abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
  Moderator / Redactie Sport zaterdag 12 april 2014 @ 14:59:53 #1
359864 crew  Nattekat
De roze zeekat
pi_138795879


Data
1e tijdvak: Dinsdag 13 mei 2014 13:30-16:30
2e tijdvak: Woensdag 18 juni 2014 13:30-16:30

Examenstof
Stoffen, structuur en binding:
- Neerslagreacties
- Bindingstypen en eigenschappen

Koolstofchemie:
- Reacties van koolstofverbindingen
- Structuren van koolstofverbindingen

Biochemie:
- Stofwisseling
- Structuren van biochemische stoffen

Kenmerken van reacties:
- Natuurlijke kringloopprocessen beschrijven
- Kenmerken van reacties en processen aangeven
- Reactiesnelheid
- Evenwichten
- Rekenen aan reacties

Chemische techniek:
- Stoffen aantonen
- Analysetechnieken
- Procesindustrie

Zuren en basen:
- Kenmerken en racties
- Berekeningen

Redox:
- Redoxreacties

Toegestane hulpmiddelen
- Grafische rekenmachine
- Binas 5e druk

Syllabus

[ Bericht 7% gewijzigd door Nattekat op 12-04-2014 15:14:17 ]
100.000 katjes
Fuck the EBU!
pi_138965991
TVP om te helpen.
Gist is liefde, gist is leven. Vooral in een vagijn.
pi_139121765
Iemand die mij duidelijk kan uitleggen hoe het zit met al die evenwichten, naar welke kant ze verplaatsen onder welke omstandigheden?
Duidelijke uitleg van hoe zelf een redoxformule te maken die niet in Binas staat?
Wat houdt extinctie in en wat moet je ervoor kennen en kunnen op het CE?
En eiwitten, daar snap ik echt niks van... Iemand uitleg en oefenmateriaal?
pi_139122961
quote:
0s.gif Op maandag 21 april 2014 20:28 schreef mapima het volgende:
Iemand die mij duidelijk kan uitleggen hoe het zit met al die evenwichten, naar welke kant ze verplaatsen onder welke omstandigheden?
Botsende deeltjesmodel in je hoofd houden. Als je een reactie van A + B -> C hebt en je verhoogt de druk, wordt de afstand tussen de deeltjes kleiner. De kans dat A en B reageren is dan groter. Het evenwicht verschuift dus naar rechts. Zelfde redenatie kan je gebruiken voor temperatuur, concentratie, etc.
quote:
Duidelijke uitleg van hoe zelf een redoxformule te maken die niet in Binas staat?
Eerst de halfreacties opstellen, en dan kloppen maken voor de hele reactie. Dus bijvoorbeeld eerst A + B -> C + e (deze wordt vaak gegeven), en dan moet je nog een ander opstellen in de vorm van e + D -> E + F (deze kan je vaak vinden in je Binas zelfs). Je moet onthouden dat de elektronen tegen elkaar moeten wegvallen, dat is het belangrijkste.
quote:
Wat houdt extinctie in en wat moet je ervoor kennen en kunnen op het CE?
Extinctie is het vermogen van een stof om een bepaald soort licht te absorberen. Het is misschien makkelijker om het als absorbantie te onthouden. Als ik bijvoorbeeld een reactie inzet waarbij een stof wordt geproduceerd die licht met een golflengte van 500 nm kan absorberen en deze reactie vervolgens laat plaatsvinden tussen een lichtbron die licht met een golflengte van 500 nm uitzendt en een lichtmeter, zal je zien dat er steeds minder licht op de lichtmeter terecht komt naarmate de reactie verder verloopt. Hoe het op het examen terugkomt weet ik niet.
quote:
En eiwitten, daar snap ik echt niks van... Iemand uitleg en oefenmateriaal?
Eiwitten zijn niks meer dan aminozuren aan elkaar verbonden met peptidebindingen (op de middelbare tenminste). De aminozuren kan je opzoeken in je Binas. Je moet de aminogroep tegenover de zuurgroep plaatsen en dan water er tussenuit halen. Vervolgens teken je een verbinding tussen de C en H, dit is de peptidebinding. Dan heb je eigenlijk al een mini-eiwit.



De stoffen links zijn aminozuren, de stof rechts is een 'eiwit'.

