abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
  Moderator woensdag 8 juli 2026 @ 05:55:58 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221271907
Etappe 5: Lannemezan - Pau, 158,3 km

Onderweg van Carcassonne naar Foix viel mij vooral op dat de kopgroep verrassend snel vertrokken was. Het leek mij een rit waar het uren kon duren voor de vlucht definitief zou vertrekken, maar in dit geval was de eerste de beste aanval al bijna raak. We waren nog niet begonnen of Quinn Simmons trok al ten strijde, even later zagen we ook Mads Pedersen door het beeld vliegen. Zo vroeg in de aanval in een rit die naar alle waarschijnlijkheid voor de vluchters is, dat is meestal nogal dom. Je kunt doorgaans beter wachten, even de andere renners zichzelf laten oproken en dan na een half uur of een uur ineens één stevige demarrage plaatsen. Die vlieger ging nu niet op, binnen een paar minuten was Pedersen vertrokken en hij kreeg meteen een mooi groepje met zich mee. Dit groepje reed een eeuwigheid een seconde of 10 voor het peloton, waarna er uiteindelijk een tweede groepje in slaagde om dan toch nog de oversteek te maken. We kregen 34 renners bij elkaar, die 34 waren weg. Het peloton hield snel de benen stil, binnen 30 kilometer was het geklonken. Ik had meer strijd verwacht, zo blijkt maar weer dat het een merkwaardige sport blijft. De groep reed snel weg en kreeg ook snel een leuke voorgift, al hield Nils Politt het daarna een paar uur zo rond de drie minuten. Dat was wel wat vreemd, daardoor leek het er even op alsof Pogacar zelfs van plan was om voor deze rit te gaan. Na een tijd raakte Politt alleen wat vermoeid en vanaf dat moment begon de voorsprong van de koplopers enorm toe te nemen. We gingen richting vijf minuten, richting zeven minuten, en uiteindelijk kwamen we dik boven de 10 minuten uit. Dat was belangrijk, want in de kopgroep zaten met Torstein Traaen en Sean Quinn twee renners die op een minuut of vijf stonden in het algemeen klassement. Een van die twee zou waarschijnlijk de gele trui over gaan nemen, UAE had er uteindelijk toch vrede mee om die trui voorlopig af te staan.

In de kopgroep van 34 zagen we allerlei verschillende types, er waren ook een paar sprinters meegeslopen om puntjes te pakken bij de tussensprint. In het tweede schuifje zaten Bini en Philipsen, tijdens de tussensprint liet Bini iedereen mooi z'n hielen zien. Dat zag er goed uit, maar goed, de eerste echte massasprint moet natuurlijk nog komen. Na die tussensprint begonnen we aan de Col de Coudons, waar de sprinters meteen lieten lopen. Op eentje na dan, Mads Pedersen pakte wat punten bij de tussensprint en daarna reed hij vrolijk door. Op de Col de Coudons begon het tactische steekspel vooraan, er werd een poging gewaagd om de fuga de la fuga te laten ontstaan. Jantje Tratnik reed weg, met Vacek op het wiel. Vacek nam niet over, bij Lidl-Trek werden alle ballen op Pedersen gezet. De voorsprong van het duo nam desondanks toe, ze reden een mooie voorsprong bijeen. In het peloton zagen we op deze klim overigens een val bergop, dat blijft een opmerkelijke rubriek. Jake Stewart lag erbij, dat was dan weer minder goed nieuws voor Bini. De man die vandaag de lead-out moet gaan doen, we hopen natuurlijk allemaal dat de schade meevalt. Na de top van de Coudons zagen we Pedersen even in de aanval gaan, achter Vacek aan. Dat was zo'n beetje het enige chaotische moment van de druistige Deen, verder reed hij een gecontroleerde rit. Alex Kirsch maakte wel de oversteek naar het kopduo, dat zodoende een koptrio werd. Dit koptrio mocht mooi op kop rijden op het plateau na de Coudons, maar onderweg naar de laatste klim van de dag, de Col de Montségur, werden ze tot de orde geroepen. Toch vooral met dank aan Vacek, die geen moment dacht aan overnemen. Hij zat dan wel vooraan, maar toch vooral met Pedersen in het achterhoofd. Bij Lidl-Trek deden ze er alles aan om Pedersen zichzelf in kansrijke positie over de Montségur te slepen. Quinn Simmons leverde puik werk, hij reageerde op bijna iedere demarrage van de resterende koplopers. Pas vlak voor de top van de klim moest hij even laten lopen, net als Pedersen en Vacek. De mannen van Movistar waren heel actief, Raul Garcia Pierna en Pablo Castrillo bleven maar aanvallen, maar een grote kloof slaan lukte niet. Fenomeen Ramses Debruyne waagde ook een poging, maar het drietal van Lidl-Trek bleef in de buurt. In de afdaling reden ze fluitend het gat dicht en daarna zat de rit erop. In de laatste 20 kilometer reden we over overwegend vlakke wegen, de renners kwamen alleen nog een paar strookjes vals plat tegen. Op die strookjes vals plat bleef vooral Pablo Castrillo aanval na aanval plaatsen, maar die pogingen werden steeds meelijwekkender. Hij kwam niet weg, deels dankzij de overmacht van Lidl-Trek, deels omdat een genie als Marco Frigo reageerde op dat soort aanvallen. Tijdens de derde rit keken we naar de aangekondigde kroniek van een overwinning van Pogacar, tijdens de vierde rit werd gedurende de klim van Montségur duidelijk dat we keken naar een aangekondigde overwinning van Mads Pedersen. Op zich zagen we nog wel wat aanvalletjes van de andere vluchters, maar nee, er was niets tegen te beginnen. We reden Foix binnen en daar kletste Pedersen in de sprint iedereen reglementair uit het wiel. De zege die iedereen zag aankomen was daar, spannend Tourtje tot nu toe.

