Je hebt de opgave niet voltooid, er staat immers dat in het eindantwoord niet meer dan één breukstreep mag voorkomen.quote:
Dus dan gaan we vermenigvuldigen met 3:quote:Op woensdag 2 december 2015 14:28 schreef nickname89 het volgende:
Druk de variabele x uit in de overige variabelen
1/3x + 1/4y = x/a
Eerste x naar een kant halen:
1/3x - x/a = -1/4y
vermenigvuldigen met a:
1/3ax - x = -1/4ay
x buiten haakjes:
x (1/3a - 1) = -1/4ay
x isoleren:
x = (-1/4ay) / ( 1/3a - 1)
Wat doe ik fout ?
Nee. Hier ga je de fout in. Vermenigvuldig teller en noemer van de breuk in het rechterlid nog eens met 4. Je had uiteraard ook direct teller en noemer van de breuk in het rechterlid met 12 kunnen vermenigvuldigen.quote:Op woensdag 2 december 2015 16:28 schreef nickname89 het volgende:
[..]
Dus dan gaan we vermenigvuldigen met 3:
x = (-3/4ay) / (a-3)
Kruislings vermenigvuldigen:
Je wil graag uitkomen op iets van de vormquote:Op woensdag 2 december 2015 21:00 schreef nickname89 het volgende:
Ja idd.
dan kom ik uit op x= (-3ay) / (4 (a-3))
Heb ik een volgende vraag.
De som;
log(x) = 2 + log (4)
Hoe pak ik uberhaupt de eerste stap aan ?
Hoe los jij x2 = 0,5 op?quote:Op woensdag 2 december 2015 21:20 schreef nickname89 het volgende:
Volgende;
x^36 = 0,5
Schrijven naar;
x log (0,5) = 36
en dan ?
Het onderstreepte gedeelte klopt dus niet. Het stuk achter de pijl wel.quote:Op woensdag 2 december 2015 21:23 schreef nickname89 het volgende:
Wortel (0,5)
Dus dan is;
xlog (0,5) - 36 --> 36machtswortel van 0,5 is afgerond 0.98
Nee, juist niet.quote:
Niets je kan er bijzonder weinig mee als logaritme:quote:Op woensdag 2 december 2015 21:20 schreef nickname89 het volgende:
log (x) = log (100) + log (4)
x= 400
Volgende;
x^36 = 0,5
Schrijven naar;
x log (0,5) = 36
en dan ?
Definieer g(x) = f(x) - x.quote:Op vrijdag 4 december 2015 13:56 schreef ulq het volgende:
Daarnaast, de volgende vraag:
[ afbeelding ]
Ik snap niet helemaal hoe ik deze het beste kan aanpakken.
De tussenwaardestelling zegt dat als een functie continue is en wanneer deze elke waarde tussen f(0) en f(1) aanneemt. Aangezien gegeven is f(0) ≠ 0 en f(1) ≠ 1 weet ik dat de grenswaarden in ieder geval niet gelijk zijn aan c.
Verder zou ik eigenlijk echt niet weten hoe ik hier moet beginnen. Ik weet niks over de functie en de tussenwaardestelling stelt alleen dat elke mogelijke waarde tussen f(0) en f(1) wordt aangenomen en ik zie niet echt hoe ik dit kan gebruiken. Verder zie ik ook niet echt hoe de tip mij kan helpen..
Dank voor je reactie. Ik snap niet helemaal wat je bedoelt met je 'merk op'-gedeelte.quote:Op vrijdag 4 december 2015 14:16 schreef thenxero het volgende:
[..]
Definieer g(x) = f(x) - x.
Merk op:
g(1) = f(1)-1 < 0
g(0) = f(0) - 0 = f(0) > 0
De functie g is continu op [0, 1] en je hebt g(0) > 0 en tevens g(1) < 0. Dan is er dus volgens de tussenwaardestelling een c ∈ (0, 1) zodanig dat g(c) = 0. Zie je?quote:Op vrijdag 4 december 2015 14:41 schreef ulq het volgende:
[..]
Dank voor je reactie. Ik snap niet helemaal wat je bedoelt met je 'merk op'-gedeelte.
