Laten we wat inhoudelijker discussieren.
Chlamydia
Chlamydia trachomatis is een gramnegatieve bacterie die bij seksueel contact overgedragen wordt en een infectie van de slijmvliezen van de urethra of cervix kan veroorzaken. Tevens kan na oraal of anaal seksueel contact een infectie van de keel of het rectum ontstaan. De kans op Chlamydia na seksueel contact met een partner die met Chlamydia trachomatis is besmet, is ongeveer 50-70%, zowel bij eenmalig contact als in een relatie.6 De incubatietijd is 1-3 weken. Chlamydia komt het meest voor bij jongvolwassenen. De prevalentie is hoger onder personen die behoren tot de Surinaamse, Antilliaanse en Arubaanse bevolkingsgroep.7
Een infectie verloopt vaak asymptomatisch, vooral bij vrouwen.8 Slechts een kwart van de vrouwen met Chlamydia heeft klachten. De klachten kunnen zijn: toegenomen of veranderde vaginale fluor, dysurie, pijn in de onderbuik (eventueel als onderdeel van een PID), of pijn in de bovenbuik als bij een PID een perihepatitis bestaat. Ook intermenstrueel bloedverlies en contactbloedingen kunnen optreden. Bij ongeveer de helft van de vrouwen is zonder behandeling na een jaar geen Chlamydia meer aan te tonen.9 Het grote belang van diagnostiek en behandeling van Chlamydia is gelegen in het tegengaan van verspreiding en het voorkomen van complicaties. Opstijgende infecties met Chlamydia trachomatis zijn een belangrijke oorzaak van PID, extra-uteriene graviditeit en fertiliteitsproblemen. De kans op infertiliteit is na een PID 13% en na driemaal of vaker een PID 40%, de kans op een EUG is na een PID 9%. Zie verder de NHG-Standaard Pelvic Inflammatory Disease.
Mannen kunnen na besmetting een urethritis krijgen, maar de infectie kan ook symptoomloos verlopen. De infectie kan zich uitbreiden naar de prostaat en de epididymis. Mogelijk zou dit in zeldzame gevallen tot onvruchtbaarheid kunnen leiden, maar bewijs hiervoor ontbreekt.
Bij de partus kan een vrouw de infectie op haar kind overdragen, met een conjunctivitis of pneumonie als mogelijk gevolg. Bovendien kan bij een Chlamydia-infectie een bacteriële of reactieve artritis optreden.
Gonorroe
Gonorroe wordt veroorzaakt door de bacterie Neisseria gonorrhoeae. De kans op besmetting door een partner met gonorroe is 50-80%.10 De kans op overdracht van man naar vrouw is groter dan van vrouw naar man. Deze transmissiekansen berusten op gegevens uit onderzoek na eenmalig contact en in relaties. De incubatietijd is 2-5 dagen, maximaal 2 weken.
Gonorroe wordt bij mannen 2-3 maal zo vaak vastgesteld als bij vrouwen. Ruim de helft van de patiënten is van Nederlandse afkomst, circa 20% is van Surinaamse, Arubaanse of de Antilliaanse afkomst. Van de mannelijke patiënten is circa 40% homo- of biseksueel.11
Gonorroe kan verlopen zoals een chlamydia-infectie, maar vaak is het beeld van een infectie duidelijker met bij de vrouw geelgroene, vaak onaangenaam ruikende fluor, en bij de man geelgroene afscheiding uit de urethra (druiper). Een asymptomatisch beloop komt echter ook voor. Behandeling van gonorroe is belangrijk vanwege de kans op complicaties. Bij de vrouw kan gonorroe leiden tot een PID. Wanneer een vrouw met gonorroe bevalt, kan de neonaat een conjunctivitis krijgen. Gonorroe kan ook tot een bacteriële arthritis leiden. Onbehandeld is 95% van de patiënten na 6 maanden klachtenvrij.12
Trichomoniasis
Trichomonas vaginalis is een geflagelleerde protozo. Een vrouwelijke partner van een man die besmet is met Trichomonas krijgt de infectie in 70-100% van de gevallen ook. De transmissiekans na eenmalig contact is niet bekend. De incubatietijd is 1-4 weken.
