Volksopvoeding:
1780-1784 De Vierde Engelse Zeeoorlog eindigt in een smadelijke nederlaag, die de Republiek in een diepe crisis stort. De patriotten verzetten zich tegen het bewind van de stadhouder en eisen inspraak voor de burgerij in het bestuur.
1784 Oprichting Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.
1785 Stadhouder Willem V wijkt vanwege de patriotse beroering uit van Den Haag naar Nijmegen.
1786 De patriotten grijpen in verscheidene steden de macht. Er ontstaat een revolutionaire situatie.
1787 Een inval van Pruisische troepen maakt een eind aan de patriottenopstand. Veel patriotten slaan massaal op de vlucht, de stadhouder komt weer aan het bewind.
1789 Begin van de Franse revolutie.
1792 Het revolutionaire bewind in Frankrijk zet de koning af en laat hem onthoofden.
1795 Een invasie van Franse troepen, die eerst België hebben bezet, brengt de patriotten alsnog aan de macht. Die roepen de Bataafse Republiek uit. De stadhouder vlucht naar Engeland.
1796 Met algemeen mannenkiesrecht wordt een nationale vergadering gekozen die een grondwet moet gaan opstellen. Er wordt een Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger afgekondigd. De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen stelt een advies op voor de invoering van nationaal onderwijs.
1798 Via een staatsgreep komen de radicale democraten en voorstanders van een eenheidsstaat aan de macht. Zij voeren een grondwet in die van de Bataafse Republiek een eenheidsstaat maakt. Nog in hetzelfde jaar vindt een tweede geslaagde staatsgreep plaats, die gematigder politici in het zadel brengt. De grondwet blijft gehandhaafd.
1801 De eerste schoolwet schrijft voor dat overal hetzelfde klassikale lager onderwijs moet worden gegeven. Een nationale inspectie zal toezien op het onderwijs.
1805 De Agent voor Nationale Opvoeding Van der Palm laat de uitspraak en de spelling van het Algemeen Beschaafd Nederlands vastleggen. De democratie, die al behoorlijk was uitgehold, verdwijnt nu helemaal.
1806 De schoolwet van 1806 voorziet in geleidelijke invoering van het klassikale onderwijs in het hele land. Het onderwijs moet opvoeden tot alle maatschappelijk en christelijke deugden en moet algemeen christelijk zijn. Leerstellig, dus streng-protestants en katholiek, onderwijs is verboden.
De Franse keizer Napoleon laat de Bataafse Republiek liquideren en laat het Koninkrijk Holland stichten. Een van zijn broers wordt koning.
1810 Nederland wordt ingelijfd bij Frankrijk. Het schoolboekje De Brave Hendrik beleeft de eerste van vele tientallen drukken.
1813 Buitenlandse troepen verjagen de Fransen uit Nederland. De zoon van de laatste stadhouder keert terug. Hij wordt de soevereine vorst.
1815 Nederland en België gaan op in het Koninkrijk der Nederlanden.
1830 De Belgen scheiden zich af. Willem I stuurt het leger op de opstandige Belgen af.
1831 In een Tiendaagse Veldtocht worden de Belgen vernederd, maar de grote mogendheden dwingen Willem zich terug te trekken.
1832 Een grote cholera-epidemie eist duizenden mensenlevens.
1840 Willem I doet afstand van de troon ten gunste van zijn zoon Willem II. Hij laat een grote staatsschuld achter die is ontstaan doordat hij miljoenen heeft gestoken in de versterking van de economie en van het leger.
1845-1849 Een schimmel vernietigt de aardappeloogst. Honger en armoede slaan toe.
1848 In verschillende Europese hoofdsteden ontstaat een revolutionaire situatie. Koning Willem II vraagt, om erger te voorkomen, de liberale leider Thorbecke een nieuwe grondwet te maken. De grondwet van 1848 legt vast dat Nederland een parlementair stelsel krijgt en garandeert de burgerlijke vrijheden. De Tweede Kamer zal worden gekozen via censuskiesrecht. In de praktijk betekent dit dat 12 procent van de volwassen mannen (tezamen iets meer dan 2 procent van de gehele bevolking), kiesrecht krijgt.
1855 De onderwijzer Lalleman vestigt met zijn artikel Slavernij in Nederland aandacht op het kwaad van de kinderarbeid. Als remedie stelt hij een verbod op kinderarbeid voor.
1857 De schoolwet van 1857 legt de vrijheid van onderwijs vast. Ieder kan het onderwijs kiezen dat hij voor zijn kinderen wil, maar de overheid betaalt alleen het openbaar onderwijs.
1863 Thorbecke brengt de wet op het Middelbaar Onderwijs tot stand. Hierdoor ontstaat de Hogere Burgerschool (HBS), waardoor kinderen uit de middenklasse een hogere opleiding kunnen volgen.
1864 De paus veroordeelt het liberalisme.
1868 De Nederlandse bisschoppen waarschuwen de katholieken tegen het openbaar onderwijs.
1869 Een door de regering ingestelde commissie adviseert geen verbod op kinderarbeid in te voeren. Volgens de commissie valt het met de misstanden nogal mee. De regering volgt dit advies.
