Vele hier beginnen bij de naam von Däniken op hun achterste poten te staan.
Van de meeste twijfel ik trouwens of ze enigzins wel iets van hem hebben gelezen en niet gewoon het grootste gedeelte van de wetenschappers en internet fora's na praten.
Het volgende verhaal gaat over een zuid-amerikaan die in Ecuador een gigantisch grotten complex met verbazing wekkende voorwerpen heeft gevonden, en de afgang van von Däniken.
Het verhaal heeft mij nog niet eerder gepasseerd, en er is zoveel over te vinden dat ik nog maar de helft ervan weet. Toch wil ik alvast dit delen in de hoop dat andere wat meer informatie hierover hebben.
Omdat het erg veel informatie is, kan ik beter verschillende websites citeren om zo een duidelijk beeld te geven. Onderaan plaats ik links naar sites waar meer informatie en/of pics zijn te vinden.
quote:Oeroude ondergrondse tunnel-complexen: van Ecuador tot aan Peru
We mogen ons nogmaals afvragen; zouden de steden waar Kolonel Fawcett (de gouden stad) over sprak, of de steden die Tatunca Nara noemde bestaan? Zou het verhaal over de ondergrondse tunnelcomplexen die de vele steden met elkaar in verbinding zouden stellen en waar dergelijke indianen nog steeds gebruik van zouden maken (en zouden verdedigen), op waarheid berust zijn? Zoals gezegd, is het een zeer lang en gedetailleerd verhaal dat hij in twee weken tijd aan Karl Brugger vertelde. En dat is niet niks. We mogen zelfs stellen, dat niemand een expeditie (ook niet met Tatunca Nara als 'gids') zou ondernemen wanneer het om een 'gewone oude stad met een paar tunnels' zou gaan, waar wellicht nog wat indianen zouden wonen.
quote:Toch is het verhaal over de tunnelcomplexen zeer interessant. Want dit soort tunnelstelsels bestaan namelijk echt. Erich von Däniken vertelde in 1973 in zijn boek 'Het Goud der Goden', dat hij ter plaatse foto's had gemaakt van een enorm tunnelcomplex in Ecuador. Hij vertelde dat de Hongaarse Argentijn Juan Moricz, dit gangenstelsel vond en er via een notariële akte in 1969 eigenaar van werd. Dit klopt als een bus. Dit is middels akte en handtekeningen gedocumenteerd. Moricz ontmoette in 1972 Erich von Däniken en nam hem mee naar de plaats waar hij een rondleiding kreeg. Dit werd wonderlijk genoeg naderhand door Moricz zelf, tegenover de Duitse pers ontkend toen zij hier naar vroegen (hier zodadelijk meer over - want Erich von Däniken moet daar weldegelijk geweest zijn!). Erich von Däniken schreef in zijn boek vol lof over het enorm grote gangenstelsel;
quote:von Däniken schreef hierover:
"Voor mij is het het ongelofelijkste, onwaarschijnlijkste verhaal van de eeuw. Het zou een science-fiction-story kunnen zijn, als ik het niet zelf gezien en gefotografeerd had. Ik heb het met eigen ogen gezien. Het is droom noch fantasie, het is realiteit. Onder het Zuidamerikaanse continent ligt een reusachtig door wie en wanneer dan ook aangelegd tunnelsysteem. Het ligt heel diep onder de aarde en is meerdere duizenden kilometers lang. In Peru en Ecuador werden honderden kilometers betreden en uitgemeten. En dat is nog maar het begin van iets waar de wereld niets van afweet."

quote:Daarna liepen ze door naar een prachtige reusachtige zaal waarvan het grondoppervlak 110 bij 130 meter meet. Midden in de zaal staat een tafel met 'zeven stoelen'. Deze stoelen zijn niet van steen of hout. Ze voelen niet als steen aan, zo zegt Moricz. Ze voelen aan als 'zelf getempereerde kunststof' zo zei hij. Ook de metalen bibliotheek bevind zich in deze grote zaal. Het bestaat gedeeltelijk uit metalen platen en gedeeltelijk uit metalen bladen, die maar enkele millimeters dun zijn. Deze staan als 'gebonden bladen van reusachtige folianten naast elkaar.' Daarbij blijkt elk blad beschreven te zijn in een vreemd schrift, draagt stempels en is 'gelijkmatig als met een machine bedrukt.' Erich von Däniken vertelde dat Moricz in die tijd nog niet in staat was geweest om het aantal 'bladzijden' van zijn metalen bibliotheek te tellen, maar hij schatte ze op een paar duizend. Wie deze bibliotheek heeft geschapen, dat blijft een raadsel. Deze grote onbekende en zijn helpers beheersten niet alleen de techniek om metaalbladen in zo'n veelvoud naar maat te kunnen maken, maar zij kenden ook lettertekens waarmee zij mensen in een verre toekomst iets belangrijks wilden vertellen, zo concludeerde von Däniken. Verder vertelde hij, dat de muren en gangen van het tunnelsysteem kaal zijn. Er staan geen reliëfs op of muurschilderingen. 'In plaats daarvan zijn hier zoveel stenen figuren dat je er bij iedere voetstap over struikelt' zo constateerde hij. Ook is er een stenen plaat, waar een figuur van een dinosaurus in is gegraveerd.


