Etappe 10: Tarbes - La Pierre-Saint-Martin, 167 kmDe eerste week van de Tour zit erop en er is al heel wat gebeurd. De tijdrit in Utrecht werd verrassend gewonnen door Rohan Dennis. De rit naar Neeltje Jans werd zoals verwacht een waaierrit, maar als de storm in Zeeland een uurtje later was geweest hadden we nog meer spektakel gehad. Nu viel de schade tussen de klassementsrenners wel mee. De etappe naar Huy werd ontsierd door een grote valpartij, waar we onze hoop op een gele trui verloren. Rodriguez won in Huy en Froome liet daar al voorzichtig zien van de grote vier toch wel de beste te zijn. De kasseienrit viel een klein beetje tegen, het bleek niet zwaar genoeg om voor verschillen te zorgen tussen de klassementsrenners. Er volgden een paar wat minder interessante etappes, hoewel de finale in Le Havre nog wel interessant was. Ook vooral interessant door een valpartij. Voor de tweede keer deze Tour viel de gele trui uit. Voorlopig lijkt het alleen Chris Froome geluk te brengen. In de achtste etappe, met aankomst op de Bretonse muur wist Alexis Vuillermoz te verrassen. Tussen de klassementsrenners gebeurde weer niet veel, alleen Nibali verloor wat tijd. De ploegentijdrit werd een secondenspel tussen enkele ploegen. Aan het eind van de eerste week is Froome toch wel de winnaar. Hij staat 12 seconden voor op Tejay van Garderen, die toch wel ijzersterk bezig is. Op de rest van de grote vier heeft Froome al meer dan een minuut te pakken. Op Quintana en Nibali zelfs twee minuten. Willen deze jongens nog de Tour winnen, zullen ze in de bergen flink moeten aanvallen. De bergen gaan we na de rustdag eindelijk krijgen. Wel al drie aankomsten gehad op allerlei muurtjes, maar in de tiende rit dan toch eindelijk de eerste aankomst bergop. We gaan naar de Pyreneeën en krijgen daar een drieluik bergetappes.
![UJTPPnZ.png]()
![PROFIL.png]()
De eerste etappe van dit drieluik start in Tarbes, een stad met 48.000 inwoners in de regio Midi-Pyrénées, departement Hautes-Pyrénées. We zitten ineens helemaal in het het zuiden van Frankrijk, maar nog niet echt in de bergen. Tarbes is een bekende plaats in de Tour. Het is vooral een stad waar regelmatig ritten vertrekken. Voor het laatst was dat in 2006, een rit van Tarbes naar Pla de Beret. Deze rit zou gewonnen worden door Denis Menchov, no? In 2001 vertrok er ook een rit in Tarbes, deze rit zou eindigen op Luz Ardiden en werd gewonnen door een Baskische eindbaas, Roberto Laiseka. Ik was toen nog een heel klein Rellend Rotscholiertje, maar die etappe vergeet ik niet snel meer. Laiseka, met zijn uitgemergelde lijfje en zijn blik alsof hij al drie weken achter elkaar zonder pauze in de mijnen had moeten werken was daar toch mooi iedereen te snel af, waaronder Jan Ullrich en Lance Armstrong. Tarbes is ook enkele keren een aankomstplaats geweest. Voor het laatst in 2009, die rit werd gewonnen door de man met de neus als een zinksnijder, Pierrick Fedrigo. Die rit in 2009 betekende een terugkeer als finishplaats voor Tarbes na meer dan 50 jaar. De laatste keer voor 2009 dat er een rit aankwam in Tarbes was in 1951. Een rit met een heel bekend verhaal, dat we allemaal al duizend keer hebben gehoord. De 13e rit van de Tour van 1951 ging van Dax naar Tarbes, over de Aubisque. In de afdaling van de Aubisque viel Van Est in een ravijn. Hij overleefde het, tot ieders verbazing. Wel verloor hij de gele trui, die hij juist een dag eerder had veroverd. Tarbes zelf is verder wel een schattig stadje, prima plek om te vertrekken.
