Vrijdag 8 mei; Domaine de Courbelimagne in Raulhac – Auberge de MazayesWakker worden in een château heeft wel wat. Het ontbijt is inbegrepen, dus daar hoeft de dobbelsteen niet over te beslissen. Het zonnetje schijnt, dus Costa en ik gaan goedgemutst op pad. Het plan van vandaag: op naar de Plombe du Cantal en dan de kanotocht over de Truyère bij het Viaduc de Garabit, dan over de snelweg naar Clermont-Ferrand om daar de Auberge de Mazayes op te zoeken. Allemaal opties uit het eerste topic hier op FOK!.
Vanuit Courbelimagne rijden we naar Vic sur Cère waar we de weg naar de Plombe du Cantal volgen. Dan begint het te regenen. Steeds harder.

In Lioran slaan we af naar Super Lioran, waar de télépherique (gondel) naar de top van de Plombe du Cantal vertrekt. Die moeten we hebben. Ondertussen is het nog harder gaan regenen. Bij de gondel wacht ons een nare verrassing:
[Plaats voor het laatste filmpje van Costa.

]


Het skiseizoen is voorbij en het wandelseizoen is nog niet begonnen. Het dienstencentrum gaat 11 mei pas open en de gondel hervat pas per 21 mei de dienst. Juist. Tijd om de kaart te raadplegen. Deze wijst uit dat er een weg over de Puy Mary loopt. Dat is een andere hoge vulkaan in de buurt, maar dan voldoen we in ieder geval aan de dobbelsteenopdracht.
Om de weg over de Puy Mary te nemen, moeten we een stukje terugrijden. Geen punt natuurlijk, want we hebben nu eenmaal gedobbeld dat we een vulkaan in de Cantal op moeten. Om bij de weg over de Puy Mary te komen, moeten we de Col de Perthus over. De mooie route over deze col is gelukkig vrijgegeven.


In het dal drinken we wat in de lokale herberg. Het harde regenen is inmiddels overgegaan in een beetje miezeren met een doorbrekend zonnetje. Ons humeur klaart daarmee zienderogen op en we gaan weer op pad. Een paar honderd meter na de herberg staan we weer stil:

Juist. Het bereiken van een vulkaantop in de Cantal-keten is daarmee een onmogelijke opdracht van de dobbelsteen geworden.



Er zit niets anders op dan terug te rijden over de Col de Perthus en door de tunnel onder Super Lioran door de weg te vervolgen naar het Viaduc de Garabit om daar in een kano te stappen. Ondertussen begint het ook weer harder te regenen. Fijn.

In Moissac worden we opgehouden in het dorp. Vele mensen staan in de regen op het centrale plein om een monument heen. Het kwartje valt: 12.00 uur op 8 mei is dodenherdenking in Frankrijk. Na een paar minuten wuift een gendarmerie ons vriendelijk door. Het klaart weer op en de weg naar Saint Flour en het viaduct biedt mooie vergezichten op de vulkanen van de Cantal.

Een wrange ervaring om de toppen zo te zien en er niet op te kunnen. Gelukkig wordt de kanotocht zo vergezeld met een zonnetje. Tijd voor lunch!
Het restaurant waar we stoppen adverteert met een panoramisch uitzicht. De waard begeleidt ons naar een tafel aan het raam, maar iets is niet in de haak. Het ligt niet aan ons. Wij zijn er, de dobbelsteen is er. Het ligt ook niet aan het jaren '80 interieur, of het feit dat slechts 2 andere tafeltjes bezet zijn, of de slecht zittende toupet van de waard. Dan kijken we naar buiten en zien we het. Of juist niet. Geen viaduct te zien, alleen een deel van het stuwmeer. En niet het mooiste deel.

Aangezien we deze avond in het met een Bib Gourmand door Michelin gekeurmerkte restaurant eten, nemen we alleen een hoofdgerecht. Ik dobbel Chou Farci, wat mij niks zegt, en Costa een gegrilde forel. Na opzoeken blijkt Chou Farci een met vlees gevulde kool te zijn, gebakken in bacon. Het smaakt in ieder geval wel oké, maar ook net meer dan dat. Direct na het hoofdgerecht rekenen we af en vertrekken we. Na nog geen 100 meter slaan we de bocht om en daar zien we het door Eiffel ontworpen Viaduc de Garabit.


