Nederland zal zich moeten aanpassen aan zomers van 40 gradenCode rood, afgelaste evenementen, dichte scholen en een treinstoring. De elf dagen durende 'superhittegolf' in juni liet zien dat de samenleving er nog niet goed op is ingericht. Hoe zorgen we dat dit de volgende keer wel zo is?
De maatschappijontwrichtende hitte eind juni was uitzonderlijk. Record na record werd gebroken. Tegelijk wordt de kans op een vergelijkbare hittegolf steeds groter door klimaatverandering. Temperaturen van rond de 40 graden zijn inmiddels niet meer ondenkbaar. Weermodellen voorspellen dat er halverwege juli alweer kans is op een nieuwe hittegolf.
Maatschappelijke voorzieningen en infrastructuur in Nederland zijn niet gebouwd op zulke omstandigheden, zeggen experts tegen NU.nl. En dat werd ook tijdens de hittegolf duidelijk: de hitte drukte een stempel op scholen, verzorgingshuizen, wegen en festivals. Bovendien drong het door tot in de woonkamers en slaapkamers.
Nanco Dolman van Deltares is expert op het gebied van adaptatie en schrijft klimaatrapporten over steden en klimaatverandering voor het IPCC. Veel van de maatregelen die overheden treffen, zijn volgens hem acuut en niet toekomstgericht.
Dat is merkwaardig, gezien het feit dat hitte een bedreiging voor de gezondheid is. Tijdens deze hittegolf overleden bijna vijfhonderd mensen meer dan normaal. Daarnaast kost hitte de maatschappij een hoop geld door problemen in de bouw en het transport, schade aan infrastructuur en gewassen en hoge energiekosten.
Stad is een hitte-eiland
De vraag is hoe Nederland kan worden ingericht om zulke situaties in de toekomst beter te dragen, zonder dat de hele samenleving daar last van heeft. Het aanpassen van onze fysieke leefomgeving is met stip het belangrijkst. "Maar die aanpassing gaat stukken trager dan klimaatverandering zelf", zegt Dolman. Er is nu al sprake van meer extreem weer door de opwarming van de aarde.
Zo zijn steden in Nederland nog altijd niet gebouwd op hitte. Op een warme dag is het in stedelijk gebied stukken warmer dan daarbuiten. Dat heet het hitte-eilandeffect: beton, dakpannen en glas houden warmte vast. Het verschil met het buitengebied is aanzienlijk: in een kleine stad kan het temperatuurverschil al oplopen tot 7 graden.
Daarbij komt dat nieuwbouwwoningen vaak zijn ontworpen om warmte binnen te houden, met veel aandacht voor isolatie. Maar er wordt over het hoofd gezien dat hitte minstens zo ontwrichtend is.
Groen in de stad is daarom essentieel: bomen geven schaduw en kunnen pleinen met meerdere graden verkoelen doordat ze water verdampen. Veel gemeenten gebruiken de "3-30-300-regel" al. Die houdt in dat iedere inwoner vanuit de woning minimaal drie bomen moet kunnen zien, 30 procent van de stad bestaat uit bladerdek van bomen en dat maximaal 300 meter van een woning een park of groene plek te vinden is. Vrij simpele maatregelen, maar ze maken een groot verschil.
Minder dan helft van gemeenten heeft hitteplan
Alleen groen is niet genoeg. In veel gemeenten ontbreekt een duidelijke aanpak. Want hoewel er de laatste jaren al veel verbeterd is, hebben honderden gemeenten nog geen hitteplan. Dat is een soort draaiboek met maatregelen om kwetsbare mensen te beschermen. Denk aan extra controles bij ouderen, opvang voor daklozen, maatregelen op scholen en afkoelplekken.
Van de 342 gemeenten hebben pas 128 zo'n plan, melden het Rode Kruis en Klimaatverbond. Laatstgenoemde is een samenwerkingsverband van 150 lokale en regionale overheden en waterschappen. Vorig jaar waren dat er nog negentig, dus gemeenten zitten ook niet stil.
In Utrecht en Gelderland kregen ze financiële hulp van hun provincie. En dat is terug te zien op de kaart hieronder: verreweg de meeste gemeenten met een hitteplan liggen in die regio's. Vooral steden in landelijk gebied ontbreken op de kaart, vertelt Edwin van der Strate van Klimaatverbond. "Maar ook daar kun je in een gloeiend heet appartement zitten."
Villawijken zijn groen, volkswijken versteend
Klimaatverbond wil een structurele aanpak voor hitte, zoals voor water. Gemeenten zijn beter op wateroverlast voorbereid en hebben ook meer budget voor maatregelen. Dat geld kan nu niet gebruikt worden voor bomen planten of subsidies voor aanpassingen aan woningen.
Van der Strate is ook enthousiast over het Amsterdamse initiatief om koelteplekken te maken. De teller staat nu op 75. Het idee is dat iedereen die wil ontsnappen aan de hitte, gratis verkoeling kan opzoeken in winkels, bibliotheken, musea of buurtcentra. "We moeten ervoor zorgen dat zoiets in de toekomst normaal wordt in alle gemeenten", vindt Van der Strate.
Nederland heeft een landelijk hitteplan. Maar júíst plannen op kleine schaal, zoals op wijkniveau, werken het beste. Waar je woont of werkt bepaalt namelijk hoe je hitte ervaart. "Villawijken hebben veel groen en bomen, maar volkswijken met veel sociale woningbouw zijn vaak versteend", zegt Dolman. De binnentemperatuur kan er oplopen tot boven de 30 graden.
Doet siësta zijn intrede?
Het Nederlandse klimaat gaat steeds meer op het Zuid-Europese lijken. Daarom is het volgens experts verstandig om ook van de mentaliteit en gewoontes van de mensen daar te leren.
Een siësta, waarbij winkels sluiten op het warmst van de dag en iedereen zich binnen terugtrekt, wordt steeds vaker genoemd en is volgens Dolman helemaal geen gek idee.
We moeten daarnaast ook beter gaan nadenken over verkoeling in verzorgingstehuizen, ziekenhuizen, crèches en scholen. Bijvoorbeeld met zonwering of airco's. "Kinderen naar huis sturen is niet altijd de oplossing, want thuis is het niet per definitie beter", zegt Dolman.
Hij ziet de hittegolf als de zoveelste wake-upcall. "Als onderzoeker vind ik dit fascinerend, maar als vader kijk ik vooral naar mijn kinderen. Dit gaan zij veel vaker meemaken."