![Tarbes-2-1024x678.jpg]()
Van Tarbes zou je naar het zuiden kunnen fietsen, dan kom je meteen in de Pyreneeën uit. Dat doen we niet, er wordt eerst een heel stuk naar het westen gefietst, om Pau heen. Het resultaat is dat we een bijna volledig vlak eerste gedeelte van deze rit hebben. Via Gardères en Morlaàs fietsen we een beetje door dit best vlakke gedeelte van de departementen Pyrénées-Atlantiques en Hautes-Pyrénées. Er worden nog wat weinig interessante dorpjes aangedaan als Navaille-Angos en Sauvagnon. Na een kilometertje of 55 passeren de renners het vliegveld van Pau. Een kilometer of 10 daarna passeert het peloton Bougarber. Net buiten dit dorpje begint de eerste klim van de dag, de Côte de Bougarber. Een klimmetje van de vierde categorie, 1,6 kilometer lang aan 6,2% gemiddeld. Dat stelt natuurlijk niet zo gek veel voor. Het is echt een rit die eigenlijk in de Vuelta hoort te zitten. De hele dag praktisch vlak en dan aan het eind van de dag een serieuze klim. Kan je nog wel een paar klimmetjes van de vierde categorie toevoegen, maar daar heeft niemand wat aan.
![Tour_Pau.jpg]()
De renners fietsen verder en komen via Atrix in Mourenx uit. Mourenx is een klein dorpje, maar wel een heel bijzonder dorpje. Het bestaat bijna volledig uit flats en appartementencomplexen. Geen normaal huis te vinden. Een dorp vol met flats. Schijnt in deze omgeving wel vaker voor te komen, maar een apart gezicht is het zeker. Dit dorpje ligt echt praktisch in het midden van het niets. Niet echt een wereldstad, waar je behoefte hebt aan flats. Hoe dan ook, de koers gaat verder en het peloton komt na 87 kilometer door Vielleségure. Iets buiten dit dorpje begint het tweede klimmetje van de dag, de Côte de Vielleségure. 1,7 kilometer aan 5,9%, stelt wederom niet veel voor. We fietsen nu door de uitlopers van de Pyreneeën, het is dus wel logisch dat het af en toe een beetje omhoog loopt. Toch doet men zoveel mogelijk moeite om de echte klimmen te ontwijken. Na dit heuveltje dalen de renners af om na 95 kilometer uit te komen in Navarrenx. Een oud vestingstadje, dat nog steeds prachtig is. Langs de stadsmuren fietsen de renners over de oude brug.
![81516788_o.jpg]()
Na Navarrenx rijden we dan eindelijk echt richting de bergen. Toch duurt het nog wel even voor er serieus geklommen wordt, we rijden eerst nog door een paar valleien. 109 kilometer koers hebben we nodig om de vallei van het riviertje La Saison te bereiken. Deze vallei wordt gevolgd en brengt ons naar de tussensprint van de dag, na 124 kilometer in Trois-Villes. Het loopt hier al langzaam wat omhoog, maar klimwerk mag je het nog niet noemen. Klimwerk komt een paar kilometer later wel, na het passeren van het dorpje Montory beginnen de renners aan de Côte de Montory. Een klimmetje van de vierde categorie, 1,8 kilometer lang aan 6,3%, weer niet echt een indrukwekkende beklimming. Na dit klimmetje is er een afdaling en rijdt men weer verder door een vallei, via kleine dorpjes als Aramits en Arette op weg naar de slotklim. In Arette passeert het peloton na 143 kilometer, nog een paar kilometer en dan gaat de enige echte klim van deze etappe beginnen. Na Arette begint het al licht op te lopen, in totaal toch wel 20 kilometer klimmen, hoewel die eerste kilometers dan niet zo zwaar zijn.
