quote:
https://www.dienstterugke(...)+toch+gewoon+uit.pdfquote:
De Westelijke Woestijn
In 2009 wordt het gezin Raapas met vijf kinderen op de Vrijheidsbeperkende Locatie
(verder te noemen VBL) in Ter Apel geplaatst. Het gezin is al vanaf 2002 in Nederland.
Na diverse asiel en reguliere procedures te hebben doorlopen, die niet hebben geleid
tot een verblijfsstatus, belandden zij uiteindelijk op de VBL.
Sinds twee jaar zijn mijn collega’s in gesprek met
de familie Raapas en al die tijd claimen zij uit de
Westelijke Woestijn te komen. De familie heeft
ook een gesprek gehad met een taalanalist,
die heeft vastgesteld dat de familie de taal spreekt
zoals mensen uit Senegal.
Na een jaar praten is de familie eindelijk overtuigd
dat ze Nederland echt moet verlaten, omdat ze
geen toekomst in Nederland kunnen hebben.
Om te laten zien dat ze echt weg willen, hebben
ze het aanvraagformulier voor vervangende
reisdocumenten ondertekend en is de aanvraag-
procedure gestart bij de ambassade van Senegal.
Verrassend is het daarom dat de advocaat van de
familie mij vertelt dat het gezin bij de Immigratie-
en Naturalisatiedienst (verder te noemen IND) een
nieuwe aanvraag voor een verblijfsvergunning
heeft ingediend, omdat ze in Nederland willen
blijven. De moeder heeft suikerziekte.
Ook al hebben ze deze aanvraag ingediend, ik ga
toch door met mijn werk. Ik maak een afspraak
bij de Senegalese ambassade om met de familie
de vervangende reisdocumenten aan te vragen.
Eenmaal bij de consul aan het bureau zegt de
familie dat ze echt niet uit Senegal komen,
maar uit de Westelijke Woestijn. De consul
gelooft de familie en geeft geen vervangende
reisdocumenten af. De consul geeft mij bij
afloop van het gesprek de tip om een afspraak te
maken bij de ambassade van Gambia, omdat hij
vermoedt dat ze daar misschien vandaan komen.
Dit betekent dat ik de familie moet overtuigen
dat ze een nieuw aanvraagformulier moeten
ondertekenen. Dit keer betreft het vervangende
reisdocumenten voor Gambia. In maart zijn ze
zover en kan ik daadwerkelijk een afspraak gaan
maken met de Gambiaanse ambassade.
In mei voer ik twee gesprekken met de familie.
In deze gesprekken vertellen ze dat ze graag naar
huis willen. Het is echter onmogelijk om aan de
papieren te komen, omdat ze uit Senegal komen.
Ik leg uit dat ze niet langer dan twaalf weken op de
VBL mogen blijven en als ze dan nog niet weg zijn,
de kans groot is dat ze worden overgeplaatst naar
een Gezinslocatie (GL). Hierop besluit de familie
contact op te nemen met de Internationale
Organisatie voor Migratie (verder te noemen IOM)
om te gaan werken aan hun vertrek uit Nederland.
Ze hopen daarmee te voorkomen dat ze op straat
terecht komen. Ze zijn zelf verantwoordelijk voor
hun vertrek uit Nederland. Ze moeten dus aan mij
bewijzen dat ze inderdaad alles doen om
Nederland te kunnen verlaten, anders heb ik geen
reden om ze nog langer op de VBL te laten wonen.
Ondertussen heb ik de aanvraagformulieren voor
vervangende reisdocumenten opgestuurd naar de
ambassade van Gambia. In juli gaan Ben Raapas
en ik naar de consul voor een gesprek. De consul
vertelt ons dat hij de aanvraag voor vervangende
reisdocumenten in behandeling zal nemen. Hij zal
contact met ons opnemen, zodra hij meer weet...
In oktober heeft de ambassade nog steeds niets van
zich laten horen. Mijn collega’s doen maandelijks
navraag, maar krijgen geen antwoord.
De familie Raapas verblijft nu al 6 maanden op
de VBL.
In de maand januari van het jaar daarop krijg ik
plotseling een brief van de IND. De familie blijkt
opnieuw een verblijfsvergunning aangevraagd te
hebben, vanwege de suikerziekte van de moeder.
De eerdere aanvraag was afgewezen. Omdat de
familie behandeling van de aanvraag in
Nederland mag afwachten, de ambassade van
Gambia heeft immers nog niets laten weten,
rest mij niets anders dan regelmatig met de
familie in gesprek te gaan.
