Botsende deeltjesmodel in je hoofd houden. Als je een reactie van A + B -> C hebt en je verhoogt de druk, wordt de afstand tussen de deeltjes kleiner. De kans dat A en B reageren is dan groter. Het evenwicht verschuift dus naar rechts. Zelfde redenatie kan je gebruiken voor temperatuur, concentratie, etc.quote:Op maandag 21 april 2014 20:28 schreef mapima het volgende:
Iemand die mij duidelijk kan uitleggen hoe het zit met al die evenwichten, naar welke kant ze verplaatsen onder welke omstandigheden?
Eerst de halfreacties opstellen, en dan kloppen maken voor de hele reactie. Dus bijvoorbeeld eerst A + B -> C + e (deze wordt vaak gegeven), en dan moet je nog een ander opstellen in de vorm van e + D -> E + F (deze kan je vaak vinden in je Binas zelfs). Je moet onthouden dat de elektronen tegen elkaar moeten wegvallen, dat is het belangrijkste.quote:Duidelijke uitleg van hoe zelf een redoxformule te maken die niet in Binas staat?
Extinctie is het vermogen van een stof om een bepaald soort licht te absorberen. Het is misschien makkelijker om het als absorbantie te onthouden. Als ik bijvoorbeeld een reactie inzet waarbij een stof wordt geproduceerd die licht met een golflengte van 500 nm kan absorberen en deze reactie vervolgens laat plaatsvinden tussen een lichtbron die licht met een golflengte van 500 nm uitzendt en een lichtmeter, zal je zien dat er steeds minder licht op de lichtmeter terecht komt naarmate de reactie verder verloopt. Hoe het op het examen terugkomt weet ik niet.quote:Wat houdt extinctie in en wat moet je ervoor kennen en kunnen op het CE?
Eiwitten zijn niks meer dan aminozuren aan elkaar verbonden met peptidebindingen (op de middelbare tenminste). De aminozuren kan je opzoeken in je Binas. Je moet de aminogroep tegenover de zuurgroep plaatsen en dan water er tussenuit halen. Vervolgens teken je een verbinding tussen de C en H, dit is de peptidebinding. Dan heb je eigenlijk al een mini-eiwit.quote:En eiwitten, daar snap ik echt niks van... Iemand uitleg en oefenmateriaal?
quote:Op maandag 21 april 2014 21:08 schreef Miraculously het volgende:
Heb vorig jaar zelf veel gehad aan de uitleg van deze man:
http://www.youtube.com/user/scheikundelessen/videos
Extinctie houdt gewoon in dat licht wordt geabsorbeerd door een stof. Het enige wat je moet kunnen is werken met de wet van Lambert-Beer. http://nl.wikipedia.org/wiki/Wet_van_Lambert-Beerquote:Op maandag 21 april 2014 20:28 schreef mapima het volgende:
Wat houdt extinctie in en wat moet je ervoor kennen en kunnen op het CE?
Misschien zou jij er eens naar willen kijken?quote:
Ja dat is zeker wel de moeilijkste vraag van het examen. Examen 2012 1ste tijdvak is trouwens zo makkelijk.quote:Op maandag 5 mei 2014 22:37 schreef Cikx het volgende:
Snap er ook geen flikker van![]()
Eerst een kwartier naar die tekst zitten staren, toen de uitwerkingen er maar bij gepakt, maar na het uitrekenen van het aantal mol N in oplossing P wordt het me te ingewikkeld. Dit lijkt mij wel de moeilijkste vraag uit het examen, dus ik heb er nog wel een beetje vertrouwen in
[..]
Misschien zou jij er eens naar willen kijken?
Misschien vanavond, heb een beetje een drukke week. Anders kan De-Haas misschien ook wel helpen.quote:Op maandag 5 mei 2014 22:37 schreef Cikx het volgende:
Snap er ook geen flikker van![]()
Eerst een kwartier naar die tekst zitten staren, toen de uitwerkingen er maar bij gepakt, maar na het uitrekenen van het aantal mol N in oplossing P wordt het me te ingewikkeld. Dit lijkt mij wel de moeilijkste vraag uit het examen, dus ik heb er nog wel een beetje vertrouwen in
[..]
Misschien zou jij er eens naar willen kijken?
