![D240-scaled.jpg]()
Benvinguts! Welkom, welkom in dit topic waar we in het kader van de voorpret of het gebrek daaraan alvast gaan kijken naar het parcours dat de renners tijdens de 113e editie van de Tour de France mogen gaan afwerken. Het wordt weer een bijzondere editie, al was het maar omdat we voor het eerst in de geschiedenis van start gaan in Barcelona. We bevinden ons in Catalonië, waar we een kleine drie dagen gaan blijven. Als de Catalanen het toestaan, tenminste. We sluiten een protest niet uit, al is de ASO er redelijk goed in om ieder protest vakkundig buiten beeld te houden. Nadat we vorig jaar weer eens van start gingen in eigen land, in Lille om precies te zijn, pakken we nu weer een oude traditie op: de start in het buitenland. In 2022 ging de Tour van start in Denemarken, in 2023 waren we getuige van een Tourstart in het ongeëvenaarde Baskenland en in 2024 gingen we van start in Italië, godbetert. Na eindelijk weer eens te zijn begonnen in Frankrijk zijn we nu dus in Catalonië, waarna we ook volgend jaar weer van start zullen gaan in het buitenland. Geld stinkt niet, aldus de heer Prudhomme. Ik heb gemerkt dat de Tour die er nu aan zit te komen nog niet echt leeft, zeker ook niet bij mezelf. Dat heeft meerdere redenen, er schijnt bijvoorbeeld momenteel een ander groot sportevenement bezig te zijn. Al onze aandacht is naar het WK voetbal gegaan, al vormt de Tour natuurlijk wel een welkome afleiding nu Nederland is uitgeschakeld. De combinatie van het WK en de Tour zal vlotjes verlopen dankzij de tijdverschillen, we kunnen 's middags heerlijk op de bank gaan liggen en de Tour aanschouwen, om aansluitend op de koers nog naar een potje voetbal te kijken. De kans is aanwezig dat we na de koers nog niet helemaal verzadigd zijn, het is goed dat er nog een toetje op het programma staat. Een andere reden dat deze Tour nog niet echt leeft ligt natuurlijk aan de deelname van een eikel uit Slovenië. We weten allemaal al precies hoe deze Tour gaat verlopen, Pogacar gaat met gemak winnen. Dat zorgt er meteen voor dat er weinig is om naar uit te kijken, iedere Tour is heden ten dage een aangekondigde kroniek van weer een overwinning van Pogacar. Natuurlijk, het godstalent Seixas komt eraan, de Fransen hebben de hype al opgestart, maar het zal nog niet voor dit jaar zijn. Ik vrees dat het hoogtepunt van deze Tour gezocht zal moeten worden bij Vive le Velo, een programma dat er ondanks het WK gelukkig gewoon drie weken bij is. Het zal doorbijten zijn 's middags, maar 's avonds kunnen we tussen het voetbal door weer genieten van de werken van Karrel. Maar goed, nouja, er staat dus een Tour voor de deur. Over een paar dagen beginnen we al. Donderdag is de ploegenpresentatie en zaterdag trappen we af. Het kan de moeite waard zijn om het parcours eens met jullie door te nemen, dan weten we meteen op welke dagen Pogacar gaat winnen, en op welke dagen we eventueel de tv zouden kunnen aanzetten omdat hij wellicht niet gaat winnen. Som-hi!
Etappe 1: Barcelona - Barcelona, 19,6 km (TTT) -
zaterdag 4 juli ![f71aa]()
De Tour de France begint met een ploegentijdrit, en dat is best uniek. Behoorlijk uniek zelfs, de Tour begint nooit met een ploegentijdrit. En dat in een tijdperk waarin de ploegentijdrit uit de gratie is gevallen, de laatste ploegentijdrit in de Tour dateert alweer van 2019. Al moet ik daarbij meteen de kanttekening plaatsen dat we tegenwoordig in de Tour een nieuw concept hanteren, waardoor dit een ploegentijdrit maar uiteindelijk toch ook vooral een individuele tijdrit is. Voorheen was het zo dat je verplicht met een x-aantal renners over de streep moest komen, dan telde in een ploegentijdrit bijvoorbeeld de tijd van de vierde renner. Dat is tijdens deze tijdrit niet zo, nee, het is een ploegentijdrit met individuele tijden. Dit heeft men bedacht om deze toch vrij saaie discipline iets meer cachet te geven. Om dit extra in de verf te zetten zie je in de ploegentijdritten die ASO volgens deze nieuwe regels organiseert vaak een klimmetje op het eind, zodat de kopman van de ploeg na het werk van zijn knechten onderweg nog even in z'n eentje de laatste heuvel op kan knallen. Zo ook nu, we bevinden ons in Barcelona, in het immer gezellige Catalonië, en hier rijden we eerst een stukje langs de kust, om vervolgens in de binnenstad een aantal hoogtepunten te verkennen. Uiteraard rijden de renners langs de Sagrada Familia, om maar even een willekeurig gebouw te noemen. Na dit stukje sightseeing maken we ons op voor het slot van deze individuele ploegentijdrit, waar er uiteraard geklommen moet worden naar de onvermijdelijke Montjuïc. Mensen die vaker naar de koers kijken kennen deze berg in Barcelona maar al te goed, ieder jaar zien we hier de laatste rit van de Ronde van Catalonië eindigen. Een paar jaar geleden ging hier dan ook nog eens de Vuelta van start, ik hoef jullie amper uit te leggen hoe het hier in elkaar zit. Ik moet zeggen dat ik het nieuwe concept van de ploegentijdrit nog steeds een beetje maf vind, maar het kan wel een vermakelijke opening van deze Tour opleveren. Er zullen meteen verschillen ontstaan tussen de klassementsrenners, ten eerste tijdens de vlakke aanloop, maar ook op de finish richting Montjuïc en de laatste hellende strook richting het olympisch stadion van Barcelona zullen we meteen weten wie er op punt staat en wie niet. Het zal in ieder geval meteen koers opleveren, het is alvast beter dan beginnen met een volledig vlakke rit en dit concept lijkt ook iets leuker dan een simpele proloog. Benieuwd of er nog protest gaat zijn, er zijn wat nationalistische groeperingen die hebben laten weten dat ze de Tourstart willen aangrijpen om een punt te maken. We hebben in de afgelopen Vuelta kunnen zien dat het niet zo ingewikkeld is om de koers te saboteren, al is de Tour nog wel even een ander kaliber dan de Vuelta. Een paar jaar geleden verliep de start in het Baskenland vrij gemoedelijk, daar gaan we nu in Catalonië dan toch ook maar vanuit.
Etappe 2: Tarragona - Barcelona, 168,5 km -
zondag 5 juli![cf268]()
Op dag twee verlaten we Barcelona tijdelijk, we keren alleen heel snel weer terug. Vanuit Tarragona rijden we lang langs de kust, dat zal mooie plaatjes opleveren, terwijl het ervoor zorgt dat de rit makkelijk te controleren gaat zijn. Dit wordt wel meteen een nieuwe strijd tussen de klassementsrenners, met wat puncheurs die hopen aan te haken. Die puncheurs zien hun kansen wel iets stijgen, want na de niet al te lastige beklimming van Begues had er eigenlijk nog een andere klim moeten volgen. Tijdens die klim zouden we alleen door een natuurgebied gaan rijden waar de varkenspest heerst, dus is die klim geschrapt. Ik had verwacht dat men dan wel ergens een vervangende klim zou vinden, maar nee, de klim is simpelweg geschrapt en er is niet voor teruggekomen, dus is deze rit korter en makkelijker geworden. Alsnog niet makkelijk, want we keren terug naar Barcelona en daar mogen we drie rondjes over de berg Montjuïc gaan rijden. Wel een net iets ander rondje dan we gewoon zijn, een net iets zwaarder rondje ook. Dat heeft vooral te maken met de strook richting de finish, na de klim richting het kasteel van Montjuïc gaan we na een korte afdaling nog eens 700 meter aan 7% omhoog naar het olympisch stadion, dat pakken we in de Ronde van Catalonië net iets anders aan en dat gaat wel echt verschil maken. Het steile laatste gedeelte van de klim naar het kasteel van Montjuïc is dan weer bekend, vooral de strook net voor de top is enorm steil en enorm zwaar. Daar zien we in de Ronde van Catalonië doorgaans de beste renners wegrijden van de rest, dit is meteen een gouden kans voor Pogacar om de rest nog maar eens alle moed te ontnemen. Waarschijnlijk wint hij de ploegentijdrit al, hij kan hier al bijna meteen de definitieve doodsteek uitdelen. Eén rondje Montjuïc was nog wel te doen geweest voor de rest, tijdens het derde rondje vliegt hij er zo van weg, als ze er tenminste werk van maken. Een Mathieu van der Poel moet hopen dat de klassementsrenners zich een beetje inhouden. Zoals altijd maken de renners de koers, tijdens de afsluitende rit in de Ronde van Catalonië hebben we de afgelopen jaren Evenepoel, Roglic en Pogacar zien winnen, maar dit jaar eindigde het dan ineens weer in een sprint die gewonnen werd door Brady Gilmore. Het hangt af van de instelling van de renners, al zorgt die extra strook van 700 meter aan 7% richting het stadion die we ieder rondje ook nog eens moeten afwerken er wel voor dat een Pogacar nog wat meer in het voordeel is. Onklopbaar, als het eindigt in een sprintje bergop. Als hij niet al eerder de benen genomen heeft. Buiten het feit dat ik in mijn leven al te vaak de Montjuïc de revue heb zien passeren is het wel een aardig begin van de Tour. Een ploegentijdrit volgens een concept dat we in ieder geval in de Tour nog niet hebben gezien, en daarna een rit met een heuvelachtig en explosief einde. Kon een heel stuk minder.
