We hebben het vaak over vrijheid van meningsuiting op social media alsof daar maximale vrijheid geldt. Maar hoe democratisch is die omgeving eigenlijk? Zijn het burgers die vrij met elkaar ideeën uitwisselen, of zijn het in werkelijkheid algoritmes die bepalen wat wij zien?
Die algoritmes zijn niet neutraal. Ze versterken wat aandacht trekt. Dat is meestal geen genuanceerde middenpositie, maar emotie, verontwaardiging en uitersten. Formeel mag iedereen spreken, feitelijk is niet iedereen even zichtbaar. Het commerciële model voelt misschien niet als censuur in klassieke zin, maar het is wel degelijk een vorm van sturing.
Wanneer democratie betekent dat ideeën vrij met elkaar concurreren en burgers op basis van evenwichtige informatie hun mening vormen, dan is een systeem waarin een verdienmodel bepaalt wat groot wordt en wat klein blijft niet vanzelfsprekend democratisch.
Misschien moeten we minder praten over wat de overheid wel of niet mag beperken, en meer over de vraag of een door algoritmes gedreven informatievoorziening zelf wel past bij het democratische ideaal van vrije en gelijkwaardige meningsvorming.