quote:
Renner geeft met hulp wetenschap inzicht in zijn prestatie in de Giro
Kruijswijk laat zien waarom hij zevende werd
Anderhalve week geleden eindigde Steven Kruijswijk als zevende in de Giro d'Italia. Het was een bewogen Giro waarin hij tijd verloor in de eerste helft en tijd terugwon in de tweede. Nu laat hij zien hóe dat tot stand kwam: hij geeft openheid in zijn vermogensgegevens.
THIJS ZONNEVELD
Dit verhaal gaat niet over demarrages, bergtruien en etappezeges. En ook niet over ploegentactieken, valpartijen en afzien bij de beesten. Dit is een verhaal over getallen. Dat klinkt saai, maar dat is het niet.
Als je wielrennen ontdoet van tactieken en mentale spelletjes, dan blijft de basis over: hard trappen. De ene renner heeft een grotere motor dan de andere. Hoe groot? Dat kun je meten. Vrijwel het hele peloton rijdt tegenwoordig met een vermogensmeter, die bijhoudt hoeveel kracht een renner levert.
Bijna alle ploegen houden die gegevens voor zichzelf. Om concurrenten niet wijzer te maken of geen vervelende vragen te krijgen over al dan niet verklaarbare vermogenspieken. Steven Kruijswijk, de kopman van Lotto-Jumbo in de afgelopen Giro, maakt zijn vermogensgegevens wél publiek. Dat is een unicum: voor het eerst publiceert een klassementsrenner de vermogensgegevens van een grote ronde. Kruijswijk: ,,Mijn concurrenten hebben er niets aan. Dat ik niet zo explosief ben, zien ze ook wel op tv."
Kruijswijks Giro was op te delen in drie delen: in de eerste week verloor hij veel tijd. Daarna ging het roer om: hij probeerde een etappe te winnen door van ver aan te vallen. Een rit won hij niet, maar hij pakte wel tijd terug. In het laatste deel hoorde hij bij de beste klimmers en reed hij zichzelf alsnog in de top-10.
Het léék er dus op dat Kruijswijk in het laatste deel van de Giro harder reed dan in het begin. Maar uit zijn vermogensgegevens blijkt dat dat helemaal niet zo is.
De zes sleuteletappes van de Giro op een rijtje:
Etappe 4: Kruijswijk verliest tijd. Hij zit te ver van achteren wanneer Astana de koers in de fik steekt. Hij moet op klimmetje alles doen om groep bij te halen; hij rijdt 440 watt gedurende vijf minuten. Dat moet hij bekopen: hij blaast zichzelf op, lost en verliest acht minuten.
Kruijswijk: ,,Ik voelde me die dag goed, maar moest 30 seconden dichtrijden op een klimmetje terwijl ze vooraan volle bak reden. Dat lukte net niet."
Mathieu Heijboer, een van Kruijswijks trainers: ,,440 watt over vijf minuten is voor Steven een topprestatie. Deze vijfminutenwaarde reed hij eerder alleen in intervaltrainingen of prologen."
Etappe 5: Aankomst op Monte Abetone. Kruijswijk moet opnieuw passen, wordt 28ste en verliest anderhalve minuut op de favorieten.
Heijboer: ,,Steven reed 351 watt over 38 minuten. Op het steilste gedeelte haalde hij twintig minuten lang zelfs 367 watt. Dat is 5,8 watt per kilo. Zo'n vermogen had hij in vergelijkbare omstandigheden bijna nooit gehaald."
Kruijswijk: ,,Misschien dat ik iets minder vertrouwen had door die acht minuten die ik eerder had verloren. Hoe dan ook: ik kon niet mee toen de grote jongens aangingen."
Etappe 14: de lange tijdrit. Kruijswijk wordt vijfde. Hij rijdt een uur en twintig minuten lang 363 watt.
Heijboer: ,,Topprestatie, nooit eerder haalde Steven over zo'n lang tijdsbestek zo'n vermogen. Resultaat van topvorm, zelfvertrouwen en veel voorbereidend werk aan tijdritfiets en positie. In perspectief: in de Tour 2014 reed hij in een tijdrit van 54 km (met een vergelijkbaar aantal hoogtemeters) 350 watt gemiddeld."
