'Silenzio, stil!', even klonk er een stem van onder het puin
Er is weinig over van het dorpje Amatrice. © APARTIKELOm half drie 's middags wordt iedereen in de Via Costanzo Angelini opeens tot stilte gemaand: sssssstttt. 'Silenzio, stil', zijn de woorden die door de groepen brandweerlieden, soldaten en ziekenbroeders heen echoën. Iemand heeft een stem gehoord. 'Stil!'
Een man met een helm fluit hard op zijn vingers waarna ook de graafmachine verderop zijn motor uitzet. Alleen de traumahelikopter boven wat gisteren nog Amatrice was, blijft geluid maken. Tot hij over een van de zonnige heuvels is weggevlogen.
Amatrice ligt plat, net als Arquata en Pescara del Tronto en Accumoli en Acquasanta Terme en nog tientallen andere dorpen en gehuchten in dit deel van Italië. In de meeste van die dorpen is de schade veel groter dan het zesje van Richters schaal doet vermoeden - dit zijn plekken die al sinds de late Middeleeuwen overeind staan, maar die deze dinsdagnacht door twee korte klappen vrijwel met de grond gelijk zijn gemaakt.
'Ik denk dat de helft van mijn dorp weg is', zei burgemeester Sergio Pirozzi woensdagochtend vroeg tegen staatsomroep Rai. Hij vertelde dat zijn dorp, net als velen in deze omgeving, in de winter zo goed als uitgestorven is, op een handjevol ouderen na. Maar, zo zei hij, nu is het geen winter. Nu is het de tweede helft van augustus - een tijd waarin bijna iedere Italiaan de grote stad verlaat om richting familie aan de kust of in de heuvels te trekken. Naar dorpjes zoals Amatrice.
In de eerste uren na de beving was het de beurt aan die bewoners zelf. Met hun blote handen groeven ze in de resten van hun huizen, en in die van hun buren, op zoek naar overlevenden. Een van hen is de Roemeense non Mariana, die verdwaasd aan een groepje haar verhaal vertelt. Midden in de nacht werd ze opeens begraven, zegt ze. 'Ik weet niet meer hoe laat het was en hoe laat we om hulp begonnen te roepen, maar ik denk dat we rond half vijf opeens weer buiten stonden. Ik begrijp nog steeds niet hoe. Dat die jongeman mij hoorde, dat is een wonder. Twee van mijn zusters zijn naar het ziekenhuis gebracht. Van de andere heb ik nog niets gehoord. Ik moet wachten.'
Een paar uur na de beving die Mariana begroef, kwamen de eerste professionele hulpdiensten aan in Amatrice, vaak via deels ingestorte wegen. Van brandweerlieden en ambulancepersoneel tot Rode Kruis-medewerkers, soldaten, politieagenten, carabinieri, alpinisten, maar ook fiscale politie en zelfs boswachters.
![e3b8e480-8ede-4feb-8506-8a094455df44?h=MzFiYTg1OVpUTmlPR1UwT0RBdE9HVmtaUzAwWm1WaUxUZzFNRFl0T0dFd09UUTBOVFZrWmpRMEx6RTFPREI0TVRBMU1R]()
Rond het middaguur hebben zij het werk volledig overgenomen van de dorpelingen, die zelf al grotendeels naar ziekenhuizen of tentenkampen in de buurt zijn gebracht. Dat betekent dat de meeste bewoners die 's middags nog in Amatrice zijn, daar blijven omdat ze niet naar beneden willen. Ze wachten op nieuws.
Alleen durft bijna niemand in de verwoeste straten van het dorp de verreweg meest gestelde vraag te beantwoorden: hoeveel slachtoffers? Of meer specifiek: mijn vader? Mijn moeder? Mijn tante? Mijn kinderen? De mannen en vrouwen in uniform weten het antwoord niet en blijven stil.
De meeste inwoners, velen met niet veel meer dan een pyjama aan, zijn qua berichten daarom afhankelijk van noodnummers of nieuwssites, waar de hele dag berichten binnensijpelen. Schaarse overlevingsverhalen van bijvoorbeeld een jong jongetje dat laat in de middag nog levend onder het puin vandaan werd getrokken, maar vooral ook veel tragische lotgevallen. Van een bejaard echtpaar dat om half vier 's nachts door het eigen dak werd vermorzeld, tot een dood kind dat een paar uur later in de middagzon dood naast de kerk ligt, met niet veel meer dan een provisorische deken over zijn lichaampje heengeslagen.
Niet ver daarvandaan zit een oudere man in de schaduw. Hij is zijn stem kwijt en aan zijn hand kleeft bloed. 'Dino', stelt hij zich voor terwijl hij naar twee vrouwen kijkt die aan komen lopen. Ze waren bij een plek waar iedereen 'ssssst' riep. 'Hebben ze iemand gevonden?', vraagt Dino. 'Nee', antwoorden de twee. Ze schudden hun hoofd.
![675d080a-fa87-4e8b-bd5f-89e0289893bd?h=NjEzZGU2ZE5qYzFaREE0TUdFdFptRTROeTAwWlRoaUxXSmtOV1l0T0RsbE1ESTRPVGc1TTJKa0x6RTFPREI0TVRBNU5R]()
Dino begint harder te praten. 'Maar dat kan toch niet? Er moet toch wat zijn? Ze waren toch binnen?' 'Rustig', probeert de oudste van de twee. 'Wat kunnen we doen? We moeten wachten, Dino!' De man staat op, wankelt en gaat weer zitten. Hij slaat zijn handen voor zijn hoofd en blijft verder stil.
Het tot stilte manen van de menigte is een terugkerend ritueel in de uren na de aardbeving. Stil, we horen iets, roepen de hulpdiensten. Daarna volgt een naam of twee en dan weer: 'ssssst!' Meestal eindigt het in niets. Zoals op de hoek van Via Porta Castello en Via della Marina, waar nog net een halve badkamer is te zien, inclusief roze schoonmaakhandschoen in het daarvoor bestemde bakje ligt. De rest van de douche, en het huis waar die douche inzat, ligt bovenop een grijze Volkwagen.
Ook in wat ooit de Via Costanzo Angelini was zet de graafmachine na een minuut of drie zijn motor weer aan en gaat iedereen verder op zoek. Er was toch geen stem. Of in ieder geval: hij is er nu niet meer.
Bron