Adrianus Marinus Kyvon zag op 20 februari 1947 het levenslicht in Rotterdam. Zijn vader werkte als magazijnbediende bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij. Kyvon zag daar als kleine jongen op personeelsfeesten optredens van onder meer Johnny Kraaykamp en Rita Corita. Hierop bekwaamde hij zich in het imiteren van bekende Nederlanders. Op de lagere school viel Kyvon niet alleen op met zijn rode haar, maar ook door deze imitaties en zijn gevoel voor humor. Hij werd al snel de ster van elk klassenfeest.
Na de lagere school ging Kyvon naar de ambachtsschool voor een opleiding als machinebankwerker. Zijn grote interesse bleef echter het parodiëren van artiesten, al waren zijn leerkrachten vaak niet blij met de momenten die Kyvon koos voor zijn imitaties. In september 1962 typte hij een open sollocitatiebrief aan de toenmalige chefs lichte muziek van de verschillende omroepen, die hij tekende met zijn artiestennaam: André van Duin. Hij werd afgewezen maar bleef proberen. Intussen vond hij werk als jongste bediende bij een Rotterdams verzekeringskantoor. In 1964 hadden zijn brieven succes. Hij mocht een aantal optredens verzorgen voor het radioprogramma Mignon. Kyvon was toen 16 jaar.
In datzelfde jaar organiseerde de AVRO de talentenjacht Nieuwe Oogst. Kyvon meldde zich meteen aan. Hij doorliep de voorrondes met gemak. Op 24 juli 1964 won hij de finale en kreeg een bokaal en een optreden in de televisieshow van Willy en Willeke Alberti: de Zaterdagavondshow. Kyvon brak definitief door als Van Duin. Twee maanden later, op 8 augustus 1964, vormde zijn bandparodie het voorprogramma van het legendarische optreden van de Rolling Stones in het Kurhaus.
De telefoon bleef rinkelen en de aanbiedingen stroomden binnen. Van Duin zocht en kreeg daarom managers: Theo Rekkers en Huug Kok. Al snel richtten ze André van Duin Producties op.
In 1965 kwam Van Duins eerste single uit bij Philips: Hé hé ik heet André, bekend van zijn optreden bij Willy en Willeke Alberti.
In 1968, op zijn 18e, maakte Van Duin onder regie van Guus Verstraete jr. vijf televisieshows voor de AVRO met de titel Een avondje tv met André. Hij trad verder op als gast in onder meer de Rudi Carell Show, de Mounties en Oebele. Ook toerde hij door de Nederlandse Antillen en Suriname.
Ook in 1968 stond hij voor het eerst professioneel in het theater als onderdeel van de Snip-en-Snaprevue. Zijn aandeel was de toen al bekende act van gekkebekkentrekker bij lollig aan elkaar gemonteerde uitspraken, die ruim tien minuten duurde.
In 1970 ging een lang gekoesterde wens van Van Duin in vervulling. Onder leiding van Joop van den Ende Theaterproducties bracht hij een eigen revue: Lach in de ruimte. De revue trok 2 jaar door Nederland. Sidekicks waren Frans van Dusschoten en Ria Valk. Er zou een reeks van revues volgen.
Televisiecarrière (twintigste eeuw)
Vanaf 1967 was Van Duin regelmatig te zien op de Nederlandse televisie. Enkele jaren later begon hij met zijn theatercarrière. In zijn door de TROS uitgezonden revues werd hij bijgestaan door Frans van Dusschoten en Corrie van Gorp. In 1972 speelde hij een grote rol in de NCRV-televisiefilm Het meisje met de blauwe hoed.
In 1973 begon Van Duin samen met Ferry de Groot met de Dik Voormekaar Show op de radio. Eerst (1972-1973) bij Radio Noordzee (waar hij moest vertrekken toen hij directeur John de Mol sr. voor gek zette), later (1976-1985) bij de NCRV en weer later (2000-2003) bij de TROS. De slome meneer De Groot, de opvliegerige Ome Joop (Van Duin zelf: "Nee, nou wordt-ie helemaal mooi!") en de sullige Harry Nak (ook weer door Van Duin: "Daar is de koffie!") vervulden daarin de hoofdrollen. Op meneer De Groot en Toos na, deed Van Duin alle stemmen in het programma.