Steven: ,,Ik verraste mezelf. Ik had nooit zo'n lange tijdrit gereden. Na 30 km had ik al vier renners ingehaald. Hieraan zie je dat ik een echte duurrenner ben. En het betaalde zich uit dat ik veel op de tijdritfiets getraind had."
Etappe 15: bergetappe naar Madonna di Campiglio. Op die klim trapt hij gedurende bijna 38 minuten 353 watt. Hij wordt er vijfde mee.
Heijboer: ,,Zijn wattage is vergelijkbaar met de klim naar Abetone in rit 4, maar met een heel ander resultaat: vijfde in plaats van 28ste."
Kruijswijk: ,,Het grote verschil is dat we verder in de Giro waren. Ik zag het aan de renners om me heen. Een paar zakten erdoorheen. Ik kreeg er moraal van dat we maar met een paar man overbleven om voor de ritzege te rijden."
Etappe 19: bergetappe naar Cervinia. Weer wordt Kruijswijk vijfde, maar zijn vermogenswaardes kelderen.
Heijboer: ,,De vermoeidheid heeft hier toegeslagen. Op de slotklim rijdt hij 315 watt gemiddeld over drie kwartier. De klim voerde naar 2000 meter, waardoor er door minder zuurstof in de lucht een remmend effect is."
Kruijswijk: ,,Het was zwaar, warm. Iedereen was op. Er werd nauwelijks aangevallen. Toen het tempo op de laatste klim omhoog ging, viel de groep uit elkaar. Het was harken naar de finish. Dan voel je dat je benen naar de kloten zijn. Dat lijkt me overigens wel menselijk na bijna drie weken."
Etappe 20: alles of niets voor Kruijswijk in de rit over de onverharde Colle delle Finistre - de hoogste berg van de Giro. Hij houdt stand in het klassement, maar verliest zijn bergtrui.
Heijboer: ,,Hij rijdt hier 346 watt over iets meer dan een uur. Op de slotklim in Sestrière rijdt hij over iets meer dan twintig minuten 327 watt."
Kruijswijk: ,,Ik gaf alles op Finestre voor de bergtrui. Het was een verschrikkelijk lange klim, met het laatste stuk op een zandpad - het liep voor geen meter. Het was stoempen en proberen snelheid te houden. Toen Fabio Aru op Sestrière demarreerde, was ik leeg."
Uit Kruijswijks cijfers over de Giro blijkt dat hij in topvorm was - hij haalde vermogenswaardes die hij zelden scoorde. Maar het was niet genoeg om in de eerste week met de besten mee te kunnen. Dat kwam pas na twee weken. De reden: Kruijswijk kon zijn niveau handhaven. De vergelijking tussen beklimmingen naar Abetone (rit 4) en Madonna di Campiglio (rit 15) is het meest frappant: Kruijswijk trapt vrijwel identieke waardes, maar de uitslag is heel anders: op Abetone kansloos gelost, op Madonna di Campiglio vijfde, vlak achter Contador. In de laatste dagen slaat de vermoeidheid toe, maar ook dat is niet te zien in zijn uitslagen: hij behoort tot de beste klimmers. Dat betekent dat zijn concurrenten - op een enkele uitzondering na - óók moe waren en ver bleven van hun beste vermogenswaardes.
Heijboer: ,,Deze Giro was een uitputtingsslag. Door het parcours en de manier van koersen van ploegen als Astana."
Kruijswijk: ,,Ik trainde voor de Giro vooral op lange beklimmingen en weinig op sprints. Dat zag je: in sprintjes om de bergpunten werd ik vaak geklopt, maar het gaat om de derde week. Dat is mijn kunstje: boven komen drijven als het heel lang heel zwaar is."
De getallen tonen aan: Kruijswijk verbeterde niet; hij verslechterde minder. ,,Ik reed niet harder, de rest reed op het eind gewoon iets minder hard."