Asymptomatisch dragerschap komt bij mannen en vrouwen regelmatig voor, kan jaren duren en heeft geen nadelige gevolgen. Vrouwen kunnen een vaginitis krijgen met jeuk, irritatie en geelgroene afscheiding. Bij mannen is er meestal alleen sprake van kolonisatie zonder klachten, maar in zeldzame gevallen veroorzaakt besmetting een urethritis.
Syfilis
Syfilis (of lues) wordt veroorzaakt door Treponema pallidum, een spirocheet, die met seksueel contact wordt overgedragen. De kans op besmetting van de partner wordt geschat op 30-60%; de kans na eenmalig contact is niet bekend.13
Syfilis veroorzaakt na een incubatietijd van 10 tot 90 dagen in het eerste stadium een pijnloze zweer (ulcus durum) op de plaats van de besmetting met regionale lymfadenopathie, die in een tot drie maanden restloos verdwijnt. Het tweede stadium bestaat uit vluchtige huidafwijkingen palmoplantair en op de romp (roseolen) met algemene klachten als koorts, hoofdpijn en een gegeneraliseerde lymfadenopathie. Ook deze verdwijnen binnen 3 maanden spontaan. Zowel het eerste als het tweede stadium kunnen echter symptoomloos verlopen. Het eerste jaar na het oplopen van de infectie wordt gesproken van vroege syfilis. Wanneer er geen behandeling heeft plaatsgevonden, kan zich na 2 tot 30 jaar het derde stadium ontwikkelen als orgaanlues met ernstige cardiovasculaire, neurologische (tabes dorsalis) en dermatologische afwijkingen (gummata). Bij syfilis tijdens de zwangerschap is overdracht op de vrucht mogelijk (congenitale syfilis).
Syfilis wordt vaker gediagnosticeerd bij mannen dan bij vrouwen. Van de mannen bij wie syfilis wordt gediagnosticeerd, is 80% homo- of biseksueel.14
Herpes genitalis
De herpes-simplexvirus (HSV) of humaan herpesvirus typen 1 en 2 zijn de verwekkers van herpes genitalis. Het virus dringt de slijmvliezen van de oropharynx of genitaliën binnen en verspreidt zich langs de perifere zenuwen naar de sensorische of autonome ganglia, waar het levenslang latent aanwezig blijft. HSV-2 is verantwoordelijk voor ongeveer 80% van alle genitale herpesinfecties. HSV-1 is vooral de veroorzaker van herpes labialis. Door orogenitaal contact kan een koortslip tot een herpes genitalis leiden. HSV-1 is onder jongeren in toenemende mate de veroorzaker van herpes genitalis. De transmissiekans onder vaste partners is ongeveer 10%. Overdracht kan ook plaatsvinden als er geen herpeslaesies zichtbaar zijn.15 De incubatieperiode van herpes genitalis bedraagt 2-12 dagen. De meeste HSV-infecties verlopen asymptomatisch.
Men maakt onderscheid tussen een eerste of primo-infectie en een recidief. Bij een symptomatische primo-infectie wordt bij 70% van de vrouwen en bij 40% van de mannen een prodromale fase gezien die bestaat uit koorts, malaise en spierpijn. Hierna volgen bij vrouwen klachten als soms heftige pijn, jeuk, dysurie, vaginale afscheiding en regionale lymfadenopathie. Bij mannen komen urethritisklachten voor. Zes tot zeven dagen na de eerste symptomen volgen de huid- en slijmvliesafwijkingen met de ontwikkeling van de karakteristieke, met helder vocht gevulde blaasjes. De blaasjes gaan kapot waardoor erosies of ulcera ontstaan. De laesies blijven bij een primo-infectie 7-28 dagen bestaan en genezen zonder littekens. Bij anale besmetting kan een herpetische proctitis optreden, met anorectale pijn, obstipatie en ulcererende herpetiforme laesies. Bij vrouwen kunnen de laesies zich verspreiden over de vulva, vagina, cervix en het perineum en bij mannen bevinden de laesies zich voornamelijk op de schacht van de penis (met uitzondering van de anorectale herpes). Herpes genitalis door HSV-2 verloopt ernstiger dan door HSV-1. Bij een patiënt die eerder een niet-genitale HSV-infectie doormaakte, is het beloop minder ernstig.
