bijvoorbeeld ook nog een hoop gebouwen uit de renaissance tegen. Dan kan ik het niet nalaten om te vermelden dat deze Tour ook wel een renaissance kan gebruiken. Het zal niet voor vandaag zijn.




Didier Virvaleix, die in 1991 de Tour reed, is afkomstig uit Périgueux. Veel meer wielerprofs komen er niet uit deze omgeving, al zit er nu wel weer eentje aan te komen. Bij de vrouwen, althans. Met Thaïs Poirier is een van de beste juniores van het moment afkomstig uit de stad, een contract bij FDJ-Suez is al binnen en dus zal ze volgend jaar ploeggenote zijn van ons Deem. De rit die gaat beginnen in Périgueux is een dusdanige kopie dat we zelfs op exact dezelfde plek van start gaan, we werken dezelfde neutralisatie af en we gaan op dezelfde plek buiten Périgueux van start. L'histoire se répète. Dan kan ik dus gewoon mooi m'n oude teksten overnemen en even wat fouten verbeteren, want ik lees deze shit zelf nooit. De renners starten aan de rand van het centrum en rijden tijdens de neutralisatie recht op de kathedraal af. Vervolgens rijden ze naar de rand van de oude binnenstad, waar ze nog even langs de Isle fietsen, voor ze deze rivier vervolgens oversteken om op een grote en brede weg terecht te komen die ze de eerste 30 kilometer van deze rit gaan volgen. Het gaat deze eerste kilometers van de rit behoorlijk rechtdoor, terwijl er door een bosrijke omgeving wordt gefietst. We mogen aannemen dat we Baptiste Veistroffer meteen weer zien vertrekken, als hij geluk heeft krijgt hij op deze extreem brede weg waar we op gaan beginnen zowaar twee mannetjes met zich mee. Na een paar kilometer rijden we door Saint-Laurent-sur-Manoire, hier staat een manoir dat toebehoorde aan Roland Dumas, een voormalig Minister van Europa en Buitenlandse Zaken. Alle giften die hij in zijn tijd als Minister van Buitenlandse Zaken ontving kun je in dit huis vinden, gaaf. In deze eerste kilometers rijden we over de Avenue Emile Zola, uitstekende schrijver. Er staan in deze omgeving wat kastelen langs de kant van de weg, maar verder valt er niet veel te beleven. De renners rijden door wat dorpjes en hier zijn nogal wat rotondes, maar buiten de dorpen gaat het steeds rechtdoor. Voorbij het dorpje Fossemagne, na 20 kilometer, loopt de weg vier kilometer vals plat omhoog richting Thenon, waar het peloton rechtsaf slaat om voor het eerst op een andere weg te belanden. Na Thenon gaat het even naar beneden, maar daarna is het weer volledig vlak en fietst men verder over een wat kronkeligere weg door een zeer groene omgeving. Na 40 kilometer komt men uit in Montignac, een mooi dorpje aan de oevers van de Vézère. Ze steken die rivier over en fietsen niet lang daarna heel dicht langs de grotten van Lascaux. Deze grotten zijn bijzonder, omdat hier in 1940 een groot aantal rotswandschilderingen werden ontdekt. Deze rotsschilderingen zijn tussen 10.000 à 15.000 jaar oud en het is de rijkst beschilderde prehistorische grot die men tot nu toe heeft gevonden, naar verluidt. Naar het schijnt noemen sommige mensen het zelfs de 'Sixtijnse Kapel van de Paleolithische Kunst', het staan dan ook op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Toch wel een bekende naam, me dunkt. Een bijzonder populaire toeristische trekpleister, als je dan toch al in de immens populaire Dordogne bent kun je net zo goed even de rotsschilderingen komen aanschouwen. Het verhaal van de vondst van de grot is ook wel een leuke, al komen de verhalen bij verschillende grotten altijd wel een beetje overeen. Het is altijd toeval. Het zijn ook bijna altijd kinderen. Ook nu weer, beetje in een gat kruipen dat tijdens een storm ineens bloot was komen te liggen en dan een paar meter naar beneden flikkeren en beneden een bizarre ontdekking doen. Enfin, de echte grot is nu niet meer te bezichtigen, de rotsschilderingen gaan altijd heel slecht op contact met mensen, dan komen er meteen bacteriën en schimmels bij. De polychrome schilderingen hebben vooral dieren als onderwerp: bizons, herten, neushoorns, runderen, paarden, rendieren en stieren. De tekeningen en de (aard)kleuren zijn goed bewaard gebleven. Veel schilderingen hebben geheel gekleurde vlakken, andere zijn uitgevoerd als krachtige lijntekeningen en gravures. Men noemt de prehistorische periode in de kunst van 25.000 tot 10.000 v.Chr. (in het laat-paleolithische tijdperk) de Magdaléniencultuur, naar de grot van La Madeleine, eveneens in de Dordogne. De oorspronkelijke grot is niet meer toegankelijk, maar ze maken wel altijd een replica. Of meerdere, dat hebben ze in Lascaux gedaan. Op 200 meter van de oorspronkelijke grot is een replica (Lascaux II) gemaakt die voor het talrijke publiek toegankelijk is. De bouw startte in 1972 en was in 1984 gereed. In december 2016 is Lascaux IV geopend. Het ondergrondse museum Centre international de l'Art pariétal in Montignac is 8.500 m² groot en ligt op een paar meter van Lascaux II. Al deze prehistorische kunst op een steenworp afstand van elkaar, schitterend. Het mag nu al duidelijk zijn, we zijn bezig met een toeristische route. In 2017 reden we over krek dezelfde wegen, en dat was niet omdat het zo'n geweldige rit was. Nee, het is vooral één grote reclamesport voor de Dordogne. Ook de vrouwtjes zijn hier al eens gepasseerd, in de Tour de France Femmes eindigde er in 2023 een rit voor de ingang van de grotten. Een zo goed als vlakke rit, dus werd Lorena Wiebes door de concurrentie uiteraard weer eens in een zetel naar de finish gebracht. Als de grotten achter ons liggen blijven de renners nog een aantal kilometer langs de Vézère fietsen, een rivier die uitermate geschikt is voor een stevige kanotocht. Tevens staan er een aantal fraaie kastelen langs de rivier, waarbij vooral het Château de Belcayre vanwege zijn opvallende ligging de aandacht opeist. Maar er zijn er meer hoor, zo heb je ook nog het Château de Coulonges in deze omgeving, en het Château de Losse. Had ik al gezegd dat dit vooral een toeristische tocht is? Die oom of die collega van je die alleen de Tour kijkt voor de plaatjes, nou, dat soort mensen hebben vandaag de dag van hun leven.