Dat is wat ongelukkig geformuleerd. Je bedoelt dat je nu begrijpt dat als er een c ∈ [0, 1] bestaat zodanig dat g(c) = 0 dat dan f(c) = c.quote:Ik ben immers wel zo ver om te begrijpen dat wanneer g(x)=f(x)-x gelijk is aan 0, dit betekent dat f(x)=x en dus f(c)=c (te bewijzen stelling).
Nee. Kies f(x) = 1 − x met Df = [0, 1]. Dan is Bf = [0, 1] maar Bg ≠ [−1, 0].quote:Kan je vervolgens niet gewoon stellen dat het domein van g(x) gelijk is aan [0, 1] en het bereik aan [-1, 0] ...
Deze waarden zijn af te leiden met een klein beetje elementaire meetkunde. Of je daar ook nog de eenheidscirkel bij wil betrekken mag je zelf weten. Nodig is dat niet aangezien de goniometrische verhoudingen - uitsluitend voor scherpe hoeken - aanvankelijk zijn gedefinieerd aan de hand van rechthoekige driehoeken. Omdat de lengtes van de zijden van gelijkvormige driehoeken evenredig met elkaar zijn, hangen de verhoudingen tussen de lengtes van twee zijden in een rechthoekige driehoek uitsluitend af van de hoeken van de rechthoekige driehoek. De definitie aan de hand van de eenheidscirkel maakt het mogelijk om betekenis toe te kennen aan de sinus en de cosinus voor willekeurige (rotatie)hoeken, zie ook hier.quote:Op vrijdag 4 december 2015 13:47 schreef ulq het volgende:
Hoi, ik had twee redelijk basic calculus vraagjes. Ik ben hier vroeger wel eens goed geholpen dus probeer ze wederom hier te droppen
Allereerst een vraagje over de waarden van cos(x), sin(x) en tan(x).
De volgende tabel met corresponderende waarden:
[ afbeelding ]
Valt zoiets nou door middel van de eenheidscirkel, gecombineerd met de definities van de goniometrische functies (sos cas toa) af te leiden?
Je moet deze waarden inderdaad uit het hoofd kennen, en bovenstaand ezelsbruggetje helpt je daarbij. Uiteraard kun je ook altijd even een schetsje maken met bovenstaande driehoeken om deze waarden te vinden. Het is zeker niet zo dat deze waarden alleen zijn te benaderen, de gevonden waarden zijn exact. Het feit dat ze deels irrationaal zijn doet daar niets aan af. Ook voor een aantal andere hoeken (zoals gehele veelvouden van 3°) zijn de exacte waarden af te leiden en uit te drukken met behulp van vierkantswortels, maar deze uitdrukkingen zijn gecompliceerder en hoef je niet uit het hoofd te kennen. Probeer zelf eens te bedenken hoe je exacte waarden voor cos 15° en sin 15° af zou kunnen leiden. Idem voor cos 18° en sin 18°.quote:Of is het min of meer de bedoeling dat je dit uit je hoofd weet en kan je de waarden alleen benaderen?
Inderdaad, de tangens is het quotiënt van de sinus en de cosinus. In een rechthoekige driehoek is de tangens van een scherpe hoek gelijk aan de verhouding van de lengte van de overstaande rechthoekszijde tot de lengte van de aanliggende rechthoekszijde. Je kunt zo ook direct uit de eerste van de bovenstaande figuren aflezen datquote:Ik weet uiteraard wel dat je de tan(x) waarden kunt afleiden uit de andere twee functies.
Hmm ja. Je stelt dus eigenlijk dat het bereik van g(x) 'maximaal' 0 als ondergrens en 'minimaal' 0 als bovengrens heeft. En hieruit kan je je concluderen dat 0 omvat is in het bereik dat dus er een c bestaat waarvoor f(c) = c.quote:Op vrijdag 4 december 2015 15:28 schreef Riparius het volgende:
De functie g is continu op [0, 1] en je hebt g(0) > 0 en tevens g(1) < 0. Dan is er dus volgens de tussenwaardestelling een c ∈ (0, 1) zodanig dat g(c) = 0. Zie je?