Etappe 3: Granollers - Les Angles, 195,9 km -
maandag 6 juli![55d8b]()
Het Catalaanse avontuur sluiten we af met een enigszins merkwaardige etappe. We trekken vanuit Catalonië naar het noorden, de Pyreneeën in, op weg naar Frankrijk. Ik had eerlijk gezegd verwacht dat we de kustlijn zouden volgen om er een vlakke rit van zouden maken, of dat we juist écht de Pyreneeën zouden opzoeken, maar het is een soort tussenoplossing geworden. We duiken de Pyreneeën in en er gaat geklommen moeten worden, maar veel stelt het niet voor. In het begin van de rit komen we een klimmetje tegen, hier kan een sterke kopgroep wegrijden. Het zal van die kopgroep afhangen hoe deze rit gaat verlopen, ik sluit niet uit dat we naar een etappe gaan kijken die zal eindigen in een uitgedunde sprint. Je bent wel in de bergen, maar na dat klimmetje in het begin is het heel lang vlak en dan volgt de enige serieuze klim van de dag vrij ver van de finish. De Col de Toses, waarvan we de top op een kleine 70 kilometer van de aankomst bereiken, is de enige lastige klim van de dag. Je hebt twee wegen omhoog naar deze Toses, de organisatie heeft voor de lastige variant gekozen. Heel goed, als je als ploeg zin hebt kun je op deze Toses een hoop lui overboord gooien. Daarna rijden we La Molina binnen, bekend van de Volta a Catalunya, waarna we afdalen richting de grens met Frankrijk. Eenmaal in Frankrijk volgt er een wat langere, maar niet al te lastige klim richting Font Romeu. Het gaat 11 kilometer omhoog aan 4%, in principe kunnen heel veel renners op zo'n klim overleven. Op de Toses moet het gebeuren, als er daar geen actie is ga je met een gigantisch grote groep naar de finish toe. Of het wordt voor de vluchters, dat kan ook natuurlijk. Na de Col du Calvaire, waarlijk geen calvarietocht, rijden we tot aan de finish verder over golvend terrein. We zijn in de Pyreneeën, zonder de Pyreneeën eer aan te doen. In de slotkilometers van de rit loopt de weg een tijdje vals plat omhoog, vooraleer we in de laatste twee kilometer aan 6,5% moeten klimmen. Zou een rit voor een type Van der Poel kunnen zijn, als er niet te hard wordt doorgetrokken op de Col de Toses. Het wordt sowieso een sprintje heuvelop, alle renners moeten hier wel even aan de bak, ook als er een vlucht voorop is, maar dit is echt niet de meest tot de verbeelding sprekende etappe. Vlees noch vis, men wilde geen vlakke rit, maar men wilde het ook weer niet te zwaar maken. Merkwaardig ritje, met naar ik vermoed geen al te spannend verloop.
Etappe 4: Carcassonne - Foix, 181,9 km -
dinsdag 7 juli ![6aaac]()
Van het onvermijdelijke Carcassonne (Mart Smeets heeft hier ook een pittige mening over) naar het onvermijdelijke Foix, op de eerste integrale dag in Frankrijk. Dit lijkt me eerlijk gezegd meteen een goede kans voor de vluchters, ik zie niet in welke ploeg er belang bij heeft om hier op kop te rijden. Meestal als we naar Foix gaan moeten we over de steile Mur de Peguère, dan wordt het voor de klassementsrenners ineens interessant, maar dit jaar krijgen we met een makkelijker verloop te maken. Via de Col de Montsegur naar Foix toe, geen enkele ploeg met klassementsrenners gaat zich hier druk maken. Het zou een rit zijn om je ploeg op kop te zetten voor een renner als Pedersen om hem in Foix te laten sprinten, maar die ploeg is hier vooral voor het klassement, dus krijgt Pedersen het advies om hier voor de vlucht te kiezen. Een vlucht die gezien de makkelijke aanloop van deze rit niet meteen zal ontstaan, dat kan wel even duren. Beetje een nietszeggende rit, tussen twee plaatsen die we te vaak zien in de Tour. Maar oké, een goede vluchtersrit kan de moeite waard zijn. Hopen we alleen dat er geen lolbroek van UAE weer zo'n dag heeft als Tim Wellens vorig jaar, zit je zelfs tijdens een potentiële leuke vluchtersrit alsnog naar niks te kijken. Een gouden kans om de gele trui cadeau te krijgen ook, zit je al klaar, Ben Healy?
Etappe 5: Lannemezan - Pau, 158,3 km -
woensdag 8 juli![9c154]()
Op de vijfde dag pas de eerste echte kans voor de sprinters, dat is dan wel weer opmerkelijk. Ze krijgen er hierna nog genoeg, zielig zijn ze niet, maar ze moeten dus wel even wachten op hun moment. Dit is een korte en betrekkelijk makkelijke rit, met richting het eind nog wel een paar korte klimmetjes. Dat kan deze rit heel misschien nog enigszins interessant maken, er zouden ploegen kunnen zijn die op die korte klimmetjes willen proberen om een mindere klimmer als Merlier overboord te gooien. Een van die klimmetjes volgt op 25 kilometer van het eind, het gaat daar toch even een kilometertje aan 8% omhoog. Even vol doortrekken en Merlier hangt in de touwen. Maarja, dan moet je wel je ploeg opofferen en mis je daarna misschien een mannetje aan het eind, dat is dan weer de lastige spagaat waar de ploegen zich in zullen bevinden. Goed dat de organisatie een poging heeft gedaan om een paar heuveltjes toe te voegen, al lijkt deze rit heel erg op de rit in de Tour van 2024 die ook in het immer vervelende Pau eindigde en die rit werd gewonnen door Philipsen voor Van Aert en Ackermann. Zelfs een Ackermann zat er toen dus nog bij, in principe wordt dit gewoon de eerste massasprint en in principe zal iedere sprinter aanwezig zijn. Een koninklijke sprint, in een stad die bepaald niet koninklijk is. Kots. Bah.