[ Bericht 0% gewijzigd door Rezania op 21-04-2014 22:29:45 ]
Gist is liefde, gist is leven. Vooral in een vagijn.
pi_139130307
Zelf gemakkelijk halfreacties maken. :D

http://members.ziggo.nl/eray/Scheikunde/halfreacties%20redox.pdf

Voor de mensen die dat nooit fatsoenlijk op school hebben gekregen.
pi_139131323
Nuttige crosspost uit een gesloten topic:

quote:
0s.gif Op maandag 21 april 2014 21:08 schreef Miraculously het volgende:
Heb vorig jaar zelf veel gehad aan de uitleg van deze man:
http://www.youtube.com/user/scheikundelessen/videos


[ Bericht 0% gewijzigd door #ANONIEM op 21-04-2014 22:57:30 ]
pi_139135912
quote:
14s.gif Op woensdag 16 april 2014 23:56 schreef Rezania het volgende:
TVP om te helpen.
pi_139136063
quote:
0s.gif Op maandag 21 april 2014 20:28 schreef mapima het volgende:
Wat houdt extinctie in en wat moet je ervoor kennen en kunnen op het CE?
Extinctie houdt gewoon in dat licht wordt geabsorbeerd door een stof. Het enige wat je moet kunnen is werken met de wet van Lambert-Beer. http://nl.wikipedia.org/wiki/Wet_van_Lambert-Beer

Je kunt dus de concentratie berekenen door de lichtsterkte voor en na dat je het door een vloeistof schijnt.
pi_139424101
Snapt iemand examen 2013 tijdvak 2 en dan opgave 19. Ik snap dat hele gedoe met massa ppm niet en hoe je er dus mee kan rekenen. Ik heb er wel wat over opgezocht en gevonden dat het mg/kg is e.d, maar ik snap totaal niet hoe ik ermee verder kan rekenen
pi_139458578
niemand die snapt hoe ze op dat antwoord komen?
pi_139556362
Is je opdracht 3 van datzelfde examen ook gelukt? Daar moet je ook rekenen met massa ppm namelijk. Heb zelf het examen geprobeerd te maken maar op het einde had ik totaal geen concentratie meer dus opdracht 19 ben ik nog niet aan toe gekomen :P

Ppm is parts per million en volgens mij gewoon hetzelfde principe als met procenten maar dan in plaats van per 100, per miljoen. Dus als je 5% hebt is dat 5 van 100 en als je 5 ppm hebt is dat 5 per miljoen.
pi_139565806
Ja die van opdracht 3 was best makkelijk, maar dat ppm gedoe bij opgave 19 is me al gelukt maar ik snap niet echt hoe ze de rest doen. Maar als je bij 19 bent aangekomen en het snapt, zou ik het waarderen als je het me kan uitleggen :P
pi_139602538
Snap er ook geen flikker van :')
Eerst een kwartier naar die tekst zitten staren, toen de uitwerkingen er maar bij gepakt, maar na het uitrekenen van het aantal mol N in oplossing P wordt het me te ingewikkeld. Dit lijkt mij wel de moeilijkste vraag uit het examen, dus ik heb er nog wel een beetje vertrouwen in :P

quote:
14s.gif Op woensdag 16 april 2014 23:56 schreef Rezania het volgende:
TVP om te helpen.
Misschien zou jij er eens naar willen kijken?
pi_139604004
quote:
0s.gif Op maandag 5 mei 2014 22:37 schreef Cikx het volgende:
Snap er ook geen flikker van :')
Eerst een kwartier naar die tekst zitten staren, toen de uitwerkingen er maar bij gepakt, maar na het uitrekenen van het aantal mol N in oplossing P wordt het me te ingewikkeld. Dit lijkt mij wel de moeilijkste vraag uit het examen, dus ik heb er nog wel een beetje vertrouwen in :P

[..]

Misschien zou jij er eens naar willen kijken?
Ja dat is zeker wel de moeilijkste vraag van het examen. Examen 2012 1ste tijdvak is trouwens zo makkelijk.
pi_139623507
quote:
0s.gif Op maandag 5 mei 2014 22:37 schreef Cikx het volgende:
Snap er ook geen flikker van :')
Eerst een kwartier naar die tekst zitten staren, toen de uitwerkingen er maar bij gepakt, maar na het uitrekenen van het aantal mol N in oplossing P wordt het me te ingewikkeld. Dit lijkt mij wel de moeilijkste vraag uit het examen, dus ik heb er nog wel een beetje vertrouwen in :P

[..]