Een beresterke koers van Lidl-Trek, zo eerlijk moeten we zijn. Vanaf het eerste moment hebben ze de koers in handen gepakt. Simmons was de eerste aanvaller, binnen een paar minuten zagen we ook Pedersen verschijnen. Ze hebben niet gewacht, maar vanaf de start direct het initiatief gepakt. Daar werden ze rijkelijk voor beloond, achter Pedersen wist Quinn Simmons ook nog eens de tweede plaats te veroveren. Het was een droomscenario voor die ploeg. Drie sterke renners mee en dan in een kopgroep terechtkomen zonder veel snelle mannen, beter kan niet. Meteen ook een sloot punten binnengehaald met het oog op de groene trui, het kon niet beter voor Lidl-Trek. Voor ons als kijkers was het alleen wel heel saai. Respect voor de manier waarop Lidl-Trek heeft gereden, de tactiek om Vacek niet te laten rijden bleek achteraf de juiste te zijn en ze in het slot simpelweg te sterk voor de rest. Pedersen won op een manier zoals hij vorig jaar ook in de Vuelta een rit won, hij heeft soms van die momenten. Als het bij Pedersen marcheert is er vaak weinig tegen te beginnen. Maakt het wel dodelijk saai, we hebben weer een rit zonder spanning gezien. De vlucht van de dag vertrok heel snel, op dat vlak was er geen spanning, en in de laatste kilometers wisten we allemaal al lang en breed wie er ging winnen. We zijn voorlopig bezig aan een matige Tour, wat tot op een bepaalde hoogte te verwachten viel. Als het gaat om het algemeen klassement hoeven we geen spanning te verwachten, maar dit was dan toch bij uitstek zo'n rit die wel leuk had kunnen zijn. We moeten het eigenlijk van de vluchtersritten hebben om ons te vermaken, dan schiet het niet op dat een van die vluchtersritten volledig wordt gedomineerd door Lidl-Trek. Op die manier wordt het wel een heel tragische Tour, gelukkig is Parijs nog ver. De gele trui ging uiteindelijk naar Traaen, dat begint toch ook wel een bijzonder verhaal te worden. Ja, hij had ooit kanker, dat is op zich al bijzonder genoeg, maar met al zijn gebrek aan talent wist hij zich vorig jaar richting de rode trui in de Vuelta te glibberen, en nu wist hij zich geruisloos een weg te banen richting de gele trui. Dat is voor iemand die bepaald geen topper is wel zo ongeveer het maximale uit je carrière halen, echt bijzonder. Hij kan de trui nu in principe ook een tijd vast gaan houden, op de dag van de Tourmalet mag hij liefst zeven minuten verliezen en dat lijkt me toch binnen zijn mogelijkheden te horen. Als hij die dag weet te overleven draagt hij volgende week nog steeds het geel, bizar. Al staat Quinn dichtbij, de Amerikaan kan met een beetje mazzel zichzelf ook nog in het geel fietsen, ondanks een algeheel gebrek aan uitzonderlijke kwaliteiten. Enfin, het was een vrij matig ritje dus. Leuk voor Mads, leuk voor Torstein, maar voor ons was het niet heel leuk. Voor de meeste andere renners ook niet, rondfietsen in 40 graden lijkt me geen pretje. Het zal voorlopig warm blijven, ook als we op de vijfde dag van de Tour voor het eerst een massasprint gaan zien. De arme sprinters hebben er een eeuwigheid op moeten wachten, nu krijgen die zielige knulletjes eindelijk een kans om voor de zoveelste keer een koers toe te voegen aan hun palmares. Niemand krijgt zoveel kansen als de sprinters, maar vergeet niet, ze zijn eigenlijk heel zielig. Ik ben ook heel zielig, want we gaan weer eens naar daar. Altijd tegen mij.




Voor de zesde keer in de Tourgeschiedenis gaat er een rit van start in Lannemezan, een plaats met ongeveer 6000 inwoners in het departement Hautes-Pyrénées, regio Occitanie. We bevinden ons hier aan de voet van de Pyreneeën, maar vandaag negeren we dat gebergte nog meer dan de afgelopen twee dagen. Ze noemen hier zichzelf het balkon van de Pyreneeën, een schande om dan niet naar de bergen te trekken! Lannemezan is steevast een startplaats, er is hier nog nooit een rit geëindigd. In 2015 gingen we hier voor het laatst van start, toen zouden we wel naar de Pyreneeën trekken. Een aankomst bergop op Plateau de Beille werd vanuit de vlucht gewonnen door Joaquim Rodriguez. In 1999 debuteerde dit dorp, er vertrok hier een rit die zou eindigen in Pau en gewonnen zou worden door David Etxebarria. Dat herhalen we nu dus, de pijn van het fietsen richting Pau zou verzacht kunnen worden door een nieuwe Baskische zege. In 2008 maakte Lannemezan ook onderdeel uit van het Tourcircus, de 11e rit van die Tour zou vertrekken in Lannemezan en eindigen in Foix. Zo kom je hier altijd een beetje op dezelfde plaatsen uit, aan de rand van de Pyreneeën zijn er nu eenmaal niet zoveel grote steden die geschikt zijn om de Tour te ontvangen. De overwinning ging bij die gelegenheid overigens naar Kurt-Asle Arvesen. Ook in 2002 en 2004 kwam Lannemezan voor. In die jaren zou de etappe die hier vertrok eindigen op Plateau de Beille, dat geintje hebben we in totaal dus drie keer uitgehaald. Lance Armstrong won zowel in 2002 als 2004, al is hij die overwinningen natuurlijk kwijt. Drie keer naar Plateau de Beille, een keertje naar Foix, en nu voor de tweede keer naar Pau, het lot van Lannemezan. De koers komt hier wel eens voorbij, maar in deze regio bevinden we ons uiteindelijk vooral in rugbyland. Ze hebben in Lannemezan hun eigen rugbystadion, maar ze zijn hier vooral trots op hun eigen rugbygrootheid. Antoine Dupont is van hier, ja! Na afloop van het wereldkampioenschap rugby in 2023 maakte Dupont de overstap naar Rugby sevens met het oog op de Olympische Zomerspelen 2024 in eigen land. Daar bracht hij het land in vervoering door Frankrijk aan het goud te helpen, in de finale werd tweevoudig regerend kampioen Fiji verslagen. Dupont is dus een grootheid, in een stad die verder niet heel groots is. Wikipedia heeft wel een artikel met behoorlijk veel tekst over Lannemezan, maar van de informatie worden we niet heel vrolijk. De gemeente ligt op plateau op ongeveer 600 meter hoogte. Op het plateau van Lannemezan ontspringen de onbevaarbare rivieren de Bernesse, de Gers, de Gimone, de Gesse en de Save. De Gers stroomt door de gemeente. Met dat soort informatie mogen we het doen. Al is er ook een heel wat informatie te vinden over de ontstaansgeschiedenis van Lannemezan, zo werd het stadje in 1274 gesticht als versterkte plaats door Géraud d'Aure-Larboust om de omliggende heide te ontginnen. De niet al te boeiende geschiedenis gaat verder: Lannemezan lobbyde jarenlang om onderprefectuur van een arrondissement te worden in plaats van Bagnères-de-Bigorre. Lannemezan had verschillende troeven; het lag centraal in het departement en was een kruispunt van wegen. In 1867 kreeg het bovendien een treinstation en op de heide kwam een groot legerkamp. In 1877 verhuisde de onderprefectuur inderdaad naar Lannemezan. In de eerste helft van de twintigste eeuw kwam er twee fabrieken in de gemeente. Er werd ook een psychiatrisch ziekenhuis geopend. Tijdens de Trente Glorieuses na de Tweede Wereldoorlog bloeide de industrie van Lannemezan. De fabrieken trokken immigranten aan: Spanjaarden, Portugezen, Italianen en Algerijnen. De fabrieken sloten na de economische crisis van de jaren 1970 en veel inwoners trokken weg. Het psychiatrisch ziekenhuis werd omgevormd tot algemeen ziekenhuis en werd de grootste werkgever van de gemeente. In 1987 werd er een nieuwe gevangenis geopend in Lannemezan. Een boel aan de hand, maar niet in Lannemezan. Het lokale hoogtepunt zou de kerk moeten zijn, met een gevel uit de 12e eeuw, terwijl het voor de rest grotendeels in de 19e eeuw is opgebouwd. Verder hebben ze hier een stadhuis dat ook nog wel aardig is, terwijl je in de directe omgeving van het dorp voor de liefhebber ook een klimbos vindt. Tot zover Lannemezan, of je moet willen weten dat Lewis Askey hier een rit won in de Ronde de l'Isard in 2021. Voor hem dus wel een aangename plaats, de rest zal er weinig gevoelens bij hebben. Tijdens de Tour de France Femmes gingen we hier in 2023 van start op weg naar de Tourmalet, waar Demi Vollering zou winnen, brr...



