Er was eens een heel verwend en oh zo dom prinsesje, dat gewend was altijd overal haar zin in te krijgen. Ze werd verliefd of een knaap die haar licht bekakte familie niet zo zag zitten, want zelfs het allerbeste was natuurlijk nog niet genoeg geweest voor de verwende prinses. Vooral haar paps zag het niet zo zitten en probeerde het prinsesje er van te overtuigen dat ze een grote fout beging en dat haar prins haar niet gelukkig zou kunnen maken. Hij noemde alle negatieve eigenschappen op die haar prins bezat, en hoewel hij daar wel gelijk in had vergat hij voor het gemak maar even dat hij zelf ook niet zo'n hele braverik was en dat ook hij niet altijd even trouw was (en is). Maar zoals het verwende prinsesjes betaamt dreef zij haar zin door, ze moest en zou trouwen met haar prins. Ze betrokken een huisje, hij kreeg een baan waarin hij zijn creativiteit kwijt kon en zij begon een kap- annex schoonheidssalon en alles leek koek en ei, ondanks het feit dat haar familie maar tegen haar aan bleef praten dat haar prins niet goed genoeg voor haar was. Maar langzaam verschenen er donkere wolken aan de hemel: haar prins ging naar haar zin teveel op in zijn werk en maakte soms lange dagen, terwijl haar grote droom van een eigen salon langzaam maar zeker als een zeepbel uit elkaar spatte. Er kwamen steeds minder klanten, de zaak kostte meer dan hij opbracht. Dat alles plus het feit dat ze haar familie maar aan haar bleef trekken zorgde ervoor dat de verwende prinses alsmaar chagrijniger en verveelder werd, zo zeer dat zelfs de komst van hun eigen kleine prinsesje daar geen verandering in kon brengen. De prinses raakte verveeld en verbitterd, ze had verwacht dat haar prins haar altijd op handen zou dragen en al haar wensen zou vervullen. Dat hijzelf ook wensen en verwachtingen zou kunnen hebben kwam niet eens bij haar op. De prinses ging steeds meer klagen en zeuren, en haar prins kreeg daar steeds meer genoeg van en het gebeurde af en toe zelfs dat hij zo boos werd dat hij uit pure onmacht en frustratie zijn telefoon dwars door de kamer smeet, of hard tegen een deur trapte. De prinses besloot de prins een lesje te leren: ze zou bij haar ouders gaan logeren, dan zou hij haar vast zo gaan missen dat hij haar zou smeken terug te komen en haar zou beloven voortaan al haar wensen van haar lippen af te lezen. Maar het liep anders, want de prins deed niet aan smeken en eenmaal bij haar ouders werd er zo op haar ingepraat dat ze uiteindelijk zelf ook geloofde dat de prins toch niet de ware voor haar was. Haar familie had gewonnen: ze ging de scheiding aanvragen. De prins zag wel in dat het vechten tegen de bierkaai was en stemde met pijn in het hart in, want hij hield nog altijd van de verwende prinses. Maar het was beter voor hun eigen kleine prinsesje om ouders te hebben die niet samen zijn maar wel als volwassenen met elkaar omgaan, dacht hij. Even leek alles weer rustig zijn gangetje te gaan en ieder van hen pakte zo goed en kwaad als het ging zijn leven weer op, los van elkaar. Tot de prins op een kwade dag met een goede vriendin een hapje ging eten en dit de verwende prinses ter ore kwam. Zij ontstak daarop zo in woede dat "haar" prins het in zijn hoofd haalde om een hapje te gaan eten met "een ander" en nog wel in "hun" restaurant, dat zij meteen de pers optrommelde en aan hen en ieder die het verder maar horen wilde luidkeels verkondigde dat haar ex-prins een bruut was, hij had haar meermaals geslagen en het was zo vreselijk dat ze niet eens precies kon vertellen wat er allemaal gebeurd was, want het was echt te erg. Zo, dat zou de prins leren om met iemand anders te gaan eten, wat dacht hij wel niet! Het prinsesje was vast besloten hem het leven zo zuur mogelijk te maken, en haar familie moedigde haar juichend aan. Heel Nederland zou de prins verguizen en nooit zou hij zijn eigen kleine prinsesje nog mogen bezoeken. Helaas vergat de prinses dat sprookjes niet bestaan, en dat de waarheid altijd zal zegevieren..........
Wie bekrompen is van visie kan nooit ruim van hart zijn.