Misschien zou jij er eens naar willen kijken?
Misschien vanavond, heb een beetje een drukke week. Anders kan De-Haas misschien ook wel helpen.
Gist is liefde, gist is leven. Vooral in een vagijn.
pi_139628027
Ja was er al naar aan het kijken. Zal zo even mijn uitwerking posten.
pi_139630439
Het handigst is om bij dit soort vragen achteruit terug te werken, ik heb hem als volgt opgelost:

Er is 120 m3 mest. Uit 1 ml nemen alle stikstof en die is aanwezig als NH3. Dit lossen we op in 1L HCl en vervolgens nemen we van de ontstane oplossing 10,0 ml.

Uit de grafiek kun je aflezen dat voor de extinctie van 0,65 het massa ppm van de oplossing waar we extinctie van hebben gemeten 4,6 moet zijn. Dus:

De 10ml extinctie-oplossing weegt 10g (dichtheid is 1,0). Dus:

Massa N in de extinctie oplossing = 4.6 * 10-6 * 10 = 4,6 * 10-5 gram

De extinctie oplossing was 10,0 ml genomen uit 1,0L HCl dus daarin zat 100x zoveel dus 4,6 * 10-3 gram N.

In deze oplossing hebben we die 1,0 ml vloeibare mest opgelost, die bevatte dus 4,6 * 10-3 gram N.

Dat is 4,6 * 10-3 gram / 14.01 gram/mol = 3.28* 10-4 mol NH3.

De concentratie NH3 in de mest is dus: 3.28* 10-4 mol NH3 / 1,0 *10-3 L = 0.328 mol/L

Dus in de 120 m3 zit : 0,328 mol/L * 1000 L/m3 * 120 m3 = 39400 mol NH3.

H2SO4 is een tweewaardig zuur dus hebben we maar de helft van het aantal mol nodig om te reageren: 19700 mol.

Het zwavelzuur is 15M dus hebben we 19700/15= 1313 Liter nodig, wat gelijk is aan 1,3 m3.

[ Bericht 0% gewijzigd door De-Haas op 06-05-2014 22:28:20 ]
pi_139641316
quote:
0s.gif Op dinsdag 6 mei 2014 19:56 schreef De-Haas het volgende:
Het handigst is om bij dit soort vragen achteruit terug te werken, ik heb hem als volgt opgelost:

Er is 120 m3 mest. Uit 1 ml nemen alle stikstof en die is aanwezig als NH3. Dit lossen we op in 1L HCl en vervolgens nemen we van de ontstane oplossing 10,0 ml.

Uit de grafiek kun je aflezen dat voor de extinctie van 0,65 het massa ppm van de oplossing waar we extinctie van hebben gemeten 4,6 moet zijn. Dus:

In 10ml extinctie-oplossing weegt 10g (dichtheid is 1,0). Dus:

Massa N in de extinctie oplossing = 4.6 * 10-6 * 10 = 4,6 * 10-5 gram

De extinctie oplossing was 10,0 ml genomen uit 1,0L HCl dus daarin zat 100x zoveel dus 4,6 * 10-3 gram N.

In deze oplossing hebben we die 1,0 ml vloeibare mest opgelost, die bevatte dus 4,6 * 10-3 gram N.

Dat is 4,6 * 10-3 gram / 14.01 gram/mol = 3.28* 10-4 mol NH3.

De concentratie NH3 in de mest is dus: 3.28* 10-4 mol NH3 / 1,0 *10-3 L = 0.328 mol/L

Dus in de 120 m3 zit : 0,328 mol/L * 1000 L/m3 * 120 m3 = 39400 mol NH3.

H2SO4 is een tweewaardig zuur dus hebben we maar de helft van het aantal mol nodig om te reageren: 19700 mol.

Het zwavelzuur is 15M dus hebben we 19700/15= 1313 Liter nodig, wat gelijk is aan 1,3 m3.
Baas.
Gist is liefde, gist is leven. Vooral in een vagijn.
pi_139645936
quote:
14s.gif Op dinsdag 6 mei 2014 22:14 schreef Rezania het volgende:

[..]

Baas.
Hahaha bedankt man. Sowieso wij gaan hier een beetje de slimmerd uithangen.
pi_139647419
quote:
0s.gif Op dinsdag 6 mei 2014 19:56 schreef De-Haas het volgende:
Het handigst is om bij dit soort vragen achteruit terug te werken, ik heb hem als volgt opgelost:

Er is 120 m3 mest. Uit 1 ml nemen alle stikstof en die is aanwezig als NH3. Dit lossen we op in 1L HCl en vervolgens nemen we van de ontstane oplossing 10,0 ml.