De renners gaan van start bij het niet al te onaardige stadhuis van Lannemezan, tijdens de minst inspirerende neutralisatie ooit rijden ze een tijdje door het nietszeggende Lannemezan heen waarna we een eind buiten het stadje van start zullen gaan op een brede en kaarsrechte weg. We passeren wel nog even lang het eerder genoemde ziekenhuis, maar je kunt hier ook moeilijk een route uittekenen met meer landmarks. Dus gaan we van start op een brede en rechte weg in het midden van het niets, waarna de officiële start van de rit ook niet al te inspirerend zal zijn. In de eerste 20 kilometer van deze etappe gaan we continu vals plat omlaag over een brede en rechte weg naar Castelnau-Magnoac rijden. Daar zou je veel over kunnen zeggen, maar dat is niet echt nodig. Een deel van deze weg is beschut, maar we rijden ook een tijd door wat meer open terrein. Dat is verder niet zo van belang, buiten het feit dat het vandaag opnieuw mokerwarm gaat zijn is het ook nog eens windstil. Na acht kilometer volledig rechtdoor gereden te hebben komen we wel een zone tegen met wat meer bochten, hier verruilen we het vals plat ook even voor een wat steiler stukje in dalende lijn, volgens een bord langs de weg gaat het zelfs een tijdje aan 10% omlaag. Geen gevaar verder, dit is zo'n rit waar we binnen de eerste kilometer een renner van Caja Rural en een renner van Total zien vertrekken, waarna het peloton meteen stil zal vallen. Vooruit, misschien schuift Veistroffer ook nog mee, maar dan ben je er wel. De eerste kans voor de sprinters, iedereen weet vandaag hoe laat het is. Met dichtgeknepen remmen kunnen we gecontroleerd omlaag, niets aan de hand. Na een kilometer of twee over bochtige wegen te hebben gereden komen we uit in Monlong, voorbij dit dorpje knallen we weer tien kilometer volstrekt rechtdoor verder. Over een plateau vol akkers passeren we na een tijd Monléon-Magnoac, waar de organisatie dan weer een typische anekdote over weet te vertellen: Een jong meisje uit de gemeente Monléon, genaamd Anglèze de Sagasan, beweerde de Heilige Maagd Maria te hebben horen vragen om een ​​kapel te bouwen bij de bron. Dit gebeurde in 1515. De kapel werd inderdaad gebouwd en het heiligdom, genaamd Notre-Dame-de-Garaison werd in de daaropvolgende eeuwen een plaats van devotie , bedevaart en religieus toerisme . Tegenwoordig huisvest het een basisschool en een middelbare school. Met dat soort verhalen mogen we het doen, zonder enig ander punt van belang komen we na nog een paar volstrekt rechte en inmiddels vlakke kilometers na 20 kilometer uit in Castelnau-Magnoac. Hier slaan we bij een rotonde linksaf, waarna we mooi een rondje mogen rijden door dit kleine dorpje waar in de Tour van 2022 zowaar een rit van start ging. De 19e rit van die Tour trok richting Cahors, waar Laporte na een chaotische finale aan het eind wist weg te rijden uit het peloton en zo in een Tour waarin hij hilarisch sterk was een ritzege wist te boeken. Daarna chronisch geblesseerd geraakt, een aantal renners van Visma hebben een pact met de duivel gesloten, lijkt het. Het debuut in Castelnau-Magnoac was best opmerkelijk, want dit is een dorpje van slechts 800 zielen. De eerder genoemde Antoine Dupont zou hier geboren zijn, ze pochen in deze omgeving allemaal met die rugbyer. Castelnau-Magnoac ligt op een heuvel, dus moeten de renners zowaar even klimmen. We slingeren door het toch redelijk pittoreske centrum van dit dorpje heen, een kilometer klimmend aan 5%. Zelfs een strookje tot acht procent in het centrum van het dorp, heftig! Maar, zoals we weten, tegen deze tijd is de vlucht van de dag al lang vertrokken. Maakt dus niet uit, maar volledigheidshalve geven we het toch mee.




Op het centrale plein in het idyllische Castelnau-Magnoac komen we een rotonde tegen, hier gaan we rechtdoor en dan dalen we vervolgens een kilometer aan 7% af richting het Réservoir de Magnoac. Er ligt hier verderop een meertje, via een paar bochten dalen we naar dat meertje toe. Brede en goede weg, omgeven door een rij populieren. Vorstelijk weggetje, met in de achtergrond zicht op het meertje. De Côte de la Geze, blijkbaar heeft het heuveltje nog een naam ook. Beneden bij dit meertje zien we aan beide kanten van de weg water liggen, voorbij het meer fietsen we dan weer tussen de platanen door. De renners beginnen aan een stuk rit van grofweg 15 kilometer waarin het terrein glooiend zal zijn. Een stuk of vier korte klimmetjes onderweg, maar de eerste drie daarvan mogen amper een naam hebben. Vooral wat vals plat omhoog, de renners komen hier behoorlijk goed weg. In dit glooiende decor liggen er enkele steilere heuvels verstopt, maar die slaan we vakkundig over. Door een landschap vol akkers rijden we over een brede en keurige weg, een weg die zo nu en dan wat bochten kent. Het is hier vrij makkelijk fietsen, met af en toe een passage in een boerengehucht als Puntous. Een bocht hier, goed moment voor Karsten om wakker te schrikken. Hierna rijden we weer een aantal kilometer rechtdoor, om vervolgens na 29 kilometer uit te komen bij het Lac de Puydarrieux. Als Natura 2000-gebied is het meer van Puydarrieux, dat in 1987 werd aangelegd, uitgegroeid tot een onmisbare halte voor natuurliefhebbers, vogelaars en fotografen. Als natuurreservaat is het een van de belangrijkste locaties voor de trek en overwintering van watervogels in de Midi-Pyrénées. Als vogelkundig gebied is het meer van Puydarrieux ook geopend voor vissen van maart tot september! Een aanrader voor liefhebbers! Het meer van Puydarrieux is een irrigatiebekken van 192 ha. Het staat bekend om het vissen op snoekbaars, maar er worden ook snoeken, baarzen, karpers en voorns gevangen. Even een stukje automatische vertaling van france-voyage.com tussendoor, een aanrader voor liefhebbers. Vlak voor we het meer bereiken komen we in een bos twee bochten tegen, in licht dalende lijn. Na die bochten beginnen we dan weer aan een stuk in stijgende lijn van drie kilometer. In die drie kilometer gaat het aan ongeveer 3,5% omhoog, we rijden rechtdoor net iets meer dan vals plat omhoog over een brede weg tussen velden vol maïs door. Het wordt weer een warme dag, dus dit soort stroken zullen onaangenaam aanvoelen, hier kan de zon mooi branden. Verder wordt het weer een tragische dag omdat er in deze kilometers natuurlijk niets gaat gebeuren. Na drie kilometer vals plat omhoog gaat het ook weer drie kilometer vals plat omlaag, over een weg die iets bochtiger wordt rijden we door een bos Trie-sur-Baïse tegemoet. Ik zou daar een uitgebreide studie van kunnen maken, maar deze kilometers vliegen natuurlijk geruisloos voorbij. Een ontspannend dag in het peloton, naar we mogen aannemen. Na 35 kilometer komen we uit in Trie-sur-Baïse, een plaatsje waar we ter hoogte van een tankstation dat ogenschijnlijk uit het jaar 1800 stamt meteen rechtsaf slaan, hierdoor verlaten we het dorp meteen weer. Daardoor krijgen we weinig mee van Trie-sur-Baïse, een oude bastide. De structuur van de stad volgt de klassieke structuur van een bastide met een centraal plein omringd door stenen huizen en winkels onder arcaden. In deze bastide wonen amper 1000 mensen, die duizend mensen zagen hier in 2018 een Tourrit van start gaan. We trokken toen naar... Pau. Daar won Arnaud Démare, tja.