Etappe 6: Pau - Gavarnie-Gèdre, 186,2 km -
donderdag 9 juli![c69fa]()
In de eerste dagen van de Tour zien we al wat heuvelwerk passeren, maar op dag zes verschijnt de eerste echte bergrit. De enige fatsoenlijke Pyreneeënrit van deze Tour, en zelfs deze rit is eigenlijk niet eens fatsoenlijk. Dat begint al met de start, we maken ook dit jaar weer de klassieke fout. Een start in het onvermijdelijke Pau, ver weg van de Pyreneeën. Dat houdt zoals altijd weer in dat we beginnen met een lange en vlakke aanloop, een aanloop die ditmaal in de buurt van Bagnères-de-Bigorre wel een paar klimmetjes kent, maar als je na een kilometer of 50 pas bij de eerste van die klimmetjes aankomt is het alsnog een kutstart. In de buurt van Pau liggen er ook echt wel wat korte heuveltjes, voeg dat dan op z'n minst nog toe, weet je wel. Of ga de dag nadat je bent aangekomen in die afgrijselijke stad eens een keer ergens anders van start, snap je. Maar goed, als we de heuvelzone rond Bagnères-de-Bigorre even vergeten krijgen we weer ouderwets een vlakke aanloop van 100 kilometer voor de kiezen, waarna we enkele bergen gaan verkennen die we ontzettend goed kennen. We gaan nog maar eens over de Aspin, inspirerend. We gaan na de Aspin ook voor de 849e keer over de Tourmalet, fantastisch. Blijft natuurlijk een ontzettend zware klim, we mogen hier voor het eerst echt verwachten dat UAE een treintje aan het werk gaat zetten om Pogacar te lanceren. Hij zal er waarschijnlijk meteen een punt van willen maken, en als je dat tijdens deze rit wil doen moet je ook op de Tourmalet al gaan, daarna heb je eigenlijk geen kans meer. Na de afdaling van de Tourmalet zal er namelijk niet echt een serieuze klim meer volgen, het gaat vooral nog heel lang vals plat omhoog richting Gavarnie-Gèdre. Een kilometer of 18 aan minder dan vier procent gemiddeld, nee, als je iets wil tijdens deze rit moet je op de Tourmalet al gaan. En dan maar hopen dat je het lange stuk daarna kunt overbruggen, wat voor Pogacar normaal geen probleem zal zijn. Deze rit lijkt ontworpen om de schade te beperken, om Pogacar niet nu al een grote voorsprong te geven, maar de Sloveen kennende fietst hij nu toch gewoon een paar minuten weg van de rest. Klein gaatje op de top van de Tourmalet wellicht, om daarna in de afdaling en op de loper richting Gavarnie stelselmatig verder uit te lopen terwijl het lijkt alsof hij op weg is naar de bibliotheek om een krantje te lezen. In een wereld zonder Pogacar was dit een rit geweest waar niets was gebeurd, deze aankomst nodigt echt totaal niet uit, maarja, we leven in een andere wereld, en dus is de Tour na vandaag meteen klaar. Het idee is dat de koers lang 'spannend' blijft dankzij kleine tijdsverschillen, de realiteit is alleen nog steeds niet helemaal ingedaald bij de organisatie. Je hoeft niet met dit soort gedachten te spelen, je kunt gewoon neerleggen waar je zin in hebt, want aan het eind maakt het toch niet uit. Aangaande deze rit waren er lang geruchten dat we op een andere plek zouden finish, een eindje voorbij Gavarnie-Gèdre. De Col de Tentes passeerde zelfs de revue. Was wat mij betreft altijd onrealistisch, maar een finish in het skigebied van Gavarnie leek me wel mogelijk. Ook die optie werd het niet, we stoppen een paar kilometer eerder in het dorp Gavarnie. Doorrijden tot aan het skigebied had aan het eind in ieder geval nog voor een paar steilere kilometers gezorgd, nu houden we het op eindeloos vals plat. Pogacar laat iedereen op de Tourmalet z'n hielen zien, achter hem troept er waarschijnlijk een grote groep samen en die rijden dan gezellig met elkaar naar de finish. Een floprit, maar de koers ligt wel al in een plooi.
Etappe 7: Hagetmau - Bordeaux, 175,1 km -
vrijdag 10 juli![5d682]()
Na de eerste bergrit van de Tour volgt weer een vlakke rit, we laten de Pyreneeën verdomd snel achter ons. De Alpen worden altijd rijkelijk bezocht, zo ook dit jaar, de Pyreneeën komen er regelmatig bekaaid vanaf, zo ook nu weer. Ergens is het verrassend om deze Tour toch weer een aantal volledig vlakke ritten te zien, vorig jaar waren de vlakke ritten namelijk enorm saai. Dat zijn ze altijd, maar ze waren nog saaier dan normaal. Dusdanig saai dat niemand zin had om in de aanval te gaan, waardoor we een paar keer pas net voor het donker werd de finish haalden. Natuurlijk, je had die ene rit waarin Van der Poel en Rickaert samen in de aanval gingen, die rit was de moeite, maar alle andere vlakke ritten waren nog saaier dan ze normaal aan zijn. Dit tot grote woede van parcoursbouwer Gouvenou, in niet mis te verstane woorden liet hij aan iedereen weten dat dit gevolgen zou hebben. De vlakke ritten waren zo saai en de controle van de sprintersploegen was zo strak dat er volgend jaar misschien wel minder vlakke ritten zouden zijn. Blaffende Fransen bijten niet, blijkbaar, want er zijn dit jaar toch ook weer genoeg vlakke ritten te vinden. Onbegrijpelijk. Het was een terecht verwijt aan het peloton, voor één keer had Gouvenou volledig gelijk. Vreemd om met die terechte kritiek niets te doen, zeker niet als je zelf de sleutels in handen hebt. Het is jammer dat Gouvenou geen woord heeft gehouden, terwijl we nochtans vorig jaar hebben kunnen aanschouwen welke ritten wél leuk zijn. In de eerste week van de Tour vorig jaar zagen we meerdere heuvelritten met een aantal muurtjes aan het eind, dat waren de leukste ritten van de hele Tour. Het aantal heuvelritten deze Tour? Bijna nul. Ja, aan het begin in Barcelona heb je natuurlijk de rondjes op Montjuïc, en aan het eind gaan we in Parijs rondjes rijden in Montmartre, maar verder zijn de heuvels uit beeld verdwenen terwijl de vlakke ritten zijn gebleven. We noteren een flopshow en we delen een miljoen strafpunten uit aan de heer Gouvenou. Bedrog, van de bovenste plank. De ritten die vorig jaar leuk waren sloop je uit het parcours, de ritten waarbij je volgens je eigen woorden furieus was laat je in het parcours zitten. Dat is gek, maar misschien houdt Thierry wel van een beetje zelfkastijding, lijkt me de enige verklaring. Niet dat je in de buurt van Bordeaux een leuke heuvelrit uit kunt tekenen, maar in de omgeving van Pau had je dat wél kunnen doen, zoals we in de tweede week ook nog een keer een vlakke rit zien passeren waar we makkelijk de heuvels in hadden kunnen trekken. De woorden van een Fransoos hebben weinig waarde, blijkt maar weer. Dat is stom, ook wel teleurstellend, maar natuurlijk net zo goed enorm voorspelbaar. Deze rit is dan ook nog eens helemaal vlak, dit wordt echt zo'n rit waar niemand zin heeft om in de aanval te gaan. We gaan dus gegarandeerd sprinten en we feliciteren Tim Merlier alvast.
Etappe 8: Périgieux - Bergerac, 180,4 km -
zaterdag 11 juli![11298]()
Twee vlakke ritten achter elkaar, dat is even een flinke tegenvaller. De sprinters moeten een paar dagen wachten op hun eerste kans, maar daarna zijn ze zo'n beetje continu aan zet. Zo slecht hebben ze het niet. Wij wel. Een zaterdagrit ook nog eens. De hele wereld kan kijken, en dan geef je ze dit. Mensonterend. 0/10. De rit is ook nog eens een exacte kopie van de 10e rit van de Tour van 2017, toen we eveneens van Périgieux naar Bergerac reden. Ik overdrijf niet eens, deze rit tot op de meter gelijk, we zien ook dezelfde niet al te boeiende klimmetjes verschijnen. Nou, die voorbeschouwing van toen neem ik integraal over, zoek het maar uit met je hele handel. -100/10.