1871 Het links-liberale Kamerlid Van Houten stelt dat er toch een wet tegen kinderarbeid nodig is. Premier Thorbecke nodigt hem uit zelf met een initiatief-wetsvoorstel te komen.
1872 Orthodoxe protestanten richten het Anti-Schoolwet Verbond op, een massa-beweging die zich keert tegen de bevoordeling van het openbaar onderwijs boven het bijzonder onderwijs.
1874 Het Kinderwetje van Van Houten verbiedt kinderen jonger dan 12 jaar in dienst te nemen in werkplaatsen en fabrieken. Voor veldwerk en huisarbeid gelden geen beperkingen.
1878 De liberalen voeren een nieuwe schoolwet in. De kwaliteitseisen aan het lager onderwijs gaan omhoog. Het openbaar onderwijs krijgt daarom meer geld, maar het bijzonder onderwijs krijgt nog altijd niets. Katholieken en orthodox-protestanten halen 450 duizend handtekeningen op tegen de nieuwe schoolwet.
1879 Abraham Kuyper richt de Antirevolutionaire Partij op.
1880 Abraham Kuyper sticht de Vrije Universiteit.
1882-1896 Nederland wordt zwaar getroffen door de landbouwcrisis. De landbouwprijzen kelderen, duizenden boeren gaan failliet en vele duizenden werkloze landarbeiders emigreren of trekken naar de steden om werk te zoeken in de opkomende industrie.
1886 De oplopende sociale spanningen komen tot uitbarsting in de Amsterdamse Jordaan. Als de politie daar een eind probeert te maken aan het volksvermaak van het palingtrekken, breken rellen uit. Het Palingoproer kost aan 26 mensen het leven. Het doordringt de liberalen ervan dat er iets gedaan moet worden aan de sociale kwestie.
1887 Het kiesrecht wordt uitgebreid. Het censuskiesrecht vervalt, maar algemeen kiesrecht wordt uitgesloten. Alleen burgers die voldoen aan nader te bepalen criteria van welstand en geschiktheid krijgen kiesrecht. In de praktijk betekent dit dat het kiezerscorps wordt vergroot van 12 procent van alle volwassen mannen tot 24 procent. Een parlementaire enquête naar de werking van de kinderwet en de toestanden in de industrie brengt ernstige wantoestanden aan het licht.
1888 De eerste verkiezingen met het verruimde kiesrecht brengen de confessionelen aan de macht. Domela Nieuwenhuis wordt als eerste socialist in de Tweede Kamer gekozen.
1889 De regering Mackay gaat voor het eerst het bijzonder onderwijs subsidiëren. Financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs is nog onhaalbaar. De eerste Arbeidswet beperkt de arbeidsdag voor vrouwen en jongeren tot 16 jaar en verbiedt nachtarbeid voor deze groepen.
1890 Koninklijke Olie start met de oliewinning op Sumatra.
1891 De gloeilampenfabriek van Philips gaat van start.
1892 Orthodoxe protestanten die zich los hebben gemaakt van de Nederlandse Hervormde Kerk stichten onder leiding van Abraham Kuyper de Gereformeerde Kerk.
1894 De verkiezingen staan geheel in het teken van het kiesrecht. De voorstanders van een kiesrecht voor alle mannen met uitzondering van analfabeten en verdeelden krijgen net niet genoeg stemmen.
1896 Minister Van Houten brengt een kieswet tot stand, waardoor het kiesrecht opnieuw beperkt wordt uitgebreid. Ongeveer de helft van de volwassen mannen heeft nu kiesrecht. Tot 1913 groeit dit geleidelijk tot 65 procent.
1900 Het links-liberale kabinet Goeman Borgesius-Pierson voert een Ongevallenwet in.
1901 De leerplicht wordt na een jarenlange strijd ingevoerd. Kinderen moeten vanaf 6 of 7 jaar oud zes jaar achtereen naar school. Het kabinet Goeman Borgesius-Pierson loodst verder de Woningwet en de Kinderwetten door het parlement. Op grond van de Kinderwetten kunnen kinderen bij grove verwaarlozing aan de ouderlijke macht worden onttrokken.
1904 In vier deeltjes worden de schoolboekjes Nog bij moeder, beter bekend als Ot en Sien, gepubliceerd.
1908 Het Leesplakje van Hoogeveen komt op de markt.
1911 De sociale wetgeving wordt verder uitgebreid. Er komt een invaliditeitswet, een ziektewet en een pensioen voor 70-jarige arbeiders. De eerste historische wandkaart van Isings wordt gepubliceerd.
1914-1918 Eerste Wereldoorlog. Nederland blijft neutraal, maar aan de stijging van de welvaart komt abrupt een eind.
1917 Met de onderwijspacificatie komt een eind aan de schoolstrijd: openbaar en bijzonder onderwijs worden financieel gelijkgesteld. Tegelijk wordt het algemeen mannenkiesrecht ingevoerd en wordt ook de weg vrijgemaakt voor vrouwenkiesrecht.
1918 De socialistische leider Troelstra doet een mislukte revolutiepoging.
1919 Invoering algemeen kiesrecht.