Baas.quote:Op dinsdag 6 mei 2014 19:56 schreef De-Haas het volgende:
Het handigst is om bij dit soort vragen achteruit terug te werken, ik heb hem als volgt opgelost:
Er is 120 m3 mest. Uit 1 ml nemen alle stikstof en die is aanwezig als NH3. Dit lossen we op in 1L HCl en vervolgens nemen we van de ontstane oplossing 10,0 ml.
Uit de grafiek kun je aflezen dat voor de extinctie van 0,65 het massa ppm van de oplossing waar we extinctie van hebben gemeten 4,6 moet zijn. Dus:
In 10ml extinctie-oplossing weegt 10g (dichtheid is 1,0). Dus:
Massa N in de extinctie oplossing = 4.6 * 10-6 * 10 = 4,6 * 10-5 gram
De extinctie oplossing was 10,0 ml genomen uit 1,0L HCl dus daarin zat 100x zoveel dus 4,6 * 10-3 gram N.
In deze oplossing hebben we die 1,0 ml vloeibare mest opgelost, die bevatte dus 4,6 * 10-3 gram N.
Dat is 4,6 * 10-3 gram / 14.01 gram/mol = 3.28* 10-4 mol NH3.
De concentratie NH3 in de mest is dus: 3.28* 10-4 mol NH3 / 1,0 *10-3 L = 0.328 mol/L
Dus in de 120 m3 zit : 0,328 mol/L * 1000 L/m3 * 120 m3 = 39400 mol NH3.
H2SO4 is een tweewaardig zuur dus hebben we maar de helft van het aantal mol nodig om te reageren: 19700 mol.
Het zwavelzuur is 15M dus hebben we 19700/15= 1313 Liter nodig, wat gelijk is aan 1,3 m3.
Aaah, helemaal duidelijk! Bedankt manquote:Op dinsdag 6 mei 2014 19:56 schreef De-Haas het volgende:
Het handigst is om bij dit soort vragen achteruit terug te werken, ik heb hem als volgt opgelost:
Er is 120 m3 mest. Uit 1 ml nemen alle stikstof en die is aanwezig als NH3. Dit lossen we op in 1L HCl en vervolgens nemen we van de ontstane oplossing 10,0 ml.
Uit de grafiek kun je aflezen dat voor de extinctie van 0,65 het massa ppm van de oplossing waar we extinctie van hebben gemeten 4,6 moet zijn. Dus:
De 10ml extinctie-oplossing weegt 10g (dichtheid is 1,0). Dus:
Massa N in de extinctie oplossing = 4.6 * 10-6 * 10 = 4,6 * 10-5 gram
De extinctie oplossing was 10,0 ml genomen uit 1,0L HCl dus daarin zat 100x zoveel dus 4,6 * 10-3 gram N.
In deze oplossing hebben we die 1,0 ml vloeibare mest opgelost, die bevatte dus 4,6 * 10-3 gram N.
Dat is 4,6 * 10-3 gram / 14.01 gram/mol = 3.28* 10-4 mol NH3.
De concentratie NH3 in de mest is dus: 3.28* 10-4 mol NH3 / 1,0 *10-3 L = 0.328 mol/L
Dus in de 120 m3 zit : 0,328 mol/L * 1000 L/m3 * 120 m3 = 39400 mol NH3.
H2SO4 is een tweewaardig zuur dus hebben we maar de helft van het aantal mol nodig om te reageren: 19700 mol.
Het zwavelzuur is 15M dus hebben we 19700/15= 1313 Liter nodig, wat gelijk is aan 1,3 m3.
Vond het examen vrij pittig, maar ben dan ook geen held in scheikunde en moest redox en zuur basen onder andere weer herhalen. Evenwichten snap ik ook vrij weinig van, maar volgens mij is het zo dat als aan één kant van de evenwichtsreactie iets verdwijnt, het evenwicht dit probeert te herstellen en daardoor naar die kant trekt (wat dat verder betekent, geen ideequote:Op woensdag 7 mei 2014 01:16 schreef mapima het volgende:
ik ben nu de sk 2de tijdvak vwo 2013 aan het maken (in gedeeltes ivm vele examentrainingen de komende twer dagen) heb vlgns mij vraag 9 afgerond (vraag over iets met waarom meer afbrokkelen fresco) em heb tot nu toe 20 punten binnen wat denk ik best wel goed is :p en ik had dat examen eerder gemaakt maar snapte er niks van maar heb met internet heel veel oefeningen gedaan en nu valt me pas op hoeveel weggevertjes erin zitten en hoe makkelijk het examen eig is...