Etappe 9: Malemort - Ussel, 185,5 km -
zondag 12 juli![96078]()
We sluiten de eerste Tourweek af met een rit voor de vluchters. Op zich leuk om een rit te zien in een omgeving die minder vaak te zien is in de Tour, leuk om een klim als Suc au May weer te zien, pittig ding, maar het serieuze werk van deze rit ligt wel een beetje ver van de finish. De klassementsrenners hoeven hier weinig te doen, zoals ze deze hele eerste week relatief weinig hoeven te doen. Een tamelijk makkelijk begin van de Tour. Men waagt echt een poging om ondanks de aanwezigheid van Pogacar het zo lang mogelijk 'spannend' te houden. Een parcours ontworpen uit angst, daar zijn ze goed in. En dan zul je altijd zien dat ie toch een paar minuten pakt op de Tourmalet, haha. Zou Ronald Koeman Franse familie hebben? Uh, nouja, deze rit kan wel leuk zijn, er zal in ieder geval een felle strijd zijn om in de vlucht van de dag terecht te komen. Het begin van de etappe is geaccidenteerd, al kom je niet veel verder dan een paar klimmetjes van een aantal kilometer aan 4%, maar toch, het biedt de gelegenheid om een vlucht te laten ontstaan met daarin enkele leuke namen. Voor een Van der Poel is dit wel een dag die hij mag aanstippen, mocht hij ooit op de hoogte worden gebracht van het bestaan van een routeboek. In zekere zin kent deze rit een gek verloop, in de slotfase van de rit wordt het eigenlijk steeds makkelijker. Het zwaartepunt van de rit ligt in het midden, met de Côte de Naves, de lastige Suc au May en daarna de Côte de la Croix du Pey. Hier moeten de betere klimmers onder de vluchters het verschil maken, hier moet de fuga de la fuga ontstaan. Op de top van de Croix du Pey is het nog meer dan 50 kilometer fietsen tot de finish, in het restant van de rit kan het nog alle kanten op. Er kunnen geloste renners terugkomen, er kunnen tactische steekspelletjes ontstaan, deze rit kan zomaar tot aan het bittere eind heel spannend blijven. Dat gaat het wel kijkwaardig maken, gezien het aard van dit parcours heb ik niet het idee dat het hier al vroeg beslist gaat zijn. Een tactische finale, dat is ons wel een keer gegund. In de slotfase van de rit gaat het nog een keer een kilometer aan 7% omhoog en er komt nog een keer een klimmetje van twee kilometer aan 5% voorbij, maar het echte klimwerk ligt al vroeg achter ons. Als er een grote vluchtgroep weg is moet je vooral tactisch gezien goed je moment gaan kiezen, hier wint een tactisch genie en geen dommekracht. Dat is het leuke gedeelte van de rit, het minder leuke gedeelte is dat de klassementsrenners de week afsluiten met een extra snipperdag. De klassementsrenners bollen heel rustig op een minuut of 10 binnen, gek om in het weekend geen enkele rit voor het klassement neer te leggen. Nouja, deze rit is in ieder geval een stuk beter te behappen dan de vlakke rit op zaterdag. De rit naar Ussel wordt kijkwaardig, al is het voor een Tourweekend alles bij elkaar te mager.
- rustdag -
Etappe 10: Aurillac - Le Lioran, 166,6 km -
dinsdag 14 juli![afe2a]()
Na de rustdag volgt een lastige rit, een rit die een bekend patroon volgt. We keren terug naar Le Lioran, een van de laatste plaatsen op aarde waar Pogacar nog eens verslagen werd. Dat is een typisch Tourdingetje, we keren terug naar de locaties waar Pogacar geklopt werd. Pogacar is daardoor altijd dusdanig gemotiveerd dat hij dan iedereen op minuten rijdt, zoals we vorig jaar zagen op Hautacam en in Combloux tijdens de Dauphine. In 2024, dus amper twee jaar geleden, ging Pogacar tijdens de rit naar Le Lioran vroeg in de aanval en alles wees op een lange solo, maar Vingegaard wist terug te keren. Pogacar ging warempel een keer te vroeg, een godsmirakel. In de sprint daarna wist Vingegaard zowaar Pogacar te vloeren, historische beelden. Nouja, dan weten jullie al wat er nu gaat gebeuren. Dit gaat een rit voor de klassementsrenners zijn, zeker omdat het hierna wel even duurt voor er weer een interessante rit volgt. UAE gaat controleren en Pogacar gaat iedereen hier een draai om de oren geven. Het gedrocht is zo eergevoelig dat iedere nederlaag die hij ooit heeft geleden weggepoetst moet worden op een ongeziene manier. Gelukkig zijn er niet veel plaatsen meer over waar hij ooit een pandoering kreeg, al verwacht ik wel dat we vroeg of laat nog een keer terugkeren naar de Granon. Kutstart van deze rit overigens, vanuit Aurillac kun je allerlei klimmetjes bezoeken maar we kiezen voor een vlakke aanloop. Er liggen in de buurt van Aurillac enkele heerlijke muurtjes, die ook weer perfect aansluiten op enkele andere beklimmingen in de omgeving, maar we nemen een omweg waardoor we in de eerste 60 kilometer van deze etappe overwegend met vlakke wegen te maken krijgen. Helemaal vlak is het in het Centraal Massief nooit, maar heel denderend is het niet. Maakt verder uiteindelijk weinig uit, ik denk dat iedereen er wel vanuit gaat dat dit een rit voor Pogacar gaat worden. Na een kilometer of 60 komt deze rit wel mooi op gang, we gaan dan ook enkele beklimmingen zien die we niet zo vaak zien. Dat vind ik dan wel weer positief, een keer andere wegen om te beschrijven. Zo hebben we Prat de Bouc sinds 2011 niet meer gezien, en zelfs toen reden we langs de andere kant van de klim omhoog. Variatie, goed! Het enige nadeel aan de variatie is dat deze rit wel een stuk makkelijker is dan de etappe in 2024, zo slaan we tijdens deze rit de enorm steile Neronne over en is de kant van de Puy Mary die we nu gaan bedwingen minder lastig. Het zal voor de renners wachten zijn op de Pertus om echt het verschil te maken. Voorbij de top van Puy Mary is de finale gelijk aan die van de etappe in 2024, de variatie wordt spontaan weer overboord gegooid. Bijzondere gedachtenkronkel, als je het mij vraagt. Die rit in 2024 was spannend en fantastisch en geweldig (puur en alleen omdat Pogacar op een warempel wat mindere dag enigszins overmoedig was), laten we de minder lastige finale van die rit laten terugkeren en het zware deel ervoor waar Pogacar aanviel laten schieten, zo creëren we nu exact hetzelfde scenario! Al kan ie nu nog steeds vlak voor de top van Puy Mary aanvallen. De laatste kilometer voor de top is nog steeds lastig, al valt alles ervoor nogal mee. Een beetje een slap aftreksel van 2024, waarbij ik het sowieso onzinnig vind om twee jaar later naar dezelfde plek terug te keren. Op gramschap gaat Pogacar hier een showtje weggeven, zijn fragiele ego moet weer opgepoetst worden. De Fransen zullen op een ander scenario hopen, het is namelijk 14 juli. Dan weet je meteen één ding zeker: er gaat geen Fransoos winnen. De hoop zal gevestigd zijn op de vlucht, of anders op Paul Seixas. Maarja, tegen Pogacar, ga er maar aanstaan. Jammer dat we zo snel weer naar Le Lioran gaan, maar gezien de dagen hierna moeten we nog blij zijn ook met deze rit vol beklimmingen en hoogtemeters. De klassementsrenners zijn aan zet, maar de komende dagen niet meer.
Etappe 11: Vichy - Nevers, 161,3 -
woensdag 15 juli![76dd7]()
Ja, nee, ja. De organisatie heeft aan het eind in de omgeving van Nevers een lusje ingebouwd in de hoop dat het gaat waaien en dat er dan dus waaiers zullen ontstaan omdat we iedere windrichting opzoeken, maar nee, dat werkt in de praktijk nooit, dus gaan we hier sprinten. U hoeft niet thuis te blijven.
Etappe 12: Magny-Cours - Chalon-sur-Saône, 179,1 km -
donderdag 16 juli![413dc]()
Nooit meer dan twee dagen achter elkaar een sprintrit, maar deze Tour krijgen we wel twee keer een blok van twee sprintritten achter elkaar. Echt vreselijk matig, ik kan geen ander oordeel vellen. Deze rit wordt ook weer duizend procent een sprint, ondanks wat kleine heuveltjes onderweg. We hadden hier mooi door de morvan kunnen rijden om enkele serieuze heuvels mee te pakken en daardoor wat meer scenario's te bieden aan de coureurs, maar nee, de zielige sprinters krijgen wederom een sprint in de schoot geworpen. SAD.
