quote:
“De sfeer in België is uniek, het biertje is voor mijn vader”: voormalig olympisch kampioene mountainbike Jolanda Neff keert in Namen terug in het veld
Hoog bezoek komende zondag in Namen. Na een afwezigheid van zeven jaar keert de Zwitserse Jolanda Neff (32) voor het eerst terug naar België voor cyclocross op het hoogste niveau. De olympisch kampioene mountainbike van Tokio wil presteren en zich amuseren.
Van Namen nu zondag tot de cross in Gullegem op zaterdag 3 januari: acht Belgische wedstrijden wil Jolanda Neff in een tijdspanne van nog geen drie weken afwerken. Samen met haar vader Markus en de Brit Phil Dixon, performance manager bij het Cannondale Factory Racing Team, zal ze heel die tijd verblijven in het Antwerpse Kontich, bij Gino Laureyssen, de CEO van Kookeiland én doorheen het jaar cateraar van het professionele mountainbiketeam.
Neff heeft er zin in. “Misschien omdat het zo lang geleden is”, vertelt de Zwitserse met aanstekelijk enthousiasme. “De winter van 2018-2019 was de laatste keer dat ik naar België kwam om te crossen. Ik kijk enorm uit naar mijn terugkeer, simpelweg omdat België het hart van het veldrijden is. Het zit in jullie cultuur, dit vind ik nergens anders: de beleving, de ambiance, de aanmoedigingen van het publiek. De toeschouwers zijn in vakantiestemming; het is altijd fun om te doen. (Grijnst) Ik kom zeker ook voor de unieke sfeer, maar het biertje is voor mijn vader.”
Cyclocross is voor Neff een zijproject. Mountainbike blijft haar hoofdbezigheid, een discipline waarin ze meervoudig wereld- en olympisch kampioene is. “Toen we na afloop van vorig seizoen een planning richting 2026 opmaakten, vond Phil dat we op zoek moesten naar een nieuwe uitdaging”, verduidelijkt ze. “Eens iets anders proberen, niet opnieuw die klassieke opbouw richting zomer. En aangezien de eerste WB-manche mountainbike pas in mei gepland staat, leek een terugkeer naar het veld ideaal als challenge. Dat ik in Namen herbegin, is geen toeval. Het parcours leunt het dichtst aan bij wat ik als mountainbiker gewend ben: technische afdalingen, steile klimmetjes, modder. (Lacht) Als ik het voor het zeggen had, reden we elk weekend in Namen.”
Neff is ervan overtuigd dat dit blok van wedstrijden haar van pas zal komen als ze straks weer op de mountainbike springt. “De lengte van een cross, ongeveer vijftig minuten, ligt tussen de lengte van een short track en cross country in het mountainbiken”, vergelijkt ze. “Het is goed voor mijn bochtentechniek, de intensiteit ligt hoog, zonder mogelijkheid tot herstel. En het niveau bij de vrouwen is tegenwoordig van die aard dat als ik resultaten wil boeken - en dat is echt de bedoeling - dan moet ik zelf ook op niveau zijn. Dat houdt me mentaal scherp, ik zal moeten vechten voor elke plaats. Acht wedstrijden lijkt veel, maar als ik dan toch in België ben, kan ik evengoed wedstrijden rijden. Sommige parcoursen ken ik - zoals Baal, waar ik in 2019 mijn enige Belgische zege boekte - andere parcoursen moet ik dan weer ontdekken. Na Gullegem keer ik terug naar Zwitserland voor het nationaal kampioenschap. Het WK in Hulst blijft nog een optie.”
Ze blijft benadrukken dat ze resultaten wil boeken, maar beseft ook dat het niet moet. “Spring ik op een mountainbike, dan is het om te presteren”, klinkt het. “Als ik dan op een vijfde plaats finish, dan ben ik ‘maar’ vijfde. Finish ik zondag in Namen op een vijfde plaats, dan is dat een goed resultaat. In de cross heb ik geen reputatie te verdedigen; mensen verwachten niets van mij. Het veldrijden stelt in Zwitserland niet meer zo veel voor. Als ik vertel dat ik naar België vertrek om te crossen, dan fronsen ze de wenkbrauwen en halen ze de schouders op. Ook dat is aangenaam voor mij, zo eens een keertje aan de start van een wedstrijd staan zonder te moeten presteren.”
Of dit een eenmalige terugkeer naar het veld is, zal afhangen van hoe ze straks zowel haar winter als zomer evalueert. Maar heimelijk kijkt ze vooruit. “Ik weet wat het is om olympisch kampioen te zijn en een plaats op de Olympische Winterspelen - iets waar deze sport volgens mij recht op heeft - zou voor velen een stimulans kunnen zijn om in het veld te blijven”, zegt Neff. “Of ik zelf die ambitie heb? In 2030 zal ik 37 zijn maar Lucinda Brand bewijst elke week dat je in het veld ook op leeftijd nog tot de besten kunt behoren. Het WK veldrijden in 2030? Ik zou niet weten waar het is. Namen, zeg je! Hmm, dat is goed om te weten.”