[verdachte] [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier ten lande. (Huh??)
Ten laste gelegdhij op of omstreeks 5 mei 2015 in de gemeente Hoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 1] een of meerma(a)l(en) op/tegen het gezicht, althans het hoofd te slaan en/of te stompen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel,
te weten een hersenschudding en/of een scheurtje in de kin en/of een gebroken gebit, althans enig letsel ten gevolge heeft gehad.Vaststaat dat op 5 mei 2015 geweld is toegepast jegens [slachtoffer 1] door verdachte en door zijn broer [medeverdachte 1] en zijn vader [medeverdachte 2].
[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn op die bewuste dag op het Kerkplein in Hoorn nadat zij met hun auto staande waren gehouden de confrontatie aan gegaan met (onder meer) verkeersregelaar [slachtoffer 1] door eerst tegen hem aan te rijden en hem vervolgens enkele (krachtige) duwen te geven. Verdachte bevond zich bij aanvang van het incident in zijn tattooshop. Verdachte is op een later moment bij het voorval betrokken geraakt, nadat hij van een derde hoorde dat er iets met zijn vader was, en hij heeft de gedragingen van zijn medeverdachten merendeels niet waargenomen. Op het moment waarop hij zich bij zijn medeverdachten voegde en [slachtoffer 1] een vuistslag gaf, hadden zijn medeverdachten hun geweldhandelingen reeds gestaakt.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van een verkeersregelaar door hem een vuistslag in het gezicht te geven. Ten gevolge van de kracht van die vuistslag van verdachte heeft die verkeersregelaar enige tijd zijn bewustzijn verloren heeft.
Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank er voorts rekening mee dat verdachte er op de zitting blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien en begaan te zijn met het lot van de verkeersregelaar.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 1 februari 2016, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder ter zake van een geweldsdelict is veroordeeld tot een geldboete. De rechtbank heeft daarbij echter ook in aanmerking genomen dat na deze veroordeling inmiddels een aantal jaren is verstreken en dat verdachte zich in die tijd niet opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een geweldsdelict.
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van ¤ 2.163,24