Etappe 13: Dole - Belfort, 205,8 km -
vrijdag 17 juli![bf2e6]()
De enige rit van deze Tour boven de 200 kilometer. Mensonterende trend nog steeds. In een grote ronde heb je nog altijd een paar lange en zware ritten nodig, het is nu eenmaal een sport waarbij je uithoudingsvermogen ook aangesproken dient te worden. Zeker in deze tijden, zou ik zeggen. Er is een soort van gekke tegenstelling: aan de ene kant wordt de sport zogezegd steeds professioneler, er is betere kennis als het gaat over voeding, training, herstel, noem het allemaal maar op. Renners rijden steeds harder en kunnen in theorie dus ook steeds meer aan. In de praktijk zien we alleen dat ze minder kilometers hoeven af te werken, parcoursen worden steeds korter en bergritten zijn over het algemeen minder zwaar dan ze ooit waren. De renners zijn nu beter dan ooit, maar worden minder uitgedaagd. Heeft iets tegenstrijdigs, de trend om de lengte van de gemiddelde rit steeds korter te maken mag wat mij betreft alleen al daarom stoppen. Nu ik dit punt heb gemaakt kunnen we verder met het beschouwen van deze rit, een beetje een gekke rit. Atypisch, zou ik durven te zeggen. Een lange vlakke aanloop en dan serieus klimwerk aan het eind. Op basis van het eerste deel van de rit denk je aan een nieuwe kans voor de sprinters, maar op basis van het klimwerk aan het eind lijkt het uiteindelijk uit te draaien op een dag voor de vluchters. In de finale van deze rit betreden we voorzichtig de Vogezen, waar we de Ballon d'Alsace moeten bedwingen. Een klim die ook tijdens de volgende rit de revue zal passeren, twee dagen op rij deze klim van negen kilometer aan 7%, een klim die vrij gelijkmatig omhoog zal lopen. Negen kilometer aan 7%, zonder steilere kilometers tussendoor, klinkt niet echt als een klim voor de klassementsrenners om oorlog te maken. Zij nemen nog een extra snipperdag, de derde op rij. Nee, dit wordt voor de vlucht. En vanuit die vlucht kan het op de klim van de Ballon d'Alsace gebeuren, maar natuurlijk ook in de afdaling. Een behoorlijk bochtige afdaling, ik eis dat Izagirre en Aranburu hier in de vlucht van de dag zitten. Na de afdaling is het evenwel nog 15 kilometer fietsen tot de finish, zo goed als vlakke kilometers. Na de klim en na de afdaling kun je als het nodig is nog een achtervolging op poten zetten. Een experimentele etappe, zo'n rit zie je eigenlijk nooit in de Tour, of mijn geheugen laat me in de steek. Kan een leuk experiment worden, maar gezien de vlakke aanloop kun je hier ook een flopgroepje weg zien rijden en dan wint er een nobuddie de rit. Het kan hier in ieder geval alle kanten op, dat is al heel wat. Door de toevoeging van Ballon d'Alsace hebben we in ieder geval niet drie vlakke ritten op rij, daar moeten we onszelf dan maar gelukkig mee prijzen. Alsnog heb je het idee dat ze iets meer met deze etappe hadden kunnen doen, maar dat idee heb ik haast iedere rit.
Knipoogje naar Pinot.
Etappe 14: Mulhouse - Le Markstein, 155,3 km -
zaterdag 18 juli![2c309]()
We moeten er een eeuwigheid op wachten, maar eindelijk een fatsoenlijke rit. We zijn nu definitief in de Vogezen en hier mag stevig geklommen gaan worden. Het is een tamelijk korte rit, te kort wellicht, maar verder heb ik weinig op deze etappe aan te merken. Een positief punt is dat we vrij snel gaan beginnen met klimmen, na de start in Mulhouse hoeven de renners maar een stuk of 15 vlakke kilometers te overleven voor de eerste klim begint, dat is te overzien. Een extra slimmigheidje van de organisatie is dat men de tussensprint vroeg op de dag heeft gelegd, hierdoor krijgen we in de eerste kilometers waarschijnlijk te maken met sprintersploegen die de boel controleren om hun sprinters punten te laten pakken bij de tussensprint. Een kilometer of twee na de tussensprint beginnen we aan de beklimming van de Grand Ballon, het gevecht om in de vlucht van de dag terecht te komen gaat waarschijnlijk dus pas beginnen op de klim en dat is goed nieuws. Soms pakt de organisatie ook wel een keer iets goed aan, dat geven we dan ook gewoon toe. De beklimming van de Grand Ballon is lang, het duurt meer dan 20 kilometer voor we de top bereiken, al zit er wel een stukje in dalende lijn tussendoor. Alsnog, dit geeft het peloton absoluut de kans om er een mooie strijd van te maken. Van deze beginfase verwacht ik het een en ander, dit is een rit die je absoluut integraal wil zien. Een weekendrit, dat is natuurlijk helemaal lekker. Voorbij de Grand Ballon rijden we alvast naar de finish in Le Markstein, waarna er een afdaling volgt en daarna volgt er een wat makkelijkere klim. Op de Col du Page zal de rit tot rust komen, maar goed, na de leuke start mag dat ook wel, we kunnen niet de hele dag koers verwachten. Voorbij de Col du Page gaat het bijna meteen weer omhoog, dat is ook een positief punt van deze rit. Het gaat omhoog of omlaag, de stroken in de vallei zijn te overzien. Na de afdaling gaan we voor de tweede dag op rij op dezelfde manier de Ballon d'Alsace bedwingen, tegen die tijd zal de klim weinig geheimen kennen voor de renners en voor de kijkers. Niet de allerzwaarste klim, een bijzonder gelijkmatige klim ook nog eens, maar toch, wie weet. De kans lijkt me groot dat we na de aanvangsfase van deze rit voor nieuw spektakel moeten wachten op de laatste klim, maar dromen van meer mag altijd. Na de afdaling van de Ballon d'Alsace rijden we een stukje door de vallei om daarna de ongecategoriseerde en niet al te lastige Col du Hundsruck mee te pakken, waarna we na een nieuw stukje in de vallei gaan beginnen aan een van de leukste toevoegingen aan het Tourparcours in jaren. Een klim waar iedereen al jaren om riep gaat eindelijk debuteren in de Tour, met dank aan de lokale autoriteiten. We gaan eindelijk de Col du Haag in actie zien, een buitengewoon lastige klim. De weg was hier niet echt Tourwaardig, maar er ligt nu een nieuw laagje asfalt en dus zijn we klaar om te knallen. Meerdere kilometers zo rond de 10%, na een week waarin de renners weinig kansen hebben gehad om elkaar te bestoken gaan we hier eindelijk weer eens een gevecht zien. Dat is de hoopvolle versie, de minder hoopvolle versie is dat UAE hier voor het eerst in dagen de kans krijgt om Pogacar richting de zege te lanceren. Desondanks, blij met deze toevoeging. En op zich een redelijk goed ontwerp, na de top van de Col du Haag is het nog zes kilometer fietsen tot de finish over glooiende wegen, wat de renners extra zal motiveren om het verschil te maken op de Col du Haag. Het was misschien nog beter geweest om de Col du Haag iets verder van de finish te plaatsen en erna nog een andere misschien wat minder lastige klim toe te voegen, maar goed, de lokale overheid heeft geld geïnvesteerd in het asfalteren van deze weg en dus krijgt de Col du Haag een prominente rol in de finale van deze rit. Al bij al, voor Tourbegrippen, prima rit.