In de buurt van het prachtige kasteel van Belcayre waar je langs kunt kanoën hebben de renners al ongeveer 50 kilometer afgelegd en ze blijven een tijd door een gebied rijden met nog veel meer kastelen. Zo gaat het over de bochtige, maar brede weg langs de Vézère verder richting Saint-Léon-sur-Vézère, waar ook weer een bekoorlijk kasteeltje staat en bovendien ook nog een acceptabel kerkje. Een van de mooiste dorpjes van Frankrijk, ja! In de vallei van de Vézère zijn de wegen niet volledig vlak, het terrein is zo nu en dan een beetje glooiend, maar veel stelt het niet voor. Van de rivier merken de coureurs weinig, ze rijden voornamelijk door een groen en bosrijk gebied, met af en toe wat landbouw langs de kant van de weg. De rit is dan op papier wel heel saai en waarschijnlijk in de praktijk ook, maar we rijden in ieder geval nog door een mooie omgeving. Zo rijden we na 58 kilometer weer over de Vézère om de andere kant van de rivier een keer te gaan bekijken en daardoor komen we dicht in de buurt van La Roque Saint-Christophe, een enorme rots die hoog boven de rest van de omgeving uittorent, met een paar inkepingen erin. In die inkepingen hebben sinds de prehistorie mensen gewoond, tegenwoordig doet het dienst als toeristische attractie. Meer dan 55.000 jaar geleden woonden hier al mensen en in de middeleeuwen, tijdens de Honderdjarige Oorlog, deed de rots nog dienst als vesting, om de vervelende Engelsen buiten te houden. Eenmaal op de rots heb je een prachtig uitzicht over de omgeving. Het is vandaag de Tour de VVV. Deze grote rots met rotswoningen ligt vlak bij Peyzac-le-Moustier, in feite is het een klif van een kilometer lang die ongeveer honderd meter hoogte boven de weg en de rivier Vézère uittorent. De rots heeft vijf terrassen die enerzijds ontstaan zijn door de erosie van het rivierwater 60 miljoen jaar geleden en anderzijds door de inwerking van de vorst op het kalksteen tijdens de ijstijden van het kwartaire tijdperk. Het is een heel grote rotswoning uit de Moustérien-periode, waar een skelet is ontdekt van een neanderthaler dat ongeveer 40.000 jaar oud is. In de middeleeuwen werd het voornamelijk gebruikt als vesting en als je La Roque Saint-Christophe bezoekt kom je vooral informatie tegen uit die tijd. Aanrader! Vlakbij vinden we overigens ook nog Abri de la Madeleine, nog zo'n grote klif vol rotswoningen. De holen alhier werden bewoond door troglodieten, heerlijk woord.






Die Abri de la Madeleine is ook de moeite, deze abri is een prehistorische schuilplaats onder een overhangende klif vlak bij Tursac. Naar deze abri is het Magdalénien genoemd, een van de culturen van het laatpaleolithicum in West-Europa. Deze periode, die ook wel de "tijd van de rendieren" ("L'Age du Renne") werd genoemd, is voor veel mensen synoniem met rendierjagers, hoewel op de vindplaatsen ook veel bewijzen zijn gevonden voor de jacht op edelherten, paarden en andere grote zoogdieren die aan het einde van de ijstijd in Europa voorkwamen. Er zijn vondsten gedaan van ruim 20.000 jaar geleden. In de middeleeuwen is de schuilplaats opnieuw in gebruik genomen. Boven op de klif staat het middeleeuwse kasteel Petit Marsac. Nou, het kan echt niet op in deze omgeving. We rijden vrij dicht langs dit troglodietendorp, maar in tegenstelling tot La Roque Saint-Christophe komt de Abri de la Madeleine net niet in beeld. Werk voor de helikopter, het wordt op dat vlak een druk dagje. We rijden ter hoogte van Tursac, leuk dorpje overigens, wel nog langs Préhisto Parc. Dit is een themapark waar je, zoals de naam al weggeeft, alles kunt vinden over het leven alhier in de prehistorie. Na de passage bij La Roque Saint-Christophe loopt de weg trouwens even kort wat steiler omhoog en vrij snel daarna bereiken we de volgende imponerende rotspartij, waar ook weer een knap staaltje menselijk werd te bewonderen is. Maison Forte de Reignac, een fort gebouwd in de rotsen. Vervolgens fietst men verder langs de rivier richting Tursac en de weg loopt hier nog een paar keer op. Wat stukken aan 5% voor een paar hectometer, maar heel heftig wordt het nooit. Niet genoeg om welke renner dan ook in verlegenheid te brengen. Na deze korte klimmetjes volgt er ook een korte afdaling met wat bochten richting Les Eyzies, waar de renners na 68 kilometer passeren. Over Les Eyzies kun je ook weer een boek vullen, het is echt tamelijk krankzinnig hier. Les Eyzies wordt ook wel de hoofdstad van de prehistorie genoemd, vanwege de vele prehistorische vindplaatsen zoals grotten en abri's, waaronder de Gisement de Laugerie Haute, de Gisement de Laugerie Basse, de Gorge d'Enfer, de Grotte de la Mouthe, Grotte de Font-de-Gaume en daarna gaat de opsomming van Wikipedia nog een uur door. Eentje die nog wel leuk is om te noemen: Abri de Cro-Magnon, vindplaats van skeletten van de cro-magnonmens. De cro-magnonmens is hier ontdekt, ja! Allemaal in de Dordogne, op de fantastische route van deze geweldige Tourrit. Sommige van deze voor de geschiedenis van de mensheid belangrijke vindplaatsen zijn onder de noemer "Prehistorische locaties en beschilderde grotten in de Vézèrevallei" op de Werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst, boh! In Les Eyzies bevinden zich tevens de twee belangrijke musea van Frankrijk met archeologische vondsten: het Musée National de Préhistoire met de belangrijkste collectie van heel Frankrijk, zoals werktuigen, sieraden en kunstvoorwerpen, en het Musée de la Spéléologie. En dan is er ook nog een overige bezienswaardigheid: De Grotte du Grand Roc is een druipsteengrot vlak bij Les Eyzies. Krankzinnig, krankzinnig. In Les Eyzies ligt de Avenue de la Préhistoire, al rijden we net niet over die weg heen, maar alsnog mag het duidelijk zijn dat dit een themaritje is. Ook hier weer een kicken klif en huizen die in de rotsen zijn gebouwd, je komt ogen tekort, al gaan de renners er in dit geval weinig van zien, voor ze langs de klif zouden rijden slaan ze immers een andere weg in.




