Zoals bij alle wiskundige modellering worden in de vloeistofmechanica een aantal aannames gedaan. Deze aannames worden in vergelijkingen uitgedrukt die moeten kloppen om de aannames waar te maken. Deze aannames in de vloeistofmechanica gelden de volgende eigenschappen van vloeistoffen:
Aanname van behoud van massa
Aanname van behoud van impuls
Aanname van behoud van energie. Energie kan wel van de ene vorm in de andere omgezet worden (vb. energieverlies door wrijving is energieomzetting in warmte en geluid). Onder bepaalde voorwaarden geldt de Bernoulli-vergelijking.
Soms wordt ook aangenomen dat de dichtheid van de vloeistof niet verandert, oftewel de vloeistof kan niet samengedrukt worden. Deze aanname kan niet voor gassen gemaakt worden.
Soms wordt aangenomen dat de viscositeit van een gas nul is. Bij vloeistoffen heeft de viscositeit altijd een bepaalde waarde, de stroom wordt omsloten door een rand, bijvoorbeeld in een geul of pijp. Aan de rand van een stromende vloeistof geldt dan dat de stroomsnelheid nul is.
Een belangrijke aanname is dat de vloeistof of het gas zich gedraagt als een continuüm. Dat wil zeggen dat, hoewel de stof bestaat uit losse moleculen die langs elkaar en door elkaar kunnen bewegen, wordt aangenomen dat het geheel zich continu gedraagt. Dat betekent dat eigenschappen als dichtheid, druk, temperatuur, stroomsnelheid en viscositeit alleen continu kunnen variëren binnen de stof, ondanks dat de stof in werkelijkheid uit discrete moleculen bestaat. Deze aanname is een benadering, wat kan leiden tot van de werkelijkheid afwijkende voorspellingen in het model.
Als de aanname dat de stof zich als een continuüm gedraagt, leidt tot de gewenste nauwkeurigheid van voorspellingen van het model, kan continuümmechanica worden gebruikt. Dan zijn de methodes uit de vloeistofmechanica toepasbaar. Om uit te maken of de aanname van een continuüm redelijk is, wordt het getal van Knudsen gebruikt. Dit getal is wiskundig gedefinieerd als de ratio tussen de vrije weglengte van de moleculen en een bepaalde karakteristieke lengte van de bestudeerde stroming, bijvoorbeeld de dikte van een vliegtuigvleugel of de diameter van een bloedvat, of een houtvat in een boom. Als het getal van Knudsen veel groter is dan 1, dan is de aanname van een continuüm geschikt. Als het getal van Knudsen rond de 1 ligt, is continuümmechanica niet toepasbaar, maar kan wellicht statistische mechanica worden gebruikt.
Puntjes.