We zijn er. Nu nog een kanoverhuur vinden. We zien wel een klein haventje, maar geen kano's. We besluiten wat verderop te kijken. We volgen de route om het stuwmeer heen en na een kilometer komen we een kanoverhuur tegen. Althans, we zien een bord en de aanlegsteiger. Geen kano in velden of wegen te bekennen. We rijden maar verder. En verder. En verder. We rijden het hele stuwmeer rond en komen nog wel een mooie ruïne (Château d'Alueze) tegen, maar geen kanoverhuur.

Dit lijkt een dag te worden, waarop geen enkele eerder vastgestelde opdracht uitvoerbaar is.

Inmiddels is het een uur of 3. Er zit niets anders op dan de snelweg naar het noorden te pakken. Onderweg komen we langs de vulkanen van de Mont-Dore-keten. Wellicht hebben we daar meer geluk. Vlak na Issoire verlaten we de snelweg in westelijke richting. Borden langs de weg duiden aan dat we de kaasroute van de Auvergne volgen. Via Besse rijden we over de Col de la Sainte Robert, met prachtig uitzicht op de Puy de Sancy (met 1885 m de hoogste vulkaan in de vulkanenregio), naar het plaatsje Le Mont-Dore. Ook daar blijkt de top van de vulkaan niet bereikbaar.


Om toch maar iets positiefs mee te nemen, laten we de dobbelsteen beslissen de hoeveelste kaasboer die we nog tegenkomen gaan bezoeken. Dat blijkt de eerste te zijn, maar het bezoek ging zo snel dat we geen foto's meer hebben genomen.

We liepen naar binnen, moesten een ander stel bezoekers volgen, kozen een kaas uit, rekenden af en stonden alweer buiten. De Saint Nectaire smaakt heerlijk, zoals on_air inmiddels kan beamen.
Mazayes ligt een kilometer of 30 noordelijker. Het wordt tijd om het restaurant op te zoeken. Onderweg besef ik plots dat ik de naam van het restaurant niet meer weet.

. Ik stuur een sms naar wat FOK!kers die in mijn mobieltje staan. In Mazayes blijkt die actie totaal overbodig te zijn geweest. Er zijn maar 2 straten en 1 restaurant: Auberge de Mazayes. En voor alle duidelijkheid hangt het Bib Gourmand keurmerk ook nog eens naast de deur:

Een slaapplaats blijkt ook gelijk gevonden. De auberge heeft een kamer voor ons met twee bedden die we zelf nog even uit elkaar moeten schuiven. Daarnaast is het restaurant volgeboekt, tenzij je gast bent.

Die avond eten we geweldig. Ze hebben 3 vaste menu's, waarvan 1 alleen als je het 24 uur van tevoren hebt besteld. Na een snelle opfrissing nemen we plaats in de bar. De dobbelsteen wijst mij een Orangina toe en Costa een Heineken.

Eenmaal aan tafel dobbelt Costa voor ons het menu. Even is het Menu Regional á ¤ 23 en oneven het Menu Terroir á ¤ 35. Helaas dobbelt hij de goedkopere, maar die is nog 5 gangen!

! Geen geld.

.
Vooraf krijgen we allebei een gebonden soep. Geen idee wat er in zit, maar het is erg lekker. Als voorgerecht dobbel ik een lokale kaas in bladerdeeg en Costa een linzensalade. Als hoofdgerecht heb ik de Coq au Vin d'Auvergne en Costa de Potée Auvergnate. Dan volgt het kaasplankje en tot slot weer Clafoutis als dessert. Of het heerlijk was? Deze foto's na het dessert zeggen alles:


Bedankt Fogel voor de dobbelsteensuggestie.

.
Compleet vol en tevreden zoeken Costa en ik onze bedden weer op. De gedachten aan de onuitvoerbare dobbelsteenopdrachten zijn verdwenen. Morgen kunnen we altijd nog de Puy de Dôme op.

.