quote:Een aantal zeer interessante foto's van de binnenkant van de ruimte na de ingang en een deel van het stelsel werden gemaakt. Er is zelfs een foto gemaakt van een merkwaardig 'stenen skelet'. Doordat von Däniken dit in zijn boek publiceerde, iets dat heel erg controversieel was, tekende hij als bekend auteur bijna zijn eigen 'doodvonnis', omdat Moricz naderhand ontkende dat hij Erich von Däniken naar de vindplaats had meegenomen, toen journalisten van de Duitse nieuwsbladen Der Spiegel en Stern hem een interview kwamen afnemen. Sindsdien werd Erich von Däniken als auteur niet 'alleen maar belachelijk' gemaakt, maar werd hij ook nog eens uitgemaakt voor een persoon die 'alleen maar leugens schrijft'. Toch moet het de waarheid zijn geweest, want Erich von Däniken had veel vijanden in het 'academische millieu', en hij moet heel goed hebben geweten dat dit gegeven meteen tegen hem gebruikt zou worden als het een leugen zou zijn. Men gebruikte bijna alles tegen hem om zijn theorie belachelijk te maken en naar beneden te halen. Eén enkele leugen zou daarbij fataal zijn. Dit moet hij hebben geweten! Want hij sprak erg vaak in zijn voorgaande boeken over de enorme tegenstand die hij kreeg over zijn hypothese. Toch wijdde Erich von Däniken zo'n 22 bladzijden aan zijn ontmoeting met Moricz inclusief de rondleiding en zijn verdere reis samen met hen

Erich von Däniken met Juan Moriczcal
quote:Wanneer we aan een grote naam denken die te maken heeft gehad met het zoeken naar de juiste locatie van dit tunnelstelsel, dan komen we bij de naam Stanley Hall. Stan Hall had het boek van Erich von Däniken gelezen, en werd bevriend met Juan Moricz. Juan Moricz zou de plaats hebben genoemd die leidde naar de ondergrondse metalen bibliotheek. Dit zou de Cueva de los Tayos zijn geweest, maar - zo zeggen onderzoekers - er kwam in 1969 geen bericht dat er een metalen bibliotheek werd gevonden. Toch beweerde Erich von Däniken dat Moricz hem deze in 1972 had laten zien. Erich von Däniken geeft in zijn boek niet de exacte plaats voor de ingang van de grot, en ook geeft hij geen benaming voor de grot. Hij geeft een kleine kaart van Morona Santiago, een provincie van Ecuador dat grenst aan Peru, waarbij hij zegt; 'In de provincie Morona-Santiago ligt in de driehoek van de steden Gualaquiza - St. Antonio - Yaupi de geheime, door vijandige Indianen bewaakte ingang van het verborgen gangensysteem.' In deze driehoeks-verhouding, vinden we inderdaad de Cueva de los Tayos vlakbij Yaupi. De foto die in Erich von Daniken's boek staat weergegeven van het tunnelsysteem, en waar hij geen verdere benaming aan gaf, staat tegenwoordig bekend als 'Gastón Fernandez (onderzoeker) in de los Tayos grot - 1969'. Erich von Däniken had bij deze foto in zijn boek 'Goud der Goden' het volgende commentaar;
"In het binnenste van het kunstmatige tunnelsysteem. Het wemelt er van de talrijke zeldzame vogels. De guanolaag heeft een dikte van 82 tot 90 cm. op twee plaatsen waar de laag gemeten werd. Het plafond is effen en de wanden zijn rechthoekig en dikwijls als met glazuur bedekt."

quote: 1991 overleed Juan Moricz. Toch was er nog sprake van de 'onbekende gids' waarover Moricz in 1973 niets wilde vertellen tegenover 'Der Spiegel'. Wie was uiteindelijk deze gids? Na de dood van Juan Moricz besloot de eerder genoemde Stan Hall deze onbekende gids na te gaan trekken. Hij had niets anders dan een enkele naam voor handen; 'Petronio Jaramillo'. Volgens Hall was dit een probleem, want er bestaan heel veel Jaramillo's. Uiteindelijk wist hij zijn moeder te bereiken, die hem in september 1991 zijn telefoonnummer gaf. Jaramillo bevestigde dat hij in 1964, toen Moricz in Guayaquil arriveerde, begon samen te werken met Geraldo Matheus Pena. Volgens Hall was Moricz er met het verhaal van Jaramillo vandoor gegaan, en wilde Moricz daarom ook niet zijn naam zeggen tegenover Der Spiegel in 1973. Stan Hall zou Moricz een document hebben toegestuurd dat over de expeditie in 1976 ging. Moricz zou dit manuscript nooit hebben terug gegeven, iets wat hun vriendschap zou beëindigen. Hall begreep jaren lang niet waarom hij het manuscript niet wilde teruggeven, maar zou het zichzelf later herinnert hebben toen hij uiteindelijk Jaramillo ontmoette; de naam 'Petronio Jaramillo' kwam er namelijk in voor. En dit zou Moricz hebben willen verdoezelen door het manuscript te houden.
Bron:
http://aranylaci.freeweb.hu/moricz/moricz.htmBron:
http://achtergeslotendeuren.punt.nl/index.php#376505