![]()
Deze maffia wilde niet meer met de mobs van vorige keer op stap, en ging dus daarom solo. De uitsmijter van gisteren was niet zo goed gevallen, dus hij moest haast maken. Het is niet voor niets racekak. Hij tastte naar de pook, maar zijn robuuste hand greep mis. In de verte hoorde hij iemand lachen: ‘Hihi, mispoes !’ lachtte een schelle stem. Het bleek Isdatzo (Broes Willes) te zijn. In eerste instantie leek de maffia hem uitnodigend zich af te vragen of Isdatzo bij hem in de auto kwam zitten, maar toen speelde er plots een idee op in zijn hoofd. Isdatzo zag dat en zijn ogen werden zo groot als die een hertje voor koplampen. Woest stopte de maffia de auto, sprong er uit en voor dat Isdatzo het wist lag hij met zijn nek tussen de schuifdeuren van een warenhuis. Zo, weer een eervolle moord gepleegd, dacht de mob en ging op weg naar zijn moppie.
Op het moment dat Lekiamh (maffiahoer) terugkeerde van zijn moord en zich bij zijn medemoppies in de armen had gevlijd, ging de bel. Lekiamh keek verbaasd op zijn horloge: na tienen kwamen de hoeren toch niet meer ? Of was het zaterdag ? Omdat de bel voortdurend af bleef gaan, stond Lekiamh zuchtend op en opende de voordeur.
Voordat hij het wist had hij een vuist in zijn gezicht. Te verbaasd om nog wat uit te brengen, bleef Lekiamh staan. Dat had hij beter niet kunnen doen. ‘Die hard, you motherfucker’ grijnsde Isdatzo. ‘I see dead people’ was het enige wat Lekiamh nog uit kon brengen. Het was niet het laatste wat hij uit bracht. Dat waren namelijk de resten van zijn ingewanden, die Isdatzo vakkundig in de knoop legde. De dertienvingerige darm van Lekiamh legde hij expres zo, dat de middelste vinger keurig omhoog stak.
Isdatzo draaide zich om, en voelde opeens al de krachten uit zijn lijf stromen. Hij was net op tijd geweest.
Het was koud buiten, zelfs voor zijn doen, dus hij was na half uurtje met zijn vertrouwde ballen te hebben gespeeld er al behoorlijk klaar mee. Het was zelfs zo koud, dat hij niet eens brandweerwagentje kon naspelen met zijn genotknots, het lukte hem gewoon niet. ‘’Mèrde ook dat niet!’’ en boos was hij met een stokbrood onder zijn arm naar zijn huis gelopen.
Teneergeslagen zat hij dan voor de tv met een warme choco, naar pinguïn-tv van Nance te kijken.
‘’Het is vandaag woensdag.. blabla’’ well au secours, mijn ógen, wat une wangoûte heeft le nance af en toe!
Hij probeerde zo min mogelijk naar het apenpakje van nance te kijken en focustte zich op de woorden.
Omdat Nederlands niet zijn sterkste punt was, en zelfs Marokkanen hiermee hun taalachterstand inhaalden, deed hij trouw mee met het spelgedeelte. ‘’erger’’ Ergérruh e- erru – gu –e – erru – hash
TRING TRING.
fou le camp, kunnen gents ne rien oprotten !!
Een duister figuur stond alleen voor de deur, en drukte 50 cent in de handen van trevland.
‘’Je bent uitgenodigd voor een party… in de hemel’’ zei de man gekleed in zwart, waarna hij trevland (jeu de bouler) kapotstampte.