Het grote voorjaarsinterview met Wout van Aert voor Parijs-Roubaix: “Ik heb minder killersinstinct dan sommige collega’s”Na Dwars door Vlaanderen was Wout van Aert (30) meedogenloos in het nemen van de verantwoordelijkheid voor de gemiste zege. In de Ronde van Vlaanderen was hij ‘leading by example’. Zondag wil de kopman van Visma-Lease a Bike het harde werk van hem en de ploeg verzilveren in Parijs-Roubaix. Een exclusief interview met Van Aert over leiderschap, karakter, gulheid, premies, winnaarsmentaliteit, speeches en media-aandacht: “Ik maak er een punt van om voor de koers nog het woord te nemen.”
Vierde in de Ronde van Vlaanderen. Tweede in Dwars door Vlaanderen. Tweede in de slottijdrit van de Ronde van de Algarve.Wout van Aert won dit wegseizoen nog niet maar rijgt de ereplaatsen aan elkaar. Op de weg eindigde hij bij de profs al 78 keer tweede of derde. Veel, maar procentueel minder dan zijn 49 zeges.
Hoe schat jij jouw killersmentaliteit in?“Die heeft altijd in mij gezeten, zowel in de koers als er buiten, maar ik moet wel toegeven dat ik dat minder bezit dan enkele collega’s.”
Leg uit.
“Ik wil absoluut winnen en de beste zijn, maar in tegenstelling tot anderen bij wie het winnen of niks is, doe ik ook moeite om tweede, derde, vierde of vijfde te eindigen. Ik heb altijd moeten knokken voor mijn plaats en dat zit er nog steeds in.”
“Ik zal nooit opgeven, stoppen met sprinten of de benen stilhouden wanneer ik voel dat ik niet meer kan winnen. Ik zal altijd sprinten tot op de streep, zoals ook zondag in de Ronde van Vlaanderen...”
Na Dwars door Vlaanderen was je hard voor jezelf. Hoe ga je doorgaans om met tegenslag of een nederlaag?“Als ik eerlijk ben met mezelf, vind ik niet dat ik dat goed kan. Na een nederlaag kan ik een aantal dagen blijven hangen in mijn teleurstelling en moeite hebben om mij erover te kunnen zetten, zeker bij eendagskoersen.”
“Het mooie aan een grote ronde vind ik dat er geen tijd is om te blijven stilstaan na een nederlaag, want de dag erna komen weer nieuwe kansen en daar haal ik energie uit. Ik denk altijd in kansen: ‘morgen, is het misschien te lastig, maar ik zal het toch proberen.’”
“Dat is een van de redenen waarom ik goed tot mijn recht kom in grote rondes. Daartegenover, wanneer ik net naast de zege in de Ronde grijp, kan ik daar lang van blijven balen en vind ik van mezelf dat ik veel moeite heb om die pagina te kunnen omdraaien.”
Ben je dan humeurig?(knikt) “Dat is nog licht uitgedrukt.”
En dan moet Sarah na enkele dagen zeggen: ‘Het is nu genoeg geweest, doe maar normaal jong...”“Als ze het op die manier zou zeggen, zou dat niet goed aankomen, vrees ik. Ze weet dat ze mij dan moet laten doen. Meestal verdwijnt dat gevoel na enkele fietstochtjes wel.”
Heb je ooit al een persoonlijkheidstest gedaan?“De PIT-test. Dat is een wiel verdeeld in acht categorieën, waarop je een score kan halen. De toenmalige sportief manager Merijn Zeeman liet elke nieuwe renner die test invullen, om een beeld te krijgen over welke persoonlijkheid die heeft, wie bij elkaar past en hoe die reageert op situaties. Aanvankelijk vond ik het nogal ‘onnozele’ vragen, maar ik heb ze oprecht beantwoord, en ik kon mezelf herkennen in de uitkomst.”
Wat was jouw resultaat?“Dat is te persoonlijk. (lacht) Een van de resultaten was of je een harde werker bent of een doel nodig hebt om hard te willen werken. Dat was bij veel renners verschillend.”
“Je hebt er die alles tot in de puntjes kunnen doen zolang de Ronde van Vlaanderen er aankomt, maar je er ook die het gewoon leuk vinden om elke dag af te zien en daar niet per se die Ronde voor nodig hebben.”