Etappe 15: Champagnole - Plateau de Solaison, 183,9 km -
zondag 19 juli![7345e]()
We sluiten de tweede week af met nog een bergrit. We hebben er lang op moeten wachten, maar nu komt de Tour echt op gang. Of, nouja, nu krijgt Pogacar de kans om ervoor te zorgen dat wij de uitknop van de afstandsbediening dagelijks bedienen. De Tour houdt tegenwoordig helaas van korte ritten, voor hedendaagse begrippen is dit zowaar een lange rit. Een rit met bijna 4000 hoogtemeters, net als de vorige rit. Twee zware dagen achter elkaar, dat moet dan toch het een en ander aan vuurwerk opleveren. Deze rit begint wel een stuk makkelijker, vanuit Champagnole rijden we eerst een tijd door de
Jura over wegen die wel omhoog zullen lopen, maar zonder dat we stevige percentages tegenkomen. Kan wel even duren voor de vlucht hier vertrokken is. Op de Côte des Rousses moet dat dan maar gebeuren, al is dat ook maar een loper van een aantal kilometer aan 5%. Hierna verlaten we de
Jura en gaan we de Alpen opzoeken, waar wel serieus klimwerk op de renners wacht. In het tweede deel van deze rit kunnen we er absoluut eens goed voor gaan zitten. Je moet even 120 kilometer aan niet al te interessant werk overleven, voor we in de buurt van Genève een bijzonder aangename debutant gaan zien. Eindelijk, eindelijk, eindelijk gaan we de Col de la Croisette in actie zien, en dan nog eens van de steilste kant ook. Dit wordt leuk, het gaat meer dan vier kilometer aan 11% omhoog naar de top van deze Croisette, bijzonder dat men deze voor de hand liggende knaller zo lang heeft genegeerd. De organisatie gebruikt ook wel de naam Le Salève, al vind ik dat net niet terecht. Op de top van de Croisette kun je afslaan om verder door te rijden naar de top van Mont Salève, maar we gaan hier juist rechtdoor om meteen weer af te dalen zonder het hoogste punt van La Salève te bereiken. Maakt verder niet uit, dat had nog een paar vals platte kilometers opgeleverd, meteen dalen is de slimmere zet. Le Salève hebben we in de Dauphiné enkele jaren geleden wel een keer gezien, van een minder lastige kant, in de Tour worden we nu getrakteerd op deze fenomenale muur die je eerder in Spanje verwacht. Een uitstekende toevoeging aan het parcours, tussen al mijn kritiek klap ik nu een keer in mijn handen voor Gouvenou. Een paar keer per jaar heeft hij een goede ingeving, dit is er zo eentje. Al lag het voor de hand dat deze klim een keer moest debuteren, je moet het toch maar doen. Na de afdaling van de loodzware Croisette gaat het meteen nog eens twee kilometer aan 8% omhoog, als we eenmaal het eerste deel van deze rit achter de rug hebben wordt dit toch echt de moeite waard. Vanwege deze zware beklimmingen ga ik er eigenlijk wel vanuit dat dit een dag voor de klassementsrenners wordt, al is het maar omdat ze zo lang hebben moeten wachten op de serieuze bergritten. Kan natuurlijk een dag voor de vlucht zijn als Pogacar al een kwartier voorsprong heeft en verzadigd is na vijf ritzeges, maar verzadigd is hij niet snel. De combinatie van deze twee beklimmingen biedt perspectief dat we vroeg koers gaan zien, al komt er hierna wel nog een zware slotklim aan, het kan zomaar dat de renners wachten op die slotklim. Het stuk in de vallei na de top van de Côte du Mont en de voet van de slotklim naar Plateau de Solaison helpt vast ook niet mee, de renners moeten een kilometer of 20 zien te overbruggen voor de laatste klim van de dag begint. In de laatste 11 kilometer van deze rit moet er aan 9% geklommen worden naar de top van Plateau de Solaison, een Tourdebutant. Ondanks het feit dat we deze zware slotklim nog nooit in de Tour hebben gezien is het toch een bekende klim, een paar weken geleden werd de klim nog gebruikt als aankomst tijdens de laatste rit van de Dauphiné. Isaac del Toro liet toen zien dat je hier grote verschillen kunt maken, hij reed de tegenstand op een hoop. Dat zal Pogacar in de overtreffende trap doen. Bijzonder om deze klim kort achter elkaar twee keer te zien, vooral omdat het niet echt een bijzondere klim is. Het is een zware klim, maar je komt niet echt uit op een speciale plek. Het is vooral gewoon heel zwaar, zwaar genoeg om de Tour in een plooi te leggen, voor zover dat niet al lang en breed is gebeurd. Al bij al een prima weekend, met twee behoorlijk fraaie ritten achter elkaar, jammer dat er eentje meedoet die het minder mooi gaat maken.
- rustdag -
Etappe 16: Évian-les-Bains -Thonon-les-Bains, 26,1 km (ITT) -
dinsdag 21 juli![e8ad8]()
We beginnen de laatste week met de enige individuele tijdrit van de Tour. Een typische tijdrit voor dit huidige Tourtijdperk, zou ik zeggen. De tijdrit is niet te lang, lange tijdritten zijn immers eng. Je mag 'm zelfs kort noemen, vroeger hadden ze gelachen om een tijdrit van 26 kilometer. Het is ook weer eens geen vlakke tijdrit, de laatste jaren is haast iedere Tourtijdrit voorzien van het nodige klimwerk. Zo ook nu, we beginnen in Évian-les-Bains aan het Meer van Genève. Vanuit Évian-les-Bains trekken we het binnenland in en dat levert meteen een klim op, direct vanuit de start gaat het 9,7 kilometer aan 4,3% omhoog naar Larringes. Geen klim van de buitencategorie, maar dit is toch wel meteen vrij pittig. Een halve klimtijdrit, min of meer. Na deze klim volgt er een afdaling terug naar het Meer van Genève, waar we uitkomen in Thonon-les-Bains. In deze finishplaats wacht er een extra lusje op de renners, om nog wat vlakke meters toe te voegen aan het geheel. Een stuk of acht vrij vlakke kilometers aan het eind, in de 18 kilometer ervoor gaat het omhoog danwel omlaag. Geen tijdrit voor de echte specialisten, voor zover echte specialisten nog bestaan. De betere klassementsrenners zijn tegenwoordig ook de beste tijdrijders, vooral in een grote ronde. Dit is een tijdrit waar je alle favorieten voor de gele trui vooraan verwacht, dit wordt simpelweg een 'strijd' tussen Pogacar, Vingegaard, Seixas en Evenepoel. Tussen haakjes, want Pogacar rijdt hier twee minuten weg van de rest. De Ganna's van deze wereld verliezen hier nog veel meer tijd. De klassieke tijdrijders hebben het zwaarder dan de sprinters, maar daar hoor je dan weer nooit iemand over. Ik had hier liever een volledig vlakke tijdrit gezien, dat geeft de burger net iets meer moed dat het een keer lukt om Pogacar niet te laten winnen. Dit is nu een gratis ritzege voor hem, thanks ASO.
Etappe 17: Chambéry - Voiron, 174,7 km -
woensdag 22 juli![e7e70]()
Dit is wel weer typisch zo'n rit waarvan ik me afvraag: wat is nou precies jullie probleem, ASO? We gaan van start in Chambéry, midden tussen de bergen in. Van Chambéry rijden we naar Aix-les-Bains en vanuit Aix-les-Bains kun je beginnen aan Mont Revard, een klim van 18 kilometer aan 6,5%. Dat had een leuk begin van je rit opgeleverd, vooral als het blijkbaar een plan is om vanuit Aix-les-Bains weer terug te rijden naar Chambéry, want de afdaling van Mont Revard eindigt in Chambéry. Dit schot voor open doel laten we liggen, in plaats daarvan nemen we een langere lus, een omweg, om alsnog van Aix-les-Bains terug naar Chambéry te rijden. Deze lus bevat ook het een en ander aan klimwerk, maar dan klimwerk dat beduidend minder lastig is. Het kan alsnog wel een interessante aanvangsfase worden, richting het eind van de Tour zou dit weer zo'n rit kunnen zijn waarin iedereen plaats wil nemen in de vlucht. Op papier lijkt dit een kans voor de sprinters, de praktijk leert ons de laatste jaren dat de wat vlakkere ritten in de laatste ritten vaak naar de vlucht gaan omdat enkele sprinters al naar huis zijn en de ploegen van de overgebleven sprinters niet meer op volle sterkte zijn. Met deze alsnog bepaald niet vlakke aanvangsfase kan er hier zomaar een grote en sterke kopgroep wegrijden waardoor de sprinters het nakijken hebben. Buitengewoon lastig is het niet, maar in de eerste 50 kilometer van de rit loopt de weg toch vooral omhoog, met tussendoor een paar klimmetjes van enkele kilometer aan 5% en een wat lastigere klim van drie kilometer aan bijna 7%. Geen sinecure om dat te controleren, als sprintersploeg. Het kan, maar dan moeten er nog genoeg sprinters in koers zijn, met genoeg knechten tot hun beschikking. Anders wordt dit een vluchtersdag. Dat deze rit meerdere kanten op kan maakt het dan nog wel interessant, mijn brein kan het alleen niet aan dat je deze route kiest om van Chambéry naar Aix-les-Bains te rijden en weer terug. Eenmaal terug in Chambéry wordt de route een stuk makkelijker, zoals ieder jaar zien we ook nu weer een rit in de Alpen waar we er alles aan doen om de Alpen zoveel mogelijk te negeren. De hele dag van de ene vallei naar de andere, in het tweede deel van deze rit hebben de sprintersploegen alsnog genoeg tijd om een vlucht terug te halen. Het kan vriezen, het kan dooien. We eindigen in Voiron, een plaatsje dat we vorig jaar ook al in de Vuelta zagen. Hoogtijdagen in dit gat, waar we voorheen nog nooit waren geweest. De finish daar is niet helemaal vlak, maar zoals we vorig jaar in de Vuelta konden zien is het ook weer geen al te lastige aankomst. Al is de aankomst net niet helemaal identiek, maar wel zo ongeveer. In ieder geval, als het uiteindelijk uitdraait op een sprint is iedereen er gewoon bij, aan het eind wordt niemand gelost. Maar het hangt dus allemaal af van die aanvangsfase, daar wordt de rit beslist. Spannend!