We rijden nog steeds door rugbyland, terwijl ik van deze rit steeds meer zin krijg om iemand te tackelen. Na de bocht naar rechts in Trie-sur-Baïse rijden de renners 13 kilometer over dezelfde weg, een net wat minder brede weg die volledig vlak gaat zijn. Oké, officieel dalen we een paar meter, maar daar gaat niemand iets van voelen. We rijden over het platteland, inmiddels best ver van de Pyreneeën. Hier liggen wel heuvels, echt wel, maar daar heeft de organisatie totaal geen interesse in. Climbfinder heeft een prachtige interactieve kaart, je kunt op die kaart heel goed zien waar ergens de klimmetjes liggen. De weg die we nu volgen is vlak, bij iedere bocht naar links of naar rechts zouden we beginnen aan een klim. We rijden alleen continu rechtdoor, zonder te klimmen, dus. Je had hier zonder enige moeite een heel leuk heuvelritje van kunnen maken, waarin het de hele dag op en af zou gaan, maar de organisatie heeft besloten dat nu dan toch echt de sprinters aan zet zijn. Altijd jammer. De weg die we nu volgen is dodelijk saai, op wat flauw bochtenwerk na gaat het continu rechtdoor langs een eindeloze hoeveelheid akkers. Zonder ook maar één punt van belang bereiken we aan het eind van deze weg na 48 kilometer Saint-Michel, waarvan akte. Hier slaan we linksaf, Karsten, een bocht, om daarna in het dorp ook zowaar een paar vluchtheuvels tegen te komen. Het peloton rijdt langs de kerk af en verlaat daarna dit kleine dorpje weer, om dan weer tien kilometer over dezelfde weg te rijden tot in Mirande. De weg blijft volledig vlak, we rijden ook nog steeds volledig over het platteland. Heel veel weilanden, akkers en boerderijen, heel weinig spanning en sensatie. Een paar korte passages in een bos, maar de renners zullen toch vooral in de brandende zon mogen rijden. Onderweg passeren we een keer een abdij, in het dorpje Berdoues. Hier liggen ook wat drempels en we vinden er een wegversmalling, opletten hoor. Voorbij dit kleine dorpje komen we zonder veel verdere hoogtepunten na 58 kilometer in Mirande. Alweer op 100 kilometer van de finish, het enige voordeel aan deze floprit is dat ie kort is. Na een tocht door een oneindige leegte waarin we vooral rechtdoor reden pakken we in Mirande een stuk of vijf bochten mee, dat zal even schrikken zijn voor de renners. Wellicht gaat er een golf van herkenning door het peloton, want vorig jaar reden we ook al door Mirande heen. Onderweg van Auch naar Hautacam reden we over dezelfde lege vlakte, al pakten we wel grotendeels andere wegen mee. We kwamen op een andere manier aan in Mirande en verlieten het dorp ook weer via een andere weg, maar alsnog, in dit lege deel van Frankrijk zien ze wel mooi twee jaar achter elkaar de Tour passeren. Mirande is ook weer een bastide, uit de 13e eeuw. Een mooier exemplaar dan Trie-sur-Baïse, we komen in dit versterkte plaatsje nog wat restanten tegen van de oude vestingwerken, de renners zien her en der verspreid nog stukjes oude stadsmuur verschijnen. Een kicken kathedraal ook, zelfs een toffe markthal en wat grafheuvels in de omgeving. De route die de renners door het dorp volgen is ook niet onaardig, zo in het midden van het niets kun je toch ook gewoon zomaar een verborgen pareltje vinden. Al heb je om het plaatsje echt te kunnen waarderen eigenlijk een drone nodig, pas dan valt dat strakke stratenplan dat typerend is voor een bastide op.




Bij het verlaten van Mirande komen we een paar vluchtheuvels tegen, daarna rijden we buiten de bastide tien kilometer over dezelfde weg richting Montesquiou. Dit is een licht bochtige weg, waar we in een bos een kort klimmetje tegenkomen. Het gaat eens een kilometer of drie aan 3% omhoog, dat soort spannende stroken zitten er de komende kilometers nog veel meer aan te komen. Wel even een heerlijk lommerrijke omgeving, schaduw! Na een kort afdalinkje van twee bochten komen we buiten het bos weer in een zone vol akkerbouw terecht, hier volgt vlak voor we Montesquiou bereiken een tweede klimmetje. Nu gaat het twee kilometer omhoog aan 3,5%, met in het begin zelfs even een paar stroken aan 5%! Na dit klimmetje komen we uit in dat dorpje, we slaan daar linksaf en rijden een korte tijd over een bochtige weg door dit niet onooglijke plaatsje heen. Uit dit plaatsje is de familie Montesquiou afkomstig, een roemruchte Franse familie. Tot dit roemrijke geslacht behoorde ook Charles de Batz-Castelmore d'Artagnan, zijn moeder was een Montesquiou. Deze d'Artagnan stondlater model voor een van Dumas' musketiers. De lokale claim to fame, je moet iets. Buiten het dorp komen we dan weer op een brede weg tussen de akkers terecht, een rechte weg ook nog eens. Die weg begint na een tijd opnieuw omhoog te lopen, we spreken nu van anderhalve kilometer aan 4%. Een strook tot 6% onderweg, amai! Het glooiende geweld houdt hierna niet op, we dalen hierna anderhalve kilometer af met tussendoor ook weer een paar meter in stijgende lijn. Na dit stuk in dalende lijn gaat het opnieuw weer een kilometer aan 4% omhoog, met ditmaal een strook tot 7%, oei. We passeren zo nu en dan in een bos, maar rijden vooral langs de akkers. De wegen blijven ook vrij recht, al kom je soms ook een keer een bocht tegen. De weg leidt naar Bassoues, waar de renners van een afstandje al een kicken toren zien liggen. Richting Bassoues gaat het nog een kilometer omlaag, zonder veel gevaar. We rijden het dorp binnen en zien naast de imponerende toren ook nog een kasteel liggen, Bassoues blijkt een heuse vestingstad te zijn, waar de lokale toeristische site tourisme-gers.com een prachtige lofzang over weet te houden: In Bassoues ontvouwt de geschiedenis zich op menselijke schaal. Gedomineerd door de indrukwekkende donjon en gekenmerkt door de vredige aanwezigheid van de Saint-Fris-basiliek, onthult de vestingstad een rijk erfgoed, geworteld in steen en tijd. Hier geniet men van een wandeling langs de wallen, een blik omhoog naar de kantelen, om vervolgens af te dalen en te genieten van eenvoudige momenten, tussen buitenactiviteiten en lokale ambachten. Ambachtslieden, kunstenaars en enthousiastelingen brengen het dorp elke dag tot leven en houden deze Gers-levensstijl in stand, gekenmerkt door gezelligheid, authenticiteit en nieuwsgierigheid. Bassoues is niet zomaar een plek om te bezoeken: het is een plek om je mee verbonden te voelen.