Eind jaren tachtig presenteerde Van Duin het programma Animal Crackers, waarin filmpjes van dierentuindieren door hem van grappige voice-overs werden voorzien. Als Jaap Aap deed hij hetzelfde met beelden uit de actualiteit. Het bekendst hieruit was 'de Minuut van Ruud', waarin hij de stem insprak van Ruud Lubbers. Hij sloot altijd af met de uitspraak: "Tuut tuut tuut, de groetjes van Ruud." Begin 1987 was Van Duin op televisie te zien in De Ep Oorklep Show, samen met onder meer Frans van Dusschoten en Hans Otjes.
Van Duin speelde hoofdrollen in meerdere Nederlandse speelfilms. zoals Joep Meloen in Ik ben Joep Meloen en de rondreizende kiezentrekker in De Boezemvriend (een persiflage op de novelle De Inspecteur-generaal van Nikolaj Gogol). Ook maakte hij enkele andere producties, waaronder een kerstshow bij de TROS in 1978 en in 1982 de musical Boem-Boem.
In 1978 en 1979 presenteerde hij het TROS-programma Te land, ter zee en in de lucht. Hij beperkte zich niet tot presenteren, maar gedroeg zich tijdens het programma ook als komiek. Tijdens het muzikaal intermezzo van Luv' ging hij bijvoorbeeld tussen de meiden staan en als typetje Willempie mee dansen en zingen. Verder maakte hij zich onsterfelijk als commentator. René Stokvis had namelijk het idee dat ze, behalve Van Duin, eigenlijk nog een tweede presentator moesten hebben die de voice-over deed. De TROS zette een leeg hokje op het terrein en in dat hokje zat 'meneer Vreugdevol' die zogenaamd commentaar gaf. Op geheel eigen wijze begeleidde Van Duin de deelnemers met komisch commentaar. In de aftitelingen van 1979 stond dit typetje vermeld: 'commentaar: de heer Vreugdevol'. Van 1990 tot 1999 speelde Van Duin samen met Ron Brandsteder de quiz Wie ben ik?.
Muzikale carrière (twintigste eeuw)
Al vanaf het begin van zijn carrière nam Van Duin plaatjes op. Zijn tweede single, uit 1965, was Stoele stoele, een persiflage op Wooly bully van Sam the Sham & the Pharaohs. (Veel) meer persiflages volgden. Soms was Van Duins persiflage een grotere hit dan het origineel, zo bereikte Van Duin met Doorgaan de achtste plaats in de Nederlandse Top 40, terwijl het origineel niet verder kwam dan nummer 13. Van Duin bracht ook oorspronkelijk werk, zoals Jo met de jojo en Family story, in 1973 geschreven door Bas en Aad van Toor.
Van Duin heeft ook de nodige carnavalskrakers opgenomen. Hieronder vallen onder meer Willempie (1976), 'k Heb hele grote bloemkoole (1979), Er staat een paard in de gang/Flip Fluitketel (1981), Joep Meloen (1982), Gatzdeladigee (1983), Wij zijn de vuilnisman (1984) en Mijn opoe heeft een zadel op d'r rug (1985). Van Duin schreef daarnaast ook carnavalsnummers voor onder meer Corrie van Gorp en Ria Valk.
Willempie was een groot succes, het nummer stond drie weken op de eerste plaats van de Nationale Hitparade. Willempie ging echter duidelijk over een verstandelijk minder begaafd iemand. Sommigen vatten het op als de spot drijven met verstandelijk gehandicapten. Ouders en verzorgers van een geestelijk gehandicapte spanden zelfs een kort geding aan, omdat Willempie volgens hen een karikatuur van de geestelijk gehandicapte medemens zou zijn, waarbij deze in zijn menselijke waardigheid zou worden aangetast. AVRO's Toppop, dat de Nationale hitparade volgde, toonde het nummer daarom enige tijd niet. Van Duin voorkwam de rechtzaak door in Toppop zijn excuses aan te bieden voor het onopzettelijk kwetsen van de betrokkenen.
Serieuzer werk bracht Van Duin met enige regelmaat in albumvorm, zoals de vijfdelige And're André-serie, Wij, Wij Twee, Zing (met vertalingen van Perry Como-songs) en Recht uit het hart.