Uit de grafiek kun je aflezen dat voor de extinctie van 0,65 het massa ppm van de oplossing waar we extinctie van hebben gemeten 4,6 moet zijn. Dus:

De 10ml extinctie-oplossing weegt 10g (dichtheid is 1,0). Dus:

Massa N in de extinctie oplossing = 4.6 * 10-6 * 10 = 4,6 * 10-5 gram

De extinctie oplossing was 10,0 ml genomen uit 1,0L HCl dus daarin zat 100x zoveel dus 4,6 * 10-3 gram N.

In deze oplossing hebben we die 1,0 ml vloeibare mest opgelost, die bevatte dus 4,6 * 10-3 gram N.

Dat is 4,6 * 10-3 gram / 14.01 gram/mol = 3.28* 10-4 mol NH3.

De concentratie NH3 in de mest is dus: 3.28* 10-4 mol NH3 / 1,0 *10-3 L = 0.328 mol/L

Dus in de 120 m3 zit : 0,328 mol/L * 1000 L/m3 * 120 m3 = 39400 mol NH3.

H2SO4 is een tweewaardig zuur dus hebben we maar de helft van het aantal mol nodig om te reageren: 19700 mol.

Het zwavelzuur is 15M dus hebben we 19700/15= 1313 Liter nodig, wat gelijk is aan 1,3 m3.
Aaah, helemaal duidelijk! Bedankt man :D
pi_139650389
ik ben nu de sk 2de tijdvak vwo 2013 aan het maken (in gedeeltes ivm vele examentrainingen de komende twer dagen) heb vlgns mij vraag 9 afgerond (vraag over iets met waarom meer afbrokkelen fresco) em heb tot nu toe 20 punten binnen wat denk ik best wel goed is :p en ik had dat examen eerder gemaakt maar snapte er niks van maar heb met internet heel veel oefeningen gedaan en nu valt me pas op hoeveel weggevertjes erin zitten en hoe makkelijk het examen eig is...

mijn vragen:
- wanneer moet je wat zeggen over de evenwichtsverhouding? bestaat er iets als een schema dat je kan leren of een goed uitlegfilmpje over wanneer en welke kant een evenwicht groter of kleiner wordt
- redox gaat nu na een paar jaar eindelijk goed. maar ik zit met een probleem. hoe weet je wanneer je een halfreavtie uit binas moet halen en wanneer je die zelf op loet zien te stellen? bij vraag 8 vond ik dat lastig bij de SO2 (moest blijkbaar gewoon uit binas) en daardoor had ik bij magnatiet de h+ en de h2o aam de verkeerde kant van de reactie gezet omdat ik d egoede halfvergelijking van SO2 niet had :')

ik begin er wel eindelijk vertrouwen in te krijgen dat ik de 6.4 ga halen :D
pi_139650932
quote:
0s.gif Op woensdag 7 mei 2014 01:16 schreef mapima het volgende:
ik ben nu de sk 2de tijdvak vwo 2013 aan het maken (in gedeeltes ivm vele examentrainingen de komende twer dagen) heb vlgns mij vraag 9 afgerond (vraag over iets met waarom meer afbrokkelen fresco) em heb tot nu toe 20 punten binnen wat denk ik best wel goed is :p en ik had dat examen eerder gemaakt maar snapte er niks van maar heb met internet heel veel oefeningen gedaan en nu valt me pas op hoeveel weggevertjes erin zitten en hoe makkelijk het examen eig is...

mijn vragen:
- wanneer moet je wat zeggen over de evenwichtsverhouding? bestaat er iets als een schema dat je kan leren of een goed uitlegfilmpje over wanneer en welke kant een evenwicht groter of kleiner wordt
- redox gaat nu na een paar jaar eindelijk goed. maar ik zit met een probleem. hoe weet je wanneer je een halfreavtie uit binas moet halen en wanneer je die zelf op loet zien te stellen? bij vraag 8 vond ik dat lastig bij de SO2 (moest blijkbaar gewoon uit binas) en daardoor had ik bij magnatiet de h+ en de h2o aam de verkeerde kant van de reactie gezet omdat ik d egoede halfvergelijking van SO2 niet had :')

ik begin er wel eindelijk vertrouwen in te krijgen dat ik de 6.4 ga halen :D
Vond het examen vrij pittig, maar ben dan ook geen held in scheikunde en moest redox en zuur basen onder andere weer herhalen. Evenwichten snap ik ook vrij weinig van, maar volgens mij is het zo dat als aan één kant van de evenwichtsreactie iets verdwijnt, het evenwicht dit probeert te herstellen en daardoor naar die kant trekt (wat dat verder betekent, geen idee :') ).
Denk dat het zo is dat wanneer de halfreactie niet in binas staat je hem zelf moet opstellen? Vond die vraag ook vrij vaag en had ook alleen de halfreactie van magnatiet.