De zoveelste bastide van de dag. Naast de donjon en het kasteel kom je hier nog meer moois tegen, waaronder een oude markthal. De renners rijden via een paar bochten door Bassoues heen en tijdens die bochtenrijke tocht komen ze nog een torentje tegen, en een stadsmuur. In al die bastides hier kom je soms ook nog wat vakwerkhuisjes tegen, je kijkt soms je ogen uit. Jammer dat de koers minder interessant is, maarja, dan hebben we dit soort zaken nog om ons mee bezig te houden. In Bassoues beginnen we overigens meteen weer aan het volgende ongecategoriseerde klimmetje, we zijn nu aanbelang bij een klim van twee kilometer aan 4%. Tijdens dit klimmetje komen we volgens climbfinder wederom een paar stroken aan 7% tegen, op het oog lijkt het eerlijk gezegd minder zwaar. Het zijn allemaal geen serieuze klimmetjes, maar aan het eind van de dag komen we toch aan 1600 hoogtemeters en dus is deze rit niet volledig vlak. Al komen de renners dus echt goed weg, je kunt hier veel zwaardere klimmetjes opzoeken dan we nu doen. Als je goed zoekt kun je in deze omgeving enkele muurtjes vinden, maar Thierry heeft niet echt goed gezocht. Je kunt in deze omgeving een Amstel Gold Race uittekenen, maar we hebben er een Volta Limburg Classic van gemaakt, of hoe dit koers tegenwoordig dan ook mag heten. En eigenlijk hoef je niet eens goed te zoeken, een of andere fanatieke Fransoos heeft zo ongeveer iedere weg in deze omgeving van een profiel laten voorzien, het was juist dankzij een site als climbfinder ontzettend makkelijk geweest om hier iets veel leukers uit te tekenen. In ieder geval, op de top van de Côte de Bassoues slaan we linksaf een andere weg in, op weg naar Mascaras. We rijden verder over een glooiende weg in een dode omgeving, al komen we hier in de buurt wel een restaurant tegen met de naam Betty Beef. Doe met deze informatie wat je wil. Het is nu weer vrij recht, de bochten zijn spaarzaam. Vrij agrarisch, met af en toe een paar boompjes tussendoor. De komende vijf kilometer is het eigenlijk zo goed als vlak, het blijft glooiend, maar we komen nu geen klimmetjes aan 4% meer tegen. We rijden rechtdoor verder over de doorgaande weg door de gapende leegte, terwijl we zelf ook rustig kunnen gapen. De glooiende weg begint in de buurt van Laveraët wat meer naar beneden te lopen, zodra we Laveraët bereiken gaat het een kilometer of vijf voornamelijk omlaag richting Marciac. Over een licht bochtige weg glijden we door een decor vol boerderijen en akkers heen, zonder dat er een echte afdaling op gang komt. Het gaat met name vals plat omlaag, alleen in het laatste stuk voor we Marciac bereiken daalt het een tijdje aan een procent of vier. Twee bochten die misschien enigszins spannend zijn in dit stuk, maar nee, niets aan de hand. Na 91 kilometer rijden we probleemloos Marciac binnen, de zoveelste bastide van de dag. Marciac, gesticht in 1298 op initiatief van koning Filips de Schone en de abdij van La Case-Dieu, is een van die bastides die ontworpen zijn om het gebied te structureren en de inwoners samen te brengen. De regelmatige plattegrond, typisch voor het Gasconse model, is georganiseerd rond een groot centraal plein: een van de grootste in het zuidwesten. Aldus het fantastische tourisme-gers.com. Destijds werd de stad beschermd door een indrukwekkende muur. Tegenwoordig zijn er alleen nog sporen en herinneringen over, maar de geest van de bastide is intact: die van een levendig, open dorp, diep verbonden met zijn plek als kloppend hart. Nou, schitterend. Marciac is vooral bekend vanwege het lokale muziekfestival, Jazz in Marciac. Jazz, altijd goed. Alle grootheden zijn wel zo'n beetje gepasseerd in Marciac, het is nu alleen wel even een omschakeling van Herbie Hancock naar, nouja, Han Cock.





In Marciac rijden we rechtdoor de bastide binnen, om vervolgens in de buurt van het centrale plein rechtsaf te slaan en daarna langs een van de locaties van Jazz in Marciac te rijden. Een festival dat nogal lang duurt, wel. Dit jaar van 20 juli tot en met 5 augustus, gekkenhuis. Blijkbaar staat het hele dorp in het teken van de jazz, tijdens het festival kun je naar muziek luisteren in de verschillende tenten, maar op het middeleeuwse plein in het centrum is er ook het een en ander georganiseerd. De rest van het jaar schijnen er ook nog allerlei jazzgerelateerde evenementen te zijn, heel bijzonder allemaal. En dat in zo'n klein dorp van amper duizend zielen, fascinerend. Tijdens Jazz in Marciac kun je overigens niet alleen naar jazz luisteren, zo zie ik dat meteen op de eerste dag Sting langskomt. Je kunt een paar dagen later dan weer gezellig luisteren naar Selah Sue, de keuze is reuze in Marciac. Persoonlijk zou ik een kaartje kopen voor 30 juli, dan komt het Frans-Libanese fenomeen Ibrahim Maalouf voorbij. True Sorry is natuurlijk een enorme klassieker, maar recent heeft hij weer een aantal nieuwe albums uitgebracht en op die albums staat een nieuwe klassieker, Love Anthem. Een aanrader voor de liefhebber van trompetjes. Dit festival, dat sinds 1978 bestaat, is blijkbaar vooral vaak bezocht door Wynton Marsalis. Dusdanig vaak heeft hij hier opgetreden dat hij inmiddels zijn eigen standbeeld heeft in het dorp. Zijn muziek ken ik dan weer niet, ik zal me er eens in verdiepen. Laten we ondertussen maar verder gaan fietsen, we rijden verder door Marciac heen over een wat smallere weg, terwijl we buiten het centrum via een weg met een aantal bochten de buitenrand van de bastide verkennen. Zodra we Marciac verlaten begint de weg weer eens omhoog te lopen, we noteren wederom een klimmetje van een kilometer aan 4%, dat soort werk hebben ze hier genoeg. Een weg omgeven door platanen loopt rechtdoor omhoog, met richting de top zelfs wat strookjes aan 6%. Of het veel uitmaakt weet ik niet. Of nouja, dat weet ik wel, het maakt natuurlijk niet uit. We kijken op dit moment waarschijnlijk nog steeds naar, laten we zeggen, Thibault Guernalec, Jakub Otruba en Baptiste Veistroffer. En een minuutje of twee daarachter het peloton, met controle van alle sprintersploegen. Na de rechte weg omhoog gaat het ook weer een kilometer omlaag, in dit afdalinkje komen we een tweetal brede en niet al te lastige bochten tegen. Na dit korte afdalinkje is het twee kilometer volledig vlak en volledig recht, waarna we nog een keer een klimmetje tegenkomen. We noteren nu twee kilometer aan 3,5%, al wordt het gemiddelde iets gedrukt door een paar meter in dalende lijn halverwege. Nouja, zelfde verhaal, er gaat hier natuurlijk niet gekoerst worden, en dus boeit het amper. Na dit klimmetje gaat het ongeveer een half kilometertje naar beneden, waarna we vier kilometer over een vlakke weg verder zullen rijden richting Maubourguet. Tijdens het klimmetje en het afdalinkje rijden we even door de bossen heen over een wat bochtigere weg, maar daarna rijden we weer kilometers rechtdoor over weg die is omgeven door akkers. Na 103 kilometer komen we uit in Maubourguet, waar Jean Glavany burgemeester is geweest. Dit was ooit de Minister van Landbouw in Frankrijk, een man met connecties dus. Een wielerliefhebber, die zijn contacten inzette om de Tour naar dit dorpje te halen. Dat lukte, in 2014. Toen ging hier een rit van start, die zou eindigen in Bergerac, waar wij nu een paar dagen later naartoe zullen gaan. Dit onderschatten we nog wel eens, of de Tour ergens wel of niet passeert hangt vaak ook af van de lokale notabelen die al dan niet fan zijn van de koers en over de juiste nummers in hun rolodex beschikken. Zoiets was dan ook weer de reden achter de finish in Les Angles, er is altijd wel een politieke link, en anders is er een patser met teveel geld bij betrokken.