Dat is niet helemaal het idee. Bekijk het eens als volgt. Het beginpunt (0; g(0)) van de grafiek van g ligt boven de x-as omdat g(0) > 0 en het eindpunt (1; g(1)) van de grafiek van g ligt onder de x-as omdat g(1) < 0. En omdat g een continue functie is en de grafiek van g dus een ononderbroken curve is, moet het zo zijn dat de grafiek van g tenminste éénmaal de x-as passeert, anders kun je immers niet van een beginpunt boven de x-as uitkomen op een eindpunt onder de x-as. En dus moet het zo zijn dat er tenminste één waarde c is op het interval (0,1) waarvoor geldt g(c) = 0 (en dus f(c) = c).quote:Op zaterdag 5 december 2015 21:38 schreef ulq het volgende:
Zeer veel dank voor de uitgebreide reacties Riparius!
[..]
Hmm ja. Je stelt dus eigenlijk dat het bereik van g(x) 'maximaal' 0 als ondergrens en 'minimaal' 0 als bovengrens heeft. En hieruit kan je je concluderen dat 0 omvat is in het bereik dat dus er een c bestaat waarvoor f(c) = c.
Nee, want een driehoek is niet volledig bepaald door de lengte van twee zijden. In de tweede figuur in de post van mij hierboven zie je dat een rechthoekige driehoek met rechthoekszijden met lengte 1 resp. √3 en met een hypotenusa met lengte 2 de helft is van een gelijkzijdige driehoek (met zijden met lengte 2). En dus heeft zo'n rechthoekige driehoek scherpe hoeken van 30° en 60°.quote:Wat betreft de goniometrie. Is het dan wel zo dat je min of meer moet onthouden dat bij de 30 en 60 graden hoeken een zijde van 2 en 1 correspondeert met een hoek van 30 en 60 graden?
Werken met een geodriehoek is niet de bedoeling, dat is niet exact. Het is de bedoeling dat je beredeneert wat de exacte waarde is van bijvoorbeeld cos 15° en sin 15°. Je kunt redeneren aan de hand van een meetkundige figuur, maar dat hoeft niet eens. Je zou kunnen bedenken dat 15° het verschil is tussen 45° en 30°. Heb je nu een idee hoe je cos 15° en sin 15° exact zou kunnen uitrekenen met behulp van de reeds bekende exacte waarden van de cosinus en de sinus van 45° en van 30° ?quote:Ik zie verder ook niet zo hoe je de waarden van veelvouden van 3 graden kan afleiden.. Je moet toch immers altijd de verhouding tussen de zijden en de hoek weten? (tenzij je goede geo-driehoek hebt)
Je idee van die getallen op deze manier invullen, is wel correct. Maar in het rekenwerk gaat e.e.a. fout.quote:Op donderdag 10 december 2015 16:33 schreef nickname89 het volgende:
Gegeven de formule:
Gt = G0 * 0,5^0,8t
Gt = de hoeveelheid narcoticastof aanwezig in menselijk lichaam na tijdstip t
G0 = de hoeveelheid narcoticastof die oorspronkelijk is toegediend.
Vraag:
a) Na hoeveel tijd is de hoeveelheid narcosestof nog maar de helft van de hoeveelheid toegediende stof?
b) NA heoveel tijd is er nog 10% van de toegediende stof aanwezig?
Uitwerking:
a)
Gt = G0 * 0,5^0,8t
Om de vraagstelling te beantwoorden vul ik getallen in voor gt en g0.
100 = 50 * 0,5^0,8t
100/50 = 0,5^0,8t
0,5 = 0,5^0,8t
0,8t = 1
t = 1,25
Ik denk echter dat ik wiskundig niet correct bezig ben, hoewel ik wel tot het correcte antwoord kom kan ik deze methode niet toepassen in soms b. Er dient dus een andere mogelijkheid te wezen tot het oplossen van deze som.
Som B)
Getallen invullen:
10 = 100 * 0,5^0,8t
0,1 = 0,5^0,8t
Hoe nu verder ?
| Forum Opties | |
|---|---|
| Forumhop: | |
| Hop naar: | |