Wellicht licht offtopic, maar dit stukje gaat over Spaans voetbal en dan met name de kleedkamerbeleving. Bram Meurs is een speler die zaterdaghoofdklasser Noordwijk verliet om met zijn basketballende vriendin naar Spanje te gaan, zij werd daar prof. Hij speelt nu bij Naron in de Tercera Division.
Dit schreef hij voor de site van Noordwijk, vond diverse passages wel zeer aardig.
quote:
Iedereen die ooit een seizoen lang in competitieverband heeft gevoetbald kan erover meepraten. Die sfeer heef iets magisch, iets unieks. Ik heb Rocky Pitti al vaak horen zeggen dat hem een zwart gat staat te wachten, wanneer de schoenen richting de wilgen gaan. En dan gaat het hem niet zo zeer om het spelletje, nee, het gaat hem om die 4 dagen in de week tussen die vier muren samen met zijn ‘vrienden' (Rocky P heeft geen vrienden, slechts vage kennissen vindt ie zelf..).
Samen winst en verlies delen, op elkaar schelden en met elkaar lachen, maar vooral onderling slap ouwehoeren. Rock is daar een meester in, slap ouwehoeren. En dan in de goede zin van het woord. Al honderd keer heb ik hem, onder het mom van de kracht van herhaling, dezelfde grap horen vertellen. Elk jaar kijkt hij dan ook reikhalzend uit naar een aanwas van nieuwe spelers zodat hij weer van voren af aan kan beginnen. In Spanje heb ik tot op heden helaas nog geen nieuwe Rocky kunnen ontdekken, maar ook hier merk ik weer dat die sfeer in de kleedkamer iets unieks heeft.
Er is een aantal duidelijke verschillen tussen de Spaanse kleedkamer en de Nederlandse kleedkamer. De sfeer in de Spaanse kleedkamer heeft bijvoorbeeld een veel hoger knuffelgehalte dan in Nederland. Als ik vijf minuten in de kleedkamer zit, heb ik drie aaien over mijn bol te pakken, zeven handen gegeven, en vijf keer een omhelzing ontvangen. Elke speler die de deur van de kleedkamer opent, komt met een lach op zijn gezicht binnen en gaat vervolgens het rondje af. Knuffel, hand, aai, aai, knuffel, hand.. Hierdoor hangt er een warme sfeer in de kleedkamer. Daarnaast is hiërarchie duidelijker aanwezig. Veel meer dan in Nederland, bestaat er een natuurlijk respect voor de oudere spelers. De spelers in de selectie die de dertig zijn gepasseerd, hebben dan ook allen een mooie carrière achter de rug. De ervaren spelers genieten zichtbaar van dit respect en betalen dit terug door een zo niet nog hoger knuffelgehalte te hanteren. Ze hebben een soort vaderlijke rol. Neem bijvoorbeeld Fco Manuel Cainzos Palmeiro, bijgenaamd Fran. Deze goede man neemt zijn vaderlijke rol zo letterlijk dat hij het knuffelrondje twee keer loopt om te voorkomen dat iemand vergeten wordt. Sinds ik hier ben heb ik hem dan ook nog niet kunnen betrappen op een wat mindere bui. Het lijkt wel of hij opleeft wanneer hij de kleedkamer betreedt. Één keer eerder heb ik hetzelfde zien gebeuren, een jaar of zes geleden. Toevallig hadden Zeljko Petrovic en ik dezelfde zaakwaarnemer. Tijdens de jaarlijkse bijeenkomst, waarbij alle spelers worden uitgenodigd, stond een wedstrijdje karten op het programma. Zeljko was te laat en we zaten met een man of 25 in een ruimte op hem te wachten. Opeens vliegt de deur open. Zeljko komt binnen en ziet ons met zijn allen zitten. Hij schiet vol. Als een vader zo trots op zijn zoon, gaat hij vervolgens ieder van ons langs; knuffel, aai, aai, hand, knuffel en ga zo maar door. Voor de goede orde, dat was de eerste keer dat ik Zeljko ontmoette en heb hem daarna nooit meer gezien. Het is iets wat wij nuchtere Hollanders niet zo snel zullen doen. Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Toch heeft het wel iets, dat hoge knuffelgehalte. Het schept een band, de sfeer is meteen goed en je krijgt het idee dat de spelers met je begaan zijn. Met andere woorden, het komt het groepsgevoel zeker ten goede en wanneer je nieuw bent, krijg je al snel het idee dat je geaccepteerd wordt binnen de groep.
Los van het knuffelgehalte bestaat er natuurlijk ook de voetbalhumor. Deze blijkt gelukkig universeel. Zoals ik al zei hebben de meeste oudere spelers een behoorlijke carrière achter de rug. Degene met de mooiste carrière is Ángel Cuéllar Llanos. Clubs als Barcelona, Betis Sevilla en Levante prijken op zijn CV. Hij heeft zelfs een interland gespeeld. Uitstekende speler mag ik wel zeggen. De man heeft zich daarnaast financieel onafhankelijk gevoetbald, hetgeen zich vertaald in een hoop uiterlijk vertoon. Elke dag verschijnt hij dan ook op club alsof hij recht van de catwalk afkomt. Elk stukje kleding dat die ochtend uit de kast is gehaald, is met grote zorgvuldigheid gekozen en tot in het kleinste detail op elkaar afgestemd. Het moment dat Cuéllar de kleedkamer binnenkomt wordt dan ook steevast beantwoord met een applaus en gejuich van de gehele ploeg (onder leiding van de oudere spelers). Hij ondergaat het gelaten en zo komt het geregeld voor dat ik, net zoals in Nederland, met een lach op mijn gezicht de kleedkamer weer verlaat.
Adios