Recidieven verlopen over het algemeen aanzienlijk milder dan de eerste infectie. Meestal is er sprake van een lokaal recidief van gegroepeerde blaasjes die zonder algemene verschijnselen na 2-10 dagen genezen. Herpes genitalis door HSV-2 recidiveert vaker dan door HSV-1, in het eerste jaar na besmetting bij de helft van de patiënten zelfs 5 of meer keer per jaar.16
Complicaties van een genitale herpesinfectie zijn zeldzaam. Sporadisch treedt een aseptische meningitis op of bij vrouwen een radiculitis. Bij immuungecompromitteerde personen zijn recidieven soms heftiger en therapieresistent. Het HSV kan ook een keratitis veroorzaken.
Herpes neonatorum is een zeldzame, maar levensgevaarlijke aandoening met 50% kans op sterfte of ernstige afwijkingen. De incidentie is 2-3/100.000 levendgeborenen. Herpes neonatorum ontstaat door contact met iemand met herpes labialis, maar kan ook opgelopen worden tijdens de partus. Dit laatste gebeurt waarschijnlijk alleen als de moeder een primo-infectie heeft na de 34e week van de graviditeit.17
Condylomata acuminata
Condylomata acuminata zijn goedaardige anogenitale wratten met een typische bloemkoolachtige structuur. De kleur varieert van rozerood tot grijswit. Ze worden veroorzaakt door het humaan papillomavirus (HPV) type 6 en 11. Deze HPV-typen hebben geen associatie met het cervixcarcinoom.18
De incubatieperiode varieert tussen 1 en 8 maanden, gemiddeld 3 maanden. De belangrijkste besmettingsroute voor genitale HPV-infecties is seksueel. Microlaesies, zoals die bij de coïtus kunnen ontstaan, zijn nodig voor inoculatie van het virus in het slijmvlies. Besmetting kan ook plaatsvinden via vingers, maar ook zelfs via handdoeken van patiënten met condylomata.
HPV is zeer besmettelijk en 60 tot 80% van de seksuele partners van patiënten met condylomata is ook besmet. De transmissiekans tijdens één seksueel contact wordt geschat op 60%. Vaak verloopt een HPV-infectie subklinisch, maar ook dan is virusoverdracht mogelijk.19
De belangrijkste klacht bij condylomata is de aanwezigheid van de wratten. Soms zijn er klachten zoals jeuk, pijn of een brandend gevoel en soms vaginale afscheiding of afscheiding uit de urethra. De voorkeurslokalisaties van de wratten zijn bij de man de penis, het scrotum, de meatus urethrae en het perianale gebied. Bij de vrouw zijn de voorkeurslokalisaties de introïtus, vulva, clitoris, perineum en het perianale gebied. Soms worden ze ook gevonden in de vagina en op de cervix. Condylomata acuminata komen meestal met ongeveer 5 tot 15 laesies tegelijk voor. De lokalisatie van wratten rond de anus hoeft niet te betekenen dat er anale seksuele contacten zijn geweest.
In principe gaat het om een self-limiting disease. Na 3 maanden is 20% van de patiënten zonder behandeling genezen en na 2 jaar 90%. Bij de overigen kan de infectie lang persisteren en het recidiefpercentage na behandeling is hoog. Complicaties van condylomata, in de vorm van grote invasieve tumoren, zijn zeldzaam en worden vooral gezien bij immuungecompromitteerde patiënten. Ook besmetting van pasgeborenen tijdens de partus is zeldzaam.20
Hepatitis B
Voor het klinische beeld en de serologische diagnostiek: zie de NHG-Standaard Virushepatitis en andere leveraandoeningen. Het hepatitis-B-virus wordt via bloed, sperma en vaginaal vocht overgebracht.
