Skyros, Griekenland 04-04-‘15
Geachte heer Dijsselbloem,
Ik vermoed dat er wel wat voor nodig is om deze brief ook daadwerkelijk bij u te doen belanden, maar ik hoop dat deze hartekreet bij u aankomt.
Mijn naam is Roos Mavrikou en ik ben sinds 2007 woonachtig in Griekenland. Daar woon ik met mijn Griekse man en twee dochtertjes van zes en drie jaar oud.
U bent als geen ander op de hoogte van de problematiek hier en toch lijken bepaalde feiten alleen maar als zijnde tot u en uw collega’s in Brussel door te dringen. Dat 27% van de Griekse beroepsbevolking werkeloos is, is in uw ogen slechts een percentage. Voor ons is het de werkelijkheid. Dat nog geen 10% van deze werkelozen aanspraak kan maken op een vergoeding van nog geen 400 euro per maand, voor nog geen jaar, lijkt ook slechts een statistiek. Alsof hier geen gezinnen achter schuil gaan die leven in een land met een even kostbare levensonderhoud (huur, voeding, elektriciteit) als in Nederland; het land waar ik tot mijn 27e heb gewoond.
Ik ben een hoger opgeleid, realistisch en kritisch iemand, maar Griekenland kan zo niet verder en mede daarom begrijp en steun ik de huidige Griekse regering volop in haar vraag om heronderhandelingen. Daar is niets radicaals aan, aangezien het dit land na zoveel jaren van wanbeleid –en dan heb ik het niet alleen over de Griekse regering, maar zeker ook over de door de trojka opgelegde extreme hoeveelheid hervormingen die wel degelijk voor het grootste deel zijn doorgevoerd- niets dan letterlijke en figuurlijke depressie heeft gebracht.
Ik kan de brief heel lang maken door te beschrijven waarom het land ooit op een bepaald punt is beland, maar vaak is dat vechten tegen de bierkaai. Meer nog tegen de onbuigzame politiek die vanuit Brussel wordt gevoerd.
Echter, als mijn dochter van nog geen zeven jaar deze winter een week lang zonder verwarming in het basisschool gebouw les krijgt en daarbij haar jas moet aanhouden vanwege de koude en het gebrek aan budget voor stookolie, en dit ons eveneens overkomt in het lokale ziekenhuisje waar het beperkte personeel rondloopt in hun jassen, dan vrees ik dat er in het buitenland niet beseft wordt hoe dramatisch het hier gesteld is en dat de mensen hier niet ondankbaar zijn (zoals nu veelal wordt beweerd), maar vooral wanhopig. Ik zie het als mijn taak als inwoner van dit land, en als moeder van twee jonge kinderen, om u een brief te schrijven in de hoop dat u goed nadenkt over hoe u tegen ons en onze situatie aankijkt.
De mensen verdienen hier meer dan de dreigingen over en weer. Wij verdienen op zijn minst waardigheid en goed functionerende pilaren van de samenleving; onderwijs en gezondheidszorg. Die zijn de afgelopen jaren compleet afgebrokkeld, mede dankzij het opgelegde beleid en bezuinigingen van u en uw collega’s in Brussel.
Ik vraag u om begrip, ik vraag u om redelijkheid en ik vraag u diep in uw hart te kijken en ons niet als het zwarte schaap, of slechts als statistieken te zien, maar als mensen net als u en uw familie en vrienden die simpelweg willen (over)leven.
In afwachting van uw antwoord, verblijf ik,
Roos Mavrikou
Wem die Scheisse bis zum Hals steht, sollte den Kopf nicht hängen lassen