![TLnight.png]()
Deze nachtelijke bezoeker hield de moed erin. Alles wat hij deed, lukte en hij wist het. Hij zong het aanstekelijke liedje van Eiffel 65, pakte zijn pistool en deed alsof hij in elke lantaarnpaal die hij tegenkwam, een grote vijand zag. Hij was vrij goed, van wat hetgeen wat hij hier deed, had hij zijn beroep gemaakt. Plotseling klapte hij tegen een lantaarnpaal, hij lette niet goed op. Het leek nu net alsof de lantaarnpaal naar ‘m lachte en de man werd laaiend op de lantaarnpaal. Onverwacht kwam Vaduz langs, die de hond aan het uitlaten was. Hij zag de man opgroeien tot iets groots, iets groens ! In zijn woede pakte hij de lantaarnpaal en zwiepte hem rond. Per ongeluk, maar toch ook weer niet nam hij ook de wandelaar mee.
Vaduz (gekke dokter) betaalde de prijs hiervoor en stierf aan een schedelbreuk. De hond werd opgegeten.
Even verderop stond een maffialid met de mond open. Hij, de geweldenaar, híj zou Vaduz neerknallen. Niet zo’n tweederangs tegenstandertje. Hij werd ziedend, maar uit respect voor het wereldje liep hij even naar het slachtoffer toe. ‘’Hey, wat zit je haar leuk’’ grapte hij tegen Vaduz. Hij opende de ogen van het lijk, liet zijn gezicht lachen en boog z’n knieën. Hij lachte, stopte een broodje kip in z’n mond en vroeg zich af of het ei toch eerder was. Hij liet een brul door het dorp wanen. Hij was bijna klaar. En hij kwam eraan aan aan aan.
Rust zacht, Vaduz