In Les Eyzies, de hoofdstad van de prehistorie, slaan de renners linksaf en laten ze de Vèzere achter zich. Over een grote en brede weg gaat het verder door een land waar onze prehistorische medemens vroeger heeft gewoond. Na een tijdje passeren de coureurs de grotten van Roc du Cazalle, ook met rotswoningen en overblijfselen uit vervlogen tijden. Even verderop ligt er dan weer een andere grot, waar wandschilderingen zijn aangetroffen en weer niet veel later heeft er weer iemand een kasteel op een rots gebouwd. Je kan tijdens deze rit wel aan de gang blijven. Na een kleine 80 kilometer rijden de renners door het dorpje Allas en net buiten dit dorp staat weer een kasteel, dit gaat echt niet ophouden. De weg begint hier overigens ook omhoog te lopen, vier kilometer aan een procentje of drie. Daarna gaat het voorzichtig naar beneden, richting Sarlat-la-Canéda. Ook dit is weer een bijzondere plaats, ik kan er niets aan doen. In Sarlat vinden we de hoogste dichtheid aan historische monumenten in de hele wereld, aldus de site van de Tour. In het historische centrum alhier vinden we op een gebied van 11 hectare liefst 74 monumenten, gekkenwerk. Enkele kicken monumenten wel, wat dacht u bijvoorbeeld van een heuse dodenlantaarn? De stad werd ooit gesticht bij een benedictijner abdij, waarna het een paar eeuwen later een centrum van humanisten werd, wat een interessante geschiedenis toch overal. In latere eeuwen ging het bergafwaarts, vooral in de periode tussen de twee wereldoorlogen in hadden ze het hier zwaar. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er aandacht voor het bouwkundig erfgoed van de stad. Sarlat was in 1964 de eerste stad waarvan het historisch centrum werd beschermd in het kader van de Wet-Malraux, een wet van de man die over het algemeen wordt beschouwd als een van de grootste Franse schrijvers van de 20e eeuw. Hij was niet alleen schrijver, hij was ook nog een tijd politicus, en in die periode kreeg hij het als Minister van Cultuur voor elkaar dat de Fransen hun erfgoed wat beter gingen beschermen, dankzij de wet die naar hem is vernoemd. Als schrijver kennen we hem vooral van La Condition Humaine, bij ons schitterend vertaald als Het menselijk tekort. Vanaf 1933 werd hij links militant tegen het fascisme. Malraux vocht mee in de Spaanse Burgeroorlog aan de zijde van de republikeinen, en was actief in het Franse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Over zijn periode tijdens de Spaanse Burgeroorlog schreef hij ook een boek, De hoop. Een van de weinige boeken die nog ontbreekt in mijn Spaanse Burgeroorlog-syllabus, goede reminder voor mezelf om daar weer een keer achteraan te gaan. Enfin, in Sarlat wordt Malraux beschermd als de redder van het historische centrum, zonder zijn wet was de hele boel nog verder verloederd en hadden ze uiteindelijk misschien wel alles afgebroken. Daarom staat er sinds dit jaar op een plein dat naar hem vernoemd is zelfs een standbeeld, ja! Dat standbeeld zou jaarlijks door tot twee miljoen mensen bezocht kunnen worden, zo populair is het hier.