![3xXf1hd.jpg?1]()
De slotklim is zeer zeker wel zwaar. De Col de Soudet is 15 kilometer lang en 7,4% gemiddeld. Hij begint meteen heel zwaar, na enkele kilometers vals plat krijgen de renners ineens te maken met een hele kilometer aan 8%. De kilometer daarna is nog een stuk zwaarder, bijna 11%. Het wordt eigenlijk geen moment makkelijk, de derde kilometer is gemiddeld 6,2% en is daarmee de makkelijkste kilometer van het eerste deel van de klim. Na die relatief makkelijke kilometer komt het eigenlijk niet meer onder de acht procent. Tussen kilometer 6 en 8 van de klim komt het niet onder de 9%, tussen kilometer 8 en 9 dan weer niet onder de 10%. Het is een enorm zware klim, zeker voor Tourbegrippen. Dit deel van de klim is ook waar het moet gebeuren, de eerste 10 kilometer. Het eerste deel van de klim is de Col de Labays en deze col is geschikt om flink aan te vallen. De schok zal enorm zijn, na 150 kilometer bijna volledig vlak terrein ineens moeten klimmen aan minstens 8%. Bovendien ook nog eens na een rustdag, hier gaan slachtoffers vallen als er flink wordt doorgereden.
![j5Sc9c7.png]()
De laatste kilometers van de Labays wordt het enorm bochtig. Deze bochten zitten wel allemaal bij elkaar, in een kilometer een stuk of zes. Als de Labays is geweest klimmen de renners gewoon rustig verder en zitten ze ineens op de Col de Soudet. Dit gedeelte van de klim is een stuk minder interessant. Op vijf kilometer van de streep komen ze op dit gedeelte terecht en de stijgingspercentages komen nu niet meer boven de zes procent. Zelfs een kilometer aan 3%, maar daarna wordt het met 5,5 en 5,1% toch weer wat acceptabeler. Vlak voor de finish nog wel een wat lastigere kilometer aan 7%, maar richting de streep wordt het dan weer volledig vlak. Het eerste gedeelte van de klim is echt enorm zwaar, maar de laatste vijf kilometer is het eigenlijk niet zo zwaar meer. Als er klassementsrenners zijn die wat willen zullen ze het in de eerste 10 kilometer van de klim moeten doen. In de slotkilometer zitten nog een paar bochten, maar de weg is hier enorm breed. Als er nog wat renners samen zijn moet dat nog wel een leuk sprintje kunnen opleveren. Vlak voor de finish krijgen we nog even wat mooie rotswanden te zien.
![DSCF3915.JPG]()
De finish is in La Pierre-Saint-Martin en dat is voor het eerst. Nog nooit begon of eindigde hier een rit. We zitten dicht bij Spanje in de buurt, zo'n beetje op de grens met Spanje eigenlijk, en derhalve ook bij het Baskenland. De Basken zijn altijd aanwezig als er een koers in de buurt is, dus zal het wel druk zijn op deze berg. Daarnaast is het natuurlijk 14 juli, quatorze juilliet, de Franse nationale feestdag. Een enorme drukte op deze berg valt wel te verwachten. La Pierre-Saint-Martin is een klein dorpje met amper 1000 inwoners. Het is bovenal een skiresort, hoewel je er meer kan doen dan skiën alleen. Mountainbiken, raften, vissen, klimmen, alles is heir mogelijk. Dit skiresort is vooral geschikt voor families en mensen die weinig ervaring hebben met skiën. Voor sommige renners zal La Pierre-Saint-Martin niet geheel onbekend terrein zijn. In de Tour van 2007 kwam de klim al eens voor, maar deze werd toen wel van een andere kant bedwongen. In die rit reed men even Spanje binnen en via de Spaanse kant werd er geklommen richting La Pierre-Saint-Martin. Die rit zou eindigen op de Aubisque en gewonnen worden door Michael Rasmussen, voor hij een paar uur later uit de Tour werd genomen.
