In Zuidoost-Azië komt een tot 40 m hoge, groenblijvende boom voor met uitgespreide takken en een dichte kruin. De eivormige of afgeronde vrucht die deze boom draagt is 15–30 cm lang en tot 8 kg zwaar. De schil van deze vrucht bestaat uit zeskantige, dikke stekels. De vrucht bestaat uit vijf vruchtkamers met daarin een tot 6 cm groot zaad. Deze zaden zijn omgeven door dikke, crèmekleurige tot donkergele, puddingachtige zaadmantels. Deze zaadmantels smaken zoet en aromatisch. De rijpe vrucht ruikt zeer penetrant door de vorming van waterstofsulfide, waaraan de vrucht zijn alternatieve naam 'stinkvrucht' ontleent. De zaden zijn niet rauw te eten, maar vormen geroosterd een lekkernij. Vanwege de sterke geur die de vrucht heeft door de vorming van waterstofsulfide, is het bij sommige bus- en luchtvaartmaatschappijen in Aziatische landen verboden om eentje mee te nemen. Ook mag deze vrucht niet in het hotel worden meegenomen.
Over welke vrucht hebben we het hier?