Etappe 18: Voiron - Orcières-Merlette, 185,2 km -
donderdag 23 juli![970be]()
Dit is met afstand de rit van deze Tour die mij het meest verdrietig maakt. We keren terug naar Orcières-Merlette, een plek waar je eigenlijk nooit meer naartoe had moeten gaan, of in ieder geval niet op deze manier. In 2020 kwamen we voor het laatst aan in Orcières-Merlette, op de vierde dag van die Tour. In een rit die enorm lijkt op deze rit reden we met een grote groep naar de slotklim toe, er was op voorhand bijna geen terrein om het verschil te maken. Maar ook op de slotklim zelf is er amper terrein om het verschil te maken, het is een loper van jewelste. Al doe je nog zo je best, op deze klim van 10 kilometer aan 6% (7 kilometer aan 7% volgens de organisatie) kun je niemand uit het wiel rijden. Je komt een strook van twee kilometer tegen waar het iets lastiger is, maar verder gaat het eigenlijk steeds zo rond de 6% omhoog en op dat soort stroken kun je moeilijk de tegenstand lossen. We zijn nu wel zes jaar verder ten opzichte van 2020, dus wellicht lukt het Pogacar nu zelfs om renners op zo'n loper weg te knallen, maar dan moet je al een plan gaan smeden alsof dit de Cipressa is. En met twee zware bergritten in de dagen hierna denk ik niet dat zoiets voor de hand ligt. Nee, dit wordt eerder hetzelfde als in 2020, namelijk, een groepssprint bergop. In 2020 gingen we in Orcières-Merlette met liefst 16 renners sprinten, drie andere renners bleven ook nog binnen 10 seconden van de winnaar. Zo'n klim is het dus, een eindeloze loper. De sprint in 2020 werd gewonnen door Roglic, in een Tour die de zijne leek te worden. Tadej Pogacar werd tweede, de organisatie is er weer in geslaagd een plaats te vinden waar hij ooit
niet won. Wellicht zal dat hem motiveren om van deze rit een punt te maken, maar ik heb eerder het idee dat dit een dag voor de vluchters wordt en dat de klassementsrenners samen over de streep komen zonder überhaupt een demarrage te plaatsen. Deze rit vind ik een totale weggooier, nog meer dan de vorige rit. Dit is qua ontwerp oprecht een 0/10, iedereen die hier iets positiefs in ziet verklaar ik voor gek. Je had deze rit nog iets meer de moeite waard kunnen maken door voorafgaand aan de slotklim enig serieus klimwerk toe te voegen, zo valt bijvoorbeeld de nog nooit gebruikte Col de Moissière heel goed te combineren met een aankomst in Orcières-Merlette. Dan hadden we wel een kleine omweg moeten nemen, maar dat had deze rit net iets meer de moeite waard gemaakt. Gezien de route die we nu volgen hadden we dan weer zonder ver om te rijden de klim richting het skigebied van Chaillol 1600 kunnen toevoegen. Dan had je als voorafje kort voor de slotklim een beklimming van acht kilometer aan 7% gehad. Wordt het niet eens de beste rit ooit, maar dan komt het in ieder geval in de buurt van een serieuze rit. Waar ze nu voor hebben gekozen is gewoon echt helemaal niks. Een belediging voor iedere liefhebber. Ik denk nu spontaan aan de rit naar Megève in de Tour van 2022, waar Magnus Cort vanuit de vlucht Nick Schultz klopte. Aan zo'n scenario moet je nu ook denken, de rit is dusdanig eenvoudig dat er een kopgroep weg kan rijden zonder veel goede klimmers. De slotklim is het tegenovergestelde van indrukwekkend, dus een relatief matige klimmer kan zomaar een 'bergrit' winnen in de Tour. Goed werk, ASO, klasse. En dan ook nog een start vanuit Voiron, na een finish. Wordt geen sinecure om van deze drol een taart te maken. Had ik al 0/10 gezegd? 0/10. Een unipuerto verdient altijd een onvoldoende, maar aan het eind volgt hier niet eens een heerlijke Spaanse muur, nee, hier volgt helemaal niets. -10/10.
Etappe 19: Gap - Alpe d'Huez, 127,9 km -
vrijdag 24 juli![5575d]()
Na een enorme kutrit krijgen we aan het eind van de Tour te maken met twee serieuze bergritten in de Alpen. De Alpen spelen weer een zeer grote rol deze Tour, het lijkt wel of we daar ieder jaar meer tijd besteden. In principe zijn er genoeg bergen om te bezoeken in de Alpen, dat maakt het wel ietwat vreemd dat we tijdens de laatste twee serieuze ritten van deze Tour twee keer naar Alpe d'Huez gaan. De voorlaatste bergrit is de kortste van de twee, tijdens deze rit beklimmen we Alpe d'Huez op de klassieke manier. Voor we Alpe d'Huez bereiken moet er alleen in dit geval wel stevig geklommen worden. De rit gaat van start in het onvermijdelijke gap, waar we op een heerlijke manier beginnen. Direct vanuit de start gaat het op een zeer lastige manier omhoog, we beginnen vanuit het vertrek aan de Col Bayard en dat levert bijna vijf kilometer aan 7% op. Voor de rit mogen de renners alvast plaatsnemen op de rollen, je wil goed warmgedraaid aan deze korte en explosieve rit beginnen. Direct na de Col Bayard volgt de buitengewoon fraaie Col du Noyer, een klim van zeven kilometer aan 8%. De combinatie van Bayard en Noyer kennen we van de Tour van 2024, toen we naar Superdévoluy gingen. Dat leverde toen een ritwinst op voor Carapaz, terwijl de klassementsrenners zich nog redelijk inhielden. Op de Noyer werden er wel wat mooie plaatjes geschoten, dat gaat nu ook gebeuren. De klim kan een grote rol spelen, hier is het dusdanig lastig dat je als klassementsrenner al eens kunt proberen om de knuppel in het hoenderhok te gooien en te kijken of er iemand een slechte dag heeft. Het zal echt vooral interessant worden met het oog op de vorming van de vlucht, er kan hier een sterke kopgroep ontstaan. Misschien met wat satellietrenners erbij, mocht dat tegen deze tijd nog relevant zijn. Na de fantastische combinatie van Bayard en Noyer, iedere bergrit zou op zo'n manier moeten beginnen, rot op met je vlakke aanlopen, valt de rit wil een beetje stil. Na de Noyer rijden we een eeuwigheid door de vallei, waarna we een kilometer of 50 later de voet van de niet al te interessante Ornon bereiken. Hier moet het meteen in het begin gebeuren, daarna wordt dit best een lange tijd een saaie rit. Wachten op de slotklim, waar waarschijnlijk weer geschiedenis geschreven gaat worden. Een korte en niet al te lastige rit, met één groot doel. Het is de bedoeling dat Tadej Pogacar hier het klimrecord van Marco Pantani op Alpe d'Huez uit de boeken gaat rijden. Met zo'n korte rit en na het explosieve begin ook nog eens een relatief makkelijk verloop is het de verwachting dat er weer een onbreekbaar record gaat sneuvelen. Zoals vorig jaar het record van Iban Mayo op de Ventoux viel, zo moet Pantani er nu aan gaan geloven. Niet de bedoeling, maar de organisatie doet er alles aan om het wel te bewerkstelligen. Alsof we over een paar jaar niet besmuikt moeten lachen als we de klimtijden van Pogacar zien verschijnen, maar goed, een zorg voor later, blijkbaar. Deze rit kan heel leuk worden als er meteen een paar jongens alles of niets willen spelen in het begin van de rit, daarna is het wachten op de slotklim op de onvermijdelijke Alpe d'Huez. Dit jaar dubbel onvermijdelijk.