Mag ik suggereren dat jij tot de tweede categorie behoort?“Ik scoorde op beiden gemiddeld. Ik vind het leuk om toe te werken naar een doel, maar ook het proces van trainen belangrijk acht.”
Leerde je uit die PIT-test ook iets over jouw leiderschapskwaliteiten?“Het heeft altijd in mij gezeten om het voortouw te nemen. Wanneer ik iets ging doen met vrienden, maakte ik graag de plannen en haalde er plezier uit, maar in de koers is dat pas bij deze ploeg tot uiting gekomen en kon ik op dat vlak mezelf zijn.”
“Toen ik hier in 2019 toe kwam, heb ik mij nederig opgesteld tussen al die andere kopmannen, maar door de prestaties en omdat ik voelde dat de mensen in deze ploeg waardeerden dat ik zaken durfde benoemen en kritisch te zijn, is dat geëvolueerd naar leiderschap.”
Was je als kind ook een haantje-de-voorste in de klas?“Ik was zeker geen haantje-de-voorste op vlak van studeren, maar wanneer er iets leefde in de klas, was ik diegene die de leraar daar durfde op aanspreken, terwijl de andere leerlingen er enkel tegen elkaar durfden over te zagen.”
“Ik was het tegenovergestelde van een meeloper en waarschijnlijk zullen de leraars mij als ‘niet de gemakkelijkste’ herinneren.”
Wat heb je geleerd over leiderschap uit het boek over de Nieuw-Zeelandse rugbyploeg The All Blacks dat Merijn Zeeman jou destijds heeft aangereikt?“Om eerlijk te zijn, ben ik dat boek wel beginnen lezen, maar vond ik het lezen in het Engels te vermoeiend en ben ik snel overgeschakeld op de audioversie, waar ik dan op training ben beginnen naar luisteren.” (lacht)
“Achteraf had ik niet zoiets van: ‘nu weet ik hoe ik een leider moet zijn.’ Het bevatte veel clichés zoals ‘niemand is groter dan de ploeg’ etcetera, maar omdat het met echte voorbeelden wordt geduid, komt het beter binnen dan wanneer je die quote op het internet leest.”
“Ik vond het vooral inspirerend om te vatten hoe die mannen zich opofferen voor elkaar.”
The All Blacks doen voor elke wedstrijd de haka. Ben jij bedreven in het geven van een motivatiespeech?“Wanneer ik kopman ben, probeer ik tijdens de meeting in de bus voor de koers het laatste woord te nemen. Soms herhaal ik dan exact wat de ploegleider heeft verteld, maar ik sta er op om de ploegmaten nog eens persoonlijk aan te porren van: ‘Komaan, we gaan het zo doen en er vol voor gaan.’”
“Op de momenten dat ik voor een andere kopman heb gewerkt, vond ik het altijd sterker overkomen, wanneer die kopman zelf nog eens de ploegmaten toespreekt en zegt hoe hij het wil, dan dat die gewoon ja zit te knikken over wat voorgekauwd wordt door de ploegleider.”
“Ook wanneer ik win, probeer ik tijdens de overwinningsspeech meer te zeggen dan gewoon ‘Ziggezagge’. Soms is een zege echt veel waard voor mij, denk ik na over wat het met mij doet en vind ik het belangrijk om dat zo te kunnen delen.”
Haal je dan inspiratie uit speeches van Martin Luther King of Michael Jordan?“Ik hou van een goeie quote, maar zal die eerder halen uit iets dat ik toevallig heb gehoord. Mocht ik iets zeggen zoals ‘There is no I in team’ denk ik dat mijn ploegmaten eerder in de lach zouden schieten, dan het sterk zou overkomen.”
Op welke manier zeg je dankjewel tegen de ploegmaten? Ben je een man van de cadeaus?“Ik heb al cadeaus aan ploegmaten gegeven, maar enkel op momenten dat ik voelde: nu wil ik echt iets geven. Ik heb nog nooit een cadeau gegeven omdat ik dacht: ‘ik heb een koers gewonnen en eigenlijk is dit een koers waarvoor het in het peloton gangbaar is dat je een cadeau geeft...’”
“Dankbaarheid tonen en voelen vind ik veel belangrijker dan een cadeau. Als ik dan een cadeau wil geven, vind ik het leuk om er mee bezig te zijn en iets origineel te bedenken.”