In deze stad met het schitterende middeleeuwse centrum vol monumenten komen de renners wat bochten en rotondes tegen maar daarna gaat het rechtdoor richting Vitrac, een dorpje aan de rivier Dordogne. In Vitrac komen we dan weer een kasteel tegen, het Château de Montfort. We steken hier de Dordogne over en vrij snel daarna begint de Côte de Domme, een klim van 3,5 kilometer aan 3,3%. Dit klimmetje van de vierde categorie brengt ons naar het historische stadje Domme, een stadje met een ommuurde vesting, boven op een berg langs de Dordogne. Het is een bastide die in 1281 door koning Filips de Stoute werd gesticht. Het heeft nog een groot deel van zijn stadsmuren met drie stadspoorten. Bastides hebben veelal een regelmatige plattegrond, maar door de ligging op de Mont-de-Domme, op ongeveer 150 m boven de rivier de Dordogne, is de plattegrond bij Domme onregelmatig van vorm. Tot in de zeventiende eeuw was het een welvarende stad. Juist door het verdwijnen van de welvaart heeft Domme zijn historische karakter behouden. Domme is een van Les Plus Beaux Villages de France, geen verrassing, we komen vandaag alleen maar dorpjes tegen op die lijst van mooiste dorpjes van Frankrijk. De stadspoorten van Domme gaan we van zeer dichtbij zien, we rijden door twee van de drie poorten heen. Bij de entree in Domme rijden we door de Porte des Tours, het is een poort waar de weg erg smal wordt. Vervolgens rijden we het centrum van Domme binnen, waar we meerdere bochten tegenkomen terwijl de weg heel smal blijft. In het centrum van Domme vinden we na 102 kilometer de top van de Côte de Domme. We slaan linksaf en dalen dan een paar meter af over een weg die smal blijft, om vervolgens via de Porte del Bos Domme weer te verlaten. Een ietwat technische passage, maar we bevinden ons op een kleine 80 kilometer van het eind, dus heel nerveus hoeft men hier nog niet te doen. De berg waar Domme zich op bevindt bevat een grot, de renners rijden over de Grotte de Domme heen. De grot van Domme is een ondergronds juweeltje onder het bastidestadje Domme in de Dordogne. U komt er vanaf het dorpsplein, de grot is toegankelijk vanuit de oude markthal in het centrum van het stadje. Stalactieten, stalagmieten! Van de aanwezigheid van de grot krijgen de renners niet veel mee, wel krijgen ze iets mee van het prachtige uitzicht dat je vanuit Domme hebt over de weide omgeving. Uit Domme is tevens
Jacques de Maleville afkomstig, hij heeft zijn eigen buste in de buurt van het beste uitzichtpunt dat de stad rijk is. De Maleville werd door Napoleon Bonaparte in 1800 aangesteld als lid van de commissie die een burgerlijk wetboek moest schrijven en werd zo een van de opstellers van de Code Napoléon, hoppa. Om onduidelijke redenen kan ik mij herinneren dat iedereens favoriete moderator, de zeer gewaardeerde Slobeend, in 2017 op deze klim stond. Benieuwd waar deze notoire vakantieganger zich dit jaar bevindt.





Na de klim is er een korte afdaling, in het begin rijden we over een niet eens al te brede maar wel goed geasfalteerde weg langs de vesting naar beneden. Even verderop komen we uit in een bos en hier vinden we zelfs een haarspeldbocht. Het gaat evenwel niet steil naar beneden, al is het laatste stuk wel wat steiler, maar in dat stuk gaat het juist weer rechtdoor. Beneden volgt er wel een zeer scherpe bocht naar rechts, maar daarna is de afdaling meteen voorbij. Na de afdaling steken de renners de Dordogne weer over en daarna slaan ze linksaf, voor een tocht langs deze rivier. De wegen langs de Dordogne zijn behoorlijk vlak, behoorlijk breed en ook nog redelijk recht. De Dordogne is ook weer een mooie rivier, met bijzonder veel hoogtepunten langs de oevers. Zo rijden de renners na 108 kilometer door La Roque-Gageac, een apart dorpje met allemaal kleine huisjes in een rij naast elkaar onder een gigantische rotswand. Het dorp is lid van Les Plus Beaux Villages de France, uiteraard, natuurlijk. Het karakteristieke langgerekte dorp bestaat voornamelijk uit een hoofdstraat met fraaie huizen die voor de hoge rotswand zijn gebouwd, wat een zeker risico met zich meebrengt. In 1957 brak een deel van de rotswand af, waarbij drie mensen om het leven kwamen. Tegenwoordig alsnog een toeristische bestemming, we nemen graag een risico om deze pracht en praal te aanschouwen. Van La Roque-Gageac rijdt het peloton verder langs de Dordogne richting Beyzac-et-Cazenac, weer een mooi dorpje, met in dit geval een kasteel boven op een rots die hoog boven het dorp uittorent. We zijn nu al bijna in de buurt van de tussensprint, maar voor die tijd passeren we eerst nog een aantal andere dorpjes met her en der ook nog een kasteel. Kastelenboekje voor deze rit gaat een flinke pil zijn, aangezien de rit verder heel saai gaat zijn hebben we genoeg tijd om een paar pagina's te lezen. Vlak voor de tussensprint rijden we langs Saint-Vincent-de-Cosse af, een klein dorpje waar met Lucien Laval een voormalig Tourdeelnemer afkomstig was. Hij reed de Ronde van Frankrijk in 1928, 1930 en 1931, je zou kunnen zeggen dat hij de tijd van de troglodieten bijna heeft meegemaakt. We rijden verder over een brede en tamelijk rechte weg, waarna we uit gaan komen in Saint-Cyprien. Net als in de Tour van 2017 ligt hier de tussensprint. Een vlakke tussensprint, al gaat het in de kilometer voor de tussensprint hele minimaal vals plat omlaag, we komen met flinke snelheid aangevlogen dus. Een lange bocht naar links voor de tussensprint, hier kan Pedersen het weer mooi tactisch gaan spelen. In dit stadje van de tussensprint hebben ze tot mijn stomme verbazing geen kasteel, maar dan wel weer een abdij. Als de tussensprint is geweest fietsen de renners over een mooie brug over de Dordogne en daarna fietsen ze aan de andere kant van deze rivier verder, terwijl het terrein wat minder mooi wordt. De prachtige rotswanden verdwijnen en ook de kastelen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Het gaat bijna volledig rechtdoor langs de rivier richting Siorac-en-Périgord en van dit dorp gaat het weer rechtdoor verder over een brede en vlakke weg richting Le Buisson-de-Cadouin.