In Maubourguet komen we een keer een rotonde tegen, daarna rijden we op een vrij bochtige manier door het centrum van dit dorpje heen. Uiteraard is ook Maubourguet een bastide, wel een iets minder spectaculair exemplaar. Al zullen de renners blij zijn met het straatje waar ze kunnen schuilen onder de bomen, dat dan weer wel. Na nog wat bochten verlaten we het dorp weer, bij de exit komen we als afscheidscadeau een aantal vluchtheuvels tegen. Van Maubourguet gaan we nu richting Vic-en-Bigorre fietsen, dat tien kilometer verderop ligt. In deze tien kilometer gaat het volledig vlak zijn, en ook behoorlijk recht. Een eindje buiten Maubourguet komen we een keer een rotonde tegen, na deze rotonde bereiken we een brede provinciale weg die volledig rechtdoor richting Vic-en-Bigorre voert. Een saaie weg, al dreigt de rit voorbij deze saaie strook wel weer wat leuker te worden. In Vic-en-Bigorre volgt namelijk de tussensprint van de dag, de sprinters mogen zich voor de eerste keer vandaag gaan roeren. Een kilometer voor de tussensprint bereiken ze de buitenrand van Vic-en-Bigorre, hier nemen ze na een tocht waarin ze vooral langs een hoop industrie en een hoop weilanden hebben gereden een afslag naar rechts. Na deze afslag gaat het een kilometer rechtdoor richting het centrum, alwaar we op een vlakke manier gaan sprinten. Een keurige sprint, die na 113,5 kilometer zal volgen. Na de sprint komen we een paar vluchtheuvels tegen, weer wat verderop volgt er een bocht naar rechts. We rijden door het centrum heen en slaan hier bij een rotonde rechtsaf, waarna we via een brug over de rivier de Échez rijden. Daarna laten we Vic-en-Bigorre snel achter ons, om toe te gaan werken naar een soortement heuvelzone. In Vic-en-Bigorre bevinden we ons op 45 kilometer van de aankomst, de rit dreigt nu enigszins serieus te worden. Vorig jaar reden we overigens ook door dit dorpje heen, onderweg van Auch naar Hautacam. Dat werd geen leuke rit, op Hautacam reed Pogacar immers de gehele tegenstand op minuten. In de aanvangsfase van die rit reden we precies door dezelfde regio als nu, alleen zochten we wel andere wegen op. Bijna geen overlap, de enige overeenkomst is dat we eerder door Mirande zijn gereden en nu door Vic-en-Bigorre. Maar zelfs de passages in die dorpjes zijn niet gelijk, vorig jaar reden we bijvoorbeeld vanuit Artagnan, van d'Artagnan, naar Vic-en-Bigorre. Daarna doken we ook de heuvelzone in, maar bezochten we een aantal andere heuveltjes. Thierry heeft geen copy paste gedaan, ik bel de krant. Uit Vic-en-Bigorre was overigens een Franse rugbygrootheid afkomstig. Jean Dupuy, die kent u niet. Runde een bar in Vic-en-Bigorre, we kunnen wel wat drank gebruiken om dit gedeelte van de rit te overleven. Laten we er onze hoop op vestigen dat de renners gebruik gaan maken van de klimmetjes die nu volgen.



Voorbij Vic-en-Bigorre rijden de renners een kilometer of vijf over een weg die zo goed als vlak is, deze weg vormt de stilte voor een mogelijke storm. In de omgeving zien we enkele heuvels liggen, maar we blijven voorlopig nog even beneden. Eerst rijden we door een paar buitenwijken van Vic heen, daarna komen we in de bossen terecht. Hier is de weg breed, vlak en behoorlijk recht. Tijdens onze tocht over deze weg wisselen we weer eens van departement, we verlaten de Hautes-Pyrénées en rijden de Pyrénées-Atlantiques binnen, tevens verruilen we hier Occitanie voor Nouvelle-Aquitaine. In Nouvelle-Aquitaine komen we na 120 kilometer uit in Casteide-Doat. Het waren een paar saaie kilometers vanuit Vic-en-Bigorre, maar nu gaan we beginnen. Voorbij Casteide-Doat loopt de doorgaande weg, die een paar vluchtheuvels kent, ineens 1,1 kilometer aan 6,8% omhoog naar het dorp Lamayou. Van dit klimmetje bestaat dan weer net geen profiel, ik moet het dus even doen met de informatie van PCS. In totaal gaat het bijna twee kilometer omhoog, er volgt na het lastigere stuk ook nog een vals platte uitloper. De renners rijden via een paar bochten tussen de bomen door, terwijl ze de weg richting de top steeds meer zien afvlakken. Al is er volgens de organisatie geen top, er worden maar weinig punten uitgedeeld vandaag. Boven komen we op een plateau terecht, waar het terrein eventjes vrij open gaat zijn. Wegens een totaal gebrek aan wind heeft dat verder geen invloed. Twee kilometer rijden de renners over een plateau, op dit plateau loopt de weg een beetje op en af. De weg is breed en keurig, het enige nadeel is dat er hier willekeurig best wat vluchtheuvels liggen verstopt. Na de plateauweg beginnen we aan een bijzonder steile afdaling, het gaat een kilometer aan 9% omlaag richting Pontiacq-Viellepinte. De weg is behoorlijk breed en het asfalt is gewoon goed, dus dat vormt het probleem niet tijdens deze afdaling. De renners komen een drietal bochten tegen, op zich zou dat ook nog wel te doen moeten zijn. Direct na deze afdaling loopt de weg weer omhoog, al komen we nu niet verder dan een kilometer vals plat. Omhoog aan een procentje of twee, met de vaart die we uit de afdaling hebben meegenomen vliegen we hier zo voorbij. Hierna gaat het weer een halve kilometer omlaag, we rijden quasi rechtdoor over de doorgaande weg en die weg wordt opnieuw omgezet in een klim. Nu klimmen we richting het dorpje Maure, het gaat anderhalve kilometer aan 5% omhoog. Het begin en het eind bestaan uit een paar stroken vals plat, halverwege komen we een strook tegen van 600 meter aan 8%. Zelfs een piekje tot 9%, het kan voor bepaalde ploegen de moeite lonen om hier de minder klimmende sprinters onder druk te zetten. Toch een soort van Cauberg, zeker gezien de uitloper in de laatste 500 meter van de klim. Steil stukje, en dan vals plat voortploeteren. Goed, het steile stuk van de Cauberg is wel iets lastiger, maar goed, ik probeer er ook maar iets van spanning in te krijgen. Na 127 kilometer, op een dikke 30 kilometer van de finish, zijn we boven op dit klimmetje. Na dit klimmetje is het dan weer een kilometer zo goed als vlak, we rijden opnieuw over een plateau. Stukje Limburg in je Tour. De weg loopt weer even rechtdoor langs wat akkers af, maar zodra we de volgende bocht in beeld zien verschijnen beginnen we aan een afdaling van anderhalve kilometer. Het gaat omlaag aan 8%, de brede weg loopt tussen de bomen behoorlijk steil naar beneden. We komen nog wat bochten tegen, maar ze zijn niet bepaald scherp. Het is wel een heerlijke weg om even door te trekken, als je het hier op een lint kunt trekken en daarna ook weer kunt versnellen op de volgende klim ligt het peloton misschien wel in een paar stukken uit elkaar. Je kunt hier een pure sprinter als De Kleijn elimineren, maar misschien kun je zelfs hoger mikken en Tim Merlier in verlegenheid proberen te brengen. Dat is normaliter de snelste van allemaal, maar ook degene die nog wel eens moeite wil hebben om de klimmetjes te overleven. Sprinters als Philipsen en Girmay krijgen hier een gouden kans aangeboden om op z'n minst wat concurrenten pijn te doen, het kan de moeite lonen om hier alvast een mannetje op te offeren. Na de afdaling van de Côte de la Tricherie is de volgende klim bijna meteen aanstaande, we moeten alleen eerst nog even een strook van anderhalve kilometer vals plat richting het dorp Baleix zien te overbruggen. We rijden rechtdoor langs de akkers dit dorp tegemoet, waarna we in het dorp en voorbij het dorp wel heel serieus moeten klimmen. De enige gecategoriseerde klim van de dag begint, de Côte de Baleix. In dit dorpje, waar heel wat vluchtheuvels liggen, beginnen we aan een klim van één kilometer aan 9%. Althans, dat wil de organisatie ons doen geloven. Ik denk dat het net een tikje minder steil is, ik zou het houden op een kilometer aan 8%, wat natuurlijk alsnog de moeite is. Leg Merlier hier maar op de grill, doe het. In totaal gaat het bijna 2,5 kilometer omhoog in en rond Baleix, na de vals platte aanloop en de steile kilometer volgt er ook hier weer een uitloper.