Er bestaan zeker goede uitlegfilmpjes door deze man: https://www.youtube.com/user/scheikundelessen (volgens mij al in het topic genoemd overigens)
Dit is een van zijn filmpjes over evenwicht: Hij heeft echt een shitload aan filmpjes, opzich wel handig om even weer te herhalen hoe iets gaat, maar ik merk toch dat ik het zelf nogal lastig vind om de gecompliceerde teksten en processen te begrijpen die dan verpakt zitten in een ontzettend lang en saai verhaal. Dan kan ik filmpjes kijken tot ik een ons weeg, maar is dan meer een verspilling van kostbare tijd :P
pi_139652149
quote:
0s.gif Op woensdag 7 mei 2014 01:16 schreef mapima het volgende:
ik ben nu de sk 2de tijdvak vwo 2013 aan het maken (in gedeeltes ivm vele examentrainingen de komende twer dagen) heb vlgns mij vraag 9 afgerond (vraag over iets met waarom meer afbrokkelen fresco) em heb tot nu toe 20 punten binnen wat denk ik best wel goed is :p en ik had dat examen eerder gemaakt maar snapte er niks van maar heb met internet heel veel oefeningen gedaan en nu valt me pas op hoeveel weggevertjes erin zitten en hoe makkelijk het examen eig is...

mijn vragen:
- wanneer moet je wat zeggen over de evenwichtsverhouding? bestaat er iets als een schema dat je kan leren of een goed uitlegfilmpje over wanneer en welke kant een evenwicht groter of kleiner wordt
- redox gaat nu na een paar jaar eindelijk goed. maar ik zit met een probleem. hoe weet je wanneer je een halfreavtie uit binas moet halen en wanneer je die zelf op loet zien te stellen? bij vraag 8 vond ik dat lastig bij de SO2 (moest blijkbaar gewoon uit binas) en daardoor had ik bij magnatiet de h+ en de h2o aam de verkeerde kant van de reactie gezet omdat ik d egoede halfvergelijking van SO2 niet had :')

ik begin er wel eindelijk vertrouwen in te krijgen dat ik de 6.4 ga halen :D
Eerst zoeken in T48 en als daar niets staat zelf opstellen. Meestal moet je zelf opstellen als er een vage stof bij zit of als het expliciet wordt aangegeven.
pi_139697384
quote:
0s.gif Op dinsdag 6 mei 2014 19:56 schreef De-Haas het volgende:
Het handigst is om bij dit soort vragen achteruit terug te werken, ik heb hem als volgt opgelost:

Er is 120 m3 mest. Uit 1 ml nemen alle stikstof en die is aanwezig als NH3. Dit lossen we op in 1L HCl en vervolgens nemen we van de ontstane oplossing 10,0 ml.

Uit de grafiek kun je aflezen dat voor de extinctie van 0,65 het massa ppm van de oplossing waar we extinctie van hebben gemeten 4,6 moet zijn. Dus:

De 10ml extinctie-oplossing weegt 10g (dichtheid is 1,0). Dus:

Massa N in de extinctie oplossing = 4.6 * 10-6 * 10 = 4,6 * 10-5 gram

De extinctie oplossing was 10,0 ml genomen uit 1,0L HCl dus daarin zat 100x zoveel dus 4,6 * 10-3 gram N.

In deze oplossing hebben we die 1,0 ml vloeibare mest opgelost, die bevatte dus 4,6 * 10-3 gram N.

Dat is 4,6 * 10-3 gram / 14.01 gram/mol = 3.28* 10-4 mol NH3.

De concentratie NH3 in de mest is dus: 3.28* 10-4 mol NH3 / 1,0 *10-3 L = 0.328 mol/L

Dus in de 120 m3 zit : 0,328 mol/L * 1000 L/m3 * 120 m3 = 39400 mol NH3.

H2SO4 is een tweewaardig zuur dus hebben we maar de helft van het aantal mol nodig om te reageren: 19700 mol.

Het zwavelzuur is 15M dus hebben we 19700/15= 1313 Liter nodig, wat gelijk is aan 1,3 m3.
Bedankt, als je de antwoord eenmaal ziet lijkt het altijd makkelijk
pi_139698213
ha heerlijk bedankt voor de antwoorden! :) is er iemand die nog een goede oefening heeft voor evenwichtsvoorwaarden?

Alles komt dinsdag vast goed, nog maar 5 dagen :o
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')