Met 136 kilometer in de benen komt het peloton door Le Buisson en hier verlaten ze de oevers van de Dordogne even voor een kort klimmetje. De Côte du Buisson-de-Cadouin is 2,2 kilometer lang, gemiddeld gaat het aan 5,6% omhoog. Dat is nog best aardig, maar ik vrees dat dit heuveltje van de vierde categorie er eentje gaat zijn zonder veel toegevoegde waarde. Klein strookje van een halve kilometer aan 7% tussendoor, met zelfs een stukje aan 8%, maar nee, we bevinden ons hier een eind van de streep. De renners rijden door een bos over een brede weg, daardoor is de afdaling ook goed te doen. Na 140 kilometer komen we boven op de Côte du Buisson-de-Cadouin, na de top volgt er dus een niet al te moeilijke afdaling en eenmaal beneden zijn we weer terug bij de Dordogne. In deze omgeving vinden we trouwens ook weer een grot, de Grottes de Maxange. De speleologen onder ons kunnen hun hart ophalen vandaag. Enfin, we zijn dus weer bij de Dordogne en die rivier wordt weer een aantal kilometer gevolgd, tot Lalinde. In dit dorpje steken we na 153 kilometer de rivier weer over en daarna gaat het weer grotendeels rechtdoor verder langs de andere kant van de Dordogne. In Lalinde staat overigens nog een chateau, dat was inmiddels alweer een tijd geleden. Van Lalinde fietst men richting Port-de-Couze en in dit stuk van 2,5 kilometer liggen nog wel een paar bochtjes, maar van Port-de-Couze tot Saint-Caprise-de-Lalinde gaat het zes kilometer lang volledig rechtdoor langs een kanaal dat men heeft gegraven langs de Dordogne, terwijl het ook nog eens volledig vlak is. Nadat men het ietwat bochtige historische centrum van dit dorp heeft verlaten gaat het weer vier kilometer rechtdoor tot Mouleydier, met alleen een rotonde onderweg. Na Mouleydier gaat het dan weer rechtdoor tot het volgende dorp, met de naam Creysse. Buiten dit dorp zijn we al bijna in Bergerac, maar de organisatie heeft nog een extra lus aan het parcours toegevoegd. Na Creysse komen we kort achter elkaar drie rotondes tegen en bij de derde rotonde gaan de renners linksaf, weg van Bergerac.




We zitten nu op tien kilometer van de streep en rijden over een brede provinciale weg, die vier kilometer lang zo goed als rechtdoor loopt. Op iets minder dan zes kilometer van de streep komen er dan wat bochtjes en daarna een rotonde, waar het peloton rechtsaf moet. Daarna gaat het iets meer dan twee kilometer rechtdoor, op twee flauwe bochtjes na. Op 3,5 kilometer van de streep is er weer een rotonde, daar slaan we in een brede bocht rechtsaf en dan wordt er weer eens over de Dordogne gereden. Aan de andere kant van de rivier is er meteen weer een rotonde, waar we gaan afwijken van de route van 2017. We gaan in Bergerac finishen op dezelfde locatie, we nemen alleen een andere route richting die locatie. Als we via een brede brug de Dordogne overgestoken zijn rijden we langs de rechterkant langs een soort ovonde, dat wordt wel even een nerveus moment. Voorbij deze ovalen rotonde rijden we rechtdoor een brede straat in die we volgen tot op 2,5 kilometer van het eind. Er zit op drie kilometer van het eind een flauw knikje naar links in deze straat, daarna komen we dan weer een vluchtheuvel tegen die de weg in tweeën splitst. Zou mooi zijn als dit bloemenperkje in het midden van de weg voor de gelegenheid even wordt weggehaald, anders wordt het hier wel heel smal. Voorbij deze vluchtheuvel nemen we een flauwe bocht naar links, na deze bocht loopt de weg een aantal meter rechtdoor vals plat omhoog. Op 2,5 kilometer van de streep zijn we boven op dit zeer minimale knikje, we slaan scherp rechtsaf een andere straat in. Een straat die wel breed is, maar net een metertje minder breed dan de vorige straat. In deze straat rijden we wel anderhalve kilometer zo goed als rechtdoor, waarbij ik wederom de hoop moet koesteren dat ze enkele wegversmallingen voor de gelegenheid hebben weggehaald. In de laatste paar kilometer doen ze dat doorgaans wel, gelukkig. We rijden door een buitenwijkje van Bergerac, er wordt voorlopig weinig reclame gemaakt voor deze stad. Vlak voor het ingaan van de laatste kilometer bereiken we het eindpunt van deze weg. Het gaat zo goed als rechtdoor, anderhalve kilometer lang. De weg is evenwel niet de allerbreedste, positionering voorafgaand aan deze weg is dus zeer van belang. Oppassen voor een verdwaalde drempel, met de snelheden in aanloop naar de sprint kun je daar zomaar gelanceerd worden. Vlak voor we de laatste kilometer betreden komen we weer een zeer belangrijk punt tegen, er volgt met 1100 meter te gaan een haakse bocht naar rechts, we buigen zeer scherp rechtsaf. Een mooie bocht van 90 graden, waar in het dagelijks leven ook weer de nodige vluchtheuvels te vinden zijn. Er zal de afgelopen dagen hard gewerkt zijn in Bergerac om de stad klaar te maken voor de passage in de Tour. Na de scherpe bocht naar rechts rijden we rechtdoor tot op 500 meter van het eind, maar deze weg loopt wel een aantal meter omlaag. Lekker wel, in de laatste kilometer van een sprintetappe nog even een strookje vals plat naar beneden neerleggen, dat kan absoluut nooit een probleem opleveren. Op 500 meter van het eind vliegen we dan waarschijnlijk met een kilometer of 70 per uur op de laatste bocht van de dag af. We rijden midden in de stad dwars door een groene omgeving, een gek beeld. Midden in Bergerac ligt een groot sportterrein omgeven door groen en op dat sportterrein gaan we finishen. We slaan rechtsaf dit terrein op, een bocht die in principe wat minder scherp is dan de vorige. Wel een bocht die op hoge snelheid genomen moet worden. Voorbij die bocht rijden we in de laatste 500 meter van de rit volledig rechtdoor naar de finish, die finish ligt op dezelfde plek als in de Tour van 2017. De laatste meters zijn recht en vlak, kijkend naar de beelden van 2017 moet ik concluderen dat de finishstraat prima is. Wel valt op dat men in 2017 al bijna uit de laatste bocht vloog, en toen kwam men van de andere kant aan, over een weg die niet vals plat naar beneden liep. Nou, dat wordt een grandioos succes dus. Na 180 kilometer zit deze ansichtkaartetappe er helemaal op.