Na 133 kilometer, op 26 kilometer van de aankomst, komen de renners boven op deze Côte de Baleix. Als er hard is doorgetrokken op de klim en als er renners zijn gelost dan krijgen die renners hierna nog uitgebreid de kans om terug te keren. Na deze zone vol heuvels is het nu wel even klaar met klimmen en dalen, er komen makkelijkere kilometers aan. Toch een best aardige finale zo, al had het nog leuker kunnen zijn. We volgen nu simpelweg de doorgaande weg, we hadden nog wat steilere muurtjes kunnen vinden als we zo her en der een keer af waren geslagen om een alternatief weggetje omhoog te zoeken. Desalniettemin, dankzij deze klimmetjes zou deze rit enige kleur kunnen krijgen. Na de Côte de Baleix volgt er niet direct een afdaling, de renners komen wederom op een plateau terecht en hier rijden ze drie kilometer op een zo goed als vlakke manier rechtdoor. Langs de akkers af, uiteraard. Ze zien een watertoren verschijnen, verder zien ze niet zoveel. Na een tijd loopt de weg even een halve kilometer omlaag, daarna pakken we ook nog even een kort stukje omhoog van een halve kilometer mee in volle vaart en dan dalen we ter hoogte van Gabaston een kilometer aan 6% af. Een paar bochten in dit afdalinkje, stuk of drie, maar dat ziet er allemaal weer niet heel enerverend uit. Na dit afdalinkje is het weer een kilometer of vier zo goed als vlak, over een behoorlijk rechte weg rijden we Saint-Jammes tegemoet. Zo nu en dan komt er een toch een flauwe bocht in beeld, terwijl we ook weer wat vluchtheuvels zien. In Saint-Jammes slaan de renners linksaf bij een spontaan opdoemende rotonde, daarna rijden ze rechtdoor richting Morlaàs, een dorpje dat we bereiken op 15 kilometer van de aankomst. Oké, niet helemaal rechtdoor, over een brede weg vol vluchtheuvels komen we één lange bocht naar links tegen, gevolgd door een lange bocht naar rechts. Op de vluchtheuvels die spelbreker kunnen spelen na stelt dat allemaal weinig voor. Na die bochten loopt de weg even omhoog tot in Morlaàs, we hebben het dan over een strook van 500 meter aan 4%. Aan het eind van deze strook slaan de renners bij een nieuwe rotonde weer linksaf, om daarna met een boog om Morlaàs heen te rijden. Tussen de negende en de twaalfde eeuw was Morlaàs de hoofdstad van de burggraven van Béarn, weet Wikipedia te melden. Dit kwam naar het schijnt vooral omdat de vikingen, godbetert, de oude hoofdstad met de grond gelijk hadden gemaakt. Hmm, je kunt dus een stad met de grond gelijk maken. Zou ik misschien een aantal fjordenneukers in kunnen huren om datzelfde kunstje uit te halen bij een andere stad in deze omgeving? Plotselinge inspiratie, ik zie een droomplan ontstaan. In Morlaàs, dat op de route naar Santiago de Compostela ligt, vinden we een kicken kerkje, verder vinden we op de brede en vlakke rondweg om het plaatsje heen een aantal rotondes.



Een kilometer of twee is het zo goed als vlak terwijl we om Morlaàs heen aan het rijden zijn. Een brede weg die af en toe onderbroken wordt door een rotonde, bovenal een brede weg die buiten het dorp nog even een halve kilometer aan 6% omhoog zal lopen. Het laatste klimmetje van de dag, we rijden naar Quartier Haut-Vue over de Avenue de la Résistance, maar waar is la Résistence als je haar echt nodig hebt? Dit laatste hupje van de dag is heel simpel, hier wordt niemand meer gelost. Boven komen we een nieuwe rotonde tegen, voorbij deze rotonde dalen we een kilometer of twee voorzichtig af in de richting van de finishplaats. Op 11,5 kilometer van de finish zijn we boven op het laatste hellinkje, op minder dan 10 van het eind zijn we beneden. De weg omlaag kent enkele bochten, terwijl we in de verte dat hellegat al zien liggen. De renners komen één stevig doordraaiende bocht naar rechts tegen, een enorm brede haarspeldbocht. Dat is de enige bocht die telt. Eenmaal beneden rijden de renners een aantal kilometer volledig rechtdoor. Over vlakke wegen komen ze alleen wat rotondes tegen, waarna ze op zes kilometer van het eind beginnen aan een tocht door die stad heen op weg naar de finish. Het komt nu allemaal wat te dichtbij voor me, dus moet ik wat afstand nemen. Ik kan vertellen dat we in de laatste kilometers van de rit meerdere bochten tegenkomen, waaronder een aantal rotondes, maar dan wel met frisse tegenzin. Ik kan vertellen dat we in de laatste kilometer ook nog een paar bochtjes tegenkomen, maar eigenlijk wil ik dat allemaal niet. We gooien er het plaatje van de organisatie wel in, en daar redden we ons dan maar mee. Zelfde aankomst als in 2024, naar het schijnt, ik ben te bevreesd om het te controleren.



Deze Tour ging van start in Catalonië. Daar heet de helft van de bevolking Pau. Dit is de Catalaanse equivalent van de naam Paul, wat dan natuurlijk weer de equivalent is van het Latijnse Paulus. Deze naam kan zowel "klein" als "bescheiden" betekenen. In het Catalaans is Pau tevens het woord voor vrede, je kunt er dus alle kanten mee op. Waar ze in andere delen van Spanje hun kinderen eerder Pablo noemen, en waar in Frankrijk gezien een bepaalde gast van 19 de naam Paul acceptabel is, zien we in Catalonië de ene na de andere Pau opdoemen. We denken dan natuurlijk in eerste instantie aan Pau Miquel, de profrenner van Bahrain-Victorious. Een jongen uit de school van Kern Pharma, de ploeg waarvan het voortbestaan bedreigd is. Help ons, alsjeblieft. Pau Miquel is een jongen met rappe benen en een paar lelijke tatoeages, namens Baggerijn is hij nu helaas niet in de Tour aanwezig. Dubbel pech was dat we tijdens de passage in Catalonië niet eens door zijn dorp reden, hij komt ergens uit de buurt van Sabadell en daar waren we toch nog redelijk uit de buurt. Een andere bekende Pau zien we de afgelopen tijd wel regelmatig in actie, Pau Cubarsi is namens Spanje op het WK voetbal actief. Een knul met een beetje een onfortuinlijk hoofd, hij ziet eruit alsof hij in zijn leven iets teveel nootjes heeft gegeten, maar samen met Aymeric Laporte vormt hij wel een duo dat tot nu toe niet te kloppen is geweest. Voorheen stond Pau Torres ook wel eens in de basis bij Spanje, maar inmiddels is men tot de conclusie gekomen dat je er met alleen een stel doordringende ogen niet komt. Pau Gasol was dan weer een bekende basketballer, al zijn wij van mening dat Amerikaans korfbal geen sport is. Tijdens onze tijd in Catalonië zijn we wel door het dorp van Pau Casals gereden, de bekende cellist, componist en dirigent. We hebben ook nog Pau Lopez, een keeper die onder meer voor AS Roma en Olympique Marseille heeft gespeeld. Pau Alsina was dan weer een motorrijder die op 17-jarige leeftijd om het leven kwam op het circuit van Aragón. Het loopt niet voor iedere Pau goed af, zo was Pau Sabater dan weer een vakbondsman die prompt werd vermoord omdat hij het voor elkaar kreeg dat mensen gingen staken in een verffabriek. Ik weet niet waar ik met dit verhaal naartoe wil, maar ik weet wel dat ik nu een ander onderwerp vakkundig heb genegeerd. Hier een foto van Pau Miquel voor je. Visca Catalunya en de fik in deze teringstad.