![default-la-pierre-saint-martin-ff62f-1.jpg]()
Het wordt warm. Graadje of 30 valt niet uit te sluiten. Boven in La Pierre-Saint-Martin natuurlijk een paar graden minder, maar alsnog warm. Het zal een lastige dag worden voor de renners. Een rit die volledig vlak is en dan met 30 graden ineens omhoog moeten knallen. Het zal vermoedelijk droog blijven. Waaien zal het ook niet echt, maar in de bergen is dat toch wat minder interessant. Om 12:25 vertrekken de renners in Tarbes en tussen 16:32 en 16:58 worden de renners boven in La Pierre-Saint-Martin verwacht. Een wat vroegere finish dus, wel goed om even rekening mee te houden. Om 14:10 zal de NOS er weer bij zijn en om 14:15 Sporza. Je kan ook gerust pas een uur later de tv aanzetten, veel zal er niet gebeuren voor de slotklim.
De eerste bergrit is vaak een rit die voor de klassementsrenners is. Toch kan deze rit er ook zomaar een zijn voor een kopgroepje. Ligt er maar net aan of er ploegen zijn die zin hebben het vlakke gedeelte van de etappe te controleren. Dat is heel makkelijk te controleren, maar het is de vraag of er ploegen zijn die daar zin in hebben. Sky zal ongetwijfeld liever iedereen bewaren voor de slotklim, net als veel andere ploegen. Een kopgroepje dat de zegen krijgt valt niet uit te sluiten, maar omdat het de eerste bergrit is ga ik toch maar voor een strijd tussen de favorieten voor de eindzege. Er zijn al heel wat jongens met een flinke achterstand op Froome, als die renners niets proberen hebben ze sowieso verloren. Vooral Movistar moet in staat zijn om wat voor elkaar te krijgen. Quintana en Valverde hebben allebei een flinke achterstand. Als ze een beetje samen gaan werken kan het nog leuk worden, maar met Piti is die kans klein.
1. Froome. Chris is op de brommer! Zijn hartslag gaat niet omhoog, terwijl zijn wattages verdubbelen. Is toch heerlijk, die marginal gains. Chris zet morgen het motortje ook aan en blaast dan iedereen weg, nadat zijn ploeg het begin van de klim gaat bombarderen alsof we naar US Postal op de Alpe d'Huez zitten te kijken. Ik kan niet wachten, dit gaat weer lachen worden. Remmen in de bochten.
2. Quintana. Nairito is de beste klimmer ooit, maar het begin van de klim zal hem wel wat minder liggen. Gelijk dat steile is niet zijn ding. Moet even op gang komen, een diesel toch wel. Als hij eenmaal op gang is gekomen kan hij ver komen, maar op basis van de eerste week lijkt Froome toch wat sterker. Is een voorbarige conclusie, want een echte beklimming is er nog niet geweest. Toch zet ik voorlopig mijn geld op Froome. Vooral ook omdat Nairo geen brommer heeft natuurlijk.
3. Contador. Bertje lijkt nog niet zo sterk en raakt nu dan ook nog eens Basso kwijt. Het is heel vervelend voor Basso zelf, maar ook voor Contador zal het wel gevolgen hebben. Welke gevolgen, dat is nog even afwachten. Het kan hem enorm motiveren, of juist niet. Ik verwacht bij Contador toch eerder dat het hem zal motiveren, maar dan zal hij alsnog niet goed genoeg zijn om Quintana en Froome te volgen. In de Giro leek hij al niet echt heel erg sterk, ondanks zijn overwinning. Nu lijkt het helemaal minder. Ook nog eens last van hooikoorts blijkbaar, ik vrees voor Bertje.
4. Van Garderen. Tejay is heel sterk bezig, maar moet nu wel even normaal gaan doen met z'n hoofd. Lijkt me niet dat hij na Froome de sterkste renner in koers moet zijn. Vierde plaats lijkt me wel voldoende voor Van Garderen.
5. Nibali. De haai van de Straat van Messina heeft al flink wat tijd verloren en is al eens redelijk opvallend gelost. Met een paar briefjes van Vino erbij kan het misschien nog wat worden, maar ik denk niet dat dit het jaar wordt van Vincenzo. Volgend jaar weer een nieuwe kans, als er misschien weer wat andere favorieten op hun bek gaan. Moet hij het toch van hebben.