Onze toeristische route eindigt in Bergerac, de stad die bijna onlosmakelijk verbonden lijkt met Périgueux. Gelukkig voor Bergerac zijn ze niet volledig afhankelijk van Périgueux, wat andersom wel zo lijkt te zijn. Bergerac heeft de Tour namelijk vaker mogen verwelkomen. In 2014 nog, daags voor de tijdrit richting Périgueux. De 19e rit van die Tour zou starten in Maubourguet en eindigen in Bergerac. Onderweg lagen wat klimmetjes, zelfs nog een paar in de buurt van de finishplaats. De Litouwer Ramunas Navardauskas wist in de slotfase te ontsnappen en onder meer dankzij de hulp van Tom-Jelte Slagter bleef hij in hondenweer het peloton nipt voor. Paar valpartijtjes dankzij de natte wegen, dat was even een chaotisch ritje. Helaas kent de finale nu geen klimmetjes, waardoor een vergelijkbare aanval minder kans van slagen lijkt te hebben. Nee, we zijn nu juist toe aan een kopie van 2017, toen de rit zoals te verwachten viel eindigde in een massasprint. We zien het al op de foto hierboven, het was Marcel Kittel die in de sprint met de zege aan de haal ging. De bonkige Duitser was in 2017 schier onklopbaar, hij boekte in Bergerac op tien dagen tijd alweer zijn vierde zege. Een dag later zou hij ook nog winnen, in elf dagen tijd keken we toen naar zes massasprints, slechts eentje won hij er niet. Dankzij al die ritzeges leek hij ook op weg om de groene trui met gemak te winnen, maar aan het eind van die Tour kwam hij zwaar ten val en moest hij de strijd staken. Zo'n beetje het begin van het eind, in de rest van dat seizoen zat hij amper nog op de fiets en in het jaar erna kwam hij totaal niet meer vooruit. In 2019 werd hij dan weer kansloos uit het peloton gereden in de Scheldeprijs, waarna hij een ragequit deed. Het kan soms raar lopen. In 2017 klopte hij tijdens de rit van Périgueux naar Bergerac John Degenkolb, Dylan Groenewegen, Rüdiger Selig en Alexander Kristoff. Je zou kunnen stellen dat we tegenwoordig een iets breder sprintersveld hebben. Ook in 1994 was de Tour nog een dag extra in Bergerac. Toen startte er de dag na de tijdrit nog een rit in deze stad, met finish in Cahors, gewonnen door Jacky Durand. Bergerac is trouwens een stad met bijna 29.000 inwoners en staat vooral bekend vanwege wijn en tabak. Overal in de omgeving wordt er wijn geproduceerd, aan de noordkant van de Dordogne naar het schijnt vooral stevige rode wijn, terwijl het aan de zuidkant dan weer vooral wit zou moeten zijn. Bergerac is een belangrijke toeristische bestemming, omdat je vanaf hier een ideale uitvalsbasis hebt om de streek te verkennen. De stad zelf heeft ook nog wel wat te bieden, zo zijn er liefst drie verschillende musea in Bergerac. Bovendien zijn er een paar schappelijke kerken en kent het historische centrum enkele gezellige smalle straatjes met wat fraaie gebouwen. In een van die straatjes staat een standbeeld van Cyrano van Bergerac. Dat was een Franse schrijver, dichter en militair waarover Edmond Rostand later een toneelstuk zou schrijven. Dat werd later dan weer verfilmd. De beste man heeft overigens helemaal niet in Bergerac geleefd, maar dat mag de pret niet drukken, ze hebben hem opportunistisch gewoon omarmd, er schijnt zelfs een tweede standbeeld te zijn. Bergerac heeft haar rijkdom te danken aan de handel over de Dordogne, tussen de haven van Bordeaux en het binnenland. De goederen werden er vervoerd op platbodems (gabarres). In de 13e eeuw werd er een brug over de rivier gebouwd. Deze oude brug werd in 1783 vernield door een overstroming. Bergerac was een bolwerk van de hugenoten in de Périgord. In de 17e eeuw vestigden zich op vraag van de bisschop van Périgueux minderbroeders in Bergerac om het protestantisme terug te dringen. Hun recollettenklooster werd na de Franse Revolutie onteigend en na verkoop werd de kloosterkapel een protestantse kerk. Dat is dan weer een stukje geschiedenis van Wikipedia, de willekeurigheid van de informatie blijf ik grappig vinden. In dat recollettenklooster zit tegenwoordig dan weer het office de tourisme, la maison de vin en het musée Cyrano de Bergerac, zoals je in het 17e-eeuwse burgerhuis Maison Peyrarède dan weer het Musée du tabac vindt, een heus tabaksmuseum! Bergerac beschikt over een mooie oude brug over de Dordogne, in het centrum komen we uiteraard ook nog wel een kicken kerkje tegen, al word ik persoonlijk dan weer vooral blij van de vakwerkhuisjes. De in Afrika geboren Schotse schrijver William Boyd zou een van de bekendste inwoners van Bergarac moeten zijn, hij spendeert hier een groot deel van het jaar terwijl hij tussen het schrijven door wijnen verbouwt. Ook de zanger Pascal Obispo is van hier, dat zegt mij dan weer weinig. Zoon van een voormalig voetballer van Girondins de Bordeaux, toe maar. In Frankrijk zou hij populair moeten zijn. Er is ook een televisieserie met de naam Bergerac, maar dat heeft verder geen enkele link met de stad. Basta.