In startplaats Lannemezan wordt het overdag 34 graden, lekker fris. Extra jasje aan, voor de zekerheid. Geen kans op regen en ook geen wind, volledig windstil. Aan de finish precies hetzelfde verhaal, hemelsbreed liggen die twee plaatsen dan ook relatief dicht bij elkaar. Deze eerste sprintrit is behoorlijk kort en daarom beginnen we pas om 14:05. Tien minuten neutralisatie, dus omstreeks 14:15 kun je klaar gaan zitten om binnen vijf seconden de vlucht van de dag te zien vertrekken. Of misschien zien we zoals vorig jaar wel helemaal niemand vertrekken, dat kan ook. Zoals iedere dag is Eurosport er vanaf het begin bij, maar bespaar jezelf vooral die moeite. De NOS en Sporza sluiten rond 15:10 aan, wat nog steeds veel te vroeg is. De heuvelzone aan het eind kan eventueel interessant worden, maar daar beginnen we pas aan rond 16:45. Da's het moment om de tv aan te zetten, eerder niet. De finish verwachten we relatief laat, tussen 17:37 en 17:56. Hier een onfortuinlijke foto van het onfortuinlijke hoofd van Pau Cubarsi voor je.



Dit wordt een sprint. Eventueel een sprint met wat minder renners, als er flink wordt doorgetrokken in de heuvelzone, maar een sprint wordt het hoe dan ook. Het kan een gekke sprint worden, in de zin dat deze Tour al zwaar is geweest. We hebben al wat zware en warme dagen achter de rug, misschien dat er wat gekende namen zijn die daardoor al zoveel hebben geleden dat ze nu niet meer aan sprinten toekomen. Het gaat niet alleen om het intrinsieke talent, je moet na de afgelopen dagen ook nog een beetje fris zijn. Dan denken we toch vooral aan de jongens die gisteren de energie hadden om puntjes te sprokkelen bij de tussensprint. Even de vraag wat een Alpecin gaat doen op de klimmetjes, je wil lijkt mij toch wel een poging wagen om Merlier overboord te gooien. Al heeft Alpecin daar misschien ook weer net niet de geschikte knechten voor, bovendien wil je natuurlijk ook je mannetjes bewaren voor de laatste kilometers. Het kan ook best zo zijn dat we gewoon met een gezapig tempo naar de finish rijden, dat men geen gebruik maakt van de klimmetjes en dat iedereen erbij is. Alles kan, gezien de rest van deze Tour tot nu toe ligt het vooral voor de hand dat het niet leuk wordt. Al mag je dat vandaag sowieso niet verwachten. Sprinten, tja. We hadden vandaag makkelijk iets anders kunnen doen. Maarja, dat kon natuurlijk niet, die arme sprinters hadden al zo ontzettend lang moeten wachten op hun eerste kans, ach, wat zijn ze zielig. Voorlopig zijn wij vooral zielig, we voegen geheid een onvoldoende toe aan een Tour vol onvoldoendes.
1. Philipsen. De man met de beste trein hier. Misschien niet de man met de snelste benen, maar hij is wel iemand die de zware dagen goed kan verteren. Hij zal minder geleden hebben dan enkele van zijn concurrenten, en hij heeft dus een goede trein. Geen enkel excuus om hier niet te winnen. Planckaert, Rickaert en Van der Poel voor je snufferd, dat is valsspelen. Drie trappen doen en het is binnen.
2. Kooij. ONZE Olav mag even laten zien dat men hem terecht heeft meegenomen naar de Tour. Een van de rapste mannen in het peloton, en ook iemand die absoluut niet in de problemen gaat komen op de klimmetjes. Dat kan hij makkelijk aan, tijdens een wat lastigere rit in de Ronde van België zat hij nog mee terwijl een Merlier moest afhaken, ik heb genoeg gezien.
3. Girmay. Bini heeft al twee keer een tussensprintje gewonnen, de benen lijken enorm goed. De snelheid lijkt er te zijn, al is een tussensprint altijd een ander verhaal dan een massasprint. Bij de tussensprint is positionering minder van belang, nu moet gaan blijken of zijn ploeg hem in een koers als de Tour de France in goede positie kan afzetten. Dan helpt het niet mee dat zijn beoogde lead-out Jake Stewart gisteren op de grond heeft gelegen. In principe is dit Tourparcours gunstig voor hem, het is goed dat we pas voor het eerst gaan sprinten na een paar lastige dagen, maar ik ga nog niet direct uit van succes. Laten we eerst maar beginnen met een keurige ereplaats, kijken we daarna verder.
4. Merlier. Op hangen en wurgen erbij, maar dan geen kracht over voor de sprint. Gelukkig voor hem komen er richting het weekend twee makkelijkere sprintritten aan.
5. Pedersen. Als hij de groene trui wil winnen moet hij ook in dit soort sprintjes punten gaan sprokkelen. En dan is een rit met net wat meer klimmetjes onderweg daarvoor wel geschikt. Als hij nog energie heeft na gisteren, maar dat is bij deze dommekracht meestal niet zo'n probleem.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  woensdag 8 juli 2026 @ 07:05:35 #2
260796 DecoAoreste
aka Aleimon Thimble
pi_221271980
Eindelijk de eerste massasprint, toch wel zin in hoor. Hopelijk blijven ze allemaal een beetje op de fiets zitten.
  Redactie Sport / Supervogel woensdag 8 juli 2026 @ 08:00:47 #3
270182 crew  Pino112
Pino van Luna O+
pi_221272073
Paupergat, gelachen.
  woensdag 8 juli 2026 @ 08:30:16 #4
68638 Zwansen
He is so good it is scary...
pi_221272150
UAE gaat zo hard op die klimmetjes dat het peloton volledig uit elkaar spat en Pogi de rit wint.

Volstrekt ongeloofwaardig. Maar goed, we zullen niet eens meer verbaasd zijn.
  woensdag 8 juli 2026 @ 08:44:09 #5
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221272189
Karig in de kasteeltjes vandaag onniedan :?
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
pi_221272507
Kan toch best een interessante rit worden. Misschien iets voor Girmay? Lijkt tot nu toe over uitstekende benen te beschikken.
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
  woensdag 8 juli 2026 @ 10:01:56 #7
473366 AllesKaputt
pelotonvulling
pi_221272842
Bekijk deze YouTube-video
CelloGod Pau Casals heeft ook wat te zeggen. Op het kanaaltje van ene PauR1931. Fijne Pau dag allemaal!



quote quotesplits me

Omdat je een nieuwe gebruiker bent willen we je erop wijzen dat het niet is toegestaan reclame te maken of FOK! te gebruiken voor commerciële doeleinden. Blijf ontopic en wees aardig voor je medeFOK!kers.
smilie   Pagina 1 / 1
Let op: Met het plaatsen van een bericht verklaar je akkoord te gaan met onze algemene voorwaarden van 27-05-2020, privacy policy van 27-05-2020 en Policy
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')