Is het dan enkel Wout van Aert die daar mee bezig is, of ook Sarah De Bie?(lacht) “Heb je research gedaan? Meestal zoek ik zo’n cadeau zelf uit, maar als het praktisch wat moeilijker ligt, zal ik mijn manager Jef Van Den
Bosch vragen om het mee te helpen regelen.”
Ik verneem dat de winstpremies bij de Belgische ploeg in het geval van een wereldtitel fors stegen, toen jij in Imola 2020 debuteerde als kopman.“Is dat zo?”
Je bent zeer royaal blijkbaar.
“Ik vind dat maar logisch in het gegeven van de nationale ploeg. Je rekent plots op de goodwill van renners die daags nadien weer je tegenstander zijn.”
“In onze ploeg zou het heel raar zijn, als je aan de vooravond van Parijs-Roubaix zegt: ‘Als ik morgen win, krijgt iedereen een Rolex’. De motivatie zou er altijd al moeten zijn, wat je bent ploegmaten.”
“Bij de nationale ploeg vind ik het belangrijk dat zulke zaken vooraf duidelijk afgesproken worden, en dat niemand twijfelt: ‘Ik ga hier mijn kansen opofferen, maar ik weet eigenlijk niet eens of er iets tegenover staat’.”
“Ook in de cross heb ik op WK’s al ploegmaten beloond, ook al was het voor amper iets te doen: één keer in het wiel te blijven zitten of de start aantrekken.”
“Bij een kampioenschap op de weg vind ik het zelfs een no-brainer om royaal te zijn, want als je een trui pakt, haal je veel meer profijt dan alleen het prijzengeld. Je krijgt een beter contract, kan criteriums rijden... Het lijkt mij niet slim om dan gierig te zijn.”
Er is een verschil tussen gierig en genereus. Jij zou het tweede zijn.“Ik kan enkel zeggen dat ik het zeer spijtig vind dat ik mijn financiële beloftes nog nooit kon uitbetalen. Ik hoop dat het nog mag volgen...”
In 2023 gaf je Gent-Wevelgem ‘weg’ aan ploegmaat Christophe Laporte. Zou je dat anno 2025 nog steeds doen?(lacht) “Ik zou dat nog altijd aan een ploegmaat gunnen, maar je moet het in de context bekijken. In 2023 had ik twee dagen eerder de E3 Saxo Classic gewonnen. Vandaag zit ik niet in dezelfde situatie, want ik heb al een tijdje geen klassieker meer gewonnen.”
“Dus eigenlijk kan ik die vraag nu niet beantwoorden, maar ik vind het wel lachwekkend dat die Gent-Wevelgem steeds blijft terugkomen.”
In de Vuelta van vorig jaar zei je: ‘Vanaf nu laat ik niets meer liggen’ Dus acht ik die vraag wel legitiem.“Ik bedoel niet lachwekkend over jouw vraag, maar hoe vaak ik al opmerkingen heb gekregen over wat ik toen heb gedaan... De mensen hebben daar precies trauma’s - ik kan het niet anders omschrijven - aan overgehouden. Ik vind dat bijzonder.”
“Blijkbaar kunnen sommige mensen niet snappen of relativeren dat het maar sport is en een fantastische dag was als sportmannen en vrienden onder elkaar.”
Ben je als leider te vinden voor teambuildingactiviteiten?“Ik vind dat belangrijk. Tijdens de teamdagen in november proberen we altijd iets leuk te doen met de renners. Nieuwe renners voelen zich zo sneller welkom, dan als je daarmee wacht tot december en ze als vreemdeling toekomen op de eerste stage.”
Welke activiteiten heb je al georganiseerd?“Toen Jonas (Vingegaard, red.) en ik in 2022 geel en groen wonnen in de Tour, hebben we voor alle renners en partner een etentje georganiseerd. Vorig jaar zijn we met zijn allen naar AZ gaan kijken, de nieuwe club van Merijn Zeeman.”
“Op stage in december hebben we om de nieuwe renners te introduceren een ludieke quiz over hen in elkaar gestoken.”
Met Van Aert als quizmaster?“Tiesj Benoot en ik in duo. Normaal zou Steven Kruijswijk zich erachter zetten, maar die werd ziek en was na één dag stage al weg. Tiesj en ik hebben toen in allerijl de organisatie moeten overnemen.”
