quote:
Op vrijdag 5 september 2008 18:57 schreef Borizzz het volgende:Ik vind dat toch maar lastig allemaal. En dan te bedenken dat dit nog maar t begin is..
z = x +iy
|z| zou dus de afstand moeten voorstellen van de oorsprong naar het complexe getal in kwestie.
werkt dus met pythagoras
je krijgt dan de wortel uit x^2 + (iy)^2, dat wordt dan x^2 +i^2y^2 en dus x^2 - y^2, want i^2 =-1
en dat is weer raar want in het dictaat staat dat het x^2 +y^2 moet worden.
Of moet ik de i weer buiten beschouwing laten? Dr gaat nog een hoop fout.
Je ‘ziet’ het nog niet echt voor je denk ik. Een reëel getal kun je zien als een punt op een lijn. 3 zit drie eenheden van het 0-punt af, 4 zit 4-eenheden van het nulpunt af. Tel je ze op, dan kom je 7 eenheden van het nulpunt af. Dat is een visuele manier van voorstellen.
In het complexe vlak bestaat een getal uit een reëel en imaginair deel:
![]()
Je kunt, zoals in bovenstaande afbeelding, getallen dus tekenen in het vlak. Je kunt je nu afvragen ‘hoe ver ligt het getal van de oorsprong’. Neem 2 - i. Dat is simpelweg met Pythagoras uit te rekenen. √(2^2 + 1^2) = √5. Die afstand tot de oorsprong kun je dus prima met alleen reële getallen uitdrukken. Die afstand wordt de
norm genoemd, en nooit negatief. Het getal -1 - 2i heeft ook een norm van √5.
Als je nu wilt weten voor welke getallen geldt dat de norm < 2 is, dan is het logisch dat deze op de cirkelschijf met straal 2 liggen (rand niet meegenomen).
Zonet gaf ik aan dat er dus twee getallen zijn met dezelfde norm. Maar het zijn duidelijk niet twee gelijke getallen, want de een maakt een andere hoek dan de ander. De hoek die een lijn vanaf een getal met de oorsprong maakt wordt het
argument genoemd van het getal. Dit gaat, zoals je denk ik wel weet, tegen de klok in: het argument van 2 (op de reële positieve as) is 0, van 2i (dus recht omhoog op de imaginaire as) is 90 graden, ofwel 1/2pi, van -2 (negatieve reële as) is 180 graden, ofwel pi, etc.
Je kunt dus elk getal ook met z'n norm (ook wel modulus genoemd) en argument (of hoek) beschrijven. Het leuke van die vorm is dat vermenigvuldigen ermee een stuk visueler weergegeven kan worden:
![]()
Het plaatje is wat beroerd, maar ik kon even geen betere vinden. Wat je ziet is dat als je twee getallen vermenigvuldigt, de hoek van het product gelijk is aan de som van de hoeken van de factoren. En de norm is gelijk aan het product van de normen.
Ofwel, neem b.v. (3 + 4i) en (5 + 12i). Als je deze vermenigvuldigt krijg je (-33 + 56i). Dat lijkt misschien niet echt logisch, als je het tekent echter, wordt het duidelijker. Je weet dat |3 +4i| = √(3^2 + 4^2) = 5, en even zo dat |5 + 12i| = 13. Ofwel |-33 + 56i| moet 13 * 5 = 65 zijn: dat klopt. Je kunt zien dat de eerste twee getallen allebeide ‘rechtsboven’ zitten (beide positief) dus we verwachten dat het product ofwel rechtsboven, ofwel linksboven (reëel negatief, imaginair positief) uitkomt. Want elk argument is kleiner dan 90 graden.
Voor de hoek heb je gewoon arctan, dus arctan(4/3) (let wel, dit is dus gewoon alsof je geometrie doet, die i is niet van belang), en arctan(4/3) ~ 53 graden. arctan(12/5) ~ 67 graden, dus de som is 120 graden. Als je nu kijkt naar de hoek die (-33 + 56i) maakt, dan zie je dat dit inderdaad 180 - arctan(56/33) = 120 graden is.
Dit tekenen en voor je zien helpt enorm, zoals je vroeger met blokjes leerde rekenen: je ziet de som voor je en hebt enig benul ‘waar’ een getal zich bevindt en wat getallen doen als je ze vermenigvuldigt. Ook als je dan sommen met kwadraten moet oplossen zie je dat een kwadraat de lengte doet kwadrateren, en de hoek verdubbelt.
Dat de i soms verdwijnt is ook omdat je je dan niet zozeer met het complexe getal zelf bezighoudt, als wel met de afstand tot de oorsprong, of de hoek die het getal maakt (alhoewel dat op zich beschoudt een valide manier is om complexe getallen te definiëren).
Als je dit eenmaal ziet, dan roep je heel hard 'ooooooh!'; maar de laatste stap moet je altijd zelf maken. Dan zie je complexe getallen ook als één getal, niet als een paartje getallen (zoals je in het begin meestal doet).
Daher iſt die Aufgabe nicht ſowohl, zu ſehn was noch Keiner geſehn hat, als, bei Dem, was Jeder ſieht, zu denken was noch Keiner gedacht hat.