Vanaf 13:15 gaan we beginnen met deze overbodige poging om nóg wat meer toeristen naar de Dordogne te lokken. Na een neutralisatie van tien minuten laten we Périgueux achter ons, vanaf 13:25 mogen we dus weer uren gaan kijken naar een kleine kopgroep met heel kort daarachter een strak controlerend peloton. Genoeg tijd om naar alle kastelen en alle troglodietendorpen te kijken. Dat kunnen we doen via Eurosport en HBO MAX, daar beginnen ze om 13:00 met de uitzending. Op VRT1 sluit Sporza om 14:25 aan, de NOS begint er op NPO1 om 14:20 aan. De aankomst in Bergerac verwachten we dan weer tussen 17:20 en 17:43. In Périgueux wordt het overdag 36 graden, weer een enorm warme dag. Opnieuw een dag zonder wind ook, het is opvallend genoeg deze hele eerste Tourweek zo goed als windstil. Naar het schijnt gedurende de middag zo her en der wel kans op een spatje, maar we mogen er wel gewoon vanuit gaan dat het droog blijft. Bergerac ligt hemelsbreed helemaal niet zo ver van Périgueux, we rijden echt enorm om, maarja, dat doen we natuurlijk om alle pracht en praal van de Dordogne in beeld te brengen. Omdat Bergerac zo dichtbij ligt hebben we wel met hetzelfde weer te maken, al zou het daar eventueel zelfs 37 graden kunnen worden. Ook in Bergerac praktisch geen wind, het minimale beetje wind dat er zal staan staat in de finale wel in de rug, ook in de aankomststrook, maar dat zal relatief weinig invloed hebben. Wel lekker voor de renners, Bordeaux ligt hier ook om de hoek, een keer een dag zonder lange verplaatsing. Twee dagen in hetzelfde hotel waarschijnlijk, heerlijk. Ze zitten nog wel eens uren in de bus na een rit en dan weer voor de start van de volgende rit, nu zal dat te behappen zijn. Nadeel is dan weer dat het een rit oplevert die niet te behappen is, maar bon.



We hopen op een nieuwe Navardauskas, maar de kans op een nieuwe Kittel is een stuk groter. In het weekend kunnen de meeste mensen kijken, dus organiseer je op die dagen meestal de zwaarste ritten, met het meeste kans op spektakel. Dit jaar heeft men blijkbaar bedacht dat we in het weekend net zo goed een vlakke tocht door een populaire toeristische bestemming kunnen afwerken. Lekker door de Dordogne, in de Périgord. Het ziet er allemaal prachtig uit en het is ook waanzinnig interessant, maar ik had toch liever fatsoenlijke koers gezien. Gaan we hier niet krijgen. Hetzelfde scenario zal zich herhalen. Weer een dag voor Veistroffer, weer een dag voor een mannetje van Caja Rural om mee te springen. En wellicht sluit er nu eindelijk een man van Total aan, op de sprints van Anthony Turgis hoef je immers echt niet te rekenen. Het koptrio wordt natuurlijk met gemak weer ingerekend en daarna gaan we sprinten. Spannend. Leuk. Fantastisch. Schitterend.
1. Merlier. Gisteren de snelste, dus is hij nu weer de nieuwe favoriet. Zo opportunistisch zijn we dan ook wel weer. Als hij weer eens goed gebracht wordt door kampioenenmaker Jasper Stuyven staat er geen maat op!
2. Kooij. Verkeerd gegokt in Bordeaux, nou, dan vandaag maar beter gokken. De benen zijn niet ineens weg, maar sprinten is ook altijd een spel van toeval. Soms zit het mee, in Pau liep alles perfect, nu zat het in Bordeaux een beetje tegen. Als hij vandaag net wat andere keuzes maakt komt het podium gelijk weer in beeld.
3. Bini. De samenwerking met zijn ploeg verloopt nog niet echt perfect, dat treintje is nu al twee keer stevig ontspoord. Hij en Stewart kunnen elkaar nog niet zo makkelijk vinden. Desondanks derde in Bordeaux, wat eigenlijk een tweede plaats had moeten zijn. Slecht is hij niet, hij moet alleen een keer wat beter afgezet worden door Stewart en dan zit er deze Tour misschien nog wel iets moois in. Sowieso vandaag weer even flink punten scoren om groen spannend te houden, gun ons op z'n minst die strijd nog.
4. Kanter. Fenomeen Kanter. Plotseling een stabiele topsprinter, in het tegenwoordig zeer voorspelbare wielrennen kunnen we gelukkig ook nog steeds verrast worden. Al zal het voor Kanter in deze Tour bij ereplaatsen blijven, maar wel dichtere ereplaatsen dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden.
5. Philipsen. Rotslecht. Zeker voor zijn doen. Een lead-out die ook niet zijn hoogste niveau ooit haalt. Ja, dan wordt het ineens spartelen voor gevorderden. Er mag weer met een helm gesmeten worden, het zal wederom niet voor Alpecin zijn.

Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_221299793
Mooie omgeving wel
pi_221299932
quote:
Sowieso, een vlakke rit, wat moet je er in hemelsnaam mee? Daarom krijgen we er nu nog een, haha! Het is weekend, je bent vrij, je kunt de hele dag op de bank liggen om naar de koers te kijken. En wat heeft de organisatie voor je in petto? Een vlakke rit, smullen! ASOgoden.

Een vlakke rit is heel wat spannender dan een bergrit anders.
Wind extinguishes a candle and energizes fire
  zaterdag 11 juli 2026 @ 07:41:31 #4
187810 Szura
Kijk eens aan!
pi_221299955
Fijne non-Pogacar-dag allen!
Lekker zuipen, lekker dansen en daarna lekker neuken.
  Moderator zaterdag 11 juli 2026 @ 09:32:37 #5
362868 crew  Slobeend
of all places
pi_221300403
quote:
0s.gif Op zaterdag 11 juli 2026 07:21 schreef Steven184 het volgende:

[..]
Een vlakke rit is heel wat spannender dan een bergrit anders.
We willen alleen nog maar heuvelritten.
pi_221300663
Was de reden voor vlakke etappes in het weekend en bergritten door de week niet dat men vond dat er in het weekend absurd veel mensen op de berg stonden?