Gelukkig is er ChatGPT.“Niks ChatGPT. Alle vragen zelf bedacht. Tiesj wist goeie verhalen over Victor Campenaerts en via de renners van het devo-team vond ik goeie weetjes over onze neoprofs.”
Een van de neoprofs is Niklas Behrens. Hij is jouw helper in Parijs-Roubaix. Hij is 21 jaar, jij bent dertig. Hoe verplaats je jezelf in zijn leefwereld?“In die gasten hun leefwereld kruipen, probeer ik niet en hoeft ook niet. Ik merk sinds kort wel dat ik vaker koers met ploegmaten die jonger zijn dan ik, terwijl ik tot een paar jaar geleden vooral met oudere ploegmaten koerste en toen dacht: ‘die weten het beter’. Nu merk ik dat er meer raad wordt gevraagd aan mij.”
Wat zeg je dan?“Ik probeer vooral mezelf te zijn. Leading by example, vind ik een belangrijke waarde. Je kan iets honderd keer proberen uitleggen, maar als je zelf toont hoe jij het doet, denk ik dat het veel sterker is.”
Kan je nog meepraten als die prille twintigers aan tafel bezig zijn over een nieuwe trend op Tiktok?“Soms zijn ze bezig over één of ander Youtube-fenomeen of een nieuw snufje op de
smartphone, waar ik nog nooit van gehoord heb en voel ik mij oud, maar ik vind het leuk om bij te leren.”
Welk snufje hebben ze ‘bompa’ Van Aert onlangs aangeleerd?(lacht) “Ik heb dankzij hen ontdekt dat wanneer je
smartphone vergrendeld is, je er toch widgets kan opzetten en dus met één klik - zonder te ontgrendelen - ineens naar Spotify kan gaan. Het bespaart een milliseconde. Zo van die prul.”
Je zou veel lezen en luisteren naar wat er in de media over jou gepubliceerd wordt. Klopt dat nog steeds?“Minder dan vroeger, maar ik volg het meeste wel. Ik heb al het advies gekregen: lees de kranten niet, maar letterlijk eender waar ik kom - de bakker of bij een vriend - beginnen die er over, of ik krijg het te horen in een startinterview op de volgende koers: ‘Wat vind je van de uitlating van persoon X?’”
“Ik kan er niet ontsnappen, dus voor mij ligt de key bij: hoe ga ik ermee om? En niet bij hoe probeer ik die dingen te ontwijken? Hoe ouder ik word, hoe gemakkelijker het lukt.”
En die camera’s op jouw hoofd. Hoe ga je daarmee om?“Dat is vervelend, maar ik word er niet meer door verrast. Zelfs wanneer ik in Tenerife stop langs de kant van de weg om mijn beenstukken uit te trekken, weet ik dat de kans groot is dat iemand op mijn schouders tikt en zegt dat hij mijn grootste fan is. Ik zeg dan niet meer: ‘Laat mij alsjeblieft eens doen!’ Ik weet dat het altijd kan gebeuren en dat maakt het gemakkelijker mee om te gaan.”
Is de aandacht soms te veel?“Als het irrelevant is. Ik heb moeite als er te veel aandacht naar mij gaat, en te weinig naar zij die dat wel verdienen.”
“Neem nu, het openingsweekend. Ik had na afloop het gevoel dat het nieuws was dat ik een ‘slecht’ openingsweekend had gereden, terwijl Soren Waerenskjold op een fantastische wijze de Omloop won en daar staat maandag bijna niks van in de krant. Jammer.”
“Ik begrijp dat mijn verhaal interessant is, maar het zou niet interessanter mogen zijn dan het echte verhaal van de koers.”
Je post sinds dit jaar elke week tien foto’s op Instagram over jouw privéleven, terwijl je weet dat het wordt opgepikt. Je zoekt die aandacht zo toch ook op?“Ik post die foto’s niet in de hoop meer interviews te moeten geven. Ik doe dat zodat jullie daarmee genoeg hebben om over te schrijven zonder dat ik het elke keer moet uitleggen. Bovendien haal ik er veel plezier uit om mee bezig te zijn en had ik het idee dat mijn social media aan het indommelen was.”