PEGGEN
Woordsoort: ww.(trans.,zw.)
Modern lemma: peggen
bedr. zw. ww. Van Peg.
↪Door middel van eene peg eene opening aanvullen en iets vastzetten. Bij schoenmakers: van peggen voorzien, met houten pinnen vastmaken.
Afl. Pegger, schoenlapper; gewestelijk (”Draagt mijn schoenen naar de' pegger en zegt dat em er halflappen onder zet”, corn.-vervl.).
Samenst. Toepeggen, met eene peg dichtmaken (”Onlancx men saegen twee van donsen wat vp seggen, maer wij wisten sijn mont wel toete peggen. Hoe hijt waenden te anleggen hij speelde cans verlooren, en sijn getuijgen en wildense niet eens hooren”, Spul v. d. Siecke Stadt 41; zie ook boven bij Peg de aanhaling uit Ulensp.)
vastpeggen, enz.
— Verder: Pegbros, (bij schoenmakers) rechte els wat grooter dan de bros (corn.-vervl. 1964)
Pegels, Pegelsen, gebogen els, gebruikt bij het peggen van fijn werk (corn.-vervl. 1964)
Peghamer, een hamer wat lichter dan de lederhamer (corn.-vervl. 1964)
Pegrasp, platte rasp van schoenmakers (corn.-vervl. 1964); enz.
↪Aanm. Niet duidelijk is de herkomst van pegger in den zin van: schacheraar, en peggen, naast peggeren, het bedrijf van pegger uitoefenen, in koeien en kalveren schacheren, dat gewestelijk, in de Brab. Kempen en het Land van Waas, in gebruik is. Zie schuerm. [1865-1870], joos[1900-1904] en corn.vervl. Waarschijnlijk hangt het samen met peggeren, in 't slijk wroeten en morsen, baggeren, prossen, dat in de Antwerpsche Kempen bekend is.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1918.
Though those that are betrayed do feel the treason sharply, yet the traitor stands in worse case of woe.