Lijkt me dat Merlier en Kooij wel weer de favorieten zijn voor vandaag. Merlier voor zijn tweede denk ik.
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
pi_221300859
twitter


Wat een chemie!
pi_221300882
quote:
1s.gif Op zaterdag 11 juli 2026 09:32 schreef Slobeend het volgende:

[..]
We willen alleen nog maar heuvelritten.
Zoals Strade? Of Luik? Of de Ronde?
Wind extinguishes a candle and energizes fire
pi_221300989
quote:
0s.gif Op zaterdag 11 juli 2026 09:57 schreef Dale__Cooper het volgende:
[ x ]

Wat een chemie!
De waarheid is natuurlijk dat Remco A gefrustreerd is dat hij telkens maar verbetert en toch niet het niveau van Pogacar of zelfs Vingegaard haalt en B er met zijn hoofd niet bij kan dat er notabene in zijn eigen team iemand zit die beter is dan hij.

Hij is echt de typische voetballer. Altijd boos worden om niets, altijd een ander de schuld geven, altijd zo snel op zijn pikje getrapt zijn.

Maar goed, Red Bull is dan ook een belachelijk clubje. Het is een beetje alsof je een volkszanger neemt die opeens heel populair wordt en veel geld verdient en dan zijn huis vol zet met allerlei totaal niet bij elkaar passende kunstwerken, meubels en decoraties.
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
  Moderator zaterdag 11 juli 2026 @ 10:08:08 #10
362868 crew  Slobeend
of all places
pi_221300994
Help eens even mee jongens (over het algemeen vrij makkelijke puzzels in dit TDF-puzzelboek maar hier kom ik even niet uit, afgezien van La Plagne)
SPOILER
Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.
  Moderator zaterdag 11 juli 2026 @ 10:09:19 #11
362868 crew  Slobeend
of all places
pi_221300999
quote:
0s.gif Op zaterdag 11 juli 2026 09:57 schreef Dale__Cooper het volgende:
[ x ]

Wat een chemie!
Wat een ongemak _O- Kleuter vragen ook.
  zaterdag 11 juli 2026 @ 10:15:17 #12
213134 Momo
WLR en ESF hooligan
pi_221301022
Remco en Lipo zouden in het leven buiten het wielrennen ook geen vrienden zijn, zijn heel andere persoonlijkheden.
  zaterdag 11 juli 2026 @ 10:21:18 #13
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221301070
quote:
0s.gif Op zaterdag 11 juli 2026 09:57 schreef Dale__Cooper het volgende:
[ x ]

Wat een chemie!
Alles koek en ei, dikke maatjes zo te zien

:')
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
  zaterdag 11 juli 2026 @ 10:28:21 #14
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221301184
Krijgen jullie dit ook trouwens? Of iets vergelijkbaars van je eigen antivir.

Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
  zaterdag 11 juli 2026 @ 10:28:57 #15
213134 Momo
WLR en ESF hooligan
pi_221301188


Heeft iemand dit filmpje nog ergens?
pi_221301220
quote:
1s.gif Op zaterdag 11 juli 2026 10:08 schreef Slobeend het volgende:
Help eens even mee jongens (over het algemeen vrij makkelijke puzzels in dit TDF-puzzelboek maar hier kom ik even niet uit, afgezien van La Plagne)
SPOILER
Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.
Parijs voor Groenewegen, Meeuws, Vino en LeMond
Brussel voor Jumbo-Visma, Petacchi, Teunissen en Hinault.
  zaterdag 11 juli 2026 @ 10:30:41 #17
311938 Kopiko
We were so happy...
pi_221301222
quote:
1s.gif Op zaterdag 11 juli 2026 10:08 schreef Slobeend het volgende:
Help eens even mee jongens (over het algemeen vrij makkelijke puzzels in dit TDF-puzzelboek maar hier kom ik even niet uit, afgezien van La Plagne)
SPOILER
Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.
PARIJS
Meeus
Vinokourov
Groenewegen
Lemond

BRUSSEL
Jalabert
Teunissen
Jumbo-Visma
Petacchi

LA PLAGNE
Boogerd
Arensman
Fignon
Zülle

SPA-FRANCORCHAMPS
Alcala
Chavanel
Altig
Hinault
pi_221301582
Ja, inderdaad. Negen jaar geleden was je wat korter van stof.
  zaterdag 11 juli 2026 @ 12:21:51 #19
470661 maxi-mus
are you not entertained?
pi_221301988
quote:
0s.gif Op zaterdag 11 juli 2026 10:28 schreef Dr_Flash het volgende:
Krijgen jullie dit ook trouwens? Of iets vergelijkbaars van je eigen antivir.

[ afbeelding ]
Ja.
  zaterdag 11 juli 2026 @ 12:57:59 #20
260796 DecoAoreste
aka Aleimon Thimble
pi_221302164
quote:
1s.gif Op zaterdag 11 juli 2026 09:32 schreef Slobeend het volgende:

[..]
We willen alleen nog maar heuvelritten.
Maar niet te zware heuvelritten met liefst een vlakke finale, anders wint Pogi alsnog.
pi_221302197
Dit heb ik al gezien bij de Avondetappe.
Op woensdag 9 november 2016 06:02 schreef Anonymousz het volgende:
#superniger2020
pi_221302206
https://www.cyclingnews.c(...)j-pogacar-dominance/

We gaan volgend jaar pas in etappe 20 de bergen in.
pi_221302224
Matige etappe voor op een zaterdag.
Op woensdag 9 november 2016 06:02 schreef Anonymousz het volgende:
#superniger2020
pi_221302312
Max is goed geluimd.
You don't need a weatherman to know which way the wind blows.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Album top 100 2024
  Moderator zaterdag 11 juli 2026 @ 13:16:24 #25
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221302315
Max Kanter klinkt agressief Duits.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')