mijn vragen:
- wanneer moet je wat zeggen over de evenwichtsverhouding? bestaat er iets als een schema dat je kan leren of een goed uitlegfilmpje over wanneer en welke kant een evenwicht groter of kleiner wordt
- redox gaat nu na een paar jaar eindelijk goed. maar ik zit met een probleem. hoe weet je wanneer je een halfreavtie uit binas moet halen en wanneer je die zelf op loet zien te stellen? bij vraag 8 vond ik dat lastig bij de SO2 (moest blijkbaar gewoon uit binas) en daardoor had ik bij magnatiet de h+ en de h2o aam de verkeerde kant van de reactie gezet omdat ik d egoede halfvergelijking van SO2 niet had
ik begin er wel eindelijk vertrouwen in te krijgen dat ik de 6.4 ga halen
Eerst zoeken in T48 en als daar niets staat zelf opstellen. Meestal moet je zelf opstellen als er een vage stof bij zit of als het expliciet wordt aangegeven.quote:Op woensdag 7 mei 2014 01:16 schreef mapima het volgende:
ik ben nu de sk 2de tijdvak vwo 2013 aan het maken (in gedeeltes ivm vele examentrainingen de komende twer dagen) heb vlgns mij vraag 9 afgerond (vraag over iets met waarom meer afbrokkelen fresco) em heb tot nu toe 20 punten binnen wat denk ik best wel goed is :p en ik had dat examen eerder gemaakt maar snapte er niks van maar heb met internet heel veel oefeningen gedaan en nu valt me pas op hoeveel weggevertjes erin zitten en hoe makkelijk het examen eig is...
mijn vragen:
- wanneer moet je wat zeggen over de evenwichtsverhouding? bestaat er iets als een schema dat je kan leren of een goed uitlegfilmpje over wanneer en welke kant een evenwicht groter of kleiner wordt
- redox gaat nu na een paar jaar eindelijk goed. maar ik zit met een probleem. hoe weet je wanneer je een halfreavtie uit binas moet halen en wanneer je die zelf op loet zien te stellen? bij vraag 8 vond ik dat lastig bij de SO2 (moest blijkbaar gewoon uit binas) en daardoor had ik bij magnatiet de h+ en de h2o aam de verkeerde kant van de reactie gezet omdat ik d egoede halfvergelijking van SO2 niet had
ik begin er wel eindelijk vertrouwen in te krijgen dat ik de 6.4 ga halen
Bedankt, als je de antwoord eenmaal ziet lijkt het altijd makkelijkquote:Op dinsdag 6 mei 2014 19:56 schreef De-Haas het volgende:
Het handigst is om bij dit soort vragen achteruit terug te werken, ik heb hem als volgt opgelost:
Er is 120 m3 mest. Uit 1 ml nemen alle stikstof en die is aanwezig als NH3. Dit lossen we op in 1L HCl en vervolgens nemen we van de ontstane oplossing 10,0 ml.
Uit de grafiek kun je aflezen dat voor de extinctie van 0,65 het massa ppm van de oplossing waar we extinctie van hebben gemeten 4,6 moet zijn. Dus:
De 10ml extinctie-oplossing weegt 10g (dichtheid is 1,0). Dus:
Massa N in de extinctie oplossing = 4.6 * 10-6 * 10 = 4,6 * 10-5 gram
De extinctie oplossing was 10,0 ml genomen uit 1,0L HCl dus daarin zat 100x zoveel dus 4,6 * 10-3 gram N.
In deze oplossing hebben we die 1,0 ml vloeibare mest opgelost, die bevatte dus 4,6 * 10-3 gram N.
Dat is 4,6 * 10-3 gram / 14.01 gram/mol = 3.28* 10-4 mol NH3.
De concentratie NH3 in de mest is dus: 3.28* 10-4 mol NH3 / 1,0 *10-3 L = 0.328 mol/L
Dus in de 120 m3 zit : 0,328 mol/L * 1000 L/m3 * 120 m3 = 39400 mol NH3.
H2SO4 is een tweewaardig zuur dus hebben we maar de helft van het aantal mol nodig om te reageren: 19700 mol.
Het zwavelzuur is 15M dus hebben we 19700/15= 1313 Liter nodig, wat gelijk is aan 1,3 m3.
| Forum Opties | |
|---|---|
| Forumhop: | |
| Hop naar: | |