In 2002 zijn er 265 gevallen van acute hepatitis B gemeld; het betrof 207 mannen (78%) en 58 vrouwen . De transmissieroute was voor zover bekend bij 79% van hen onbeschermd seksueel contact. Dit betrof in 57% van de gevallen homo- of biseksuele (meest eenmalige) contacten.21
Hepatitis-B-virus komt relatief vaker voor bij allochtonen afkomstig uit gebieden met een hoge prevalentie, intraveneuze drugsgebruikers en homo- en biseksuelen. Bij een eenmalige onbeschermde coïtus is de besmettingskans kleiner dan 1%. Anaal seksueel contact, vooral receptief, geeft een grotere kans op besmetting. De risico’s op overdracht zijn groter wanneer de patiënt HbeAg-positief is. Geschat wordt dat 16-40% van de seksuele partners van dragers geïnfecteerd raakt met het hepatitis-B-virus.22
Meestal geneest hepatitis B volledig zonder behandeling in ongeveer 3 maanden. In 5-10% van de gevallen gaat de infectie over in dragerschap; het virus blijft dan levenslang aanwezig en de drager van het virus blijft levenslang besmettelijk. Er zijn grote verschillen in het voorkomen van chronisch virusdragerschap van hepatitis B in verschillende delen van de wereld. Onderscheiden worden gebieden met een hoge (Zuidoost-Azië, Afrika ten zuiden van de Sahara), een intermediaire (Oost-Europa, voormalige USSR, Middellandse-Zeegebied, Midden- en Zuid-Amerika, Midden-Oosten) en een lage prevalentie (Noordwest-Europa, Noord-Amerika, Australië, Nieuw Zeeland).23
HIV-infectie/AIDS
Het HIV-virus wordt overgebracht via bloed en bloedproducten, semen en vaginaal vocht. De grootste kans op besmetting door seksueel contact bestaat bij onbeschermd anaal contact, maar ook dan is de transmissiekans bij eenmalig contact relatief klein (ongeveer 2%). Anaal contact geeft meer kans op overdracht dan vaginaal contact. Het risico met HIV besmet te worden is groter voor de receptieve dan voor de insertieve partner. Bij vaginaal seksueel contact is de kans op besmetting bij eenmalig contact ongeveer 0,1%.24 Deze risico’s worden groter bij slijmvlieslaesies of bloedcontact, bij een hoge concentratie virus bij de partner met HIV en bij aanwezigheid van een andere soa.
Na besmetting ontwikkelen sommige patiënten een aspecifiek beeld met klachten als algemene malaise, huiduitslag, diarree, gewichtsverlies, temperatuurverhoging en lymfadenopathie. Na deze primo-infectie volgt een asymptomatische fase. Door aantasting van de immunologische afweer kunnen na jaren opportunistische infecties ontstaan met daarbij vaak huidafwijkingen en cerebrale afwijkingen. In dat geval spreken we van acquired immunodeficiency syndrome (aids).
Besmetting met HIV komt in Nederland het meest voor bij homo- en biseksuele mannen. Transmissie van HIV onder heteroseksuelen neemt de laatste jaren in omvang toe, waarbij vooral personen uit HIV-endemische gebieden tot de risicogroepen behoren. Van de patiënten bij wie HIV wordt vastgesteld heeft ongeveer een derde ook een andere soa. Intraveneuze drugsgebruikers vormen een andere risicogroep voor HIV-besmetting.25
Gebieden met de hoogste prevalentie van HIV zijn Afrika ten zuiden van de Sahara (7,5-8,5%) en het Caribische gebied (1,9-3,1%). In Zuid- en Zuidoost-Azië (0,4-0,8%), Oost-Europa en Centraal-Azië (0,5-0,9%) stijgt de prevalentie sterk.26
Pediculosis pubis (schaamluis)
Pediculosis wordt veroorzaakt door de mijt Phthirus pubis. Overdracht vindt vooral plaats tijdens seksueel contact, maar kan ook via handdoeken en dergelijke verlopen. De luizen kunnen twee dagen overleven zonder een gastheer.
De schaamluis voedt zich met bloed van de gastheer. Het speeksel van de beet veroorzaakt een jeukende papel, soms heeft de patiënt blauwe, ronde vlekjes. Het vrouwtje legt eieren, de neten, die zij vastzet aan haren. De diagnose berust op het vaststellen van de aanwezigheid van luizen of neten. De neten zijn grijswitte bolletjes die stevig vastzitten aan de haren dicht bij de wortel en zijn vaak makkelijker te vinden dan de luizen.