De tijd dringt, het einde nadert. De dagen tikken weg. En dan... verschijnt hij. Hij kijkt je recht aan en lacht. Die lach is het laatste wat je hoort.
De tijd dringt, het einde nadert. De dagen tikken weg. En dan... verschijnt hij. Hij kijkt je recht aan en lacht. Die lach is het laatste wat je hoort.
De tijd dringt, het einde nadert. De dagen tikken weg. En dan... verschijnt hij. Hij kijkt je recht aan en lacht. Die lach is het laatste wat je hoort.
De tijd dringt, het einde nadert. De dagen tikken weg. En dan... verschijnt hij. Hij kijkt je recht aan en lacht. Die lach is het laatste wat je hoort.
Alleen in de menigte, een mes in mijn hand. Het bloed stroomt, ontsnapt uit diepe wonden, geslagen door het leven zelf. Het leven eindigt wanneer de dood zijn werk heeft voltooid.
De tijd dringt, het einde nadert. De dagen tikken weg. En dan... verschijnt hij. Hij kijkt je recht aan en lacht. Die lach is het laatste wat je hoort.