Tijdens deze gesprekken krijg ik steeds meer de
indruk dat ze gewoon echt niet weg willen,
ondanks hun eerdere toezeggingen. Bij elk
gesprek dat ik met ze heb, vraag ik wat ze
ondernomen hebben om te zorgen dat ze weg
kunnen. De familie zegt me dat zij alle mede-
werking hebben verleend en dat ook bij IOM en
VluchtelingenWerk Nederland (verder te noemen
VWN) zijn geweest. Maar als puntje bij paaltje
komt, hebben ze in de negen maanden dat ze nu
op de VBL zijn, slechts één brief geschreven naar
familie in Senegal, dus niet Gambia, met het
verzoek identiteitsdocumenten voor hen te
regelen.
Op de brief is nooit een antwoord gekomen.
In februari zit ik koffie te drinken met een collega.
Mijn collega is getrouwd met een Senegalese.
Ze vertelt mij dat haar man Lucas Louares in het
winkelcentrum van Emmen is tegen gekomen.
Lucas Louares woont ook op de VBL met zijn gezin.
Ik heb regelmatig gesprekken met de familie
Louares. Ook zij zeggen dat ze uit de Westelijke
Woestijn komen, net als de familie Raapas.
Maar Lucas Louares vertelt de echtgenoot van mijn
collega iets nieuws. Hij vertelt dat hij samen met
zijn broer Ben Raapas vanuit Dakar in Senegal naar
Nederland is gekomen. De echtgenoot vertelt mijn
collega het verhaal van Lucas Louares, niet wetende
dat zijn vrouw deze familie van haar werk kent.
Met deze nieuwe informatie heb ik beide
gezinnen uitgenodigd voor een gesprek. Ik had
op internet foto’s van Dakar (een prachtige oude
stad, die op de Werelderfgoedlijst van UNESCO
staat) opgezocht, geprint en op tafel gelegd. De
families ontkennen dat ze familie van elkaar zijn
en dat zij voor het gemak aan derden vertellen
dat zij uit Senegal komen. Niemand weet immers
waar de Westelijke Woestijn ligt!
Ondertussen zit de familie Raapas al meer dan
een jaar op de VBL. Daar moet een einde aan
komen, dus breng ik alles in gereedheid om,
zodra ik toestemming heb, de familie op straat te
zetten. In een laatste ultieme poging vraag ik een
collega of het mogelijk is nog een keer vervangende
reisdocumenten aan te vragen bij de ambassade
van Senegal. Van de Gambiase ambassade heb ik
nog steeds niets gehoord.
Ook neem ik contact op met de advocaat van de
DT&V. Ik denk namelijk dat ik de vader in
vreemdelingenbewaring kan plaatsen, omdat er
een aanvraag loopt bij twee ambassades.
Daardoor heb ik zicht op uitzetting van de familie.
De moeder en kinderen kunnen dan op de VBL
blijven en de vader gaat naar een detentiecentrum.
Ik hoop dat de vader in het detentiecentrum
eindelijk echt gaat werken aan vertrek uit
Nederland. Een week later heb ik het gezin
uitgenodigd voor een vertrekgesprek en heb ik
verteld dat ik de politie zal vragen om Ben Raapas
in vreemdelingenbewaring te laten stellen.
Als reactie krijg ik te horen dat ze opnieuw een
asielaanvraag hebben gedaan bij de IND en dat ze
in mei een afspraak hebben.
In april heb ik de vader, Ben Raapas, door de
politie in bewaring laten stellen. De IND wijst
ook het herhaalde asielverzoek van Ben af.
In mei vertrekt de moeder, Sandra Raapas,
met haar kinderen van de VBL en heeft ze een
afspraak met de IND. Tijdens de behandeling van
haar aanvraag woont ze met de kinderen op het
Aanmeldcentrum. Een aantal dagen later is ook
deze aanvraag afgewezen.
Op 4 augustus word ik door een medewerker
van IOM aangesproken met de mededeling dat
Ben Raapas zowaar zelfstandig is vertrokken naar
Senegal. In het detentiecentrum heeft hij
inderdaad ingezien dat hij minder hoog van de
toren moet blazen en heeft hij contact opgenomen
met een vriend in Senegal. Deze vriend heeft
identiteitsdocumenten voor hem kunnen
regelen, waarmee Ben Raapas een reisdocument
heeft gekregen.
Waar zijn echtgenote en kinderen zijn gebleven
dat vertelt het verhaal niet, maar vermoedelijk
zijn ze Ben Raapas achterna gegaan.
Vele jaren en dure procedures en rechtszaken zijn er voor nodig om dat soort mensen hier weer weg te krijgen. Dus absoluut geen fantasietjes van mij.
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money