Etappe 20: Le Bourg d'Oisans - Alpe d'Huez, 170,9 km -
zaterdag 25 juli![a780c]()
Op de voorlaatste dag van deze Tour volgt de zwaarste bergrit van de hele ronde. Een bergrit van 170 kilometer met daarin bijna 5500 hoogtemeters, dat is straffe kost. De Tour houdt er nogal van om alles steeds makkelijker te maken, dit is ouderwets zwaar. In principe klopt de volgorde van de bergritten niet, het is eigenlijk heel gek om je afsluitende ritten in de bergen te laten beginnen met de korte en wat makkelijkere, om er daarna een lange en zware in te knallen. Dat zou je idealiter andersom doen, al geldt deze logica niet meer helemaal in het tijdperk Pogacar. Je zou de volledige Tour kunnen blokkeren door deze rit op de voorlaatste dag in te plannen, in de Giro hebben we de afgelopen jaren met enige regelmaat gezien dat de renners zich drie weken inhielden om vervolgens pas op de voorlaatste dag tijdens de zwaarste bergrit alles te geven. In de Tour zal dat een ander verhaal zijn, Pogacar zal iedere bergrit aangrijpen om de concurrentie een paar minuten aan de broek te smeren. In theorie klopt de indeling van de organisatie voor geen meter, in de praktijk zal het weinig uitmaken. Eigenlijk is dit een ontzettend slecht ontworpen Tour, de vraag die anno 2026 gesteld moet worden is of het ook maar iets uitmaakt. We hebben het in San Remo nog kunnen zien, Pogacar zou deze Tour zelfs winnen als je geen enkele bergrit neerleg, of als iedere rit een bergrit zou zijn, het maakt niet uit. Als we even vergeten dat dit de voorlaatste dag is en als we even vergeten dat er een kannibaal aan het vertrek staat zou je zomaar kunnen denken dat dit een fantastische etappe is. We gaan van start in Le Bourg d'Oisans, aan de voet van Alpe d'Huez. Door de vallei rijden we richting een echte klassieker, we gaan weer eens over de Croix de Fer. Binnen een paar kilometer beginnen we aan een klim van 24 kilometer, dat is fantastisch. Hier kunnen we leuke koers te zien krijgen, strijd vanuit het vertrek. Na de Croix de Fer volgt er een lange afdaling, een stevig stuk door de vallei en dan gaan we beginnen aan de volgende klassieker, de Galibier. Daar hoef ik verder geen tekening bij te maken, denk ik. De laatste keer dat we langs deze kant over de Galibier reden kregen ze het bij Visma voor elkaar om Pogacar door continue aanvallen van Vingegaard en Roglic helemaal gek te maken. Zal nu lastiger worden, maar het is in ieder geval duidelijk dat er op de Galibier gekoerst kan worden. Na een buitengewoon lange afdaling rijden we weer terug richting Bourg d'Oisans, al bereiken we deze stad niet. We gaan dan wel naar Alpe d'Huez, maar niet op de traditionele manier. Nee, die manier hebben we een dag eerder al afgevinkt. We kiezen nu voor de variatie, zowaar een keer leuke variatie. Via de Col de Sarenne omhoog naar Alpe d'Huez, dat is dan weer creativiteit waar ik graag een pluspunt voor uitdeel. In isolement is dit een prima rit. De Sarenne is lastig, en het is een klim die de renners niet zo goed kennen. Een wat smaller weggetje omhoog, met flink wat steile stroken. Als we boven zijn is de finish nog niet in beeld, na een kort stukje afdalen volgen er een paar kilometer waarin het wat meer vals plat omhoog gaat, na een nieuw stukje in dalende lijn komen we dan uit in de buurt van Alpe d'Huez, het dorp. Eenmaal in het dorp werken we in de laatste vier kilometer de traditionele weg af naar de finish. Het is lastig om het verschil nog te maken in die laatste kilometers, dus door deze opbouw nodig je de renners uit om al op de Sarenne oorlog te maken. Verder van de finish koers, is natuurlijk het idee. Zou zonder een dominante factor nog goed werken ook. Leuk bedacht, alleen vind ik het nog steeds niet handig om deze rit op de voorlaatste dag in te plannen. En twee dagen achter elkaar een finish op dezelfde plek, ook al is de aanloop dan anders, blijft in een groot land als Frankrijk toch gek. Er zijn meer bergen dan ONZE berg. Al is het ook wel weer te verklaren. De organisatie wilde graag de Sarenne een keer zien, de mensen in Bourg d'Oisans en op Alpe d'Huez willen vanwege de herkenbaarheid graag de traditionele weg omhoog. Compromis: dan doen we het toch lekker allebei! Wel even afwachten of het feest doorgaat, er zijn wat lokale milieugroepen die liever niet zien dat de Sarenne bedwongen wordt. De natuur zelf lijkt er ook niet erg happig op te zijn, zo is de weg momenteel niet toegankelijk wegens enkele modderstromen. Zou wel geestig (niet geestig dus) zijn als de uiteindelijke uitkomst is dat we twee dagen achter elkaar op de normale manier omhoog gaan naar Alpe d'Huez.
Etappe 21: Thoiry - Parijs, 133 km -
zondag 26 juli![f1fe2]()
Na twee lastige dagen in de Alpen zit de Tour er bijna op. Vanuit de Alpen verplaatsen we ons richting Parijs, waar de traditionele laatste rit op ons wacht. Stevige verplaatsing, wel. Even het halve land door voor een optocht in de hoofdstad, moet allemaal maar kunnen. Terwijl we eerder in de Tour in de Vogezen zijn geweest, toch een stuk dichter in de buurt van Parijs. Je had ook eerst de Alpen kunnen doen en dan eindigen in de Vogezen, maar goed, blijkbaar hebben ze op Alpe d'Huez ergens een pot met goud gevonden en werd dat goud pas aan ASO gegeven als men daar zou afsluiten. Nouja, oké, ik geloof dat afsluiten op Alpe d'Huez ook wel een van de dromen van Prudhomme was, die man heeft altijd slechte ideeën. Vaak meer bezig met de beeldvorming dan de koers, maar goed. Hoe dan ook, na een lange verplaatsing zijn we in Parijs en daar volgt natuurlijk eerst de gebruikelijke onzin. Glaasje champagne, met z'n allen op de foto, blablabla. Sinds vorig jaar heeft men deze rit alleen wel een stuk leuker weten te maken, dankzij het daverende succes van de beklimming van Montmartre op de Olympische Spelen heeft de organisatie er alles aan gedaan om Montmartre toe te voegen aan de traditionele afsluitende rit in Parijs. Vorig jaar lukte dat en het werd meteen vrij memorabel. In een verregende rit kreeg Wout van Aert het zowaar voor elkaar om Tadej Pogacar te lossen op de steentjes van Montmartre, een van de weinige keren dat Pogacar nog eens een oplawaai kreeg. Hij was volgens zijn ploeggenoten toen zo goed als dood en stond op het punt om op te geven en meer van dat soort onzin, maar alsnog, hij werd reglementair uit het wiel gekletst. Voor het klassement had het verder allemaal geen gevolgen meer, dankzij de regen werden de tijden geneutraliseerd. Dat is dan weer het nadeel van zo'n kasseiklimmetje en een bochtig parcours. Desondanks was het een succes, dus keert Montmartre dit jaar terug. Wel op een net iets andere manier, we volgen in aanloop naar deze klim rond de Sacre Coeur een net iets andere route. Een iets veiligere route, lijkt het. Minder bochten, dus ook minder gevaar als het goed is. Vorig jaar werd het allemaal toch nog relatief last minute in elkaar gezet, men heeft sindsdien de tijd genomen om een betere route te vinden. Of de route ook daadwerkelijk beter is gaan we nu ontdekken. Een andere aanpassing is dat we nu na de derde en laatste beklimming niet direct finishen. Vorig jaar finishten we zes kilometer na de laatste klim, nu zit er tien kilometer tussen de laatste klim en de finish. Nog even een extra rondje over de Champs Elysees, wat de sprinters dan weer de kans moet geven om eventueel nog terug te keren als er iemand in de aanval is gegaan op Montmartre. Ik weet niet of die paar vlakke kilometer het verschil gaan maken, we hebben vorig jaar en ook op de OS kunnen zien hoe lastig zo'n rondje over die klim toch al snel wordt. Het ligt uiteraard ook wel aan het weer, als het nu droog is krijg je een ander verhaal, maar nee, dit lijkt me nog steeds zo'n beetje de beste kans voor Mathieu van der Poel om dit jaar een rit te winnen. Dit wordt geen sprint. En dus is er sprake van een enorme vooruitgang. Ik hoop dat men lang vasthoudt aan dit stramien, liever een leuke heuvelrit aan het eind dan een royale sprint. Ik heb genoeg aan te merken op de organisatie, maar dit is een van de betere beslissingen van de afgelopen jaren. Niet alles is kut, we kunnen mooi op een positieve manier afronden!
Al bij al een ontzettend kutparcours, maar de vraag is natuurlijk of het ook maar iets uitmaakt. Ik wens u nu alvast hartelijk UAE, allen.